Verdrag inzake luchtdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Sint Maarten, en de Staat Koeweit

Type Verdrag
Publication 2023-05-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Sint Maarten,

en

de Staat Koeweit, (hierna te noemen „de verdragsluitende partijen”),

Geleid door de wens de ontwikkeling van luchtdiensten tussen de Staat Koeweit en het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Sint Maarten, aan te moedigen en de internationale samenwerking op dit gebied in de ruimst mogelijke mate te bevorderen;

Geleid door de wens dat op deze diensten de beginselen en bepalingen van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart en van de Overeenkomst inzake de doortocht van internationale luchtdiensten, op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening opengesteld, van toepassing zijn;

Geleid door de wens de hoogste mate van veiligheid en beveiliging van internationale luchtdiensten te waarborgen en opnieuw hun grote zorg uitsprekend over gedragingen of bedreigingen gericht tegen de veiligheid van luchtvaartuigen, die de veiligheid van mensen of goederen in gevaar brengen, de exploitatie van luchtdiensten nadelig beïnvloeden en het vertrouwen van de bevolking in de veiligheid van de burgerluchtvaart ondermijnen;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij de tekst anders vereist:

Artikel 2. Toepasselijkheid van het Verdrag van Chicago

De bepalingen van het Verdrag van Chicago zijn van toepassing op de bepalingen van dit Verdrag, voor zover deze bepalingen van toepassing zijn op internationale luchtdiensten.

Artikel 3. Verlening van rechten en voorrechten
1.

Elke verdragsluitende partij verleent de andere verdragsluitende partij de in dit Verdrag omschreven rechten ten behoeve van de exploitatie van internationale luchtdiensten op de routes die omschreven zijn in de routetabel.

2.

Met inachtneming van de bepalingen van dit Verdrag geniet/genieten de door elke verdragsluitende partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen de volgende rechten:

3.

De luchtvaartmaatschappijen van elke verdragsluitende partij, anders dan die aangewezen uit hoofde van artikel 4 van dit Verdrag, genieten tevens de rechten die omschreven zijn in het tweede lid, onderdelen a en b, van dit artikel.

4.

Geen van de bepalingen in het tweede lid van dit artikel wordt geacht (een) aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de ene verdragsluitende partij het voorrecht te geven op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij tegen vergoeding passagiers, vracht en post op te nemen bestemd voor een ander punt op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij.

Artikel 4. Aanwijzing en verlening van vergunningen
1.

Elke verdragsluitende partij heeft het recht door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de luchtvaartautoriteiten van de andere verdragsluitende partij langs diplomatieke weg een of meer luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor het exploiteren van de overeengekomen diensten in overeenstemming met dit Verdrag en deze aanwijzingen in te trekken of te wijzigen.

2.

Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing en van de aanvraag van de aangewezen luchtvaartmaatschappij, in de vorm en op de wijze die is voorgeschreven voor exploitatievergunningen en technische vergunningen, verleent elke verdragsluitende partij de desbetreffende exploitatievergunningen met een zo gering mogelijke procedurele vertraging teneinde de in artikel 3 van dit Verdrag omschreven rechten te kunnen uitoefenen, mits:

3.

Na ontvangst van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning, kan een aangewezen luchtvaartmaatschappij op elk moment een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten waarvoor zij is aangewezen, mits zij de toepasselijke bepalingen van dit Verdrag naleeft.

Artikel 5. Intrekking, schorsing en oplegging van voorwaarden
1.

De luchtvaartautoriteiten van elke verdragsluitende partij hebben het recht de in het eerste lid van artikel 4 van dit Verdrag vermelde vergunningen voor een door de andere verdragsluitende partij aangewezen luchtvaartmaatschappij te weigeren, en deze in te trekken, te schorsen of hieraan voorwaarden te verbinden, hetzij tijdelijk, hetzij permanent, wanneer:

2.

Tenzij onmiddellijk ingrijpen van wezenlijk belang is ter voorkoming van inbreuken op de bovengenoemde wetten en voorschriften of tenzij de veiligheid of beveiliging maatregelen vereist in overeenstemming met de bepalingen van artikel 15 of artikel 16 van dit Verdrag, worden de in het eerste lid van dit artikel vastgestelde rechten slechts uitgeoefend na overleg tussen de luchtvaartautoriteiten overeenkomstig artikel 17 van dit Verdrag.

Artikel 6. Gebruikersheffingen
1.

Geen van de verdragsluitende partijen legt de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere verdragsluitende partij gebruikersheffingen op, of staat toe dat deze worden opgelegd, die hoger zijn dan die worden opgelegd aan haar eigen luchtvaartmaatschappijen die worden gebruikt voor vergelijkbare internationale luchtdiensten.

2.

Elke verdragsluitende partij moedigt overleg aan over gebruikersheffingen tussen haar bevoegde inningsautoriteiten of -lichamen en de luchtvaartmaatschappijen die gebruikmaken van de diensten en voorzieningen, waar praktisch uitvoerbaar via de vertegenwoordigende organisaties van deze luchtvaartmaatschappijen. Voorstellen tot wijziging van gebruikersheffingen dienen binnen een redelijke termijn ter kennis van dergelijke gebruikers te worden gebracht zodat deze hun mening kenbaar kunnen maken voordat de wijzigingen plaatsvinden. Elke verdragsluitende partij moedigt haar bevoegde inningsautoriteit, of dienstverlener, en deze gebruikers aan relevante informatie met betrekking tot gebruikersheffingen uit te wisselen.

Artikel 7. Vrijstellingen van douanerechten en andere heffingen
1.

Luchtvaartuigen die in internationaal luchtdiensten worden geëxploiteerd door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van een verdragsluitende partij zijn vrijgesteld van alle importbeperkingen, douanerechten, nationale accijnzen en soortgelijke nationale kosten voor douane-inspecties wat betreft de onderstaande goederen:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.