← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat inzake samenwerking met betrekking tot verkeersovertredingen

Geldende tekst a fecha 2023-05-01

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Zwitserse Bondsstaat,

hierna tezamen „de partijen” genoemd,

Overwegende dat verbetering van de verkeersveiligheid voor de partijen een prioriteit is, om zo het aantal doden, gewonden en de omvang van de schade te verminderen,

Overwegende dat de succesvolle vervolging van verkeersovertredingen die zijn begaan met in het land van de andere partij ingeschreven voertuigen, van groot belang is voor het bereiken van deze doelstelling,

Overwegende dat de verwerking van gegevens in het kader van dit Verdrag passend en noodzakelijk is om de legitieme doelstellingen in verband met verkeersveiligheid te verwezenlijken, namelijk een hoog niveau van bescherming van alle weggebruikers, door het bestraffen van verkeersovertredingen te vergemakkelijken, waarbij het evenredigheidsbeginsel bij het nastreven van deze doelstellingen altijd in acht dient te worden genomen,

Overwegende dat de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens een grondrecht is,

Geleid door de wens dat de uitvoering en toepassing van dit Verdrag in overeenstemming zijn met de toepasselijke gegevensbeschermingsregels van de partijen, zodat een hoog niveau van bescherming van persoonsgegevens wordt gewaarborgd en tegelijkertijd de overdracht van persoonsgegevens wordt vergemakkelijkt,

Hebben het volgende afgesproken:

Artikel 1. Doel en reikwijdte

Het doel van dit Verdrag is een hoog niveau van bescherming van alle weggebruikers te waarborgen door ervoor te zorgen dat verkeersovertredingen die op het soevereine grondgebied van elk van beide partijen worden begaan met voertuigen die op het soevereine grondgebied van de andere partij zijn ingeschreven, wederzijds worden vervolgd en door elkaar bijstand te verlenen bij de handhaving van bekeuringen betreffende deze overtredingen.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

Artikel 3. Bevoegde autoriteiten

De bevoegde autoriteiten voor de uitvoering van dit Verdrag binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden zijn:

Artikel 4. Overdracht van gegevens over voertuigen en hun houders
1.

Gegevens over voertuigen en hun houders, zoals vermeld in Annex A, die in de nationale voertuigregisters zijn opgenomen, mogen op verzoek van een partij worden overgedragen, voor zover dit nodig is voor de vervolging van verkeersovertredingen.

2.

De gegevens worden overgedragen door middel van een geautomatiseerde procedure. Indien mogelijk wordt gebruikgemaakt van bestaande software-interfaces en -toepassingen. De gegevens worden overgedragen via de centrale voertuigregistratiebureaus, die als nationale contactpunten fungeren. De specificaties van de overdracht kunnen slechts met instemming van beide partijen worden gewijzigd.

3.

Een verzoek aan het nationale contactpunt van de andere partij moet de in bijlage A vermelde gegevens bevatten. De verzoekende partij mag deze gegevens alleen gebruiken voor de vervolging van de betreffende verkeersovertreding.

4.

De nationale contactpunten moeten de in bijlage A, vermelde informatie bij de hand hebben om verzoeken te kunnen verwerken.

Artikel 5. Geven van bekeuringen
1.

Bekeuringen kunnen rechtstreeks aan de betrokkene worden gegeven overeenkomstig de toepasselijke nationale wet- en regelgeving.

2.

Om de ontvangers in staat te stellen hun standpunt kenbaar te maken, moeten de officiële documenten met name de volgende informatie bevatten:

Artikel 6. Uitvoering van bekeuringen
1.

De partijen kunnen om de handhaving van de bekeuringen verzoeken. Aan de volgende criteria moet worden voldaan:

2.

De bekeuring waarvoor het verzoek wordt ingediend, wordt tezamen met het ingevulde standaardformulier als bedoeld in de bijlage C, en alle daaropvolgende mededelingen, rechtstreeks in het Engels aan de bevoegde autoriteiten van de aangezochte partij toegezonden.

3.

De verzoekende partij handhaaft de bekeuring niet of blijft deze niet handhaven totdat de aangezochte partij het verzoek heeft afgewezen of heeft meegedeeld dat de handhaving niet is geslaagd.

Artikel 7. Weigeringsgronden, reikwijdte en beëindiging van de uitvoering
1.

Een verzoek overeenkomstig het eerste lid van artikel 6 wordt geweigerd in geval van:

2.

Een verzoek om bijstand bij de uitvoering van een bekeuring kan worden geweigerd indien wordt vastgesteld dat:

3.

Indien een verzoek wordt afgewezen, wordt de verzoekende partij daarvan in kennis gesteld met vermelding van de redenen voor de afwijzing.

4.

Indien, nadat een bekeuring naar de aangezochte partij is verstuurd, de verzoekende partij een geldsom heeft ontvangen om de bekeuring te betalen, wordt de aangezochte partij daarvan onverwijld in kennis gesteld.

5.

Delen van de bekeuring die reeds zijn betaald, kunnen niet meer worden geïnd.

Artikel 8. Onmiddellijke uitvoering en omrekening
1.

Bekeuringen worden rechtstreeks uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten van de aangezochte partij en het bedrag van de bekeuring wordt omgerekend in haar munteenheid. De omrekening geschiedt op basis van de officiële wisselkoers ten tijde van de uitgifte van de bekeuring.

2.

Voor de uitvoering van een bekeuring geldt de wet- en regelgeving die van toepassing is in de aangezochte partij. Alleen de autoriteiten van de aangezochte partij zijn bevoegd om te beslissen over de procedures voor de tenuitvoerlegging en om alle daarop betrekking hebbende maatregelen vast te stellen, met inbegrip van de gronden tot beëindiging van de tenuitvoerlegging.

3.

Indien de persoon van wie de bekeuring wordt geïnd, aantoont dat er reeds betalingen zijn verricht om deze te vereffenen, stelt de aangezochte partij de verzoekende partij daarvan onverwijld in kennis en pleegt zij daarover overleg.

4.

Zodra de uitvoering van de bekeuring is voltooid, stelt de aangezochte partij de verzoekende partij daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 9. Opbrengst van de uitvoering en kosten

De kosten van maatregelen uit hoofde van dit Verdrag komen niet ten laste van de verzoekende partij; de opbrengsten van de uitvoering en de in een beslissing bepaalde kosten komen ten goede aan de aangezochte partij.

Artikel 10. Regeling inzake de uitvoering

De bevoegde autoriteiten van de partijen zijn gemachtigd de samenwerking in het kader van dit Verdrag op administratief en technisch niveau te regelen in een bilaterale regeling. In de bilaterale regeling kan worden bepaald dat de gegevensvelden in de bijlagen A, B en C worden gewijzigd indien dit noodzakelijk is voor een goede uitvoering van dit Verdrag.

Artikel 11. Verenigbaarheidsbepaling

Dit Verdrag wordt uitgevoerd met inachtneming van de Nederlandse en de Zwitserse wet- en regelgeving, hun verplichtingen krachtens internationaal recht en de verplichtingen waaraan het Europese deel van Nederland als lid van de Europese Unie is onderworpen.

Artikel 12. Geen financiële gevolgen
1.

De in dit Verdrag vastgestelde activiteiten worden door elk van de partijen binnen de grenzen van hun financiële middelen uitgevoerd, zonder dat daardoor een extra last op de gewone begrotingen van Nederland en Zwitserland wordt gelegd.

2.

De betrokken bevoegde autoriteiten leggen dit Verdrag ten uitvoer met de personele, instrumentele en financiële middelen waarover zij krachtens de toepasselijke wet- en regelgeving beschikken.

Artikel 13. Geschillenbeslechting
1.

De partijen trachten geschillen of andere problemen in verband met de interpretatie of de toepassing van dit Verdrag in onderling overleg op te lossen.

2.

Geschillen of problemen waarvoor geen oplossing wordt gevonden, worden langs diplomatieke weg geregeld.

Artikel 14. Territoriale toepassing

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag uitsluitend van toepassing op het Europese deel van Nederland.

Artikel 15. Voorlopige toepassing

De partijen zullen artikel 4 in combinatie met Annex A en artikel 3 in combinatie met Annex B voorlopig toepassen voor de overdracht van gegevens over voertuigen en hun houders vanaf de datum van ondertekening van dit Verdrag.

Artikel 16. Inwerkingtreding en beëindiging
1.

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum van ontvangst van de laatste kennisgeving waarbij de partijen elkaar langs diplomatieke weg ervan in kennis hebben gesteld dat aan de interne vereisten voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is voldaan.

2.

Dit Verdrag blijft van kracht totdat het wordt beëindigd in overeenstemming met het vierde lid van dit artikel.

3.

Dit Verdrag kan met wederzijdse schriftelijke instemming van de partijen worden gewijzigd. Elke wijziging treedt in werking overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, met uitzondering van een wijziging van een van de bijlagen, welke wijziging in werking treedt op een door de partijen overeen te komen datum.

4.

Dit Verdrag kan te allen tijde door elke partij worden opgezegd door middel van een schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg met inachtneming van een opzeggingstermijn van zes (6) maanden. Op procedures die vóór de kennisgeving van de beëindiging zijn begonnen, blijven evenwel de bepalingen van dit Verdrag van toepassing totdat zij volledig zijn afgerond.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE at The Hague, on 26 October 2022, in duplicate, in the English, Dutch and German languages, all texts being equally authentic. In case of divergence of interpretation, the English text shall prevail.

For the Kingdom of the Netherlands,

E.W. BEZEM

For the Swiss Confederation,

H. WALKER-NEDERKOORN