Kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en het Koninkrijk Thailand, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2022-12-14
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

de Europese Unie, hierna „de EU” genoemd,

en

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

lidstaten van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd,

enerzijds,

en

het Koninkrijk Thailand, hierna „Thailand” genoemd,

anderzijds,

hierna „de partijen” genoemd,

Gezien de traditionele vriendschapsbanden tussen de partijen en de nauwe historische, politieke en economische banden die hen verenigen;

Gezien het bijzondere belang dat de partijen hechten aan het omvattende karakter van hun wederzijdse betrekkingen;

Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de democratische beginselen, de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens die op 10 december 1948 is aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN), en in andere toepasselijke internationale mensenrechteninstrumenten;

Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de beginselen van de rechtsstaat en goed bestuur en streven naar economische en sociale vooruitgang ten bate van hun bevolking, rekening houdend met de vereisten inzake milieubescherming en de beginselen van duurzame ontwikkeling, alsmede de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, aangenomen bij Resolutie nr. 70/1 van de AVVN van 25 september 2015;

Erkennende dat Thailand een ontwikkelingsland is en rekening houdend met de respectieve ontwikkelingsstadia van de partijen;

Erkennende dat de concepten en de doelstellingen inzake non-proliferatie en ontwapening via toepasselijke internationale en regionale instrumenten moeten worden bevorderd om het gevaar van massavernietigingswapens tegen te gaan. Met de bij consensus aangenomen Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN-Veiligheidsraad) wordt onderstreept dat de gehele internationale gemeenschap zich ertoe verbindt om de verspreiding van dergelijke wapens te bestrijden. De Europese Raad heeft op 12 december 2003 een strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens goedgekeurd en de Raad van de Europese Unie heeft op 17 november 2003 beleidsmaatregelen van de EU goedgekeurd om non-proliferatiebeleid te integreren in de betrekkingen van de EU met derde landen. Thailand is, als lid van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (Asean), een van de initiatiefnemers van en ondertekenende partijen bij het Verdrag inzake een kernwapenvrije zone in Zuidoost-Azië, dat op 15 december 1995 in Bangkok werd ondertekend;

Overwegende dat de partijen de banden tussen ontwapening, wapenbeheersing, vrede en veiligheid en ontwikkeling erkennen, en vaststellen dat nauwere samenwerking tussen de partijen bij de bevordering van de uitvoering van de toepasselijke internationale instrumenten kan leiden tot vooruitgang in de richting van de verwezenlijking van de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN en een veiligere wereld;

Overwegende dat de partijen terrorisme beschouwen als een bedreiging voor de mondiale veiligheid en hun dialoog en samenwerking bij de bestrijding van terrorisme wensen te intensiveren overeenkomstig de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad, met name Resolutie 1373 (2001), en opnieuw bevestigend dat eerbiediging van de rechten van de mens van iedereen en de rechtsstaat de grondslag vormen voor de strijd tegen terrorisme;

Opnieuw bevestigend dat de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap als geheel met zorg vervullen, niet ongestraft mogen blijven en dat de effectieve vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen op nationaal niveau te nemen en de wereldwijde samenwerking te intensiveren;

Opnieuw bevestigend dat zij vastbesloten zijn om ernstige misdrijven die de internationale gemeenschap met zorg vervullen te bestrijden;

Het belang erkennende van de op 7 maart 1980 in Kuala Lumpur ondertekende Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Indonesië, Maleisië, de Filipijnen, Singapore en Thailand, lidstaten van de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (ASEAN), en van de daaropvolgende toetredingsprotocollen;

Het belang erkennend van versterking van de bestaande betrekkingen tussen de partijen ter stimulering van de onderlinge samenwerking, alsook van hun gemeenschappelijke streven om de betrekkingen op gebieden van wederzijds belang te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren, op basis van de eerbiediging van soevereiniteit, gelijkwaardigheid, non-discriminatie, inachtneming van het milieu en wederzijds voordeel;

Erkennend dat de partijen de gemeenschappelijke ambitie delen om hulpbronnenefficiënte, inclusieve, innovatieve, klimaatneutrale en groene economieën tot stand te brengen, en dat de uitwisseling van ervaringen bij de uitvoering van hun binnenlands beleid de resultaten ervan kan verbeteren en de verwezenlijking van de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN kan versnellen;

Verklarend dat zij zich er volledig toe verbinden duurzame ontwikkeling in al haar dimensies te bevorderen, met inbegrip van milieubescherming en doeltreffende samenwerking voor de bestrijding van de klimaatverandering en de doeltreffende uitvoering van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC), dat op 9 mei 1992 in Rio de Janeiro is gesloten, en van de Overeenkomst van Parijs, die op 12 december 2015 is gesloten, alsmede de doeltreffende bevordering en uitvoering van internationaal erkende sociale en arbeidsnormen;

Ervoor zorgend dat in dit opzicht niemand wordt achtergelaten;

Wijzend op het belang van verdieping van de betrekkingen en samenwerking op gebieden zoals migratie;

Bevestigend dat zij ernaar streven om, in volledige overeenstemming met de in regionaal verband ondernomen activiteiten, de onderlinge samenwerking te verdiepen op grond van gemeenschappelijke waarden en tot wederzijds voordeel;

Het belang erkennend dat de partijen hechten aan de beginselen en regels die van toepassing zijn op de internationale handel, met name zoals deze zijn neergelegd in de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO-Overeenkomst), op 15 april 1994 gesloten te Marrakesh, en de noodzaak deze op transparante en niet-discriminerende wijze toe te passen;

Wijzend op het feit dat, als de partijen in het kader van deze overeenkomst specifieke overeenkomsten besluiten aan te gaan op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, die door de EU zouden worden gesloten op grond van titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), de bepalingen van dergelijke toekomstige specifieke overeenkomsten niet bindend zijn voor Ierland, tenzij de EU, samen met Ierland wat betreft zijn bilaterale betrekkingen, Thailand ervan in kennis heeft gesteld dat Ierland gebonden is door dergelijke toekomstige specifieke overeenkomsten als deel van de EU, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het VWEU is gehecht. Evenzo zijn interne maatregelen die de EU krachtens de voornoemde titel vaststelt met het oog op de uitvoering van deze overeenkomst, niet bindend voor Ierland, tenzij Ierland te kennen geeft deel te willen nemen aan deze maatregelen of deze te aanvaarden overeenkomstig Protocol nr. 21.

Tevens vaststellend dat dergelijke toekomstige specifieke overeenkomsten of dergelijke latere interne maatregelen van de EU vallen onder Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken dat aan die verdragen is gehecht;

Zijn het volgende overeengekomen:

TITEL I. AARD EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1. Algemene beginselen
1.

De eerbiediging van de democratische beginselen, en van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en in andere toepasselijke internationale mensenrechteninstrumenten, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.

2.

De partijen bevestigen dat zij zich ertoe verbinden duurzame ontwikkeling in al haar dimensies te bevorderen, samen te werken om de uitdagingen van de klimaatverandering en mondialisering aan te pakken en bij te dragen aan de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

3.

De partijen bevestigen opnieuw hun gehechtheid aan de Verklaring van Parijs over de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp, die in 2005 werd aangenomen, en komen overeen hun samenwerking te versterken om betere resultaten op het gebied van ontwikkeling te verwezenlijken.

4.

De partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan de beginselen van goed bestuur en de bestrijding van corruptie op alle niveaus, met name gezien hun internationale verplichtingen.

5.

De partijen zijn het erover eens dat bij de samenwerkingsactiviteiten in het kader van deze overeenkomst rekening wordt gehouden met hun respectieve behoeften en capaciteiten.

Artikel 2. Doel van de samenwerking

In het licht van hun gevestigde partnerschap komen de partijen tot overeenstemming over een toekomstgerichte relatie met een meer gestructureerd en strategisch perspectief, gedeelde waarden en aangelegenheden van wederzijds belang, en verbinden zij zich ertoe een omvattende dialoog te voeren en verdere samenwerking tussen hen in alle sectoren van gemeenschappelijk belang te bevorderen. Hun inspanningen zijn met name gericht op:

Artikel 3. Massavernietigingswapens
1.

De partijen zijn van mening dat de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel overheids- als niet-overheidsactoren, een van de ernstigste bedreigingen van de internationale stabiliteit en veiligheid vormt. De partijen komen overeen samen te werken en bij te dragen aan de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, middels de volledige naleving en de uitvoering op nationaal niveau van de verbintenissen die zij zijn aangegaan in het kader van internationale verdragen en overeenkomsten op het gebied van ontwapening en non-proliferatie, alsmede van hun andere internationale verplichtingen op dat gebied in het kader van de VN, met inbegrip van resoluties van de VN-Veiligheidsraad. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel onderdeel van deze overeenkomst vormt.

2.

De partijen komen bovendien overeen samen te werken en bij te dragen aan de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, en aan de bevordering van de uitvoering van internationale ontwapeningsinstrumenten, door:

3.

De partijen komen overeen een regelmatige dialoog in te stellen ter begeleiding en consolidatie van de in lid 2, punten a) en c) bedoelde elementen. Deze dialoog kan op regionale basis plaatsvinden.

Artikel 4. Handvuurwapens en lichte wapens en andere conventionele wapens
1.

De partijen erkennen dat de illegale productie, overdracht en verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens, met inbegrip van munitie daarvoor, alsmede de buitensporige accumulatie, het gebrekkig voorraadbeheer, de ontoereikende veiligheid en de ongecontroleerde verspreiding van handvuurwapens en lichte wapens, die een breed scala aan humanitaire en sociaal-economische gevolgen hebben, een ernstige bedreiging blijven vormen voor de vrede en de internationale veiligheid, alsmede voor de duurzame ontwikkeling op individueel, lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.