Kaderverdrag van de Raad van Europa inzake de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving

Type Verdrag
Publication 2005-10-27
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De lidstaten van de Raad van Europa, ondertekenaars van dit Verdrag,

Overwegend dat een van de doelen van de Raad van Europa is het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden, teneinde de idealen en beginselen, gebaseerd op eerbiediging van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat, die hun gemeenschappelijk erfgoed zijn te beschermen en te bevorderen;

Erkennend de noodzaak mensen en menselijke waarden centraal te stellen in een breder en interdisciplinair concept van cultureel erfgoed;

Benadrukkend de waarde en het potentieel van cultureel erfgoed dat verantwoord wordt gebruikt als bron van duurzame ontwikkeling en kwaliteit van leven in een voortdurend veranderende samenleving;

Erkennend dat elke persoon het recht heeft, de rechten en vrijheden van anderen eerbiedigend, betrokken te zijn bij het cultureel erfgoed van diens keuze, als een aspect van het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven, vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties (1948) en gewaarborgd door het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (1966);

Overtuigd van de noodzaak iedereen in de samenleving te betrekken bij het voortdurende proces van definiëren en zorg dragen voor cultureel erfgoed;

Overtuigd van de juistheid van het beginsel van erfgoedbeleid en educatieve initiatieven waarin al het cultureel erfgoed gelijkwaardig wordt behandeld om zo de dialoog tussen culturen en religies te bevorderen;

Verwijzend naar de diverse instrumenten van de Raad van Europa, met name het Europees Cultureel Verdrag (1954), de Overeenkomst inzake het behoud van het architectonische erfgoed van Europa (1985), het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (1992, herzien) en het Europees landschapsverdrag (2000);

Overtuigd van het belang van het creëren van een pan-Europees kader voor samenwerking in het dynamische proces van het effectief toepassen van deze beginselen;

Zijn het volgende overeengekomen:

DEEL I. – DOELEN, BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN BEGINSELEN

Artikel 1. – Doelen van het Verdrag

De Partijen bij dit Verdrag komen overeen:

Artikel 2. – Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag:

Artikel 3. – Het gemeenschappelijke erfgoed van Europa

De Partijen komen overeen erkenning van het gemeenschappelijk erfgoed van Europa te bevorderen, dat bestaat uit:

Artikel 4. – Rechten en verantwoordelijkheden met betrekking tot cultureel erfgoed

De Partijen erkennen dat:

Artikel 5. – Wetgeving en beleid inzake cultureel erfgoed

De Partijen verbinden zich ertoe:

Artikel 6. – Gevolgen van het Verdrag

Geen enkele bepaling van dit Verdrag wordt zodanig uitgelegd dat:

DEEL II. – BIJDRAGE VAN CULTUREEL ERFGOED AAN DE SAMENLEVING EN DE MENSELIJKE ONTWIKKELING

Artikel 7. – Cultureel erfgoed en dialoog

De Partijen verbinden zich ertoe, via de publieke autoriteiten en andere bevoegde instanties:

Artikel 8. -Omgeving, erfgoed en kwaliteit van leven

De Partijen verbinden zich ertoe alle erfgoedaspecten van de culturele omgeving te gebruiken voor:

Artikel 9. – Duurzaam gebruik van het cultureel erfgoed

Om het cultureel erfgoed duurzaam in stand te houden verbinden de Partijen zich ertoe:

Artikel 10. – Cultureel erfgoed en economische activiteit

Teneinde optimaal gebruik te maken van het potentieel van het cultureel erfgoed als een factor in duurzame economische ontwikkeling, verbinden de Partijen zich ertoe:

DEEL III. – GEDEELDE VERANTWOORDELIJKHEID VOOR CULTUREEL ERFGOED EN PUBLIEKE PARTICIPATIE

Artikel 11. – Organisatie van publieke verantwoordelijkheden voor cultureel erfgoed

Bij de zorg voor het cultureel erfgoed verbinden de Partijen zich ertoe:

Artikel 12. – Toegang tot cultureel erfgoed en democratische participatie

De Partijen verbinden zich ertoe:

Artikel 13. – Cultureel erfgoed en kennis

De Partijen verbinden zich ertoe:

Artikel 14. – Cultureel erfgoed en de informatiemaatschappij

De Partijen verbinden zich ertoe het gebruik van digitale technologie te ontwikkelen om de toegang tot cultureel erfgoed en de voordelen die eruit voortvloeien te verbeteren, door:

DEEL IV. – MONITORING EN SAMENWERKING

Artikel 15. – Verbintenissen van de Partijen

De Partijen verbinden zich ertoe:

Artikel 16. – Monitoringmechanisme

Het comité kan deskundigen en waarnemers bij zijn werkzaamheden betrekken.

Artikel 17. – Samenwerking bij follow-upactiviteiten

De Partijen verbinden zich ertoe met elkaar en via de Raad van Europa samen te werken bij het nastreven van de doelen en beginselen van dit Verdrag, en met name bij het bevorderen van de erkenning van het gemeenschappelijke Europese erfgoed, door:

Alle Partijen kunnen, in onderlinge overeenstemming, financiële afspraken maken om de internationale samenwerking te vergemakkelijken.

HOOFDSTUK V. – SLOTBEPALINGEN

Artikel 18. – Ondertekening en inwerkingtreding
Artikel 19. – Toetreding

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.