Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden) en Mongolië betreffende de terug- en overname van onregelmatig verblijvende personen (met Uitvoeringsprotocol met Bijlagen)

Type Verdrag
Publication 2025-02-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, die krachtens de bepalingen van de op 11 april 1960 gesloten overeenkomst inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Beneluxgebied (de Benelux-Staten) gemeenschappelijk optreden, en Mongolië,

Hierna genoemd „de Partijen”;

Ernaar strevend om de vriendschappelijke betrekkingen tussen de Partijen te ontwikkelen en verder te versterken;

Ernaar strevend om de samenwerking tussen de Partijen te bevorderen en de onderlinge communicatie te verbeteren teneinde beter uitvoering te geven aan de wetgeving en regelgeving inzake personenverkeer;

Ernaar strevend om hun gezamenlijke wens strekkende tot het efficiënt bestrijden van de illegale immigratie van hun respectieve onderdanen te herbevestigen;

Herinnerend aan de internationaalrechtelijke verplichting tot terugname van eigen onderdanen, en met name artikel 12, lid 4, van het Internationale Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 16 december 1966;

Ernaar strevend om, op basis van wederkerigheid, de terugname van personen die onregelmatig op het grondgebied van een andere Partij zijn binnengekomen en/of verblijven te vergemakkelijken;

Bezorgd dat deze terugname snel en veilig moet plaatsvinden, volgens procedures die de menselijke waardigheid waarborgen;

Zijn het volgende overeengekomen:

DEEL I. DEFINITIES EN WERKINGSSFEER

Artikel 1. Definities en werkingssfeer

Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent:

DEEL II. TERUGNAMEPLICHTEN

Artikel 2. Terugname van eigen onderdanen
1.

Elke Partij neemt op verzoek van de andere Partij en zonder verdere formaliteiten, andere dan bedoeld in deze Overeenkomst, elke persoon op haar grondgebied terug die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de Verzoekende Staat, mits er kan worden aangetoond, of aannemelijk kan worden gemaakt op basis van een begin van bewijs, dat de persoon de nationaliteit van de Aangezochte Staat heeft.

2.

De terugnameplicht uit paragraaf 1 geldt ook voor een persoon die na binnenkomst op het grondgebied van de Verzoekende Staat in overeenstemming met de nationale wetgeving de nationaliteit van de Aangezochte Staat heeft verloren of er afstand van heeft gedaan, tenzij die persoon ten minste een naturalisatietoezegging van de Verzoekende Staat heeft ontvangen.

3.

Elke Partij neemt ook de volgende personen terug en over:

4.

Op verzoek van de Verzoekende Staat, en conform de bepalingen van artikel 5, vierde lid, verstrekt de Aangezochte Staat onverwijld de met het oog op de teruggeleiding van de terug te nemen personen vereiste reisdocumenten.

DEEL III. TERUGNAMEPROCEDURE

Artikel 3. Indiening van het verzoek om terugname
1.

Een verzoek om terugname op grond van artikel 2 wordt schriftelijk per officiële e-mail of ander elektronisch communicatiemiddel ingediend bij de bevoegde autoriteit van de Aangezochte Staat.

2.

Elk verzoek om terugname bevat de volgende inlichtingen:

3.

Er is geen terugnameverzoek vereist wanneer de terug te nemen persoon in het bezit is van een geldig reisdocument of geldige identiteitskaart.

4.

Indien de terug te nemen persoon zich in de internationale zone van een luchthaven van één der Partijen bevindt, kunnen de bevoegde autoriteiten een vereenvoudigde procedure overeenkomen.

Artikel 4. Bewijsmiddelen met betrekking tot eigen onderdanen
1.

Het bewijs van de nationaliteit overeenkomstig artikel 2 kan worden geleverd door middel van de documenten genoemd in het Uitvoeringsprotocol bij deze Overeenkomst. Indien dergelijke documenten worden overgelegd, erkennen de Partijen de nationaliteit zonder verdere formaliteiten.

2.

Het begin van bewijs van de nationaliteit overeenkomstig artikel 2 kan worden geleverd door middel van de documenten of elementen genoemd in het Uitvoeringsprotocol bij deze Overeenkomst. Indien dergelijke documenten of elementen worden overgelegd, nemen de Partijen de nationaliteit als vaststaand aan, tenzij de Aangezochte Staat het tegendeel kan bewijzen.

3.

Indien geen van de in het eerste en tweede lid van dit artikel genoemde documenten of elementen kan worden overgelegd, doch er naar de mening van de Verzoekende Staat een vermoeden bestaat met betrekking tot de nationaliteit van de terug te nemen persoon, treffen de bevoegde autoriteiten van de Aangezochte Staat de vereiste maatregelen om de nationaliteit van de betrokkene vast te stellen. Indien de Verzoekende partij het nodig acht, vindt er een gesprek met de betrokkene plaats teneinde onder meer op basis van de taal waarin de persoon zich uitdrukt, vast te stellen of het een eigen onderdaan betreft.

4.

Het in het derde lid van dit artikel vermelde gesprek wordt gevoerd door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de Aangezochte Staat, of een door de Verzoekende Staat uitgenodigde afvaardiging van de Aangezochte Staat, of door een andere in onderling overleg aangestelde deskundige.

Artikel 5. Termijnen
1.

Het verzoek om terugname van een eigen onderdaan van een Staat kan op ieder ogenblik door de bevoegde autoriteit van de Verzoekende Staat worden ingediend, wanneer is vastgesteld dat de betrokkene niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de Verzoekende Staat.

2.

Een verzoek om terugname wordt onverwijld en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van dertig (30) kalenderdagen beantwoord en elke afwijzing wordt gemotiveerd. Deze termijn begint te lopen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek om terugname. Na een met redenen omkleed verzoek van de Aangezochte Staat kan de termijn tot vijftien (15) kalenderdagen worden verlengd. Wanneer niet binnen deze termijn wordt geantwoord, wordt aangenomen dat met de overdracht wordt ingestemd.

3.

Nadat de instemming met het verzoek om terugname is gegeven, of nadat de termijn is verstreken, draagt de Verzoekende Staat de persoon met wiens terugname werd ingestemd onverwijld en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van zes (6) maanden over. Deze termijn kan op verzoek worden verlengd met de tijd die nodig is om de juridische of praktische belemmeringen op te heffen. De Aangezochte Staat neemt de persoon met wiens terugname werd ingestemd zonder verdere formaliteiten over of terug.

4.

Nadat de instemming met het verzoek om terugname is gegeven, verstrekt de Aangezochte Staat, op verzoek van de Verzoekende Staat, onverwijld, en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van vijf (5) werkdagen, het voor de terugkeer van de terug te nemen persoon noodzakelijke reisdocument op diens naam en met een geldigheidsduur van ten minste zes (6) maanden. Indien de betrokkene om juridische of andere redenen niet binnen de geldigheidstermijn van het oorspronkelijk afgegeven reisdocument kan worden overgedragen, verstrekt de Aangezochte Staat binnen vijf (5) werkdagen een nieuw reisdocument met eenzelfde geldigheidsduur.

Artikel 6. Overdrachtmodaliteiten en wijze van vervoer
1.

Voordat een persoon wordt overgedragen, stellen de bevoegde autoriteiten van de Verzoekende Staat de bevoegde autoriteiten van de Aangezochte Staat schriftelijk via officiële e-mail of ander elektronisch communicatiemiddel in kennis van de datum en de modaliteiten van de overdracht en het eventuele gebruik van begeleiders.

2.

De kennisgeving omtrent de overdracht bevat indien van toepassing tevens de volgende informatie:

3.

Overdrachten geschieden in de regel door de lucht, maar kunnen ook over land worden uitgevoerd. De overdracht per vliegtuig kan plaatsvinden met gebruikmaking van lijn- of chartervluchten.

Artikel 7. Onterechte terugname
1.

De Verzoekende Staat zal elke door de Aangezochte Staat teruggenomen persoon terugnemen als er binnen een periode van dertig (30) kalenderdagen na de overdracht wordt vastgesteld dat er niet wordt voldaan aan de vereisten uit hoofde van artikel 2.

2.

In de in het eerste lid vermelde gevallen zijn de procedurevoorschriften van deze Terug- en overnameovereenkomst van overeenkomstige toepassing en worden tevens alle beschikbare gegevens met betrekking tot de werkelijke identiteit en nationaliteit van de terug te nemen persoon meegedeeld.

DEEL IV. KOSTEN

Artikel 8. Kosten
1.

Onverminderd het recht van de bevoegde autoriteiten om de aan de terugname verbonden kosten van de terug te nemen persoon of van derden terug te vorderen, komen alle kosten ten laste van de Verzoekende Staat.

2.

De kosten in verband met de afgifte van een reisdocument komen ten laste van de Staat die het reisdocument afgeeft.

DEEL V. GEGEVENSBESCHERMING EN CLAUSULE VAN ONVERMINDERDE TOEPASSELIJKHEID

Artikel 9. Gegevensbescherming

Persoonsgegevens worden alleen verstrekt wanneer dit nodig is voor de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst. De verwerking en behandeling van persoonsgegevens door de bevoegde autoriteiten van de Partijen in een bepaald geval zijn onderworpen aan de wetgeving van Mongolië en, wanneer de verwerking en behandeling door een bevoegde autoriteit van een Benelux-Staat wordt uitgevoerd, aan de bepalingen van Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en van de krachtens deze Verordening vastgestelde nationale wetgeving. Daarnaast zijn de volgende beginselen van toepassing:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.