Verdrag van Ljubljana-Den Haag inzake internationale samenwerking bij de opsporing en vervolging van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven
Preambule
De staten die partij zijn bij dit Verdrag,
In herinnering brengend dat de internationale misdrijven waarop dit Verdrag van toepassing is, behoren tot de ernstigste misdrijven die de gehele internationale gemeenschap met zorg vervullen,
Benadrukkend dat de strijd tegen straffeloosheid van deze misdrijven essentieel is voor vrede, stabiliteit, rechtvaardigheid en de rechtstaat,
Onderstrepend dat staten primair verantwoordelijk zijn voor het onderzoeken van de internationale misdrijven waarop dit Verdrag van toepassing is en het vervolgen van de verdachten van de misdrijven in kwestie en dat zij daartoe alle noodzakelijke wetgevende en uitvoerende maatregelen dienen te treffen, hun bereidheid bevestigend de omstandigheden te bevorderen die staten in staat stellen deze primaire verantwoordelijkheid volledig op zich te nemen,
Strevend naar de ontwikkeling van het internationaal recht ter bestrijding van straffeloosheid van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en andere internationale misdrijven,
Opnieuw bevestigend de rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden van staten op grond van het internationaal recht, met inbegrip van het internationaal humanitair recht, het internationaal mensenrechtenrecht en het internationaal vluchtelingenrecht en het daarin vervatte beginsel van non-refoulement,
Erkennend de rechten van slachtoffers, getuigen en andere personen in relatie tot de internationale misdrijven waarop dit Verdrag van toepassing is, de cruciale rol die zij vervullen in de rechtspleging en de noodzaak hun fysiek en geestelijk welzijn te beschermen en een op overlevenden gerichte aanpak te hanteren alsmede toegang tot rechtsbescherming en genoegdoening, waaronder door middel van herstelrecht waar nodig,
Tevens erkennend het recht van verdachten op een eerlijke behandeling in alle fasen van het proces,
Opmerkend dat de opsporing en vervolging van deze internationale misdrijven vaak betrekking heeft op verdachten, getuigen, bewijsmateriaal of goederen zijn die zich buiten het grondgebied bevinden van de staat die uitvoering geeft aan de opsporing of vervolging,
Onderkennend dat de effectieve opsporing en vervolging van deze internationale misdrijven op het nationale niveau gewaarborgd dient te worden door internationale samenwerking te verbeteren,
Erkennend dat internationale strafrechtelijke samenwerking in overeenstemming met internationale verplichtingen en nationaal recht een hoeksteen vormt van de voortdurende inspanningen van staten in hun strijd tegen straffeloosheid, en de voortzetting en versterking aanmoedigend van dergelijke inspanningen op alle niveaus,
In herinnering brengend de beginselen van soevereine gelijkheid en territoriale integriteit van staten en het beginsel van non-interventie in de interne aangelegenheden van andere staten,
Met waardering kennis nemend van bestaand internationaal gewoonterecht en bepalingen ingevolge multilaterale instrumenten die gericht zijn op de strijd tegen straffeloosheid van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven, waaronder, inter alia, het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide, het Verdrag van Genève voor de verbetering van het lot der gewonden en zieken, zich bevindende bij de strijdkrachten te velde, het Verdrag van Genève voor de verbetering van het lot der gewonden, zieken en schipbreukelingen van de strijdkrachten ter zee, het Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, het Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, en de aanvullende protocollen daarbij, het Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict en de aanvullende protocollen daarbij, en het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof,
Indachtig het feit dat gedurende de 20e en 21e eeuw miljoenen mensen het slachtoffer zijn geweest van onvoorstelbare wreedheden die het geweten van de mensheid hevig schokken,
Vastbesloten op doeltreffender wijze de internationale misdrijven waarop dit Verdrag van toepassing is op te sporen en te vervolgen en erkennend de noodzaak het internationale juridische kader voor samenwerking daartoe te versterken,
Zijn het volgende overeengekomen:
DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Doel van het Verdrag
Het doel van dit Verdrag is het vergemakkelijken van de internationale strafrechtelijke samenwerking tussen staten die partij zijn met het oog op het versterken van de strijd tegen straffeloosheid voor genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en, waar van toepassing, andere internationale misdrijven.
Artikel 2. Reikwijdte van dit Verdrag
De staten die partij zijn passen dit Verdrag toe op de in artikel 5 vermelde misdrijven.
Elke staat mag, op het tijdstip van ondertekening, of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van, of toetreding tot dit Verdrag, of op een later tijdstip, door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de depositaris, verklaren dat hij dit Verdrag tevens zal toepassen op een of meer van de misdrijven die in een van de bijlagen bij dit Verdrag zijn opgesomd in relatie tot een andere staat die partij is die de depositaris ervan in kennis heeft gesteld dat hij dit Verdrag zal toepassen op hetzelfde misdrijf, zoals opgesomd in de relevante bijlage, die een integrerend onderdeel van dit Verdrag uitmaakt.
Artikel 3. Algemeen beginsel van interpretatie
Niets in dit Verdrag wordt zodanig uitgelegd dat daarmee, op welke wijze dan ook, een beperking zou worden aangebracht in of inbreuk zou worden gemaakt op bestaande of ontwikkelende regels van internationaal recht, met inbegrip van de definities van de misdrijven waarop dit Verdrag van toepassing is.
Artikel 4. Relatie met andere overeenkomsten
Niets in dit Verdrag belet staten die partij zijn die andere overeenkomsten hebben gesloten, of op enige andere wijze onderling betrekkingen tot stand hebben gebracht, ten aanzien van een onderwerp dat binnen de reikwijdte van dit Verdrag valt, dergelijke overeenkomsten toe te passen of hun betrekkingen dienovereenkomstig te onderhouden in plaats van middels dit Verdrag, indien dat hun samenwerking bevordert.
Artikel 5. Definities van internationale misdrijven
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder „genocide” elk van de volgende handelingen gepleegd met de bedoeling een nationale, etnische of godsdienstige groep, dan wel een groep behorend tot een bepaald ras, als zodanig geheel of gedeeltelijk te vernietigen:
- a. het doden van leden van de groep;
- b. het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep;
- c. het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden gericht op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging;
- d. het opleggen van maatregelen bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen;
- e. het onder dwang overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder „misdrijf tegen de menselijkheid” elk van de volgende handelingen, indien gepleegd als onderdeel van een wijdverbreide of stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, met kennis van de aanval:
- a. moord;
- b. uitroeiing;
- c. slavernij;
- d. deportatie of onder dwang overbrengen van bevolking;
- e. gevangenneming of andere ernstige beroving van de lichamelijke vrijheid in strijd met fundamentele regels van internationaal recht;
- f. marteling;
- g. verkrachting, seksuele slavernij, gedwongen prostitutie, gedwongen zwangerschap, gedwongen sterilisatie, of enige andere vorm van seksueel geweld van vergelijkbare ernst;
- h. vervolging van een identificeerbare groep of collectiviteit op politieke gronden, omdat deze tot een bepaald ras of een bepaalde nationaliteit behoort, op etnische, culturele of godsdienstige gronden, op grond van geslacht of op andere gronden die universeel zijn erkend als ontoelaatbaar krachtens internationaal recht, in verband met een in dit lid bedoelde handeling of enig ander misdrijf waarop dit Verdrag van toepassing is;
- i. gedwongen verdwijning van personen;
- j. apartheid;
- k. andere onmenselijke handelingen van vergelijkbare aard waardoor opzettelijk ernstig lijden of ernstig lichamelijk letsel of schade aan de geestelijke of lichamelijke gezondheid wordt veroorzaakt.
Voor de toepassing van het tweede lid:
- a. betekent „aanval gericht tegen een burgerbevolking” een wijze van optreden die met zich brengt het meermalen plegen van in het tweede lid bedoelde handelingen tegen een burgerbevolking ter uitvoering of voortzetting van het beleid van een staat of organisatie, dat het plegen van een dergelijke aanval tot doel heeft;
- b. omvat „uitroeiing” het opzettelijk opleggen van levensvoorwaarden, onder andere de onthouding van toegang tot voedsel en geneesmiddelen, gericht op de vernietiging van een deel van een bevolking;
- c. betekent „slavernij” de uitoefening op een persoon van een of alle bevoegdheden verbonden aan het recht van eigendom, met inbegrip van de uitoefening van dergelijke bevoegdheid bij mensenhandel, in het bijzonder handel in vrouwen en kinderen;
- d. betekent „deportatie of onder dwang overbrengen van bevolking” het onder dwang verplaatsen van personen door verdrijving of andere dwangmaatregelen uit het gebied waarin zij zich rechtmatig bevinden zonder dat daartoe krachtens internationaal recht gronden zijn;
- e. betekent „marteling” het opzettelijk veroorzaken van ernstige pijn of ernstig lijden, hetzij lichamelijk, hetzij geestelijk, bij een persoon die zich in gevangenschap of in de macht bevindt van degene die beschuldigd wordt, met dien verstande dat onder marteling niet wordt verstaan pijn of lijden dat louter het gevolg is van, inherent is aan of samenhangt met rechtmatige sancties;
- f. betekent „gedwongen zwangerschap” de onrechtmatige gevangenschap van een vrouw die onder dwang zwanger is gemaakt, met de opzet de etnische samenstelling van een bevolking te beïnvloeden of andere ernstige schendingen van internationaal recht te plegen. Deze definitie mag in geen geval worden uitgelegd als een aantasting van nationale wetgeving met betrekking tot zwangerschap;
- g. betekent „vervolging” het opzettelijk en in ernstige mate ontnemen van fundamentele rechten in strijd met het internationaal recht op grond van de identiteit van de groep of collectiviteit;
- h. betekent „apartheid” onmenselijke handelingen van een vergelijkbare aard als de in het tweede lid bedoelde handelingen, gepleegd in het kader van een geïnstitutionaliseerd regime van systematische onderdrukking en overheersing door een groep van een bepaald ras van een of meer groepen van een ander ras en begaan met de opzet dat regime in stand te houden;
- i. betekent „gedwongen verdwijning van personen” het arresteren, gevangen houden of afvoeren van personen door of met de machtiging, ondersteuning of bewilliging van een staat of politieke organisatie, gevolgd door een weigering een dergelijke vrijheidsontneming te erkennen of informatie te verstrekken over het lot of de verblijfplaats van die personen, met de opzet hen langdurig buiten de bescherming van de wet te plaatsen.
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder „oorlogsmisdrijven”:
- a. ernstige inbreuken op de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, namelijk een van de volgende handelingen tegen personen of goederen die ingevolge de bepalingen van het desbetreffende Verdrag van Genève zijn beschermd:
- i. opzettelijk doden;
- ii. marteling of onmenselijke behandeling, met inbegrip van biologische experimenten;
- iii. opzettelijk veroorzaken van ernstig lijden, zwaar lichamelijk letsel of ernstige schade aan de gezondheid;
- iv. grootschalige wederrechtelijke en moedwillige vernietiging en toe-eigening van goederen zonder militaire noodzaak;
- v. een krijgsgevangene of andere beschermde persoon dwingen dienst te nemen bij de strijdkrachten van een vijandige mogendheid;
- vi. een krijgsgevangene of andere beschermde persoon opzettelijk het recht op een eerlijke en rechtmatige berechting onthouden;
- vii. onrechtmatige deportatie of verplaatsing of onrechtmatige opsluiting;
- viii. gijzelneming;
- b. andere ernstige schendingen van de wetten en gebruiken die toepasselijk zijn in een internationaal gewapend conflict binnen het gevestigde kader van het internationaal recht, namelijk een van de volgende handelingen:
- i. opzettelijk aanvallen richten op de burgerbevolking als zodanig of op individuele burgers die niet rechtstreeks aan vijandelijkheden deelnemen;
- ii. opzettelijk aanvallen richten op burgerobjecten, dat wil zeggen objecten die geen militair doel zijn;
- iii. opzettelijk aanvallen richten op personeel, installaties, materieel, eenheden of voertuigen betrokken bij humanitaire hulpverlening of vredesmissies overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties, zolang deze recht hebben op de bescherming die aan burgers of burgerobjecten wordt verleend krachtens het internationaal recht inzake gewapende conflicten;
- iv. opzettelijk een aanval inzetten in de wetenschap dat een dergelijke aanval bijkomstige verliezen aan levens of letsel onder burgers zal veroorzaken of schade aan burgerobjecten of omvangrijke, langdurige en ernstige schade aan het milieu zal aanrichten, die duidelijk buitensporig zou zijn in verhouding tot het te verwachten concrete en directe algehele militaire voordeel;
- v. aanvallen of bombarderen met wat voor middelen ook van steden, dorpen, woningen of gebouwen, die niet worden verdedigd en geen militair doelwit zijn;
- vi. een combattant doden of verwonden die zijn of haar wapens heeft neergelegd of zich niet meer kan verdedigen, en zich onvoorwaardelijk heeft overgegeven;
- vii. op ongepaste wijze gebruik maken van een witte vlag, van de vlag of militaire onderscheidingstekens en uniform van de vijand of van de Verenigde Naties, alsmede van emblemen van de Verdragen van Genève, de dood of ernstig lichamelijk letsel ten gevolge hebbende;
- viii. rechtstreekse of indirecte verplaatsing door de bezettende mogendheid van delen van haar eigen burgerbevolking naar het bezette grondgebied, of de deportatie of het verplaatsen van de gehele of een deel van de bevolking van het bezette grondgebied binnen dat grondgebied of daarbuiten;
- ix. opzettelijk aanvallen richten op gebouwen bestemd voor godsdienst, onderwijs, kunst, wetenschap of charitatieve doeleinden, historische monumenten, ziekenhuizen en plaatsen waar zieken en gewonden worden samengebracht, mits deze geen militair doelwit zijn;
- x. personen die zich in de macht van een tegenpartij bevinden, onderwerpen aan lichamelijke verminking of medische of wetenschappelijke experimenten van welke aard ook, die niet worden gerechtvaardigd door de geneeskundige of tandheelkundige behandeling van de betrokken persoon of door diens behandeling in het ziekenhuis noch in zijn of haar belang worden uitgevoerd, en die de dood ten gevolge hebben of de gezondheid van die persoon of personen ernstig in gevaar brengen;
- xi. op verraderlijke wijze doden of verwonden van personen die behoren tot de vijandige natie of het vijandige leger;
- xii. verklaren dat geen kwartier zal worden verleend;
- xiii. vernietiging of inbeslagneming van goederen van de vijand tenzij deze vernietiging of inbeslagneming dringend vereist is als gevolg van dwingende oorlogsomstandigheden;
- xiv. verklaren dat de rechten en handelingen van onderdanen van de vijandelijke partij vervallen, geschorst of in rechte niet-ontvankelijk zijn;
- xv. onderdanen van de vijandige partij dwingen deel te nemen aan oorlogshandelingen gericht tegen hun eigen land, ook als zij voor de aanvang van de oorlog in dienst van de oorlogvoerende partij waren;
- xvi. een stad of plaats plunderen, ook wanneer deze bij een aanval wordt ingenomen;
- xvii. gebruik van gif of giftige wapens;
- xviii. gebruik van verstikkende, giftige of andere gassen en overige soortgelijke vloeistoffen, materialen of apparaten;
- xix. gebruik van kogels die in het menselijk lichaam gemakkelijk in omvang toenemen of platter en breder worden, zoals kogels met een harde mantel die de kern gedeeltelijk onbedekt laat of voorzien is van inkepingen;
- xx. wandaden begaan tegen de persoonlijke waardigheid, in het bijzonder vernederende en onterende behandeling;
- xxi. verkrachting, seksuele slavernij, gedwongen prostitutie, gedwongen zwangerschap zoals gedefinieerd in het derde lid, onderdeel f, gedwongen sterilisatie of elke andere vorm van seksueel geweld die eveneens een ernstige inbreuk op de Verdragen van Genève oplevert;
- xxii. gebruikmaken van de aanwezigheid van een burger of een andere beschermde persoon teneinde bepaalde punten, gebieden of strijdkrachten te vrijwaren van militaire operaties;
- xxiii. opzettelijk aanvallen richten op gebouwen, materieel, medische eenheden en transport, alsmede personeel dat gebruik maakt van de emblemen van de Verdragen van Genève overeenkomstig internationaal recht;
- xxiv. opzettelijk gebruikmaken van uithongering van burgers als methode van oorlogvoering door hun voorwerpen te onthouden die onontbeerlijk zijn voor hun overleving, waaronder het opzettelijk belemmeren van de aanvoer van hulpgoederen zoals voorzien in de Verdragen van Genève;
- xxv. kinderen beneden de leeftijd van vijftien jaar bij de nationale strijdkrachten onder de wapenen roepen of in militaire dienst nemen dan wel hen gebruiken voor actieve deelname aan vijandelijkheden;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.