Uitvoeringsovereenkomst betreffende de samenwerking, begeleiding en ondersteuning in het kader van de opdrachten in toepassing van de vreemdelingenwetgevingen op het grondgebied van de Benelux-landen

Type Verdrag
Publication 2023-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk België,

Het Groothertogdom Luxemburg,

Het Koninkrijk der Nederlanden

hierna genoemd „de Verdragsluitende Partijen”,

Gelet op artikel 62, tweede lid, van het Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake politiesamenwerking, gedaan te Brussel op 23 juli 2018 (hierna: „Politieverdrag”),

Overwegende dat de verschillende specifieke modaliteiten van uitvoering met betrekking tot het vervoer en de begeleiding van personen in het kader van de toepassing van de vreemdelingenwetgeving dienen te worden bepaald overeenkomstig artikel 25, vierde lid, van het Politieverdrag,

Overwegende dat de procedures als bedoeld in de Uitvoeringsafspraak betreffende de samenwerking, begeleiding en ondersteuning bij repatriëringsmaatregelen over het grondgebied van de Benelux-landen, gedaan te Brussel op 16 juni 2016, daar het geëigende uitgangspunt voor vormen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Doel
1.

Deze Uitvoeringsovereenkomst heeft ten doel de verschillende specifieke modaliteiten van uitvoering met betrekking tot het vervoer en de begeleiding van personen in het kader van de toepassing van de vreemdelingenwetgeving als bedoeld in artikel 25, vierde lid, van het Politieverdrag, vast te leggen. Deze uitvoeringsmodaliteiten betreffen de samenwerking tussen de Benelux-landen inzake het vervoer, de begeleiding en de ondersteuning in het kader van de opdrachten in toepassing van de vreemdelingenwetgeving.

2.

Deze Uitvoeringsovereenkomst laat onverlet het besluitvormingsproces inzake de overname of repatriëring van de betrokken persoon, alsmede de opportuniteitsbeoordeling om tot een vervoer over te gaan. Deze beslissingen vinden plaats op basis van andere rechtsinstrumenten.

Artikel 2. Definities

Voor de toepassing van deze Uitvoeringsovereenkomst wordt verstaan onder:

Artikel 3. Administratieve organisatie
1.

Informatie-uitwisseling of besluitvorming ter uitvoering van deze Uitvoeringsovereenkomst geschiedt uitsluitend tussen en door de ter zake bevoegde autoriteiten en diensten.

2.

Elke Verdragsluitende Partij stelt de andere Verdragsluitende Partijen schriftelijk in kennis van de contactgegevens van de door die Verdragsluitende Partij voor de uitvoering van deze Uitvoeringsovereenkomst aangewezen bevoegde autoriteiten en diensten, alsook van elke wijziging dienaangaande.

3.

Bij de in het tweede lid bedoelde kennisgeving, geven de Verdragsluitende Partijen aan welke van de aangewezen bevoegde diensten instaan voor:

Artikel 4. Procedure voor onderdanen van derde landen
1.

In geval van vervoer en begeleiding zoals bedoeld in artikel 2, vraagt de bevoegde autoriteit van de staat van oorsprong door middel van het formulier in bijlage A het voorgenomen vervoer en begeleiding bij de staat van bestemming aan. Deze aanvraag geschiedt in beginsel uiterlijk 48 uur voor het voorgenomen vervoer en de bevoegde autoriteit van de staat van bestemming geeft onverwijld en in ieder geval binnen 24 uur hierop haar toestemming. Indien de bevoegde autoriteit van de staat van bestemming de toestemming niet verleent, voert de bevoegde dienst van de staat van bestemming het vervoer en de begeleiding zelf uit vanaf de staat van oorsprong, tenzij zij gegronde redenen heeft om anders te besluiten.

2.

De bevoegde dienst van de zendstaat, verantwoordelijk voor de begeleiding, brengt onverwijld en in beginsel uiterlijk 24 uur voor het voorgenomen vervoer de bevoegde dienst van de gaststaat, verantwoordelijk voor de ondersteuning, op de hoogte van bovengenoemde toestemming. Zij gebruikt daarvoor het formulier in bijlage B. In dit formulier vermeldt de bevoegde dienst van de zendstaat, verantwoordelijk voor de begeleiding, de modaliteiten van het gewenste vervoer, inclusief het voorgenomen tijdstip van de overdracht en met inbegrip van de eventuele aanwezigheid van een verhoogd risico zoals bepaald in artikel 6. De bevoegde dienst van de gaststaat, verantwoordelijk voor de ondersteuning, zendt onverwijld haar antwoord, met inbegrip van de voorgenomen plaats van overdracht.

3.

In beginsel voeren de bevoegde diensten van de staat van oorsprong het vervoer uit. Wensen de bevoegde diensten van de staat van bestemming echter zelf het vervoer uit te voeren, dan nemen zij daartoe contact op met de bevoegde diensten van de staat van oorsprong. Desgevallend wordt de procedure bedoeld in het tweede lid opnieuw gevolgd.

4.

Ingeval er tussen de bevoegde diensten geen overeenstemming is omtrent de uitvoeringsmodaliteiten van het vervoer of het tijdstip en de plaats van de overdracht, treden de genoemde bevoegde diensten onverwijld met elkaar in contact teneinde een voorspoedig verloop van het vervoer te verzekeren. Indien problemen een uitstel van het vervoer vergen, nemen de bevoegde diensten contact op met de bevoegde autoriteiten, om gezamenlijk tot een oplossing te komen. Indien er tot een oplossing wordt gekomen, volgen de bevoegde diensten de procedure bedoeld in het tweede lid.

5.

Bij de uitvoering van het vervoer is elk betrokken voertuig van de zendstaat voorzien van kopieën van beide in de bijlage opgenomen formulieren A en B, alsook van de respectievelijke toestemmingen in antwoord daarop.

6.

In beginsel vinden overdrachten van onderdanen van derde landen in het kader van de uitvoering van de Dublinverordening n° 604/2013 en overdrachten van vreemdelingen op basis van Beschikking M/P (67) 1 van de Ministeriele Werkgroep voor het Personenverkeer van de Benelux Economische Unie betreffende de verwijdering en de overname van personen, plaats op een overheidslocatie binnen een gebied van 20 kilometer van de landsgrens van de gaststaat. De locatie van overdracht wordt bepaald na afstemming tussen de betrokken Benelux-landen, waarbij de definitieve vaststelling voor het aanwijzen van een locatie ligt bij de bevoegde autoriteit van de gaststaat. In voorkomende gevallen kan besloten worden tot overdracht op een andere locatie, waarbij de definitieve vaststelling voor het aanwijzen van een locatie ligt bij de bevoegde diensten van de gaststaat.

Artikel 5. Procedure voor onderdanen van een Benelux-land
1.

Overeenkomstig de op hun van toepassing zijnde bepalingen, worden onderdanen van een Benelux-land enkel teruggebracht naar het land waarvan zij de nationaliteit bezitten indien een krachtens die bepalingen toegelaten reden een dergelijke verwijdering verantwoordt en er een overeenkomstig die bepalingen uitvoerbare terugkeerbeslissing ten aanzien van deze onderdanen bestaat.

2.

De staat van bestemming wordt door de daartoe bevoegde dienst van de staat van oorsprong op de hoogte gesteld van de persoonsgegevens van de betrokken onderdaan van een Benelux-land en van de datum en de plaats van de voorgenomen verwijdering. Deze mededeling geschiedt in beginsel uiterlijk 48 uur voor de voorgenomen verwijdering en de staat van oorsprong gebruikt daarvoor het formulier in bijlage B. In dit formulier vermeldt de bevoegde dienst van de staat van oorsprong, verantwoordelijk voor de begeleiding, de modaliteiten van het gewenste vervoer, inclusief het voorgenomen tijdstip van de verwijdering en de eventuele mogelijkheid van een verhoogd risico zoals voorgeschreven in artikel 6.

3.

De bevoegde dienst van de staat van bestemming kan aan de bevoegde dienst van de staat van oorsprong laten weten dat zij een gecontroleerde overdracht van de te verwijderen persoon wenst, via het formulier in bijlage B. Indien de bevoegde dienst van de staat van bestemming dit niet aangeeft, mag de staat van oorsprong er voor de uitvoering van deze verwijdering van uitgaan dat deze persoon zich vrij op het grondgebied van de staat van bestemming mag bewegen.

4.

In beginsel voeren de bevoegde diensten van de staat van oorsprong het vervoer met het oog op de voorgenomen verwijdering zelf uit. Ingeval de eerste volzin van lid 3 van dit artikel van toepassing is, nemen de bevoegde diensten van de staat van bestemming daartoe contact op met de bevoegde diensten van de staat van oorsprong. Desgevallend wordt de procedure bedoeld in het tweede lid opnieuw gevolgd.

5.

Ingeval de bevoegde dienst van de staat van bestemming overeenkomstig het derde lid van dit artikel aan de bevoegde dienst van de staat van oorsprong meedeelt dat hij een gecontroleerde overdracht wenst, wordt gehandeld overeenkomstig de volgende procedure:

6.

Indien geen gecontroleerde overdracht als bedoeld in het derde lid plaatsvindt, geldt het volgende:

Artikel 6. Bijzondere uitvoeringsvoorwaarden voor vervoer met een verhoogd risico
1.

Bij het vervoer van een onderdaan van een derde land of een gecontroleerde overdracht van een onderdaan van een Benelux-land die mogelijk een verhoogd risico vormen voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid, brengen de bevoegde diensten elkaar zo spoedig mogelijk van dat risico op de hoogte, bij het verzenden van de in bijlage A en B opgenomen formulieren en het antwoord daarop.

2.

In dergelijk geval stelt de bevoegde dienst van de gaststaat de voorwaarden vast, overeenkomstig de praktische afspraken die de bevoegde diensten van de gaststaat en de zendstaat dienaangaande hebben gemaakt in uitvoering van artikel 25, vijfde lid, van het Politieverdrag.

3.

Onder bovengenoemde voorwaarden wordt eventueel begrepen de ondersteuning van het vervoer door de bevoegde dienst van de gaststaat, verantwoordelijk voor de ondersteuning.

Artikel 7. Uiterlijke herkenbaarheid

Gelet op artikel 44, vierde lid, van het Politieverdrag, kunnen de ambtenaren van de zendstaat in burger optreden en anonieme dienstvoertuigen gebruiken.

Artikel 8. Uitrusting, wapens en munitie
1.

De ambtenaren van de zendstaat mogen wapens en munitie dragen in overeenstemming met artikel 39 van het Politieverdrag, en zij mogen deze gebruiken in overeenstemming met de artikelen 40 en 41 van het Politieverdrag.

2.

Daarnaast mogen de ambtenaren van de zendstaat hun gewone uitrusting, inclusief boeimiddelen, dragen, voor zover deze niet als wapens en munitie worden beschouwd overeenkomstig de wet- en regelgeving van de gaststaat. Zij mogen deze uitrusting gebruiken in overeenstemming met de artikelen 40 en 41 van het Politieverdrag.

Artikel 9. Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid
1.

De zendstaat blijft verantwoordelijk voor de onderdaan van het derde land in kwestie en neemt de onderdaan van het derde land onvoorwaardelijk en zonder formaliteiten terug, indien deze zich tijdens de uitvoering van het vervoer aan het toezicht van zijn begeleiders onttrekt en vervolgens op het grondgebied van de gaststaat wordt aangetroffen zonder in het bezit te zijn van de vereiste documenten en zonder dat het bewijs kan worden geleverd dat de betrokkene het grondgebied van de Benelux heeft verlaten.

2.

De kosten in verband met het vervoer komen ten laste van de zendstaat.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.