Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2023-11-15
State In force
Source BWB
artikelen 290
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

de Europese Unie, hierna „de EU” genoemd,

en

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

Partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten van de Europese Unie” genoemd,

en

De Europese Unie,

hierna gezamenlijk de „EU” genoemd,

enerzijds, en

De Republiek Angola,

Antigua en Barbuda,

Het Gemenebest van de Bahama’s,

Barbados,

Belize,

De Republiek Benin,

De Republiek Botswana,

Burkina Faso,

De Republiek Burundi,

De Republiek Kaapverdië,

De Republiek Kameroen,

De Centraal-Afrikaanse Republiek,

De Republiek Tsjaad,

De Unie Der Comoren,

De Republiek Congo,

De Cookeilanden,

De Republiek Ivoorkust,

De Democratische Republiek Congo,

De Republiek Djibouti,

Het Gemenebest Dominica,

De Dominicaanse Republiek,

De Staat Eritrea,

Het Koninkrijk Eswatini,

De Federale Democratische Republiek Ethiopië,

De Republiek Fiji,

De Republiek Gabon,

De Republiek Gambia,

De Republiek Ghana,

Grenada,

De Republiek Guinee,

De Republiek Guinee-Bissau,

De Coöperatieve Republiek Guyana,

De Republiek Haïti,

Jamaica,

De Republiek Kenia,

De Republiek Kiribati,

Het Koninkrijk Lesotho,

De Republiek Liberia,

De Republiek Madagaskar,

De Republiek Malawi,

De Republiek der Maldiven,

De Republiek Mali,

De Republiek der Marshalleilanden,

De Islamitische Republiek Mauritanië,

De Republiek Mauritius,

De Federale Staten Van Micronesia,

De Republiek Mozambique,

De Republiek Namibië,

De Republiek Nauru,

De Republiek Niger,

De Federale Republiek Nigeria,

Niue,

De Republiek Palau,

De Onafhankelijke Staat Papoea-Nieuw-Guinea,

De Republiek Rwanda,

De Federatie van Saint Kitts en Nevis,

Saint Lucia,

Saint Vincent en de Grenadines,

De Onafhankelijke Staat Samoa,

De Democratische Republiek Sao Tomé en Principe,

De Republiek Senegal,

De Republiek der Seychellen,

De Republiek Sierra Leone,

Salomonseilanden,

De Federale Republiek Somalië,

De Republiek Sudan,

De Republiek Suriname,

De Verenigde Republiek Tanzania,

De Democratische Republiek Oost-Timor,

De Republiek Togo,

Het Koninkrijk Tonga,

De Republiek Trinidad en Tobago,

Tuvalu,

De Republiek Uganda,

De Republiek Vanuatu,

De Republiek Zambia,

De Republiek Zimbabwe,

leden van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (OACPS), hierna de „OACPS-leden” genoemd, anderzijds,

hierna gezamenlijk de „Partijen” genoemd,

Gezien de herziene Overeenkomst van Georgetown tot oprichting van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, anderzijds;

Gezien hun sterke banden en de nauwe politieke, economische en culturele betrekkingen die hen verenigen;

Opnieuw bevestigend dat zij gehecht zijn aan de op regels gebaseerde wereldorde, met multilateralisme als basisbeginsel en de Verenigde Naties als kern;

Bevestigend dat zij zich inzetten voor duurzame ontwikkeling in overeenstemming met de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling;

Het belang benadrukkend van een regelmatige dialoog over onderwerpen van wederzijds belang op alle relevante niveaus;

Opnieuw bevestigend dat zij zich inzetten om hun partnerschap te consolideren door acties in internationale fora te coördineren op basis van gemeenschappelijke belangen, gedeelde waarden en wederzijds respect, en zich bewust van hun vermogen om wereldwijde resultaten te bewerkstelligen wanneer zij gezamenlijk optreden;

Bevestigend dat zij sterk gehecht zijn aan de democratische beginselen en de rechten van de mens, vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere toepasselijke internationale mensenrechteninstrumenten, alsmede aan de beginselen van de rechtsstaat en goed bestuur;

Herinnerend aan hun sterke wil om vrede en veiligheid te bevorderen en aan hun internationale verplichtingen inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens, alsmede aan hun vastberadenheid om de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan, te voorkomen en te vervolgen;

Opnieuw bevestigend dat zij zich inzetten om de samenwerking tussen verschillende belanghebbenden te bevorderen ter ondersteuning van de verwezenlijking van duurzame ontwikkeling, daarbij rekening houdend met de verschillende rollen van de diverse belanghebbenden en er tegelijkertijd voor zorgend dat iedereen handelt binnen het kader van de rechtsstaat;

Benadrukkend dat de wereldwijde milieuproblemen dringend moeten worden aangepakt, alsook het belang benadrukkend van de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering en van de dringende noodzaak om stabiele en duurzame koolstofarme economieën en samenlevingen op te bouwen die klimaatveerkrachtig zijn, en om vorderingen te maken met de verwezenlijking van de gemeenschappelijke doelstellingen op het gebied van milieu, klimaatverandering en hernieuwbare energie;

Het belang erkennend van structurele economische omschakeling voor het bereiken van inclusieve en duurzame economische groei en ontwikkeling;

Herinnerend aan hun gehechtheid aan de beginselen en regels die van toepassing zijn op de internationale handel, met name die welke in de Wereldhandelsorganisatie zijn overeengekomen;

Herinnerend aan hun verbintenis de arbeidsrechten te eerbiedigen, rekening houdend met de beginselen die zijn neergelegd in de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie;

Erkennend dat wetenschap, technologie, onderzoek en innovatie een belangrijke rol spelen bij het versnellen van de overgang naar kennismaatschappijen, die wordt gefaciliteerd door de inzet van digitale instrumenten voor het bereiken van duurzame ontwikkeling;

Herinnerend aan hun inzet om menselijke en sociale ontwikkeling te bevorderen, armoede uit te bannen en discriminatie en ongelijkheid te bestrijden, waarbij niemand aan zijn lot wordt overgelaten;

Erkennend dat demografische verschuivingen, in combinatie met economische, sociale en ecologische veranderingen, kansen bieden, maar ook een bedreiging vormen voor duurzame ontwikkeling;

Opnieuw verklarend dat gendergelijkheid en de versterking van de positie van vrouwen en meisjes essentieel zijn voor het tot stand brengen van inclusieve en duurzame ontwikkeling;

Zich bewust van de belangrijke rol van jongeren om de toekomst vorm te geven en bij te dragen aan duurzame ontwikkeling;

Opnieuw bevestigend dat zij zich inzetten voor de bevordering van een mensgericht partnerschap en de intensivering van intermenselijke contacten, onder meer door middel van samenwerking en uitwisselingen op het gebied van wetenschap, technologie, innovatie, onderwijs en cultuur;

Opnieuw bevestigend dat zij zich inzetten om de samenwerking en dialoog op het gebied van migratie en mobiliteit te intensiveren;

Zich bewust van de toenemende risico’s die worden veroorzaakt door natuurrampen en economische en andere exogene schokken, waaronder pandemieën;

Bevestigend dat zij bereid zijn samen te werken ter ondersteuning van regionale en continentale integratie, met name met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van de Agenda 2063 van de Afrikaanse Unie en van de integratie- en samenwerkingskaders van het Caribisch gebied en de Stille Oceaan;

Herinnerend aan de beginselen van beleidscoherentie voor ontwikkeling en doeltreffendheid van ontwikkelingshulp, alsmede aan de beginselen van de actieagenda van Addis Abeba;

Gezien de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds , zoals laatstelijk gewijzigd (de „Overeenkomst van Cotonou”),

Zijn het volgende overeengekomen:

DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Doelstellingen

1.

De Europese Unie en haar lidstaten, hierna de „EU” genoemd, enerzijds, en de leden van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (OACPS), anderzijds, hierna gezamenlijk de „Partijen” genoemd, komen hierbij overeen deze Overeenkomst te sluiten waarbij een versterkt politiek partnerschap tot stand wordt gebracht om gunstige resultaten te bereiken met betrekking tot gemeenschappelijke en onderling samenhangende belangen en in overeenstemming met hun gedeelde waarden.

2.

Deze Overeenkomst zal bijdragen tot de verwezenlijking van de duurzame- ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de Verenigde Naties (VN), met de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, die op 25 september 2015 werd goedgekeurd op de VN-wereldtop inzake duurzame ontwikkeling te New York (de „Agenda 2030”), en de Overeenkomst van Parijs die is aangenomen in het kader van het VN-Raamverdrag inzake klimaatverandering, gedaan te Parijs op 12 december 2015 (de „Overeenkomst van Parijs”) als de bredere kaders waarbinnen het partnerschap in het kader van deze Overeenkomst zijn beslag krijgt.

3.

Deze Overeenkomst heeft tot doel:

  • a. de mensenrechten, de democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur te bevorderen, te beschermen en te behartigen, met bijzondere aandacht voor gendergelijkheid;
  • b. vreedzame en veerkrachtige staten en samenlevingen op te bouwen en bestaande en opkomende bedreigingen voor vrede en veiligheid aan te pakken;
  • c. menselijke en sociale ontwikkeling te bevorderen, en met name armoede uit te bannen en ongelijkheden aan te pakken, door ervoor te zorgen dat iedereen een waardig leven kan leiden en niemand aan zijn lot wordt overgelaten, met bijzondere aandacht voor vrouwen en meisjes;
  • d. investeringen te mobiliseren, de handel te ondersteunen en de ontwikkeling van de private sector te bevorderen, met het oog op duurzame en inclusieve groei en fatsoenlijke banen voor iedereen;
  • e. de klimaatverandering te bestrijden, het milieu te beschermen en te zorgen voor een duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen, en
  • f. een brede en evenwichtige aanpak van migratie in de praktijk te brengen, om de vruchten te plukken van veilige, ordelijke en reguliere migratie en mobiliteit, irreguliere migratie te beteugelen en tegelijkertijd de onderliggende oorzaken ervan aan te pakken, met volledige inachtneming van het internationaal recht en in overeenstemming met de respectieve bevoegdheden van de Partijen.
4.

De partnerschapsdialoog en maatregelen die op de specifieke kenmerken van de Partijen zijn afgestemd, zijn de belangrijkste instrumenten om de doelstellingen van deze Overeenkomst te verwezenlijken.

5.

Deze Overeenkomst vergemakkelijkt de vaststelling van gemeenschappelijke standpunten door de Partijen op het internationale toneel en versterkt de partnerschappen ter bevordering van multilateralisme en de op regels gebaseerde internationale orde, met als doel wereldwijde actie vooruit te helpen.

Artikel 2. Beginselen

1.

De Partijen streven de doelstellingen van deze Overeenkomst na in een geest van gedeelde verantwoordelijkheid, solidariteit, wederkerigheid, wederzijds respect en verantwoordingsplicht.

2.

De Partijen bevestigen opnieuw dat zij zich ertoe verbinden vriendschappelijke betrekkingen tussen naties te ontwikkelen, op basis van de eerbiediging van het beginsel van soevereine gelijkheid tussen alle staten, en af te zien van bedreiging van of gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van enige staat, en van elke andere handelwijze die onverenigbaar is met het Handvest van de Verenigde Naties (het „VN-Handvest”).

3.

De Partijen komen overeen elk Regionaal Protocol overeenkomstig de in het algemene deel overeengekomen algemene beginselen uit te voeren, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de regio’s. Zij komen tevens overeen de maatregelen af te stemmen op de verschillende behoeften van de minst ontwikkelde landen, niet aan zee grenzende landen, kleine eilandstaten in ontwikkeling en laaggelegen kuststaten, rekening houdend met de uiteenlopende problemen waarmee deze worden geconfronteerd.

4.

De Partijen nemen besluiten en maatregelen op het meest passende binnenlandse, regionale of meerlandenniveau.

5.

De Partijen behartigen stelselmatig een genderperspectief en zorgen ervoor dat gendergelijkheid in alle beleidsmaatregelen wordt geïntegreerd.

6.

De Partijen hanteren een geïntegreerde aanpak van hun samenwerking die politieke, economische, sociale, ecologische en culturele elementen omvat.

7.

De Partijen intensiveren hun inspanningen ter bevordering van regionale integratie en samenwerking om veiligheidskwesties zo goed mogelijk te beheren, de economische voordelen van de globalisering te benutten en in voorkomend geval transnationale problemen aan te pakken en transnationale kansen te benutten.

8.

De Partijen streven een multistakeholderbenadering na, zodat een brede waaier van actoren, waaronder parlementen, lokale overheden, het maatschappelijk middenveld en de private sector, actief bij de partnerschapsdialoog en samenwerking kan worden betrokken.

9.

De samenwerking binnen regionale formele en ad-hocoverlegstructuren kan worden voortgezet om de doelstellingen van het partnerschap in het kader van deze Overeenkomst op een meer doeltreffende en doelmatige manier te verwezenlijken. De Partijen kunnen tevens bepalingen en flexibele procedures overeenkomen aan de hand waarvan de belanghebbende Partijen de dialoog en samenwerking op het gebied van specifieke thematische en interregionale kwesties kunnen verdiepen.

Artikel 3. Partnerschapsdialoog

1.

De Partijen voeren een regelmatige, evenwichtige, brede en inhoudelijke partnerschapsdialoog over alle terreinen waarop deze Overeenkomst betrekking heeft, met de bedoeling aan beide zijden tot verbintenissen en, in voorkomend geval, maatregelen te komen met het oog op de doeltreffende uitvoering van de Overeenkomst.

2.

De Partijen komen overeen dat de partnerschapsdialoog tot doel moet hebben informatie uit te wisselen, wederzijds begrip te bevorderen en de bepaling van overeengekomen prioriteiten en de opstelling van gezamenlijke agenda’s op nationaal, regionaal en internationaal niveau te vergemakkelijken. Zij werken samen en stemmen hun werkzaamheden op elkaar af op het gebied van onderwerpen van gemeenschappelijk belang en nieuwe vraagstukken in internationale contexten.

3.

De Partijen komen overeen dat de partnerschapsdialoog op een flexibele en op maat gesneden wijze moet worden gevoerd, regelmatig moet plaatsvinden in een passend formaat en op het meest passende binnenlandse, regionale of meerlandenniveau, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel, en alle mogelijke kanalen ten volle moet benutten, ook in regionale en internationale contexten. Zij komen overeen de doeltreffendheid van de partnerschapsdialoog te monitoren en te evalueren en het toepassingsgebied ervan waar nodig aan te passen.

4.

De Partijen komen overeen dat de parlementen en, in voorkomend geval, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en de private sector naar behoren moeten worden geïnformeerd, geraadpleegd en in staat gesteld een bijdrage te leveren aan de partnerschapsdialoog. Regionale en continentale organisaties worden waar passend bij de partnerschapsdialoog betrokken.

Artikel 4. Beleidscoherentie

1.

De Partijen streven ernaar samenhangende beleidsmaatregelen te nemen op nationaal, regionaal en internationaal niveau met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst, door middel van een gerichte, strategische en op partnerschap berustende aanpak.

2.

De partijen bevorderen apart en gezamenlijk synergieën tussen beleidsmaatregelen om eventuele negatieve effecten van hun beleid op de andere Partijen te voorkomen of tot een minimum te beperken. De partijen verbinden zich ertoe de andere Partijen op de hoogte te stellen van en, in voorkomend geval, met hen overleg te plegen over initiatieven en maatregelen die voor hen aanzienlijke gevolgen kunnen hebben.

3.

De Partijen bevestigen opnieuw hun gehechtheid aan beleidscoherentie voor ontwikkeling als een essentiële factor om de SDG’s te verwezenlijken.

Artikel 5. Actoren

1.

De Partijen erkennen dat de regeringen in de partnerlanden een centrale rol vervullen bij de vaststelling en uitvoering van de prioriteiten en strategieën voor hun land. Zij erkennen de essentiële rol van parlementen bij het opstellen en goedkeuren van wetgeving, het goedkeuren van begrotingen en het ter verantwoording roepen van regeringen. Zij erkennen de rol van lokale autoriteiten bij en hun bijdrage aan het versterken van de democratische verantwoordingsplicht en het aanvullen van overheidsmaatregelen.

2.

De Partijen erkennen de belangrijke rol van subregionale, regionale, continentale en intercontinentale organisaties voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst, en met name de doelstellingen van de Regionale Protocollen.

3.

De Partijen erkennen de belangrijke rol en bijdrage van belanghebbenden, ongeacht in welke vorm of met welke nationale kenmerken, namelijk het maatschappelijk middenveld, de economische en sociale partners, waaronder vakbondsorganisaties, en de private sector, en komen overeen de effectieve deelname van deze belanghebbenden te bevorderen en te versterken met de bedoeling meer inclusieve beleidsprocessen tot stand te brengen op basis van een multistakeholderbenadering. Daartoe zorgen de Partijen ervoor dat al die belanghebbenden, waar passend, worden geïnformeerd en geraadpleegd over strategieën en sectoraal beleid, hun inbreng leveren voor het brede proces van de dialoog, capaciteitsopbouw ontvangen op kritieke gebieden en deelnemen aan de uitvoering van samenwerkingsprogramma’s op de gebieden die hen aangaan. Een dergelijke deelname aan samenwerkingsprogramma’s moet gebaseerd zijn op de mate waarin deze programma’s tegemoetkomen aan de behoeften van de bevolking en op hun specifieke bevoegdheden, en moet over verantwoordingsplichtige en transparante bestuursstructuren beschikken.

Artikel 6. Structuur

1.

Deze Overeenkomst bestaat uit het algemene deel (delen I tot en met VI), drie Regionale Protocollen („de Regionale Protocollen”) en bijlagen.

2.

Het algemene deel en de bijlagen zijn juridisch bindend voor de Partijen.

3.

De Regionale Protocollen zijn juridisch bindend voor de EU en respectievelijk de OACPS-leden in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan. Geen enkele bepaling van de Regionale Protocollen, noch de interpretatie en uitvoering daarvan kunnen van invloed zijn op of afwijken van de bepalingen van het algemene deel en van de besluiten van de OACPS-EU-Raad van Ministers.

Artikel 7. Horizontale thema’s

1.

De Partijen komen overeen stelselmatig rekening te houden met de volgende horizontale thema’s als basis voor actie op alle samenwerkingsgebieden: mensenrechten, democratie, gendergelijkheid, vrede en veiligheid, milieubescherming, de strijd tegen de klimaatverandering, cultuur en jongerenzaken.

2.

De Partijen werken samen ter ondersteuning van capaciteitsopbouw om problemen doeltreffend aan te pakken en de doelstellingen van deze Overeenkomst te verwezenlijken. Zij streven ernaar de versterking van de instellingen te stimuleren, de uitwisseling van beste praktijken te bevorderen en kennisoverdracht en -deling te vergemakkelijken.

3.

De Partijen versterken de veerkracht van landen, gemeenschappen en personen, en in het bijzonder de veerkracht van kwetsbare bevolkingsgroepen, in het licht van vraagstukken op het gebied van het milieu en de klimaatverandering, economische schokken, conflicten en politieke crises en epidemieën en pandemieën.

DEEL II. STRATEGISCHE PRIORITEITEN

TITEL I. MENSENRECHTEN, DEMOCRATIE EN GOED BESTUUR IN MENSGERICHTE EN OP RECHTEN GEBASEERDE SAMENLEVINGEN

Artikel 8

De Partijen herbevestigen hun vastberadenheid om de mensenrechten, de fundamentele vrijheden en de democratische beginselen te bevorderen, te beschermen en te behartigen en de rechtsstaat en goed bestuur te versterken, overeenkomstig het VN-Handvest, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het internationaal recht, met name het internationaal recht inzake de mensenrechten en, indien toepasselijk, het internationaal humanitair recht.

De Partijen bevorderen mensgerichte en op rechten gebaseerde beleidsmaatregelen waarin rekening wordt gehouden met alle mensenrechten en gelijke toegang tot kansen voor alle leden van de samenleving wordt gewaarborgd, gericht op duurzame ontwikkeling waarin de mens centraal staat. De Partijen erkennen dat de eerbiediging van de democratie, de mensenrechten, de fundamentele vrijheden, de rechtsstaat en goed bestuur een integraal onderdeel zijn van duurzame ontwikkeling.

Artikel 9. Mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat

1.

Erkennend dat de mensenrechten universeel, ondeelbaar, onderling afhankelijk en onderling verbonden zijn, bevorderen, beschermen en behartigen de Partijen alle mensenrechten, ongeacht of het burgerrechten, politieke, economische, sociale of culturele rechten betreft. Zij beschermen en waarborgen het volledige en gelijke genot van alle fundamentele vrijheden, zoals de vrijheid van mening en meningsuiting, de vrijheid van vergadering en vereniging en de vrijheid van gedachte, godsdienst en overtuiging.

2.

De Partijen verbinden zich ertoe het universele respect voor en de universele naleving van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden voor iedereen te bevorderen, zonder discriminatie op welke grond dan ook, met inbegrip van geslacht, etnische of sociale afkomst, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, handicap, leeftijd of andere status. Zij verbinden zich ertoe alle vormen van racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en daarmee samenhangende onverdraagzaamheid, en alle vormen van geweld en discriminatie, met inbegrip van alle vormen van haat, te bestrijden. Zij verbinden zich ertoe de rechten van inheemse volkeren, zoals vastgelegd in de VN-Verklaring inzake de rechten van inheemse volkeren, te erkennen en te bevorderen.

3.

De Partijen voeren op bilateraal niveau een partnerschapsdialoog over de doodstraf. Wanneer de doodstraf opgenomen is in de nationale wetgeving en nog steeds wordt toegepast, houden de Partijen zich aan eerlijke rechtsgang en internationaal overeengekomen minimumnormen.

4.

De Partijen bevestigen opnieuw dat de universeel erkende democratische beginselen die aan de organisatie van de staat ten grondslag liggen, de legitimiteit van het gezag van de staat, de wettigheid van zijn handelen, zoals dit zijn weerslag vindt in het constitutionele, wetgevende en regelgevende stelsel, alsmede het bestaan van mechanismen voor participatie waarborgen. Zij beschermen en versterken de toepassing van deze beginselen door te zorgen voor inclusieve, transparante en geloofwaardige verkiezingen, met inachtneming van de soevereiniteit, en door op participatie berustende besluitvormingsprocessen mogelijk te maken en te ondersteunen. De Partijen zorgen ervoor dat het toepassen van beste praktijken op het gebied van verkiezingen en hun onderlinge samenwerking worden bevorderd, onder meer op het gebied van verkiezingswaarneming in de landen van de EU en de OACPS-leden, voor zover noodzakelijk.

5.

Zich bewust van het cruciale belang van de rechtsstaat voor de bescherming van de mensenrechten en de doeltreffende werking van democratische instellingen, ondersteunen de Partijen actief de consolidatie ervan op nationaal, regionaal en internationaal niveau. Dat houdt onder meer in dat wordt gezorgd voor een onafhankelijk, onpartijdig en goed functionerend rechtsstelsel, en dat gelijkheid voor de wet, het recht op een eerlijk proces en een behoorlijke rechtsgang en toegang tot doeltreffende rechtsmiddelen worden gewaarborgd.

6.

De Partijen erkennen het recht op ontwikkeling op basis van de ondeelbaarheid, onderlinge afhankelijkheid, universaliteit en onvervreemdbaarheid van alle mensenrechten, op grond waarvan alle mensen en alle volkeren het recht hebben deel te nemen en bij te dragen aan en te genieten van economische, sociale, culturele en politieke ontwikkeling, waarbij alle mensenrechten en fundamentele vrijheden ten volle kunnen worden verwezenlijkt. Zij ondersteunen maatregelen ter versterking van het recht op ontwikkeling en zorgen onder meer voor gelijke kansen voor iedereen voor de toegang tot en het gebruik van basisvoorzieningen en essentiële diensten, zoals onderwijs, gezondheidszorg, levensmiddelen, huisvesting, werkgelegenheid en een eerlijke inkomensverdeling.

7.

De Partijen zijn het erover eens dat de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat ten grondslag moet liggen aan hun binnenlands en internationaal beleid, en een essentieel element van deze Overeenkomst moet zijn.

Artikel 10. Gendergelijkheid

1.

De Partijen herbevestigen hun vaste voornemen om gendergelijkheid, het volledige genot van alle mensenrechten door iedereen, alsmede meer zelfredzaamheid voor iedereen te verwezenlijken als motoren voor duurzame ontwikkeling. Zij brengen het beginsel van gendergelijkheid tot uitdrukking in hun nationale grondwetten of andere toepasselijke wetgeving.

2.

De Partijen erkennen dat genderongelijkheid vrouwen hun fundamentele mensenrechten en kansen ontneemt. Zij stellen afdwingbare wetgeving, rechtskaders en degelijke beleidsmaatregelen, programma’s en mechanismen vast en versterken deze om ervoor te zorgen dat vrouwen en meisjes op voet van gelijkheid met mannen en jongens toegang hebben tot, kansen voor en controle over alle aspecten van het leven en daar eveneens op gelijke voet en ten volle aan kunnen deelnemen.

3.

De Partijen richten zich met name op het verbeteren van de toegang van vrouwen, en in voorkomend geval meisjes, tot alle middelen die zij gedurende hun leven nodig hebben om hun volledige potentieel te verwezenlijken en hun mensenrechten en fundamentele vrijheden ten volle uit te oefenen, onder meer op het gebied van kwaliteitsonderwijs, gezondheid, kansen op werk, toegang tot en controle over economische middelen, politieke besluitvorming, bestuursstructuren en private ondernemingen, met bijzondere aandacht voor vrouwen in een kwetsbare situatie. Zij bevorderen de volledige en daadwerkelijke deelname van vrouwen aan en gelijke kansen voor vrouwen voor leiderschap op alle niveaus van de besluitvorming in het politieke, economische en openbare leven.

4.

De Partijen verbinden zich ertoe alle vormen van seksueel en gendergerelateerd geweld en gendergerelateerde discriminatie in de publieke en private sfeer, met inbegrip van mensenhandel en seksuele uitbuiting en seksueel misbruik, te voorkomen, te bestrijden en te vervolgen. Zij nemen alle nodige maatregelen om diepgewortelde gendervooroordelen aan te pakken en alle schadelijke praktijken zoals kindhuwelijken, huwelijken op jonge leeftijd, gedwongen huwelijken en genitale verminking en besnijdenis van vrouwen uit te bannen.

Artikel 11. Inclusieve en pluralistische samenlevingen

1.

De Partijen verbinden zich ertoe ervoor te zorgen dat alle leden van de samenleving gelijke kansen krijgen op alle terreinen van het leven. Zij voorkomen en verbieden discriminerende praktijken en bannen die uit, en zij nemen doeltreffende maatregelen om het volledige en gelijke genot van alle mensenrechten te waarborgen.

2.

De Partijen beschermen en bevorderen de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van mening, de vrijheid van vergadering en de onafhankelijkheid en pluriformiteit van de media als pijlers van de democratie, waarbij zij erop wijzen dat dit niet alleen mensenrechten zijn maar ook voorwaarden voor democratie, ontwikkeling en dialoog.

3.

De Partijen bevorderen inclusieve en pluralistische samenlevingen, met inbegrip van meerpartijendemocratie. Zij bevorderen de centrale rol van doeltreffende, transparante en verantwoordingsplichtige nationale en lokale assemblees en politieke partijen. Zij bevorderen tevens de actieve en werkelijke deelname van alle belanghebbenden en burgers, met inbegrip van vrouwen en jongeren, aan responsieve, inclusieve, op participatie berustende en representatieve politieke processen en besluitvorming op alle niveaus.

4.

De Partijen beschermen en verbreden de werkruimte voor een actief, georganiseerd en transparant maatschappelijk middenveld, en zij erkennen daarbij de rol van het maatschappelijk middenveld bij het bevorderen van en toezicht houden op de democratie, de mensenrechten, de fundamentele vrijheden, sociale rechtvaardigheid en inclusie, alsook de rol ervan als verdediger van rechthebbenden en de rechtsstaat en bijgevolg bij het versterken van de binnenlandse transparantie en verantwoordingsplicht.

5.

De Partijen erkennen dat het internet een platform biedt voor het delen van kennis en ideeën en streven ernaar het potentieel van digitale oplossingen om gelijke toegang tot informatie op alle niveaus en op participatie berustende besluitvorming voor alle burgers te bevorderen, ten volle te benutten, alsook de digitale competentie te vergroten; daarbij streven zij ernaar ook het risico op misbruik in te perken en een open houding ten aanzien van, en respect voor, diversiteit te bevorderen.

Artikel 12. Goed bestuur

1.

De Partijen verklaren opnieuw dat goed bestuur berust op transparante, verantwoordelijke, verantwoordingsplichtige en op participatie berustende regeringen en passende toezichtsmechanismen. De Partijen zijn het erover eens dat goed bestuur essentieel is voor de eerbiediging van alle mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat. Zij verbinden zich ertoe te zorgen voor universele toegang tot openbare diensten, zonder enige vorm van discriminatie. Zij zetten tevens in op transparantie en verantwoordingsplicht als integrale onderdelen van goed bestuur en institutionele opbouw.

2.

De Partijen verbinden zich ertoe de menselijke, natuurlijke, economische en financiële middelen op transparante en verantwoorde wijze te beheren met het oog op een billijke verdeling van de baten en op duurzame ontwikkeling.

3.

De Partijen verbinden zich ertoe een gunstig klimaat te scheppen voor transparantie en verantwoordingsplicht in het openbaar bestuur, onder meer door de integriteit en onafhankelijkheid van bestuursorganen te vergroten. De Partijen ontwikkelen en implementeren systemen voor een gezond beheer van de overheidsfinanciën die verenigbaar zijn met de grondbeginselen van doeltreffendheid, transparantie en verantwoordingsplicht, met als doel de overheidsfinanciën te beschermen en de openbare dienstverlening te verbeteren door administratieve knelpunten weg te werken en tekortkomingen in de regelgeving aan te pakken.

4.

De Partijen zorgen voor transparantie en verantwoordingsplicht bij de besteding van overheidsmiddelen, waaronder de verlening van financiële bijstand, en bij de verlening van openbare diensten. Zij verbeteren de inning van belastinginkomsten en bestrijden belastingontduiking en -ontwijking en illegale geldstromen. Zij komen overeen samen te werken in de strijd tegen witwassen en terrorismefinanciering en tevens om op gepaste tijden de partnerschapsdialoog op bilateraal en internationaal niveau aan te gaan over kwesties in verband met de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering.

5.

De Partijen bestrijden corruptie op alle niveaus en in al haar vormen door een doeltreffend en gecoördineerd anticorruptiebeleid te ontwikkelen, uit te voeren of te handhaven dat recht doet aan de beginselen van de rechtsstaat, goed beheer van publieke aangelegenheden en publieke goederen, integriteit, transparantie en verantwoordingsplicht. Zij stellen wetgevende en andere maatregelen vast om omkoping, verduistering, toe-eigening of andere afwending van geld of ander eigendom door overheidsfunctionarissen voor hun direct of indirect voordeel te voorkomen en te vervolgen, en om door corruptie verkregen activa terug te vorderen en terug te geven.

6.

De Partijen erkennen de beginselen van goed bestuur op fiscaal gebied, waaronder de mondiale normen inzake transparantie en uitwisseling van informatie, billijke belastingheffing en de minimumnormen tegen grondslaguitholling en winstverschuiving (BEPS), en verbinden zich ertoe deze toe te passen. Zij bevorderen goed bestuur in belastingzaken, verbeteren de internationale samenwerking op het gebied van belastingen en faciliteren de inning van belastinginkomsten. Zij werken samen om de capaciteit om aan die beginselen en normen te voldoen, te vergroten, en de vruchten te plukken van een bloeiende, op regels gebaseerde financiële sector. Zij komen overeen op gepaste tijden de partnerschapsdialoog over belastingaangelegenheden aan te gaan op bilateraal en internationaal niveau.

7.

De Partijen zijn het erover eens dat goed bestuur ten grondslag moet liggen aan hun binnenlands en internationaal beleid en een fundamenteel element van deze Overeenkomst vormt. De Partijen zijn het erover eens dat ernstige gevallen van corruptie, met inbegrip van omkoping die tot dergelijke corruptie leidt, een schending van dat element inhouden.

Artikel 13. Openbaar bestuur

Zich bewust van het belang van goed toegeruste, efficiënte en doeltreffende systemen en procedures voor het overheidsapparaat, met een solide basis van personele middelen, verbinden de Partijen zich ertoe de samenwerking op dit gebied te bevorderen. Zij komen tevens overeen samen te werken met het oog op de modernisering van hun overheidsdiensten en de ontwikkeling van een verantwoordingsplichtig, efficiënt, transparant en professioneel overheidsapparaat. In dat verband zijn de inspanningen onder meer gericht op het verbeteren van de organisatorische efficiëntie, het vergroten van de doeltreffendheid bij de dienstverlening door instellingen, het versnellen van de uitrol van e-governance, digitale diensten en de digitalisering van openbare registers, en het versterken van de decentralisatieprocessen, in overeenstemming met hun respectieve strategieën op het gebied van economische en sociale ontwikkeling.

Artikel 14. Statistiek

1.

De Partijen erkennen dat statistieken essentieel zijn voor de verwezenlijking van duurzame ontwikkeling en zij ontwikkelen en versterken hun statistische systemen, waaronder het verzamelen, verwerken, op kwaliteit controleren en verspreiden van statistieken, om bij te dragen tot de langetermijndoelstelling van kwaliteit, internationaal vergelijkbare, toegankelijke, tijdige en betrouwbare uitgesplitste gegevens, aangezien deze als belangrijke input dienen bij de besluitvorming ter ondersteuning van hun respectieve prioriteiten op het gebied van sociale en economische ontwikkeling, en om de vooruitgang te ondersteunen en te monitoren.

2.

De Partijen zetten zich in voor het verbeteren van de statistische geletterdheid en het bevorderen van het gebruik van gegevens bij besluitvorming door samen te werken met gebruikers binnen de overheid en daarbuiten, en via het gebruik van nieuwe technologieën en gegevensbronnen. Zij werken samen bij het gebruik van technologie voor gegevensverzameling en -bescherming en bevorderen de verspreiding van vergelijkbare statistieken op nationaal en regionaal niveau.

3.

De Partijen waarborgen de professionele onafhankelijkheid van hun bureaus voor de statistiek.

Artikel 15. Persoonsgegevens

1.

De Partijen erkennen hun gemeenschappelijke belang bij de bescherming van ieders recht op een persoonlijke levenssfeer met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, en het belang van het in stand houden van solide gegevensbeschermingsregelingen en het waarborgen van de doeltreffende handhaving ervan. Zij zorgen er onder meer voor dat persoonsgegevens op geoorloofde en transparante wijze worden verwerkt, voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden verzameld en niet op een met die doeleinden onverenigbare wijze worden verwerkt.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „verwerking” verstaan: een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, openbaar maken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens.

2.

De Partijen waarborgen een hoog niveau van bescherming van de persoonsgegevens van iedere persoon in overeenstemming met de bestaande multilaterale normen en internationale rechtsinstrumenten en praktijken. Daartoe stellen zij passende wet- en regelgeving en passend beleid vast, en voorzien zij in adequate bestuurlijke capaciteit voor de uitvoering ervan, met inbegrip van onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten.

TITEL II. VREDE EN VEILIGHEID

Artikel 16

De Partijen erkennen dat vrede, stabiliteit en veiligheid, met inbegrip van menselijke veiligheid en veerkracht, essentieel zijn voor duurzame ontwikkeling en welvaart. Zonder vrede en veiligheid is geen duurzame ontwikkeling mogelijk, en zonder inclusieve ontwikkeling zijn duurzame vrede en veiligheid niet mogelijk. De Partijen streven een brede en geïntegreerde aanpak na van conflicten en crises, met inbegrip van situaties van instabiliteit, gaan de proliferatie van massavernietigingswapens tegen en pakken alle ernstige misdrijven aan die de internationale gemeenschap aangaan. De Partijen bestrijden nieuwe of toenemende bedreigingen voor de veiligheid, waaronder terrorisme en de financiering daarvan, gewelddadig extremisme, georganiseerde misdaad, de proliferatie van massavernietigingswapens, piraterij en mensenhandel, drugs, wapens en andere illegale goederen, en cybercriminaliteit en cyberdreigingen.

Artikel 17. Conflicten en crises

1.

De Partijen hanteren een geïntegreerde aanpak van conflicten en crises, die onder meer preventie, bemiddeling, oplossing en verzoening, alsook crisisbeheersing, vredeshandhaving en vredesondersteuning omvat. Zij ondersteunen overgangsjustitie aan de hand van contextspecifieke maatregelen voor de bevordering van waarheid, gerechtigheid, schadeloosstelling en waarborgen ter voorkoming van herhaling. Zij dragen bij tot institutionele en staatsopbouw en menselijke veiligheid, met bijzondere aandacht voor situaties van instabiliteit.

2.

De Partijen werken samen om de onderliggende oorzaken van conflicten en instabiliteit op holistische wijze te voorkomen en aan te pakken. Zij besteden bijzondere aandacht aan het doeltreffende beheer van natuurlijke hulpbronnen, met name wat betreft grondstoffen, dat de samenleving als geheel duurzaam ten goede komt en om te voorkomen dat illegale exploitatie en handel conflicten mede veroorzaken en in stand houden.

3.

De Partijen erkennen het belang van een wederzijds respectvolle dialoog en wederzijds respectvol overleg voor conflictoplossing, met betrokkenheid van lokale autoriteiten en gemeenschappen en maatschappelijke organisaties. In dat verband handelen zij in nauwe samenwerking met continentale en regionale organisaties.

4.

De Partijen nemen op gecoördineerde wijze alle passende maatregelen om een toename van geweld te voorkomen, de verspreiding ervan over het grondgebied te beperken en de vreedzame beslechting van geschillen te faciliteren. Zij zien er in het bijzonder op toe dat financiële middelen benut worden in overeenstemming met de beginselen en doelstellingen van deze Overeenkomst, en dat wordt voorkomen dat deze middelen voor offensieve doeleinden worden misbruikt. De Partijen nemen ook maatregelen om het inzetten van huurlingen te voorkomen en het probleem van kindsoldaten aan te pakken, en zij streven ernaar verantwoorde limieten voor militaire uitgaven vast te stellen.

5.

In postconflictsituaties nemen de Partijen alle passende maatregelen om de situatie tijdens het overgangsproces te stabiliseren, ter bevordering van het herstel van een niet-gewelddadige, stabiele en democratische situatie. Het kan daarbij gaan om het ondersteunen van ontwapening en demobilisatie en de terugkeer en duurzame re-integratie van voormalige strijders in de samenleving. De Partijen zien erop toe dat de noodzakelijke koppeling tot stand komt tussen noodmaatregelen, herstel en ontwikkelingssamenwerking op de lange termijn.

6.

De Partijen bevorderen de daadwerkelijke deelname van alle burgers, met inbegrip van vrouwen en jongeren, aan vredesopbouw, de preventie van, bemiddeling bij en oplossing van conflicten en aan de humanitaire respons, alsmede aan crisisbeheersing, vredeshandhaving en vredesondersteuning. De Partijen vinden het belangrijk om de situatie van vrouwen en meisjes die het slachtoffer zijn van gendergerelateerd geweld in conflicten, alsook het specifieke probleem van misdrijven en geweld tegen kwetsbare personen en personen met een handicap aan te pakken.

Artikel 18. Non-proliferatie van massavernietigingswapens

1.

De Partijen erkennen dat de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel overheids- als niet-overheidsactoren, een van de ernstigste bedreigingen vormt voor de internationale stabiliteit en veiligheid. De Partijen komen daarom overeen samen te werken in, en bij te dragen tot, de strijd tegen de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door hun bestaande verplichtingen op grond van de internationale ontwapenings- en non-proliferatieverdragen en -overeenkomsten en andere toepasselijke internationale verplichtingen op dit gebied ten volle na te leven en intern uit te voeren. De Partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel onderdeel van deze Overeenkomst vormt.

2.

De Partijen komen tevens overeen samen te werken in de strijd tegen de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor: ten eerste door maatregelen te nemen die gericht zijn op de ondertekening of ratificatie van of de toetreding tot, naargelang het geval, alle toepasselijke internationale instrumenten, en op de volledige uitvoering en naleving daarvan; ten tweede door een effectief stelsel van uitvoercontroles in te stellen en te handhaven met het oog op de controle op de uitvoer en doorvoer van goederen die betrekking hebben op massavernietigingswapens, met inbegrip van de controle op eindgebruik van technologieën voor tweeërlei gebruik als massavernietigingswapen, en dat effectieve sancties op overtreding van de uitvoercontroles omvat; en ten derde door samen te werken in multilaterale fora en in het kader van uitvoercontroleregelingen.

3.

De Partijen komen overeen een regelmatige partnerschapsdialoog in te stellen tot aanvulling en consolidering van hun samenwerking in de strijd tegen de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor.

4.

Aangezien chemische, biologische, radiologische en nucleaire risico’s een sterk ontwrichtend effect kunnen hebben op samenlevingen en aangezien deze risico’s het gevolg kunnen zijn van criminele activiteiten, waaronder illegale proliferatie, smokkel, terrorisme, ongevallen of natuurrampen, zoals pandemieën, werken de Partijen samen om de institutionele capaciteit om deze risico’s te beperken, te versterken.

Artikel 19. Ernstige misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan

1.

De Partijen komen overeen samen op te treden om genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te voorkomen door gebruik te maken van passende bilaterale en multilaterale kaders, overeenkomstig het beginsel van verantwoordelijkheid om te beschermen.

2.

Opnieuw bevestigend dat de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap als geheel aangaan, niet ongestraft mogen blijven, zorgen de Partijen ervoor dat eerlijk en doeltreffend onderzoek naar en eerlijke en doeltreffende vervolging van die misdrijven plaatsvindt, door passende maatregelen te nemen op nationaal, regionaal en internationaal niveau, naargelang het geval.

3.

De Partijen zijn van oordeel dat de oprichting en doeltreffende werking van het Internationaal Strafhof (ICC) een belangrijke ontwikkeling is voor de internationale vrede en gerechtigheid. Zij herhalen hun inzet wat betreft het verlenen van hun volledige medewerking aan de nationale, regionale en internationale strafrechtelijke mechanismen, waaronder het ICC, in overeenstemming met het beginsel van complementariteit. Zij worden aangemoedigd het Statuut van Rome van het ICC en aanverwante instrumenten te ratificeren en uit te voeren, en de doeltreffendheid van het ICC verder te vergroten. Er wordt naar gestreefd de strafrechtmechanismen op alle niveaus te versterken.

Artikel 20. Terrorisme en gewelddadig extremisme

1.

Herhalend dat zij alle daden van terrorisme en gewelddadig extremisme en radicalisering krachtig veroordelen, verbinden de Partijen zich ertoe dergelijke daden te bestrijden door middel van internationale samenwerking, overeenkomstig het VN-Handvest, het internationaal recht en de toepasselijke verdragen en instrumenten. Erkennend dat de strijd tegen terrorisme in al zijn vormen en uitingen een gedeelde prioriteit is, werken de Partijen op alle niveaus samen om terrorisme, gewelddadig extremisme en radicalisering te voorkomen en te bestrijden. Zich bewust van het belang om alle factoren aan te pakken die bijdragen tot gewelddadig extremisme in al zijn vormen, waaronder religieuze onverdraagzaamheid, haatzaaiende taal, vreemdelingenhaat, racisme en andere vormen van onverdraagzaamheid, verbinden de Partijen zich ertoe gewelddadig extremisme te bestrijden en religieuze verdraagzaamheid en de interreligieuze dialoog te bevorderen.

2.

De Partijen zijn het erover eens dat het van essentieel belang is dat de strijd tegen het terrorisme wordt gevoerd met volledige eerbiediging van de rechtsstaat en in volledige overeenstemming met het internationaal recht, met inbegrip van het internationaal recht inzake de mensenrechten, het internationaal vluchtelingenrecht en het internationaal humanitair recht, de beginselen van het VN-Handvest, de desbetreffende resoluties en verklaringen van de VN-Veiligheidsraad en de toepasselijke internationale instrumenten ter bestrijding van terrorisme.

3.

De Partijen werken samen bij het beschermen van kritieke infrastructuur, het aanpakken van terrorismegerelateerde problemen die de grenzen betreffen, en het versterken van de beveiliging van de burgerluchtvaart.

Artikel 21. Georganiseerde misdaad

1.

Zich bewust van de negatieve politieke, economische, culturele en sociale gevolgen van georganiseerde criminele activiteiten, versterken de Partijen de samenwerking om deze activiteiten doeltreffender te voorkomen en te bestrijden. Zij werken samen in het kader van een geïntegreerde aanpak om de onderliggende oorzaken aan te pakken en alternatieven voor criminaliteit te bieden. Zij pakken dienaangaande de verbanden aan tussen georganiseerde misdaad en mensenhandel en migrantensmokkel, de illegale handel in wapens, gevaarlijke stoffen, verdovende middelen en de precursoren ervan, in het wild levende dieren, hout en culturele goederen, en andere illegale economische en financiële activiteiten.

2.

De Partijen verbinden zich ertoe meer inspanningen te leveren om mensenhandel te voorkomen, te bestrijden en uit te bannen en steun te verlenen bij de opstelling en uitvoering van passende kaders en strategieën van wetgevende en institutionele aard, met bijzondere aandacht voor personen in een kwetsbare situatie, waaronder vrouwen, kinderen en niet-begeleide minderjarigen, en hun specifieke behoeften. De Partijen blijven vasthouden aan de normen van het VN-Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, gedaan te New York op 15 november 2000, en het bijbehorende Protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel.

3.

De Partijen intensiveren hun inspanningen om gestolen activa terug te vorderen en terug te geven en alle vormen van georganiseerde misdaad te bestrijden. In dat verband versterken zij de juridische en administratieve kaders voor de bestrijding van witwassen en illegale geldstromen, met inbegrip van belastingfraude en fraude met overheidsopdrachten, en van actieve en passieve corruptie in zowel de private als de publieke sector, die het mobiliseren van binnenlandse middelen kunnen ondermijnen.

4.

De Partijen bevorderen de veiligheid van de burgers, met bijzondere aandacht voor de versterking van de instellingen en de rechtsstaat, de bescherming van de mensenrechten en de bevordering van hervormingen van justitie en van de veiligheidssector. Zij bevorderen multidisciplinaire programma’s die tot doel hebben kwetsbare groepen te bereiken en de slachtoffers van geweld, waaronder wapengeweld, te ondersteunen, en zij bevorderen tevens bemiddeling en andere op de gemeenschap gebaseerde preventie- en verzoeningsoplossingen.

Artikel 22. Maritieme veiligheid

1.

De Partijen komen overeen de maritieme veiligheid te versterken, en met name verschillende vormen van criminaliteit op zee en illegale handel aan te pakken, piraterij en gewapende overvallen op zee tegen te gaan, kritieke maritieme infrastructuur te beschermen en de vrijheid van scheepvaart en de rechtsstaat op zee te bevorderen, in overeenstemming met het VN- Verdrag inzake het recht van de zee, gedaan te Montego Bay op 10 december 1982 (Unclos).

2.

De Partijen komen overeen de inspanningen op het gebied van de handhaving van het zeerecht op te voeren om maritieme dreigingen aan te pakken in de landen die het zwaarst worden getroffen door misdrijven die op zee worden begaan. Zij komen overeen de onderzoeks- en vervolgingsprocedures te versterken als middel om op zee gepleegde misdrijven te bestrijden. Zij komen tevens overeen de toepassing van modellen voor de vervolging van piraterij binnen de nationale jurisdictie te bevorderen als een regionaal strafrechtelijk reactie- en afschrikkingsmechanisme tegen op zee gepleegde misdaden zoals piraterij, gewapende overvallen, mariene en waterverontreiniging, migrantensmokkel, drugshandel en wapenhandel en de overbrenging van kernafval. De Partijen komen overeen regionale initiatieven te bevorderen op het gebied van maritieme veiligheid, de bestrijding van piraterij en de bescherming tegen verontreiniging van de zee.

Artikel 23. Handvuurwapens en lichte wapens en andere conventionele wapens

1.

De Partijen erkennen dat de verspreiding van illegale handvuurwapens en lichte wapens een ernstige bedreiging vormt voor de internationale vrede en veiligheid.

2.

De Partijen komen overeen de strijd tegen de illegale handel, buitensporige accumulatie en ongecontroleerde verspreiding van handvuurwapens, lichte wapens en andere conventionele wapens en de munitie daarvoor op te voeren, onder meer als gevolg van onvoldoende beveiligde en slecht beheerde voorraden, in overeenstemming met het actieprogramma van de VN ter voorkoming, bestrijding en uitroeiing van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten. De Partijen komen overeen de inlichtingengestuurde tracering van mensenhandelnetwerken te bevorderen om het voortdurende risico dat de grootschalige uitstroom van nationale voorraden vormt voor de regionale stabiliteit, doeltreffender tegen te gaan. Zij streven ernaar de nationale capaciteit van de bevoegde rechtshandhavingseenheden en contactpunten te versterken voor de verzameling, inbeslagname, tracering en analyse van illegale vuurwapens en de daarmee verband houdende strafrechtelijke gegevens, voor het verwerven van meer inzicht in illegale handelsstromen en het monitoren ervan, en voor de ondersteuning van informatie- uitwisseling en internationale samenwerking.

3.

De Partijen erkennen het belang om controles in te voeren op de internationale handel in conventionele wapens, met inbegrip van de in- en uitvoer ervan, in overeenstemming met de bestaande internationale normen, waaronder het Wapenhandelsverdrag, gedaan te New York op 2 april 2013, en de desbetreffende resoluties van de VN. De Partijen streven ernaar die controles op verantwoordelijke wijze toe te passen en aldus bij te dragen tot de internationale en regionale vrede, veiligheid en stabiliteit, en tot het verminderen van menselijk leed, alsmede tot het voorkomen van de omleiding van conventionele wapens naar onbevoegden. De Partijen erkennen ook het belang van binnenlandse regelgeving inzake en controle van de rechtmatige verwerving en het rechtmatig voorhanden hebben van vuurwapens, om gewapend geweld terug te dringen.

4.

De Partijen werken samen met het oog op het ruimen van mijnen en ontplofbare oorlogsresten, met inbegrip van geïmproviseerde explosieven.

Artikel 24. Illegale drugs

1.

De Partijen streven ernaar een brede, evenwichtige, geïntegreerde en empirisch onderbouwde aanpak te hanteren ter voorkoming en bestrijding van de illegale handel in drugs en nieuwe psychoactieve stoffen, en de terugdringing van de vraag naar drugs te bevorderen. Daartoe pakken zij risicofactoren voor individuen, gemeenschappen en de samenleving aan, zoals gebrekkige dienstverlening, infrastructuurbehoeften, drugsgerelateerd geweld, uitsluiting, marginalisering en sociale desintegratie, om bij te dragen tot de bevordering van vreedzame en inclusieve samenlevingen.

2.

De Partijen komen overeen het beleid en de maatregelen met betrekking tot drugsbestrijding, waarbij onder meer het maatschappelijk middenveld, de wetenschappelijke gemeenschap en de academische wereld worden betrokken, erop te richten de structuren ter voorkoming en voor de doeltreffende bestrijding van illegale drugs te versterken, en het aanbod van, de handel in en de vraag naar illegale drugs meetbaar te verminderen.

3.

De Partijen streven ernaar de schadelijke gevolgen van drugsgebruik voor individuen en de samenleving als geheel te beperken en de omleiding van en illegale handel in geregistreerde en niet-geregistreerde precursoren ervan, met inbegrip van designerprecursoren, doeltreffend terug te dringen.

4.

De Partijen werken nauw samen met elkaar en met betrokken internationale organisaties om de gecoördineerde inspanningen en acties tegen illegale drugshandel voort te zetten.

Artikel 25. Cyberbeveiliging en cybercriminaliteit

1.

De Partijen erkennen het belang van een open, veilige en stabiele, toegankelijke en vreedzame omgeving voor informatie- en communicatietechnologie (ICT), gestoeld op de normen, regels en beginselen voor verantwoordelijk gedrag van staten en de toepassing van het bestaande internationale recht. Daartoe verbinden de Partijen zich ertoe de samenwerking te versterken om cyberbeveiliging te bevorderen, hoogtechnologische cyber- en elektronische criminaliteit en misbruik van sociale media te voorkomen en te bestrijden, en de netwerkbeveiliging te verbeteren aan de hand van de uitwisseling van beste praktijken die de cyberveerkracht vergroten, onder meer in verband met de bescherming van kritieke infrastructuur.

2.

De Partijen erkennen de noodzaak om cybercriminaliteit, met inbegrip van seksuele uitbuiting en seksueel misbruik van kinderen, te voorkomen en aan te pakken door samen te werken en beste praktijken uit te wisselen bij de bestrijding van cybercriminaliteit, voortbouwend op bestaande internationale normen en standaarden, waaronder die van het Verdrag van Boedapest inzake cybercriminaliteit, gedaan te Boedapest op 23 november 2001, en het Verdrag van de Afrikaanse Unie inzake cyberbeveiliging en de bescherming van persoonsgegevens, gedaan te Malabo op 27 juni 2014.

Artikel 26. Samenwerking inzake rechtshandhaving

1.

De Partijen bevorderen de samenwerking tussen regionale en internationale instanties, agentschappen en diensten op het gebied van rechtshandhaving met als doel de grensoverschrijdende criminaliteit en terroristische dreigingen die zij gemeenschappelijk hebben, te ontwrichten en te ontmantelen. Deze samenwerking draagt bij tot de voorkoming van criminaliteit en omvat onder meer gedachtewisselingen over regelgevingskaders, alsook administratieve en technische bijstand ter versterking van de institutionele en operationele mogelijkheden van rechtshandhavingsinstanties en de uitwisseling van informatie en maatregelen in verband met onderzoeken.

2.

Het belang erkennend van veilige grenzen, streven de Partijen ernaar bestaande en toekomstige problemen met betrekking tot grenzen aan te pakken aan de hand van een geïntegreerde benadering van grensbeheer. Zij bevorderen rechtmatige horizontale maatregelen die tot doel hebben grensoverschrijdende criminaliteit en andere risico’s te voorkomen, op te sporen en, in voorkomend geval, te bestrijden.

TITEL III. MENSELIJKE EN SOCIALE ONTWIKKELING

Artikel 27

De Partijen herbevestigen hun vastberadenheid om samen te werken aan duurzame ontwikkeling en de uitbanning van armoede in al haar vormen, voor het wegwerken van ongelijkheden en het bevorderen van de sociale cohesie. Zij komen ook overeen samen te werken om ervoor te zorgen dat iedereen over de nodige middelen beschikt om een waardig leven te leiden met een adequate levensstandaard, onder meer via passende socialebeschermingsstelsels en sociale diensten. Zij besteden bijzondere aandacht aan vrouwen en meisjes, jongeren, kinderen en de meest kwetsbare en kansarme personen, in overeenstemming met de beginselen dat niemand aan zijn lot wordt overgelaten en dat degenen die het verst achterop liggen, het eerst moeten worden bereikt. Zij komen tevens overeen samen te werken om de problemen die de snelle bevolkingsgroei met zich meebrengt en de kansen die hij biedt, aan te pakken.

HOOFDSTUK 1. TOEGANG TOT SOCIALE DIENSTEN

Artikel 28. Onderwijs

1.

De Partijen ondersteunen een leven lang leren voor iedereen en gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs op alle niveaus. Zij streven ernaar dat alle meisjes en jongens volwaardig, gratis, gelijkwaardig basis- en voortgezet onderwijs van hoge kwaliteit afronden en toegang hebben tot voor- en vroegschoolse ontwikkeling, zorg en kleuteronderwijs van hoge kwaliteit, en houden daarbij rekening met het bestaan van genderkloven. Zij zorgen ervoor dat alle vrouwen en mannen gelijke toegang hebben tot betaalbaar en hoogwaardig technisch, beroeps- en hoger onderwijs, met inbegrip van universiteiten. Bijzondere aandacht gaat uit naar investeringen in wetenschap, technologie, ingenieurswetenschap en wiskunde (STEM) en de bevordering van digitaal en kunstonderwijs voor iedereen.

2.

De Partijen intensiveren hun inspanningen om ervoor te zorgen dat iedereen beschikt over de kennis, vaardigheden en capaciteiten om een betere levenskwaliteit te genieten, ten volle deel te nemen aan de samenleving, bij te dragen aan het sociale en economische welzijn van de gemeenschap en een actief en billijk aandeel in het democratische en culturele leven te kunnen verwerven.

3.

De Partijen bevorderen veilige scholen en goed functionerende onderwijsstelsels die over toereikende middelen beschikken voor het plannen en beheren van het onderwijs en de opleidingen die worden verstrekt, onder meer via online- en andere niet-conventionele middelen, en om de doeltreffendheid ervan te waarborgen. Zij werken samen om kwaliteitsborgingssystemen en de wederzijdse erkenning van kwalificaties in te stellen en te versterken. Zij vergemakkelijken de mobiliteit van studenten, personeel en academici tussen de landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan onderling en tussen deze landen en de Europese Unie.

Artikel 29. Gezondheid

1.

De Partijen erkennen dat gezondheid centraal staat in het leven van de mensen en een belangrijke indicator is van duurzame ontwikkeling. Zij bevestigen opnieuw dat zij zich inzetten voor de bescherming en bevordering van het hoogst haalbare niveau van lichamelijke en geestelijke gezondheid voor iedereen.

2.

De Partijen versterken de nationale gezondheidszorgstelsels door te voorzien in duurzame financieringsregelingen en middelen voor gezondheid, operationele infrastructuur, geschoolde gezondheidswerkers, onder meer op het gebied van aanwerving en behoud, en passende technologieën, zoals digitale instrumenten, ter ondersteuning van de ontwikkeling van mobiele gezondheidszorg.

3.

De Partijen bevorderen universele gezondheidszorg, billijke en universele toegang tot omvattende en hoogwaardige diensten voor gezondheidszorg en toegang tot veilige, doeltreffende, hoogwaardige en betaalbare essentiële geneesmiddelen en vaccins.

4.

De Partijen werken samen om overdraagbare ziekten en andere ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid, zoals antimicrobiële resistentie, te voorkomen en aan te pakken, en om de lasten als gevolg van niet-overdraagbare ziekten te verminderen door middel van betere preventie en controle. Zij werken samen bij de aanpak van mondiale gezondheidscrises en om te voorkomen dat deze uit de hand lopen, door onder meer ondersteuning te bieden voor systemen voor vroegtijdige waarschuwing voor een snelle informatie- uitwisseling, paraatheid en vroegtijdige actie op het gebied van levensreddende humanitaire bijstand, en ondersteuning voor de ontwikkeling van samenhangende en sectoroverschrijdende plannen om de capaciteit van de gezondheidszorgstelsels te verbeteren. Zij ondersteunen onderzoek en ontwikkeling, en de inzet van vaccins, diagnostische middelen en geneesmiddelen.

5.

De Partijen ondersteunen de universele toegang tot voorzieningen en diensten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en gezondheidszorg, onder meer in het kader van gezinsplanning, voorlichting en onderwijs, en de integratie van reproductieve gezondheid in nationale strategieën en programma’s.

Artikel 30. Voedselzekerheid en betere voeding

1.

De Partijen erkennen dat het bereiken van voedselzekerheid en betere voeding een grote mondiale uitdaging vormt in de strijd tegen armoede en de toenemende ongelijkheid, en komen daarom overeen de structurele oorzaken daarvan aan te pakken, waaronder conflicten, crises, aantasting van natuurlijke hulpbronnen en de klimaatverandering.

2.

De Partijen bevorderen bestendige bronnen van levensonderhoud en veilige toegang tot land, water en andere hulpbronnen, en bevorderen inclusieve en duurzame groei op het gebied van landbouwproductie en -productiviteit, alsook efficiënte waardeketens.

3.

De Partijen bevorderen maatregelen op het gebied van aanpassing aan de klimaatverandering en variabiliteit doorheen de waardeketens van de voedselproductie.

4.

De Partijen streven ernaar iedereen toegang te bieden tot betaalbare, veilige, toereikende en voedzame voeding, de capaciteit voor gediversifieerde voedselproductie te vergroten en beleidsmaatregelen op het gebied van voedselzekerheid en voeding alsook socialebeschermingsmechanismen voor voedselzekerheid en betere voeding te ontwikkelen die de veerkracht van de meest kwetsbaren vergroten, met name in landen die met terugkerende crises te kampen hebben.

5.

De Partijen versterken hun gecoördineerde, versnelde en sectoroverschrijdende inspanningen om honger uit te bannen, alle vormen van ondervoeding aan te pakken en hongersnood in alle omstandigheden te voorkomen.

Artikel 31. Water, sanitaire voorzieningen en huisvesting

1.

De Partijen bevorderen de universele toegang tot voldoende en veilig drinkwater, onder meer door de watervoorraden en -systemen op duurzame en geïntegreerde wijze te beheren en water efficiënter te gebruiken en te recyclen.

2.

De Partijen streven ernaar de adequate en gelijke toegang tot sanitaire voorzieningen te waarborgen, daaronder begrepen afvalbeheer en de bevordering van hygiëne voor iedereen, met bijzondere aandacht voor de behoeften van vrouwen en meisjes en personen in een kwetsbare situatie.

3.

De Partijen erkennen dat adequate, veilige en betaalbare huisvesting een transformerend effect heeft voor kwetsbare en gemarginaliseerde gemeenschappen en aanzienlijke gevolgen heeft voor de gezondheid van mensen en de sociaal-economische ontwikkeling van hun gemeenschappen. De Partijen streven ernaar de toegang tot adequate, veilige en betaalbare huisvesting voor iedereen te waarborgen door middel van de ontwikkeling van beleid, strategieën, planning en bouwvoorschriften en de verbetering van sloppenwijken.

4.

De Partijen bevorderen de toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energievoorziening voor iedereen en tot degelijke energiesystemen waarop onder meer de sectoren water, sanitaire voorzieningen en huisvesting aangesloten zijn.

HOOFDSTUK 2. ONGELIJKHEID EN SOCIALE COHESIE

Artikel 32. Sociale cohesie en bescherming

1.

De Partijen streven ernaar de sociale cohesie te versterken door geleidelijk meer gelijkheid en sociale inclusiviteit te bereiken en door ervoor te zorgen dat de menselijke en sociale ontwikkeling gelijke tred houdt met de economische ontwikkeling, waarbij niemand aan zijn lot wordt overgelaten. Bijzondere aandacht gaat uit naar personen die zich in een kansarme, kwetsbare of gemarginaliseerde situatie bevinden, met inbegrip van ouderen en wezen, in overeenstemming met de beginselen van solidariteit en non-discriminatie. Zij bevorderen met name:

  • a. een economisch beleid dat gericht is op een meer inclusieve samenleving die een betere verdeling van inkomen en gecreëerde waarde mogelijk maakt;
  • b. een rechtvaardig en gezond fiscaal en loonbeleid ten behoeve van een betere herverdeling van rijkdom, toereikende niveaus van sociale uitgaven en inkrimping van de informele economie;
  • c. een doeltreffend sociaal beleid en billijke toegang tot sociale diensten, sociale bijstand en veiligheid, en justitie, en
  • d. een werkgelegenheidsbeleid dat erop gericht is volledige en productieve werkgelegenheid en waardig werk voor iedereen te bewerkstelligen, ook voor jongeren en personen met een handicap, alsook de gelijke beloning van gelijk werk.
2.

De Partijen bevorderen de ontwikkeling en implementatie van beleid en stelsels op het gebied van sociale bescherming en zekerheid om armoede uit te bannen en de sociale samenhang te versterken. Zij erkennen de transformerende rol voor de maatschappij van beleid en stelsels op het gebied van sociale bescherming, die gelijkheid, sociale inclusie en dialoog met de sociale partners bevorderen en inclusieve en duurzame economische groei versterken. Zij verbinden zich ertoe geleidelijk universele nationale stelsels voor sociale bescherming op te zetten, met inbegrip van de vaststelling van minimale sociale beschermingsvloeren.

3.

De Partijen bevorderen de rechten van personen met een handicap om ervoor te zorgen dat zij volledig in de samenleving worden geïntegreerd en op voet van gelijkheid kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt, met inaanmerkingneming van hun specifieke behoeften. Zij nemen concrete maatregelen om het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, gedaan te New York op 13 december 2006, te ondertekenen, te ratificeren en volledig uit te voeren.

Artikel 33. Waardig werk

1.

De Partijen bevestigen opnieuw dat zij streven naar volledige en productieve werkgelegenheid en waardig werk voor alle vrouwen en mannen, ook voor jongeren en personen met een handicap. Daartoe bevorderen zij de Agenda voor waardig werk als uiteengezet in de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) over sociale gerechtigheid voor een eerlijke mondialisering uit 2008.

2.

De Partijen herbevestigen hun verplichtingen als leden van de IAO en hun verbintenissen in het kader van de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie over de fundamentele rechten en beginselen op het werk en de follow-up daarvan. Zij herbevestigen hun gehechtheid aan de sociale dialoog en aan de bevordering en effectieve uitvoering van de internationaal erkende fundamentele arbeidsnormen, zoals vastgelegd in de desbetreffende verdragen en protocollen van de IAO inzake de vrijheid van vereniging en het recht op collectieve onderhandelingen, de afschaffing van dwangarbeid en de beëindiging van moderne slavernij en mensenhandel, de uitbanning van kinderarbeid, waarbij voorrang wordt gegeven aan de ergste vormen, de minimumleeftijd op het werk, gelijke beloning en non-discriminatie op het gebied van werkgelegenheid. Zij leveren volgehouden en ononderbroken inspanningen om die verdragen en protocollen te ratificeren of ertoe toe te treden, naargelang het geval, voor zover zij dat nog niet hebben gedaan.

3.

De Partijen bevorderen veilige en gezonde werkomgevingen voor alle werknemers. Zij stellen maatregelen en beleid vast op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk en voeren deze uit, zowel in de formele als de informele economie, en streven ernaar een doeltreffend arbeidsinspectiesysteem op te zetten en in stand te houden, in overeenstemming met de internationale arbeidsnormen zoals gedefinieerd door de IAO.

HOOFDSTUK 3. BEVOLKING EN ONTWIKKELING

Artikel 34. Demografie

1.

De Partijen erkennen dat bevolkingsgroei en demografische verschuivingen een aanzienlijke impact kunnen hebben op de vorderingen op het gebied van ontwikkeling en de economische vooruitgang, en zij werken samen aan een geïntegreerde benadering die de problemen zo veel mogelijk terugdringt en de voordelen van het demografische dividend maximaliseert. Daartoe streven zij ernaar structurele hervormingen en transformaties in economische en sociale stelsels tot stand te brengen, te ondersteunen, in stand te houden en te verstevigen om kansen op degelijk onderwijs, waardig werk en behoorlijke bestaansmiddelen te scheppen voor de jongeren van de toekomst.

2.

De Partijen ondersteunen inclusieve beleidsdialogen en integreren in al hun beleidsmaatregelen demografische trends en prognoses om de volledige en actieve participatie van kinderen en jongeren in de samenleving te versterken en te bevorderen, alsook om ouderen mondiger te maken en ervoor te zorgen dat met hun behoeften rekening wordt gehouden en dat zij actief betrokken kunnen worden.

3.

De Partijen bevorderen inclusieve en duurzame verstedelijking door middel van doeltreffend stedelijk bestuur en doeltreffende stadsplanning, om eventuele negatieve gevolgen voor het milieu tot een minimum te beperken en andere negatieve sociale en economische gevolgen van de snelle bevolkingsgroei in stedelijke gebieden aan te pakken. Zij streven ernaar de problemen die de snelle verstedelijking met zich meebrengt en de kansen die zij biedt, doeltreffend aan te pakken, onder meer door middel van nationaal stedelijk beleid, op participatie berustende geïntegreerde stadsplanning, het verlenen van gemeentelijke diensten, waaronder afvalbeheer, en de financiering van stedelijke ontwikkeling en infrastructuur, om veerkrachtige en leefbare steden tot stand te brengen.

Artikel 35. Jongeren

1.

De Partijen komen overeen de actieve participatie van jongeren in de samenleving te bevorderen, onder meer bij de ontwikkeling, uitvoering en follow-up van beleid dat hen aangaat. Het gaat daarbij onder meer om:

  • a. ondersteuning bij het verwerven van kennis, vaardigheden en capaciteiten om ten volle deel te nemen aan de samenleving, met inbegrip van vaardigheden die relevant zijn voor de arbeidsmarkt, door middel van onderwijs, technische en beroepsopleiding en toegang tot digitale technologieën;
  • b. het scheppen van duurzame kansen op werk, onder meer door ondernemerschap bij jongeren te ondersteunen, en
  • c. het bevorderen van de versterking van de positie van en verantwoordelijk burgerschap bij jongeren, door ruimte te creëren voor de actieve participatie van jongeren in het politieke en culturele leven en bij het opbouwen en in stand houden van vrede, onder meer met het oog op de bestrijding van radicalisering en gewelddadig extremisme.
2.

De Partijen komen overeen dat het bieden van een veilige en vruchtbare omgeving voor kinderen essentieel is om een gezonde jonge bevolking te doen opgroeien die in staat is haar volledige potentieel te bereiken vanuit fysiek, psychologisch, sociaal en economisch oogpunt. Zij zorgen ervoor dat de rechten en behoeften van meisjes en jongens worden erkend en vervuld vanaf de geboorte en vroege kindertijd tot en met de adolescentie en hun overgang naar volwassenheid. Zij streven ernaar de bescherming van kinderen en hun inspraak bij besluiten die hen aangaan te verbeteren.

Artikel 36. Gendergelijkheid en versterking van de positie van vrouwen en meisjes

1.

De Partijen erkennen dat gendergelijkheid en de economische emancipatie van vrouwen essentieel zijn voor het verwezenlijken van billijke duurzame ontwikkeling en inclusieve groei. Zij voeren hervormingen door, onder meer door te voorzien in rechtskaders en die te consolideren, om ervoor te zorgen dat vrouwen op gelijke voet recht hebben op economische en financiële middelen, evenals toegang tot, eigendom van en zeggenschap over land en natuurlijke hulpbronnen, erfenissen en andere vormen van eigendom. Zij nemen maatregelen om de volledige en daadwerkelijke deelname van vrouwen aan het politieke leven te vergroten.

Naast gelijke toegang tot werkgelegenheid en waardige arbeidsomstandigheden bevorderen de Partijen de erkenning van onbetaalde zorg en huishoudelijk werk, door middel van openbare dienstverlening, infrastructuur en beleid inzake sociale bescherming en de bevordering van gedeelde verantwoordelijkheden binnen het huishouden en het gezin in het algemeen.

2.

De Partijen hechten aan de volledige en daadwerkelijke uitvoering van de verklaring en het actieprogramma van Peking en het actieprogramma van de Internationale Conferentie over Bevolking en Ontwikkeling en de resultaten van de toetsingsconferenties daarvan, en zetten zich in dat verband in voor seksuele en reproductieve gezondheid en rechten.

3.

De Partijen erkennen dat menstruele gezondheid en hygiëne belangrijk zijn voor de gezondheid van vrouwen en meisjes, alsook voor hun waardigheid, mobiliteit en welzijn, en komen daarom overeen passende en geschikte ondersteunende maatregelen te bevorderen.

HOOFDSTUK 4. CULTUUR

Artikel 37. Cultuur en duurzame ontwikkeling

1.

De Partijen bevestigen opnieuw dat cultuur een essentieel onderdeel is van duurzame ontwikkeling en een integraal onderdeel is van de sociale, economische en ecologische dimensies ervan. Zij verbinden zich ertoe in hun beleid en strategieën op het gebied van ontwikkeling een cultureel perspectief te integreren door rekening te houden met culturele kenmerken en lokale en inheemse kennissystemen.

2.

De Partijen versterken de bijdrage van culturele actoren aan duurzame ontwikkeling door hen te laten deelnemen aan een versterkte dialoog, professionele netwerken en partnerschappen met meerdere belanghebbenden.

Artikel 38. Culturele diversiteit en wederzijds begrip

1.

De Partijen erkennen dat alle mensen het recht hebben om vrij deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, overeenkomstig de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en zij verbinden zich ertoe de culturele rechten en de vrijheid van artistieke expressie te beschermen en in stand te houden.

2.

De Partijen komen overeen een visie op menselijke en sociale ontwikkeling te bevorderen die de dialoog tussen culturen en de erkenning van culturele diversiteit als gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid omvat. Zij verbinden zich ertoe het wederzijds begrip en de kennis van hun respectieve culturen te versterken, met inachtneming van diversiteit, universele waarden en mensenrechten, door de culturele dimensie in het onderwijs, culturele uitwisselingen en gezamenlijke initiatieven ter bevordering van de interculturele dialoog, aan te moedigen.

3.

De Partijen erkennen de rol die cultuur speelt bij het bewaren van vrede en de nationale cohesie. Zij bevestigen dat respect voor de verscheidenheid van culturen, verdraagzaamheid, dialoog en samenwerking, in een klimaat van wederzijds vertrouwen en begrip, essentieel zijn voor het tot stand brengen en bewaren van vrede en veiligheid en in het kader van verzoeningsprocessen, alsook voor het herstel van het collectieve geheugen en de sociale banden tussen gemeenschappen. Zij versterken de rol van cultuur bij het opbouwen van veerkracht en bij het bereiken van duurzaam herstel en duurzame wederopbouw na crises, met name in stedelijke ontwikkeling.

Artikel 39. Cultureel erfgoed en de creatieve sector

1.

De Partijen bevorderen de erkenning van erfgoed als een verenigende factor, die de uitdrukking kan zijn van verschillende identiteiten en nalatenschappen en tegelijkertijd het creëren van gedeelde waarden kan bevorderen. Zij streven ernaar zowel materieel als immaterieel cultureel erfgoed te beschermen, in stand te houden en te ontwikkelen, in overeenstemming met internationale normen en verdragen, als een instrument voor sociale cohesie, creativiteit en innovatie.

2.

De Partijen zijn het erover eens dat de culturele en de creatieve sector, met inbegrip van hedendaagse kunsten, essentieel zijn voor inclusieve economische groei, diversificatie en het scheppen van werkgelegenheid. Daartoe ondersteunen zij cultureel ondernemerschap en de ontwikkeling op lange termijn van de culturele en creatieve sector.

3.

De Partijen nemen, in overeenstemming met het bestaande internationale recht, maatregelen ter voorkoming en bestrijding van de illegale invoer, uitvoer en overdracht van eigendom van cultuurgoederen. Zij bevorderen conservatie, capaciteitsopbouw en samenwerking tussen professionals op het gebied van cultureel erfgoed, brongemeenschappen en culturele instellingen, en streven naar internationale samenwerking en permanente dialoog om de toegang tot cultureel erfgoed te bevorderen.

TITEL IV. INCLUSIEVE DUURZAME ECONOMISCHE GROEI EN ONTWIKKELING

Artikel 40

1.

De Partijen erkennen het belang om in hun wederzijds belang en voor hun wederzijds voordeel hun economische betrekkingen te versterken, met het oog op het bereiken van een structurele economische transformatie door middel van inclusieve, duurzame economische groei en ontwikkeling in overeenstemming met de SDG’s, rekening houdend met hun respectieve ontwikkelingsniveaus. Zij streven naar geïntegreerde strategieën waarin de economische, sociale en milieudimensies van duurzame ontwikkeling opgenomen zijn. Zij nemen passende maatregelen om fatsoenlijke banen voor iedereen te creëren en de overgang naar emissiearme, hulpbronnenefficiënte economieën te ondersteunen. Zij ondersteunen de sociaal-economische emancipatie van gemarginaliseerde groepen, vrouwen en jongeren.

2.

De Partijen ondersteunen de ontwikkeling van de private sector en trekken binnenlandse en buitenlandse investeringen, met inbegrip van investeringen van hun diaspora, aan en behouden deze. Zij versterken de handel en werken samen op het gebied van wetenschap, technologie, innovatie en onderzoek, om sterke, concurrerende en gediversifieerde economieën tot stand te brengen, de regionale integratie te verdiepen en de integratie van de economieën van de OACPS-leden in regionale en mondiale waardeketens te bevorderen. Zij streven naar een verbetering van de macro-economische en financiële stabiliteit om meer investeringen te genereren en duurzame economische groei te versterken. Zij komen overeen de productie- en regelgevingscapaciteit te verbeteren, het ondernemerschap te versterken en de industriële productie en industrialisering te bevorderen, met bijzondere aandacht voor innovatie en toegevoegde waarde in de productie- en dienstensectoren. De Partijen werken samen bij de versterking van de capaciteit om structurele economische hervormingen te faciliteren en bij de bevordering van duurzame handel.

3.

De Partijen bevorderen de dialoog tussen de overheid en de private sector over kwesties die hun inspanningen op het gebied van economische transformatie en duurzame economische groei ten goede komen, werken samen met alle betrokken belanghebbenden en zorgen voor eerbiediging en bescherming van de mensenrechten en fundamentele arbeidsnormen.

HOOFDSTUK 1. INVESTERINGEN

Artikel 41. Mobiliseren van duurzame en verantwoorde investeringen

1.

De Partijen verbinden zich ertoe duurzame en verantwoorde investeringen te mobiliseren om inclusieve en duurzame economische groei en ontwikkeling te bevorderen. Daartoe scheppen zij een gunstig investeringsklimaat dat binnenlandse en buitenlandse investeringen, waaronder investeringen uit hun diaspora, aantrekt en waarbij het recht wordt behouden om regelgeving vast te stellen, door middel van transparante, voorspelbare en efficiënte regelgevings-, administratieve en beleidskaders.

2.

De Partijen komen overeen de nodige economische en institutionele hervormingen en beleidsmaatregelen te ondersteunen die gebaseerd zijn op de algemene ontwikkelingsstrategie van een land en die op nationaal, regionaal en internationaal niveau coherent en synergetisch zijn, zodat een gunstig klimaat tot stand komt voor duurzame investeringen en de ontwikkeling van een dynamische, levensvatbare en concurrerende private sector wordt bevorderd.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)