Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de leden van de Organisatie van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2023-11-15
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

de Europese Unie, hierna „de EU” genoemd,

en

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

Partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten van de Europese Unie” genoemd,

en

De Europese Unie,

hierna gezamenlijk de „EU” genoemd,

enerzijds, en

De Republiek Angola,

Antigua en Barbuda,

Het Gemenebest van de Bahama’s,

Barbados,

Belize,

De Republiek Benin,

De Republiek Botswana,

Burkina Faso,

De Republiek Burundi,

De Republiek Kaapverdië,

De Republiek Kameroen,

De Centraal-Afrikaanse Republiek,

De Republiek Tsjaad,

De Unie Der Comoren,

De Republiek Congo,

De Cookeilanden,

De Republiek Ivoorkust,

De Democratische Republiek Congo,

De Republiek Djibouti,

Het Gemenebest Dominica,

De Dominicaanse Republiek,

De Staat Eritrea,

Het Koninkrijk Eswatini,

De Federale Democratische Republiek Ethiopië,

De Republiek Fiji,

De Republiek Gabon,

De Republiek Gambia,

De Republiek Ghana,

Grenada,

De Republiek Guinee,

De Republiek Guinee-Bissau,

De Coöperatieve Republiek Guyana,

De Republiek Haïti,

Jamaica,

De Republiek Kenia,

De Republiek Kiribati,

Het Koninkrijk Lesotho,

De Republiek Liberia,

De Republiek Madagaskar,

De Republiek Malawi,

De Republiek der Maldiven,

De Republiek Mali,

De Republiek der Marshalleilanden,

De Islamitische Republiek Mauritanië,

De Republiek Mauritius,

De Federale Staten Van Micronesia,

De Republiek Mozambique,

De Republiek Namibië,

De Republiek Nauru,

De Republiek Niger,

De Federale Republiek Nigeria,

Niue,

De Republiek Palau,

De Onafhankelijke Staat Papoea-Nieuw-Guinea,

De Republiek Rwanda,

De Federatie van Saint Kitts en Nevis,

Saint Lucia,

Saint Vincent en de Grenadines,

De Onafhankelijke Staat Samoa,

De Democratische Republiek Sao Tomé en Principe,

De Republiek Senegal,

De Republiek der Seychellen,

De Republiek Sierra Leone,

Salomonseilanden,

De Federale Republiek Somalië,

De Republiek Sudan,

De Republiek Suriname,

De Verenigde Republiek Tanzania,

De Democratische Republiek Oost-Timor,

De Republiek Togo,

Het Koninkrijk Tonga,

De Republiek Trinidad en Tobago,

Tuvalu,

De Republiek Uganda,

De Republiek Vanuatu,

De Republiek Zambia,

De Republiek Zimbabwe,

leden van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (OACPS), hierna de „OACPS-leden” genoemd, anderzijds,

hierna gezamenlijk de „Partijen” genoemd,

Gezien de herziene Overeenkomst van Georgetown tot oprichting van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, anderzijds;

Gezien hun sterke banden en de nauwe politieke, economische en culturele betrekkingen die hen verenigen;

Opnieuw bevestigend dat zij gehecht zijn aan de op regels gebaseerde wereldorde, met multilateralisme als basisbeginsel en de Verenigde Naties als kern;

Bevestigend dat zij zich inzetten voor duurzame ontwikkeling in overeenstemming met de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling;

Het belang benadrukkend van een regelmatige dialoog over onderwerpen van wederzijds belang op alle relevante niveaus;

Opnieuw bevestigend dat zij zich inzetten om hun partnerschap te consolideren door acties in internationale fora te coördineren op basis van gemeenschappelijke belangen, gedeelde waarden en wederzijds respect, en zich bewust van hun vermogen om wereldwijde resultaten te bewerkstelligen wanneer zij gezamenlijk optreden;

Bevestigend dat zij sterk gehecht zijn aan de democratische beginselen en de rechten van de mens, vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere toepasselijke internationale mensenrechteninstrumenten, alsmede aan de beginselen van de rechtsstaat en goed bestuur;

Herinnerend aan hun sterke wil om vrede en veiligheid te bevorderen en aan hun internationale verplichtingen inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens, alsmede aan hun vastberadenheid om de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan, te voorkomen en te vervolgen;

Opnieuw bevestigend dat zij zich inzetten om de samenwerking tussen verschillende belanghebbenden te bevorderen ter ondersteuning van de verwezenlijking van duurzame ontwikkeling, daarbij rekening houdend met de verschillende rollen van de diverse belanghebbenden en er tegelijkertijd voor zorgend dat iedereen handelt binnen het kader van de rechtsstaat;

Benadrukkend dat de wereldwijde milieuproblemen dringend moeten worden aangepakt, alsook het belang benadrukkend van de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering en van de dringende noodzaak om stabiele en duurzame koolstofarme economieën en samenlevingen op te bouwen die klimaatveerkrachtig zijn, en om vorderingen te maken met de verwezenlijking van de gemeenschappelijke doelstellingen op het gebied van milieu, klimaatverandering en hernieuwbare energie;

Het belang erkennend van structurele economische omschakeling voor het bereiken van inclusieve en duurzame economische groei en ontwikkeling;

Herinnerend aan hun gehechtheid aan de beginselen en regels die van toepassing zijn op de internationale handel, met name die welke in de Wereldhandelsorganisatie zijn overeengekomen;

Herinnerend aan hun verbintenis de arbeidsrechten te eerbiedigen, rekening houdend met de beginselen die zijn neergelegd in de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie;

Erkennend dat wetenschap, technologie, onderzoek en innovatie een belangrijke rol spelen bij het versnellen van de overgang naar kennismaatschappijen, die wordt gefaciliteerd door de inzet van digitale instrumenten voor het bereiken van duurzame ontwikkeling;

Herinnerend aan hun inzet om menselijke en sociale ontwikkeling te bevorderen, armoede uit te bannen en discriminatie en ongelijkheid te bestrijden, waarbij niemand aan zijn lot wordt overgelaten;

Erkennend dat demografische verschuivingen, in combinatie met economische, sociale en ecologische veranderingen, kansen bieden, maar ook een bedreiging vormen voor duurzame ontwikkeling;

Opnieuw verklarend dat gendergelijkheid en de versterking van de positie van vrouwen en meisjes essentieel zijn voor het tot stand brengen van inclusieve en duurzame ontwikkeling;

Zich bewust van de belangrijke rol van jongeren om de toekomst vorm te geven en bij te dragen aan duurzame ontwikkeling;

Opnieuw bevestigend dat zij zich inzetten voor de bevordering van een mensgericht partnerschap en de intensivering van intermenselijke contacten, onder meer door middel van samenwerking en uitwisselingen op het gebied van wetenschap, technologie, innovatie, onderwijs en cultuur;

Opnieuw bevestigend dat zij zich inzetten om de samenwerking en dialoog op het gebied van migratie en mobiliteit te intensiveren;

Zich bewust van de toenemende risico’s die worden veroorzaakt door natuurrampen en economische en andere exogene schokken, waaronder pandemieën;

Bevestigend dat zij bereid zijn samen te werken ter ondersteuning van regionale en continentale integratie, met name met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van de Agenda 2063 van de Afrikaanse Unie en van de integratie- en samenwerkingskaders van het Caribisch gebied en de Stille Oceaan;

Herinnerend aan de beginselen van beleidscoherentie voor ontwikkeling en doeltreffendheid van ontwikkelingshulp, alsmede aan de beginselen van de actieagenda van Addis Abeba;

Gezien de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds , zoals laatstelijk gewijzigd (de „Overeenkomst van Cotonou”),

Zijn het volgende overeengekomen:

DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Doelstellingen
1.

De Europese Unie en haar lidstaten, hierna de „EU” genoemd, enerzijds, en de leden van de Organisatie van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (OACPS), anderzijds, hierna gezamenlijk de „Partijen” genoemd, komen hierbij overeen deze Overeenkomst te sluiten waarbij een versterkt politiek partnerschap tot stand wordt gebracht om gunstige resultaten te bereiken met betrekking tot gemeenschappelijke en onderling samenhangende belangen en in overeenstemming met hun gedeelde waarden.

2.

Deze Overeenkomst zal bijdragen tot de verwezenlijking van de duurzame- ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de Verenigde Naties (VN), met de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, die op 25 september 2015 werd goedgekeurd op de VN-wereldtop inzake duurzame ontwikkeling te New York (de „Agenda 2030”), en de Overeenkomst van Parijs die is aangenomen in het kader van het VN-Raamverdrag inzake klimaatverandering, gedaan te Parijs op 12 december 2015 (de „Overeenkomst van Parijs”) als de bredere kaders waarbinnen het partnerschap in het kader van deze Overeenkomst zijn beslag krijgt.

3.

Deze Overeenkomst heeft tot doel:

4.

De partnerschapsdialoog en maatregelen die op de specifieke kenmerken van de Partijen zijn afgestemd, zijn de belangrijkste instrumenten om de doelstellingen van deze Overeenkomst te verwezenlijken.

5.

Deze Overeenkomst vergemakkelijkt de vaststelling van gemeenschappelijke standpunten door de Partijen op het internationale toneel en versterkt de partnerschappen ter bevordering van multilateralisme en de op regels gebaseerde internationale orde, met als doel wereldwijde actie vooruit te helpen.

Artikel 2. Beginselen
1.

De Partijen streven de doelstellingen van deze Overeenkomst na in een geest van gedeelde verantwoordelijkheid, solidariteit, wederkerigheid, wederzijds respect en verantwoordingsplicht.

2.

De Partijen bevestigen opnieuw dat zij zich ertoe verbinden vriendschappelijke betrekkingen tussen naties te ontwikkelen, op basis van de eerbiediging van het beginsel van soevereine gelijkheid tussen alle staten, en af te zien van bedreiging van of gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van enige staat, en van elke andere handelwijze die onverenigbaar is met het Handvest van de Verenigde Naties (het „VN-Handvest”).

3.

De Partijen komen overeen elk Regionaal Protocol overeenkomstig de in het algemene deel overeengekomen algemene beginselen uit te voeren, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de regio’s. Zij komen tevens overeen de maatregelen af te stemmen op de verschillende behoeften van de minst ontwikkelde landen, niet aan zee grenzende landen, kleine eilandstaten in ontwikkeling en laaggelegen kuststaten, rekening houdend met de uiteenlopende problemen waarmee deze worden geconfronteerd.

4.

De Partijen nemen besluiten en maatregelen op het meest passende binnenlandse, regionale of meerlandenniveau.

5.

De Partijen behartigen stelselmatig een genderperspectief en zorgen ervoor dat gendergelijkheid in alle beleidsmaatregelen wordt geïntegreerd.

6.

De Partijen hanteren een geïntegreerde aanpak van hun samenwerking die politieke, economische, sociale, ecologische en culturele elementen omvat.

7.

De Partijen intensiveren hun inspanningen ter bevordering van regionale integratie en samenwerking om veiligheidskwesties zo goed mogelijk te beheren, de economische voordelen van de globalisering te benutten en in voorkomend geval transnationale problemen aan te pakken en transnationale kansen te benutten.

8.

De Partijen streven een multistakeholderbenadering na, zodat een brede waaier van actoren, waaronder parlementen, lokale overheden, het maatschappelijk middenveld en de private sector, actief bij de partnerschapsdialoog en samenwerking kan worden betrokken.

9.

De samenwerking binnen regionale formele en ad-hocoverlegstructuren kan worden voortgezet om de doelstellingen van het partnerschap in het kader van deze Overeenkomst op een meer doeltreffende en doelmatige manier te verwezenlijken. De Partijen kunnen tevens bepalingen en flexibele procedures overeenkomen aan de hand waarvan de belanghebbende Partijen de dialoog en samenwerking op het gebied van specifieke thematische en interregionale kwesties kunnen verdiepen.

Artikel 3. Partnerschapsdialoog
1.

De Partijen voeren een regelmatige, evenwichtige, brede en inhoudelijke partnerschapsdialoog over alle terreinen waarop deze Overeenkomst betrekking heeft, met de bedoeling aan beide zijden tot verbintenissen en, in voorkomend geval, maatregelen te komen met het oog op de doeltreffende uitvoering van de Overeenkomst.

2.

De Partijen komen overeen dat de partnerschapsdialoog tot doel moet hebben informatie uit te wisselen, wederzijds begrip te bevorderen en de bepaling van overeengekomen prioriteiten en de opstelling van gezamenlijke agenda’s op nationaal, regionaal en internationaal niveau te vergemakkelijken. Zij werken samen en stemmen hun werkzaamheden op elkaar af op het gebied van onderwerpen van gemeenschappelijk belang en nieuwe vraagstukken in internationale contexten.

3.

De Partijen komen overeen dat de partnerschapsdialoog op een flexibele en op maat gesneden wijze moet worden gevoerd, regelmatig moet plaatsvinden in een passend formaat en op het meest passende binnenlandse, regionale of meerlandenniveau, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel, en alle mogelijke kanalen ten volle moet benutten, ook in regionale en internationale contexten. Zij komen overeen de doeltreffendheid van de partnerschapsdialoog te monitoren en te evalueren en het toepassingsgebied ervan waar nodig aan te passen.

4.

De Partijen komen overeen dat de parlementen en, in voorkomend geval, vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en de private sector naar behoren moeten worden geïnformeerd, geraadpleegd en in staat gesteld een bijdrage te leveren aan de partnerschapsdialoog. Regionale en continentale organisaties worden waar passend bij de partnerschapsdialoog betrokken.

Artikel 4. Beleidscoherentie
1.

De Partijen streven ernaar samenhangende beleidsmaatregelen te nemen op nationaal, regionaal en internationaal niveau met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst, door middel van een gerichte, strategische en op partnerschap berustende aanpak.

2.

De partijen bevorderen apart en gezamenlijk synergieën tussen beleidsmaatregelen om eventuele negatieve effecten van hun beleid op de andere Partijen te voorkomen of tot een minimum te beperken. De partijen verbinden zich ertoe de andere Partijen op de hoogte te stellen van en, in voorkomend geval, met hen overleg te plegen over initiatieven en maatregelen die voor hen aanzienlijke gevolgen kunnen hebben.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.