Verdrag tussen de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Regering van de Franse Republiek, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regering van de Italiaanse Republiek tot oprichting van een Gezamenlijke Organisatie voor Samenwerking op Defensie-materieelgebied (Organisation Conjointe de Coopération en matière d'Armement) OCCAR
De Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
de Regering van de Franse Republiek,
de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland,
en de Regering van de Italiaanse Republiek,
Geleid door de wens de samenwerking op defensiematerieelgebied te versterken teneinde de doelmatigheid te verhogen en de kosten te verlagen,
Overwegende dat het dringend noodzakelijk is te komen tot een zo gunstig mogelijke verhouding tussen de kosten (te verstaan als levensduurkosten) en de doelmatigheid bij de huidige en toekomstige samenwerkingsprojecten; dat hiertoe nieuwe projectmanagementmethoden moeten worden ontwikkeld en geoptimaliseerd, dat de doeltreffendheid van de procedures voor de gunning van contracten moet worden vergroot, en dat de totstandkoming van daadwerkelijk geïntegreerde multinationale groepen van industriële hoofdcontractanten moet worden gestimuleerd;
Verlangende te komen tot een coördinatie van hun behoeftestellingen op lange termijn, wanneer de militaire behoeften dat toelaten, alsmede tot een gemeenschappelijk technologie-investeringsbeleid, waarbij de beginselen van complementariteit, wederkerigheid en evenwicht in acht worden genomen;
Overtuigd van de noodzaak bij gezamenlijke projecten de concurrentie te verbeteren overeenkomstig de in overeenstemming met dit Verdrag aangenomen uniforme regels, teneinde de concurrentiepositie van de Europese defensie-technologische en industriële basis te verbeteren, optimaal gebruik te maken van hun leidende industrieën en een nauwere relatie tussen hun ondernemingen te bevorderen;
Ervan overtuigd dat een nauwere samenwerking op defensiematerieelgebied bijdraagt tot de ontwikkeling van een Europese veiligheids- en defensie-identiteit en een nuttige stap is op weg naar de oprichting van een Europees defensiematerieelagentschap;
Verlangende dit Verdrag open te stellen voor toetreding door andere Europese staten, mits deze staten de hierin genoemde bepalingen aanvaarden,
zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Opgericht wordt een Europese organisatie genaamd ,,Gezamenlijke Organisatie voor Samenwerking op Defensiematerieelgebied’’ (Organisation Conjointe de Coopération en matière d’Armement (OCCAR)).
Artikel 2
De leden van de OCCAR, hierna genoemd de ,,lidstaten’’, zijn Partij bij dit Verdrag in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk XV.
Artikel 3
Het hoofdkwartier van de OCCAR is gevestigd te Bonn, Bondsrepubliek Duitsland.
Artikel 4
De officiële talen van de OCCAR zijn het Frans, het Duits, het Engels en het Italiaans.
HOOFDSTUK II. DOELSTELLINGEN VOOR SAMENWERKING EN TAKEN VAN DE OCCAR
Artikel 5
Teneinde de concurrentiepositie van de Europese defensietechnologische en -industriële basis te versterken, zien de lidstaten – op de samenwerkingsgebieden – af van het principe van analytische berekening van evenredige deelneming per project en wordt dit vervangen door het streven naar een globaal evenwicht over meerdere jaren en tussen verschillende projecten. De doorzichtigheid wordt gewaarborgd door de jaarlijkse opstelling van voortgangsrapporten voor elk van de lopende projecten. In een eerste fase zijn de in Bijlage III opgenomen overgangsbepalingen van toepassing.
Met deze samenwerking wordt de totstandkoming van een daadwerkelijke onderlinge industriële en technologische complementariteit op de desbetreffende gebieden beoogd, die zowel op korte als middellange termijn, ongeacht de omstandigheden, borg staat voor de ondersteuning van de krijgsmacht.
Artikel 6
Bij de vervulling van de materieelbehoefte van zijn strijdkrachten zal elk van de lidstaten de voorkeur geven aan het materieel aan de ontwikkeling waarvan hij in OCCAR-verband heeft bijgedragen.
Artikel 7
Het is de taak van de OCCAR de door de lidstaten aan haar toegewezen materieelprojecten te coördineren, te leiden en te doen uitvoeren, alsmede gezamenlijke op de toekomst gerichte activiteiten te coördineren en te bevorderen, waardoor de doelmatigheid van het projectmanagement van de samenwerkingsprojecten uit oogpunt van kosten, tijdsduur en resultaat wordt verbeterd.
Artikel 8
De OCCAR verricht de volgende taken, alsook alle andere functies die haar kunnen worden opgedragen door de lidstaten:
- a. management van de lopende en toekomstige samenwerkingsprojecten, met inbegrip van het beheer van de ingebruikneming en de ondersteuning tijdens de gebruiksfase, alsook onderzoeksactiviteiten;
- b. projectmanagement van de aan haar opgedragen nationale projecten van de lidstaten;
- c. opstelling van gemeenschappelijke technische specificaties voor de ontwikkeling en verwerving van gezamenlijk gedefinieerde materieel;
- d. afstemming en planning van gezamenlijke onderzoeksactiviteiten en, in samenwerking met de betrokken militaire staven, bestudering van technische oplossingen die tegemoet komen aan de toekomstige operationele behoefte;
- e. afstemming van de nationale besluiten met betrekking tot de gemeenschappelijke industriële basis en gemeenschappelijke technologie;
- f. coördinatie van investeringen en van het gebruik van beproevingscentra.
HOOFDSTUK III. ALGEMENE ORGANISATIE
Artikel 9
De OCCAR bestaat uit een Raad van Toezicht (de Raad) en het OCCAR-agentschap.
HOOFDSTUK IV. DE RAAD VAN TOEZICHT
Artikel 10
Binnen de OCCAR is de Raad het hoogste besluitvormingsorgaan.
Artikel 11
De Raad heeft de leiding over en oefent toezicht uit op het OCCAR-agentschap en alle comités.
Artikel 12
De Raad neemt alle besluiten met betrekking tot de uitvoering van dit Verdrag, en in het bijzonder:
- a. aanbevelingen ten aanzien van de toelating van nieuwe lidstaten;
- b. toewijzing van een project aan de OCCAR;
- c. oprichting of ontbinding van de in artikel 17 bedoelde comités;
- d. voorbereiding van toekomstige taken en projecten, indien deze niet door de comités kunnen worden voorbereid;
- e. besluiten omtrent alle financiële aangelegenheden die op de OCCAR betrekking hebben, met name de goedkeuring van administratieve en operationele begrotingen en financiële jaarverslagen, alsook besluiten ten aanzien van de financiële en boekhoudkundige voorschriften en het management van de organisatie;
- f. procedures en regels voor de gunning van contracten, alsook standaard clausules en voorwaarden voor deze contracten. De Raad is verantwoordelijk voor besluiten met betrekking tot de gunning van contracten, en draagt zorg voor de goedkeuring van deze besluiten wanneer deze niet zijn gedelegeerd aan het daartoe opgerichte bevoegde comité;
- g. veiligheidsprocedures en -regels;
- h. de grondslagen en regels voor het functioneren van de OCCAR, met name die welke betrekking hebben op het personeel en de financiële regels van het OCCAR-agentschap;
- i. toezicht op de juiste toepassing van de OCCAR-regels, met name de toepassing van de regels inzake de vrije concurrentie en de naleving van het in artikel 24, derde lid, bedoelde beginsel van wederkerigheid;
- j. benoeming van de in artikel 36 bedoelde accountants.
Artikel 13
De Raad neemt, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag, de voorschriften aan die nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken.
Artikel 14
De Raad komt tweemaal per jaar bijeen, en daarnaast op verzoek daartoe van een of meerdere lidstaten. De Raad kiest uit zijn leden een voorzitter die zijn functie gedurende een jaar vervult; deze termijn kan éénmaal worden verlengd. De Raad neemt zijn eigen reglement van orde aan.
Het secretariaat van de Raad wordt verzorgd door het OCCAR-agentschap.
Artikel 15
Elke lidstaat wordt in de Raad vertegenwoordigd door een vertegenwoordiger met stemrecht. De vertegenwoordigers van de lidstaten zijn de ministers van defensie of hun afgevaardigden, die gerechtigd zijn te worden vergezeld door delegatieleden, waaronder vertegenwoordigers van de staven van de strijdkrachten. De Directeur en de plaatsvervangend Directeur van het OCCAR-agentschap zijn gerechtigd de Raadsvergaderingen bij te wonen, maar hebben geen stemrecht. Indien nodig kan de Raad deskundigen uitnodigen afkomstig van de lidstaten, van het OCCAR-agentschap of van andere organisaties die betrokken zijn bij multilaterale samenwerkingsprojecten op materieelgebied waaraan de lidstaten deelnemen.
Wanneer de Raad besluiten moet nemen met betrekking tot een project waaraan niet alle OCCAR-lidstaten deelnemen, worden de besluiten genomen door de vertegenwoordigers van de lidstaten die aan het desbetreffende project deelnemen.
Artikel 16
De Raad benoemt de Directeur van het OCCAR- agentschap en diens plaatsvervanger alsook het overige directiepersoneel. De Raad hecht zijn goedkeuring aan het personeelsbestand van het OCCAR-agentschap. De Directeur wordt benoemd voor een periode van drie jaar, die maximaal met drie jaar kan worden verlengd.
Artikel 17
De Raad kan bepaalde taken aan de daarvoor in aanmerking komende comités delegeren, uitgezonderd de in artikel 12, onder a, b, c en j, genoemde taken. Tot de comités behoren met name een planningscomité en projectcomités. De besluiten over de uitvoering van elk afzonderlijk project worden uitsluitend genomen door de vertegenwoordigers van de lidstaten die aan het desbetreffende project deelnemen.
De projectcomités houden ten behoeve van de aan een project deelnemende lidstaten toezicht op het verloop van een of meer projecten.
Artikel 18
Onverminderd het bepaalde in het tweede lid worden besluiten in het kader van dit Verdrag door de lidstaten bij unanimiteit genomen, met inbegrip van kwesties waarvoor geen specifieke besluitvormingsprocedure is of wordt overeengekomen.
De in Bijlage IV opgenomen specifieke bepalingen zijn van toepassing.
HOOFDSTUK V. HET OCCAR-AGENTSCHAP
Artikel 19
Het OCCAR-agentschap is het permanente uitvoerende orgaan dat belast is met de uitvoering van de Raadsbesluiten. Aan het hoofd van het Agentschap staat een door de Raad benoemde Directeur.
Artikel 20
Het OCCAR-agentschap bestaat uit:
- a. Het centraal kantoor, gevestigd in het Hoofdkwartier van de OCCAR, dat is samengesteld uit:
- –. de directie, bestaande uit de Directeur, diens plaatsvervanger en het ondersteunende personeel;
- –. divisies die belast zijn met:
- toekomstplanning;
- verwerving, contracten en financiële aangelegenheden;
- administratieve taken.
- b. Projectdivisies die elk een of meer projecten krijgen opgedragen.
De projectdivisies, waarin dubbele bezetting van posten niet geoorloofd is, beschikken over de nodige bevoegdheden om zo zelfstandig mogelijk het dagelijks beheer uit te voeren, waarbij de hoogste voorrang wordt gegeven aan resultaatgerichtheid en risicobeheersing, optimalisatie en kostenbeheersing, in overeenstemming met de door de Raad aangenomen voorschriften.
Teneinde de functionering van de projectdivisies die niet bij het centrale kantoor worden ondergebracht te vergemakkelijken, kunnen personeelsleden van het centrale kantoor bij deze projectdivisies worden ingezet.
Artikel 21
De Directeur is voor het functioneren van het OCCAR-agentschap rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan de Raad. Zijn verantwoordelijkheden worden uiteengezet in een door de Raad goedgekeurd document.
Artikel 22
De personeelsleden van de OCCAR genieten de in Bijlage I bij dit Verdrag genoemde voorrechten en immuniteiten. De Raad ziet erop toe dat het aantal gecreëerde arbeidsplaatsen beperkt blijft tot degenen van wie de functie toekenning van de overeenkomstige voorrechten en immuniteiten vereist. Onder deze personeelsleden vallen niet de ter beschikking gestelde personeelsleden die geen OCCAR-contract bezitten; deze personeelsleden worden voor de toepassing van Bijlage I aangemerkt als deskundigen.
Het personeelsreglement, de salaris- en de pensioenregeling, zijn gebaseerd op de regels van de Gecoördineerde Organisaties (bijvoorbeeld de NAVO of de WEU).
De arbeidsplaatsen binnen het OCCAR-agentschap worden toegekend aan personen die zodanig gekwalificeerd zijn dat de organisatie haar taken zo doeltreffend mogelijk kan uitvoeren, rekening houdend met de deelname van de lidstaten aan lopende of toekomstige projecten.
Geen enkel personeelslid van het OCCAR-agentschap kan een betaalde functie vervullen voor een regering of andere activiteiten ontplooien die niet verenigbaar zijn met zijn positie als OCCAR-werknemer.
Alle OCCAR-personeelsleden moeten schriftelijk verklaren dat zij voornemens zijn hun taken gewetensvol te vervullen, niet om instructies bij de vervulling van hun taken te vragen of deze te ontvangen van een regering of enige andere autoriteit buiten de OCCAR, en zich te onthouden van elke handeling die onverenigbaar is met hun positie als OCCAR-werknemer. De Directeur en de plaatsvervangend Directeur leggen deze verklaring af ten overstaan van de Raad.
Elke lidstaat verplicht zich ertoe de uitsluitend internationale aard van de functies van de Directeur en van het personeel van het OCCAR-agentschap te eerbiedigen.
HOOFDSTUK VI. VERWERVINGSBEGINSELEN
Artikel 23
De gedetailleerde verwervingsregels en -procedures van de OCCAR worden neergelegd in een op voorstel van de Directeur of van de lidstaten door de Raad aangenomen voorschrift. De verwervingsregels en -procedures zijn van toepassing op alle door de OCCAR gegunde contracten.
Met betrekking tot de uitvoering van de door de OCCAR beheerde projecten, in het bijzonder die welke betrekking hebben op de activiteiten op materieelgebied (zijnde onderzoek, ontwikkeling, industrialisatie, productie, ingebruikneming en ondersteuning tijdens de gebruiksfase), moeten de in de contracten en procedures genoemde regels in overeenstemming zijn met de in de artikelen 24 tot en met 30 vastgelegde verwervingsbeginselen.
Artikel 24
Onverminderd het bepaalde in dit artikel, worden de contracten aan leveranciers en onderleveranciers in het algemeen gegund op basis van concurrentiestelling.
De concurrentiestelling verloopt overeenkomstig de in Hoofdstuk II van dit Verdrag uiteengezette doelen en beginselen.
Met unanieme instemming van de deelnemers aan een project kan de aanbesteding worden uitgebreid tot Staten die niet behoren tot de West-Europese Defensiematerieelgroep (Western European Armament Group), mits hierbij het beginsel van wederkerigheid wordt toegepast.
Teneinde te voldoen aan de defensie- en veiligheidseisen, of ter versterking van de concurrentiepositie van de Europese defensietechnologische en -industriële basis, kunnen de concurrentiestelling en de gunning van contracten, in het bijzonder waar het contracten betreft die betrekking hebben op defensiematerieel gerelateerde onderzoeks- en technologie-activiteiten, worden beperkt tot bedrijven, instituten, agentschappen of daarvoor in aanmerking komende instellingen die onder de rechtsmacht vallen van een lidstaat die aan het desbetreffende project deelneemt.
De OCCAR streeft ernaar zo goed mogelijke verwervingsprocedures in te stellen en werkt in dit verband samen met de lidstaten teneinde haar verwervingssysteem internationaal gezien op een zo hoog mogelijk niveau te brengen.
De Raad ziet toe op de toepassing van de aanbestedingsregels en beslist of het wederkerigheidsbeginsel naar behoren wordt nageleefd door de Staten die geen lid zijn van deWest-Europese Defensiematerieelgroep (Western European Armament Group States).
Artikel 25
Indien sprake is van concurrentiestelling, worden de contracten in het algemeen toegekend op basis van de concurrerende aard van de ontvangen offertes en niet op basis van de financiële bijdragen van de deelnemers. In een eerste fase zijn evenwel de in Bijlage III bedoelde overgangsbepalingen van toepassing.
Artikel 26
Alle eventuele opdrachten die op grond van concurrentiestelling worden gegund, worden langs de daartoe gebruikelijke weg gepubliceerd.
Artikel 27
De criteria voor de kwalificatie en selectie van inschrijvers en voor de beoordeling van de offertes worden nauwkeurig vastgelegd voordat de inschrijving wordt geopend en openbaar wordt gemaakt.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.