Verdrag tussen de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Regering van de Franse Republiek, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regering van de Italiaanse Republiek tot oprichting van een Gezamenlijke Organisatie voor Samenwerking op Defensie-materieelgebied (Organisation Conjointe de Coopération en matière d'Armement) OCCAR

Type Verdrag
Publication 1998-09-09
State In force
Source BWB
artikelen 58
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

de Regering van de Franse Republiek,

de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland,

en de Regering van de Italiaanse Republiek,

Geleid door de wens de samenwerking op defensiematerieelgebied te versterken teneinde de doelmatigheid te verhogen en de kosten te verlagen,

Overwegende dat het dringend noodzakelijk is te komen tot een zo gunstig mogelijke verhouding tussen de kosten (te verstaan als levensduurkosten) en de doelmatigheid bij de huidige en toekomstige samenwerkingsprojecten; dat hiertoe nieuwe projectmanagementmethoden moeten worden ontwikkeld en geoptimaliseerd, dat de doeltreffendheid van de procedures voor de gunning van contracten moet worden vergroot, en dat de totstandkoming van daadwerkelijk geïntegreerde multinationale groepen van industriële hoofdcontractanten moet worden gestimuleerd;

Verlangende te komen tot een coördinatie van hun behoeftestellingen op lange termijn, wanneer de militaire behoeften dat toelaten, alsmede tot een gemeenschappelijk technologie-investeringsbeleid, waarbij de beginselen van complementariteit, wederkerigheid en evenwicht in acht worden genomen;

Overtuigd van de noodzaak bij gezamenlijke projecten de concurrentie te verbeteren overeenkomstig de in overeenstemming met dit Verdrag aangenomen uniforme regels, teneinde de concurrentiepositie van de Europese defensie-technologische en industriële basis te verbeteren, optimaal gebruik te maken van hun leidende industrieën en een nauwere relatie tussen hun ondernemingen te bevorderen;

Ervan overtuigd dat een nauwere samenwerking op defensiematerieelgebied bijdraagt tot de ontwikkeling van een Europese veiligheids- en defensie-identiteit en een nuttige stap is op weg naar de oprichting van een Europees defensiematerieelagentschap;

Verlangende dit Verdrag open te stellen voor toetreding door andere Europese staten, mits deze staten de hierin genoemde bepalingen aanvaarden,

zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Opgericht wordt een Europese organisatie genaamd ,,Gezamenlijke Organisatie voor Samenwerking op Defensiematerieelgebied’’ (Organisation Conjointe de Coopération en matière d’Armement (OCCAR)).

Artikel 2

De leden van de OCCAR, hierna genoemd de ,,lidstaten’’, zijn Partij bij dit Verdrag in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk XV.

Artikel 3

Het hoofdkwartier van de OCCAR is gevestigd te Bonn, Bondsrepubliek Duitsland.

Artikel 4

De officiële talen van de OCCAR zijn het Frans, het Duits, het Engels en het Italiaans.

HOOFDSTUK II. DOELSTELLINGEN VOOR SAMENWERKING EN TAKEN VAN DE OCCAR

Artikel 5

Teneinde de concurrentiepositie van de Europese defensietechnologische en -industriële basis te versterken, zien de lidstaten – op de samenwerkingsgebieden – af van het principe van analytische berekening van evenredige deelneming per project en wordt dit vervangen door het streven naar een globaal evenwicht over meerdere jaren en tussen verschillende projecten. De doorzichtigheid wordt gewaarborgd door de jaarlijkse opstelling van voortgangsrapporten voor elk van de lopende projecten. In een eerste fase zijn de in Bijlage III opgenomen overgangsbepalingen van toepassing.

Met deze samenwerking wordt de totstandkoming van een daadwerkelijke onderlinge industriële en technologische complementariteit op de desbetreffende gebieden beoogd, die zowel op korte als middellange termijn, ongeacht de omstandigheden, borg staat voor de ondersteuning van de krijgsmacht.

Artikel 6

Bij de vervulling van de materieelbehoefte van zijn strijdkrachten zal elk van de lidstaten de voorkeur geven aan het materieel aan de ontwikkeling waarvan hij in OCCAR-verband heeft bijgedragen.

Artikel 7

Het is de taak van de OCCAR de door de lidstaten aan haar toegewezen materieelprojecten te coördineren, te leiden en te doen uitvoeren, alsmede gezamenlijke op de toekomst gerichte activiteiten te coördineren en te bevorderen, waardoor de doelmatigheid van het projectmanagement van de samenwerkingsprojecten uit oogpunt van kosten, tijdsduur en resultaat wordt verbeterd.

Artikel 8

De OCCAR verricht de volgende taken, alsook alle andere functies die haar kunnen worden opgedragen door de lidstaten:

  • a. management van de lopende en toekomstige samenwerkingsprojecten, met inbegrip van het beheer van de ingebruikneming en de ondersteuning tijdens de gebruiksfase, alsook onderzoeksactiviteiten;
  • b. projectmanagement van de aan haar opgedragen nationale projecten van de lidstaten;
  • c. opstelling van gemeenschappelijke technische specificaties voor de ontwikkeling en verwerving van gezamenlijk gedefinieerde materieel;
  • d. afstemming en planning van gezamenlijke onderzoeksactiviteiten en, in samenwerking met de betrokken militaire staven, bestudering van technische oplossingen die tegemoet komen aan de toekomstige operationele behoefte;
  • e. afstemming van de nationale besluiten met betrekking tot de gemeenschappelijke industriële basis en gemeenschappelijke technologie;
  • f. coördinatie van investeringen en van het gebruik van beproevingscentra.

HOOFDSTUK III. ALGEMENE ORGANISATIE

Artikel 9

De OCCAR bestaat uit een Raad van Toezicht (de Raad) en het OCCAR-agentschap.

HOOFDSTUK IV. DE RAAD VAN TOEZICHT

Artikel 10

Binnen de OCCAR is de Raad het hoogste besluitvormingsorgaan.

Artikel 11

De Raad heeft de leiding over en oefent toezicht uit op het OCCAR-agentschap en alle comités.

Artikel 12

De Raad neemt alle besluiten met betrekking tot de uitvoering van dit Verdrag, en in het bijzonder:

  • a. aanbevelingen ten aanzien van de toelating van nieuwe lidstaten;
  • b. toewijzing van een project aan de OCCAR;
  • c. oprichting of ontbinding van de in artikel 17 bedoelde comités;
  • d. voorbereiding van toekomstige taken en projecten, indien deze niet door de comités kunnen worden voorbereid;
  • e. besluiten omtrent alle financiële aangelegenheden die op de OCCAR betrekking hebben, met name de goedkeuring van administratieve en operationele begrotingen en financiële jaarverslagen, alsook besluiten ten aanzien van de financiële en boekhoudkundige voorschriften en het management van de organisatie;
  • f. procedures en regels voor de gunning van contracten, alsook standaard clausules en voorwaarden voor deze contracten. De Raad is verantwoordelijk voor besluiten met betrekking tot de gunning van contracten, en draagt zorg voor de goedkeuring van deze besluiten wanneer deze niet zijn gedelegeerd aan het daartoe opgerichte bevoegde comité;
  • g. veiligheidsprocedures en -regels;
  • h. de grondslagen en regels voor het functioneren van de OCCAR, met name die welke betrekking hebben op het personeel en de financiële regels van het OCCAR-agentschap;
  • i. toezicht op de juiste toepassing van de OCCAR-regels, met name de toepassing van de regels inzake de vrije concurrentie en de naleving van het in artikel 24, derde lid, bedoelde beginsel van wederkerigheid;
  • j. benoeming van de in artikel 36 bedoelde accountants.

Artikel 13

De Raad neemt, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag, de voorschriften aan die nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken.

Artikel 14

1.

De Raad komt tweemaal per jaar bijeen, en daarnaast op verzoek daartoe van een of meerdere lidstaten. De Raad kiest uit zijn leden een voorzitter die zijn functie gedurende een jaar vervult; deze termijn kan éénmaal worden verlengd. De Raad neemt zijn eigen reglement van orde aan.

2.

Het secretariaat van de Raad wordt verzorgd door het OCCAR-agentschap.

Artikel 15

1.

Elke lidstaat wordt in de Raad vertegenwoordigd door een vertegenwoordiger met stemrecht. De vertegenwoordigers van de lidstaten zijn de ministers van defensie of hun afgevaardigden, die gerechtigd zijn te worden vergezeld door delegatieleden, waaronder vertegenwoordigers van de staven van de strijdkrachten. De Directeur en de plaatsvervangend Directeur van het OCCAR-agentschap zijn gerechtigd de Raadsvergaderingen bij te wonen, maar hebben geen stemrecht. Indien nodig kan de Raad deskundigen uitnodigen afkomstig van de lidstaten, van het OCCAR-agentschap of van andere organisaties die betrokken zijn bij multilaterale samenwerkingsprojecten op materieelgebied waaraan de lidstaten deelnemen.

2.

Wanneer de Raad besluiten moet nemen met betrekking tot een project waaraan niet alle OCCAR-lidstaten deelnemen, worden de besluiten genomen door de vertegenwoordigers van de lidstaten die aan het desbetreffende project deelnemen.

Artikel 16

De Raad benoemt de Directeur van het OCCAR- agentschap en diens plaatsvervanger alsook het overige directiepersoneel. De Raad hecht zijn goedkeuring aan het personeelsbestand van het OCCAR-agentschap. De Directeur wordt benoemd voor een periode van drie jaar, die maximaal met drie jaar kan worden verlengd.

Artikel 17

1.

De Raad kan bepaalde taken aan de daarvoor in aanmerking komende comités delegeren, uitgezonderd de in artikel 12, onder a, b, c en j, genoemde taken. Tot de comités behoren met name een planningscomité en projectcomités. De besluiten over de uitvoering van elk afzonderlijk project worden uitsluitend genomen door de vertegenwoordigers van de lidstaten die aan het desbetreffende project deelnemen.

2.

De projectcomités houden ten behoeve van de aan een project deelnemende lidstaten toezicht op het verloop van een of meer projecten.

Artikel 18

1.

Onverminderd het bepaalde in het tweede lid worden besluiten in het kader van dit Verdrag door de lidstaten bij unanimiteit genomen, met inbegrip van kwesties waarvoor geen specifieke besluitvormingsprocedure is of wordt overeengekomen.

2.

De in Bijlage IV opgenomen specifieke bepalingen zijn van toepassing.

HOOFDSTUK V. HET OCCAR-AGENTSCHAP

Artikel 19

Het OCCAR-agentschap is het permanente uitvoerende orgaan dat belast is met de uitvoering van de Raadsbesluiten. Aan het hoofd van het Agentschap staat een door de Raad benoemde Directeur.

Artikel 20

Het OCCAR-agentschap bestaat uit:

  • a. Het centraal kantoor, gevestigd in het Hoofdkwartier van de OCCAR, dat is samengesteld uit:
  • –. de directie, bestaande uit de Directeur, diens plaatsvervanger en het ondersteunende personeel;
  • –. divisies die belast zijn met:
  • toekomstplanning;
  • verwerving, contracten en financiële aangelegenheden;
  • administratieve taken.
  • b. Projectdivisies die elk een of meer projecten krijgen opgedragen.

De projectdivisies, waarin dubbele bezetting van posten niet geoorloofd is, beschikken over de nodige bevoegdheden om zo zelfstandig mogelijk het dagelijks beheer uit te voeren, waarbij de hoogste voorrang wordt gegeven aan resultaatgerichtheid en risicobeheersing, optimalisatie en kostenbeheersing, in overeenstemming met de door de Raad aangenomen voorschriften.

Teneinde de functionering van de projectdivisies die niet bij het centrale kantoor worden ondergebracht te vergemakkelijken, kunnen personeelsleden van het centrale kantoor bij deze projectdivisies worden ingezet.

Artikel 21

De Directeur is voor het functioneren van het OCCAR-agentschap rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan de Raad. Zijn verantwoordelijkheden worden uiteengezet in een door de Raad goedgekeurd document.

Artikel 22

1.

De personeelsleden van de OCCAR genieten de in Bijlage I bij dit Verdrag genoemde voorrechten en immuniteiten. De Raad ziet erop toe dat het aantal gecreëerde arbeidsplaatsen beperkt blijft tot degenen van wie de functie toekenning van de overeenkomstige voorrechten en immuniteiten vereist. Onder deze personeelsleden vallen niet de ter beschikking gestelde personeelsleden die geen OCCAR-contract bezitten; deze personeelsleden worden voor de toepassing van Bijlage I aangemerkt als deskundigen.

2.

Het personeelsreglement, de salaris- en de pensioenregeling, zijn gebaseerd op de regels van de Gecoördineerde Organisaties (bijvoorbeeld de NAVO of de WEU).

3.

De arbeidsplaatsen binnen het OCCAR-agentschap worden toegekend aan personen die zodanig gekwalificeerd zijn dat de organisatie haar taken zo doeltreffend mogelijk kan uitvoeren, rekening houdend met de deelname van de lidstaten aan lopende of toekomstige projecten.

4.

Geen enkel personeelslid van het OCCAR-agentschap kan een betaalde functie vervullen voor een regering of andere activiteiten ontplooien die niet verenigbaar zijn met zijn positie als OCCAR-werknemer.

5.

Alle OCCAR-personeelsleden moeten schriftelijk verklaren dat zij voornemens zijn hun taken gewetensvol te vervullen, niet om instructies bij de vervulling van hun taken te vragen of deze te ontvangen van een regering of enige andere autoriteit buiten de OCCAR, en zich te onthouden van elke handeling die onverenigbaar is met hun positie als OCCAR-werknemer. De Directeur en de plaatsvervangend Directeur leggen deze verklaring af ten overstaan van de Raad.

6.

Elke lidstaat verplicht zich ertoe de uitsluitend internationale aard van de functies van de Directeur en van het personeel van het OCCAR-agentschap te eerbiedigen.

HOOFDSTUK VI. VERWERVINGSBEGINSELEN

Artikel 23

1.

De gedetailleerde verwervingsregels en -procedures van de OCCAR worden neergelegd in een op voorstel van de Directeur of van de lidstaten door de Raad aangenomen voorschrift. De verwervingsregels en -procedures zijn van toepassing op alle door de OCCAR gegunde contracten.

2.

Met betrekking tot de uitvoering van de door de OCCAR beheerde projecten, in het bijzonder die welke betrekking hebben op de activiteiten op materieelgebied (zijnde onderzoek, ontwikkeling, industrialisatie, productie, ingebruikneming en ondersteuning tijdens de gebruiksfase), moeten de in de contracten en procedures genoemde regels in overeenstemming zijn met de in de artikelen 24 tot en met 30 vastgelegde verwervingsbeginselen.

Artikel 24

1.

Onverminderd het bepaalde in dit artikel, worden de contracten aan leveranciers en onderleveranciers in het algemeen gegund op basis van concurrentiestelling.

2.

De concurrentiestelling verloopt overeenkomstig de in Hoofdstuk II van dit Verdrag uiteengezette doelen en beginselen.

3.

Met unanieme instemming van de deelnemers aan een project kan de aanbesteding worden uitgebreid tot Staten die niet behoren tot de West-Europese Defensiematerieelgroep (Western European Armament Group), mits hierbij het beginsel van wederkerigheid wordt toegepast.

4.

Teneinde te voldoen aan de defensie- en veiligheidseisen, of ter versterking van de concurrentiepositie van de Europese defensietechnologische en -industriële basis, kunnen de concurrentiestelling en de gunning van contracten, in het bijzonder waar het contracten betreft die betrekking hebben op defensiematerieel gerelateerde onderzoeks- en technologie-activiteiten, worden beperkt tot bedrijven, instituten, agentschappen of daarvoor in aanmerking komende instellingen die onder de rechtsmacht vallen van een lidstaat die aan het desbetreffende project deelneemt.

5.

De OCCAR streeft ernaar zo goed mogelijke verwervingsprocedures in te stellen en werkt in dit verband samen met de lidstaten teneinde haar verwervingssysteem internationaal gezien op een zo hoog mogelijk niveau te brengen.

6.

De Raad ziet toe op de toepassing van de aanbestedingsregels en beslist of het wederkerigheidsbeginsel naar behoren wordt nageleefd door de Staten die geen lid zijn van deWest-Europese Defensiematerieelgroep (Western European Armament Group States).

Artikel 25

Indien sprake is van concurrentiestelling, worden de contracten in het algemeen toegekend op basis van de concurrerende aard van de ontvangen offertes en niet op basis van de financiële bijdragen van de deelnemers. In een eerste fase zijn evenwel de in Bijlage III bedoelde overgangsbepalingen van toepassing.

Artikel 26

Alle eventuele opdrachten die op grond van concurrentiestelling worden gegund, worden langs de daartoe gebruikelijke weg gepubliceerd.

Artikel 27

De criteria voor de kwalificatie en selectie van inschrijvers en voor de beoordeling van de offertes worden nauwkeurig vastgelegd voordat de inschrijving wordt geopend en openbaar wordt gemaakt.

Artikel 28

Steeds waar mogelijk wordt gestreefd naar prijzen (met of zonder prijsaanpassingsclausule).

Artikel 29

Indien nodig kan de OCCAR de bevoegde diensten van de lidstaten verzoeken onderzoek te doen naar prijzen of kosten dan wel naar de kwaliteitszorg ten aanzien van de contracten die door de OCCAR worden gegund in uitvoering van haar in artikel 7 bedoelde taak. De lidstaten zetten zich met name in voor harmonisatie van de methoden en wijzen van prijsstelling.

Artikel 30

Bedrijven die geen uitnodiging tot inschrijving hebben ontvangen of waarvan de inschrijving niet is gehonoreerd, worden, op hun verzoek, op de hoogte gebracht van de reden van hun uitsluiting of van de afwijzing van hun offerte.

HOOFDSTUK VII. PROJECTEN

Artikel 31

Tussen de lidstaten bestaande samenwerkingsprojecten kunnen in de OCCAR worden geïntegreerd. De gedetailleerde regelingen voor een dergelijke integratie, met inbegrip van de overgangsbepalingen, worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de betrokken lidstaten en de OCCAR, en de integratie moet worden goedgekeurd door de Raad.

HOOFDSTUK VIII. EIGENDOM EN VERVREEMDING VAN GOEDEREN

Artikel 32

1.

Alle goederen verworven door de OCCAR onder een administratieve begrotingspost of, op grond van een bijzonder besluit van de Raad, door een lidstaat namens de OCCAR of in het kader van een gemeenschappelijke financiering, worden het eigendom van de OCCAR.

2.

De aanwending van inkomsten uit het gebruik of de verkoop van goederen door de OCCAR verworven in het kader van de administratieve begroting van de Organisatie, wordt vastgesteld bij Raadsbesluit. In geval van ontbinding van de OCCAR wordt het verschil tussen de inkomsten uit de verkoop van deze activa en de passiva van de OCCAR volgens een vooraf door de Raad vastgestelde verdeelsleutel onder de lidstaten verdeeld of door hen gedragen.

Artikel 33

1.

Telkens wanneer goederen worden verworven onder een operationele begrotingspost namens een of meer lidstaten, moeten door de betrokken lidstaten bijzondere financiële bepalingen worden vastgesteld; in deze bepalingen moeten de wijze van financiering en de regelingen voor beheer, verkoop en vervreemding worden vermeld.

2.

De in het kader van de operationele begroting van de OCCAR verworven goederen (materiële goederen) of vervaardigde goederen (maquettes, prototypen, gereedschappen, testbanken) blijven eigendom van de Staten die deze hebben medegefinancierd en blijven bestemd voor onderling gemeenschappelijk gebruik.

HOOFDSTUK IX. FINANCIEEL BEHEER

Artikel 34

De Raad stelt gedetailleerde financiële regels vast die worden neergelegd in specifieke voorschriften overeenkomstig de volgende bepalingen:

  • a. De kosten voortvloeiend uit de activiteiten van de OCCAR, zowel ten aanzien van de administratieve als de operationele taken, worden gedragen door de lidstaten.
  • b. Alle financiële middelen van de OCCAR, te weten:
  • –. middelen uit reguliere bijdragen van de lidstaten;
  • –. middelen uit de officiële activiteiten van de OCCAR;
  • –. middelen die op andere wijze aan de OCCAR ter beschikking worden gesteld of namens de lidstaten door haar worden beheerd, worden, per post, in de administratieve of operationele begroting van de OCCAR opgenomen.
  • c. De bevoegde OCCAR-autoriteiten handelen binnen de jaarlijks door de Raad aan hen toegekende bevoegdheden.
  • d. De vorm, frequentie en behandeling van de bijdragen van de lidstaten worden vastgelegd in passende gedetailleerde regels en overeenkomsten.

Artikel 35

1.

De voor de OCCAR-projecten en operationele plannen benodigde middelen worden neergelegd in een jaarlijkse begroting, luidende in euro’s, bestaande uit twee secties:

  • –. een administratieve sectie, die betrekking heeft op alle uitgaven benodigd voor het intern functioneren van de OCCAR;
  • –. een operationele sectie, waarin de financiële plannen zijn opgenomen die betrekking hebben op de door de OCCAR in het kader van haar doelstelling uitgevoerde projecten en operaties.
2.

In de OCCAR-begroting worden per sectie de voorziene uitgaven en de financieringsbronnen vermeld.

3.

De jaarlijkse ontwerp-begroting wordt door het OCCARagentschap opgesteld en ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd, overeenkomstig de financiële regels en procedures van de OCCAR.

Artikel 36

De jaarrekeningen moeten worden voorgelegd aan de door de Raad aangewezen accountants. Het accountantsrapport, vergezeld van gedetailleerde financiële staten, opgesteld conform de in de boekhoudkundige en financiële voorschriften vastgelegde nomenclatuur, wordt uiterlijk zes maanden na afsluiting van het begrotingsjaar door de Directeur ter goedkeuring voorgelegd aan de Raad.

HOOFDSTUK X. SAMENWERKING MET NIET-LIDSTATEN EN INTERNATIONALE ORGANISATIES

Artikel 37

De OCCAR kan met andere internationale organisaties en instellingen alsook met de regeringen, organisaties en instellingen van niet-lidstaten samenwerken en hiertoe met dezen overeenkomsten sluiten.

Artikel 38

Een dergelijke samenwerking kan gestalte krijgen in deelneming van niet-lidstaten of internationale organisaties aan een of meer projecten. Zulke regelingen kunnen erin voorzien dat besluiten ten aanzien van vraagstukken die uitsluitend betrekking hebben op een project waaraan een niet-lidstaat of een internationale organisatie deelneemt, door de Raad worden genomen met de instemming van de betrokken niet-lidstaat of organisatie.

HOOFDSTUK XI. JURIDISCHE STATUS, VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN

Artikel 39

De OCCAR bezit volledige rechtspersoonlijkheid en is met name bevoegd:

  • a. contracten te sluiten;
  • b. roerende of onroerende zaken te verwerven en te vervreemden, en
  • c. in rechte op te treden.

Artikel 40

1.

De OCCAR, haar personeel en deskundigen alsmede de vertegenwoordigers van de OCCAR-lidstaten, genieten de in Bijlage I genoemde voorrechten en immuniteiten.

2.

Overeenkomsten inzake het hoofdkwartier van de OCCAR, haar projectdivisies en kantoren, worden in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag gesloten tussen de OCCAR en de lidstaten op het grondgebied waarvan het hoofdkwartier, de projectdivisies en de kantoren zijn gelegen.

Artikel 41

1.

De in de artikelen 39 en 40 genoemde bevoegdheden worden uitgeoefend door de Raad, die deze kan delegeren aan de Directeur. Indien de Raad deze bevoegdheden niet aan de Directeur heeft gedelegeerd, beletten deze bepalingen de Raad niet de Directeur, of elk ander door de Raad aangewezen OCCAR-personeelslid, de bevoegdheid te verlenen een contract te ondertekenen of een internationale overeenkomst goed te keuren of te ondertekenen.

2.

Over de projectcontracten wordt door de OCCAR onderhandeld en deze worden door de OCCAR gesloten overeenkomstig de in de artikelen 23 en 24 van dit Verdrag bedoelde gedetailleerde verwervingsregels en -procedures; de partijen bij het contract maken een keuze ten aanzien van het toepasselijke recht.

HOOFDSTUK XII. BEVEILIGING

Artikel 42

De Raad neemt de OCCAR-veiligheidsvoorschriften aan. In deze voorschriften zullen geen onnodige beperkingen worden opgenomen met betrekking tot het vrije verkeer van personeelsleden, informatie en materieel, met name wat betreft de informatieverstrekking aan derden en de inzet van beveiligingsautoriteiten ten behoeve van procedures bij bezoeken.

HOOFDSTUK XIII. VERSLAGEN EN ACCOUNTANTSCONTROLES

Artikel 43

Jaarlijks doet de Directeur aan de Raad een verslag toekomen betreffende de activiteiten van het afgelopen jaar en de vooruitzichten met betrekking tot de activiteiten van het komende jaar.

Artikel 44

Teneinde aan hun accountantstaken inzake controle ten behoeve van hun nationale overheden te kunnen voldoen en hun parlementen overeenkomstig hun statuut te kunnen inlichten, zijn de nationale accountants bevoegd alle informatie op te vragen en alle documenten te onderzoeken die zich bij het OCCAR-agentschap bevinden, mits deze informatie of documenten betrekking hebben op projecten waaraan hun lidstaat deelneemt en op het functioneren van het centrale kantoor.

Artikel 45

Teneinde elke onnodige onderbreking van OCCAR-activiteiten te voorkomen en de informatie betreffende andere lidstaten te beveiligen, moeten de nationale accountants, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, voordat zij hun toegangsrecht tot het OCCAR-agentschap uitoefenen, onderling alsmede met de Directeur overleg plegen.

Artikel 46

De lidstaten coördineren hun activiteiten gericht op de bescherming van de financiële belangen van de OCCAR tegen fraude. Hiertoe dragen zij, met behulp van het OCCAR-agentschap, zorg voor geregelde samenwerking tussen de bevoegde diensten binnen hun overheden.

Artikel 47

De Raad kan opdracht geven tot het uitvoeren van alle controles of accountantsonderzoeken die hij nodig acht ter verbetering van het functioneren van de organisatie en van de uitvoering van de projecten.

HOOFDSTUK XIV. REGELING VAN GESCHILLEN

Artikel 48

1.

Elk geschil tussen de lidstaten betreffende de interpretatie of de toepassing van dit Verdrag wordt, indien mogelijk, in overleg geregeld.

2.

Indien een geschil niet in overleg kan worden geregeld, kan een van de betrokken Partijen verzoeken dat dit geschil aan arbitrage wordt onderworpen, onder de in Bijlage II bedoelde voorwaarden.

Artikel 49

1.

Alle geschillen voortvloeiend uit door de OCCAR gesloten contracten ter uitvoering van de projecten die aan haar zijn toegewezen, kunnen bij overeenstemming worden voorgelegd aan een bij de Raad ondergebracht comité voor minnelijke schikking, dat passende procedures bepaalt.

2.

Elk door de OCCAR te sluiten contract ter uitvoering van de projecten die aan haar zijn toegewezen, anders dan die welke betrekking hebben op arbeidscontracten, moet een bepaling bevatten voor een regeling op basis van minnelijke schikking alsmede een arbitrageclausule.

3.

Elk geschil tussen de OCCAR en een personeelslid van de OCCAR betreffende een arbeidscontract of arbeidsvoorwaarden wordt geregeld in overeenstemming met de voor het personeel geldende regels en procedures.

Artikel 50

Indien een derde partij vergoeding eist van door de OCCAR, haar personeelsleden of deskundigen veroorzaakte schade of letsel, en indien de OCCAR geen afstand doet van haar immuniteit, treft de Raad alle nodige maatregelen om de eis in behandeling te nemen en, indien deze gerechtvaardigd is, in te willigen.

HOOFDSTUK XV. SLOTBEPALINGEN

Artikel 51

1.

De Raad kan de lidstaten aanbevelen wijzigingen in dit Verdrag en in de Bijlagen hierbij aan te brengen. Elke lidstaat die een wijziging van dit Verdrag wenst voor te stellen, doet hiervan mededeling aan de Directeur. De Directeur brengt de lidstaten uiterlijk drie maanden voor de behandeling van het voorstel door de Raad op de hoogte van elk ingediend wijzigingsvoorstel.

2.

De door de Raad aanbevolen wijzigingen worden van kracht dertig dagen nadat de depositaris kennisgeving van aanvaarding heeft ontvangen van alle lidstaten. De depositaris doet alle lidstaten kennisgeving van de datum waarop deze wijzigingen van kracht worden.

Artikel 52

Dit Verdrag en de Bijlagen daarbij, die hiervan een integrerend deel vormen, dienen te worden bekrachtigd of aanvaard door de vier Staten die de OCCAR hebben opgericht en treedt in werking dertig dagen na de nederlegging van de vierde akte van bekrachtiging of goedkeuring.

Artikel 53

Op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag kan elke Europese Staat die lid wenst te worden, door de Raad worden uitgenodigd tot dit Verdrag toe te treden. Het Verdrag treedt voor het nieuwe lid in werking dertig dagen na de nederlegging van de akte van toetreding.

Artikel 54

De Regering van de Franse Republiek is de depositaris van dit Verdrag.

Artikel 55

1.

Indien de lidstaten de OCCAR besluiten te ontbinden, plegen zij overleg met de OCCAR en komen zij met elkaar – in de vorm van een overeenkomst – de nodige bepalingen overeen voor de bevredigende regeling van de gevolgen van de ontbinding van de organisatie, met name ten aanzien van derde partijen en medecontractanten van de OCCAR. In deze overeenkomst wordt, voor zover nodig, mede bepaald onder welke voorwaarden de rechten en verantwoordelijkheden van de OCCAR na de ontbinding worden overgedragen aan de lidstaten.

2.

De ontbinding van de OCCAR wordt van kracht zodra de hierboven bedoelde tussen de lidstaten overeengekomen bepalingen in werking zijn getreden.

Artikel 56

1.

Indien een van de lidstaten van de OCCAR het Verdrag wenst op te zeggen, beziet deze Staat in overleg met de andere lidstaten welke gevolgen deze opzegging heeft. Indien de lidstaat na dit overleg nog steeds wenst op te zeggen, doet hij van zijn opzegging schriftelijk kennisgeving aan de depositaris, die deze kennisgeving doet toekomen aan de overige lidstaten en aan de Directeur. De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum waarop de kennisgeving door de depositaris is ontvangen.

2.

De opzeggende lidstaat vervult al zijn verplichtingen tot aan de datum waarop de opzegging van kracht wordt. De lidstaten stellen in onderling overleg vast welke deze verplichtingen zijn.

3.

De rechten en verantwoordelijkheden van de opzeggende lidstaat met betrekking tot beveiliging, schadevergoeding, de regeling van geschillen en andere lopende verplichtingen blijven, ondanks de opzegging, onverlet.

Artikel 57

Elke lidstaat die de ingevolge dit Verdrag op hem rustende verplichtingen niet nakomt, kan op basis van een unaniem besluit door de Raad van dit Verdrag worden uitgesloten. De betrokken lidstaat neemt niet deel aan de stemming.

Artikel 58

Dit Verdrag wordt nedergelegd in het archief van de Regering van de Franse Republiek, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften hiervan doet toekomen aan de Regeringen van de ondertekenende of toetredende Staten.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned Representatives, having been duly authorised, have signed this Convention.

DONE at Farnborough on 9 September 1998, in a single original, in the English, French, German and Italian languages, each text being equally authentic.

Het Verdrag is op 9 september 1998 ondertekend voor de volgende staten:

Duitsland

Frankrijk

Italië

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)