Overeenkomst ter uitvoering van artikel 13 van het tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden op 23 juli 2018 te Brussel gesloten Verdrag inzake politiesamenwerking

Type Verdrag
Publication 2025-12-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden,

hierna genoemd „de Partijen”,

Gelet op artikel 13, zesde lid, en artikel 62, tweede lid, van het Verdrag van 23 juli 2018 tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake politiesamenwerking (hierna genoemd: „het Politieverdrag”),

Gelet op de wens van het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden om uitvoering te geven aan artikel 13 van het Politieverdrag, teneinde een vlotte uitwisseling van referentiegegevens inzake geautomatiseerde vergelijking van kentekengegevens evenals de door deze vergelijking gegenereerde hits tussen de bevoegde diensten van beide Verdragsluitende Partijen mogelijk te maken,

Gelet op het groeiende gebruik in deze twee Benelux-landen van camerasystemen die op geautomatiseerde wijze kentekengegevens van voertuigen vastleggen op of aan de openbare weg (ANPR-camerasystemen),

Overwegende dat een dergelijke vlotte uitwisseling van referentiegegevens en hits de veiligheid op het grondgebied van deze beide Benelux-landen zal bevorderen,

Overwegende dat een dergelijke uitwisseling van referentiegegevens en hits dient omkleed te worden met voldoende waarborgen ter bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van hun persoonsgegevens,

Overwegende dat het Groothertogdom Luxemburg op dit moment niet wenst deel te nemen aan de voorziene uitwisseling van referentiegegevens, doch dat het de mogelijkheid wenst te voorzien om op een later moment eveneens van de mogelijkheden geboden door artikel 13 van het Politieverdrag gebruik te maken,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

De mogelijkheden voorzien in artikel 13 van het Politieverdrag worden toegepast door het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden volgens de voorwaarden en modaliteiten voorzien in deze Uitvoeringsovereenkomst.

Artikel 2
1.

Voor de toepassing van deze Uitvoeringsovereenkomst wordt verstaan onder:

2.

Voor het overige gelden voor deze Uitvoeringsovereenkomst eveneens de definities vastgelegd in artikel 1 van het Politieverdrag.

Artikel 3
1.

Deze Uitvoeringsovereenkomst bepaalt enkel de voorwaarden, modaliteiten en procedures voor de vormen van samenwerking voorzien in artikel 13 van het Politieverdrag, namelijk de verstrekking van referentiegegevens en de hits op deze referentiegegevens.

2.

De post factum bevraging van passagegegevens, namelijk het verzoek door een bevoegde dienst van een deelnemende Verdragsluitende Partij aan een bevoegde dienst van een andere deelnemende Verdragsluitende Partij om passagegegevens te ontvangen die in het verleden werden gegenereerd door ANPR-camera’s maar geen hit hebben opgeleverd op door een bevoegde dienst van de verzoekende Verdragsluitende Partij verstrekte referentiegegevens, maakt niet het voorwerp uit van deze Uitvoeringsovereenkomst. Deze vorm van informatie-uitwisseling kan plaatsvinden op basis van artikel 4 van het Politieverdrag, voor zover de nationale wetgeving van de aangezochte Verdragsluitende Partij dit toelaat.

Artikel 4

De referentiegegevens bevatten enkel gegevens die ook volgens het nationale recht van de Partij waartoe de verstrekkende bevoegde dienst behoort op het eigen grondgebied kunnen opgenomen worden als referentiegegevens voor ANPR-camera’s.

Artikel 5

De verstrekking van referentiegegevens op basis van artikel 13 van het Politieverdrag kan gebeuren op structurele basis, zijnde met een frequentie van minstens eenmaal per werkdag, tenzij onderling anders overeengekomen door de betrokken bevoegde diensten, of op ad hoc-basis voor gebruik in het raam van een specifieke actie, waarbij de ontvangen referentiegegevens kunnen worden ingezet met een duur van ten hoogste 48 uur.

Artikel 6

Aangezien beide Partijen beschikken over een eigen lijst met referentiegegevens die overgenomen zijn uit het SIS, verdient het, waar mogelijk en rekening houdend met het principe van proportionaliteit, de voorkeur om de gegevens van het voertuig ten aanzien van hetwelk men een opvolgingshandeling wenst te laten uitvoeren, op te nemen in het SIS, eerder dan ze op te nemen in de referentiegegevens die men verstrekt op basis van artikel 13 van het Politieverdrag.

Artikel 7
1.

De in artikel 6 van deze Uitvoeringsovereenkomst bedoelde eigen lijsten met referentiegegevens die de Partijen samenstellen met gegevens uit het SIS, worden niet als dusdanig aan elkaar verstrekt.

2.

In de referentiegegevens die worden verstrekt op basis van artikel 13 van het Politieverdrag kunnen gegevens voorkomen die betrekking hebben op personen of voertuigen die het voorwerp uitmaken van een signalering in het SIS, op voorwaarde dat deze gegevens eveneens voorkomen in een databank beheerd door de bevoegde dienst die de referentiegegevens verstrekt.

3.

Indien in een geval zoals beschreven in het tweede lid van dit artikel de opvolgingshandeling die in het SIS aan de betreffende referentiegegevens is gekoppeld zou verschillen van de opvolgingshandeling die wordt gevraagd bij op basis van artikel 13 van het Politieverdrag verstrekte referentiegegevens, wordt altijd voorrang gegeven aan de maatregel vermeld in het SIS.

Artikel 8

De referentiegegevens kunnen worden verstrekt en ingezet voor het doel van de voorkoming, het onderzoek of de opsporing van strafbare feiten of de handhaving van de openbare orde en veiligheid, met inbegrip van de opdrachten gegeven door bevoegde autoriteiten met het oog op de tenuitvoerlegging van straffen.

Artikel 9
1.

De bevoegde dienst die de referentiegegevens verstrekt, vermeldt daarbij de opvolgingshandeling die gevraagd wordt van de bevoegde dienst die de referentiegegevens inzet.

2.

Indien er eveneens een internationale signalering bestaat ten aanzien van een voertuig waarvan de referentiegegevens worden verstrekt, wordt de in deze signalering gevraagde opvolgingshandeling vermeld.

3.

Indien er geen internationale signalering bestaat ten aanzien van een voertuig waarvan de referentiegegevens werden verstrekt, gebruikt de verstrekkende bevoegde dienst zoveel mogelijk de terminologie van het SIS om de gevraagde opvolgingshandeling te beschrijven. Indien er in het SIS geen term bestaat voor de gevraagde opvolgingshandeling, gebruikt de verstrekkende dienst de terminologie die bij de ontvangende bevoegde dienst gangbaar is voor fysieke tussenkomsten bij hits op ANPR-camera’s.

4.

De ontvangende bevoegde dienst streeft ernaar de door de verstrekkende bevoegde dienst gevraagde opvolgingshandeling of -handelingen uit te voeren, maar is hier niet toe verplicht.

Artikel 10
1.

De samenwerking op basis van artikel 13 van het Politieverdrag kan niet gebruikt worden met het oog op de uitvoering van observaties die aan bijzondere wettelijke voorwaarden onderworpen zijn in de regelgeving van de Partijen. Dientengevolge dient er steeds een fysieke tussenkomst van de ontvangende bevoegde dienst te worden gevraagd als opvolgingshandeling.

2.

Indien men gebruik wenst te maken van ANPR-camera’s teneinde een grensoverschrijdende observatie uit te voeren, dient dit te gebeuren overeenkomstig de voorwaarden en procedures voorzien in artikel 22 van het Politieverdrag, met inachtneming van het nationale recht van de gaststaat.

Artikel 11
1.

De verstrekkende en ontvangende bevoegde diensten bepalen vooraf in onderling overleg en rekening houdend met het principe van proportionaliteit in welk geografisch gebied de verstrekte referentiegegevens zullen worden ingezet. Dit kan zowel het volledige grondgebied van de ontvangende Partij zoals bepaald in artikel 67 van het Politieverdrag betreffen (nationaal gebruik) als een gedeelte daarvan (lokaal gebruik).

2.

De bevoegde diensten van het Koninkrijk der Nederlanden geven, rekening houdend met het principe van proportionaliteit, voor de referentiegegevens die zij aan de bevoegde diensten van het Koninkrijk België verstrekken aan binnen welk tijdsbestek en hoe vaak de gevraagde opvolgingshandeling of -handelingen moeten worden uitgevoerd, zodat de ontvangende bevoegde diensten van het Koninkrijk België deze criteria kunnen integreren in de technische systemen die zij gebruiken voor de inzet van ANPR-camera’s, conform de vigerende Belgische regelgeving.

Artikel 12

De bevoegde dienst die referentiegegevens ontvangt, kan weigeren deze in te zetten, in overeenstemming met artikel 61 van het Politieverdrag. Deze bevoegde dienst zal in dat geval de verstrekkende bevoegde dienst onverwijld op de hoogte brengen van deze beslissing, met vermelding van de redenen voor de weigering, en de ontvangen referentiegegevens onmiddellijk vernietigen.

Artikel 13
1.

De ontvangen referentiegegevens mogen enkel ingezet worden op ANPR-camera’s die verbonden zijn met het centrale systeem dat door de bevoegde dienst of diensten van de ontvangende Partij gebruikt wordt voor het beheer van de gegevens die worden gekoppeld aan ANPR-camera’s of met een lokaal systeem dat voor bijwerkingen verbonden is met dat centrale systeem. Onverminderd het tweede lid van dit artikel mogen ze niet worden opgeslagen of vervoerd op verwijderbare gegevensdragers.

2.

De bevoegde diensten van het Koninkrijk België die op het ogenblik van de inwerkingtreding van het Politieverdrag gebruik maken van verwijderbare gegevensdragers om referentiegegevens aan de door hen gebruikte ANPR-camera’s te koppelen, mogen tot uiterlijk 2 jaar na de inwerkingtreding van het Politieverdrag gebruik maken van deze verwijderbare gegevensdragers om de van de bevoegde diensten van het Koninkrijk Nederland ontvangen referentiegegevens aan de door hen gebruikte ANPR-camera’s te koppelen.

Artikel 14

De ontvangende bevoegde dienst maakt steeds gebruik van de meest recent ontvangen versie van de referentiegegevens. In geen geval mag gebruik worden gemaakt van referentiegegevens die meer dan 5 dagen eerder werden ontvangen.

Artikel 15
1.

De referentiegegevens die worden verstrekt, bevatten per voertuig in elk geval de volgende categorieën gegevens:

2.

Indien beschikbaar, bevatten de te verstrekken referentiegegevens eveneens de gevaarsindicatie verbonden aan het betrokken voertuig of de met dat voertuig verbonden persoon of personen.

3.

De te verstrekken referentiegegeven mogen tevens de volgende categorieën gegevens bevatten:

4.

De verstrekkende bevoegde dienst zorgt ervoor dat de referentiegegevens in het juiste technische formaat worden verstrekt opdat ze zonder technische modificatie bruikbaar zijn in de ANPR-camera’s gebruikt door de ontvangende bevoegde dienst.

Artikel 16
1.

De referentiegegevens worden verstrekt via nationale contactpunten overeenkomstig artikel 13, vijfde lid, van het Politieverdrag. De Partijen delen elkaar schriftelijk de namen en contactgegevens van deze nationale contactpunten mee en brengen elkaar onverwijld op de hoogte van elke wijziging daarvan.

2.

De referentiegegevens worden verstrekt via een beveiligd datakanaal overeenkomstig artikel 12, derde lid, van het Politieverdrag.

Artikel 17
1.

Indien een hit plaatsvindt die betrekking heeft op een voertuig dat, of een persoon die het voorwerp uitmaakt van een internationale signalering, in het bijzonder in het SIS, zal de in artikel 13, derde lid, van het Politieverdrag voorziene melding van deze hit aan de verstrekkende bevoegde dienst worden gedaan volgens de procedures die zijn voorzien in de rechtsinstrumenten die van toepassing zijn op een dergelijke signalering.

2.

Indien een hit plaatsvindt die betrekking heeft op een voertuig dat niet het voorwerp uitmaakt van een internationale signalering, zullen de volgende procedures worden toegepast:

Artikel 18
1.

Indien een hit plaatsvindt op een voertuig dat niet het voorwerp uitmaakt van een internationale signalering en de gevraagde opvolgingshandeling kon worden uitgevoerd, worden de volgende categorieën gegevens meegedeeld aan de bevoegde dienst die de referentiegegevens heeft verstrekt:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.