Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Suriname tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting
Het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao,
en
de Republiek Suriname,
Geleid door de wens hun economische betrekkingen verder te ontwikkelen en hun samenwerking op belastinggebied te verbeteren,
Voornemens een verdrag te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen zonder daarbij mogelijkheden te scheppen tot niet-heffing of verminderde heffing van belasting door middel van het ontduiken of ontwijken van belasting (daaronder begrepen het oneigenlijk gebruik van verdragen door middel van constructies gericht op de verkrijging van in dit Verdrag voorziene tegemoetkomingen tot indirect voordeel van inwoners van derde rechtsgebieden),
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Personen op wie het verdrag van toepassing is
Dit Verdrag is van toepassing op personen die inwoner zijn van een of van beide verdragsluitende staten.
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt inkomen dat is verkregen door of door tussenkomst van een entiteit of een constructie die op grond van de belastingwetgeving van een verdragsluitende staat als geheel of gedeeltelijk fiscaal transparant behandeld wordt, geacht inkomen te zijn van een inwoner van een verdragsluitende staat, maar uitsluitend voor zover dat inkomen door die staat voor belastingdoeleinden behandeld wordt als inkomen van een inwoner van die staat.
Niettegenstaande de overige bepalingen van dit Verdrag kan een geregistreerd collectief beleggingsvehikel en een erkend pensioenfonds dat is gevestigd in een verdragsluitende staat en dat inkomsten of voordelen ontvangt die ontstaan in de andere verdragsluitende staat, ervoor kiezen niet te worden behandeld als een inwoner van de verdragsluitende staat waarin het is gevestigd en kan het namens de eigenaren van de belangen in het collectief beleggingsvehikel aanspraak maken op de belastingaftrek, teruggaaf of andere voordelen die krachtens enig Verdrag voor die eigenaren beschikbaar zouden zijn geweest indien zij die inkomsten rechtstreeks hadden ontvangen.
Een collectief beleggingsvehikel mag geen aanspraak maken op belastingaftrek, terugbetaling of andere voordelen overeenkomstig het derde lid namens een eigenaar van de belangen in een dergelijk collectief beleggingsvehikel indien de eigenaar zelf een individuele aanspraak heeft gemaakt op voordelen met betrekking tot door het collectief beleggingsvehikel ontvangen inkomen.
In geen geval worden de bepalingen van het tweede lid zo uitgelegd dat ze afbreuk doen aan het recht van een verdragsluitende staat om de inwoners van die verdragsluitende staat te belasten.
Artikel 2. Belastingen waarop het verdrag van toepassing is
Dit Verdrag is van toepassing op belastingen naar het inkomen en naar het vermogen die worden geheven ten behoeve van een verdragsluitende staat of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan, ongeacht de wijze van heffing.
Als belastingen naar het inkomen en naar het vermogen worden beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen, naar het gehele vermogen of naar inkomensbestanddelen of vermogensbestanddelen, waaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende of onroerende zaken, belastingen naar het totale bedrag van de door de ondernemingen betaalde lonen of salarissen, alsmede belastingen naar waardevermeerdering.
De bestaande belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, zijn met name:
- a. in Curaçao:
- i. de inkomstenbelasting;
- ii. de loonbelasting;
- iii. de winstbelasting;
- b. in Suriname:
- i. de inkomstenbelasting;
- ii. de loonbelasting;
- iii. de dividendbelasting;
- iv. de vermogensbelasting.
Het Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van het Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten doen elkaar mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die in hun belastingwetgeving zijn aangebracht.
Artikel 3. Algemene begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij de context anders vereist:
- a. betekenen de begrippen „een verdragsluitende staat” en „de andere verdragsluitende staat” het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, of Suriname, al naargelang de context vereist;
- b. betekent het begrip „Curaçao” het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat is gelegen in de Caribische Zee en bestaat uit het grondgebied van Curaçao, met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten en grenzend aan zijn territoriale zee waarin het Koninkrijk der Nederlanden, in overeenstemming met het internationale recht, rechtsmacht heeft of soevereine rechten uitoefent, evenwel met uitzondering van het deel dat betrekking heeft op Aruba en Bonaire;
- c. betekent het begrip „Suriname” de Republiek Suriname, welke bestaat uit het gehele grondgebied op het Zuid-Amerikaans continent, met inbegrip van de territoriale wateren, de exclusieve economische zone en het buiten de territoriale zee onder de Atlantische Oceaan gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan (continentaal plateau), voor zover de Republiek Suriname ten behoeve van de verkenning, de exploitatie van natuurlijke rijkdommen en andere economische activiteiten soevereine rechten mag uitoefenen, met inbegrip van de in, op, of boven dat gebied aanwezige installaties en andere inrichtingen ten behoeve van de verkenning, de exploratie en de exploitatie van natuurlijke rijkdommen en andere economische activiteiten;
- d. omvat het begrip „persoon” een natuurlijke persoon, een lichaam en elke andere vereniging van personen die voor de belastingheffing als een entiteit wordt behandeld;
- e. betekent het begrip „lichaam” elke rechtspersoon of elke entiteit die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld;
- f. heeft het begrip „onderneming” betrekking op elke uitoefening van een bedrijf;
- g. betekenen de begrippen „onderneming van een verdragsluitende staat” en „onderneming van de andere verdragsluitende staat” onderscheidenlijk elk bedrijf uitgeoefend door een inwoner van een verdragsluitende staat en een bedrijf uitgeoefend door een inwoner van de andere verdragsluitende staat;
- h. betekent het begrip „internationaal verkeer” alle vervoer met een schip of luchtvaartuig, geëxploiteerd door een onderneming waarvan de plaats van werkelijke leiding in een verdragsluitende staat is gelegen, behalve wanneer het schip of luchtvaartuig uitsluitend wordt geëxploiteerd tussen plaatsen die in de andere verdragsluitende staat zijn gelegen;
- i. betekent het begrip „bevoegde autoriteit”:
- i. in Curaçao, de minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger;
- ii. in Suriname, de minister van Financiën en Planning of zijn bevoegde vertegenwoordiger;
- j. wordt verstaan onder het begrip „onderdaan”, met betrekking tot een verdragsluitende staat:
- i. elke natuurlijke persoon die de nationaliteit of het staatsburgerschap van die verdragsluitende staat bezit; en
- ii. elke rechtspersoon die, elk samenwerkingsverband dat of elke vereniging die zijn of haar rechtspositie als zodanig ontleent aan de wetgeving die in die verdragsluitende staat van kracht is;
- k. omvat het begrip „uitoefenen van een bedrijf” mede het uitoefenen van een vrij beroep en het verrichten van andere werkzaamheden van zelfstandige aard;
- l. betekent het begrip „erkend pensioenfonds” van een staat een in die staat opgerichte entiteit of constructie die op grond van de belastingwetgeving van die staat als een afzonderlijke persoon behandeld wordt en:
-
- uitsluitend of nagenoeg uitsluitend is opgericht en wordt geëxploiteerd ten behoeve van het beheren of het voorzien in oudedagsvoorzieningen en ondergeschikte of bijkomstige voorzieningen aan natuurlijke personen en als zodanig gereguleerd wordt door die staat of door een van de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan; of
-
- uitsluitend of nagenoeg uitsluitend opgericht en werkzaam is om gelden te beleggen ten voordele van
- i. entiteiten of constructies zoals bedoeld in onderdeel 1.; of
- ii. entiteiten die, krachtens een alomvattende regeling ter voorkoming van dubbele belasting tussen de staat waarvan zij inwoner zijn en de staat waar aanspraak wordt gemaakt op de voordelen uit hoofde van dit Verdrag of krachtens een multilaterale overeenkomst waarbij de staat waarvan zij inwoner zijn en de staat waar de voordelen worden aangevraagd partij zijn, worden erkend als pensioenfonds en recht zouden hebben op voordelen die gelijk zijn aan of gunstiger zijn dan de voordelen ingevolge dit Verdrag;
- m. wordt verstaan onder het begrip „collectief beleggingsvehikel”: in het geval van Curaçao, een collectief beleggingsvehikel dat is geregistreerd bij de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten, vermeld in Afdeling I van het Register voor beleggingsinstellingen en administrateurs, zoals vermeld in artikel 24 van de Landsverordening toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs).
Voor de toepassing van het Verdrag op enig moment door een verdragsluitende staat heeft elk daarin niet omschreven begrip, tenzij de context anders vereist of de bevoegde autoriteiten een andere betekenis overeenkomen ingevolge de bepalingen van artikel 24 van dit Verdrag, de betekenis welke het op dat moment heeft volgens de wetgeving van die staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die staat prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die staat aan dat begrip wordt gegeven.
Artikel 4. Inwoner
Voor de toepassing van dit Verdrag betekent het begrip „inwoner van een verdragsluitende staat” iedere persoon die, ingevolge de wetgeving van die staat, aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid, en omvat tevens de staat zelf en elk staatkundig of bestuursrechtelijk onderdeel of plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan alsmede een erkend pensioenfonds van die staat. Dit begrip omvat echter niet een persoon die in die staat slechts aan belasting is onderworpen ter zake van inkomen uit bronnen in die staat of van vermogen dat in die staat is gelegen.
Een persoon, niet zijnde een natuurlijke persoon, wordt geacht aan belasting onderworpen te zijn:
- a. in Curaçao, indien de persoon voor de winstbelasting inwoner is van Curaçao;
- b. in Suriname, indien de persoon voor de inkomstenbelasting een inwoner is van Suriname; mits het door die persoon verworven inkomen krachtens de belastingwetgeving van die staat wordt behandeld als inkomen van die persoon en niet als het inkomen van de rechthebbenden, leden of deelnemers van die persoon.
Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide verdragsluitende staten is, wordt zijn positie als volgt bepaald:
- a. hij wordt geacht slechts inwoner te zijn van de staat waarin hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft; indien hij in beide staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de staat waarmee zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn (middelpunt van de levensbelangen);
- b. indien niet kan worden bepaald in welke staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft, of indien hij in geen van de staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de staat waarin hij gewoonlijk verblijft;
- c. indien hij in beide staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de staat waarvan hij onderdaan is;
- d. indien hij onderdaan is van beide staten of van geen van beide staten, regelen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming.
Indien een persoon, niet zijnde een natuurlijke persoon, ingevolge de bepalingen van het tweede lid inwoner van beide verdragsluitende staten is, wordt zijn positie geacht als volgt te zijn:
- a. hij is inwoner van de verdragsluitende staat waarin zijn plaats van leiding is gelegen;
- b. indien niet duidelijk is waar zijn plaats van werkelijke leiding is gelegen, regelen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten de aangelegenheid in onderling overleg.
Artikel 5. Vaste inrichting
Voor de toepassing van dit Verdrag betekent het begrip „vaste inrichting” een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden verricht.
Het begrip „vaste inrichting” omvat in het bijzonder:
- a. een plaats waar leiding wordt gegeven;
- b. een filiaal;
- c. een kantoor;
- d. een fabriek;
- e. een werkplaats;
- f. een boorplatform ivm natuurlijke rijkdommen;
- g. een boerderij of landbouwgrond; en
- h. een mijn, een olie- of gasbron, een (steen)groeve, een watervaartuig voor visvangst of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen.
De term „vaste inrichting” omvat eveneens:
- a. het uitvoeren van bouw-, constructie-, installatie-, montage-, graaf-, mijnbouw-, bagger- of opruimwerkzaamheden of andere soortgelijke activiteiten, of activiteiten van toezichthoudende aard die daarmee verband houden en die niet vallen onder letter b hieronder, hetzij gedurende meer dan drie maanden binnen een periode van 12 maanden, hetzij als onderdeel van een werk dat achtereenvolgens door verschillende ondernemingen wordt uitgevoerd en waarvan de totale duur meer dan 3 maanden binnen een periode van 12 maanden bedraagt;
- b. het verrichten van bouw-, installatie- of montagewerkzaamheden aan machines en industriële installaties, of activiteiten van toezichthoudende aard in verband daarmee, hetzij gedurende meer dan 3 maanden binnen een periode van 12 maanden, hetzij als onderdeel van werkzaamheden die achtereenvolgens door verschillende ondernemingen en waarvan de totale duur meer dan drie maanden binnen een periode van twaalf maanden bedraagt;
- c. Het verlenen van diensten, met inbegrip van adviesdiensten, door een onderneming via werknemers of ander personeel dat voor een dergelijk doel is ingeschakeld, maar alleen indien activiteiten van die aard voor hetzelfde of een daarmee samenhangend project binnen een verdragsluitende staat worden voortgezet gedurende een periode of perioden van in totaal meer dan dan drie maanden binnen een periode van twaalf maanden;
- d. de activiteiten op het gebied van de inventarisatie van natuurlijke hulpbronnen, inclusief activiteiten ter ondersteuning van de natuur.
Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt het begrip „vaste inrichting” niet geacht te omvatten:
- a. het gebruikmaken van inrichtingen uitsluitend voor opslag, uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar;
- b. het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar, uitsluitend voor opslag, uitstalling of aflevering;
- c. het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar, uitsluitend voor de bewerking of verwerking door een andere onderneming;
- d. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of informatie in te winnen;
- e. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid te verrichten;
- f. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend voor een combinatie van de in de onderdelen a tot en met e genoemde werkzaamheden,
op voorwaarde dat die werkzaamheid, of, in het geval van onderdeel f, het totaal van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft.
4.1. Het vierde lid is niet van toepassing op een vaste bedrijfsinrichting die door een onderneming gebruikt of aangehouden wordt indien dezelfde onderneming of een nauw daarmee verbonden onderneming op dezelfde plaats of op een andere plaats in dezelfde verdragsluitende staat bedrijfsactiviteiten verricht, en
- a. die plaats of die andere plaats voor de onderneming of voor de nauw daarmee verbonden onderneming een vaste inrichting vormt op grond van de bepalingen van dit artikel; of
- b. het geheel van de activiteiten dat voortvloeit uit de combinatie van de activiteiten die door de twee ondernemingen op dezelfde plaats, of door dezelfde onderneming of nauw daarmee verbonden ondernemingen op de twee plaatsen worden uitgeoefend, niet van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft,
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.