Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (UNESCO) inzake de verlenging van de categorie-2-status onder auspiciën van UNESCO van het IHE Delft Institute for Water Education in Nederland

Type Verdrag
Publication 2025-03-31
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (UNESCO),

In herinnering roepend dat de Algemene Conferentie van UNESCO tijdens haar 39e zitting (Resolutie 39 C/19) in 2017 de oprichting van het IHE Delft Institute for Water Education in Nederland heeft goedgekeurd als een instituut van categorie 2 onder auspiciën van UNESCO en de Directeur-Generaal van UNESCO heeft gemachtigd het desbetreffende verdrag te ondertekenen;

Gelet op het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (UNESCO) inzake het IHE Delft Institute for Water Education in Nederland als een instituut onder auspiciën van UNESCO (categorie 2), gesloten te Parijs op 15 december 2017, dat op 26 juli 2018 in werking is getreden;

In herinnering roepend dat de Uitvoerende Raad van UNESCO tijdens zijn 219e zitting (Besluit 219 EX/ SR.5) heeft besloten de status van het IHE Delft Institute for Water Education in Nederland als een instituut van categorie 2 onder auspiciën van UNESCO te hernieuwen en de Directeur-Generaal van UNESCO heeft gemachtigd het desbetreffende verdrag te ondertekenen;

Geleid door de wens de voorwaarden voor het kader voor samenwerking tussen UNESCO en het Koninkrijk der Nederlanden te formuleren met betrekking tot de hernieuwing van het IHE Delft Institute for Water Education als een instituut van categorie 2 uit hoofde van dit Verdrag;

Overwegend dat UNESCO en het IHE Delft Institute for Water Education in Nederland een Memorandum van Overeenstemming hebben ondertekend op 25 juli 2024,

Zijn het volgende overeengekomen:

De inwerkingtreding is herplaatst.

De inwerkingtreding is herplaatst.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In dit Verdrag:

Artikel 2. Functioneren

De regering stemt ermee in in de loop van 2024 alle maatregelen te nemen die nodig kunnen zijn voor de voortzetting van het functioneren van het IHE Delft Institute for Water Education als een instituut van categorie 2 onder auspiciën van UNESCO, zoals voorzien in dit Verdrag.

Artikel 3. Doel van het Verdrag

Doel van het Verdrag is de voorwaarden te formuleren voor de samenwerking tussen de partijen met betrekking tot het instituut, alsmede de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen.

Artikel 4. Rechtspositie
1.

Het instituut is onafhankelijk van UNESCO en opereert en handelt als een onafhankelijke organisatie naar Nederlands recht.

2.

De regering ziet erop toe, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van Nederland, dat het instituut op haar grondgebied de functionele autonomie geniet die noodzakelijk is voor het verrichten van zijn activiteiten en beschikt over de handelingsbekwaamheid om:

Artikel 5. Oprichtingsakte

De oprichtingsakte van het instituut omvat bepalingen met exacte omschrijvingen van:

Artikel 6. Taken en doelstellingen

De taken en doelstellingen van het instituut zijn:

Artikel 7. Raad van Bestuur
1.

Het instituut wordt geleid door en staat onder toezicht van een Raad van Bestuur, die iedere drie (3) jaar wordt vernieuwd, bestaande uit:

2.

De Raad van Bestuur:

3.

De Raad van Bestuur komt met regelmatige tussenpozen en ten minste eenmaal per kalenderjaar in gewone zitting bijeen; hij kan in buitengewone zitting bijeenkomen wanneer de voorzitter, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de Directeur-Generaal van UNESCO of de meerderheid van hun leden de Raad bijeenroept.

4.

De Raad van Bestuur kan zijn eigen reglement van orde vaststellen.

Artikel 8. Bijdrage van de regering

De regering verplicht zich ertoe het volgende aan het instituut ter beschikking te stellen:

Artikel 9. Bijdrage van UNESCO
1.

UNESCO kan wanneer zulks nodig is assistentie verlenen in de vorm van technische ondersteuning voor de programma-activiteiten van het instituut die in overeenstemming zijn met het goedgekeurde programma en de goedgekeurde begroting (C/5) van UNESCO, met inbegrip van haar strategische doelen en doelstellingen door:

2.

In al de bovengenoemde gevallen wordt dergelijke assistentie uitsluitend verleend binnen de begrotingen en de bepalingen van het programma van UNESCO en UNESCO doet de lidstaten verslagen toekomen van de inzet van zijn medewerkers en de daaraan verbonden kosten.

Artikel 10. Deelname
1.

Het instituut moedigt lidstaten en geassocieerde lidstaten van UNESCO, die vanwege hun gezamenlijk belang bij de doelstellingen van het instituut wensen samen te werken met het instituut, aan daaraan deel te nemen.

2.

Lidstaten en geassocieerde lidstaten van UNESCO die wensen deel te nemen aan de activiteiten van het instituut en die als lid vertegenwoordigd willen zijn in de Raad van Bestuur, zoals voorzien in dit Verdrag, zenden het instituut daartoe een kennisgeving. Het instituut stelt de partijen en overige deelnemende lidstaten en/of geassocieerde lidstaten van UNESCO in kennis van de ontvangst van dergelijke kennisgevingen.

Artikel 11. Aansprakelijkheid

Aangezien het instituut juridisch los staat van UNESCO, is laatstgenoemde niet aansprakelijk voor het handelen of nalaten te handelen van het instituut, kan tegen haar geen rechtsvervolging worden ingesteld en/of rust op haar geen enkele aansprakelijkheid, financieel of anderszins, met uitzondering van hetgeen uitdrukkelijk is vastgelegd in dit Verdrag.

Artikel 12. Evaluatie
1.

UNESCO kan te allen tijde een, door het instituut te financieren, evaluatie van de activiteiten van het instituut uitvoeren, teneinde vast te stellen of:

2.

Ten behoeve van de verlenging van dit Verdrag zal UNESCO een evaluatie uitvoeren van de bijdrage van het instituut aan het goedgekeurde programma en de goedgekeurde begroting (C/5) van UNESCO op het tijdstip van de verlenging ervan, met inbegrip van mondiale strategieën en actieplannen alsmede sectorale programmaprioriteiten die door het instituut gefinancierd zullen worden.

3.

UNESCO verplicht zich de regering en het instituut zo spoedig mogelijk een verslag van elke uitgevoerde evaluatie te doen toekomen en beschikbaar te stellen op de website van de betreffende programmasector.

4.

Naar aanleiding van de uitkomsten van een evaluatie heeft elk van de partijen de keus te verzoeken om een herziening van de inhoud van dit Verdrag of het Verdrag te beëindigen, zoals voorzien in de artikelen 17 en 18.

Artikel 13. Gebruik van naam en logo van UNESCO
1.

Het instituut mag zijn banden met UNESCO noemen. Het is bijgevolg toegestaan achter zijn naam „onder auspiciën van UNESCO” te gebruiken.

2.

Het instituut is gerechtigd het logo van UNESCO of een versie ervan te voeren in briefhoofden en documenten, met inbegrip van elektronische documenten en websites in overeenstemming met de voorwaarden vastgesteld door de bestuursorganen van UNESCO.

3.

Het gebruik van de naam en het logo van UNESCO in de naam, op briefhoofden en documenten, waaronder elektronische documenten en webpagina's van het instituut is ten strengste verboden indien er geen geldige overeenkomst met UNESCO is.

Artikel 14. Territoriale toepassing

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op het Europese deel van Nederland.

Artikel 15. Inwerkingtreding

Na ondertekening door de partijen treedt dit Verdrag in werking, zodra de regering UNESCO er schriftelijk van in kennis heeft gesteld dat aan alle formaliteiten uit hoofde van het nationale recht van het Koninkrijk der Nederlanden is voldaan. De datum van ontvangst door UNESCO van de laatste kennisgeving wordt aangemerkt als de datum van de inwerkingtreding van dit Verdrag. In het geval dat dit Verdrag op 26 juli 2024 nog niet in werking is getreden, wordt het vanaf die datum voorlopig toegepast, in afwachting van de inwerkingtreding ervan.

Artikel 16. Duur

Dit Verdrag wordt gesloten voor een tijdvak van acht (8) jaar, te rekenen vanaf de inwerkingtreding of voorlopige toepassing ervan. Dit Verdrag wordt verlengd of beëindigd op basis van een besluit van de Uitvoerende Raad na een aanbeveling door de Directeur-Generaal van UNESCO.

Artikel 17. Opzegging
1.

Elk van de partijen is gerechtigd dit Verdrag eenzijdig op te zeggen.

2.

De opzegging treedt in werking dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving van een van de partijen aan de ander.

3.

In het geval dat ofwel dit Verdrag ofwel het Memorandum van Overeenstemming tussen UNESCO en het instituut wordt opgezegd, worden zowel dit Verdrag als het Memorandum van Overeenstemming op dezelfde datum beëindigd.

Artikel 18. Wijziging

Dit Verdrag kan door middel van schriftelijke overeenstemming tussen de partijen worden gewijzigd. Een dergelijke wijziging treedt in werking in overeenstemming met de bepalingen van artikel 15 van dit Verdrag.

Artikel 19. Beslechting van geschillen

Elk geschil tussen UNESCO en de regering inzake de uitlegging of toepassing van dit Verdrag, wordt beslecht door overleg of een andere passende methode die de partijen overeenkomen.

Artikel 20. Voorrechten en immuniteiten

Niets in of met betrekking tot dit Verdrag wordt beschouwd als het doen van afstand van de voorrechten en immuniteiten van UNESCO.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned have signed this Agreement,

DONE in duplicate, in the English language.

For the Kingdom of the Netherlands,

CARLIEN SCHRIJVERSHOF

Deputy Permanent Delegate of the Kingdom of the Netherlands to UNESCO

Date: 25 July 2024

For the United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization,

AUDREY AZOULAY

Director-General

Date: 24 July 2024

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.