Verdrag inzake de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederen
Preambule
De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, hierna te noemen de „partijen”,
Zich bewust van de noodzaak om het concurrentievermogen van het spoorwegvervoer ten opzichte van andere vervoerswijzen te vergroten door het internationale spoorwegvervoer van goederen tussen Europa en Azië te vergemakkelijken,
Gelet op het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF) van 9 mei 1980 in de versie van het Protocol van 3 juni 1999 houdende wijziging, met name de Uniforme Regelen betreffende de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederen (CIM – Aanhangsel B bij COTIF),
Gelet op de Overeenkomst betreffende het internationaal spoorwegvervoer van goederen (SMGS),
Gelet op de noodzaak om voorzieningen te treffen voor omstandigheden waarin noch de CIM- noch de SMGS-regels van toepassing zijn op het gehele traject, met name voor Euro-Aziatische verbindingen voor spoorwegvervoer van goederen,
Overwegend dat het, om dergelijk vervoer te vergemakkelijken, van essentieel belang is de voorwaarden die van toepassing zijn op de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederen te standaardiseren, met name wat betreft de documenten die voor een dergelijk vervoer worden gebruikt en de aansprakelijkheid van de vervoerder,
Zich bewust van de snelle toename van het spoorwegvervoer tussen Europa en Azië en de noodzaak om het marktaandeel van het spoorwegvervoer te vergroten om de milieueffecten van het goederenvervoer te verminderen door de administratieve en contractuele belemmeringen in de sector te verlichten,
Vaststellend dat dit Verdrag naast de twee bestaande rechtsstelsels voor spoorwegvervoer (CIM en SMGS) zal bestaan, die van toepassing blijven op het internationale spoorwegvervoer van goederen binnen hun respectieve geografische gebieden,
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Toepassingsgebied
Dit Verdrag is van toepassing op een overeenkomst van spoorwegvervoer van goederen:
- a. wanneer de plaats van inontvangstneming van de goederen en de plaats bestemd voor de aflevering gelegen zijn in twee verschillende Staten die partij zijn bij dit Verdrag; en
- b. indien in de vervoerovereenkomst is bepaald dat dit Verdrag op de overeenkomst van toepassing is; en
- c. indien geen van de volgende bepalingen van toepassing is op de gehele reis waarop de vervoerovereenkomst betrekking heeft:
- i. CIM of SMGS;
- ii. bilaterale of multilaterale overeenkomsten tussen partijen.
In de vervoerovereenkomst kan tevens worden bepaald dat dit Verdrag van toepassing is op andere vervoerswijzen dan het internationale spoorwegvervoer (multimodaal vervoer):
- a. indien de toepassing van dit Verdrag niet in strijd is met enig internationaal verdrag inzake dergelijk aanvullend vervoer; en
- b. tenzij de partij waarvan het recht van toepassing is op dergelijk multimodaal vervoer heeft verklaard dit Verdrag niet toe te passen op multimodale vervoerovereenkomsten.
Twee of meer partijen kunnen overeenkomsten sluiten waarin dit Verdrag van toepassing wordt verklaard op het spoorwegvervoer van goederen tussen hun landen in gevallen anders dan geregeld in het eerste en tweede lid van dit artikel.
Artikel 2. Begripsomschrijvingen
In dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a. „vervoerovereenkomst” een overeenkomst op grond waarvan een vervoerder zich ertoe verbindt goederen tegen betaling te vervoeren en deze aan een geadresseerde af te leveren onder de in dit Verdrag bepaalde voorwaarden.
- b. „vervoerder” de contractuele vervoerder of een opvolgende vervoerder.
- c. „contractuele vervoerder” de vervoerder die de vervoerovereenkomst met de afzender heeft gesloten.
- d. „opvolgende vervoerder” een vervoerder die de vervoerovereenkomst niet met de afzender heeft gesloten, maar door het enkele feit dat hij de goederen met de vrachtbrief in ontvangst neemt, partij wordt bij de vervoerovereenkomst.
- e. „afzender” de persoon die de vervoerovereenkomst met de contractuele vervoerder heeft gesloten.
- f. „partijen bij de overeenkomst” de vervoerder en de afzender.
- g. „geadresseerde” de persoon aan wie de vervoerder de goederen overeenkomstig de overeenkomst dient af te leveren.
- h. „rechthebbende” de persoon die het recht heeft over de goederen te beschikken.
- i. „goederen” de koopwaar, handelswaar en zaken van welke aard dan ook tot het vervoer waarvan een vervoerder zich uit hoofde van een vervoerovereenkomst verbindt, met inbegrip van de verpakking en van de uitrusting en intermodale transporteenheid die niet door of namens de vervoerder ter beschikking worden gesteld. Lege wagons kunnen door de partijen bij de overeenkomst ook als goederen worden beschouwd.
- j. „zending” het geheel van goederen dat in het kader van een enkele vervoerovereenkomst dient te worden vervoerd.
- k. „vrachtbrief” een document dat het sluiten en de inhoud van de vervoerovereenkomst bevestigt.
- l. „digitale vrachtbrief” een vrachtbrief in de vorm van een elektronisch gegevensregistratieformulier waarvan de echtheid en integriteit te allen tijde worden gewaarborgd en die dezelfde functies heeft als de vrachtbrief.
- m. „cognossement” een verhandelbaar vervoersdocument betreffende de verplichting van de vervoerder om de goederen aan de cognossementhouder af te leveren.
- n. „elektronisch cognossement” een cognossement in de vorm van een elektronisch gegevensregistratieformulier waarvan de echtheid en integriteit te allen tijde worden gewaarborgd en die dezelfde functies heeft als het cognossement.
- o. „houder” de persoon of partij die in het bezit is van een cognossement.
- p. „kosten in verband met het vervoer” de vervoerskosten en incidentele kosten, douanerechten en andere aanvullende kosten die gerechtvaardigd en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de overeenkomst en die ontstaan vanaf het sluiten van de overeenkomst tot en met de aflevering.
- q. „vervoerskosten” de contractuele vergoeding die aan de vervoerder verschuldigd is voor het uitvoeren van de vervoerovereenkomst.
- r. „tarieven” de prijssystemen van een vervoerder, die wettelijk van kracht zijn of worden bepaald door de kosten van diensten van de vervoerder, op basis waarvan de vervoerskosten in het kader van de vervoerovereenkomst worden gevormd.
- s. „gevaarlijke goederen” de stoffen en voorwerpen waarvan het vervoer is verboden door het Reglement betreffende het internationale spoorwegvervoer van gevaarlijke goederen (RID – Aanhangsel C bij COTIF) of de bepalingen van Bijlage 2 bij het SMGS, of die uitsluitend zijn toegestaan onder de daarin voorgeschreven voorwaarden.
- t. „intermodale transporteenheid” een container, verplaatsbare tank of laadplaat, wissellaadbak, oplegger of andere vergelijkbare laadeenheid die wordt gebruikt voor het vervoer van goederen in intermodaal vervoer.
Artikel 3. Dwingend recht
Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is elke bepaling in de vervoerovereenkomst die zou afwijken van dit Verdrag nietig. De nietigheid van een dergelijke bepaling houdt niet in dat andere bepalingen van de door de partijen overeengekomen vervoerovereenkomst ook nietig zijn.
Een vervoerder kan een zwaardere aansprakelijkheid en verplichtingen op zich nemen die zwaarder zijn dan die waarin dit Verdrag voorziet. Bovendien kan de door de afzender krachtens de artikelen 7 en 11 te betalen vergoeding qua bedrag worden beperkt, maar deze mag niet lager zijn dan het bedrag waarvoor de vervoerder krachtens dit Verdrag aansprakelijk is wanneer de goederen volledig verloren gaan.
Artikel 4. Bepalingen van het publiekrecht
Dit Verdrag regelt alleen de rechten en verplichtingen van de partijen bij de vervoerovereenkomst die voortvloeien uit een dergelijke overeenkomst. Vervoer waarop dit Verdrag van toepassing is, blijft onderworpen aan de bepalingen van het publiekrecht, met name publiekrechtelijke bepalingen die het volgende regelen:
- a. rechten en verplichtingen van werknemers van de partijen bij de overeenkomst;
- b. het veilige vervoer van gevaarlijke goederen alsmede andere veiligheidskwesties;
- c. douaneformaliteiten;
- d. de bescherming van dieren;
- e. beperkingen en bijzondere voorwaarden voor het vervoer van verschillende soorten goederen;
- f. beperkingen van het gebruik van verschillende grensovergangen, spoorweginfrastructuur of treinstations in verschillende landen;
- g. vergunningen aan spoorwegondernemingen om spoorwegvervoer van goederen uit te voeren;
- h. het recht op toegang van een spoorwegonderneming om de spoorweginfrastructuur in verschillende landen te gebruiken; en/of
- i. de technische toelating van spoorwegvoertuigen/wagons voor het internationale spoorwegverkeer.
HOOFDSTUK 2. SLUITEN EN UITVOEREN VAN EEN VERVOEROVEREENKOMST
Artikel 5. Vervoerovereenkomst
Op grond van de vervoerovereenkomst is de vervoerder verplicht de goederen naar de bestemming te vervoeren en deze aan de geadresseerde af te leveren. Met inachtneming van artikel 8 is de afzender verplicht de kosten in verband met het vervoer te betalen.
De vervoerovereenkomst wordt bevestigd door middel van een vrachtbrief. De relevante internationale samenwerkingsverbanden in de spoorwegsector kunnen samen een standaardmodel van een vrachtbrief opstellen, daarbij ook rekening houdend met douaneaangelegenheden.
Voor één zending wordt slechts één vrachtbrief opgesteld, zelfs indien het geheel van goederen uit meerdere delen bestaat of in meerdere wagons wordt vervoerd.
Het ontbreken, de onregelmatigheid of het verlies van de vrachtbrief doet geen afbreuk aan het bestaan of de geldigheid van de vervoerovereenkomst, waarop dit Verdrag van toepassing blijft.
De vrachtbrief wordt ondertekend door de verzender en de contractuele vervoerder. Een afdruk, stempel of aanduiding van een boekhoudmachine kan als handtekening worden gebruikt.
De vervoerder dient de inontvangstneming van de goederen op de vrachtbrief op passende wijze te certificeren en het voor de afzender bestemde origineel van de vrachtbrief aan de afzender terug te zenden.
Een elektronische vrachtbrief kan worden gebruikt op voorwaarde dat de bij de vervoerovereenkomst betrokken partijen hiermee akkoord gaan.
Artikel 6. Inhoud van de vrachtbrief
De vrachtbrief dient de volgende gegevens te bevatten:
- a. de datum en de plaats van het opmaken ervan;
- b. de naam en het adres van de afzender;
- c. de naam en het adres van de contractuele vervoerder;
- d. de naam en het adres van de persoon aan wie de goederen daadwerkelijk werden afgegeven indien hij niet de contractuele vervoerder is;
- e. de plaats en de datum waarop de goederen in ontvangst werden genomen;
- f. de plaats van de aflevering;
- g. de naam en het adres van de geadresseerde;
- h. de omschrijving van de aard van de goederen en de verpakkingswijze, en, in het geval van gevaarlijke goederen, de algemeen erkende omschrijving ervan;
- i. het aantal colli en de bijzondere merktekens en nummers ervan;
- j. de wagonnummers ter identificatie van de wagons waarin de zending wordt vervoerd;
- k. het nummer van het op eigen wielen rollende spoorvoertuig (lege wagon), indien het als te vervoeren goed wordt aangeboden;
- l. bij intermodale transporteenheden, de categorie ervan, het nummer of de voor hun identificatie vereiste andere kenmerken;
- m. de brutomassa of de op andere wijze uitgedrukte hoeveelheid goederen;
- n. een gedetailleerde lijst van de documenten die door de douane of andere administratieve autoriteiten worden verlangd en die aan de vrachtbrief zijn gehecht of ter beschikking van de vervoerder worden gehouden bij een naar behoren aangewezen autoriteit of een in de overeenkomst aangewezen instantie;
- o. de vervoerskosten en andere kosten betrekking hebbend op het vervoer, voor zover deze door de geadresseerde dienen te worden betaald.
In voorkomend geval dient de vrachtbrief tevens de volgende gegevens te bevatten:
- a. vervoerskosten en andere kosten in verband met het vervoer die de afzender voor zijn rekening neemt;
- b. de overeengekomen afleveringstermijn;
- c. het overeengekomen vervoertraject;
- d. een lijst van niet in het eerste lid, onderdeel n, van dit artikel genoemde documenten die aan de vervoerder zijn overhandigd;
- e. de door de afzender verstrekte informatie van het aantal en de beschrijving van de door hem op de wagon aangebrachte verzegelingen;
- f. aanvullende informatie over specifieke eisen met betrekking tot de behandeling van de goederen, met inbegrip van gevaarlijke goederen.
De partijen bij de overeenkomst kunnen op de vrachtbrief andere gegevens met betrekking tot het vervoer vermelden die zij nuttig achten.
Artikel 7. Verantwoordelijkheid van de afzender
De afzender is aansprakelijk voor alle kosten, verliezen of schade die de vervoerder heeft geleden ten gevolge van:
- a. het onjuist, onvolledig, onnauwkeurig of onverenigbaar met de feiten zijn van de door of namens de afzender aangebrachte aanduidingen in de vrachtbrief of andere in artikel 12 bedoelde documenten; of
- b. het verzuimen door de afzender om de nodige informatie te verstrekken over de algemeen erkende omschrijving van de gevaarlijke goederen.
De afzender is, voor zover hij in gebreke is, tevens aansprakelijk voor alle kosten, verliezen of schade die de vervoerder heeft geleden doordat de afzender niet de nodige informatie heeft verstrekt over specifieke eisen met betrekking tot de behandeling van de goederen.
Indien de afzender heeft verzuimd de gevaarlijke aard van de goederen of de specifieke eisen met betrekking tot de behandeling van de goederen te vermelden, kan de vervoerder de goederen te allen tijde lossen of vernietigen of onschadelijk maken, naargelang de omstandigheden en het potentiële risico. In dit geval kan de vervoerder aanspraak maken op de kosten of uitgaven die noodzakelijk zijn door de genomen maatregelen en is hij niet gehouden tot vergoeding van verlies of schade aan de goederen.
De vervoerder kan geen aanspraak maken op kosten of uitgaven en is gehouden tot schadevergoeding voor verlies van of schade aan de goederen indien hij op de hoogte was van de onjuistheid of onvolledigheid van de vrachtbrief of van de in artikel 12 bedoelde documenten of van de gevaarlijke aard van de goederen of van de specifieke eisen met betrekking tot de behandeling van de goederen bij de inontvangstneming ervan.
Artikel 8. Betaling van de kosten in verband met het vervoer
Tenzij anders overeengekomen tussen de afzender en de vervoerder, worden de vervoerskosten door de afzender betaald; andere kosten in verband met het vervoer worden door de afzender betaald wanneer deze worden veroorzaakt door omstandigheden buiten de macht van de vervoerder. Tenzij anders overeengekomen, heeft de vervoerder het recht om de vervoerskosten vóór het begin van het vervoer te verlangen.
Wanneer uit hoofde van een overeenkomst tussen de afzender en de vervoerder de kosten in verband met het vervoer door de geadresseerde worden betaald, blijft de afzender aansprakelijk voor de betaling van de kosten, indien de geadresseerde de vrachtbrief niet in bezit heeft genomen, noch in ontvangst heeft genomen, noch zijn rechten overeenkomstig artikel 14, tweede en derde lid, heeft doen gelden, noch rechten overeenkomstig artikel 15 heeft uitgeoefend.
Indien de vervoerskosten worden berekend op basis van tarieven, wordt de berekening gebaseerd op de tarieven die geldig zijn op de dag van het sluiten van de vervoerovereenkomst en in de valuta die is vastgesteld volgens de toegepaste tarieven voor het internationale vervoer. De vervoerskosten worden door elke deelnemende vervoerder afzonderlijk berekend met betrekking tot zijn gedeelte van de route en volgens zijn prijssystemen en tarieven.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.