Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Kirgizische Republiek, anderzijds (met Bijlagen en Protocol)

Type Verdrag
Publication 2024-06-25
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd, en

de Europese Unie,

enerzijds, en

de Kirgizische Republiek,

anderzijds,

hierna gezamenlijk de „Partijen” genoemd,

Gezien hun sterke banden en hun gemeenschappelijke waarden,

Gezien hun wens om de tot wederzijds voordeel strekkende samenwerking te versterken die eerder is aangegaan met de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Kirgizische Republiek, anderzijds, ondertekend in Brussel op 9 februari 1995,

Gezien hun wens om hun betrekkingen naar een hoger niveau te tillen om rekening te houden met de nieuwe politieke en economische realiteit en de voortgang van hun partnerschap,

Uiting gevend aan hun gemeenschappelijke voornemen om hun samenwerking inzake bilaterale, regionale en internationale kwesties van wederzijds belang op alle niveaus te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren,

Opnieuw bevestigend dat zij vastbesloten zijn de bevordering, bescherming en uitvoering van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur, alsmede de ontwikkeling van de parlementaire democratie te versterken,

Bevestigend dat zij gehecht zijn aan de beginselen die zijn neergelegd in het Handvest van de Verenigde Naties (hierna het „Handvest van de VN” genoemd), de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, aangenomen bij Resolutie A/RES/217 (III) A van de Algemene Vergadering van de VN van 10 december 1948 (hierna „UVRM” genoemd), de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (hierna „OVSE” genoemd), met name de Slotakte van Helsinki die op 1 augustus 1975 is aangenomen tijdens de Conferentie van Helsinki over veiligheid en samenwerking in Europa (hierna de „Slotakte van Helsinki van de OVSE” genoemd), het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, aangenomen bij Resolutie 2200A (XXI) van de Algemene Vergadering van de VN op 16 december 1966, en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, aangenomen bij Resolutie 2200A (XXI) van de Algemene Vergadering van de VN op 16 december 1966, alsmede de beginselen en normen van het internationale recht,

Herhalend dat zij vastbesloten zijn de internationale vrede en veiligheid actief te bevorderen en zich in te zetten voor effectief multilateralisme en de vreedzame regeling van geschillen, met name door samen te werken in het kader van de VN en de OVSE,

Gezien hun wens om de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang verder te ontwikkelen,

Gezien hun gehechtheid aan internationale verplichtingen ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor,

Gezien hun toezegging om de samenwerking op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid te versterken, onder meer bij de bestrijding van corruptie,

Gezien hun engagement om via hun breed opgezette samenwerking op velerlei gebieden van gemeenschappelijk belang bij te dragen tot de politieke, sociaal-economische en institutionele ontwikkeling van de Kirgizische Republiek,

Overwegende dat zij bereid zijn hun economische betrekkingen te versterken op basis van de beginselen van een vrijemarkteconomie en een klimaat te scheppen dat bevorderlijk is voor de uitbreiding van de bilaterale handels- en investeringsbetrekkingen en connectiviteit,

Gezien hun verbintenis om de rechten en plichten in het kader van het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie (hierna „WTO” genoemd) na te leven en hun verbintenis om deze op transparante en niet-discriminerende wijze uit te voeren,

Gezien hun gehechtheid aan het beginsel van duurzame ontwikkeling en hun engagement om samen te werken bij het nastreven van de doelstellingen van het slotdocument „Onze wereld transformeren: Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling” van de VN-top voor de vaststelling van de ontwikkelingsagenda voor de periode na 2015, aangenomen bij Resolutie A/RES/70/1 van de Algemene Vergadering van de VN van 25 september 2015 (hierna „Agenda 2030” genoemd), met inachtneming van hun interne programma’s,

Gezien hun toezegging om ecologische duurzaamheid en milieubescherming te waarborgen en te werken aan de uitvoering van multilaterale milieuovereenkomsten waarbij zij partij zijn, en hun toezegging om de samenwerking op het gebied van milieu, rampenrisicovermindering en alle gebieden van klimaatactie te versterken overeenkomstig de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, aangenomen op 12 december 2015 (hierna de „Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering” genoemd),

Gezien hun engagement om grensoverschrijdende en interregionale samenwerking te bevorderen,

Erop wijzende dat, als de Partijen in het kader van deze overeenkomst besluiten na de inwerkingtreding van deze overeenkomst specifieke overeenkomsten aan te gaan op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, die door de Europese Unie worden gesloten op grond van titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie („VWEU”), de bepalingen van dergelijke toekomstige specifieke overeenkomsten niet bindend zijn voor Ierland, tenzij de Europese Unie, samen met Ierland, wat betreft zijn respectieve eerdere bilaterale betrekkingen, de Kirgizische Republiek ervan in kennis stelt dat Ierland gebonden is door dergelijke toekomstige specifieke overeenkomsten als deel van de Europese Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie („VEU”) en het VWEU is gehecht; tevens erop wijzende dat latere interne maatregelen van de Europese Unie die met het oog op de uitvoering van deze overeenkomst op grond van titel V van het derde deel van het VWEU worden genomen, niet bindend voor Ierland, tenzij Ierland zijn wens te kennen heeft gegeven deel te nemen aan deze maatregelen of deze te aanvaarden overeenkomstig Protocol nr. 21; en voorts erop wijzende dat dergelijke toekomstige overeenkomsten of dergelijke latere interne maatregelen van de Europese Unie onder aan het VEU en het VWEU gehechte Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken vallen,

Zijn het volgende overeengekomen:

TITEL I. DOELSTELLINGEN EN ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 1. Doelstellingen
1.

Bij deze Overeenkomst wordt een versterkt partnerschap en nauwere samenwerking tussen de Partijen tot stand gebracht op basis van gedeelde waarden, gemeenschappelijke belangen en de ambitie om hun betrekkingen op alle toepassingsgebieden te versterken, tot wederzijds voordeel.

2.

Deze samenwerking is een proces tussen de Partijen dat bijdraagt aan duurzame ontwikkeling, vrede, stabiliteit en veiligheid, door middel van meer convergentie op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid, doeltreffende politieke en economische samenwerking en multilateralisme.

Artikel 2. Algemene beginselen
1.

De eerbiediging van de democratische beginselen, de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zoals met name vastgelegd in het Handvest van de VN, de UVRM, de Slotakte van Helsinki van de OVSE en andere internationale mensenrechteninstrumenten ter zake waarbij zij partij zijn, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de Partijen en is een essentieel element van deze Overeenkomst.

2.

De Partijen bevestigen opnieuw hun eerbiediging van de beginselen van goed bestuur, met inbegrip van de bestrijding van corruptie op alle niveaus.

3.

De Partijen bevestigen hun gehechtheid aan de beginselen van een vrijemarkteconomie, het bevorderen van duurzame ontwikkeling en de strijd tegen de klimaatverandering.

4.

De Partijen verbinden zich tot de bestrijding van de verschillende vormen van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en terrorisme en de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, en tot effectief multilateralisme.

5.

De Partijen voeren deze Overeenkomst uit op basis van gedeelde waarden, de beginselen van dialoog, wederzijds vertrouwen en respect, regionale samenwerking, effectief multilateralisme en eerbiediging van hun internationale verplichtingen die met name voortvloeien uit hun lidmaatschap van de VN en de OVSE.

TITEL II. POLITIEKE DIALOOG EN HERVORMING; SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID

Artikel 3. Doelstellingen van de politieke dialoog

De Partijen ontwikkelen een doeltreffende politieke dialoog op alle gebieden van wederzijds belang, met inbegrip van het buitenlands en veiligheidsbeleid en interne hervormingen. De doelstellingen van de politieke dialoog zijn:

Artikel 4. Democratie en de rechtsstaat

De Partijen versterken de dialoog en samenwerking met als doel:

Artikel 5. Rechten van de mens en fundamentele vrijheden

De Partijen werken samen bij de bevordering en bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en versterken de dialoog en de samenwerking met als doel:

Artikel 6. Maatschappelijk middenveld

De Partijen werken samen om het maatschappelijk middenveld en zijn rol in de economische, sociale en politieke ontwikkeling van een open democratische samenleving te versterken, met name door:

Artikel 7. Buitenlands en veiligheidsbeleid
1.

De Partijen bevestigen opnieuw hun gehechtheid aan de beginselen en normen van het internationale recht, zoals onder meer neergelegd in het Handvest van de VN en de Slotakte van Helsinki van de OVSE, en verbinden zich ertoe deze beginselen en normen te bevorderen in hun bilaterale en multilaterale betrekkingen.

2.

De Partijen intensiveren hun dialoog en samenwerking op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid, met inbegrip van diverse aspecten van het veiligheids- en defensiebeleid, en behandelen met name kwesties als conflictpreventie en crisisbeheersing, risicobeperking, cyberbeveiliging, de efficiënte werking van de veiligheidssector, regionale stabiliteit, ontwapening, non-proliferatie, wapenbeheersing en uitvoercontrole.

Artikel 8. Ernstige misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan
1.

De Partijen verklaren opnieuw dat de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap in haar geheel aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat op de doeltreffende vervolging ervan moet worden toegezien door middel van maatregelen op nationaal en internationaal niveau.

2.

De Partijen zijn van oordeel dat de oprichting en doeltreffende werking van het Internationaal Strafhof een belangrijke ontwikkeling is voor de internationale vrede en gerechtigheid. De Partijen versterken de samenwerking ter bevordering van vrede en internationale gerechtigheid. De Partijen propageren de universaliteit van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof en bespreken de kwestie van bekrachtiging en uitvoering daarvan, rekening houdend met hun wettelijke en constitutionele kaders.

3.

De Partijen komen overeen nauw samen te werken om volkerenmoord, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te voorkomen, door gebruik te maken van de passende bilaterale en multilaterale kaders.

Artikel 9. Conflictpreventie en crisisbeheer

De Partijen werken samen op het gebied van conflictpreventie en crisisbeheer en werken aan de bestrijding van conflicten in de regio om een klimaat van vrede en stabiliteit tot stand te brengen.

Artikel 10. Regionale samenwerking en de vreedzame oplossing van conflicten
1.

De Partijen intensiveren hun gezamenlijke inspanningen om de voorwaarden te verbeteren voor verdere regionale samenwerking op belangrijke gebieden zoals water, energie, milieu en de klimaatverandering, het geïntegreerde beheer van water en van waterkrachtbronnen, grensbeheer dat de grensoverschrijdende stroom van personen en goederen vergemakkelijkt, en democratische en duurzame ontwikkeling, en aldus bij te dragen tot goede nabuurschapsbetrekkingen, stabiliteit en veiligheid in Centraal-Azië. De Partijen streven ernaar conflicten vreedzaam op te lossen.

2.

De in lid 1 bedoelde inspanningen stroken met de doelstelling van handhaving van de internationale vrede en veiligheid, zoals vastgelegd in het Handvest van de VN, de Slotakte van Helsinki van de OVSE en andere multilaterale instrumenten ter zake die de Partijen onderschrijven.

Artikel 11. Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.