Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Kirgizische Republiek, anderzijds (met Bijlagen en Protocol)
het Koninkrijk België,
de Republiek Bulgarije,
de Tsjechische Republiek,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Republiek Estland,
Ierland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
de Republiek Kroatië,
de Italiaanse Republiek,
de Republiek Cyprus,
de Republiek Letland,
de Republiek Litouwen,
het Groothertogdom Luxemburg,
Hongarije,
de Republiek Malta,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Republiek Polen,
de Portugese Republiek,
Roemenië,
de Republiek Slovenië,
de Slowaakse Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd, en
de Europese Unie,
enerzijds, en
de Kirgizische Republiek,
anderzijds,
hierna gezamenlijk de „Partijen” genoemd,
Gezien hun sterke banden en hun gemeenschappelijke waarden,
Gezien hun wens om de tot wederzijds voordeel strekkende samenwerking te versterken die eerder is aangegaan met de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Kirgizische Republiek, anderzijds, ondertekend in Brussel op 9 februari 1995,
Gezien hun wens om hun betrekkingen naar een hoger niveau te tillen om rekening te houden met de nieuwe politieke en economische realiteit en de voortgang van hun partnerschap,
Uiting gevend aan hun gemeenschappelijke voornemen om hun samenwerking inzake bilaterale, regionale en internationale kwesties van wederzijds belang op alle niveaus te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren,
Opnieuw bevestigend dat zij vastbesloten zijn de bevordering, bescherming en uitvoering van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur, alsmede de ontwikkeling van de parlementaire democratie te versterken,
Bevestigend dat zij gehecht zijn aan de beginselen die zijn neergelegd in het Handvest van de Verenigde Naties (hierna het „Handvest van de VN” genoemd), de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, aangenomen bij Resolutie A/RES/217 (III) A van de Algemene Vergadering van de VN van 10 december 1948 (hierna „UVRM” genoemd), de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (hierna „OVSE” genoemd), met name de Slotakte van Helsinki die op 1 augustus 1975 is aangenomen tijdens de Conferentie van Helsinki over veiligheid en samenwerking in Europa (hierna de „Slotakte van Helsinki van de OVSE” genoemd), het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, aangenomen bij Resolutie 2200A (XXI) van de Algemene Vergadering van de VN op 16 december 1966, en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, aangenomen bij Resolutie 2200A (XXI) van de Algemene Vergadering van de VN op 16 december 1966, alsmede de beginselen en normen van het internationale recht,
Herhalend dat zij vastbesloten zijn de internationale vrede en veiligheid actief te bevorderen en zich in te zetten voor effectief multilateralisme en de vreedzame regeling van geschillen, met name door samen te werken in het kader van de VN en de OVSE,
Gezien hun wens om de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang verder te ontwikkelen,
Gezien hun gehechtheid aan internationale verplichtingen ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor,
Gezien hun toezegging om de samenwerking op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid te versterken, onder meer bij de bestrijding van corruptie,
Gezien hun engagement om via hun breed opgezette samenwerking op velerlei gebieden van gemeenschappelijk belang bij te dragen tot de politieke, sociaal-economische en institutionele ontwikkeling van de Kirgizische Republiek,
Overwegende dat zij bereid zijn hun economische betrekkingen te versterken op basis van de beginselen van een vrijemarkteconomie en een klimaat te scheppen dat bevorderlijk is voor de uitbreiding van de bilaterale handels- en investeringsbetrekkingen en connectiviteit,
Gezien hun verbintenis om de rechten en plichten in het kader van het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie (hierna „WTO” genoemd) na te leven en hun verbintenis om deze op transparante en niet-discriminerende wijze uit te voeren,
Gezien hun gehechtheid aan het beginsel van duurzame ontwikkeling en hun engagement om samen te werken bij het nastreven van de doelstellingen van het slotdocument „Onze wereld transformeren: Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling” van de VN-top voor de vaststelling van de ontwikkelingsagenda voor de periode na 2015, aangenomen bij Resolutie A/RES/70/1 van de Algemene Vergadering van de VN van 25 september 2015 (hierna „Agenda 2030” genoemd), met inachtneming van hun interne programma’s,
Gezien hun toezegging om ecologische duurzaamheid en milieubescherming te waarborgen en te werken aan de uitvoering van multilaterale milieuovereenkomsten waarbij zij partij zijn, en hun toezegging om de samenwerking op het gebied van milieu, rampenrisicovermindering en alle gebieden van klimaatactie te versterken overeenkomstig de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, aangenomen op 12 december 2015 (hierna de „Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering” genoemd),
Gezien hun engagement om grensoverschrijdende en interregionale samenwerking te bevorderen,
Erop wijzende dat, als de Partijen in het kader van deze overeenkomst besluiten na de inwerkingtreding van deze overeenkomst specifieke overeenkomsten aan te gaan op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, die door de Europese Unie worden gesloten op grond van titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie („VWEU”), de bepalingen van dergelijke toekomstige specifieke overeenkomsten niet bindend zijn voor Ierland, tenzij de Europese Unie, samen met Ierland, wat betreft zijn respectieve eerdere bilaterale betrekkingen, de Kirgizische Republiek ervan in kennis stelt dat Ierland gebonden is door dergelijke toekomstige specifieke overeenkomsten als deel van de Europese Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie („VEU”) en het VWEU is gehecht; tevens erop wijzende dat latere interne maatregelen van de Europese Unie die met het oog op de uitvoering van deze overeenkomst op grond van titel V van het derde deel van het VWEU worden genomen, niet bindend voor Ierland, tenzij Ierland zijn wens te kennen heeft gegeven deel te nemen aan deze maatregelen of deze te aanvaarden overeenkomstig Protocol nr. 21; en voorts erop wijzende dat dergelijke toekomstige overeenkomsten of dergelijke latere interne maatregelen van de Europese Unie onder aan het VEU en het VWEU gehechte Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken vallen,
Zijn het volgende overeengekomen:
TITEL I. DOELSTELLINGEN EN ALGEMENE BEGINSELEN
Artikel 1. Doelstellingen
Bij deze Overeenkomst wordt een versterkt partnerschap en nauwere samenwerking tussen de Partijen tot stand gebracht op basis van gedeelde waarden, gemeenschappelijke belangen en de ambitie om hun betrekkingen op alle toepassingsgebieden te versterken, tot wederzijds voordeel.
Deze samenwerking is een proces tussen de Partijen dat bijdraagt aan duurzame ontwikkeling, vrede, stabiliteit en veiligheid, door middel van meer convergentie op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid, doeltreffende politieke en economische samenwerking en multilateralisme.
Artikel 2. Algemene beginselen
De eerbiediging van de democratische beginselen, de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zoals met name vastgelegd in het Handvest van de VN, de UVRM, de Slotakte van Helsinki van de OVSE en andere internationale mensenrechteninstrumenten ter zake waarbij zij partij zijn, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de Partijen en is een essentieel element van deze Overeenkomst.
De Partijen bevestigen opnieuw hun eerbiediging van de beginselen van goed bestuur, met inbegrip van de bestrijding van corruptie op alle niveaus.
De Partijen bevestigen hun gehechtheid aan de beginselen van een vrijemarkteconomie, het bevorderen van duurzame ontwikkeling en de strijd tegen de klimaatverandering.
De Partijen verbinden zich tot de bestrijding van de verschillende vormen van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en terrorisme en de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, en tot effectief multilateralisme.
De Partijen voeren deze Overeenkomst uit op basis van gedeelde waarden, de beginselen van dialoog, wederzijds vertrouwen en respect, regionale samenwerking, effectief multilateralisme en eerbiediging van hun internationale verplichtingen die met name voortvloeien uit hun lidmaatschap van de VN en de OVSE.
TITEL II. POLITIEKE DIALOOG EN HERVORMING; SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID
Artikel 3. Doelstellingen van de politieke dialoog
De Partijen ontwikkelen een doeltreffende politieke dialoog op alle gebieden van wederzijds belang, met inbegrip van het buitenlands en veiligheidsbeleid en interne hervormingen. De doelstellingen van de politieke dialoog zijn:
- a. de doeltreffendheid van de politieke samenwerking en convergentie op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid te vergroten en vrede en regionale en internationale stabiliteit en veiligheid op basis van effectief multilateralisme te bevorderen, in stand te houden en te versterken;
- b. de democratie en de politieke, duurzame sociaal-economische en institutionele ontwikkeling in de Kirgizische Republiek te versterken;
- c. de eerbiediging van de democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur, de rechten van de mens, de fundamentele vrijheden en het non-discriminatiebeginsel te versterken en de samenwerking op deze gebieden te intensiveren;
- d. de dialoog te ontwikkelen en de samenwerking te verdiepen op het gebied van veiligheid en defensie;
- e. de vreedzame oplossing van conflicten alsook de beginselen van territoriale integriteit, onschendbaarheid van grenzen, soevereiniteit en onafhankelijkheid te bevorderen;
- f. de voorwaarden voor regionale samenwerking te verbeteren.
Artikel 4. Democratie en de rechtsstaat
De Partijen versterken de dialoog en samenwerking met als doel:
- a. de toepassing van de democratische beginselen en de rechtsstaat te waarborgen;
- b. de stabiliteit, doeltreffendheid en verantwoordingsplicht van de democratische instellingen te ontwikkelen, te consolideren en te verbeteren;
- c. de hervorming van de wetgeving en de rechterlijke macht voort te zetten en een doeltreffende werking van de instellingen op het gebied van rechtshandhaving en rechtsbedeling na te streven zodat gelijke toegang tot de rechtsgang en het recht op een eerlijk proces (met inbegrip van de procedurele rechten van verdachten, beklaagden en slachtoffers) worden gewaarborgd en de onafhankelijkheid, verantwoordingsplicht, kwaliteit en efficiëntie van de rechterlijke macht en de instanties voor strafvervolging en rechtshandhaving worden verzekerd;
- d. e-governance te bevorderen en vorderingen te maken bij de hervorming van het openbaar bestuur met het oog op de totstandbrenging van een verantwoordingsplichtig, efficiënt en transparant bestuur op nationaal, regionaal en lokaal niveau;
- e. de verkiezingsprocessen en de capaciteit van kiescommissies te versterken;
- f. te zorgen voor doeltreffendheid in de strijd tegen corruptie op alle niveaus.
Artikel 5. Rechten van de mens en fundamentele vrijheden
De Partijen werken samen bij de bevordering en bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en versterken de dialoog en de samenwerking met als doel:
- a. de eerbiediging van de rechten van de mens, het beginsel van non-discriminatie en de rechten van personen die tot minderheden en kwetsbare groepen behoren, te waarborgen;
- b. de bescherming van de fundamentele vrijheden, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vergadering en de vrijheid van vereniging; vrijheid van de media en vrijheid van godsdienst te waarborgen;
- c. economische, sociale en culturele rechten te bevorderen;
- d. gendergelijkheid te bevorderen en de rechten van meisjes en vrouwen te bevorderen, te beschermen en te verwezenlijken, onder meer door te zorgen voor hun actieve deelname zowel in het particuliere als het publieke domein;
- e. de nationale instellingen voor de rechten van de mens te versterken, onder meer door middel van hun deelname aan de besluitvormingsprocessen;
- f. de samenwerking te versterken binnen de mensenrechtenorganen van de Verenigde Naties en de speciale procedures van de Mensenrechtenraad, met inbegrip van een passende opvolging van hun aanbevelingen overeenkomstig de nationale wetgeving van de Partijen.
Artikel 6. Maatschappelijk middenveld
De Partijen werken samen om het maatschappelijk middenveld en zijn rol in de economische, sociale en politieke ontwikkeling van een open democratische samenleving te versterken, met name door:
- a. de capaciteit, onafhankelijkheid en transparantie van maatschappelijke organisaties te versterken;
- b. de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij wetgevings- en beleidsvormingsprocessen te bevorderen door een open, transparante en regelmatige dialoog tot stand te brengen tussen overheidsinstellingen enerzijds en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld anderzijds;
- c. nauwere contacten en de uitwisseling van informatie en ervaringen te bevorderen, onder meer door middel van seminars en overleg tussen alle sectoren van het maatschappelijk middenveld van de Europese Unie en de Kirgizische Republiek, en via de uitvoering van deze Overeenkomst.
Artikel 7. Buitenlands en veiligheidsbeleid
De Partijen bevestigen opnieuw hun gehechtheid aan de beginselen en normen van het internationale recht, zoals onder meer neergelegd in het Handvest van de VN en de Slotakte van Helsinki van de OVSE, en verbinden zich ertoe deze beginselen en normen te bevorderen in hun bilaterale en multilaterale betrekkingen.
De Partijen intensiveren hun dialoog en samenwerking op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid, met inbegrip van diverse aspecten van het veiligheids- en defensiebeleid, en behandelen met name kwesties als conflictpreventie en crisisbeheersing, risicobeperking, cyberbeveiliging, de efficiënte werking van de veiligheidssector, regionale stabiliteit, ontwapening, non-proliferatie, wapenbeheersing en uitvoercontrole.
Artikel 8. Ernstige misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan
De Partijen verklaren opnieuw dat de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap in haar geheel aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat op de doeltreffende vervolging ervan moet worden toegezien door middel van maatregelen op nationaal en internationaal niveau.
De Partijen zijn van oordeel dat de oprichting en doeltreffende werking van het Internationaal Strafhof een belangrijke ontwikkeling is voor de internationale vrede en gerechtigheid. De Partijen versterken de samenwerking ter bevordering van vrede en internationale gerechtigheid. De Partijen propageren de universaliteit van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof en bespreken de kwestie van bekrachtiging en uitvoering daarvan, rekening houdend met hun wettelijke en constitutionele kaders.
De Partijen komen overeen nauw samen te werken om volkerenmoord, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te voorkomen, door gebruik te maken van de passende bilaterale en multilaterale kaders.
Artikel 9. Conflictpreventie en crisisbeheer
De Partijen werken samen op het gebied van conflictpreventie en crisisbeheer en werken aan de bestrijding van conflicten in de regio om een klimaat van vrede en stabiliteit tot stand te brengen.
Artikel 10. Regionale samenwerking en de vreedzame oplossing van conflicten
De Partijen intensiveren hun gezamenlijke inspanningen om de voorwaarden te verbeteren voor verdere regionale samenwerking op belangrijke gebieden zoals water, energie, milieu en de klimaatverandering, het geïntegreerde beheer van water en van waterkrachtbronnen, grensbeheer dat de grensoverschrijdende stroom van personen en goederen vergemakkelijkt, en democratische en duurzame ontwikkeling, en aldus bij te dragen tot goede nabuurschapsbetrekkingen, stabiliteit en veiligheid in Centraal-Azië. De Partijen streven ernaar conflicten vreedzaam op te lossen.
De in lid 1 bedoelde inspanningen stroken met de doelstelling van handhaving van de internationale vrede en veiligheid, zoals vastgelegd in het Handvest van de VN, de Slotakte van Helsinki van de OVSE en andere multilaterale instrumenten ter zake die de Partijen onderschrijven.
Artikel 11. Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens
De Partijen zijn van mening dat de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel overheids- als niet-overheidsactoren, een van de ernstigste bedreigingen van de internationale stabiliteit en veiligheid vormt. De Partijen komen daarom overeen samen te werken en bij te dragen aan de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door volledige naleving en nationale uitvoering van hun bestaande verplichtingen op grond van de internationale ontwapenings- en non-proliferatieverdragen en -overeenkomsten en andere internationale verplichtingen op dit gebied. De Partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element van deze Overeenkomst vormt.
De Partijen komen bovendien overeen samen te werken en bij te dragen aan de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door:
- a. maatregelen te nemen die zijn gericht op de ondertekening of de ratificatie van de internationale instrumenten ter zake of, al naargelang het geval, op aansluiting daarbij en op de volledige uitvoering daarvan;
- b. een doeltreffend nationaal uitvoercontrolesysteem in te stellen, gericht op zowel de uitvoer als de doorvoer van goederen die verband houden met massavernietigingswapens, waaronder controle op het eindgebruik van technologieën voor tweeërlei gebruik in het kader van massavernietigingswapens, en door doeltreffende sancties op te leggen in het geval van overtreding van de uitvoercontroles.
De Partijen komen overeen een regelmatige politieke dialoog in te stellen ter begeleiding en consolidatie van deze elementen.
Artikel 12. Controle op de uitvoer van handvuurwapens, lichte wapens en conventionele wapens
De Partijen erkennen dat de illegale productie en overdracht van en de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, alsook de buitensporige accumulatie, slecht beheer, inadequaat beveiligde voorraden en ongecontroleerde verspreiding ervan een ernstige bedreiging voor de vrede en de internationale veiligheid blijven vormen.
De Partijen komen overeen dat zij hun verplichtingen met betrekking tot de aanpak van alle aspecten van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens zullen nakomen en volledig uitvoeren, overeenkomstig de bestaande internationale verdragen en de resoluties van de VN Veiligheidsraad, evenals hun verbintenissen in het kader van andere internationale instrumenten op dit gebied, zoals het VN-actieprogramma ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten dat op 20 juli 2001 is aangenomen.
De Partijen onderkennen het belang van interne controlesystemen voor de overdracht van conventionele wapens in overeenstemming met de geldende internationale normen. De Partijen onderkennen dat het van belang is die controles op verantwoordelijke wijze toe te passen en aldus bij te dragen tot de internationale en regionale vrede, veiligheid en stabiliteit, en tot het verminderen van menselijk leed, en te helpen voorkomen dat conventionele wapens op de illegale markt belanden.
De Partijen verplichten zich er daarom toe met elkaar samen te werken en te zorgen voor coördinatie, complementariteit en synergie bij het opstellen of verbeteren van de regelgeving voor de internationale handel in conventionele wapens, en bij het voorkomen, bestrijden en uitroeien van de illegale wapenhandel. Zij komen overeen een regelmatige politieke dialoog in te stellen ter begeleiding en consolidatie van deze verbintenis.
TITEL III. JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID
Artikel 13. Bescherming van persoonsgegevens
De Partijen erkennen het belang van het bevorderen en waarborgen van het grondrecht op eerbiediging van het privéleven en op de bescherming van persoonsgegevens, als een centrale factor ten behoeve van het vertrouwen van de burgers in de digitale economie en voor de verdere ontwikkeling van commerciële uitwisselingen en samenwerking op het gebied van rechtshandhaving.
De Partijen werken samen om de doeltreffende bescherming en handhaving van deze rechten te waarborgen, ook in het kader van de voorkoming en bestrijding van terrorisme en andere grensoverschrijdende misdrijven. De samenwerking kan capaciteitsopbouw, technische bijstand en de uitwisseling van informatie en deskundigheid omvatten, alsook andere vormen van samenwerking.
De Partijen werken samen om een hoog niveau van bescherming van persoonsgegevens te waarborgen, door beste praktijken en ervaringen uit te wisselen, rekening houdend met de Europese en internationale rechtsinstrumenten en -normen. Om de samenwerking te vergemakkelijken, zal de Kirgizische Republiek streven naar toetreding tot en uitvoering van het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981 tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens en het Aanvullend Protocol van 8 november 2001 bij het Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens betreffende toezichthoudende autoriteiten en grensoverschrijdende gegevensstromen.
Artikel 14. Samenwerking inzake migratie, asiel en grensbeheer
De Partijen bevestigen opnieuw het belang van de totstandbrenging van een brede dialoog over alle migratiegerelateerde kwesties, waaronder in voorkomend geval legale migratie, internationale bescherming en de bestrijding van irreguliere migratie, mensensmokkel en mensenhandel.
Op basis van een specifieke analyse van de behoeften, die plaatsvindt via onderling overleg tussen de Partijen, werken de Partijen samen overeenkomstig hun desbetreffende geldende wetgeving. De samenwerking richt zich met name op het volgende:
- a. de aanpak van de belangrijkste oorzaken van migratie;
- b. de ontwikkeling en uitvoering van nationale wetgeving en praktijken op het gebied van internationale bescherming, teneinde te voldoen aan de bepalingen van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 en het Protocol betreffende de status van vluchtelingen van 31 januari 1967;
- c. het in herinnering brengen van de Verklaring van New York voor vluchtelingen en migranten, die op 19 september 2016 is aangenomen bij Resolutie A/RES/71/1 van de Algemene Vergadering van de VN;
- d. de toelatingscriteria, alsmede de rechten en de status van toegelaten personen, de eerlijke behandeling en integratie van legale buitenlandse ingezetenen, onderwijs en opleiding en maatregelen tegen racisme en vreemdelingenhaat;
- e. de opzet van een doeltreffende en preventieve aanpak van irreguliere migratie, migrantensmokkel en mensenhandel, onder meer door netwerken en criminele organisaties van handelaren en smokkelaars te bestrijden en de slachtoffers van dergelijke praktijken te beschermen, in het kader van de desbetreffende internationale instrumenten;
- f. kwesties als de organisatie, opleiding, beste praktijken en andere operationele maatregelen op het gebied van migratiebeheer, met name irreguliere migratie, de beveiliging van documenten, visumbeleid, grensbeheer en informatiesystemen over migratie.
Artikel 15. Overname en de strijd tegen irreguliere migratie
In het kader van hun samenwerking ter voorkoming en bestrijding van irreguliere migratie komen de Partijen het volgende overeen:
- a. de Kirgizische Republiek neemt al haar onderdanen die niet of niet langer aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid of verblijf op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie voldoen, op verzoek van die lidstaat zonder verdere formaliteiten over;
- b. elke lidstaat van de Europese Unie neemt al zijn onderdanen die niet of niet langer aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid of verblijf op het grondgebied van de Kirgizische Republiek voldoen, op verzoek van laatstgenoemde zonder verdere formaliteiten over;
- c. de lidstaten van de Europese Unie en de Kirgizische Republiek verstrekken hun onderdanen daartoe passende reisdocumenten of aanvaarden het gebruik van het overeenkomstig Verordening (EU) 2016/1953 van het Europees Parlement en de Raad1)Verordening (EU) 2016/1953 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende de vaststelling van een Europees reisdocument voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en tot intrekking van de aanbeveling van de Raad van 30 november 1994 (PB EU L 311 van 17.11.2016, blz. 13). vastgestelde Europees reisdocument voor terugkeerdoeleinden. Indien een over te nemen persoon geen documenten of andere bewijzen van zijn of haar nationaliteit bezit, biedt de bevoegde diplomatieke en consulaire vertegenwoordiging van de betrokken lidstaat of van de Kirgizische Republiek op verzoek van de Kirgizische Republiek of van de betrokken lidstaat volledige samenwerking om de nationaliteit van de over te nemen persoon vast te stellen.
De Partijen komen overeen dat op verzoek een overeenkomst zal worden gesloten tussen de Europese Unie en de Kirgizische Republiek waarbij de specifieke verplichtingen voor de lidstaten van de Europese Unie en de Kirgizische Republiek worden geregeld wat betreft overname, met inbegrip van nadere bepalingen inzake de overname van onderdanen van andere landen en staatlozen. De Partijen kunnen ook, indien de omstandigheden dit toelaten, overwegen onderhandelingen te voeren over een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Kirgizische Republiek inzake versoepeling van de visumplicht voor burgers van de Europese Unie en de Kirgizische Republiek.
Artikel 16. Bestrijding van witwassen van geld en de financiering van terrorisme
De Partijen werken samen ter voorkoming en met het oog op de doeltreffende bestrijding van het gebruik van hun financiële instellingen en aangewezen niet-financiële ondernemingen en beroepen voor het witwassen van opbrengsten van criminele activiteiten en de financiering van terrorisme.
Daartoe wisselen zij informatie uit in het kader van hun respectieve wetgeving en werken zij samen om te zorgen voor de doeltreffende en volledige uitvoering van de aanbevelingen van de Financiële-actiegroep (FATF) en andere normen die zijn vastgesteld door de desbetreffende internationale organen die op dit gebied actief zijn. Dergelijke samenwerking kan zich onder meer uitstrekken tot de identificatie, opsporing, inbeslagname, confiscatie en terugvordering van vermogensbestanddelen of gelden die uit criminele activiteiten zijn verkregen.
Artikel 17. Illegale drugs
De Partijen werken samen om te zorgen voor een evenwichtige, empirisch onderbouwde en geïntegreerde aanpak van illegale drugs en van nieuwe psychoactieve stoffen.
Het beleid en de maatregelen met betrekking tot drugs zijn gericht op het versterken van de structuren om illegale drugs te voorkomen en aan te pakken, het aanbod van, de handel in en de vraag naar illegale drugs te beperken en de gevolgen voor de gezondheid alsook de maatschappelijke consequenties van het gebruik van illegale drugs aan te pakken met het oog op beperking van schade. De Partijen werken samen om misbruik van chemische precursoren voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope en nieuwe psychoactieve stoffen te voorkomen.
De Partijen bepalen in onderling overleg welke samenwerkingsmethoden nodig zijn om de in lid 1 genoemde doelstellingen te bereiken. Het optreden wordt gebaseerd op gezamenlijk overeengekomen beginselen die zijn opgenomen in de desbetreffende VN-verdragen inzake drugsbestrijding, en op de aanbevelingen in het slotdocument dat op 19 april 2016 is aangenomen bij Resolutie A/RES/S-30/1 van de Algemene Vergadering van de VN, met de titel „Our joint commitment to effectively addressing and countering the world drug problem”, zijnde de meest recente internationale consensus over het internationale drugsbeleid, waarin zij uiting geeft aan de gezamenlijke verbintenis dit probleem op doeltreffende wijze aan te pakken en tegen te gaan, teneinde de balans op te maken van de uitvoering van de verbintenissen die zijn aangegaan om het mondiale drugsprobleem gezamenlijk aan te pakken en te bestrijden.
Artikel 18. Bestrijding van georganiseerde misdaad en corruptie
De Partijen werken samen aan de voorkoming en bestrijding van al dan niet georganiseerde criminele en illegale activiteiten, met inbegrip van transnationale activiteiten, zoals:
- a. migrantensmokkel en mensenhandel;
- b. smokkel van en illegale handel in vuurwapens, met inbegrip van handvuurwapens en lichte wapens;
- c. smokkel van en illegale handel in drugs;
- d. smokkel van en illegale handel in goederen;
- e. illegale economische en financiële activiteiten zoals namaak, fiscale fraude en fraude bij openbare aanbestedingen;
- f. verduistering van middelen van door internationale donoren gefinancierde projecten;
- g. actieve en passieve corruptie, zowel in de openbare als in de particuliere sector;
- h. het vervalsen van documenten en het afleggen van onjuiste verklaringen;
- i. cybercriminaliteit.
De Partijen versterken de bilaterale, regionale en internationale samenwerking tussen rechtshandhavingsinstanties, met inbegrip van opleiding en de uitwisseling van ervaring. De Partijen passen de internationale normen ter zake doeltreffend toe, met name die welke zijn neergelegd in het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, dat is aangenomen bij Resolutie A/RES/55/25 van de Algemene Vergadering van de VN van 8 januari 2001 en de bijbehorende protocollen.
De Partijen werken samen bij het voorkomen en bestrijden van corruptie in overeenstemming met de internationale normen ter zake, met name die welke zijn neergelegd in het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie, aangenomen bij Resolutie A/RES/58/4 van de Algemene Vergadering van de VN van 31 oktober 2003 en de aanbevelingen die voortvloeien uit beoordelingen van dit verdrag.
Artikel 19. Terrorismebestrijding
De Partijen bevestigen opnieuw het belang van de strijd tegen en het voorkomen van terrorisme en komen overeen samen te werken op bilateraal, regionaal en internationaal niveau om terrorisme in al zijn vormen en uitingen te voorkomen en te bestrijden.
De Partijen zijn het erover eens dat het essentieel is dat terrorisme wordt bestreden met volledige eerbiediging van de rechtsstaat en in volledige overeenstemming met het internationale recht, met inbegrip van het internationale recht inzake de rechten van de mens, het internationale vluchtelingenrecht en het internationale humanitair recht en de beginselen van het Handvest van de VN, en alle toepasselijke internationale instrumenten die verband houden met terrorismebestrijding.
De Partijen benadrukken het belang van de universele ratificatie en uitvoering van alle VN-verdragen en protocollen die verband houden met terrorismebestrijding. De Partijen komen overeen de dialoog over het ontwerp van een algemeen verdrag inzake internationaal terrorisme te bevorderen en samen te werken bij de uitvoering van de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de Verenigde Naties, die is aangenomen bij Resolutie A/RES/60/288 van de Algemene Vergadering van de VN van 8 september 2006, alsmede van alle relevante resoluties van de VN-Veiligheidsraad.
De Partijen bevestigen opnieuw het belang van een aanpak van de strijd tegen terrorisme op basis van rechtshandhaving en rechtspraak, en komen overeen samen te werken bij de voorkoming en bestrijding van terrorisme, met name door:
- a. informatie uit te wisselen over terroristische groeperingen en personen en de hen ondersteunende netwerken, overeenkomstig het internationale en nationale recht, in het bijzonder ten aanzien van gegevensbescherming en bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
- b. ervaringen uit te wisselen inzake de voorkoming en bestrijding van terrorisme, inzake middelen en methoden en de technische aspecten ervan, en inzake opleiding, overeenkomstig de toepasselijke regelgeving;
- c. standpunten uit te wisselen inzake radicalisering en rekrutering en manieren om radicalisering tegen te gaan en deradicalisering en rehabilitatie te bevorderen;
- d. standpunten en ervaringen uit te wisselen inzake het grensoverschrijdend verkeer en reizen van terrorismeverdachten en inzake terroristische dreigingen;
- e. beste praktijken te delen met betrekking tot de bescherming van de rechten van de mens bij de strijd tegen terrorisme, in het bijzonder met betrekking tot strafrechtelijke procedures;
- f. ervoor te zorgen dat terroristische misdrijven strafbaar worden gesteld en maatregelen te nemen om de financiering van terrorisme tegen te gaan;
- g. maatregelen te nemen tegen de dreiging van chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair terrorisme en de nodige maatregelen te treffen om te voorkomen dat chemische, biologische, radiologische en nucleaire materialen worden verworven, overgedragen en gebruikt voor terroristische doeleinden en dat illegale handelingen worden verricht tegen risicovolle chemische, biologische, radiologische en nucleaire faciliteiten.
De samenwerking is gebaseerd op de beschikbare beoordelingen ter zake en wordt gevoerd in wederzijds overleg tussen de Partijen.
Artikel 20. Justitiële en juridische samenwerking
De Partijen versterken de bestaande samenwerking op het gebied van wederzijdse rechtshulp en uitlevering op basis van de toepasselijke internationale overeenkomsten. De Partijen versterken de bestaande mechanismen en overwegen in voorkomend geval de ontwikkeling van nieuwe mechanismen om de internationale samenwerking op dit gebied te vergemakkelijken. Dergelijke samenwerking omvat de toetreding tot en uitvoering van de desbetreffende internationale instrumenten, naargelang het geval, en nauwere samenwerking met Eurojust.
De Partijen ontwikkelen justitiële en juridische samenwerking in burgerlijke en handelszaken, met name wat betreft de onderhandelingen over en de ratificatie en uitvoering van de multilaterale verdragen inzake justitiële samenwerking in burgerlijke zaken, waaronder de verdragen van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht.
Artikel 21. Consulaire bescherming
De diplomatieke en consulaire autoriteiten van alle vertegenwoordigde lidstaten van de Europese Unie bieden bescherming aan alle onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie die niet over een permanente vertegenwoordiging in de Kirgizische Republiek beschikt die in staat is om in een concreet geval doeltreffend consulaire bescherming te bieden, op dezelfde voorwaarden als aan de onderdanen van de betrokken lidstaat.
Met het oog op de vaststelling van een gecoördineerde procedure waardoor onderdanen van de Kirgizische Republiek consulaire bescherming kunnen genieten in lidstaten van de Europese Unie waar de Kirgizische Republiek niet over een permanente vertegenwoordiging beschikt die in staat is om in een concreet geval doeltreffend consulaire bescherming te bieden, wordt afgezien van de verplichting voor in een lidstaat van de Europese Unie gevestigde consulaire posten van de Kirgizische Republiek om kennisgeving te doen uit hoofde van artikel 7 van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 24 april 1963.
TITEL IV. HANDEL EN DAARMEE VERBAND HOUDENDE AANGELEGENHEDEN
HOOFDSTUK 1. HORIZONTALE BEPALINGEN
Artikel 22. Doelstellingen
De doelstellingen van deze titel zijn de volgende:
- a. de uitbreiding, diversificatie en facilitatie van de handel tussen de Partijen, met name door middel van bepalingen inzake douane en handelsfacilitatie, technische handelsbelemmeringen en sanitaire en fytosanitaire maatregelen, met behoud van het recht van elke Partij om wetgeving vast te stellen teneinde doelstellingen van overheidsbeleid te verwezenlijken;
- b. de facilitatie van de handel in diensten en investeringen tussen de Partijen, onder meer door middel van de vrije overdracht van lopende betalingen en kapitaalverkeer;
- c. de doeltreffende wederzijdse openstelling van de markten voor overheidsopdrachten van de Partijen;
- d. de bevordering van innovatie en creativiteit door te zorgen voor een toereikende en doeltreffende bescherming van alle intellectuele-eigendomsrechten;
- e. de bevordering van voorwaarden die onvervalste mededinging bij de economische activiteiten van de Partijen bevorderen, met name wat betreft de onderlinge handel en investeringen;
- f. de ontwikkeling van de internationale handel op een wijze die bijdraagt aan duurzame ontwikkeling op economisch, sociaal en milieugebied;
- g. de instelling van een doeltreffende, eerlijke en voorspelbare geschillenbeslechtingsregeling om geschillen over de uitlegging en toepassing van deze titel op te lossen.
Artikel 23. Definities
Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
- a. „Overeenkomst inzake de landbouw”: de Overeenkomst inzake de landbouw, die is opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;
- b. „Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen”: de Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen, die is opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;
- c. „Antidumpingovereenkomst”: de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT 1994, die is opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;
- d. „dagen”: kalenderdagen, met inbegrip van weekend- en feestdagen;
- e. „Verdrag inzake het Energiehandvest”: het Verdrag inzake het Energiehandvest, ondertekend te Lissabon op 17 december 1994;
- f. „bestaand”: geldend op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst;
- g. „GATT 1994”: de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994, die is opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;
- h. „GATS”: de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten, die is opgenomen in bijlage 1B bij de WTO-Overeenkomst;
- i. „maatregel”: elke maatregel van een Partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit of administratieve handeling, of in enige andere vorm2)Ter verduidelijking: de term „maatregel” omvat ook niet-handelen.;
- j. „maatregelen van een Partij”: maatregelen die zijn vastgesteld of worden gehandhaafd door3)Ter verduidelijking: „maatregelen van een Partij” omvatten ook maatregelen van in punt j), i) en ii), vermelde entiteiten die zijn vastgesteld of worden gehandhaafd doordat zij direct of indirect instructies hebben gegeven aan, leiding hebben gegeven aan of zeggenschap hebben uitgeoefend over het gedrag van andere entiteiten met betrekking tot die maatregelen.:
- i. centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten; en
- ii. niet-gouvernementele organen bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;
- k. „persoon”: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon;
- l. „Herziene Overeenkomst van Kyoto”: de te Kyoto op 18 mei 1973 tot stand gekomen Internationale Overeenkomst inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures, zoals gewijzigd;
- m. „Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen”: de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, die is opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;
- n. „Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen”: de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen, die is opgenomen in bijlage 1A bij de WTO Overeenkomst;
- o. „SPS-Overeenkomst”: de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen, die is opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;
- p. „TBT-Overeenkomst”: de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, die is opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;
- q. „derde land”: een land of grondgebied gelegen buiten het geografische toepassingsgebied van de onderhavige Overeenkomst;
- r. „Overeenkomst inzake handelsfacilitatie”: de Overeenkomst inzake handelsfacilitatie, die is opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;
- s. „Trips-Overeenkomst”: de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, die is opgenomen in bijlage 1C bij de WTO-Overeenkomst;
- t. „Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht”: het te Wenen op 23 mei 1969 tot stand gekomen Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht;
- u. „Verklaring van Arusha van de Werelddouaneorganisatie”: de verklaring van de Internationale Douaneraad betreffende goed bestuur en integriteit van de douanedienst, als laatstelijk herzien in 2003;
- v. „WTO”: de Wereldhandelsorganisatie;
- w. „WTO-Overeenkomst”: de op 15 april 1994 tot stand gekomen Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie.
Artikel 24. Verhouding tot andere internationale overeenkomsten
De Partijen bevestigen hun wederzijdse rechten en verplichtingen uit hoofde van de WTO Overeenkomst en alle andere overeenkomsten waarbij zij allebei partij zijn.
Geen van de bepalingen van deze Overeenkomst kan zo worden uitgelegd dat zij een van de Partijen ertoe verplicht te handelen op een wijze die in strijd is met haar verplichtingen uit hoofde van de WTO-Overeenkomst.
Artikel 25. Verwijzingen naar wet- en regelgeving en andere overeenkomsten
Elke verwijzing in deze titel naar wet- en regelgeving, hetzij in het algemeen, hetzij door verwijzing naar specifieke wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen of richtlijnen, wordt uitgelegd als een verwijzing naar de wet- en regelgeving met inbegrip van de wijzigingen ervan, tenzij anders is aangegeven.
Elke verwijzing of opneming door middel van een verwijzing in deze titel naar andere overeenkomsten of rechtsinstrumenten, geheel of gedeeltelijk, wordt, tenzij anders aangegeven, zodanig uitgelegd dat zij het volgende omvat:
- a. de bijbehorende bijlagen, protocollen, voetnoten, aantekeningen en toelichtingen; en
- b. de vervolgovereenkomsten waarbij de Partijen partij zijn, of de wijzigingen die bindend zijn voor de Partijen, tenzij de verwijzing bestaande rechten bevestigt.
Artikel 26. In rechte optreden naar nationaal recht
Een Partij voorziet in haar interne recht niet in een recht om tegen de andere Partij in rechte op te treden op grond van het feit dat een maatregel van de andere Partij onverenigbaar is met deze Overeenkomst.
Artikel 27. Specifieke taken van de Samenwerkingsraad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken
Wanneer de Samenwerkingsraad taken uitvoert die hem op grond van deze titel zijn toegekend, bestaat hij uit vertegenwoordigers van de Partijen met verantwoordelijkheid voor handelsgerelateerde aangelegenheden, overeenkomstig de respectieve rechtskaders van de Partijen, of uit de door hen aangewezen personen.
De Samenwerkingsraad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken:
- a. heeft de bevoegdheid om besluiten vast te stellen tot actualisering of wijziging van het volgende op basis van wederzijdse instemming, met inachtneming van de voltooiing van de respectieve interne procedures van de Partijen waarin hun wetgeving voorziet: dergelijke actualiseringen en wijzigingen worden bevestigd door en treden in werking bij de uitwisseling van diplomatieke nota’s tussen de Partijen, tenzij de Partijen anders overeenkomen;
- i. bijlage 2;
- ii. de bijlagen 8-A, 8-B en 8-C;
- iii. bijlage 9;
- iv. de bijlagen 14-A en 14-B;
- v. het protocol;
- b. kan besluiten vaststellen tot uitlegging van de bepalingen van deze titel;
- c. kan besluiten vaststellen om, in aanvulling op de subcomités die zijn ingesteld op grond van deze titel, subcomités in te stellen die zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van de Partijen, en deze binnen zijn bevoegdheid taken toe te kennen; de Samenwerkingsraad kan tevens besluiten de aan de door hem ingestelde subcomités toegekende taken te wijzigen, en de subcomités op te heffen.
De Samenwerkingsraad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken stelt besluiten vast en doet passende aanbevelingen na voltooiing van de respectieve interne procedures van de Partijen, zoals bepaald in hun wetgeving.
Wanneer geen vergaderingen van de Samenwerkingsraad beschikbaar zijn, kunnen de in lid 2 bedoelde besluiten via de schriftelijke procedure worden vastgesteld.
Artikel 28. Specifieke taken van het Samenwerkingscomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken
Wanneer het Samenwerkingscomité taken uitvoert die hem bij deze titel zijn toegekend, bestaat hij uit vertegenwoordigers van de Partijen met verantwoordelijkheid voor handelsgerelateerde aangelegenheden of uit de door hen aangewezen personen.
Het Samenwerkingscomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken heeft met name de volgende taken:
- a. de Samenwerkingsraad bijstand verlenen bij de uitvoering van zijn taken met betrekking tot handelsgerelateerde aangelegenheden;
- b. verantwoordelijk zijn voor de correcte uitvoering en toepassing van deze titel; in dit verband, en onverminderd de in hoofdstuk 14 vastgestelde rechten, kan elke Partij kwesties in verband met de toepassing of de uitlegging van deze titel ter bespreking naar het Samenwerkingscomité verwijzen;
- c. toezien, waar nodig, op de verdere uitwerking van de bepalingen van deze titel en de bij de toepassing ervan behaalde resultaten evalueren;
- d. zoeken naar passende manieren om problemen te voorkomen en op te lossen, die overigens kunnen ontstaan op gebieden die onder deze titel vallen; en
- e. toezien op de werkzaamheden van alle krachtens deze titel ingestelde subcomités.
Bij de uitvoering van zijn taken uit hoofde van lid 2 van dit artikel kan het Samenwerkingscomité voorstellen indienen over de noodzaak om besluiten vast te stellen tot actualisering of wijziging als bedoeld in artikel 27, lid 2, punt a), of tot uitlegging als bedoeld in artikel 27, lid 2, punt b), wanneer geen vergaderingen van de Samenwerkingsraad beschikbaar zijn.
Het Samenwerkingscomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken neemt besluiten en doet passende aanbevelingen na voltooiing van de respectieve interne procedures van de Partijen, zoals bepaald in hun wetgeving.
Artikel 29. Coördinatoren
Binnen 60 dagen na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst benoemen de Europese Unie en de Kirgizische Republiek elk een coördinator voor deze titel en stellen elkaar in kennis van de contactgegevens van de coördinatoren.
De coördinatoren stellen gezamenlijk de agenda op en treffen alle overige nodige voorbereidingen voor de vergaderingen van de Samenwerkingsraad en het Samenwerkingscomité overeenkomstig dit hoofdstuk, en geven, voor zover van toepassing, vervolg aan de besluiten van deze organen.
Artikel 30. Subcomités
De subcomités bestaan uit vertegenwoordigers van de Europese Unie, enerzijds, en vertegenwoordigers van de Kirgizische Republiek, anderzijds.
De subcomités komen binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst bijeen, en vervolgens eenmaal per jaar of op verzoek van een van de Partijen of van het Samenwerkingscomité, op een passend niveau. Vergaderingen in persoon worden beurtelings in Brussel en in Bisjkek gehouden. Vergaderingen kunnen ook worden gehouden via elk voor de Partijen beschikbaar technologisch hulpmiddel.
De subcomités worden gezamenlijk voorgezeten door de vertegenwoordigers van de Partijen.
HOOFDSTUK 2. HANDEL IN GOEDEREN
Artikel 31. Toepassingsgebied
Tenzij anders is bepaald, is dit hoofdstuk van toepassing op de handel in goederen van een Partij.
Artikel 32. Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. „consulaire formaliteiten”: de procedure om van een consul van de Partij van invoer op het grondgebied van de Partij van uitvoer, of op het grondgebied van een derde, een consulaire factuur of een consulair visum voor een handelsfactuur, oorsprongscertificaat, manifest, aangifte ten uitvoer door de verlader, of enig ander douanedocument in verband met de invoer van een goed te verkrijgen;
- b. „douanerechten”: alle soorten rechten of heffingen die worden opgelegd ter zake van of in verband met de invoer van goederen, met uitzondering van:
- i. heffingen van gelijke werking als interne belastingen die overeenkomstig artikel 34 worden opgelegd;
- ii. antidumping-, bijzondere vrijwarings-, compenserende of vrijwaringsrechten die worden toegepast overeenkomstig de GATT 1994, de Antidumpingovereenkomst, de Overeenkomst inzake de landbouw, de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen of de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, indien van toepassing;
- iii. retributies of andere heffingen die bij invoer of in verband met invoer worden opgelegd en die beperkt zijn tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten;
- c. „uitvoervergunningsprocedure”: administratieve procedure in het kader waarvan als eerste voorwaarde voor de uitvoer uit het grondgebied van de Partij van uitvoer wordt gesteld dat aan de bevoegde administratieve instantie een aanvraag of andere documenten dan die welke in het algemeen voor douaneafhandeling zijn vereist, worden overgelegd;
- d. „goed van een Partij”: een binnenlands goed in de zin van GATT 1994;
- e. „geharmoniseerd systeem” of „GS”: het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, met inbegrip van alle aantekeningen daarbij en amendementen daarop zoals ontwikkeld door de Werelddouaneorganisatie;
- f. „invoervergunningsprocedure”: administratieve procedure in het kader waarvan als eerste voorwaarde voor de invoer in het grondgebied van de Partij van invoer wordt gesteld dat aan de bevoegde administratieve instantie een aanvraag of andere documenten dan die welke in het algemeen voor douaneafhandeling zijn vereist, worden overgelegd;
- g. „gereviseerd goed”: een goed dat is ingedeeld onder de hoofstukken 84, 85, 87, 90 of rubriek 9402 van het geharmoniseerd systeem en dat:
- i. geheel of gedeeltelijk bestaat uit onderdelen die zijn verkregen uit reeds gebruikte goederen;
- ii. met het originele nieuwe goed vergelijkbare prestaties en werkingsvoorwaarden vertoont, en
- iii. waarvoor dezelfde garantie als voor het originele nieuwe goed wordt gegeven.
Artikel 33. Meestbegunstigingsbehandeling
Elke Partij past op de goederen van de andere Partij de meestbegunstigingsbehandeling toe overeenkomstig artikel I van GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij, die mutatis mutandis in deze Overeenkomst zijn opgenomen en hiervan integrerend deel uitmaken.
Lid 1 is niet van toepassing op goederen van een derde land waaraan een Partij preferentiële behandeling heeft toegekend overeenkomstig de WTO-Overeenkomst.
Artikel 34. Nationale behandeling
Elke Partij behandelt goederen van de andere Partij als nationale goederen, overeenkomstig artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij. Hiertoe worden artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij mutatis mutandis in de onderhavige Overeenkomst opgenomen en maken zij hiervan integrerend deel uit.
Artikel 35. Invoer- en uitvoerbeperkingen
Geen van de Partijen mag verboden of beperkingen, andere dan rechten, belastingen en andere heffingen, invoeren of handhaven, in de vorm van contingenten, invoer- of uitvoervergunningen of andere maatregelen, ter zake van de invoer van een goed van de andere Partij of de uitvoer of verkoop ten uitvoer van een goed dat voor het grondgebied van de andere Partij is bestemd, overeenkomstig artikel XI van GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij. Daartoe worden artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen en aanvullende bepalingen daarbij mutatis mutandis in deze Overeenkomst opgenomen en maken zij hiervan integrerend deel uit.
Artikel 36. Uitvoerrechten, uitvoerbelastingen of andere uitvoerheffingen
Geen van beide Partijen mag rechten, belastingen of andere heffingen van welke aard ook ter zake van of in verband met de uitvoer van een goed naar de andere Partij vaststellen of handhaven, of andere maatregelen van gelijke werking, andere dan voor goederen overeenkomstig de lijst in bijlage 2 bij deze overeenkomst. Deze bepaling is niet van toepassing op goederen in doorvoer over het grondgebied van een Partij in de zin van artikel V van de GATT 1994, noch op goederen die, overeenkomstig een internationale overeenkomst tussen de Kirgizische Republiek en een derde partij, in de Kirgizische Republiek zijn ingevoerd zonder dat uitvoerrechten worden opgelegd die die derde partij anders had kunnen opleggen bij uitvoer naar de Europese Unie overeenkomstig, in voorkomend geval, de aan de GATT 1994 gehechte lijst van concessies van die derde partij of bilaterale verbintenissen met de Europese Unie.
Niets in dit artikel belet een Partij om bij de uitvoer van een goed naar de andere Partij een retributie of heffing op te leggen die uit hoofde van artikel 38 is toegestaan.
Artikel 37. Controles op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik
De Partijen wisselen informatie en goede praktijken uit over controles op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik met het oog op de bevordering van de convergentie van de uitvoercontroles van de Europese Unie en de Kirgizische Republiek.
Artikel 38. Retributies en formaliteiten
Artikel VIII van de GATT 1994 en de aantekeningen voor de interpretatie daarbij, alsmede alle uitzonderingen op en vrijstellingen van de verplichtingen en ontheffingen daarvan als bedoeld in artikel VIII van de GATT 1994 die uit hoofde van de WTO-Overeenkomst van toepassing zijn, worden mutatis mutandis in deze Overeenkomst opgenomen en maken hiervan integrerend deel uit.
Elke Partij maakt onverwijld alle retributies en heffingen die zij in verband met de invoer of de uitvoer aanrekent, bekend op zodanige wijze dat overheden, handelaren en andere belanghebbenden daarvan kennis kunnen nemen.
Elke Partij herziet, waar uitvoerbaar, op gezette tijden de retributies en heffingen die zij oplegt, met het doel om het aantal en de diversiteit ervan te beperken.
Geen van de Partijen legt in verband met de invoer van goederen van de andere Partij consulaire formaliteiten, waaronder retributies en heffingen, op.
Artikel 39. Gereviseerde goederen
Een Partij streeft ernaar aan gereviseerde goederen van de andere Partij geen minder gunstige behandeling toe te kennen dan die welke zij aan soortgelijke nieuwe goederen toekent.
Indien een Partij invoer- en uitvoerverboden of invoer- en uitvoerbeperkingen instelt of handhaaft met betrekking tot gebruikte goederen, streeft zij ernaar die maatregelen niet toe te passen op gereviseerde goederen.
Een Partij kan eisen dat gereviseerde goederen als zodanig worden geïdentificeerd voor distributie of verkoop op haar grondgebied en dat zij voldoen aan alle toepasselijke technische voorschriften die van toepassing zijn op gelijkwaardige nieuwe goederen.
Artikel 40. Tijdelijke invoer van goederen
De Partijen verlenen elkaar ontheffing van invoerheffingen en -rechten op tijdelijk ingevoerde goederen, in de gevallen en overeenkomstig de procedures die zijn vastgesteld in voor hen bindende internationale overeenkomsten op dit gebied. Die ontheffing wordt verleend overeenkomstig de wettelijke bepalingen van elke Partij.
Artikel 41. Doorvoer
Artikel V van de GATT 1994 wordt in deze Overeenkomst opgenomen en maakt hiervan integrerend deel uit. De Partijen nemen alle maatregelen die nodig zijn om de doorvoer van energiegoederen te vergemakkelijken, overeenkomstig het beginsel van vrije doorvoer en artikel 7, leden 1 en 3, van het Energiehandvestverdrag.
Artikel 42. Invoer- en uitvoermonopolies
Geen van beide Partijen mag een aangewezen invoer- of uitvoermonopolie aanwijzen of handhaven. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder invoer- of uitvoermonopolie verstaan: het exclusieve recht of de exclusieve verlening van een machtiging door een Partij aan een entiteit om een goed uit de andere Partij in te voeren of naar de andere Partij uit te voeren4)Ter verduidelijking: dit artikel laat de toepassing van hoofdstuk 6 onverlet en heeft geen betrekking op een recht als gevolg van de verlening van een intellectuele-eigendomsrecht..
Artikel 43. Oorsprongsaanduiding
Wanneer de Kirgizische Republiek bij de invoer van goederen uit de Europese Unie een oorsprongsaanduiding verlangt, aanvaardt zij de oorsprongsaanduiding „Made in EU” of het equivalent daarvan in een taal overeenkomstig de vereisten inzake oorsprongsaanduiding van de Kirgizische Republiek, onder voorwaarden die niet minder gunstig zijn dan die welke gelden voor oorsprongsaanduidingen van de lidstaten van de Europese Unie.
Voor de toepassing van de oorsprongsaanduiding „Made in EU” behandelt de Kirgizische Republiek de Europese Unie als één grondgebied.
Artikel 44. Invoervergunningsprocedures
Elke Partij stelt invoervergunningsprocedures vast en beheert deze overeenkomstig de artikelen 1, 2 en 3 van de Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen. Daartoe worden de artikelen 1, 2 en 3 van de Overeenkomst inzake procedures op het gebied van invoervergunningen mutatis mutandis in deze Overeenkomst opgenomen en maken zij hiervan integrerend deel uit.
Artikel 45. Uitvoervergunningsprocedures5)Ter verduidelijking: geen van de bepalingen van dit artikel verplicht een Partij een uitvoervergunning te verlenen of belet een Partij haar verplichtingen of verbintenissen uit hoofde van resoluties van de VN-Veiligheidsraad of multilaterale regelingen inzake non-proliferatie en uitvoercontrole na te komen.
Elke Partij zorgt, op grond van haar bevoegdheden6)Wat de Kirgizische Republiek betreft, is dit artikel slechts van toepassing ten aanzien van de maatregelen die de Kirgizische Republiek unilateraal toepast, overeenkomstig de wet- en regelgeving die van toepassing is op haar grondgebied., voor transparantie met betrekking tot uitvoervergunningsprocedures en maakt nieuwe uitvoervergunningsprocedures of enige wijziging van een bestaande uitvoervergunningsprocedure op zodanige wijze bekend dat overheden, handelaren en andere belanghebbenden daarvan kennis kunnen nemen. Deze bekendmaking vindt, voor zover uitvoerbaar, plaats uiterlijk 30 dagen voordat een nieuwe uitvoervergunningsprocedure of een wijziging van een bestaande procedure voor uitvoervergunningen van kracht wordt, en in elk geval uiterlijk op de datum waarop een dergelijke procedure of wijziging van kracht wordt.
De bekendmaking van uitvoervergunningsprocedures omvat de volgende informatie:
- a. de tekst van de uitvoervergunningsprocedures of van de daaraan aangebrachte wijzigingen;
- b. de goederen die het voorwerp zijn van elke uitvoervergunningsprocedure;
- c. voor elke procedure, een beschrijving van de procedure voor het aanvragen van een uitvoervergunning en alle criteria waaraan een aanvrager moet voldoen om een uitvoervergunning te kunnen aanvragen, zoals het bezitten van een activiteitenvergunning, het opzetten of handhaven van een investering of het actief zijn via een bepaalde vorm van vestiging op het grondgebied van een Partij;
- d. een contactpunt of contactpunten waar belanghebbenden nadere inlichtingen kunnen verkrijgen over de voorwaarden voor het verkrijgen van een uitvoervergunning;
- e. het administratieve orgaan of de administratieve organen waarbij een aanvraag of andere relevante documenten moeten worden ingediend;
- f. een beschrijving van alle maatregelen waaraan de uitvoervergunningsprocedure uitvoering beoogt te geven;
- g. de periode waarin elke uitvoervergunningsprocedure van kracht zal zijn, tenzij de procedure van kracht blijft tot de intrekking of herziening ervan in een nieuwe bekendmaking;
- h. als de Partij voornemens is van een uitvoervergunningsprocedure gebruik te maken voor het beheer van een uitvoercontingent, de totale omvang, en indien van toepassing, de waarde van het contingent alsmede de openings- en sluitingsdata van het contingent; en
- i. alle vrijstellingen van of uitzonderingen op het vereiste een uitvoervergunning te verkrijgen, hoe die vrijstellingen of uitzonderingen kunnen worden aangevraagd of gebruikt, en de criteria voor het verlenen of toekennen ervan.
Binnen 45 dagen na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst stelt elke Partij de andere Partij in kennis van haar bestaande uitvoervergunningsprocedures. Een Partij die een nieuwe uitvoervergunningsprocedure vaststelt of een bestaande uitvoervergunningsprocedure wijzigt, stelt de andere Partij daarvan binnen 60 dagen na de bekendmaking van de procedure of de wijziging in kennis. De kennisgeving omvat een verwijzing naar de bron of bronnen waar de op grond van lid 2 vereiste informatie wordt bekendgemaakt en, indien van toepassing, het adres van de desbetreffende officiële website.
Artikel 46. Handelsmaatregelen
De Partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen uit hoofde van:
- a. artikel XIX van de GATT 1994;
- b. de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen;
- c. artikel 5 van de Overeenkomst inzake de landbouw;
- d. artikel VI van de GATT 1994;
- e. de Antidumpingovereenkomst; en
- f. de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen.
Artikel 47. Transparantie van handelsbeschermingsinstrumenten
De Partijen komen overeen dat de toepassing van handelsbeschermingsinstrumenten (antidumping-, antisubsidie- en mondiale vrijwaringsmaatregelen) moet gebeuren met volledige inachtneming van de desbetreffende WTO-voorschriften en op basis van een eerlijk en transparant systeem.
Voordat definitieve conclusies over antidumping- of compenserende maatregelen worden getrokken, zorgen de Partijen ervoor dat de belangrijkste feiten die aan de beslissing tot toepassing van maatregelen ten grondslag liggen, worden meegedeeld, onverminderd artikel 6, lid 5, van de Antidumpingovereenkomst en artikel 12, lid 4, van de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen. Er moet belanghebbenden voldoende tijd worden gelaten om hun opmerkingen in te dienen.
Elke belanghebbende wordt in de gelegenheid gesteld zijn standpunt kenbaar te maken tijdens antidumping- en antisubsidieonderzoeken, mits dit het verloop van de onderzoeken niet onnodig vertraagt.
Hoofdstuk 14 van deze titel is niet van toepassing op dit artikel.
HOOFDSTUK 3. DOUANE
Artikel 48. Samenwerking op douanegebied
De Partijen intensiveren hun samenwerking op douanegebied met het oog op de waarborging van een transparant handelsklimaat, handelsfacilitering, bevordering van de continuïteit van de toeleveringsketen en van de consumentenveiligheid, het tegenhouden van goederen waarmee inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht wordt gemaakt en bestrijding van smokkel en fraude.
Om de in lid 1 genoemde doelstellingen uit te voeren, en binnen de grenzen van de beschikbare middelen, werken de Partijen samen met als doel, onder meer:
- a. de douanewetgeving te verbeteren en de douaneprocedures te harmoniseren en te vereenvoudigen, overeenkomstig de internationale verdragen en normen die van toepassing zijn op douanegebied en op het gebied van handelsfacilitatie, met inbegrip van die welke zijn ontwikkeld door de WTO (de Overeenkomst inzake handelsfacilitatie daaronder begrepen) en de Werelddouaneorganisatie (met name de herziene Overeenkomst van Kyoto), en rekening houdend met de instrumenten en beste praktijken van de Europese Unie, zoals douaneblauwdrukken;
- b. moderne douanesystemen op te zetten, waaronder moderne technologieën voor de afhandeling van douaneformaliteiten; regelingen voor geautoriseerde marktdeelnemers; geautomatiseerde op risico gebaseerde analyses en controles; vereenvoudigde procedures voor de vrijgave van goederen; controles na vrijgave; transparante vaststelling van de douanewaarde en regelingen voor partnerschappen tussen de douane en ondernemingen;
- c. te zorgen voor de facilitatie en doeltreffende controle van de overlading en doorvoer over hun respectieve grondgebied; te zorgen voor samenwerking en coördinatie tussen alle betrokken autoriteiten en agentschappen op hun respectieve grondgebied om het douanevervoer te vergemakkelijken, en, waar nodig en passend, mogelijkheden te benutten om de respectieve douanestelsels voor doorvoer compatibel te maken;
- d. strenge normen inzake beroepsethiek aan te moedigen, met name aan de grens, door middel van de toepassing van maatregelen die de beginselen van de Verklaring van Arusha van de Werelddouaneorganisatie weerspiegelen;
- e. beste praktijken uit te wisselen en opleiding en technische ondersteuning te verlenen voor planning en voor het waarborgen van strenge normen op het gebied van beroepsethiek;
- f. waar passend informatie en gegevens uit te wisselen, met inachtneming van elkaars regels inzake de vertrouwelijkheid van gevoelige gegevens en de bescherming van persoonsgegevens;
- g. waar nodig en passend, deel te nemen aan gecoördineerde douaneacties tussen hun douaneautoriteiten.
Artikel 49. Wederzijdse administratieve bijstand
Onverminderd andere vormen van samenwerking waarin deze Overeenkomst voorziet, in het bijzonder in artikel 48, verlenen de Partijen elkaar wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden, overeenkomstig het protocol.
Artikel 50. Douanewaarde
Bij de handel tussen de Partijen zijn de artikelen 1 tot en met 17 van de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de GATT 1994, opgenomen in bijlage 1A van de WTO-Overeenkomst, van toepassing op de vaststelling van de douanewaarde van goederen. Deze bepalingen worden mutatis mutandis in deze Overeenkomst opgenomen en maken hiervan integrerend deel uit.
De Partijen werken samen aan een gemeenschappelijke aanpak van kwesties met betrekking tot de douanewaarde.
HOOFDSTUK 4. TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN
Artikel 51. Doelstelling
Dit hoofdstuk heeft tot doel de handel in goederen tussen de Partijen te bevorderen door onnodige technische handelsbelemmeringen te voorkomen, op te sporen en weg te nemen.
Artikel 52. Toepassingsgebied
Dit hoofdstuk is van toepassing op de opstelling, aanneming en toepassing van alle normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures zoals omschreven in de TBT-Overeenkomst, die de handel in goederen tussen de Partijen kunnen beïnvloeden.
Onverminderd lid 1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op:
- a. aankoopspecificaties die door overheidsorganen zijn opgesteld om te voorzien in de productie- of verbruiksbehoeften van die organen; of
- b. sanitaire en fytosanitaire maatregelen zoals omschreven in bijlage A bij de SPS-Overeenkomst, die vallen onder hoofdstuk 5 van deze Overeenkomst.
Artikel 53. Verhouding tot de TBT-Overeenkomst
De Partijen bevestigen hun bestaande wederzijdse rechten en verplichtingen ingevolge de TBT-Overeenkomst, die hierbij mutatis mutandis in deze Overeenkomst wordt opgenomen en hiervan integrerend deel uitmaakt.
Artikel 54. Technische voorschriften
Elke Partij voert, overeenkomstig de voor die Partij geldende regels en procedures, effectbeoordelingen van voorgenomen technische voorschriften uit, rekening houdend met de beschikbare regelgevings- en niet-regelgevingsalternatieven voor het voorgestelde technische voorschrift waarmee de legitieme doelstellingen van de Partij kunnen worden bereikt, overeenkomstig artikel 2.2 van de TBT-Overeenkomst.
Elke Partij gebruikt de terzake geldende internationale normen als basis voor haar technische voorschriften, tenzij zij kan aantonen dat die internationale normen ondoelmatig of ongeschikt zijn voor de verwezenlijking van de beoogde legitieme doelstellingen.
Wanneer een Partij geen internationale normen als grondslag voor haar technische voorschriften heeft gebruikt, neemt zij op verzoek van de andere Partij maatregelen om ervoor te zorgen dat wordt aangegeven op welke punten zij aanzienlijk is afgeweken van de toepasselijke internationale norm en licht zij de redenen toe waarom die normen ongeschikt of ondoelmatig voor de nagestreefde doelstelling zijn geacht.
Elke Partij evalueert haar technische voorschriften met het oog op grotere convergentie ervan met de terzake geldende internationale normen, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met nieuwe ontwikkelingen in de desbetreffende internationale normen of veranderingen in de omstandigheden die tot afwijking van die internationale norm hebben geleid.
Bij de ontwikkeling van belangrijke technische voorschriften die een aanzienlijk effect op het handelsverkeer kunnen hebben, neemt elke Partij maatregelen om er overeenkomstig haar respectieve regels en procedures voor te zorgen dat er procedures bestaan die personen in staat stellen via een publiek debat input te leveren, behalve wanneer zich dringende problemen op het gebied van veiligheid, gezondheid, milieubescherming of nationale veiligheid voordoen of dreigen voor te doen, en dat de resultaten van die besprekingen openbaar worden gemaakt.
Artikel 55. Normen
Teneinde normen op een zo breed mogelijke grondslag te harmoniseren, moedigt elke Partij de op haar grondgebied gevestigde normalisatie-instellingen, alsmede de regionale normalisatie-instellingen waarvan zij of de op haar grondgebied gevestigde normalisatie-instellingen lid zijn, aan:
- a. binnen hun mogelijkheden mee te werken aan de opstelling van internationale normen door de bevoegde internationale normalisatie-instellingen;
- b. de toepasselijke internationale normen te gebruiken als grondslag voor de normen die zij formuleren, behalve wanneer dergelijke internationale normen ondoeltreffend of ongeschikt zouden zijn, bijvoorbeeld omdat zij onvoldoende bescherming bieden of wegens fundamentele klimatologische of geografische omstandigheden of fundamentele technologische problemen;
- c. doublures of overlappingen met de werkzaamheden van de internationale normalisatie-instellingen te voorkomen;
- d. niet op de toepasselijke internationale normen gebaseerde nationale en regionale normen regelmatig te evalueren, teneinde de convergentie ervan met dergelijke internationale normen te verbeteren;
- e. bij internationale normalisatieactiviteiten samen te werken met de betrokken normalisatie-instellingen van de andere Partij; die samenwerking kan plaatsvinden binnen de internationale normalisatie-instellingen of op regionaal niveau; en
- f. de bilaterale samenwerking tussen hen en de normalisatie-instellingen van de andere Partij te bevorderen.
De Partijen moeten informatie uitwisselen over hun respectieve normalisatieprocessen, en de mate waarin zij internationale, regionale of sub-regionale normen als basis voor hun nationale normen hanteren.
Wanneer vereisten voor normen door middel van een ontwerp van een technisch voorschrift of conformiteitsbeoordelingsprocedure verplicht worden gesteld, moet worden voldaan aan de transparantieverplichtingen van artikel 58 van deze Overeenkomst en artikel 2 of 5 van de TBT-Overeenkomst.
Internationale normen die door de Internationale Organisatie voor normalisatie, de Internationale Elektrotechnische Commissie, de Internationale Telecommunicatie-unie en de door de Voedsel- en Landbouworganisatie opgerichte Codex Alimentarius-Commissie zijn vastgesteld, worden beschouwd als de terzake geldende internationale normen in de zin van de artikelen 2 en 5 van en bijlage 3 bij de TBT-Overeenkomst, waarbij het gebruik van andere internationale normen niet wordt uitgesloten.
Een door andere internationale organisaties ontwikkelde norm kan ook worden beschouwd als een terzake geldende internationale norm in de zin van de artikelen 2 en 5 van en bijlage 3 bij de TBT-Overeenkomst, mits deze norm is ontwikkeld:
- a. door een normalisatie-instelling die consensus nastreeft tussen:
- i. nationale delegaties van de deelnemende WTO-leden die alle nationale normalisatie-instellingen op hun grondgebied vertegenwoordigen welke voor het voorwerp van de internationale normalisatieactiviteit normen hebben vastgesteld of voornemens zijn vast te stellen; of
- ii. overheidsorganen van deelnemende WTO-leden; en
- b. overeenkomstig het besluit van de Commissie inzake de beginselen voor de ontwikkeling van internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen met betrekking tot de artikelen 2 en 5 van en bijlage 3 bij de TBT-Overeenkomst.
Artikel 56. Conformiteitsbeoordeling
De in artikel 52 vastgestelde bepalingen betreffende de opstelling, aanneming en toepassing van technische voorschriften zijn mutatis mutandis op conformiteitsbeoordelingsprocedures van toepassing.
Indien een Partij een conformiteitsbeoordeling verlangt als positieve garantie dat een product in overeenstemming met een technisch voorschrift is, kiest zij conformiteitsbeoordelingsprocedures7)Wat de Kirgizische Republiek betreft, zijn de conformiteitsbeoordelingsprocedures vastgesteld bij technische voorschriften. die in verhouding staan tot de betrokken risico’s, zoals bepaald op basis van een risicobeoordeling, in voorkomend geval met inbegrip van het gebruik van de conformiteitsverklaring van de leverancier.
Indien een Partij een conformiteitsbeoordeling door een derde verlangt als positieve garantie dat een product in overeenstemming met een technisch voorschrift is, en zij die taak niet aan een overheidsinstantie heeft voorbehouden als bepaald in lid 4, dan:
- a. maakt zij bij voorkeur gebruik van accreditatie voor de kwalificatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties;
- b. maakt zij optimaal gebruik van internationale normen voor accreditatie en conformiteitsbeoordeling, alsmede van internationale overeenkomsten waarbij de accreditatie-instanties van de Partijen betrokken zijn, bijvoorbeeld via de mechanismen van de International Laboratory Accreditation Cooperation (ILAC) en het International Accreditation Forum (IAF);
- c. overweegt zij zich aan te sluiten bij of, naargelang het geval, moedigt zij haar conformiteitsbeoordelingsinstanties aan zich aan te sluiten bij alle geldende desbetreffende internationale overeenkomsten of regelingen voor harmonisatie of bevordering van de aanvaarding van conformiteitsbeoordelingsresultaten;
- d. ziet zij erop toe dat marktdeelnemers een keuze hebben tussen de door de autoriteiten van een Partij voor een bepaald product aanvaarde conformiteitsbeoordelingsinstanties;
- e. ziet zij erop toe dat conformiteitsbeoordelingsinstanties onafhankelijk zijn van fabrikanten, importeurs en marktdeelnemers in het algemeen en dat er tussen accreditatie-instanties en conformiteitsbeoordelingsinstanties geen sprake is van belangenconflicten;
- f. staat zij de conformiteitsbeoordelingsinstanties toe onderaannemers in te schakelen om tests of controles met betrekking tot de conformiteitsbeoordeling uit te voeren; en
- g. maakt zij op één website een lijst bekend van de instanties die zij heeft aangewezen om dergelijke conformiteitsbeoordelingen uit te voeren alsook relevante informatie over de reikwijdte van de aanwijzing van elk van die instanties.
Geen van de bepalingen van lid 3, punt f), kan zo worden uitgelegd dat zij een Partij verbiedt van onderaannemers te verlangen dat zij voldoen aan dezelfde eisen als die waaraan de conformiteitsbeoordelingsinstantie waarmee zij een verbintenis is aangegaan, zou moeten voldoen om de uitbestede tests of controles zelf uit te voeren.
Geen van de bepalingen van dit artikel belet een Partij te eisen dat de conformiteitsbeoordeling voor specifieke producten door haar specifieke overheidsinstanties wordt uitgevoerd. In dergelijke gevallen doet de Partij het volgende:
- a. zij beperkt de conformiteitsbeoordelingsvergoedingen tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten en licht, op verzoek van een aanvrager van een conformiteitsbeoordeling, toe hoe eventuele vergoedingen die zij voor een dergelijke conformiteitsbeoordeling aanrekent, beperkt blijven tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten; en
- b. zij maakt de vergoedingen voor conformiteitsbeoordeling openbaar.
Drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst beginnen de Partijen besprekingen over de aanvaarding van een conformiteitsverklaring van een leverancier als bewijs van overeenstemming met bestaande technische voorschriften, met name op de volgende gebieden:
- a. veiligheidsaspecten van elektrische en elektronische apparatuur;
- b. veiligheidsaspecten van machines;
- c. elektromagnetische compatibiliteit van apparatuur;
- d. energie-efficiëntie, met inbegrip van eisen inzake ecologisch ontwerp; en
- e. beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur.
Artikel 57. Samenwerking op het gebied van technische handelsbelemmeringen
De Partijen versterken hun samenwerking op het gebied van normen, technische voorschriften, metrologie, markttoezicht, accreditatie en conformiteitsbeoordelingsprocedures, teneinde het wederzijdse begrip van hun respectievelijke systemen te verbeteren en de toegang tot hun respectievelijke markten te vergemakkelijken. Daartoe streven de Partijen ernaar samenwerkingsmechanismen en -initiatieven op regelgevingsgebied in kaart te brengen en te ontwikkelen die geschikt zijn voor de specifieke onderwerpen of sectoren, met inbegrip van:
- a. de uitwisseling van informatie en ervaringen over het opstellen en de toepassing van hun respectievelijke technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures;
- b. de aanmoediging van samenwerking tussen hun respectievelijke organisaties voor metrologie, normalisatie, conformiteitsbeoordeling en accreditatie; en
- c. de uitwisseling van informatie over ontwikkelingen in de bevoegde regionale en multilaterale fora die verband houden met normen, technische voorschriften, conformiteitsbeoordelingsprocedures en accreditatie.
Ter bevordering van de onderlinge handel:
- a. trachten de Partijen de verschillen te verkleinen die tussen hen bestaan met betrekking tot technische voorschriften, metrologie, normalisatie, markttoezicht, accreditatie en conformiteitsbeoordelingsprocedures, onder andere door de toepassing van internationaal overeengekomen instrumenten op dit gebied aan te moedigen;
- b. bevorderen de Partijen het gebruik van accreditatie, overeenkomstig de internationale regelgeving, ter ondersteuning van de evaluatie van de technische competentie van de conformiteitsbeoordelingsorganen en hun activiteiten; en
- c. stimuleren de Partijen de Kirgizische Republiek en haar relevante nationale instanties deel te nemen aan en waar mogelijk lid te worden van Europese en internationale organisaties die zich bezighouden met normen, conformiteitsbeoordeling, accreditatie, metrologie en daarmee samenhangende taken.
Artikel 58. Transparantie
Wanneer een Partij een voorstel voor een technisch voorschrift of een conformiteitsbeoordelingsprocedure aan het centraal register van kennisgevingen van de WTO toezendt, laat zij de andere Partij ten minste 60 dagen de tijd om schriftelijke opmerkingen in te dienen, tenzij zich dringende problemen voordoen of dreigen voor te doen op het gebied van veiligheid, gezondheid, milieubescherming of nationale veiligheid. Een Partij neemt redelijke verzoeken tot verlenging van de termijn om opmerkingen in te dienen, in overweging.
Indien een Partij van de andere Partij schriftelijke opmerkingen over haar voorstel voor een technisch voorschrift of voor een conformiteitsbeoordelingsprocedure ontvangt, dan:
- a. bespreekt zij, op verzoek van de andere Partij, de schriftelijke opmerkingen met de medewerking van haar eigen bevoegde regelgevende instantie, op een tijdstip waarop daarmee rekening kan worden gehouden; en
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)