Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Kirgizische Republiek, anderzijds (met Bijlagen en Protocol)
het Koninkrijk België,
de Republiek Bulgarije,
de Tsjechische Republiek,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Republiek Estland,
Ierland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
de Republiek Kroatië,
de Italiaanse Republiek,
de Republiek Cyprus,
de Republiek Letland,
de Republiek Litouwen,
het Groothertogdom Luxemburg,
Hongarije,
de Republiek Malta,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Republiek Polen,
de Portugese Republiek,
Roemenië,
de Republiek Slovenië,
de Slowaakse Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd, en
de Europese Unie,
enerzijds, en
de Kirgizische Republiek,
anderzijds,
hierna gezamenlijk de „Partijen” genoemd,
Gezien hun sterke banden en hun gemeenschappelijke waarden,
Gezien hun wens om de tot wederzijds voordeel strekkende samenwerking te versterken die eerder is aangegaan met de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Kirgizische Republiek, anderzijds, ondertekend in Brussel op 9 februari 1995,
Gezien hun wens om hun betrekkingen naar een hoger niveau te tillen om rekening te houden met de nieuwe politieke en economische realiteit en de voortgang van hun partnerschap,
Uiting gevend aan hun gemeenschappelijke voornemen om hun samenwerking inzake bilaterale, regionale en internationale kwesties van wederzijds belang op alle niveaus te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren,
Opnieuw bevestigend dat zij vastbesloten zijn de bevordering, bescherming en uitvoering van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur, alsmede de ontwikkeling van de parlementaire democratie te versterken,
Bevestigend dat zij gehecht zijn aan de beginselen die zijn neergelegd in het Handvest van de Verenigde Naties (hierna het „Handvest van de VN” genoemd), de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, aangenomen bij Resolutie A/RES/217 (III) A van de Algemene Vergadering van de VN van 10 december 1948 (hierna „UVRM” genoemd), de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (hierna „OVSE” genoemd), met name de Slotakte van Helsinki die op 1 augustus 1975 is aangenomen tijdens de Conferentie van Helsinki over veiligheid en samenwerking in Europa (hierna de „Slotakte van Helsinki van de OVSE” genoemd), het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, aangenomen bij Resolutie 2200A (XXI) van de Algemene Vergadering van de VN op 16 december 1966, en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, aangenomen bij Resolutie 2200A (XXI) van de Algemene Vergadering van de VN op 16 december 1966, alsmede de beginselen en normen van het internationale recht,
Herhalend dat zij vastbesloten zijn de internationale vrede en veiligheid actief te bevorderen en zich in te zetten voor effectief multilateralisme en de vreedzame regeling van geschillen, met name door samen te werken in het kader van de VN en de OVSE,
Gezien hun wens om de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang verder te ontwikkelen,
Gezien hun gehechtheid aan internationale verplichtingen ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor,
Gezien hun toezegging om de samenwerking op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid te versterken, onder meer bij de bestrijding van corruptie,
Gezien hun engagement om via hun breed opgezette samenwerking op velerlei gebieden van gemeenschappelijk belang bij te dragen tot de politieke, sociaal-economische en institutionele ontwikkeling van de Kirgizische Republiek,
Overwegende dat zij bereid zijn hun economische betrekkingen te versterken op basis van de beginselen van een vrijemarkteconomie en een klimaat te scheppen dat bevorderlijk is voor de uitbreiding van de bilaterale handels- en investeringsbetrekkingen en connectiviteit,
Gezien hun verbintenis om de rechten en plichten in het kader van het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie (hierna „WTO” genoemd) na te leven en hun verbintenis om deze op transparante en niet-discriminerende wijze uit te voeren,
Gezien hun gehechtheid aan het beginsel van duurzame ontwikkeling en hun engagement om samen te werken bij het nastreven van de doelstellingen van het slotdocument „Onze wereld transformeren: Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling” van de VN-top voor de vaststelling van de ontwikkelingsagenda voor de periode na 2015, aangenomen bij Resolutie A/RES/70/1 van de Algemene Vergadering van de VN van 25 september 2015 (hierna „Agenda 2030” genoemd), met inachtneming van hun interne programma’s,
Gezien hun toezegging om ecologische duurzaamheid en milieubescherming te waarborgen en te werken aan de uitvoering van multilaterale milieuovereenkomsten waarbij zij partij zijn, en hun toezegging om de samenwerking op het gebied van milieu, rampenrisicovermindering en alle gebieden van klimaatactie te versterken overeenkomstig de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, aangenomen op 12 december 2015 (hierna de „Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering” genoemd),
Gezien hun engagement om grensoverschrijdende en interregionale samenwerking te bevorderen,
Erop wijzende dat, als de Partijen in het kader van deze overeenkomst besluiten na de inwerkingtreding van deze overeenkomst specifieke overeenkomsten aan te gaan op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, die door de Europese Unie worden gesloten op grond van titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie („VWEU”), de bepalingen van dergelijke toekomstige specifieke overeenkomsten niet bindend zijn voor Ierland, tenzij de Europese Unie, samen met Ierland, wat betreft zijn respectieve eerdere bilaterale betrekkingen, de Kirgizische Republiek ervan in kennis stelt dat Ierland gebonden is door dergelijke toekomstige specifieke overeenkomsten als deel van de Europese Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie („VEU”) en het VWEU is gehecht; tevens erop wijzende dat latere interne maatregelen van de Europese Unie die met het oog op de uitvoering van deze overeenkomst op grond van titel V van het derde deel van het VWEU worden genomen, niet bindend voor Ierland, tenzij Ierland zijn wens te kennen heeft gegeven deel te nemen aan deze maatregelen of deze te aanvaarden overeenkomstig Protocol nr. 21; en voorts erop wijzende dat dergelijke toekomstige overeenkomsten of dergelijke latere interne maatregelen van de Europese Unie onder aan het VEU en het VWEU gehechte Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken vallen,
Zijn het volgende overeengekomen:
TITEL I. DOELSTELLINGEN EN ALGEMENE BEGINSELEN
Artikel 1. Doelstellingen
Bij deze Overeenkomst wordt een versterkt partnerschap en nauwere samenwerking tussen de Partijen tot stand gebracht op basis van gedeelde waarden, gemeenschappelijke belangen en de ambitie om hun betrekkingen op alle toepassingsgebieden te versterken, tot wederzijds voordeel.
Deze samenwerking is een proces tussen de Partijen dat bijdraagt aan duurzame ontwikkeling, vrede, stabiliteit en veiligheid, door middel van meer convergentie op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid, doeltreffende politieke en economische samenwerking en multilateralisme.
Artikel 2. Algemene beginselen
De eerbiediging van de democratische beginselen, de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zoals met name vastgelegd in het Handvest van de VN, de UVRM, de Slotakte van Helsinki van de OVSE en andere internationale mensenrechteninstrumenten ter zake waarbij zij partij zijn, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de Partijen en is een essentieel element van deze Overeenkomst.
De Partijen bevestigen opnieuw hun eerbiediging van de beginselen van goed bestuur, met inbegrip van de bestrijding van corruptie op alle niveaus.
De Partijen bevestigen hun gehechtheid aan de beginselen van een vrijemarkteconomie, het bevorderen van duurzame ontwikkeling en de strijd tegen de klimaatverandering.
De Partijen verbinden zich tot de bestrijding van de verschillende vormen van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en terrorisme en de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, en tot effectief multilateralisme.
De Partijen voeren deze Overeenkomst uit op basis van gedeelde waarden, de beginselen van dialoog, wederzijds vertrouwen en respect, regionale samenwerking, effectief multilateralisme en eerbiediging van hun internationale verplichtingen die met name voortvloeien uit hun lidmaatschap van de VN en de OVSE.
TITEL II. POLITIEKE DIALOOG EN HERVORMING; SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID
Artikel 3. Doelstellingen van de politieke dialoog
De Partijen ontwikkelen een doeltreffende politieke dialoog op alle gebieden van wederzijds belang, met inbegrip van het buitenlands en veiligheidsbeleid en interne hervormingen. De doelstellingen van de politieke dialoog zijn:
- a. de doeltreffendheid van de politieke samenwerking en convergentie op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid te vergroten en vrede en regionale en internationale stabiliteit en veiligheid op basis van effectief multilateralisme te bevorderen, in stand te houden en te versterken;
- b. de democratie en de politieke, duurzame sociaal-economische en institutionele ontwikkeling in de Kirgizische Republiek te versterken;
- c. de eerbiediging van de democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur, de rechten van de mens, de fundamentele vrijheden en het non-discriminatiebeginsel te versterken en de samenwerking op deze gebieden te intensiveren;
- d. de dialoog te ontwikkelen en de samenwerking te verdiepen op het gebied van veiligheid en defensie;
- e. de vreedzame oplossing van conflicten alsook de beginselen van territoriale integriteit, onschendbaarheid van grenzen, soevereiniteit en onafhankelijkheid te bevorderen;
- f. de voorwaarden voor regionale samenwerking te verbeteren.
Artikel 4. Democratie en de rechtsstaat
De Partijen versterken de dialoog en samenwerking met als doel:
- a. de toepassing van de democratische beginselen en de rechtsstaat te waarborgen;
- b. de stabiliteit, doeltreffendheid en verantwoordingsplicht van de democratische instellingen te ontwikkelen, te consolideren en te verbeteren;
- c. de hervorming van de wetgeving en de rechterlijke macht voort te zetten en een doeltreffende werking van de instellingen op het gebied van rechtshandhaving en rechtsbedeling na te streven zodat gelijke toegang tot de rechtsgang en het recht op een eerlijk proces (met inbegrip van de procedurele rechten van verdachten, beklaagden en slachtoffers) worden gewaarborgd en de onafhankelijkheid, verantwoordingsplicht, kwaliteit en efficiëntie van de rechterlijke macht en de instanties voor strafvervolging en rechtshandhaving worden verzekerd;
- d. e-governance te bevorderen en vorderingen te maken bij de hervorming van het openbaar bestuur met het oog op de totstandbrenging van een verantwoordingsplichtig, efficiënt en transparant bestuur op nationaal, regionaal en lokaal niveau;
- e. de verkiezingsprocessen en de capaciteit van kiescommissies te versterken;
- f. te zorgen voor doeltreffendheid in de strijd tegen corruptie op alle niveaus.
Artikel 5. Rechten van de mens en fundamentele vrijheden
De Partijen werken samen bij de bevordering en bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en versterken de dialoog en de samenwerking met als doel:
- a. de eerbiediging van de rechten van de mens, het beginsel van non-discriminatie en de rechten van personen die tot minderheden en kwetsbare groepen behoren, te waarborgen;
- b. de bescherming van de fundamentele vrijheden, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vergadering en de vrijheid van vereniging; vrijheid van de media en vrijheid van godsdienst te waarborgen;
- c. economische, sociale en culturele rechten te bevorderen;
- d. gendergelijkheid te bevorderen en de rechten van meisjes en vrouwen te bevorderen, te beschermen en te verwezenlijken, onder meer door te zorgen voor hun actieve deelname zowel in het particuliere als het publieke domein;
- e. de nationale instellingen voor de rechten van de mens te versterken, onder meer door middel van hun deelname aan de besluitvormingsprocessen;
- f. de samenwerking te versterken binnen de mensenrechtenorganen van de Verenigde Naties en de speciale procedures van de Mensenrechtenraad, met inbegrip van een passende opvolging van hun aanbevelingen overeenkomstig de nationale wetgeving van de Partijen.
Artikel 6. Maatschappelijk middenveld
De Partijen werken samen om het maatschappelijk middenveld en zijn rol in de economische, sociale en politieke ontwikkeling van een open democratische samenleving te versterken, met name door:
- a. de capaciteit, onafhankelijkheid en transparantie van maatschappelijke organisaties te versterken;
- b. de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij wetgevings- en beleidsvormingsprocessen te bevorderen door een open, transparante en regelmatige dialoog tot stand te brengen tussen overheidsinstellingen enerzijds en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld anderzijds;
- c. nauwere contacten en de uitwisseling van informatie en ervaringen te bevorderen, onder meer door middel van seminars en overleg tussen alle sectoren van het maatschappelijk middenveld van de Europese Unie en de Kirgizische Republiek, en via de uitvoering van deze Overeenkomst.
Artikel 7. Buitenlands en veiligheidsbeleid
De Partijen bevestigen opnieuw hun gehechtheid aan de beginselen en normen van het internationale recht, zoals onder meer neergelegd in het Handvest van de VN en de Slotakte van Helsinki van de OVSE, en verbinden zich ertoe deze beginselen en normen te bevorderen in hun bilaterale en multilaterale betrekkingen.
De Partijen intensiveren hun dialoog en samenwerking op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid, met inbegrip van diverse aspecten van het veiligheids- en defensiebeleid, en behandelen met name kwesties als conflictpreventie en crisisbeheersing, risicobeperking, cyberbeveiliging, de efficiënte werking van de veiligheidssector, regionale stabiliteit, ontwapening, non-proliferatie, wapenbeheersing en uitvoercontrole.
Artikel 8. Ernstige misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan
De Partijen verklaren opnieuw dat de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap in haar geheel aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat op de doeltreffende vervolging ervan moet worden toegezien door middel van maatregelen op nationaal en internationaal niveau.
De Partijen zijn van oordeel dat de oprichting en doeltreffende werking van het Internationaal Strafhof een belangrijke ontwikkeling is voor de internationale vrede en gerechtigheid. De Partijen versterken de samenwerking ter bevordering van vrede en internationale gerechtigheid. De Partijen propageren de universaliteit van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof en bespreken de kwestie van bekrachtiging en uitvoering daarvan, rekening houdend met hun wettelijke en constitutionele kaders.
De Partijen komen overeen nauw samen te werken om volkerenmoord, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te voorkomen, door gebruik te maken van de passende bilaterale en multilaterale kaders.
Artikel 9. Conflictpreventie en crisisbeheer
De Partijen werken samen op het gebied van conflictpreventie en crisisbeheer en werken aan de bestrijding van conflicten in de regio om een klimaat van vrede en stabiliteit tot stand te brengen.
Artikel 10. Regionale samenwerking en de vreedzame oplossing van conflicten
De Partijen intensiveren hun gezamenlijke inspanningen om de voorwaarden te verbeteren voor verdere regionale samenwerking op belangrijke gebieden zoals water, energie, milieu en de klimaatverandering, het geïntegreerde beheer van water en van waterkrachtbronnen, grensbeheer dat de grensoverschrijdende stroom van personen en goederen vergemakkelijkt, en democratische en duurzame ontwikkeling, en aldus bij te dragen tot goede nabuurschapsbetrekkingen, stabiliteit en veiligheid in Centraal-Azië. De Partijen streven ernaar conflicten vreedzaam op te lossen.
De in lid 1 bedoelde inspanningen stroken met de doelstelling van handhaving van de internationale vrede en veiligheid, zoals vastgelegd in het Handvest van de VN, de Slotakte van Helsinki van de OVSE en andere multilaterale instrumenten ter zake die de Partijen onderschrijven.
Artikel 11. Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.