Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds
Preambule
Het Koninkrijk België,
de Republiek Bulgarije,
de Tsjechische Republiek,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Republiek Estland,
Ierland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
de Republiek Kroatië,
de Italiaanse Republiek,
de Republiek Cyprus,
de Republiek Letland,
de Republiek Litouwen,
het Groothertogdom Luxemburg,
Hongarije,
de Republiek Malta,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Republiek Polen,
de Portugese Republiek,
Roemenië,
de Republiek Slovenië,
de Slowaakse Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd,
en
de Europese Unie,
enerzijds,
en
De Republiek Chili, hierna „Chili” genoemd,
anderzijds,
hierna gezamenlijk „de Partijen” genoemd,
Gezien de sterke culturele, politieke, economische op samenwerking gebaseerde banden die hen binden,
Opnieuw bevestigende dat zij de democratische beginselen, mensenrechten en fundamentele vrijheden, de rechtsstaat en goed bestuur aanhangen, en zich inzetten voor de verwezenlijking van duurzame ontwikkeling en het aanpakken van klimaatverandering, wat het uitgangspunt vormt voor hun partnerschap en samenwerking,
Delende de mening dat de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel statelijke als niet-statelijke actoren, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale vrede en veiligheid vormt,
Indachtig de belangrijke bijdrage voor de versterking van die banden die is geleverd door de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds, ondertekend te Brussel op 18 november 2002 („Associatieovereenkomst”),
Benadrukkende dat hun betrekkingen van alomvattende aard zijn en dat het belangrijk is een samenhangend kader voor de voortgang ervan te scheppen,
Gezien hun toezegging om de bestaande Associatieovereenkomst te moderniseren om rekening te houden met de nieuwe politieke en economische realiteit en de voortgang van hun partnerschap,
Erkennende dat een sterk en doeltreffend multilateraal systeem, op basis van internationaal recht, van belang is om de vrede in stand te houden, conflicten te voorkomen, de internationale veiligheid te versterken en gezamenlijke uitdagingen aan te pakken,
Bevestigende hun toezegging om de samenwerking op het gebied van bilaterale, regionale en mondiale kwesties van gemeenschappelijk belang te versterken en alle beschikbare instrumenten in te zetten om activiteiten te bevorderen die zijn opgezet om een actieve en wederzijdse internationale samenwerking tot stand te brengen,
Ingenomen met de vaststelling van en het verzoek om uitvoering van het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering 2015–2030, aangenomen tijdens de derde Wereldconferentie van de VN in Sendai op 18 maart 2015, de actieagenda van Addis Abeba van de derde internationale conferentie over ontwikkelingsfinanciering, aangenomen in Addis Abeba op 13 tot en met16 juli 2015, Resolutie 70/1, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties („Algemene Vergadering van de VN”) op 25 september 2015, houdende het slotdocument „Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development and the 17 Sustainable Development Goals” (Naar een nieuwe wereld: de agenda inzake duurzame ontwikkeling voor 2030 en de 17 daarin vervatte duurzameontwikkelingsdoelstellingen) („Agenda 2030”), de Overeenkomst van Parijs in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, gedaan te Parijs op 12 december 2015 („Overeenkomst van Parijs”), de Nieuwe Stedenagenda, goedgekeurd tijdens de VN-conferentie over huisvesting en duurzame stadsontwikkeling (Habitat III) op 20 oktober 2016 in Quito, Ecuador („Nieuwe Stedenagenda”) en de verbintenissen van de wereldtop over humanitaire hulp, aangenomen tijdens de wereldtop over humanitaire hulp in Istanbul op 23 en 24 mei 2016,
Opnieuw bevestigende dat zij zich verbinden tot het bevorderen van duurzame ontwikkeling in economisch, sociaal en ecologisch opzicht, dat zij zich erop toeleggen de internationale handel zodanig te ontwikkelen dat die bijdraagt tot duurzame ontwikkeling in die drie dimensies, die onderling nauw zijn verbonden en elkaar wederzijds versterken, en dat zij zich verbinden tot het bevorderen van de verwezenlijking van de doelstellingen van de Agenda 2030,
Opnieuw bevestigende dat zij vastbesloten zijn hun handelsbetrekkingen uit te breiden en te diversifiëren overeenkomstig de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (World Trade Organization, WTO), gedaan te Marrakesh op 15 april 1994, en de specifieke doelstellingen en bepalingen van deel III van deze overeenkomst,
Geleid door de wens hun economische betrekkingen te versterken, in het bijzonder hun handels- en investeringsbetrekkingen, door de toegang tot de markt te versterken en te verbeteren, en bij te dragen tot economische groei, waarbij zij zich bewust zijn van de noodzaak het bewustzijn te vergroten rond de economische en sociale gevolgen van milieuschade, niet-duurzame productie- en consumptiepatronen en het bijbehorende effect op het menselijk welzijn,
Ervan overtuigd dat deze overeenkomst een klimaat zal scheppen dat hun onderlinge duurzame economische betrekkingen zal doen groeien, met name op het gebied van handel en investeringen, die noodzakelijk zijn voor de economische en sociale ontwikkeling, de technologische innovatie, en modernisering,
Erkennende dat de bepalingen van deze overeenkomst investeringen en investeerders beschermen en tot doel hebben tot wederzijds voordeel strekkende zakelijke activiteiten te stimuleren, zonder afbreuk te doen aan het recht van de Partijen op hun grondgebied regels te stellen in het openbaar belang,
Erkennende het nauwe verband tussen innovatie en handel, alsook het belang van innovatie voor economische groei en sociale ontwikkeling, en ook bevestigende hun belang bij het bevorderen van een grotere mate van samenwerking op het gebied van innovatie, onderzoek, wetenschap, technologie, vervoer en andere daaraan gerelateerde gebieden, en bij het bevorderen van de deelname van de publieke en de particuliere sector,
Bevestigende hun toezegging om intensiever samen te werken op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid,
Erkennende dat de versterkte samenwerking op het gebied van onderwijs, milieuaangelegenheden, cultuur, onderzoek en innovatie, werkgelegenheid en sociale zaken, gezondheid en andere gebieden van gemeenschappelijk belang, wederzijdse voordelen oplevert,
Uiting gevende aan hun vastberadenheid om hun betrekkingen te blijven versterken door middel van nieuwe samenwerkingsovereenkomsten, alsook hun wens dat die samenwerking wordt uitgevoerd in het voordeel van derde landen, zoals vastgelegd in het in 2015 door de Partijen ondertekende Memorandum van overeenstemming over internationale samenwerking, en door de voortdurende deelneming van Chili aan de regionale programma’s van de Europese Unie,
Herinnerende aan het belang van de verschillende overeenkomsten tussen de Europese Unie en Chili, die de politieke dialoog en samenwerking in de sectorale gebieden van de betrekkingen tussen de Partijen alsook handel en investeringen hebben bevorderd,
Wijzende op het feit dat, als de Partijen in het kader van deze overeenkomst specifieke overeenkomsten sluiten op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, die door de Europese Unie zouden worden gesloten op grond van titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie („VWEU”), de bepalingen van dergelijke toekomstige overeenkomsten niet bindend zijn voor Ierland, tenzij de Europese Unie, samen met Ierland wat betreft hun respectieve eerdere bilaterale betrekkingen, Chili ervan in kennis stelt dat Ierland gebonden is door dergelijke toekomstige specifieke overeenkomsten als deel van de Europese Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie („VEU”) en het VWEU is gehecht. Evenzo zijn latere interne maatregelen van de Europese Unie die met het oog op de uitvoering van deze overeenkomst op grond van titel V van het derde deel van het VWEU worden genomen, niet bindend voor Ierland, tenzij Ierland zijn wens te kennen heeft gegeven deel te nemen aan die maatregelen of die te aanvaarden overeenkomstig Protocol nr. 21. Voorts wijzende op het feit dat dergelijke toekomstige specifieke overeenkomsten of dergelijke latere interne maatregelen van de Europese Unie zouden komen te vallen onder de werkingssfeer Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken dat aan het VEU en het VWEU is gehecht,
Zijn als volgt overeengekomen:
DEEL I. ALGEMENE BEGINSELEN EN DOELSTELLINGEN
HOOFDSTUK 1. DOELSTELLINGEN, ALGEMENE BEGINSELEN EN DEFINITIES
Artikel 1.1. Doelstellingen van deze overeenkomst
Deze overeenkomst heeft tot doel:
- a. het herbevestigen van de associatie tussen de Partijen op basis van een versterkt partnerschap, een versterkte politieke dialoog en versterkte samenwerking op het gebied van kwesties van gemeenschappelijk belang, waaronder innovatie op alle toepasselijke gebieden;
- b. het bevorderen van handel en investeringen tussen de Partijen door hun handelsbetrekkingen uit te breiden en te diversifiëren, wat moet bijdragen tot een hogere economische groei en een verbeterde levenskwaliteit; en
- c. het versterken van de bestaande samenwerkingsrelatie tussen de Partijen, waaronder internationale samenwerking voor duurzame ontwikkeling en bevordering van gezamenlijke werkzaamheden, met als doel bij te dragen tot de uitvoering van de Agenda 2030.
Artikel 1.2. Algemene beginselen
De Partijen bevestigen hun krachtige steun voor de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties.
De eerbiediging van de democratische beginselen, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, zoals die zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN op 10 december 1948, en andere toepasselijke internationale mensenrechteninstrumenten waarbij de Partijen partij zijn, en van het beginsel van de rechtsstaat en goed bestuur, die ten grondslag liggen aan het interne en het internationale beleid van beide Partijen, is een essentieel element van deze overeenkomst.
De Partijen delen de mening dat de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel statelijke als niet-statelijke actoren, een ernstige bedreiging voor de internationale vrede en veiligheid vormt.
De Partijen bevestigen opnieuw dat zij zich ervoor blijven inzetten duurzame ontwikkeling in alle opzichten te stimuleren, bij te dragen tot de verwezenlijking van internationaal overeengekomen duurzameontwikkelingsdoelstellingen, en onder meer samen te werken om wereldwijde milieuproblemen aan te pakken.
De Partijen bevestigen dat zij zich zullen inzetten voor het mainstreamen van gendergelijkheid en voor het versterken van de positie van vrouwen en meisjes.
De Partijen herbevestigen hun steun aan de Verklaring over de rechten van inheemse volken, aangenomen op 13 september 2007, en hun toezeggingen om de culturele verscheidenheid te eerbiedigen en de rechten van inheemse volken te beschermen.
De Partijen voeren deze overeenkomst uit op basis van gemeenschappelijke waarden, met inbegrip van de beginselen van dialoog, wederzijds respect, gelijkwaardig partnerschap, multilateralisme, consensus en eerbiediging van het internationaal recht.
Artikel 1.3. Definities
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:
- a. „associatieovereenkomst”: de overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds, ondertekend te Brussel op 18 november 2002;
- b. „tussentijdse handelsovereenkomst”: de tussentijdse handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Chili, ondertekend te Brussel op 13 december 2023;
- c. „derde land”: een land of grondgebied gelegen buiten de territoriale werkingssfeer van deze overeenkomst zoals uiteengezet in artikel 41.2; en
- d. „Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht”: het te Wenen op 23 mei 1969 tot stand gekomen Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht.
DEEL II. POLITIEKE DIALOOG EN SAMENWERKING
HOOFDSTUK 2. POLITIEKE DIALOOG, BUITENLANDS BELEID, INTERNATIONALE VREDE EN VEILIGHEID, BESTUUR EN MENSENRECHTEN
Artikel 2.1. Politieke dialoog
De Partijen versterken hun politieke dialoog en samenwerking op alle niveaus door middel van uitwisselingen en overleg inzake bilaterale, regionale, internationale en multilaterale vraagstukken, teneinde hun versterkte partnerschap te consolideren.
De politieke dialoog heeft tot doel:
- a. de ontwikkeling van bilaterale betrekkingen te bevorderen en het partnerschap tussen de partijen te versterken;
- b. de samenwerking inzake regionale en mondiale uitdagingen en vraagstukken te versterken;
- c. de institutionele capaciteiten van de partijen te versterken, met inbegrip van de modernisering van de staat, decentralisatie en de bevordering van interinstitutionele samenwerking.
De politieke dialoog tussen de Partijen kan de volgende gezamenlijk overeen te komen vormen aannemen:
- a. overleg, bijeenkomsten en bezoeken op het hoogste niveau;
- b. overleg, bijeenkomsten en bezoeken op ministerieel niveau;
- c. regelmatige bijeenkomsten tussen hoge ambtenaren, met inbegrip van een politieke dialoog op hoog niveau;
- d. sectorale dialogen, onder andere door de uitwisseling van missies en deskundigen op het gebied van kwesties van gemeenschappelijk belang;
- e. uitwisseling van delegaties en andere contacten tussen het Nationaal Congres van Chili en het Europees Parlement.
Artikel 2.2. Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens
De Partijen zijn van oordeel dat de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel statelijke als niet-statelijke actoren, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale stabiliteit en veiligheid vormt. De Partijen komen derhalve overeen samen te werken en een bijdrage te leveren aan de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door de volledige naleving en de uitvoering op nationaal niveau van de verbintenissen die zij zijn aangegaan in het kader van internationale verdragen en overeenkomsten op het gebied van ontwapening en non-proliferatie, alsook van hun andere internationale verplichtingen op dat gebied. De Partijen komen overeen dat dit lid een essentieel element van deze overeenkomst vormt.
De Partijen komen bovendien overeen samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor:
- a. door maatregelen te nemen, gericht op de ondertekening of de ratificatie van alle andere relevante internationale instrumenten, of, waar passend, op aansluiting daarbij, en op de volledige uitvoering daarvan;
- b. door een doeltreffend nationaal uitvoercontrolesysteem in te voeren, gericht op zowel de uitvoer als de doorvoer van goederen die verband houden met massavernietigingswapens, waaronder controle op het eindgebruik van technologieën voor tweeërlei gebruik, en door doeltreffende sancties op te leggen in het geval van overtreding van de uitvoercontroles.
Artikel 2.3. Mensenrechten, rechtsstaat, goed bestuur
De Partijen bevorderen een regelmatige, zinvolle en breed gefundeerde mensenrechtendialoog.
De Partijen werken samen aan de bevordering en bescherming van de mensenrechten, ook wat betreft de ratificatie en uitvoering van internationale mensenrechteninstrumenten, en aan de versterking van de democratische beginselen en de rechtsstaat, door gendergelijkheid te bevorderen en discriminatie in al haar vormen en op welke grond dan ook te bestrijden.
Die samenwerking kan bestaan uit:
- a. het ondersteunen van de ontwikkeling en uitvoering van actieplannen met betrekking tot de mensenrechten;
- b. het bevorderen van de mensenrechten, ook via onderwijs en de media;
- c. het versterken van nationale en regionale instellingen in verband met de mensenrechten, de rechtsstaat en goed bestuur;
- d. het opvoeren van de samenwerking met de toezichthoudende verdragsorganen van de Verenigde Naties en het verbeteren van de speciale procedures van de Mensenrechtenraad volgens de algemene beginselen van het internationale recht inzake de mensenrechten;
- e. het opvoeren van de coördinatie en samenwerking met de instellingen van de Verenigde Naties op het gebied van de mensenrechten en met de desbetreffende regionale en multilaterale fora;
- f. het versterken van de nationale, regionale en gedecentraliseerde capaciteit om democratische beginselen en praktijken toe te passen, waaronder het bevorderen van verkiezingsprocessen die in overeenstemming zijn met de internationale democratische normen;
- g. het versterken van goed, onafhankelijk en transparant bestuur op lokaal, nationaal, regionaal en mondiaal niveau, het bevorderen van de verantwoordingsplicht en transparantie van instellingen, en het ondersteunen van de participatie van burgers en de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.