Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van het advocatenberoep

Type Verdrag
Publication 2025-05-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De lidstaten van de Raad van Europa en de andere ondertekenaars van dit Verdrag,

Overwegend dat het doel van de Raad van Europa is het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden;

In herinnering roepend het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (ETS nr. 5, 1950) en de bijbehorende Protocollen en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens;

Rekening houdend met de basisbeginselen inzake de rol van advocaten, aangenomen door het achtste congres van de Verenigde Naties over de preventie van criminaliteit en de behandeling van daders (Havana, Cuba, 27 augustus-7 september 1990);

Rekening houdend met Aanbeveling Rec(2000)21 van het Comité van Ministers aan de lidstaten inzake de vrijheid van uitoefening van het advocatenberoep;

Rekening houdend met Resolutie 44/9 over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke macht, juryleden en beoordelaars, en de onafhankelijkheid van advocaten, aangenomen door de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties op 16 juli 2020;

Benadrukkend de fundamentele rol die advocaten en hun beroepsverenigingen spelen bij het handhaven van de rechtsstaat, het waarborgen van de toegang tot de rechter en het waarborgen van de bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;

Er met grote bezorgdheid nota van nemend dat advocaten steeds vaker het slachtoffer worden van aanvallen, bedreigingen, pesterijen en intimidatie vanwege hun beroepsactiviteiten, alsook van ongepaste belemmeringen of inmenging bij de uitoefening van hun legitieme beroepsactiviteiten;

Hun veroordeling uitsprekend over deze aanvallen, bedreigingen, pesterijen, intimidatie en ongepaste belemmeringen of inmenging;

Gelet op de verschillende wijzen waarop het beroep van advocaat kan worden georganiseerd in de lidstaten van de Raad van Europa en de andere ondertekenaars van dit Verdrag;

Overwegend dat het internationale rechtskader moet worden versterkt om de vrijheid van uitoefening van het beroep van advocaat te waarborgen

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. DOEL, REIKWIJDTE EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1. Doel van het Verdrag
1.

Het doel van dit Verdrag is de versterking van de bescherming van het beroep van advocaat en het recht om dit beroep onafhankelijk en zonder discriminatie, ongepaste belemmering of inmenging uit te oefenen, of het slachtoffer te worden van aanvallen, bedreigingen, pesterijen of intimidatie.

2.

Bij dit Verdrag wordt een specifiek mechanisme ingesteld om een doeltreffende uitvoering van de bepalingen ervan door de partijen te waarborgen.

Artikel 2. Reikwijdte
1.

Dit Verdrag is van toepassing op de beroepsactiviteiten van advocaten en hun beroepsverenigingen.

2.

De bepalingen van de artikelen 5 tot en met 9 van dit Verdrag zijn, voor zover relevant voor hun specifieke situatie, van toepassing op de advocaten die onder hun oorspronkelijke beroepstitel juridisch advies, bijstand of vertegenwoordiging in een partij verlenen en die:

3.

De bepalingen van de artikelen 6 (beroepsrechten van advocaten), 7 (vrijheid van meningsuiting) en 9 (beschermingsmaatregelen), vierde lid, van dit Verdrag zijn eveneens van toepassing op:

4.

De bepalingen van de artikelen 6, derde lid, onderdelen b en c, en 9, vierde lid, van dit Verdrag zijn ook van toepassing op personen die door advocaten in dienst zijn genomen of ingeschakeld om hen bij te staan, voor zover zij rechtstreeks bijdragen tot de uitoefening van de beroepswerkzaamheden van die advocaten.

5.

De bepalingen van artikel 9, vierde lid, van dit Verdrag zijn ook van toepassing op personen die in dienst zijn genomen of ingeschakeld om beroepsverenigingen bij te staan, voor zover het de uitoefening door hen van de beroepswerkzaamheden van deze verenigingen betreft.

Artikel 3. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

HOOFDSTUK II. MATERIËLE BEPALINGEN

Artikel 4. Beroepsverenigingen
1.

De partijen waarborgen dat het nationale wet- en regelgevingskader waarborgt dat beroepsverenigingen onafhankelijke, zelfbesturende organen zijn. De verkiezing van hun uitvoerende organen geschiedt in overeenstemming met de toepasselijke regels en zonder inmenging van buitenaf.

2.

De partijen waarborgen dat beroepsverenigingen:

3.

De partijen waarborgen dat beroepsverenigingen tijdig en doeltreffend worden geraadpleegd over voorstellen van de overheid voor wijzigingen in wetgeving, procedurele en administratieve voorschriften die rechtstreeks van invloed zijn op de beroepsactiviteiten van advocaten en de reglementering van het beroep.

4.

De partijen waarborgen dat de verplichting om lid te zijn van een beroepsvereniging advocaten niet belet andere verenigingen op te richten en daaraan deel te nemen om hun beroepsbelangen en -activiteiten te behartigen.

Artikel 5. Recht op uitoefening van het beroep
1.

De partijen waarborgen dat de toelating tot, de voortgezette inschrijving van en de herintreding tot het beroep van advocaat bij wet worden voorgeschreven en:

2.

De partijen waarborgen dat besluiten betreffende toelating, voortgezette inschrijving en herintreding tot het beroep van advocaat worden genomen door een beroepsvereniging of een ander onafhankelijk orgaan en kunnen worden aangevochten voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij wet is ingesteld.

Artikel 6. Beroepsrechten van advocaten
1.

De partijen dragen er zorg voor dat advocaten:

2.

De partijen waarborgen dat advocaten niet civiel- of strafrechtelijk aansprakelijk zijn voor mondelinge en schriftelijke verklaringen die te goeder trouw en zorgvuldig zijn afgelegd bij het voeren van alle procedures namens hun cliënten.

3.

De partijen waarborgen dat advocaten:

4.

Aan de uitoefening van de in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel vastgestelde rechten mogen geen andere beperkingen worden gesteld dan die welke bij wet zijn voorgeschreven en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn. Dergelijke beperkingen omvatten, maar zijn niet beperkt tot, vereisten om de beschikbaarheid van juridisch advies, bijstand en vertegenwoordiging voor iedereen te waarborgen.

5.

De partijen waarborgen dat advocaten geen nadelige gevolgen ondervinden als gevolg van identificatie met hun cliënten of de zaak van hun cliënten. Dit artikel wordt toegepast onverminderd de vrijheid van meningsuiting zoals beschermd door het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en het nationale recht.

Artikel 7. Vrijheid van meningsuiting
1.

De partijen waarborgen het recht van advocaten om het publiek te informeren over aangelegenheden die verband houden met de zaken van hun cliënten, behoudens beperkingen die bij wet zijn voorgeschreven en die voortvloeien uit professionele verantwoordelijkheden, de vereisten van de rechtsbedeling en de eerbiediging van het privéleven, en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn.

2.

De partijen waarborgen het recht van advocaten, individueel en collectief, en van beroepsverenigingen om de rechtsstaat en de naleving ervan te bevorderen, deel te nemen aan openbare discussies over de inhoud, interpretatie en toepassing van bestaande en voorgestelde wettelijke bepalingen, rechterlijke beslissingen, de rechtsbedeling en toegang tot de rechter en de bevordering en bescherming van de mensenrechten, en om voorstellen voor hervormingen op dit gebied in te dienen.

Artikel 8. Discipline
1.

De partijen waarborgen dat de gronden voor disciplinaire maatregelen tegen advocaten uitsluitend gebaseerd zijn op bij wet voorgeschreven professionele gedragsnormen die zelf in overeenstemming zijn met de rechten en vrijheden in het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

2.

De partijen waarborgen dat tuchtprocedures tegen advocaten:

3.

Partijen waarborgen dat alle disciplinaire sancties die aan advocaten worden opgelegd in overeenstemming zijn met de beginselen van legaliteit, non-discriminatie en evenredigheid. Een verbod op het recht op uitoefening van het beroep mag alleen worden opgelegd voor de ernstigste inbreuken op de beroepsnormen.

Artikel 9. Beschermingsmaatregelen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.