Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van het advocatenberoep
Preambule
De lidstaten van de Raad van Europa en de andere ondertekenaars van dit Verdrag,
Overwegend dat het doel van de Raad van Europa is het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden;
In herinnering roepend het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (ETS nr. 5, 1950) en de bijbehorende Protocollen en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens;
Rekening houdend met de basisbeginselen inzake de rol van advocaten, aangenomen door het achtste congres van de Verenigde Naties over de preventie van criminaliteit en de behandeling van daders (Havana, Cuba, 27 augustus-7 september 1990);
Rekening houdend met Aanbeveling Rec(2000)21 van het Comité van Ministers aan de lidstaten inzake de vrijheid van uitoefening van het advocatenberoep;
Rekening houdend met Resolutie 44/9 over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke macht, juryleden en beoordelaars, en de onafhankelijkheid van advocaten, aangenomen door de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties op 16 juli 2020;
Benadrukkend de fundamentele rol die advocaten en hun beroepsverenigingen spelen bij het handhaven van de rechtsstaat, het waarborgen van de toegang tot de rechter en het waarborgen van de bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;
Er met grote bezorgdheid nota van nemend dat advocaten steeds vaker het slachtoffer worden van aanvallen, bedreigingen, pesterijen en intimidatie vanwege hun beroepsactiviteiten, alsook van ongepaste belemmeringen of inmenging bij de uitoefening van hun legitieme beroepsactiviteiten;
Hun veroordeling uitsprekend over deze aanvallen, bedreigingen, pesterijen, intimidatie en ongepaste belemmeringen of inmenging;
Gelet op de verschillende wijzen waarop het beroep van advocaat kan worden georganiseerd in de lidstaten van de Raad van Europa en de andere ondertekenaars van dit Verdrag;
Overwegend dat het internationale rechtskader moet worden versterkt om de vrijheid van uitoefening van het beroep van advocaat te waarborgen
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. DOEL, REIKWIJDTE EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 1. Doel van het Verdrag
Het doel van dit Verdrag is de versterking van de bescherming van het beroep van advocaat en het recht om dit beroep onafhankelijk en zonder discriminatie, ongepaste belemmering of inmenging uit te oefenen, of het slachtoffer te worden van aanvallen, bedreigingen, pesterijen of intimidatie.
Bij dit Verdrag wordt een specifiek mechanisme ingesteld om een doeltreffende uitvoering van de bepalingen ervan door de partijen te waarborgen.
Artikel 2. Reikwijdte
Dit Verdrag is van toepassing op de beroepsactiviteiten van advocaten en hun beroepsverenigingen.
De bepalingen van de artikelen 5 tot en met 9 van dit Verdrag zijn, voor zover relevant voor hun specifieke situatie, van toepassing op de advocaten die onder hun oorspronkelijke beroepstitel juridisch advies, bijstand of vertegenwoordiging in een partij verlenen en die:
- a. vallen onder de reikwijdte van een verklaring van een andere partij uit hoofde van het eerste lid van artikel 20 van dit Verdrag; of
- b. dit doen op grond van het recht van die partij, het recht van de Europese Unie of internationale overeenkomsten.
De bepalingen van de artikelen 6 (beroepsrechten van advocaten), 7 (vrijheid van meningsuiting) en 9 (beschermingsmaatregelen), vierde lid, van dit Verdrag zijn eveneens van toepassing op:
- a. elke persoon aan wie, in strijd met de artikelen 5 en 8 van dit Verdrag, hetzij de kwalificatie van advocaat of een vergunning tot uitoefening van het beroep is geweigerd, of voor wie deze is ingetrokken of geschorst;
- b. elke persoon die door een internationale rechterlijke instantie of een door een internationale organisatie opgericht orgaan is erkend als bevoegd om in een bij haar aanhangige procedure op te treden waarbij deze persoon advies geeft over of optreedt in een dergelijke procedure.
De bepalingen van de artikelen 6, derde lid, onderdelen b en c, en 9, vierde lid, van dit Verdrag zijn ook van toepassing op personen die door advocaten in dienst zijn genomen of ingeschakeld om hen bij te staan, voor zover zij rechtstreeks bijdragen tot de uitoefening van de beroepswerkzaamheden van die advocaten.
De bepalingen van artikel 9, vierde lid, van dit Verdrag zijn ook van toepassing op personen die in dienst zijn genomen of ingeschakeld om beroepsverenigingen bij te staan, voor zover het de uitoefening door hen van de beroepswerkzaamheden van deze verenigingen betreft.
Artikel 3. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a. „advocaat’: iedere natuurlijke persoon die volgens het nationale recht gekwalificeerd en bevoegd is om het beroep van advocaat uit te oefenen;
- b. „cliënt“: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die wordt geadviseerd, bijgestaan of vertegenwoordigd door een advocaat;
- c. „potentiële cliënt’: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die direct of indirect verzoekt om zich door de betrokken advocaat te laten adviseren, bijstaan of vertegenwoordigen;
- d. „beroepsvereniging”: een vertegenwoordigend orgaan waarvan sommige of alle advocaten direct of indirect lid zijn of waarin zij zijn ingeschreven en dat krachtens het nationale recht een zekere verantwoordelijkheid heeft voor de organisatie of reglementering van hun beroep;
- e. „beroepsactiviteiten van advocaten”: elke handeling ter voorbereiding of verstrekking van advies, bijstand of vertegenwoordiging ten behoeve van een cliënt of potentiële cliënt in verband met de uitlegging of toepassing van het nationale, buitenlandse of internationale recht, zowel in de partijen waar zij zijn gevestigd als elders, onder meer in verband met de procedures en werkzaamheden van een internationale rechterlijke instantie of een door een internationale organisatie opgericht orgaan;
- f. „beroepsactiviteiten van beroepsverenigingen“: elke actie als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van dit Verdrag;
- g. „overheidsorganen”:
- i. regering en bestuursorganen op nationaal, regionaal en lokaal niveau;
- ii. wetgevende instanties en gerechtelijke autoriteiten voor zover zij bestuurlijke taken verrichten overeenkomstig het nationale recht;
- iii. natuurlijke personen of rechtspersonen voor zover zij enig openbaar gezag uitoefenen;
- h. en worden „bij wet voorgeschreven” en „noodzakelijk in een democratische samenleving” begrepen in de zin van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
HOOFDSTUK II. MATERIËLE BEPALINGEN
Artikel 4. Beroepsverenigingen
De partijen waarborgen dat het nationale wet- en regelgevingskader waarborgt dat beroepsverenigingen onafhankelijke, zelfbesturende organen zijn. De verkiezing van hun uitvoerende organen geschiedt in overeenstemming met de toepasselijke regels en zonder inmenging van buitenaf.
De partijen waarborgen dat beroepsverenigingen:
- a. de belangen van advocaten en hun beroep bevorderen en behartigen;
- b. de onafhankelijkheid van advocaten en hun rol in de samenleving bevorderen en verdedigen;
- c. professionele gedragsnormen opstellen en de naleving daarvan bevorderen, in overeenstemming met dit Verdrag;
- d. de toegang tot het beroep en de voortdurende bij- en nascholing van advocaten bevorderen;
- e. samenwerken met advocaten, andere beroepsverenigingen en internationale, intergouvernementele of niet-gouvernementele organisaties op het gebied van het recht en de rechtspraktijk, met inbegrip van de bevordering en bescherming van de rol van advocaten; en
- f. het welzijn van advocaten bevorderen en hen en hun gezinnen waar nodig bijstaan.
De partijen waarborgen dat beroepsverenigingen tijdig en doeltreffend worden geraadpleegd over voorstellen van de overheid voor wijzigingen in wetgeving, procedurele en administratieve voorschriften die rechtstreeks van invloed zijn op de beroepsactiviteiten van advocaten en de reglementering van het beroep.
De partijen waarborgen dat de verplichting om lid te zijn van een beroepsvereniging advocaten niet belet andere verenigingen op te richten en daaraan deel te nemen om hun beroepsbelangen en -activiteiten te behartigen.
Artikel 5. Recht op uitoefening van het beroep
De partijen waarborgen dat de toelating tot, de voortgezette inschrijving van en de herintreding tot het beroep van advocaat bij wet worden voorgeschreven en:
- a. op basis van objectieve, relevante en transparante criteria geschieden die volgens een eerlijk proces worden toegepast; en
- b. niet onderworpen zijn aan discriminatie op een grond die verboden is door de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De partijen waarborgen dat besluiten betreffende toelating, voortgezette inschrijving en herintreding tot het beroep van advocaat worden genomen door een beroepsvereniging of een ander onafhankelijk orgaan en kunnen worden aangevochten voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij wet is ingesteld.
Artikel 6. Beroepsrechten van advocaten
De partijen dragen er zorg voor dat advocaten:
- a. juridisch advies, bijstand en vertegenwoordiging kunnen aanbieden en verlenen, onder meer met het oog op de verdediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;
- b. natuurlijke personen of rechtspersonen als cliënt kunnen aannemen of weigeren en de relatie tussen advocaat en cliënt kunnen beëindigen;
- c. snelle en daadwerkelijke toegang kunnen hebben tot hun cliënten en potentiële cliënten, zelfs wanneer deze de vrijheid is ontnomen;
- d. kunnen worden erkend als personen die gemachtigd zijn om hun cliënten te adviseren, bij te staan of te vertegenwoordigen;
- e. effectieve toegang kunnen hebben tot alle relevante materialen die in het bezit zijn van of onder controle staan van de bevoegde overheidsorganen en rechterlijke instanties zonder onnodige vertraging en beperkingen wanneer zij optreden namens hun cliënten;
- f. daadwerkelijk toegang kunnen hebben tot en communiceren met een gerecht of een ander soortgelijk orgaan waarvoor zij bevoegd zijn te verschijnen;
- g. namens hun cliënten verzoeken of moties kunnen indienen, onder meer met betrekking tot de wraking van een rechter, officier van justitie of lid van een orgaan dat in een bepaalde zaak uitspraak moet doen en met betrekking tot het verloop van de procedure;
- h. daadwerkelijk kunnen deelnemen aan alle procedures waarin zij namens hun cliënten optreden;
- i. het publiek kunnen informeren over hun diensten.
De partijen waarborgen dat advocaten niet civiel- of strafrechtelijk aansprakelijk zijn voor mondelinge en schriftelijke verklaringen die te goeder trouw en zorgvuldig zijn afgelegd bij het voeren van alle procedures namens hun cliënten.
De partijen waarborgen dat advocaten:
- a. hun cliënten of potentiële cliënten kunnen voorzien van juridisch advies in privé wanneer zij hen persoonlijk ontmoeten;
- b. vertrouwelijk kunnen communiceren met hun cliënten of potentiële cliënten, op welke wijze en in welke vorm dan ook;
- c. niet verplicht zijn informatie of materiaal dat direct of indirect van cliënten of potentiële cliënten is ontvangen, alsmede eventuele uitwisselingen met hen, en materiaal dat is opgesteld in verband met die uitwisselingen of het voeren van gerechtelijke procedures namens hen, openbaar te maken, over te dragen of te bewijzen.
Aan de uitoefening van de in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel vastgestelde rechten mogen geen andere beperkingen worden gesteld dan die welke bij wet zijn voorgeschreven en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn. Dergelijke beperkingen omvatten, maar zijn niet beperkt tot, vereisten om de beschikbaarheid van juridisch advies, bijstand en vertegenwoordiging voor iedereen te waarborgen.
De partijen waarborgen dat advocaten geen nadelige gevolgen ondervinden als gevolg van identificatie met hun cliënten of de zaak van hun cliënten. Dit artikel wordt toegepast onverminderd de vrijheid van meningsuiting zoals beschermd door het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en het nationale recht.
Artikel 7. Vrijheid van meningsuiting
De partijen waarborgen het recht van advocaten om het publiek te informeren over aangelegenheden die verband houden met de zaken van hun cliënten, behoudens beperkingen die bij wet zijn voorgeschreven en die voortvloeien uit professionele verantwoordelijkheden, de vereisten van de rechtsbedeling en de eerbiediging van het privéleven, en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn.
De partijen waarborgen het recht van advocaten, individueel en collectief, en van beroepsverenigingen om de rechtsstaat en de naleving ervan te bevorderen, deel te nemen aan openbare discussies over de inhoud, interpretatie en toepassing van bestaande en voorgestelde wettelijke bepalingen, rechterlijke beslissingen, de rechtsbedeling en toegang tot de rechter en de bevordering en bescherming van de mensenrechten, en om voorstellen voor hervormingen op dit gebied in te dienen.
Artikel 8. Discipline
De partijen waarborgen dat de gronden voor disciplinaire maatregelen tegen advocaten uitsluitend gebaseerd zijn op bij wet voorgeschreven professionele gedragsnormen die zelf in overeenstemming zijn met de rechten en vrijheden in het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
De partijen waarborgen dat tuchtprocedures tegen advocaten:
- a. worden voorgelegd aan:
- i. een onafhankelijke en onpartijdige tuchtcommissie, ingesteld door een beroepsvereniging;
- ii. een onafhankelijke en onpartijdige autoriteit, of
- iii. een onafhankelijk en onpartijdig gerecht of tribunaal dat bij wet is ingesteld;
- b. met spoed worden behandeld;
- c. worden uitgevoerd in overeenstemming met de vereisten voor een eerlijk proces uit hoofde van artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en met het recht om te worden geadviseerd, bijgestaan of vertegenwoordigd door een advocaat van hun keuze; en
- d. door de betrokken advocaat kunnen worden aangevochten bij een onafhankelijk en onpartijdig gerecht of tribunaal dat bij wet is ingesteld.
Partijen waarborgen dat alle disciplinaire sancties die aan advocaten worden opgelegd in overeenstemming zijn met de beginselen van legaliteit, non-discriminatie en evenredigheid. Een verbod op het recht op uitoefening van het beroep mag alleen worden opgelegd voor de ernstigste inbreuken op de beroepsnormen.
Artikel 9. Beschermingsmaatregelen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.