Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de exploitatie van grensoverschrijdende koolwaterstoffenvelden in de Noordzee (met Bijlagen)

Type Verdrag
Publication 2025-08-27
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland,

Opnieuw bevestigend dat de vriendschappelijke betrekkingen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland gebaseerd zijn op de beginselen van goed nabuurschap en bilaterale samenwerking;

Verwijzend naar het Verdrag van 24 oktober 2014 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende het gebruik en beheer van de territoriale zee van 3 tot 12 zeemijlen en de bijbehorende briefwisseling van dezelfde datum;

Gelet op het Verdrag van 8 april 1960 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot regeling van de samenwerking in de Eemsmonding (Eems-Dollardverdrag), zoals gewijzigd op 17 november 1975, de Aanvullende Overeenkomst daarbij van 14 mei 1962 en het Aanvullend Protocol daarbij van 22 augustus 1996;

Gelet op het Verdrag van 1 december 1964 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de zijdelingse begrenzing van het continentale plat in de nabijheid van de kust;

Gelet op het Verdrag van 28 januari 1971 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de begrenzing van het continentaal plat onder de Noordzee;

Herinnerend aan het Verdrag van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, waarbij zowel het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland verdragsluitende partij zijn;

Herinnerend aan het Verdrag van 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, waarbij zowel het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland verdragsluitende partij zijn;

Herinnerend aan het Verdrag van de Verenigde Naties van 10 december 1982 inzake het recht van de zee, waarbij zowel het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland verdragsluitende partij zijn en dat heeft geleid tot een zeewaartse verbreding van de territoriale zee;

Geleid door de wens hun samenwerking met betrekking tot de exploitatie van het N05-A-veld en andere grensoverschrijdende velden te verdiepen met het oog op een optimale exploitatie van de voorraden koolwaterstoffen in deze velden;

Nota nemend van de gezamenlijke verklaring van de deelstaat Nedersaksen en de vergunninghouders (zoals hieronder omschreven) van 4 juli 2022 (Drucksache Landtag Niedersachsen 18/11367) die de mogelijkheid van gaswinning in de Duitse kustwateren koppelt aan de vraag naar aardgas in Duitsland;

Nota nemend van artikel 5.10 van het Akkoord voor de Noordzee (Tweede Kamer der Staten-Generaal, Kamerstuk 33450, nr. 68, bijlage blg-941241) waarin is vastgelegd dat de Nederlandse gaswinning op de Noordzee in ieder geval te allen tijde onder het niveau van de binnenlandse aardgasvraag blijft en derhalve slechts dient om import van nog meer buitenlands gas zoveel mogelijk te beperken;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag:

Artikel 2. Reikwijdte en doelstelling
1.

Dit Verdrag is van toepassing op de exploitatie van koolwaterstoffen in grensoverschrijdende velden, met als doel de optimale exploitatie van grensoverschrijdende velden te bewerkstelligen.

3.

De bepalingen van dit Verdrag zijn niet van invloed op het vraagstuk van het verloop van de staatsgrens in de territoriale zee tussen 3 en 12 zeemijlen uit de kust. De bepalingen van dit Verdrag zijn evenmin van invloed op het vraagstuk van het verloop van de staatsgrens in de Eemsmonding. Elke verdragsluitende partij behoudt zich in dit opzicht haar rechtsstandpunt voor.

Artikel 3. Rechtsmacht
1.

Geen van de bepalingen van dit Verdrag wordt zodanig uitgelegd dat zij afbreuk doen aan de soevereiniteit, soevereine rechten en/of rechtsmacht van de verdragsluitende partijen ingevolge het internationaal recht in haar territoriale zee en/of in haar aangrenzende of exclusieve economische zone.

2.

Op alle installaties ten oosten van de lijn is uitsluitend het recht van de Bondsrepubliek Duitsland van toepassing en op alle installaties ten westen van de lijn is uitsluitend het recht van het Koninkrijk der Nederlanden van toepassing.

Artikel 4. Vergunning
1.

De verdragsluitende partijen coördineren voor zover mogelijk hun relevante vergunningprocedures en de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen spannen zich naar beste vermogen in om deze vergunningen gelijktijdig te verlenen.

2.

Een bevoegde autoriteit van een van de verdragsluitende partijen zal een vergunning voor grensoverschrijdende projecten binnen de reikwijdte van dit Verdrag niet veranderen of aanpassen of gelijke rechten toekennen aan enige andere persoon of onderneming of toestemmen in de overdracht van enige rechten of verplichtingen krachtens deze vergunning wanneer dergelijke veranderingen of aanpassingen naar verwachting de belangen van de andere verdragsluitende partij wezenlijk aantasten, zonder voorafgaand overleg met die verdragsluitende partij en zonder terdege rekening te hebben gehouden met alle relevante kwesties die zij aan de orde stelt.

3.

Een bevoegde autoriteit van een van de verdragsluitende partijen zal met name geen vergunning verlenen voor een grensoverschrijdende put of deze vergunning als bedoeld in hoofdstuk 3 veranderen of aanpassen, als daardoor gezamenlijk of verenigd eigendom ontstaat van de gehele lengte van de put, tenzij de verdragsluitende partijen anders overeenkomen.

4.

Een afschrift van een vergunning die door een van de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen is verleend, wordt op verzoek beschikbaar gesteld aan de andere verdragsluitende partij.

Artikel 5. Gezondheid, veiligheid en milieu
1.

De vereisten inzake gezondheid, veiligheid en milieu van de verdragsluitende partij die de vergunningen met betrekking tot de projecten binnen de reikwijdte van dit Verdrag verleent, moeten worden nageleefd.

2.

Gelet op het feit dat:

overleggen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen met elkaar over inspecties en de resultaten daarvan.

3.

Om hun wederzijdse en gedeelde belangen te waarborgen op het gebied van gezondheid, veiligheid en milieu werken de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen nauw samen en vergemakkelijken zij de uitoefening van de taken van hun inspecteurs, met name op de volgende terreinen:

4.

De inspecteurs van elke bevoegde autoriteit treden op in samenwerking en in overleg met inspecteurs van de bevoegde autoriteit van de andere verdragsluitende partij teneinde naleving te bereiken van de normen en/of vereisten op het gebied van gezondheid, veiligheid en milieu die van toepassing zijn op een grensoverschrijdend project.

5.

Een inspecteur van de bevoegde autoriteiten van een van de verdragsluitende partijen kan de onmiddellijke stillegging gelasten van bepaalde of alle operaties met betrekking tot een grensoverschrijdend project om een ongeval te voorkomen dat levensgevaar of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben, of het gevaar nu acuut is of niet, of om de gevolgen van een dergelijk ongeval te minimaliseren, als hij of zij dit nodig of wenselijk acht, en de tijd en omstandigheden overleg tussen de inspecteurs van de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen niet mogelijk maken. Onmiddellijk daarna dienen het feit dat deze aanwijzing gegeven is en de redenen daarvoor te worden gerapporteerd aan de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen, die vervolgens overleggen over de maatregelen die nodig zijn om de operaties weer veilig en snel te kunnen hervatten.

Artikel 6. Radiocommunicatie

De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen overleggen met elkaar over de vergunningverlening en frequentiecoördinatie die nodig is bij de installatie en het gebruik van de apparatuur voor radiocommunicatie die gebruikt wordt in verband met de exploitatie van het eenheidsgebied, en over de controle van dergelijke apparatuur.

Artikel 7. Meetsystemen en inspectie
1.

De verdragsluitende partijen dienen elk meetsysteem goed te keuren dat betrekking heeft op een grensoverschrijdend project en dat van gemeenschappelijk belang is. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen stellen procedures vast voor de vroegtijdige goedkeuring van dergelijke systemen.

2.

Bij het aannemen van normen voor dergelijke meetsystemen besteden de verdragsluitende partijen bijzondere aandacht aan de economische gevolgen van deze normen voor het betreffende grensoverschrijdende project en zorgen zij ervoor dat het aannemen van deze normen de economische levensvatbaarheid van dat project niet onredelijk belast. In het geval van een grensoverschrijdend project waarbij gebruik wordt gemaakt van een hostfaciliteit, besteden de verdragsluitende partijen terdege aandacht aan de geldende normen voor meetsystemen op die hostfaciliteit. De verdragsluitende partijen overwegen ook zorgvuldig of nieuwe meetsystemen passend zijn gezien de meetsystemen die al gebruikt worden op andere plaatsen in de territoriale zee of in de exclusieve economische zone van de verdragsluitende partijen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.