Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Moldavië inzake betaalde werkzaamheden door afhankelijke gezinsleden van leden van diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire posten

Type Verdrag
Publication 2025-08-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek Moldavië,

(hierna elk afzonderlijk te noemen „partij” en tezamen „partijen”);

Geleid door de wens op basis van wederkerigheid afhankelijke gezinsleden van leden van diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire posten van een van de partijen op het grondgebied van de andere partij toe te staan betaalde werkzaamheden te verrichten;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag,

Artikel 2. Toestemming om betaalde werkzaamheden te verrichten

Het wordt afhankelijke gezinsleden van leden van de vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden in de Republiek Moldavië en van de Republiek Moldavië in het Koninkrijk der Nederlanden toegestaan betaalde werkzaamheden te verrichten in de ontvangende staat in overeenstemming met de wet- en regelgeving van die staat na het verkrijgen van toestemming in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel 3. Procedure
1.

Een afhankelijk gezinslid dient toestemming te verkrijgen van de ontvangende staat alvorens betaalde werkzaamheden te verrichten in die staat. De ambassade van de zendstaat stuurt namens het afhankelijke gezinslid een schriftelijk verzoek om toestemming aan de Directie Protocol van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de ontvangende staat.

2.

Het verzoek gaat vergezeld van de benodigde stukken ter zake van de betaalde werkzaamheden die het afhankelijk gezinslid wenst te verrichten, met inbegrip van de volledige identiteit van de desbetreffende persoon en onder vermelding van de aard van de werkzaamheden waarvoor toestemming wordt aangevraagd.

3.

Zodra is vastgesteld dat de persoon ten behoeve van wie toestemming voor het verrichten van betaalde werkzaamheden wordt aangevraagd een afhankelijk gezinslid is in de zin van dit Verdrag en dat de van toepassing zijnde procedure in acht is genomen, zal het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de ontvangende staat de betreffende ambassade officieel het besluit mededelen dat is genomen met betrekking tot het verzoek tot het verlenen van toestemming voor het verrichten van betaalde werkzaamheden uit hoofde van de van toepassing zijnde wetgeving van de ontvangende staat.

4.

Het afhankelijke gezinslid is niet vrijgesteld van de verplichting te voldoen aan bijzondere eisen die gelden voor het uitoefenen van bepaalde werkzaamheden. De bepalingen van dit Verdrag mogen door de zendstaat niet zodanig worden uitgelegd dat hieraan het recht wordt ontleend een bepaald beroep uit te oefenen. Voor die typen werkzaamheden waarvoor bijzondere kwalificaties vereist zijn, dient het afhankelijke gezinslid te voldoen aan de voorschriften ter zake van de uitoefening van deze werkzaamheden in de ontvangende staat. Dit Verdrag strekt niet tot erkenning van diploma's, titels of studies tussen de partijen.

5.

De toestemming voor het verrichten van betaalde werkzaamheden wordt afgedrukt op de identiteitskaart van het afhankelijk gezinslid.

6.

De ontvangende staat kan de toestemming om de werkzaamheden te verrichten op enig moment weigeren of intrekken indien het afhankelijke gezinslid de wetten omtrent immigratie of naturalisatie of de belastingwetten van de ontvangende staat schendt.

Artikel 4. Civielrechtelijke of bestuursrechtelijke immuniteit

Een afhankelijk gezinslid dat krachtens het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer of enige andere internationale overeenkomst immuniteit van rechtsmacht geniet, geniet geen civielrechtelijke of bestuursrechtelijke immuniteit ten aanzien van tegen hem of haar ingestelde vorderingen met betrekking tot elk handelen of nalaten dat verband houdt met de betaalde werkzaamheden die hij of zij verricht in de ontvangende staat.

Artikel 5. Strafrechtelijke immuniteit
1.

Indien een afhankelijk gezinslid immuniteit geniet ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat ingevolge het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer of enige andere internationale overeenkomst, doet de zendstaat afstand van de immuniteit van het betrokken afhankelijke gezinslid ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat met betrekking tot elk handelen of nalaten dat verband houdt met hun betaalde werkzaamheden, behalve in bijzondere gevallen waarin de zendstaat van mening is dat het doen van afstand in strijd is met zijn belangen.

2.

Het afstand doen van immuniteit heeft geen betrekking op maatregelen van preventieve aard of de tenuitvoerlegging van een vonnis; daarvoor is afzonderlijk afstand doen van immuniteit noodzakelijk. In dergelijke gevallen verzoekt de ontvangende staat de zendstaat schriftelijk afstand te doen van deze immuniteit.

Artikel 6. Sociale zekerheid en belastingen

Een afhankelijk gezinslid dat toestemming heeft verkregen voor het verrichten van betaalde werkzaamheden uit hoofde van dit Verdrag is onderworpen aan het socialezekerheidsstelsel van de ontvangende staat ten aanzien van alle aangelegenheden die verband houden met zijn of haar werkzaamheden in die staat. Een afhankelijk gezinslid is tevens verplicht in de ontvangende staat alle belastingen naar het inkomen te betalen die voortvloeien uit het verrichten van betaalde werkzaamheden op grond van dit Verdrag, voor zover dit niet strijdig is met andere toepasselijke internationale instrumenten die voor beide partijen bindend zijn.

Artikel 7. Vervallen van de toestemming
1.

De toestemming voor een afhankelijk gezinslid om betaalde werkzaamheden te verrichten in de ontvangende staat eindigt wanneer:

2.

Betaalde werkzaamheden aangevangen in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag geven het afhankelijke gezinslid niet het recht in de ontvangende staat te blijven wonen en geven bedoeld afhankelijk gezinslid evenmin het recht deze werkzaamheden te blijven voortzetten of in de ontvangende Staat andere werkzaamheden te aan te vangen nadat de uit hoofde van dit Verdrag verleende toestemming is beëindigd.

Artikel 8. Wijziging

Met wederzijdse schriftelijke instemming kunnen de partijen wijzigingen en aanvullingen voorstellen bij dit Verdrag in de vorm van afzonderlijke protocollen die een integrerend onderdeel vormen van dit Verdrag en in werking treden in overeenstemming met artikel 10 van dit Verdrag.

Artikel 9. Geschillen

Elk geschil dat voortvloeit uit de uitlegging of toepassing van de bepalingen van dit Verdrag worden door de partijen geregeld via onderhandelingen.

Artikel 10. Inwerkingtreding, looptijd en beëindiging
1.

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum van ontvangst van de laatste schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg waarin de partijen elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat is voldaan aan de interne wettelijke procedures die vereist zijn voor de inwerkingtreding van dit Verdrag.

2.

Dit Verdrag blijft voor onbepaalde tijd van kracht tenzij een van de partijen dit Verdrag opzegt door de andere partij schriftelijk langs diplomatieke weg in kennis te stellen van haar voornemen het op te zeggen. De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de andere partij.

3.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft is dit Verdrag van kracht in het Europese deel van Nederland, in het Caribisch deel van Nederland (de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba), Aruba, Curaçao en Sint Maarten, tenzij anders bepaald in de kennisgeving bedoeld in het eerste lid van dit artikel. In het laatste geval kan het Koninkrijk der Nederlanden te allen tijde de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot een of meer van zijn afzonderlijke delen door middel van een kennisgeving langs diplomatieke weg aan de Republiek Moldavië.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE at Chisinau on August 21, 2025, in two originals, in the English, Dutch and Romanian languages, all texts being equally authentic. In case of difference of interpretation, the English text shall prevail.

For the Kingdom of the Netherlands,

CHRISTIAAN REBERGEN

For the Republic of Moldova,

CAROLINA PEREBINOS

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.