Verdrag tot oprichting van een internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne
Preambule
De ondertekenaars van dit verdrag,
Herinnerend aan de verplichtingen die krachtens artikel 2 van het Handvest van de Verenigde Naties op alle staten rusten, waaronder de verplichting om zich in hun internationale betrekkingen te onthouden van bedreiging met of het gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of de politieke onafhankelijkheid van een staat, en van elke andere handelwijze die onverenigbaar is met de doelstellingen van de Verenigde Naties, en om hun internationale geschillen langs vreedzame weg tot een oplossing te brengen;
Uiting gevend aan hun ernstige bezorgdheid over het verlies van mensenlevens, de ontheemding van burgers, de catastrofale vernietiging van infrastructuur en natuurlijke hulpbronnen, het verlies van openbare en particuliere eigendom, en de economische calamiteit als gevolg van de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne;
Indachtig het belang van het handhaven en versterken van internationale vrede op basis van vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid en eerbiediging van de mensenrechten, en van het ontwikkelen van vriendschappelijke betrekkingen tussen naties, ongeacht hun politieke, economische en sociale stelsels of ontwikkelingsniveau;
Herinnerend aan Resolutie ES-11/1 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 2 maart 2022, getiteld „Agressie tegen Oekraïne”, waarin de Algemene Vergadering de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne in de meest krachtige bewoordingen veroordeelt als zijnde in strijd met artikel 2, lid 4, van het Handvest van de Verenigde Naties;
Herinnerend aan de artikelen van de Commissie voor internationaal recht inzake de aansprakelijkheid van staten voor internationaal onrechtmatige daden en de verplichting van de aansprakelijke staat om de door de internationaal onrechtmatige daad veroorzaakte schade volledig te vergoeden;
Herinnerend aan Resolutie 60/147 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 16 december 2005, waarin de Algemene Vergadering de grondbeginselen en richtsnoeren betreffende het recht op verhaal en schadevergoeding van slachtoffers van grove schendingen van het internationaal recht inzake de mensenrechten en ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht heeft vastgesteld;
Herinnerend aan Resolutie ES-11/5 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 14 november 2022, getiteld „Bevordering van rechtsmiddelen en herstel voor de agressie tegen Oekraïne”, waarin de Algemene Vergadering heeft erkend dat de Russische Federatie ter verantwoording moet worden geroepen voor schendingen van het internationaal recht in of tegen Oekraïne, met inbegrip van haar agressie in strijd met het Handvest van de Verenigde Naties, alsook voor schendingen van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten;
Eraan herinnerend dat de Algemene Vergadering in Resolutie ES-11/5 verder heeft erkend dat de Russische Federatie de juridische gevolgen moet dragen van al haar internationaal onrechtmatige daden, met inbegrip van het vergoeden van de schade die door die daden is veroorzaakt;
Eraan herinnerend dat de Algemene Vergadering verder heeft erkend dat er, in samenwerking met Oekraïne, een internationaal mechanisme moet worden ingesteld voor de vergoeding van schade, verlies of letsel als gevolg van de internationaal onrechtmatige daden van de Russische Federatie in of tegen Oekraïne;
Eraan herinnerend dat de Algemene Vergadering de lidstaten heeft aanbevolen om, in samenwerking met Oekraïne, een internationaal schaderegister in te stellen dat dient als documentenregister van bewijsmateriaal en informatie over vorderingen in verband met schade, verlies of letsel berokkend aan alle betrokken natuurlijke en rechtspersonen, alsmede aan de staat Oekraïne, en veroorzaakt door internationaal onrechtmatige daden van de Russische Federatie in of tegen Oekraïne, en dat het verzamelen van bewijsmateriaal bevordert en coördineert;
Ingenomen met de instelling van het register van schade die is aangericht door de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne bij Resolutie CM/Res(2023)3 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 12 mei 2023 tot vaststelling van het uitgebreid gedeeltelijk akkoord over het register van schade als gevolg van de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne, zoals bevestigd in Resolutie CM/Res(2025)3 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 9 juli 2025;
Er tevens op wijzend dat het register van schade die is aangericht door de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne operationeel is en vorderingen ontvangt, verwerkt en registreert overeenkomstig het statuut ervan;
Herinnerend aan het statuut van het register van schade die is aangericht door de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne, waarin is bepaald dat de werkzaamheden van het register, met inbegrip van het digitale platform met alle daarin opgenomen gegevens over vorderingen en bewijsmateriaal, het eerste onderdeel vormen van een toekomstig internationaal compensatiemechanisme dat, in samenwerking met Oekraïne, bij een afzonderlijk internationaal instrument moet worden ingesteld;
Erop wijzend dat dit verdrag een dergelijk internationaal instrument is en dat daarbij de internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne wordt opgericht, die het tweede onderdeel vormt van het internationale compensatiemechanisme dat, als derde onderdeel, ook een toekomstig compensatiefonds kan omvatten dat belast zal zijn met de vergoeding van schade, verlies of letsel veroorzaakt door de internationaal onrechtmatige daden van de Russische Federatie in of tegen Oekraïne;
Erop wijzend dat dit verdrag weliswaar betrekking heeft op internationaal onrechtmatige daden van de Russische Federatie die op of na 24 februari 2022 in of tegen Oekraïne zijn gepleegd, maar dat dit de Russische Federatie niet ontslaat van aansprakelijkheid voor internationaal onrechtmatige daden die zij op of na 20 februari 2014 in of tegen Oekraïne heeft gepleegd, noch de mogelijkheid uitsluit van een toekomstige wijziging van dit verdrag waardoor de temporele werkingssfeer ervan kan worden uitgebreid tot 20 februari 2014;
Zich ertoe verbindend de bepalingen van dit verdrag uit te voeren overeenkomstig het internationaal recht,
Zijn in dit open verdrag van de Raad van Europa het volgende overeengekomen:
DEEL I. GEBRUIK VAN TERMEN
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit verdrag wordt verstaan onder:
- a. „vergadering”: de overeenkomstig artikel 7 van dit verdrag ingestelde vergadering van de leden van de schadevergoedingscommissie;
- b. „vorderingen” in de zin van artikel 3 van dit verdrag: vorderingen die overeenkomstig de regels van het register van schade die is aangericht door de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne, zijn ingediend bij dat register, en – na de overdracht van de werkzaamheden van het register aan de commissie op grond van deel VII van dit verdrag – vorderingen die overeenkomstig de in artikel 25 van dit verdrag bedoelde regels en procedures zijn ingediend;
- c. „commissie”: de bij dit verdrag opgerichte internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne;
- d. „commissaris”: een persoon die overeenkomstig artikel 11 van dit verdrag als lid van een panel is benoemd;
- e. „raad”: de overeenkomstig artikel 10 van dit verdrag ingestelde raad van de commissie;
- f. „uitvoerend directeur”: de overeenkomstig artikel 14 van dit verdrag benoemde uitvoerend directeur van de commissie;
- g. „financieel comité”: het overeenkomstig artikel 8 van dit verdrag ingestelde financieel comité van de commissie;
- h. „grote contribuant”: elk lid van de commissie dat in enig begrotingsjaar het hoogste niveau van verplichte bijdragen aan de begroting van de commissie heeft afgedragen op basis van de criteria vastgesteld in Resolutie (94)31 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 4 november 1994;
- i. „lid”: elke staat of regionale organisatie voor integratie die lid van de commissie is geworden door partij te worden bij dit verdrag overeenkomstig artikel 27, 28, 30 of 31 van dit verdrag;
- j. „waarnemer”: elke staat, regionale organisatie voor integratie of internationale organisatie die overeenkomstig artikel 27, lid 2, van dit verdrag waarnemer bij de commissie is geworden;
- k. „panel”: een panel van commissarissen dat overeenkomstig artikel 12 van dit verdrag is ingesteld;
- l. „regionale organisatie voor integratie”: een organisatie die is opgericht door soevereine staten van een bepaalde regio waaraan haar lidstaten de bevoegdheid hebben overgedragen ter zake van aangelegenheden waarop dit verdrag van toepassing is;
- m. „register van schade die is aangericht door de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne” of „register”: het register van schade die is aangericht door de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne dat is ingesteld bij Resolutie CM/Res(2023)3 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 12 mei 2023, zoals bevestigd bij Resolutie CM/Res(2025)3 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 9 juli 2025;
- n. „regels en voorschriften”: de regels en voorschriften betreffende de werkzaamheden van de commissie die overeenkomstig artikel 10, lid 2, punt c), van dit verdrag zijn aangenomen door de raad en overeenkomstig artikel 7, lid 4, punt c), van dit verdrag zijn goedgekeurd door de vergadering;
- o. „secretariaat”: het overeenkomstig artikel 13 van dit verdrag ingestelde secretariaat van de commissie.
DEEL II. OPRICHTING, MANDAAT EN TAKEN VAN DE INTERNATIONALE SCHADEVERGOEDINGSCOMMISSIE VOOR OEKRAÏNE
Artikel 2. Oprichting van de internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne
De internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne wordt hierbij opgericht als een onafhankelijk orgaan binnen het institutionele kader van de Raad van Europa.
Artikel 3. Mandaat en taken van de commissie
De commissie is een administratief orgaan dat beslist over vorderingen tot vergoeding van schade, verlies of letsel veroorzaakt door internationaal onrechtmatige daden van de Russische Federatie in of tegen Oekraïne, met inbegrip van agressie van de Russische Federatie die in strijd is met het Handvest van de Verenigde Naties, alsook schendingen door de Russische Federatie van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten,
- a. op of na 24 februari 2022,
- b.
- i. op het grondgebied van Oekraïne – binnen zijn internationaal erkende grenzen, waaronder het land, het luchtruim, de binnenwateren en de territoriale zee van Oekraïne,
- ii. in de exclusieve economische zone van Oekraïne en op zijn continentaal plat, overeenkomstig het internationaal recht en, voor zover van toepassing, de nationale wetgeving van Oekraïne, of
- iii. op luchtvaartuigen of vaartuigen die onder de jurisdictie van Oekraïne vallen, en
- c. aan alle betrokken natuurlijke en rechtspersonen, alsmede aan de staat Oekraïne, met inbegrip van Oekraïense regionale en lokale overheden en entiteiten die eigendom zijn of onder zeggenschap staan van de staat Oekraïne.
Voor de toepassing van dit verdrag behelst het mandaat dat de commissie krachtens lid 1 heeft, dat de commissie vorderingen onderzoekt en beoordeelt, over deze vorderingen beslist en per geval het bedrag van de verschuldigde vergoeding vaststelt.
De commissie behandelt alle administratieve, financiële, procedurele, feitelijke, juridische en beleidskwesties die nodig zijn om een besluit te nemen over vorderingen en per geval het bedrag van de verschuldigde vergoeding vast te stellen.
De commissie gaat er bij haar werkzaamheden van uit dat de Russische Federatie, onder internationaal recht, overeenkomstig lid 1 aansprakelijk is voor alle schade, verlies of letsel veroorzaakt door internationaal onrechtmatige daden die door haar in of tegen Oekraïne zijn gepleegd.
De besluiten van de commissie, met inbegrip van de overeenkomstig dit verdrag vastgestelde en toegekende bedragen aan schadevergoeding, zijn definitief. De besluiten over de hoogte van een schadevergoeding zijn de uitkomst van een eerlijke en rechtvaardige beoordeling en bepaling van de waarde van een vordering.
Wat het functioneren van de commissie betreft, worden de besluiten van de commissie door alle leden van de commissie beschouwd als de definitieve uitspraak over alle feitelijke en juridische vragen met betrekking tot een vordering.
DEEL III. JURIDISCHE STATUS EN ZETEL
Artikel 4. Rechtspersoonlijkheid
De commissie bezit internationale rechtspersoonlijkheid.
Bijgevolg beschikt de commissie over de rechtsbevoegdheid die nodig is voor de uitoefening van haar taken, de vervulling van haar mandaat en de bescherming van haar belangen, met name de bevoegdheid om overeenkomsten te sluiten, roerende en onroerende goederen te verwerven en te vervreemden, en in rechte op te treden.
Artikel 5. Zetel
De commissie vestigt haar zetel op het grondgebied van een van de partijen bij dit verdrag.
De status en het functioneren van de commissie in het gastland worden geregeld in een overeenkomst tussen het gastland en de commissie.
De commissie heeft een bureau in Oekraïne om de vergadering, de raad en de panels bij te staan bij de uitvoering van hun taken.
De commissie sluit met Oekraïne regelingen en/of overeenkomsten waarin de status en het functioneren van het bureau van de commissie in Oekraïne worden geregeld.
De vergadering kan besluiten om bureaus van de commissie in een andere staat te vestigen, mits de betreffende staat daarmee instemt.
Artikel 6. Voorrechten en immuniteiten
De commissie, met inbegrip van haar bureau in Oekraïne en eventuele bureaus in andere staten, geniet op het grondgebied van elke staat die lid is, de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de uitoefening van haar taken en de vervulling van haar mandaat.
De staten die lid zijn, passen op hun grondgebied ten aanzien van de commissie, haar bureaus, de uitvoerend directeur en de andere leden van het secretariaat, en de door de commissie aangestelde deskundigen de regels van het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa toe, met name:
- a. ten aanzien van de commissie, met inbegrip van haar bureaus, eigendommen en bezittingen, de artikelen 3 tot en met 7 van het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa;
- b. ten aanzien van de uitvoerend directeur en de andere leden van het secretariaat, artikel 18 van het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa;
- c. ten aanzien van de door de commissie aangestelde deskundigen, artikel 18, punten a) en e), van het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa.
De staten die lid zijn, verlenen de commissarissen bij de uitoefening van de werkzaamheden van de commissie op hun grondgebied dezelfde voorrechten en immuniteiten als die welke zijn vastgesteld in artikel 16 van het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa.
De vertegenwoordigers van de leden in de organen van de commissie, de commissarissen, de uitvoerend directeur en de andere leden van het secretariaat, en de door de commissie aangestelde deskundigen worden op het grondgebied van iedere staat die lid is, vrijgesteld van rechtsvervolging van welke aard ook voor hetgeen zij in hun officiële hoedanigheid hebben gezegd, geschreven of gedaan, en genieten deze immuniteit ook na afloop van hun ambtstermijn.
Elke staat die lid is, kan door middel van een aan de secretaris-generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving verklaren dat een op grond van de leden 2, 3 en 4 verleende immuniteit van rechtsvervolging niet geldt voor een inbreuk op de voorschriften inzake het verkeer van motorvoertuigen of in geval van schade veroorzaakt door een motorvoertuig dat eigendom is van of is bestuurd door een persoon aan wie bedoelde immuniteit is verleend.
De voorrechten en immuniteiten van:
- a. de commissarissen kunnen door de vergadering worden opgeheven;
- b. de uitvoerend directeur, de andere leden van het secretariaat en de door de commissie aangestelde deskundigen kunnen door de secretaris-generaal van de Raad van Europa worden opgeheven.
De in lid 2, punt a), bedoelde immuniteit kan door de vergadering worden opgeheven. De werkingssfeer van bedoelde opheffing van immuniteit strekt zich niet uit tot tenuitvoerleggings- of confiscatiemaatregelen met betrekking tot eigendommen van de commissie, met inbegrip van haar digitale platform en alle gegevens over vorderingen en bewijsmateriaal, waarvoor een afzonderlijke opheffing door de vergadering is vereist.
In het geval dat een lid zijn lidmaatschap opzegt of dit verdrag wordt beëindigd, blijven de leden de in dit artikel bedoelde immuniteiten verlenen.
DEEL IV. ORGANISATIESTRUCTUUR
Artikel 7. Vergadering
De vergadering is samengesteld uit alle leden van de commissie.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.