Verdrag inzake exportcontrole in het defensiedomein
De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, hierna de „verdragsluitende partijen” genoemd,
Herinnerend aan hun Europese en internationale verbintenissen op het gebied van controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie en uitvoervergunningen, met name het Wapenhandelsverdrag van 2 april 2013 en, voor de lidstaten van de Europese Unie, het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008, in de versie van 16 september 2019, tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie,
Erkennend hun respectieve bevoegdheid om toestemming te verlenen voor de overdracht of uitvoer vanaf hun grondgebied van defensiegerelateerde producten die voortvloeien uit intergouvernementele programma's of die door hun industrieën zijn ontwikkeld,
Erkennend dat elke verdragsluitende partij nationale controles op haar uitvoer van defensiegerelateerde producten uitvoert op basis van haar nationale wet- en regelgeving, met inbegrip van de nationale beginselen van het exportcontrolebeleid,
Erkennend het belang van betrouwbare overdracht- en uitvoermogelijkheden voor het economische en politieke succes van hun industriële en intergouvernementele samenwerking,
Bevestigend dat zij bereid zijn de administratieve lasten voor de exportcontrole voor defensiegerelateerde producten te verminderen, teneinde het welslagen van hun gezamenlijke programma’s te waarborgen en industriële partnerschappen tussen de verdragsluitende partijen te vergemakkelijken,
Verwijzend naar de verschillende samenwerkingsverdragen en bilaterale veiligheidsverdragen tussen de verdragsluitende partijen,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Intergouvernementele programma’s en hun subsystemen
Indien twee of meer verdragsluitende partijen aan dezelfde intergouvernementele programma’s deelnemen, dan zijn de in dit artikel beschreven beginselen voor de betreffende verdragsluitende partijen van toepassing op die intergouvernementele programma’s en hun subsystemen.
De verdragsluitende partijen stellen de andere betrokken verdragsluitende partijen ruim voor het begin van de formele onderhandelingen in kennis van de mogelijkheid van verkoop aan derden en verstrekken de voor hun beoordeling benodigde informatie. Deze overdracht van informatie omvat besprekingen over de voorwaarden waaronder, vanuit het oogpunt van de verdragsluitende partij die overgaat tot de overdracht of uitvoer, overgegaan kan worden tot deze transactie in overeenstemming met de Europese en internationale verbintenissen van alle betrokken verdragsluitende partijen.
Een betrokken verdragsluitende partij verzet zich niet tegen een door een andere verdragsluitende partij voorgenomen overdracht of uitvoer naar een derde partij, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, wanneer deze overdracht of uitvoer haar rechtstreekse belangen of de nationale veiligheid schaadt.
Indien een betrokken verdragsluitende partij voornemens is bezwaar te maken tegen een overdracht of uitvoer, stelt zij de andere betrokken verdragsluitende partijen daarvan zo spoedig mogelijk in kennis, uiterlijk binnen een termijn van twee maanden nadat zij van de voorgenomen overdracht of uitvoer in kennis is gesteld. Deze verdragsluitende partijen organiseren onmiddellijk overleg op hoog niveau om hun beoordeling te delen en passende oplossingen te vinden. De verdragsluitende partij die bezwaar maakt tegen een overdracht of uitvoer stelt alles in het werk om alternatieven voor te stellen.
Artikel 2. Defensiegerelateerde producten ontstaan door industriële samenwerking
Een verdragsluitende partij verzet zich niet tegen de uitvoer of overdracht door een andere verdragsluitende partij aan een derde partij van een wapensysteem van een producent uit het land van een andere verdragsluitende partij waarin defensiegerelateerde producten zijn verwerkt die op zijn grondgebied zijn ontwikkeld in het kader van de verdere integratie van hun defensie-industrie, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, wanneer die overdracht of uitvoer haar directe belangen of de nationale veiligheid schaadt.
Indien een verdragsluitende partij voornemens is bezwaar te maken tegen een overdracht of uitvoer, stelt zij de andere betrokken verdragsluitende partij daarvan zo spoedig mogelijk in kennis, uiterlijk binnen een termijn van twee maanden nadat zij van de voorgenomen uitvoer of overdracht in kennis is gesteld. Deze verdragsluitende partijen organiseren onmiddellijk overleg op hoog niveau om hun beoordeling te delen en passende oplossingen te vinden.
De nadere bepalingen voor de toepassing van dit artikel zijn vastgesteld in bijlage 1 bij dit Verdrag, die daarvan een integraal deel uitmaakt.
Artikel 3. Het de-minimisbeginsel
Voor defensiegerelateerde producten die door een producent uit een van de verdragsluitende partijen zijn ontwikkeld en die buiten het toepassingsgebied van de artikelen 1 en 2 van dit Verdrag vallen en die bestemd zijn om te worden geïntegreerd in een wapensysteem van een producent van een andere verdragsluitende partij (hierna „componenten” genoemd), geldt het de-minimis-beginsel.
Op grond van het in het vorige lid bedoelde de-minimis-beginsel geeft een verdragsluitende partij, wanneer zijn aandeel van componenten die bestemd zijn voor de integratie in een eindproduct dat door een andere verdragsluitende partij buiten het grondgebied van de verdragsluitende partijen wordt overgedragen of uitgevoerd, lager blijft dan een percentage dat vooraf in onderlinge overeenstemming tussen alle verdragsluitende partijen is vastgesteld, onverwijld de overeenkomstige uitvoer-, overdrachts- of wederuitvoervergunningen af, behalve in uitzonderlijke gevallen, wanneer deze overdracht, uitvoer of wederuitvoer haar directe belangen of de nationale veiligheid zou schaden.
De nadere bepalingen voor de toepassing van dit artikel zijn vastgesteld in bijlagen 2 en 3 bij dit Verdrag, die daarvan een integraal deel uitmaken.
Artikel 4. Het Permanent Comité
De verdragsluitende partijen stellen een permanent comité in om elkaar te raadplegen over alle algemene aangelegenheden die onder dit Verdrag vallen, teneinde geschillen over de operationele uitvoering op te lossen.
De verdragsluitende partijen wijzen nationale contactpunten aan en stellen deze informatie onderling beschikbaar.
De betrokken verdragsluitende partijen richten ad-hoc-organen op voor het overleg bedoeld in artikel 1, vierde lid, artikel 2, tweede lid, en bijlagen 1 en 2 van dit Verdrag, of voor alle andere specifieke, onder dit Verdrag vallende aangelegenheden die niet alle verdragsluitende partijen betreffen.
Artikel 5. Uitwisseling van gerubriceerde gegevens
Gerubriceerde of beschermde gegevens die op grond van dit Verdrag worden verstrekt of gegenereerd, worden bewaard, behandeld, doorgegeven en beveiligd overeenkomstig het toepasselijke bilaterale beveiligingsverdrag tussen de betrokken verdragsluitende partijen. Indien een bilateraal beveiligingsverdrag tussen de betrokken verdragsluitende partijen ontbreekt worden geen gerubriceerde gegevens uitgewisseld noch gegenereerd.
Artikel 6. Slotbepalingen
Dit Verdrag is voorlopig van toepassing met ingang van de datum van ondertekening ervan. Het treedt in werking op de datum waarop de laatste ondertekenende staat bij de regering van de Franse Republiek, die is aangewezen als depositaris, kennisgeving doet van de voltooiing van zijn daartoe vereiste interne procedures.
Indien dit Verdrag niet binnen twee jaar na de datum van ondertekening overeenkomstig het eerste lid van dit artikel in werking is getreden, kunnen de verdragsluitende partijen die de depositaris in kennis hebben gesteld van de voltooiing van hun daartoe vereiste interne procedures, met gezamenlijke en unanieme overeenstemming andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) of partijen bij het kaderverdrag inzake maatregelen ter vergemakkelijking van de herstructurering en de werking van de Europese defensie-industrie toestaan tot het Verdrag toe te treden. In dergelijke gevallen treedt dit Verdrag in werking op de datum waarop de eerste staat die overeenkomstig de eerste zin van dit lid daartoe gemachtigd is, de depositaris in kennis stelt van de voltooiing van zijn daartoe vereiste interne procedures. Na de inwerkingtreding blijft het Verdrag voorlopig van toepassing op de ondertekenende staat die geen kennisgeving heeft gedaan van de voltooiing van zijn interne procedures, indien hij de andere verdragsluitende partijen niet in kennis heeft gesteld van zijn voornemen geen partij bij de Verdrag te worden.
Na de inwerkingtreding van dit Verdrag kunnen de verdragsluitende partijen die de depositaris ervan in kennis hebben gesteld dat hun daartoe vereiste interne procedures zijn voltooid, met eenparigheid van stemmen andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) of partijen bij de kaderverdrag inzake maatregelen ter vergemakkelijking van de herstructurering en de werking van de Europese defensie-industrie machtigen tot dit Verdrag toe te treden.
Voor elke nieuwe verdragsluitende partij treedt het Verdrag in werking op de datum van nederlegging van haar akte van toetreding bij de depositaris.
Elke verdragsluitende partij kan dit Verdrag te allen tijde opzeggen door de andere verdragsluitende partijen daarvan schriftelijk in kennis te stellen met een opzegtermijn van zes maanden.
De verdragsluitende partij die dit Verdrag heeft opgezegd, blijft de verbintenissen en verplichtingen van dit Verdrag nakomen met betrekking tot overdrachten of uitvoer van defensiegerelateerde producten waarvoor de overeenkomstige overdrachts- of uitvoervergunning is aangevraagd voordat die opzegging van kracht wordt. De verdragsluitende partij die dit Verdrag heeft opgezegd, en de andere verdragsluitende partijen plegen overleg in het overeenkomstig artikel 4, eerste lid, ingestelde Permanent Comité zolang zij dit nodig achten om kwesties in verband met de opzegging te regelen.
Het origineel van dit Verdrag wordt nedergelegd bij de depositaris.
De registratie van dit Verdrag bij het secretariaat van de Verenigde Naties overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties geschiedt onmiddellijk na de inwerkingtreding ervan door de depositaris. De andere verdragsluitende partijen worden na bevestiging door het secretariaat in kennis gesteld van de registratie en het registratienummer van de Verenigde Naties.
GESCHEHEN zu Paris am 17. September 2021 in einer Urschrift in französischer, deutscher und spanischer Sprache, wobei jeder Wortlaut gleichermaßen verbindlich ist. Der Verwahrer übermittelt allen Vertragsparteien beglaubigte Abschriften.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.