Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (het IAEA) inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika
OVERWEGENDE dat het Koninkrijk der Nederlanden met betrekking tot zijn Caribische delen (hierna te noemen „het Koninkrijk der Nederlanden“) en het Internationaal Atoomenergieagentschap (hierna te noemen „het Agentschap“) partij zijn bij een Overeenkomst inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (hierna te noemen de „de Waarborgovereenkomst“), die op 5 juni 1975 in werking is getreden;
ZICH BEWUST VAN de wens van de internationale gemeenschap om de niet-verspreiding van kernwapens verder te versterken door de doelmatigheid en de efficiëntie van het waarborgsysteem van het Agentschap te verbeteren;
ERAAN HERINNEREND dat het Agentschap bij de uitvoering van waarborgen rekening moet houden met de noodzaak om: te vermijden dat de economische en technologische ontwikkeling van het Koninkrijk der Nederlanden of de internationale samenwerking op het gebied van vreedzame nucleaire activiteiten worden belemmerd; de geldende bepalingen inzake gezondheid, veiligheid, fysieke beveiliging en andere geldende veiligheidsvoorschriften alsmede de rechten van personen te eerbiedigen; en alle voorzorgsmaatregelen te nemen om commerciële, technologische en industriële geheimen en andere vertrouwelijke informatie waarvan het kennis krijgt, te beschermen;
OVERWEGENDE dat de regelmaat en intensiteit van de in dit Protocol beschreven activiteiten dienen te worden beperkt tot het minimum dat in overeenstemming is met de doelstelling de doelmatigheid en efficiency van de waarborgen van het Agentschap te verbeteren;
OP GROND WAARVAN het Koninkrijk der Nederlanden en het Agentschap als volgt zijn overeengekomen:
RELATIE TUSSEN HET PROTOCOL EN DE WAARBORGOVEREENKOMST
Artikel 1
De bepalingen van de Waarborgovereenkomst zijn op dit Protocol van toepassing voor zover zij relevant zijn voor en verenigbaar zijn met de bepalingen van dit Protocol. In geval van tegenstrijdigheid tussen de bepalingen van de Waarborgovereenkomst en die van dit Protocol, gelden de bepalingen van dit Protocol.
VERSTREKKING VAN INFORMATIE
Artikel 2
a. Het Koninkrijk der Nederlanden verstrekt het Agentschap een verklaring met daarin:
- i. Een algemene beschrijving van en informatie inzake de locatie van onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten in verband met de splijtstofkringloop waarbij geen nucleair materiaal betrokken is, die waar dan ook worden uitgevoerd en die worden gefinancierd, uitdrukkelijk zijn goedgekeurd of worden beheerd door, dan wel worden uitgevoerd ten behoeve van het Koninkrijk der Nederlanden.
- ii. Door het Agentschap op grond van de verwachte verbetering van de doelmatigheid of efficiëntie wenselijk geachte informatie, voor zover het Koninkrijk der Nederlanden daarmee heeft ingestemd, over operationele activiteiten die voor de toepassing van waarborgen van belang zijn in installaties en op locaties buiten installaties waar gewoonlijk nucleair materiaal wordt gebruikt.
- iii. Een algemene beschrijving van elk gebouw op elke locatie met inbegrip van de bestemming en, als dat niet uit die beschrijving volgt, de inhoud. De beschrijving moet een plattegrond van de locatie bevatten.
- iv. Een beschrijving van de omvang van de operaties voor elke locatie die bij de in Bijlage I van dit Protocol vermelde activiteiten betrokken is.
- v. Informatie over de locatie, operationele status en geraamde jaarlijkse productiecapaciteit van uraniummijnen, installaties voor uraniumconcentratie en installaties voor thoriumconcentratie, en de huidige jaarlijkse productie van die mijnen en concentratie-installaties voor het Koninkrijk der Nederlanden als geheel. Het Koninkrijk der Nederlanden verstrekt op verzoek van het Agentschap de gegevens over de huidige jaarlijkse productie van een afzonderlijke mijn of concentratie-installatie. Voor het verstrekken van deze informatie is geen gedetailleerde boekhouding van nucleair materiaal vereist.
- vi. Informatie over bronmateriaal dat niet de nodige samenstelling en zuiverheid heeft bereikt om geschikt te zijn voor de fabricage van splijtstof of voor isotoopverrijking, als volgt:
- a. de hoeveelheden, de chemische samenstelling, het gebruik of voorgenomen gebruik van dat materiaal, al dan niet voor nucleaire toepassingen, voor elke locatie in het Koninkrijk der Nederlanden waar dat materiaal aanwezig is in hoeveelheden van meer dan tien ton uranium en/of twintig ton thorium en voor andere locaties waar hoeveelheden van meer dan één ton aanwezig zijn, de totale hoeveelheid voor het Koninkrijk der Nederlanden als geheel als deze meer bedraagt dan tien ton uranium of twintig ton thorium. Voor het verstrekken van deze informatie is geen gedetailleerde boekhouding van nucleair materiaal vereist;
- b. De hoeveelheden, de chemische samenstelling en de bestemming van elke uitvoer uit het Koninkrijk der Nederlanden van dergelijk materiaal voor specifiek niet-nucleaire doeleinden in hoeveelheden van meer dan:
-
- tien ton uranium, dan wel voor achtereenvolgende uitvoeren van uranium uit het Koninkrijk der Nederlanden naar dezelfde staat van elk minder dan tien ton, maar in totaal meer dan tien ton per jaar;
-
- twintig ton thorium, dan wel voor achtereenvolgende uitvoer van thorium uit het Koninkrijk der Nederlanden naar dezelfde staat van elk minder dan twintig ton, maar in totaal meer dan twintig ton per jaar;
- c. de hoeveelheden, chemische samenstelling, huidige locatie en het gebruik of het voorgenomen gebruik van elke invoer in het Koninkrijk der Nederlanden van dergelijk materiaal voor specifiek niet-nucleaire doeleinden in hoeveelheden van meer dan: Over dergelijk materiaal dat bestemd is voor niet-nucleair gebruik, hoeft geen informatie te worden verstrekt als dit eenmaal in de vorm is gebracht voor het niet-nucleaire eindgebruik.
-
- tien ton uranium, dan wel voor achtereenvolgende invoer van uranium in het Koninkrijk der Nederlanden van elk minder dan tien ton, maar in totaal meer dan tien ton per jaar;
-
- twintig ton thorium, dan wel voor achtereenvolgende invoer van thorium in het Koninkrijk der Nederlanden van elk minder dan twintig ton, maar in totaal meer dan twintig ton per jaar.
- vii.
- a. Informatie over de hoeveelheden, het gebruik en de locaties van nucleair materiaal dat van de toepassing van waarborgen is vrijgesteld ingevolge artikel 36 van de Waarborgovereenkomst;
- b. Informatie over de hoeveelheden (eventueel in de vorm van ramingen) en het gebruik op elke locatie van nucleair materiaal dat ingevolge artikel 35, onder b), van de Waarborgovereenkomst van waarborgen is vrijgesteld, maar nog niet in de vorm van een niet-nucleair eindgebruik, in hoeveelheden die groter zijn dan die welke in artikel 36 van de Waarborgovereenkomst zijn vastgesteld. Voor het verstrekken van deze informatie is geen gedetailleerde boekhouding van nucleair materiaal vereist.
- viii. Informatie over de locatie of verdere verwerking van middel- of hoogactief afval dat plutonium, hoogverrijkt uranium of uranium-233 bevat en waarvoor de toepassing van waarborgen is beëindigd ingevolge artikel 11 van de Waarborgovereenkomst. Als gebruikt in dit lid omvat „verdere verwerking” niet het opnieuw verpakken van het afval of de verdere conditionering ervan zonder de elementen te scheiden, voor opslag of opberging.
- ix. De volgende informatie over specifieke uitrusting en niet-nucleair materiaal als vermeld in Bijlage II:
- a. Voor elke uitvoer uit het Koninkrijk der Nederlanden van dergelijke uitrusting en materiaal: de hoedanigheid, hoeveelheid, locatie van voorgenomen gebruik in de staat van bestemming en uitvoerdatum dan wel in voorkomend geval verwachte uitvoerdatum;
- b. Op uitdrukkelijk verzoek van het Agentschap, bevestiging door het Koninkrijk der Nederlanden, als invoerende staat, van door een andere staat aan het Agentschap verstrekte informatie over de uitvoer van dergelijke uitrusting en materiaal naar het Koninkrijk der Nederlanden.
- x. Algemene plannen voor de volgende periode van tien jaar in verband met de ontwikkeling van de splijtstofkringloop (met inbegrip van geplande onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten in verband met de splijtstofkringloop) als deze door de bevoegde instanties van het Koninkrijk der Nederlanden zijn goedgekeurd.
b. Het Koninkrijk der Nederlanden doet alles wat redelijkerwijze mag worden verwacht om het Agentschap de volgende informatie te verstrekken:
- i. een algemene beschrijving van en informatie inzake de locatie van onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten in verband met de splijtstofkringloop waarbij geen nucleair materiaal betrokken is en die specifiek betrekking hebben op verrijking, opwerking van splijtstof of de verwerking van middelactief of hoogactief afval dat plutonium, hoogverrijkt uranium of uranium-233 bevat, die waar dan ook in het Koninkrijk der Nederlanden worden uitgevoerd, maar die niet worden gefinancierd, uitdrukkelijk zijn goedgekeurd of worden beheerd door dan wel worden uitgevoerd namens het Koninkrijk der Nederlanden. Als gebruikt in dit lid omvat „verwerking” van middelactief of hoogactief afval niet het opnieuw verpakken van het afval of de conditionering ervan zonder de elementen te scheiden, voor opslag of opberging.
- ii. Een algemene beschrijving van de activiteiten en de identiteit van de persoon of entiteit die dergelijke activiteiten uitvoert, op locaties die door het Agentschap zijn aangewezen buiten een locatie en die naar mening van het Agentschap functioneel in verband kunnen staan met de activiteiten op die locatie. Deze informatie wordt verstrekt als het Agentschap daar uitdrukkelijk om verzoekt. De informatie wordt in overleg met het Agentschap tijdig verstrekt.
c. Op verzoek van het Agentschap verstrekt het Koninkrijk der Nederlanden een aanvulling of opheldering van alle ingevolge dit artikel verstrekte informatie, voor zover zulks relevant is voor de toepassing van waarborgen.
Artikel 3
a. Het Koninkrijk der Nederlanden verstrekt het Agentschap de in artikel 2, onder a), i), iii), iv), v), vi) a), vii) en x), en artikel 2, onder b), i), vermelde informatie binnen 180 dagen na de inwerkingtreding van dit Protocol.
b. Het Koninkrijk der Nederlanden verstrekt het Agentschap voor 15 mei van elk jaar een bijgewerkte versie van de onder a) hierboven bedoelde informatie voor de periode die het voorgaande kalenderjaar bestrijkt. Als er geen wijzigingen in de reeds verstrekte informatie zijn, deelt het Koninkrijk der Nederlanden dat mee.
c. Het Koninkrijk der Nederlanden verstrekt het Agentschap voor 15 mei van elk jaar de in artikel 2, onder a), vi) b) en c), vermelde informatie voor de periode die het voorgaande kalenderjaar bestrijkt.
d. Het Koninkrijk der Nederlanden verstrekt het Agentschap op kwartaalbasis de in artikel 2, onder a), ix) a), vermelde informatie. Deze informatie wordt binnen 60 dagen na afloop van elk kwartaal verstrekt.
e. Het Koninkrijk der Nederlanden verstrekt het Agentschap de in artikel 2, onder a), viii), vermelde informatie 180 dagen voordat verdere verwerking plaatsvindt en voor 15 mei van elk jaar informatie over wijzigingen in de locatie voor de periode die het voorgaande kalenderjaar bestrijkt.
f. Het Koninkrijk der Nederlanden en het Agentschap komen overeen op welk tijdstip en met welke regelmaat de in artikel 2, onder a), ii) vermelde informatie wordt verstrekt.
g. Het Koninkrijk der Nederlanden verstrekt het Agentschap de in artikel 2, onder a), ix) b), vermelde informatie binnen 60 dagen na een verzoek van het Agentschap.
AANVULLENDE TOEGANG
Artikel 4
De volgende bepalingen gelden in verband met de verlening van aanvullende toegang ingevolge artikel 5 van dit Protocol.
- a. Het Agentschap streeft er niet automatisch of systematisch naar de in artikel 2 bedoelde informatie te verifiëren; het Agentschap heeft echter toegang tot:
- i. elke in artikel 5, onder a), i) of ii), bedoelde locatie, waarbij selectief te werk wordt gegaan, om de afwezigheid van niet-aangegeven nucleair materiaal en activiteiten te verifiëren;
- ii. elke in artikel 5, onder b) of c), bedoelde locatie om een kwestie op te lossen in verband met de juistheid en volledigheid van de ingevolge artikel 2 verstrekte informatie of om een tegenstrijdigheid in die informatie op te lossen;
- iii. elke in artikel 5, onder a), iii), bedoelde locatie voor zover nodig om het Agentschap in verband met de toepassing van waarborgen in staat te stellen de verklaring van het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de ontmantelde toestand van een installatie of locatie buiten installaties waar gewoonlijk nucleair materiaal werd gebruikt, te verifiëren;
- b.
- i. Behalve in de onder ii) hieronder genoemde gevallen stelt het Agentschap het Koninkrijk der Nederlanden ten minste 24 uur van tevoren in kennis van de gewenste toegang;
- ii. Voor de toegang tot elke willekeurige locatie op een locatie die wordt verlangd in verband met bezoeken om de ontwerp-gegevens te verifiëren of in verband met ad hoc- of routine-inspecties van die locatie, is de aankondigingstermijn, als het Agentschap zulks verzoekt, ten minste twee uur, maar in uitzonderlijke omstandigheden kan deze minder dan twee uur zijn.
- c. Aankondiging geschiedt schriftelijk, waarbij de redenen voor de toegang en de tijdens de toegang uit te voeren activiteiten worden vermeld.
- d. In het geval van een vraag of tegenstrijdigheid geeft het Agentschap het Koninkrijk der Nederlanden de gelegenheid om opheldering te verschaffen over de vraag of de tegenstrijdigheid, en de oplossing ervan dichterbij te brengen. Deze gelegenheid wordt geboden voordat om toegang wordt verzocht, tenzij het Agentschap van mening is dat laattijdige toegang nadelig is voor het doel waarvoor om toegang wordt verzocht. In ieder geval trekt het Agentschap geen conclusies over de vraag of tegenstrijdigheid voordat het Koninkrijk der Nederlanden een dergelijke gelegenheid is geboden.
- e. Tenzij anderszins is toegestaan door het Koninkrijk der Nederlanden, vindt de toegang alleen plaats tijdens de gewone werktijden.
- f. Het Koninkrijk der Nederlanden heeft het recht inspecteurs van het Agentschap tijdens hun toegang te laten vergezellen door vertegenwoordigers van het Koninkrijk der Nederlanden, op voorwaarde dat de inspecteurs daardoor niet worden vertraagd of anderszins worden belemmerd bij de uitoefening van hun functies.
Artikel 5
Het Koninkrijk der Nederlanden verleent het Agentschap toegang tot:
- a.
- i. elke plaats op een locatie;
- ii. elke ingevolge artikel 2, onder a), v) tot en met viii) door het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen locatie;
- iii. elke ontmantelde installatie of ontmantelde locatie buiten installaties waar gewoonlijk nucleair materiaal werd gebruikt.
- b. elke locatie die door het Koninkrijk der Nederlanden is vermeld ingevolge artikel 2, onder a), i), artikel 2, onder a), iv), artikel 2, onder a, ix) b), of artikel 2, onder b), anders dan de onder a), i), hierboven bedoelde, met dien verstande dat als het Koninkrijk der Nederlanden niet in staat is deze toegang te verlenen, het Koninkrijk der Nederlanden alles doet wat redelijkerwijze mag worden verwacht om onverwijld op andere wijze aan de eisen van het Agentschap te voldoen.
- c. elke door het Agentschap aangewezen locatie, anders dan de onder a) en b) hierboven bedoelde, om locatiegebonden milieusteekproeven te nemen, met dien verstande dat als het Koninkrijk der Nederlanden niet in staat is deze toegang te verlenen, het Koninkrijk der Nederlanden alles doet wat redelijkerwijze mag worden verwacht om onverwijld op aangrenzende locaties of op andere wijze aan de eisen van het Agentschap te voldoen.
Artikel 6
Bij de tenuitvoerlegging van artikel 5 kan het Agentschap de volgende activiteiten uitvoeren:
- a. voor toegang overeenkomstig artikel 5, onder a, i of iii: visuele waarneming, verzameling van milieusteekproeven, gebruik van instrumenten voor stralingsdetectie en -meting, gebruik van zegels en andere in aanvullende regelingen vermelde identificatie- en verklikapparatuur en andere objectieve maatregelen die technisch haalbaar zijn gebleken en waarvan het gebruik is goedgekeurd door de Raad van Bestuur (hierna de „Raad” genoemd) en nadat overleg heeft plaatsgevonden tussen het Agentschap en het Koninkrijk der Nederlanden.
- b. voor toegang overeenkomstig artikel 5, onder a, ii: visuele waarneming, telling van objecten van nucleair materiaal, niet-destructieve metingen en het nemen van steekproeven, gebruik van instrumenten voor stralingsdetectie en -meting, onderzoek van documenten in verband met de hoeveelheden, oorsprong en aard van het materiaal, verzameling van milieusteekproeven en andere objectieve maatregelen die technisch haalbaar zijn gebleken en waarvan het gebruik is goedgekeurd door de Raad en nadat overleg heeft plaatsgevonden tussen het Agentschap en het Koninkrijk der Nederlanden.
- c. voor toegang overeenkomstig artikel 5, onder b: visuele waarneming; verzameling van milieusteekproeven; gebruik van instrumenten voor stralingsdetectie en -meting; onderzoek van voor de waarborgen relevante documenten over productie en verzending; en andere objectieve maatregelen die technisch haalbaar zijn gebleken en waarvan het gebruik is goedgekeurd door de Raad en nadat overleg heeft plaatsgevonden tussen het Agentschap en het Koninkrijk der Nederlanden.
- d. voor toegang overeenkomstig artikel 5, onder c: verzameling van milieusteekproeven en, ingeval de resultaten geen oplossing opleveren voor de vraag of de tegenstrijdigheid op de door het Agentschap ingevolge artikel 5, onder c, opgegeven locatie, toepassing op die locatie van visuele waarneming, instrumenten voor stralingsdetectie en -meting en, in overeenstemming tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Agentschap, andere objectieve maatregelen.
Artikel 7
a. Op verzoek van het Koninkrijk der Nederlanden treffen het Agentschap en het Koninkrijk der Nederlanden regelingen voor beheerde toegang uit hoofde van dit Protocol teneinde de verspreiding van proliferatiegevoelige informatie te voorkomen, om aan de vereisten inzake veiligheid of fysieke bescherming te voldoen, of om vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie te beschermen. Deze regelingen zullen het Agentschap niet verhinderen om activiteiten uit te voeren die nodig zijn om de afwezigheid van niet-aangemeld nucleair materiaal en activiteiten op de betrokken locatie te bevestigen, met inbegrip van het oplossen van vragen in verband met de juistheid en volledigheid van de in artikel 2 bedoelde informatie of een inconsistentie met betrekking tot die informatie.
b. Het Koninkrijk der Nederlanden kan bij het verstrekken van de in artikel 2 bedoelde informatie het Agentschap in kennis stellen van de plaatsen op een locatie of locatie waarvoor beheerde toegang van toepassing kan zijn.
c. In afwachting van de inwerkingtreding van de eventueel vereiste aanvullende regelingen kan het Koninkrijk der Nederlanden een beroep doen op beheerde toegang in overeenstemming met het bepaalde onder a hierboven.
Artikel 8
Niets in dit Protocol staat in de weg dat het Koninkrijk der Nederlanden het Agentschap toegang verleent tot andere locaties dan bedoeld in de artikelen 5 en 9 of het Agentschap te verzoeken verificatieactiviteiten op een bepaalde locatie uit te voeren. Het Agentschap doet onverwijld alles wat redelijkerwijze mag worden verwacht om aan een dergelijk verzoek te voldoen.
Artikel 9
Het Koninkrijk der Nederlanden verleent het Agentschap toegang tot door het Agentschap opgegeven locaties om over een ruimer gebied milieusteekproeven te nemen, met dien verstande dat als het Koninkrijk der Nederlanden niet in staat is dergelijke toegang te verlenen, het alles doet wat redelijkerwijze mag worden verwacht om op alternatieve locaties aan de eisen van het Agentschap te voldoen. Het Agentschap verlangt dergelijke toegang niet voordat het nemen van milieusteekproeven over een ruimer gebied en de procedurele regelingen daarvoor zijn goedgekeurd door de Raad en nadat overleg tussen het Agentschap en het Koninkrijk der Nederlanden heeft plaatsgevonden.
Artikel 10
Het Agentschap stelt het Koninkrijk der Nederlanden in kennis van:
- a. de ingevolge dit Protocol uitgevoerde activiteiten, met inbegrip van activiteiten in verband met eventuele vragen of tegenstrijdigheden die het Agentschap onder de aandacht van het Koninkrijk der Nederlanden had gebracht, en wel binnen 60 dagen nadat de activiteiten door het Agentschap zijn uitgevoerd.
- b. de resultaten van activiteiten in verband met eventuele vragen of tegenstrijdigheden die het Agentschap onder de aandacht van het Koninkrijk der Nederlanden had gebracht, en wel zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen 30 dagen nadat de resultaten door het Agentschap zijn bereikt.
- c. De conclusies die het heeft getrokken uit zijn activiteiten ingevolge dit Protocol. De conclusies worden jaarlijks meegedeeld.
BENOEMING VAN INSPECTEURS VAN HET AGENTSCHAP
Artikel 11
- i. De directeur-generaal stelt het Koninkrijk der Nederlanden in kennis wanneer de Raad ermee instemt dat een functionaris van het Agentschap optreedt als waarborginspecteur. Tenzij het Koninkrijk der Nederlanden binnen drie maanden nadat het van de instemming van de Raad in kennis is gesteld, de directeur-generaal laat weten dat het niet aanvaardt dat de betrokken functionaris optreedt als inspecteur voor het Koninkrijk der Nederlanden, wordt de aldus aan het Koninkrijk der Nederlanden meegedeelde inspecteur geacht voor het Koninkrijk der Nederlanden te zijn benoemd.
- ii. De directeur-generaal, die handelt naar aanleiding van een verzoek van het Koninkrijk der Nederlanden dan wel op eigen initiatief, stelt het Koninkrijk der Nederlanden onverwijld in kennis van de beëindiging van de benoeming van een functionaris als inspecteur voor het Koninkrijk der Nederlanden.
b. Een kennisgeving als bedoeld onder a) hierboven wordt geacht door het Koninkrijk der Nederlanden te zijn ontvangen zeven dagen na de datum van de kennisgeving door het Agentschap per aangetekende post aan het Koninkrijk der Nederlanden is verzonden.
VISA
Artikel 12
Het Koninkrijk der Nederlanden verleent binnen één maand nadat hij daartoe een verzoek heeft ontvangen de in het verzoek vermelde benoemde inspecteur de nodige meervoudige in- en uitreisvisa en/of transitvisa om de inspecteur in staat te stellen het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden binnen te komen en aldaar te verblijven voor de uitoefening van zijn of haar functies. Alle vereiste visa zijn ten minste één jaar geldig en worden zo nodig vernieuwd om de duur van de benoeming van de inspecteur voor het Koninkrijk der Nederlanden te bestrijken.
AANVULLENDE REGELINGEN
Artikel 13
a. Ingeval het Koninkrijk der Nederlanden of het Agentschap te kennen geeft dat het noodzakelijk is in aanvullende regelingen uiteen te zetten op welke wijze de in dit Protocol neergelegde maatregelen moeten worden toegepast, bereiken het Koninkrijk der Nederlanden en het Agentschap overeenstemming over dergelijke aanvullende regelingen binnen 90 dagen na de inwerkingtreding van dit Protocol of, als de noodzaak van dergelijke aanvullende regelingen na de inwerkingtreding van dit Protocol naar voren wordt gebracht, binnen 90 dagen na de datum waarop dat is geschied.
b. In afwachting van de inwerkingtreding van de eventueel vereiste aanvullende regelingen is het Agentschap gerechtigd de in dit Protocol neergelegde maatregelen toe te passen.
COMMUNICATIESYSTEMEN
Artikel 14
a. Het Koninkrijk der Nederlanden staat het Agentschap voor officiële doeleinden vrije communicatie toe, en beschermt deze, tussen inspecteurs van het Agentschap in het Koninkrijk der Nederlanden en het hoofdkantoor en/of de regionale kantoren van het Agentschap, met inbegrip van al dan niet automatische verzending van informatie afkomstig van insluit- en/of controle- of meetapparatuur van het Agentschap. Het Agentschap heeft in overleg met het Koninkrijk der Nederlanden het recht gebruik te maken van internationale systemen voor rechtstreekse communicatie, waaronder satellietsystemen en andere vormen van telecommunicatie, die niet in het Koninkrijk der Nederlanden in gebruik zijn. Op verzoek van het Koninkrijk der Nederlanden of het Agentschap worden details van de tenuitvoerlegging van dit lid betreffende de al dan niet automatische verzending van informatie afkomstig van insluit- en/of controle- of meetapparatuur van het Agentschap nader uiteengezet in de aanvullende regelingen.
b. Bij de communicatie en verzending van informatie overeenkomstig punt a) hierboven wordt rekening gehouden met de noodzaak om vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie of ontwerp-gegevens die het Koninkrijk der Nederlanden bijzonder gevoelig acht, te beschermen.
BESCHERMING VAN VERTROUWELIJKE INFORMATIE
Artikel 15
a. Het Agentschap handhaaft een strikte regeling om een doeltreffende bescherming te waarborgen tegen de bekendmaking van commerciële, technologische en industriële geheimen en andere vertrouwelijke informatie waarvan het kennis krijgt, met inbegrip van informatie waarvan het kennis krijgt bij de tenuitvoerlegging van dit Protocol.
b. De onder a. hierboven bedoelde regeling omvat onder meer bepalingen inzake:
- i. algemene beginselen en daarmee samenhangende maatregelen in verband met de behandeling van vertrouwelijke informatie;
- ii. voorwaarden voor de tewerkstelling van personeel betreffende de bescherming van vertrouwelijke informatie;
- iii. procedures in geval van schending of vermeende schending van de vertrouwelijkheid.
c. De onder a. hierboven bedoelde regeling wordt door de Raad goedgekeurd en periodiek opnieuw bezien.
BIJLAGEN
Artikel 16
a. De Bijlagen van dit Protocol vormen hiervan een integrerend onderdeel. Behalve ten behoeve van wijzigingen van de Bijlagen wordt in dit instrument met de term „Protocol” bedoeld het Protocol en de Bijlagen samen.
b. De lijst van activiteiten van Bijlage I en de lijst van uitrusting en materiaal van Bijlage II kunnen door de Raad worden gewijzigd op advies van een door de Raad opgerichte open werkgroep van deskundigen. Deze wijzigingen treden vier maanden nadat zij door de Raad zijn goedgekeurd, in werking.
c. De bevoegde autoriteiten die namens het Koninkrijk der Nederlanden verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van dit Protocol, zijn opgenomen in Bijlage III. Het Koninkrijk der Nederlanden kan het Agentschap te allen tijde langs diplomatieke weg schriftelijk in kennis stellen van wijzigingen van de in Bijlage III genoemde bevoegde instanties.
INWERKINGTREDING
Artikel 17
a. Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop het Koninkrijk der Nederlanden het Agentschap langs diplomatieke weg schriftelijk ervan in kennis heeft gesteld dat aan zijn interne vereisten voor de inwerkingtreding van dit Protocol is voldaan.
b. Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Protocol van toepassing op Aruba, Curaçao, Sint Maarten en het Caribische deel van Nederland (de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba), tenzij in bovengenoemde schriftelijke kennisgeving anders is bepaald. In het laatste geval zal het Koninkrijk der Nederlanden, indien het te allen tijde het territoriale toepassingsgebied van dit Protocol wenst uit te breiden tot een of meer van zijn Caribische delen, het Agentschap hiervan schriftelijk in kennis stellen.
c. Het Koninkrijk der Nederlanden kan te allen tijde vóór de inwerkingtreding van dit Protocol verklaren dat het dit Protocol voorlopig zal toepassen.
d. De directeur-generaal stelt alle lidstaten van het Agentschap onverwijld in kennis van elke verklaring van voorlopige toepassing en van de inwerkingtreding van dit Protocol.
BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 18
Als gebruikt in dit Protocol betekent:
- a. Het Koninkrijk der Nederlanden, met betrekking tot zijn Caribische delen: het Koninkrijk der Nederlanden, met betrekking tot zijn afzonderlijke delen die buiten Europa zijn gelegen, ongeacht zijn interne verdeling van bevoegdheden.
- b. Caribische delen: Aruba, Curaçao, Sint Maarten en/of het Caribische deel van Nederland (de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba).
- c. onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten in verband met de splijtstofkringloop: die activiteiten die specifiek betrekking hebben op een aspect van de proces- of systeemontwikkeling van een van de volgende zaken: echter uitgezonderd activiteiten in verband met theoretisch of fundamenteel wetenschappelijk onderzoek of onderzoek en ontwikkeling van industriële toepassingen van radio-isotopen, medische, hydrologische en agrarische toepassingen, gevolgen voor de gezondheid en het milieu en beter onderhoud;
- –. de conversie van nucleair materiaal,
- –. de verrijking van nucleair materiaal,
- –. de fabricage van splijtstof,
- –. reactoren,
- –. kritieke installaties,
- –. de opwerking van splijtstof,
- –. de verwerking (uitgezonderd opnieuw verpakken of conditioneren zonder de elementen te scheiden, voor opslag of opberging) van middelactief of hoogactief afval dat plutonium, hoogverrijkt uranium of uranium-233 bevat,
- d. locatie: het terrein dat door het Koninkrijk der Nederlanden is aangegeven in de toepasselijke ontwerpgegevens betreffende een installatie, met inbegrip van een buiten gebruik gestelde installatie en in de informatie over een locatie buiten installaties waar nucleair materiaal gewoonlijk wordt gebruikt, met inbegrip van een buiten gebruik gestelde locatie buiten installaties waar nucleair materiaal gewoonlijk werd gebruikt (dit is beperkt tot locaties met hete cellen of locaties waar activiteiten in verband met de conversie, verrijking, splijtstoffabricage of opwerking plaatsvonden); „Locatie” omvat tevens alle installaties die zich bij de installatie of locatie bevinden voor de levering of het gebruik van essentiële diensten, zoals: hete cellen voor de verwerking van bestraalde materialen die geen nucleair materiaal bevatten; installaties voor de behandeling, opslag en opberging van afval; en gebouwen die betrekking hebben op specifieke activiteiten die door het Koninkrijk der Nederlanden ingevolge artikel 2, onder a) iv) hierboven, zijn aangewezen;
- e. ontmantelde installatie of ontmantelde locatie buiten installaties: een installatie of locatie waar overgebleven constructies en uitrusting die essentieel waren voor het gebruik ervan, zijn verwijderd of onbruikbaar zijn gemaakt, zodat de installatie of locatie niet wordt gebruikt voor de opslag en niet langer kan worden gebruikt voor de hantering, verwerking of het gebruik van nucleair materiaal;
- f. buiten gebruik gestelde installatie of buiten gebruik gestelde locatie buiten installaties: een installatie of locatie waar de activiteiten zijn gestaakt en het nucleair materiaal is verwijderd, maar die niet is ontmanteld.
- g. hoogverrijkt uranium: uranium dat 20 % of meer van de isotoop uranium-235 bevat;
- h. locatiegebonden milieusteekproeven: de verzameling van milieusteekproeven (bijvoorbeeld lucht, water, vegetatie, bodem, uitstrijkpreparaten) op en in de onmiddellijke omgeving van een door het Agentschap opgegeven locatie om het Agentschap te helpen conclusies te trekken over de afwezigheid van niet-aangemeld nucleair materiaal of nucleaire activiteiten op de opgegeven locatie.
- i. milieusteekproeven over een ruimer gebied: de verzameling van milieusteekproeven (bijvoorbeeld lucht, water, vegetatie, bodem, uitstrijkpreparaten) op een reeks door het Agentschap opgegeven locaties om het Agentschap te helpen conclusies te trekken over de afwezigheid van niet-aangemeld nucleair materiaal of nucleaire activiteiten over een ruimer gebied.
- j. nucleair materiaal: enigerlei bronmateriaal of bijzondere splijtstof zoals gedefinieerd in artikel XX van het Statuut. De term bronmateriaal is niet van toepassing op erts of ertsresidu. Besluiten van de Raad ingevolge artikel XX van het Statuut van het Agentschap, na de inwerkingtreding van dit Protocol, waardoor de lijst van als bronmateriaal of als bijzondere splijtstof beschouwde materialen wordt uitgebreid, hebben wat de toepassing van dit Protocol betreft alleen effect als zij door het Koninkrijk der Nederlanden worden aanvaard.
- k. installatie:
- i. reactor, kritieke installatie, conversie-, productie-, opwerkings- of isotopenscheidingsinstallatie of een afzonderlijke opslaginstallatie; of
- ii. elke locatie waar doorgaans nucleair materiaal in hoeveelheden groter dan één effectieve kilogram wordt gebruikt.
- l. locatie buiten installaties: elke installatie of locatie die geen installatie is en doorgaans nucleair materiaal in hoeveelheden groter dan één effectieve kilogram of minder wordt gebruikt.
DONE in Vienna, on 4 December 2025, in duplicate, in the English language.
For the Kingdom of the Netherlands,
DAVID MARTIJN VAN WEEL
For the International Atomic Energy Agency,
RAFAEL MARIANO GROSSI
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)