Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (het IAEA) inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika

Type Verdrag
Publication 2025-12-04
Laatst bijgewerkt 2026-09-01
State In force
Source BWB
artikelen 18
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

OVERWEGENDE dat het Koninkrijk der Nederlanden met betrekking tot zijn Caribische delen (hierna te noemen „het Koninkrijk der Nederlanden“) en het Internationaal Atoomenergieagentschap (hierna te noemen „het Agentschap“) partij zijn bij een Overeenkomst inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (hierna te noemen de „de Waarborgovereenkomst“), die op 5 juni 1975 in werking is getreden;

ZICH BEWUST VAN de wens van de internationale gemeenschap om de niet-verspreiding van kernwapens verder te versterken door de doelmatigheid en de efficiëntie van het waarborgsysteem van het Agentschap te verbeteren;

ERAAN HERINNEREND dat het Agentschap bij de uitvoering van waarborgen rekening moet houden met de noodzaak om: te vermijden dat de economische en technologische ontwikkeling van het Koninkrijk der Nederlanden of de internationale samenwerking op het gebied van vreedzame nucleaire activiteiten worden belemmerd; de geldende bepalingen inzake gezondheid, veiligheid, fysieke beveiliging en andere geldende veiligheidsvoorschriften alsmede de rechten van personen te eerbiedigen; en alle voorzorgsmaatregelen te nemen om commerciële, technologische en industriële geheimen en andere vertrouwelijke informatie waarvan het kennis krijgt, te beschermen;

OVERWEGENDE dat de regelmaat en intensiteit van de in dit Protocol beschreven activiteiten dienen te worden beperkt tot het minimum dat in overeenstemming is met de doelstelling de doelmatigheid en efficiency van de waarborgen van het Agentschap te verbeteren;

OP GROND WAARVAN het Koninkrijk der Nederlanden en het Agentschap als volgt zijn overeengekomen:

RELATIE TUSSEN HET PROTOCOL EN DE WAARBORGOVEREENKOMST

Artikel 1

De bepalingen van de Waarborgovereenkomst zijn op dit Protocol van toepassing voor zover zij relevant zijn voor en verenigbaar zijn met de bepalingen van dit Protocol. In geval van tegenstrijdigheid tussen de bepalingen van de Waarborgovereenkomst en die van dit Protocol, gelden de bepalingen van dit Protocol.

VERSTREKKING VAN INFORMATIE

Artikel 2

a. Het Koninkrijk der Nederlanden verstrekt het Agentschap een verklaring met daarin:

b. Het Koninkrijk der Nederlanden doet alles wat redelijkerwijze mag worden verwacht om het Agentschap de volgende informatie te verstrekken:

c. Op verzoek van het Agentschap verstrekt het Koninkrijk der Nederlanden een aanvulling of opheldering van alle ingevolge dit artikel verstrekte informatie, voor zover zulks relevant is voor de toepassing van waarborgen.

Artikel 3

a. Het Koninkrijk der Nederlanden verstrekt het Agentschap de in artikel 2, onder a), i), iii), iv), v), vi) a), vii) en x), en artikel 2, onder b), i), vermelde informatie binnen 180 dagen na de inwerkingtreding van dit Protocol.

b. Het Koninkrijk der Nederlanden verstrekt het Agentschap voor 15 mei van elk jaar een bijgewerkte versie van de onder a) hierboven bedoelde informatie voor de periode die het voorgaande kalenderjaar bestrijkt. Als er geen wijzigingen in de reeds verstrekte informatie zijn, deelt het Koninkrijk der Nederlanden dat mee.

c. Het Koninkrijk der Nederlanden verstrekt het Agentschap voor 15 mei van elk jaar de in artikel 2, onder a), vi) b) en c), vermelde informatie voor de periode die het voorgaande kalenderjaar bestrijkt.

d. Het Koninkrijk der Nederlanden verstrekt het Agentschap op kwartaalbasis de in artikel 2, onder a), ix) a), vermelde informatie. Deze informatie wordt binnen 60 dagen na afloop van elk kwartaal verstrekt.

e. Het Koninkrijk der Nederlanden verstrekt het Agentschap de in artikel 2, onder a), viii), vermelde informatie 180 dagen voordat verdere verwerking plaatsvindt en voor 15 mei van elk jaar informatie over wijzigingen in de locatie voor de periode die het voorgaande kalenderjaar bestrijkt.

f. Het Koninkrijk der Nederlanden en het Agentschap komen overeen op welk tijdstip en met welke regelmaat de in artikel 2, onder a), ii) vermelde informatie wordt verstrekt.

g. Het Koninkrijk der Nederlanden verstrekt het Agentschap de in artikel 2, onder a), ix) b), vermelde informatie binnen 60 dagen na een verzoek van het Agentschap.

AANVULLENDE TOEGANG

Artikel 4

De volgende bepalingen gelden in verband met de verlening van aanvullende toegang ingevolge artikel 5 van dit Protocol.

Artikel 5

Het Koninkrijk der Nederlanden verleent het Agentschap toegang tot:

Artikel 6

Bij de tenuitvoerlegging van artikel 5 kan het Agentschap de volgende activiteiten uitvoeren:

Artikel 7

a. Op verzoek van het Koninkrijk der Nederlanden treffen het Agentschap en het Koninkrijk der Nederlanden regelingen voor beheerde toegang uit hoofde van dit Protocol teneinde de verspreiding van proliferatiegevoelige informatie te voorkomen, om aan de vereisten inzake veiligheid of fysieke bescherming te voldoen, of om vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie te beschermen. Deze regelingen zullen het Agentschap niet verhinderen om activiteiten uit te voeren die nodig zijn om de afwezigheid van niet-aangemeld nucleair materiaal en activiteiten op de betrokken locatie te bevestigen, met inbegrip van het oplossen van vragen in verband met de juistheid en volledigheid van de in artikel 2 bedoelde informatie of een inconsistentie met betrekking tot die informatie.

b. Het Koninkrijk der Nederlanden kan bij het verstrekken van de in artikel 2 bedoelde informatie het Agentschap in kennis stellen van de plaatsen op een locatie of locatie waarvoor beheerde toegang van toepassing kan zijn.

c. In afwachting van de inwerkingtreding van de eventueel vereiste aanvullende regelingen kan het Koninkrijk der Nederlanden een beroep doen op beheerde toegang in overeenstemming met het bepaalde onder a hierboven.

Artikel 8

Niets in dit Protocol staat in de weg dat het Koninkrijk der Nederlanden het Agentschap toegang verleent tot andere locaties dan bedoeld in de artikelen 5 en 9 of het Agentschap te verzoeken verificatieactiviteiten op een bepaalde locatie uit te voeren. Het Agentschap doet onverwijld alles wat redelijkerwijze mag worden verwacht om aan een dergelijk verzoek te voldoen.

Artikel 9

Het Koninkrijk der Nederlanden verleent het Agentschap toegang tot door het Agentschap opgegeven locaties om over een ruimer gebied milieusteekproeven te nemen, met dien verstande dat als het Koninkrijk der Nederlanden niet in staat is dergelijke toegang te verlenen, het alles doet wat redelijkerwijze mag worden verwacht om op alternatieve locaties aan de eisen van het Agentschap te voldoen. Het Agentschap verlangt dergelijke toegang niet voordat het nemen van milieusteekproeven over een ruimer gebied en de procedurele regelingen daarvoor zijn goedgekeurd door de Raad en nadat overleg tussen het Agentschap en het Koninkrijk der Nederlanden heeft plaatsgevonden.

Artikel 10

Het Agentschap stelt het Koninkrijk der Nederlanden in kennis van:

BENOEMING VAN INSPECTEURS VAN HET AGENTSCHAP

Artikel 11

b. Een kennisgeving als bedoeld onder a) hierboven wordt geacht door het Koninkrijk der Nederlanden te zijn ontvangen zeven dagen na de datum van de kennisgeving door het Agentschap per aangetekende post aan het Koninkrijk der Nederlanden is verzonden.

VISA

Artikel 12

Het Koninkrijk der Nederlanden verleent binnen één maand nadat hij daartoe een verzoek heeft ontvangen de in het verzoek vermelde benoemde inspecteur de nodige meervoudige in- en uitreisvisa en/of transitvisa om de inspecteur in staat te stellen het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden binnen te komen en aldaar te verblijven voor de uitoefening van zijn of haar functies. Alle vereiste visa zijn ten minste één jaar geldig en worden zo nodig vernieuwd om de duur van de benoeming van de inspecteur voor het Koninkrijk der Nederlanden te bestrijken.

AANVULLENDE REGELINGEN

Artikel 13

a. Ingeval het Koninkrijk der Nederlanden of het Agentschap te kennen geeft dat het noodzakelijk is in aanvullende regelingen uiteen te zetten op welke wijze de in dit Protocol neergelegde maatregelen moeten worden toegepast, bereiken het Koninkrijk der Nederlanden en het Agentschap overeenstemming over dergelijke aanvullende regelingen binnen 90 dagen na de inwerkingtreding van dit Protocol of, als de noodzaak van dergelijke aanvullende regelingen na de inwerkingtreding van dit Protocol naar voren wordt gebracht, binnen 90 dagen na de datum waarop dat is geschied.

b. In afwachting van de inwerkingtreding van de eventueel vereiste aanvullende regelingen is het Agentschap gerechtigd de in dit Protocol neergelegde maatregelen toe te passen.

COMMUNICATIESYSTEMEN

Artikel 14

a. Het Koninkrijk der Nederlanden staat het Agentschap voor officiële doeleinden vrije communicatie toe, en beschermt deze, tussen inspecteurs van het Agentschap in het Koninkrijk der Nederlanden en het hoofdkantoor en/of de regionale kantoren van het Agentschap, met inbegrip van al dan niet automatische verzending van informatie afkomstig van insluit- en/of controle- of meetapparatuur van het Agentschap. Het Agentschap heeft in overleg met het Koninkrijk der Nederlanden het recht gebruik te maken van internationale systemen voor rechtstreekse communicatie, waaronder satellietsystemen en andere vormen van telecommunicatie, die niet in het Koninkrijk der Nederlanden in gebruik zijn. Op verzoek van het Koninkrijk der Nederlanden of het Agentschap worden details van de tenuitvoerlegging van dit lid betreffende de al dan niet automatische verzending van informatie afkomstig van insluit- en/of controle- of meetapparatuur van het Agentschap nader uiteengezet in de aanvullende regelingen.

b. Bij de communicatie en verzending van informatie overeenkomstig punt a) hierboven wordt rekening gehouden met de noodzaak om vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie of ontwerp-gegevens die het Koninkrijk der Nederlanden bijzonder gevoelig acht, te beschermen.

BESCHERMING VAN VERTROUWELIJKE INFORMATIE

Artikel 15

a. Het Agentschap handhaaft een strikte regeling om een doeltreffende bescherming te waarborgen tegen de bekendmaking van commerciële, technologische en industriële geheimen en andere vertrouwelijke informatie waarvan het kennis krijgt, met inbegrip van informatie waarvan het kennis krijgt bij de tenuitvoerlegging van dit Protocol.

b. De onder a. hierboven bedoelde regeling omvat onder meer bepalingen inzake:

c. De onder a. hierboven bedoelde regeling wordt door de Raad goedgekeurd en periodiek opnieuw bezien.

BIJLAGEN

Artikel 16

a. De Bijlagen van dit Protocol vormen hiervan een integrerend onderdeel. Behalve ten behoeve van wijzigingen van de Bijlagen wordt in dit instrument met de term „Protocol” bedoeld het Protocol en de Bijlagen samen.

b. De lijst van activiteiten van Bijlage I en de lijst van uitrusting en materiaal van Bijlage II kunnen door de Raad worden gewijzigd op advies van een door de Raad opgerichte open werkgroep van deskundigen. Deze wijzigingen treden vier maanden nadat zij door de Raad zijn goedgekeurd, in werking.

c. De bevoegde autoriteiten die namens het Koninkrijk der Nederlanden verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van dit Protocol, zijn opgenomen in Bijlage III. Het Koninkrijk der Nederlanden kan het Agentschap te allen tijde langs diplomatieke weg schriftelijk in kennis stellen van wijzigingen van de in Bijlage III genoemde bevoegde instanties.

INWERKINGTREDING

Artikel 17

a. Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop het Koninkrijk der Nederlanden het Agentschap langs diplomatieke weg schriftelijk ervan in kennis heeft gesteld dat aan zijn interne vereisten voor de inwerkingtreding van dit Protocol is voldaan.

b. Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Protocol van toepassing op Aruba, Curaçao, Sint Maarten en het Caribische deel van Nederland (de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba), tenzij in bovengenoemde schriftelijke kennisgeving anders is bepaald. In het laatste geval zal het Koninkrijk der Nederlanden, indien het te allen tijde het territoriale toepassingsgebied van dit Protocol wenst uit te breiden tot een of meer van zijn Caribische delen, het Agentschap hiervan schriftelijk in kennis stellen.

c. Het Koninkrijk der Nederlanden kan te allen tijde vóór de inwerkingtreding van dit Protocol verklaren dat het dit Protocol voorlopig zal toepassen.

d. De directeur-generaal stelt alle lidstaten van het Agentschap onverwijld in kennis van elke verklaring van voorlopige toepassing en van de inwerkingtreding van dit Protocol.

BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 18

Als gebruikt in dit Protocol betekent:

DONE in Vienna, on 4 December 2025, in duplicate, in the English language.

For the Kingdom of the Netherlands,

DAVID MARTIJN VAN WEEL

For the International Atomic Energy Agency,

RAFAEL MARIANO GROSSI

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)