Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek India inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Type Verdrag
Publication 2026-05-15
Laatst bijgewerkt 2026-07-21
State In force
Source BWB
artikelen 25
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Republiek India, hierna te noemen de “verdragsluitende partijen”,

Overwegend het belang van een juiste vaststelling van de douanerechten en van het waarborgen van een juiste handhaving door hun douaneadministraties van verboden, beperkingen en controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen;

Overwegend dat inbreuken op de douanewetgeving schadelijk zijn voor de economische, fiscale, sociale en culturele belangen en de belangen op het gebied van milieu, volksgezondheid, openbare orde en handel van de verdragsluitende partijen;

Overwegend dat de illegale grensoverschrijdende handel in wapens, explosieven, chemische, biologische en nucleaire stoffen, bedreigde dier- en plantensoorten, gevaarlijke stoffen alsmede in verdovende middelen, psychotrope stoffen en precursoren een gevaar voor de samenleving vormt;

Erkennend de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van hun douanewetgeving;

Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door middel van nauwe samenwerking tussen hun douaneadministraties op basis van wederzijds overeengekomen wettelijke bepalingen;

Gelet op de relevante internationale verdragen en aanbevelingen van de Werelddouaneorganisatie waarin wederzijdse administratieve bijstand tussen douaneadministraties wordt aangemoedigd en de relevante artikelen van de Overeenkomst inzake handelsfacilitatie van de Wereldhandelsorganisatie;

Gelet op het brede scala aan internationale overeenkomsten die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

HOOFDSTUK II. REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG

Artikel 2. Reikwijdte van het Verdrag

1.

De verdragsluitende partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties administratieve bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, teneinde de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen en hun risicomanagementsystemen te verbeteren.

2.

Alle bijstand uit hoofde van dit Verdrag door een verdragsluitende partij wordt verleend in overeenstemming met haar wettelijke en administratieve bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van haar douaneadministratie.

3.

Dit Verdrag laat onverlet de verplichtingen van het Koninkrijk der Nederlanden ingevolge de wetgeving van de Europese Unie inzake zijn huidige en toekomstige verplichtingen als lidstaat van de Europese Unie en alle wetgeving die is vastgesteld om die verplichtingen na te komen, alsmede zijn huidige en toekomstige verplichtingen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten tussen de lidstaten van de Europese Unie.

4.

Dit Verdrag heeft betrekking op de wederzijdse administratieve bijstand tussen de verdragsluitende partijen en is niet bedoeld van invloed te zijn op wederzijdse rechtshulpverdragen tussen hen. Indien wederzijdse bijstand moet worden verleend door andere autoriteiten van de aangezochte partij zal de aangezochte administratie deze autoriteiten en waar bekend het desbetreffende verdrag dat of de desbetreffende regeling die van toepassing is, vermelden.

5.

Personen kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen de uitvoering van een verzoek om bijstand te doen beletten.

HOOFDSTUK III. INFORMATIE

Artikel 3. Informatie voor de toepassing en handhaving van de douanewetgeving

1.

De douaneadministraties verstrekken elkaar, op verzoek of uit eigen beweging, informatie ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen. Deze informatie kan betrekking hebben op:

2.

Op verzoek verstrekt de aangezochte administratie de verzoekende administratie alle beschikbare informatie die betrekking heeft op gevallen waarin de laatste reden heeft te twijfelen aan de informatie verstrekt door de betreffende persoon in een zaak die verband houdt met de toepassing van de douanewetgeving.

Artikel 4. Informatie met betrekking tot inbreuken op de douanewetgeving

1.

De douaneadministratie van een verdragsluitende partij verstrekt, op verzoek of uit eigen beweging, informatie aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij over voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten die een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij lijken te vormen.

2.

In gevallen die aanzienlijke schade voor de economie, volksgezondheid, openbare orde, met inbegrip van de veiligheid van de internationale logistieke keten, of voor andere vitale belangen van een verdragsluitende partij met zich kunnen meebrengen, verstrekt de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij, waar mogelijk, uit eigen beweging en onverwijld zulke informatie.

Artikel 5. Informatie over de rechtmatigheid van de invoer of uitvoer van goederen

Op verzoek stelt de aangezochte administratie de verzoekende administratie op de hoogte van:

Artikel 6. Automatisch verstrekken van informatie

De douaneadministraties kunnen elkaar, door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 19 van dit Verdrag, automatisch informatie die onder dit Verdrag valt verstrekken.

Artikel 7. Vooraf verstrekken van informatie

De douaneadministraties kunnen elkaar, door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 19 van dit Verdrag, specifieke informatie verstrekken voorafgaand aan de aankomst van zendingen op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij.

HOOFDSTUK IV. BIJZONDERE VORMEN VAN BIJSTAND

Artikel 8. Toezicht en informatie

1.

Op verzoek neemt de aangezochte administratie de noodzakelijke stappen om toezicht te houden op en informatie te verstrekken over:

2.

De douaneadministratie van een verdragsluitende partij kan dergelijk toezicht houden en uit eigen beweging dergelijke informatie aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij verstrekken indien zij redenen heeft om aan te nemen dat voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij lijken te vormen.

Artikel 9. Deskundigen en getuigen

De aangezochte administratie kan, op verzoek, functionarissen machtigen ter zake van de uitvoering van de douanewetgeving als deskundige of getuige te verschijnen voor een rechtscollege op het grondgebied van de verzoekende partij.

Artikel 10. Technische samenwerking

1.

De douaneadministraties van de verdragsluitende partijen kunnen met elkaar samenwerken bij onder andere de volgende zaken:

2.

Niettegenstaande het eerste lid van dit artikel stelt de aangezochte administratie, indien zij niet in staat is de verzochte bijstand aan de verzoekende administratie te verlenen, de verzoekende administratie in kennis van de redenen voor deze onmogelijkheid.

HOOFDSTUK V. TOEZENDING VAN VERZOEKEN

Artikel 11. Toezending van verzoeken

1.

Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden rechtstreeks aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij gericht.

2.

Verzoeken worden schriftelijk of elektronisch gedaan en gaan vergezeld van alle informatie die voor de inwilliging van het verzoek nuttig wordt geacht. De aangezochte administratie kan schriftelijke bevestiging van elektronische verzoeken verlangen. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken mondeling worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden zo spoedig mogelijk hetzij schriftelijk, hetzij, indien beide douaneadministraties daarmee instemmen, elektronisch bevestigd.

3.

Verzoeken worden gedaan in de Engelse taal. Alle niet-Engelstalige documenten die bij de verzoeken worden gevoegd worden, voor zover nodig, in het Engels vertaald.

4.

Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel bevatten de volgende gegevens:

5.

Wanneer de verzoekende administratie verlangt dat een bepaalde procedure of methode gevolgd wordt, zal de aangezochte administratie aan een dergelijk verzoek voldoen met inachtneming van haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen.

6.

Om originele documenten wordt slechts verzocht in gevallen waarin niet met afschriften kan worden volstaan en deze wordt zo spoedig mogelijk teruggezonden. De rechten van de aangezochte administratie of van derden ter zake blijven onverlet.

HOOFDSTUK VI. UITVOERING VAN VERZOEKEN

Artikel 12. Vergaren van informatie

1.

Indien de aangezochte administratie niet over de gevraagde informatie beschikt, stelt zij een onderzoek in om die informatie te vergaren.

2.

Elk onderzoek ingevolge het eerste lid van dit artikel kan mede het vastleggen van verklaringen omvatten van personen van wie informatie wordt verlangd in verband met een inbreuk op de douanewetgeving en van betrokken getuigen en deskundigen, voor zover toegestaan door de nationale wetgeving van de aangezochte partij.

3.

Indien de aangezochte administratie niet de bevoegde autoriteit is om een onderzoek in te stellen om de verzochte informatie te vergaren, kan zij, naast het aanwijzen van de bevoegde autoriteit, het verzoek aan die autoriteit doorzenden.

Artikel 13. Aanwezigheid van functionarissen op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij

Door de verzoekende administratie aangewezen functionarissen kunnen, met instemming van de aangezochte administratie en onder voorwaarden die laatstgenoemde hieraan kan verbinden, ten behoeve van onderzoek naar een inbreuk op de douanewetgeving, op verzoek:

Artikel 14. Aanwezigheid van functionarissen van de verzoekende verdragsluitende partij op uitnodiging van de aangezochte administratie

Indien de aangezochte administratie het wenselijk acht dat functionarissen van de verzoekende partij aanwezig zijn wanneer, overeenkomstig een verzoek, bijstandsmaatregelen worden uitgevoerd, kan zij de verzoekende partij uitnodigen daartoe functionarissen ter beschikking te stellen, met inachtneming van alle door haar daaraan verbonden voorwaarden.

Artikel 15. Bepalingen ten aanzien van bezoekende functionarissen

1.

Indien functionarissen van de ene verdragsluitende partij aanwezig zijn op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij uit hoofde van dit Verdrag, dienen zij te allen tijde in staat te zijn hun identiteit en officiële hoedanigheid aan te tonen.

2.

Functionarissen van de ene verdragsluitende partij genieten, gedurende hun verblijf uit hoofde van dit Verdrag op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij, de bescherming die wordt toegekend aan douaneambtenaren van de andere verdragsluitende partij voor zover dit uit hoofde van de wettelijke en administratieve bepalingen van die verdragsluitende partij mogelijk is en zij zijn verantwoordelijk voor de strafbare feiten die zij eventueel begaan.

HOOFDSTUK VII. GEBRUIK, VERTROUWELIJKHEID EN BESCHERMING VAN INFORMATIE

Artikel 16. Gebruik van informatie, vertrouwelijkheid en bescherming van informatie

1.

Alle informatie of documenten die uit hoofde van dit Verdrag zijn ontvangen, mogen worden gebruikt in administratieve en gerechtelijke procedures die binnen het toepassingsgebied van dit Verdrag vallen.

2.

Niettegenstaande het eerste lid van dit artikel kan de douaneadministratie die de informatie heeft verstrekt, op verzoek, haar goedkeuring hechten aan het gebruik ervan door andere autoriteiten of voor andere doeleinden, met inachtneming van alle door haar daaraan verbonden voorwaarden. Dergelijk gebruik dient in overeenstemming te zijn met de wettelijke en administratieve bepalingen van de verdragsluitende partij die de informatie wil gebruiken. Het gebruik van informatie voor andere doeleinden omvat het gebruik bij strafrechtelijk onderzoek, strafrechtelijke vervolging of strafrechtelijke procedures.

3.

Op uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie is ten minste hetzelfde vertrouwelijkheids- en beschermingsniveau van toepassing als op soortgelijke informatie van toepassing is krachtens de nationale wettelijke en administratieve bepalingen van de verdragsluitende partij waar zij wordt ontvangen.

4.

Op uit hoofde van dit Verdrag uitgewisselde persoonsgegevens is een beschermingsniveau van toepassing dat ten minste gelijk is aan het beschermingsniveau voor persoonsgegevens dat gehanteerd wordt in de nationale wettelijke of administratieve bepalingen van de verdragsluitende partij wier douaneadministratie deze persoonsgegevens heeft verstrekt.

5.

De verdragsluitende partijen verschaffen elkaar alle wetgeving die van belang is voor dit artikel. Persoonsgegevens worden pas uitgewisseld nadat de wetgeving is ontvangen. Wanneer de wetgeving wordt gewijzigd stellen beide partijen elkaar onverwijld in kennis van de wijzigingen.

6.

De uitwisseling van persoonsgegevens uit hoofde van dit Verdrag geschiedt in overeenstemming met de wettelijke en administratieve bepalingen van beide verdragsluitende partijen en is onderworpen aan het volgende:

HOOFDSTUK VIII. WEIGERINGSGRONDEN

Artikel 17. Weigeringsgronden

1.

Indien de bijstand waar uit hoofde van dit Verdrag om wordt verzocht een inbreuk zou kunnen vormen op de soevereiniteit, de veiligheid, de openbare orde of een ander wezenlijk nationaal belang van de aangezochte partij, of rechtmatige handels- of beroepsbelangen zou kunnen schaden, kan deze bijstand door die verdragsluitende partij worden geweigerd of worden verstrekt onder de voorwaarden die zij kan stellen.

2.

Indien de verzoekende administratie niet in staat zou zijn een soortgelijk verzoek van de aangezochte administratie in te willigen, wijst zij daarop in haar verzoek. Inwilliging van een dergelijk verzoek wordt overgelaten aan het oordeel van de aangezochte administratie.

3.

De bijstand kan worden uitgesteld indien er gronden zijn om aan te nemen dat een lopend onderzoek of een lopende vervolging of procedure hiermee wordt doorkruist. In een dergelijk geval pleegt de aangezochte administratie overleg met de verzoekende administratie om te bepalen of de bijstand kan worden verleend onder de voorwaarden die de aangezochte administratie verlangt.

4.

Indien de aangezochte administratie van mening is dat de inspanningen die moeten worden verricht om aan een verzoek te voldoen duidelijk niet in verhouding staan tot het beoogde nut voor de verzoekende administratie, kan zij de gevraagde bijstand weigeren.

5.

De aangezochte administratie die de bijstand weigert of uitstelt, stelt de verzoekende administratie daarvan onverwijld in kennis. De weigering of het uitstel wordt met redenen omkleed.

HOOFDSTUK IX. KOSTEN

Artikel 18. Kosten

1.

Behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel zien de verdragsluitende partijen af van alle vorderingen tot vergoeding van ter uitvoering van dit Verdrag gemaakte kosten.

2.

Bedragen en vergoedingen betaald aan deskundigen en getuigen, alsook de kosten van vertalers en tolken die niet in dienst zijn van de regering, worden gedragen door de verzoekende partij.

3.

Indien met de uitvoering van het verzoek aanmerkelijke kosten of kosten van buitengewone aard zullen zijn gemoeid, plegen de verdragsluitende partijen overleg om de voorwaarden te bepalen waaronder het verzoek zal worden uitgevoerd, alsmede de wijze waarop de kosten worden gedragen.

HOOFDSTUK X. UITVOERING EN TOEPASSING VAN HET VERDRAG

Artikel 19. Uitvoering en toepassing van het Verdrag

De verdragsluitende partijen zijn, via hun douaneadministraties, verantwoordelijk voor de uitvoering van het Verdrag. Zij zullen, onder andere:

Artikel 20. Gezamenlijk Comité voor douanesamenwerking

1.

Gestreefd wordt naar de oprichting van een Gezamenlijk Comité voor douanesamenwerking, bestaande uit een gelijk aantal functionarissen van en voorgedragen door de verdragsluitende partijen. Het comité komt bijeen op een plaats en tijd en met een agenda die vooraf door de verdragsluitende partijen gezamenlijk overeen kan worden gekomen.

2.

Het Gezamenlijk Comité voor douanesamenwerking houdt zich onder andere bezig met:

3.

Het Gezamenlijk Comité voor douanesamenwerking stelt zijn eigen reglement van orde vast.

HOOFDSTUK XI. TERRITORIALE TOEPASSING

Artikel 21. Territoriale toepassing

1.

Wat de Republiek India betreft, is dit Verdrag van toepassing op haar grondgebied.

2.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag van toepassing op:

3.

Niettegenstaande het tweede lid van dit artikel is, wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, het derde lid van artikel 2 uitsluitend van toepassing op zijn grondgebied in Europa.

HOOFDSTUK XII. REGELING VAN GESCHILLEN

Artikel 22. Regeling van geschillen

1.

De douaneadministraties streven ernaar geschillen of andere problemen betreffende de interpretatie of toepassing van dit Verdrag in onderlinge overeenstemming op te lossen.

2.

Geschillen of problemen waarvoor geen oplossing wordt gevonden, worden door de verdragsluitende partijen langs diplomatieke weg geregeld.

HOOFDSTUK XIII. SLOTBEPALINGEN

Artikel 23. Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop beide verdragsluitende partijen elkaar er langs diplomatieke weg schriftelijk van in kennis hebben gesteld dat hun respectieve grondwettelijke of nationale vereisten voor de inwerkingtreding van dit Verdrag zijn voltooid.

Artikel 24. Herziening en wijzigingen

1.

Op verzoek komen de verdragsluitende partijen bijeen om dit Verdrag te herzien.

2.

Wijzigingen of aanpassingen van dit Verdrag worden gedaan met wederzijdse schriftelijke instemming van de verdragsluitende partijen en treden in werking in overeenstemming met de bepalingen van artikel 23.

Artikel 25. Duur en beëindiging

1.

Dit Verdrag blijft voor onbepaalde tijd van kracht. Elk van beide verdragsluitende partijen kan het ten aanzien van het gehele Koninkrijk der Nederlanden of ten aanzien van elk afzonderlijk deel van het Koninkrijk der Nederlanden te allen tijde bij kennisgeving langs diplomatieke weg beëindigen.

2.

Dit Verdrag eindigt drie maanden na de datum van ontvangst van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde kennisgeving door de andere verdragsluitende partij. Lopende verzoeken om bijstand op het tijdstip van beëindiging worden echter voortgezet in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE at The Hague on the 15th day of May 2026, in duplicate, in the English language only.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

NOOR SANDERS

For the Government of the Republic of India,

KUMAR TUHIN

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)