Wet van 1 juli 1909, houdende bepalingen ter voorkoming van scheepsrampen, tot het instellen van een onderzoek omtrent voorgekomen scheepsrampen en omtrent maatregelen van tucht ten opzichte van kapiteins, stuurlieden of machinisten

Type Rijkswet
Publication 2026-07-01
Laatst bijgewerkt 2026-07-07
State In force
Source BWB
artikelen 121
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

Gedragingen in strijd met het bepaalde in de artikelen 9, derde lid, 9a, eerste lid, en 17a, eerste en tweede lid, en 52, eerste en derde lid, zijn misdrijven voor zover zij opzettelijk zijn begaan en overigens overtredingen. Gedragingen in strijd met de artikelen 52, tweede lid, 54 en 55 zijn misdrijven. Gedragingen in strijd met de overige in het eerste lid genoemde artikelen zijn overtredingen.

3.

Niet strafbaar is hij die aan de in artikel 53 vermelde aanvraag geen gevolg geeft, omdat hij het bedoelde document nog niet heeft kunnen verkrijgen.

Artikel 57

1.

De in artikel 56, tweede lid, bedoelde misdrijven worden, behoudens de gedragingen in strijd met artikel 55, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van ten hoogste de vierde boetecategorie.

2.

Gedragingen in strijd met artikel 55, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van ten hoogste de vierde boetecategorie.

3.

De in artikel 56, tweede lid, bedoelde overtredingen worden, behoudens de gedragingen in strijd met artikel 39, eerste lid, gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of een geldboete van ten hoogste de derde boetecategorie.

4.

Gedragingen in strijd met artikel 39, eerste lid, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van ten hoogste de derde boetecategorie.

Artikel 58

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur wordt, voor zover die overtreding uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangemerkt, gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of een geldboete van ten hoogste de derde boetecategorie.

Artikel 59

1.

Door of namens het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan een bestuurlijke boete worden opgelegd aan een eigenaar die handelt in strijd met de bij of krachtens artikel 9a gestelde verplichtingen of de in artikelen 53 en 55 gestelde verboden.

2.

De bestuurlijke boete voor een gedraging van de eigenaar in strijd met bij of krachtens artikel 9a gestelde verplichtingen voor zover deze niet opzettelijk is begaan, of in strijd met artikel 53 ten hoogste kan worden opgelegd, komt overeen met de boete van de derde boetecategorie.

3.

De bestuurlijke boete voor een gedraging van de eigenaar in strijd met bij of krachtens artikel 9a gestelde verplichtingen voor zover deze opzettelijk is begaan of in strijd met artikel 55 ten hoogste kan worden opgelegd, komt overeen met de boete van de vierde boetecategorie.

Artikel 60

Vervallen

Artikel 61

Vervallen

§ 3. Algemeene bepalingen

Artikel 62

Indien de eigendom van een schip behoort aan een rechtspersoon, worden voor toepassing van artikel 55 als eigenaren aangemerkt alle leden van het bestuur, die het strafbare feit hebben gepleegd.

Artikel 63

1.

Met de opsporing van de bij of krachtens deze rijkswet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en de overeenkomstige wetsbepalingen van Aruba, Curaçao of Sint Maarten en van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, belast de ambtenaren met de in- of uitklaring belast, de Nederlandse consulaire ambtenaren en de ambtenaren die daartoe door de overheid in Aruba, Curaçao of Sint Maarten worden aangewezen, alsmede de ambtenaren van de Scheepvaartinspectie.

2.

De door eenen Nederlandschen consulairen ambtenaar of eenen, in het vorige lid bedoelden, ambtenaar in Aruba, Curaçao of Sint Maarten opgemaakte processen-verbaal gelden als wettig bewijsmiddel der door hen geconstateerde daarin omschreven strafbare feiten, mits zij bevestigd worden door zijnen daarin opgenomen schriftelijken eed (belofte).

3.

De in het eerste lid van dit artikel bedoelde ambtenaren zijn te allen tijde bevoegd om al datgene, wat dienen kan tot het bewijs van het strafbaar gestelde feit, in beslag te nemen en de uitlevering daarvan, ter inbeslagneming, te vorderen.

4.

Bij het opsporen van een bij deze rijkswet strafbaar gesteld feit hebben de in het eerste lid bedoelde ambtenaren toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

Artikel 64

Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze rijkswet en daarbij de beschikkinjg krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

Artikel 65

De bij en krachtens deze rijkswet gestelde strafbepalingen zijn toepasselijk op ieder, die zich hetzij binnen, hetzij buiten het rijk in Europa schuldig maakt aan eenig bij of krachtens deze rijkswet strafbaar gesteld feit.

Artikel 66

Ingeval bij of krachtens deze wet wordt verwezen naar in het kader van een internationale of regionale organisatie tot stand gekomen besluiten die betrekking hebben op de bescherming van mensenlevens op zee, of een besluit dat als daarmee gelijkwaardig is aangemeld, kan overtreding van deze besluiten ook als strafbaar feit worden aangemerkt, indien deze besluiten in de Engelse taal zijn gesteld en bekend gemaakt.

Artikel 66bis

Vervallen

Artikel 66ter

Vervallen

Hoofdstuk VII. Slotbepalingen

Artikel 67

1.

Op een schip van vreemde nationaliteit waarmede vanuit een haven in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba een reis zal worden ondernomen, en dat niet ingevolge de artikelen 2 of 2bis onder de bepalingen van deze rijkswet valt, zijn de in het tweede en derde lid genoemde bepalingen op een naar het oordeel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie overeenkomstige wijze van toepassing indien:

  • a. ten aanzien van de onderwerpen genoemd in het tweede lid, in het land waartoe het schip door zijn nationaliteit behoort, geen bepalingen van kracht zijn, dan wel bepalingen van kracht zijn die naar het oordeel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie in onvoldoende mate een overeenkomstige strekking en draagwijdte hebben als de hier te lande geldende wettelijke bepalingen, ofwel
  • b. in het land waartoe het schip door zijn nationaliteit behoort wel voldoende bepalingen van kracht zijn en deze bepalingen aldaar ook op Nederlandse schepen worden toegepast, ofwel
  • c. in het land waartoe het schip door zijn nationaliteit behoort wel voldoende bepalingen van kracht zijn doch het schip niet aan die bepalingen voldoet.
  • a. De in aanhef van het vorige lid bedoelde bepalingen betreffen de bij of krachtens deze rijkswet uitgevaardigde voorschriften ten aanzien van de uitwatering, de constructie, de redding- en veiligheidsmiddelen, de radio-inrichtingen, de hulpmiddelen bij de navigatie en de hulpmiddelen ter voorkoming van aanvaringen, de minimum bemanningssterkte, het vervoer van passagiers, het vervoer van lading en het beladen, het stuwen en ballasten.
  • b. onder constructie wordt mede verstaan de waterdichte indeling en de stabiliteit, de werktuigen en electrische installaties, de brandbescherming, de brandontdekkings- en de brandbestrijdingsmiddelen.
3.

Op een schip als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing het bepaalde in:

4.

Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen bij of krachtens deze rijkswet uitgevaardigde bepalingen, andere dan in het tweede of derde lid genoemd, van toepassing worden verklaard op een schip als bedoeld in het eerste lid.

5.

Een algemene maatregel van rijksbestuur, als bedoeld in het vierde lid, vervalt, indien deze niet binnen een jaar na afkondiging bij rijkswet is bekrachtigd. Wanneer een voorstel van zodanige rijkswet binnen het jaar bij de Staten-Generaal is aanhangig gemaakt, kan door Ons deze termijn eenmaal met zes maanden worden verlengd.

Artikel 68

Wanneer een schip krachtens het bepaalde in het vorige artikel is aangehouden, wordt van de aanhouding en van de opheffing daarvan ook ten spoedigste kennis gegeven aan den dichtstbij gevestigden consulairen ambtenaar van het land, waartoe het schip door zijne nationaliteit behoort.

Artikel 69

1.

Onafhankelijk van het bepaalde in artikel 67 is een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie gerechtigd tot aanhouding van een schip van vreemde nationaliteit dat niet ingevolge de artikelen 2 of 2bis onder de bepalingen van deze rijkswet valt, indien dit schip:

  • a. vanuit een haven in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba een reis zal ondernemen, en
  • b. tengevolge van de ondeugdelijke toestand van de romp, de werktuigen, de inrichting of de uitrusting, of ten gevolge van een ondoelmatige belading dan wel een onvoldoende bemand zijn, een gevaar voor de opvarenden oplevert.
2.

Op een schip als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing het bepaalde in:

3.

De consulaire ambtenaar is bevoegd iemand aan te wijzen om met den ambtenaar de zaak te onderzoeken.

4.

Deelt deze persoon de ongunstige meening van den ambtenaar, dan wordt de aanhouding van het schip niet opgeheven, totdat zulks op grond van artikel 16, vijfde lid, dient te geschieden.

5.

Deelt deze persoon de ongunstige mening van de ambtenaar niet, dan kan tegen de aanhouding beroep worden ingesteld, overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk II, § 4.

6.

In het Europese deel van Nederland en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid bedoelde bevoegdheid.

Artikel 69a

De toepasselijkheid van de artikelen 67 tot en met 69 op schepen van vreemde nationaliteit die in eigendom of in dienst zijn van een staat, en die worden gebruikt voor andere dan handelsdoeleinden, wordt beperkt door de regels van het volkenrecht.

Artikel 70

1.

Indien een schip dat is gerechtigd de vlag van het Koninkrijk te voeren, dat krachtens artikel 2 van de toepassing van deze rijkswet is uitgezonderd, door eene scheepsramp wordt getroffen, wordt naar de oorzaken daarvan een onderzoek ingesteld. Deze bepaling is mede van toepassing op vaartuigen in openbare dienst van het Rijk, geene zeeschepen zijnde, en op schepen van vreemde nationaliteit, indien de scheepsramp heeft plaats gehad op of in de nabijheid van de kusten en zeegaten, dan wel in of in de nabijheid van havens van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

2.

Bij een onderzoek, als in het eerste lid bedoeld, worden de bepalingen van Hoofdstuk IV in acht genomen, met uitzondering van die, vervat in de artikelen 34 tot en met 41.

Artikel 71

Vervallen

Artikel 72

1.

Onze Minister stelt de tarieven vast voor de vergoedingen, verschuldigd door degenen ten behoeve van wie werkzaamheden of diensten door de ambtenaren van het betrokken land van het Koninkrijk zijn verricht.

2.

Een tariefregeling wordt bekendgemaakt in de Staatscourant, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten.

Artikel 73

Vervallen

Artikel 74

Vervallen

Artikel 75

Deze rijkswet kan worden aangehaald onder den titel "Schepenwet".

Artikel 76

Vervallen

Artikel 77

1.

Deze wet treedt in werking op een nader door Ons te bepalen tijdstip , met uitzondering van het bepaalde in de artikelen 3 en 4.

2.

Later wordt het tijdstip van in werking treden van de artikelen 3 en 4 eveneens door Ons vastgesteld.

3.

De wet wordt met betrekking tot het schip, dat zich op laatstbedoeld tijdstip buitengaats bevindt, eerst van toepassing na verloop van zes maanden of zooveel vroeger, als dit schip eene haven in Nederland binnenloopt.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 9a

1.

De eigenaar zorgt ervoor dat voldoende middelen en voldoende ondersteuning vanaf de wal beschikbaar zijn om de kapitein op diens schip in staat te stellen te voldoen aan hetgeen is gesteld bij of krachtens deze wet.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen, onder meer ter uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties, nadere regels worden gesteld met betrekking tot verplichtingen, verantwoordelijkheden of voorschriften aangaande de bedrijfsvoering op schepen.

§ 2. Toezicht

Artikel 12a

1.

Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan een onderzoek instellen naar voorvallen van betekenis, overkomen aan schepen, teneinde na te gaan of hieruit lessen kunnen worden getrokken of dat het wenselijk is regels te stellen ter voorkoming van voorvallen.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de wijze waarop een onderzoek naar een in het eerste lid bedoeld voorval wordt ingesteld.

Artikel 17a

1.

De kapitein van een aangehouden schip is verplicht zijn schip na de aanhouding ligplaats te doen nemen op de door een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie in overeenstemming met de havenbeheerder aan te wijzen plaats.

2.

Zolang de aanhouding voortduurt, is het de kapitein verboden het schip te doen verplaatsen zonder voorafgaande toestemming van een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie.

3.

In verband met de veiligheid van een aangehouden schip of de haven kan een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie op verzoek van de havenbeheerder toestemming verlenen om een aangehouden schip tijdelijk naar een locatie buiten de haven te verplaatsen, onder voorwaarde dat de kapitein van het aangehouden schip radiocontact behoudt met de havenbeheerder.

4.

Zonder deze toestemming weigeren alle betrokken ambtenaren hun medewerking bij het verplaatsen en het in- of uitklaren van het schip.

5.

Indien een schip in een buitenlandse haven door een bevoegde autoriteit is aangehouden ingevolge de bepalingen van het SOLAS-verdrag of een ander bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen verdrag of besluit van volkenrechtelijke organisatie ter uitvoering waarvan krachtens deze wet regels worden gesteld, is het de kapitein verboden met dat schip de haven te verlaten.

Artikel 17b

De ambtenaren van de Scheepvaartinspectie zijn bevoegd ter uitvoering en handhaving van de aanhouding de nodige maatregelen te nemen en de nodige aanwijzingen te geven.

Artikel 17c

1.

Een ambtenaar van de Scheepvaartinspectie heft de aanhouding, niet zijnde een aanhouding als bedoeld in artikel 17a, vijfde lid, op indien:

  • c. de eigenaar de vergoeding voor de mogelijk op grond van artikel 72 verschuldigde kosten heeft voldaan of ten genoegen van Onze Minister voldoende zekerheid heeft gesteld voor de vergoeding voor deze kosten.
2.

Op de opheffing van een aanhouding is artikel 17 van overeenkomstige toepassing.

§ 3. Beroep

Hoofdstuk III. De Raad voor de Scheepvaart en de Commissies van Onderzoek in Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Hoofdstuk III A. De veiligheidscommissies

§ 2. De veiligheidscommissie aan boord van schepen

Hoofdstuk IV. Onderzoek van scheepsrampen

§ 1. Het onderzoek

§ 2. Ongeschiktheid van kapiteins of officieren

§ 3. Algemeene bepalingen

Hoofdstuk VI. Verplichtingen en strafbepalingen

§ 1. Gebods- en verbodsbepalingen

§ 2. Strafbare feiten

§ 3. Algemeene bepalingen

Artikel 66a

Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen ter uitvoering van een internationale of regionale organisatie tot stand gekomen besluiten of een besluit dat als daarmee gelijkwaardig is aangemeld nadere regels worden gesteld met betrekking tot de bij of krachtens deze rijkswet geregelde onderwerpen die betrekking hebben op:

  • a. de bescherming van mensenlevens op zee, die op één of meerdere landen binnen het Koninkrijk van toepassing zijn;
  • b. de veiligheid van de navigatie.

Artikel 66bis

Vervallen

Hoofdstuk VII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)