Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 12 mei 1928, tot vaststelling van bepalingen betreffende het opium en andere verdoovende middelen
46 versions
· 2026-01-28
2026-01-28
Opiumwet — arts. 3, 4, 5 y 3 más
2026-01-01
Opiumwet — arts. 2, 2, 3 y 16 más
2025-07-01
Opiumwet — arts. 2, 2, 2 y 18 más
2024-04-16
Opiumwet — art. 3
2023-09-12
Opiumwet — art. 3
2023-01-01
Opiumwet — art. 3
2022-07-01
Opiumwet
2021-10-28
Opiumwet — art. 3
2021-07-01
Opiumwet — art. 3
2020-11-17
Opiumwet — art. 3
2020-01-01
Opiumwet — art. 3
2019-07-19
Opiumwet — art. 3
2019-04-02
Opiumwet
2019-01-01
Opiumwet — art. 3
2018-10-24
Opiumwet — art. 3
2018-08-01
Opiumwet — art. 3
2018-04-27
Opiumwet — art. 3
2017-05-25
Opiumwet — art. 3
2016-08-01
Opiumwet
2016-05-01
Opiumwet — art. 3
2016-01-01
Opiumwet — art. 3
2015-07-01
Opiumwet — art. 3
2015-03-01
Opiumwet
2013-07-01
Opiumwet — art. 3
2013-06-15
Opiumwet — art. 3
2013-01-05
Opiumwet — art. 3
2012-06-15
Opiumwet — art. 3
2012-05-09
Opiumwet — art. 3
2010-05-29
Opiumwet
2009-09-23
Opiumwet — art. 3
2009-07-01
Opiumwet — art. 3
2008-12-01
Opiumwet — art. 3
2008-08-01
Opiumwet — art. 3
2007-11-01
Opiumwet — art. 3
2007-07-01
Opiumwet — art. 3
2007-01-01
Opiumwet — art. 3
2006-07-01
Opiumwet
2004-12-17
Opiumwet — art. 3
2004-05-01
Opiumwet — art. 3
2003-08-10
Opiumwet — art. 3
2003-06-01
Opiumwet — art. 3
2003-03-17
Opiumwet
2002-10-01
Opiumwet — art. 4
2002-07-13
Opiumwet — arts. 2, 2, 2 y 21 más
Wijzigingen op 2002-07-13
@@ -26,9 +26,9 @@
3. Voor de toepassing van deze wet wordt onder vervaardigen begrepen raffineren en omzetten.
4. Onder binnen het grondgebied van Nederland brengen van middelen, bedoeld in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01), is begrepen: het binnen het grondgebied van Nederland brengen van de voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen zijn en elke op het verder vervoer, de opslag, de aflevering, ontvangst of overdracht gerichte handeling, met betrekking tot die middelen, die binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht, of tot de voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen zijn.
5. Onder buiten het grondgebied van Nederland brengen van middelen, bedoeld in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01), is begrepen: het buiten het grondgebied van Nederland brengen van de voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen zijn en het met bestemming naar het buitenland vervoeren, ten vervoer aannemen of ten vervoer aanbieden, het ten uitvoer dan wel ten wederuitvoer aangeven, daaronder begrepen het in kennis stellen van de wederuitvoer, in de zin van [verordening (EEG) nr. 2913/92](31992R2913) van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (**PbEG** L 302) of het in, op of aan een naar het buitenland bestemd vaar-, voer- of luchtvaartuig aanwezig hebben van die middelen, of van die voorwerpen of goederen.
4. Onder binnen het grondgebied van Nederland brengen van middelen, bedoeld in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13), is begrepen: het binnen het grondgebied van Nederland brengen van de voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen zijn en elke op het verder vervoer, de opslag, de aflevering, ontvangst of overdracht gerichte handeling, met betrekking tot die middelen, die binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht, of tot de voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen zijn.
5. Onder buiten het grondgebied van Nederland brengen van middelen, bedoeld in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13), is begrepen: het buiten het grondgebied van Nederland brengen van de voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen zijn en het met bestemming naar het buitenland vervoeren, ten vervoer aannemen of ten vervoer aanbieden, het ten uitvoer dan wel ten wederuitvoer aangeven, daaronder begrepen het in kennis stellen van de wederuitvoer, in de zin van [verordening (EEG) nr. 2913/92](31992R2913) van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (**PbEG** L 302) of het in, op of aan een naar het buitenland bestemd vaar-, voer- of luchtvaartuig aanwezig hebben van die middelen, of van die voorwerpen of goederen.
##### Artikel 2
@@ -70,61 +70,61 @@
##### Artikel 3a
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen middelen en toepassingen worden aangewezen, waarvoor de in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01) omschreven verboden geheel of ten dele niet gelden.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot de in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01) bedoelde middelen voorschriften worden gegeven om naleving van de bepalingen van het Enkelvoudig Verdrag en van het Psychotrope Stoffen Verdrag te verzekeren of om misbruik van die middelen te voorkomen.
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen middelen en toepassingen worden aangewezen, waarvoor de in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13) omschreven verboden geheel of ten dele niet gelden.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot de in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13) bedoelde middelen voorschriften worden gegeven om naleving van de bepalingen van het Enkelvoudig Verdrag en van het Psychotrope Stoffen Verdrag te verzekeren of om misbruik van die middelen te voorkomen.
##### Artikel 3b
1. Elke openbaarmaking, welke er kennelijk op is gericht de verkoop, aflevering of verstrekking van een middel als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01) of [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01) te bevorderen, is verboden.
1. Elke openbaarmaking, welke er kennelijk op is gericht de verkoop, aflevering of verstrekking van een middel als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13) of [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13) te bevorderen, is verboden.
2. Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet ter zake van openbaarmaking in het kader van medische of wetenschappelijke voorlichting.
##### Artikel 4
1. Het is verboden een middel als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01), of 3, voor te schrijven op recept, tenzij het middel daartoe, in het belang van de volksgezondheid, is aangewezen bij algemene maatregel van bestuur. Bij de maatregel kunnen voorschriften worden gesteld ter zake van het recept en het doel waarvoor een middel wordt voorgeschreven.
1. Het is verboden een middel als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13), of 3, voor te schrijven op recept, tenzij het middel daartoe, in het belang van de volksgezondheid, is aangewezen bij algemene maatregel van bestuur. Bij de maatregel kunnen voorschriften worden gesteld ter zake van het recept en het doel waarvoor een middel wordt voorgeschreven.
Een krachtens de eerste volzin vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst.
Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. In het belang van de volksgezondheid kan, in afwijking van de eerste volzin, bij ministeriële regeling een middel worden aangewezen dat mag worden voorgeschreven op recept, zolang het middel tevens is aangewezen krachtens [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01).
2. Het bestellen van enig middel, in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01) bedoeld, door houders van een verlof, bedoeld in het [eerste lid van artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=6&z=2002-03-01&g=2002-03-01), en door apothekers, apotheekhoudende artsen en dierenartsen, bedoeld in het [tweede lid van artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=6&z=2002-03-01&g=2002-03-01), mag slechts geschieden met inachtneming van nader door Onze Minister te geven voorschriften.
3. Het is verboden ter verkrijging van enig middel, in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01) bedoeld:
Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. In het belang van de volksgezondheid kan, in afwijking van de eerste volzin, bij ministeriële regeling een middel worden aangewezen dat mag worden voorgeschreven op recept, zolang het middel tevens is aangewezen krachtens [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13).
2. Het bestellen van enig middel, in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13) bedoeld, door houders van een verlof, bedoeld in het [eerste lid van artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=6&z=2002-07-13&g=2002-07-13), en door apothekers, apotheekhoudende artsen en dierenartsen, bedoeld in het [tweede lid van artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=6&z=2002-07-13&g=2002-07-13), mag slechts geschieden met inachtneming van nader door Onze Minister te geven voorschriften.
3. Het is verboden ter verkrijging van enig middel, in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13) bedoeld:
- a. een vals of vervalst recept aan te bieden;
- b. een recept aan te bieden, waarin een andere naam of een ander adres is vermeld dan de naam of het adres van degene te wiens behoeve het recept is voorgeschreven.
4. Het is een persoon ten aanzien van wie een in [artikel 6, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=6&z=2002-03-01&g=2002-03-01), bedoeld besluit geldt, verboden enig middel, in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01) bedoeld, voor te schrijven.
4. Het is een persoon ten aanzien van wie een in [artikel 6, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=6&z=2002-07-13&g=2002-07-13), bedoeld besluit geldt, verboden enig middel, in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13) bedoeld, voor te schrijven.
##### Artikel 5
1. Het verbod, gesteld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01), A, en het verbod, gesteld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01), A, is niet van toepassing in geval het brengen binnen of buiten het grondgebied van Nederland geschiedt met verlof van Onze Minister en met inachtneming van de door of vanwege Onze Minister te geven voorschriften. Deze voorschriften kunnen verschillen voor de onderscheidene middelen, in die artikelen bedoeld.
1. Het verbod, gesteld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13), A, en het verbod, gesteld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13), A, is niet van toepassing in geval het brengen binnen of buiten het grondgebied van Nederland geschiedt met verlof van Onze Minister en met inachtneming van de door of vanwege Onze Minister te geven voorschriften. Deze voorschriften kunnen verschillen voor de onderscheidene middelen, in die artikelen bedoeld.
2. Voor een in het eerste lid bedoeld verlof kan een vergoeding worden geheven volgens een tarief, overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen.
##### Artikel 6
1. Onverminderd de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorschriften ter zake van de aflevering van Opiumwetmiddelen op recept, is een verbod als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder B, C en D, en in [artikel 3, eerste lid, onder B, C en D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01), niet van toepassing voor zover Onze Minister schriftelijk verlof heeft gegeven tot het verrichten van een in die bepalingen bedoelde handeling. Voor een verlof kan een jaarlijkse vergoeding worden geheven volgens een tarief dat overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels wordt bepaald.
2. Een verbod als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder B en C, en in [artikel 3, eerste lid, onder B en C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01), is tevens niet van toepassing:
- a. ten aanzien van gevestigde apothekers en apotheekhoudende artsen, indien zij krachtens [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=4&z=2002-03-01&g=2002-03-01), aangewezen middelen voor geneeskundige doeleinden bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben en deze werkzaamheden geschieden binnen de normale beroepsuitoefening;
- b. ten aanzien van dierenartsen, indien zij krachtens [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=4&z=2002-03-01&g=2002-03-01), aangewezen middelen voor diergeneeskundige doeleinden verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben.
3. Onverlet de bij algemene maatregel van bestuur gegeven voorschriften, zijn de verboden, voor zoveel betreft het verstrekken en het vervoeren, gesteld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01), B, en in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01), B, en de verboden, gesteld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01), C, en in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01), C, mede niet van toepassing op bij vorenbedoelde maatregel aangewezen instellingen en op hen die aantonen dat zij de in dat artikel bedoelde middelen in de bevonden hoeveelheid tot uitoefening van de geneeskunst, de tandheelkunst, of van de diergeneeskunst dan wel voor eigen geneeskundig gebruik behoeven of krachtens wettelijk voorschrift in voorraad moeten hebben en langs wettige weg verkregen hebben.
4. De in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01) gestelde verboden met betrekking tot het vervoeren en het aanwezig hebben zijn mede niet van toepassing op hen die aantonen dat zij de middelen vervoeren in opdracht van een daartoe bevoegde.
5. Indien een persoon bevoegd tot het afleveren onderscheidenlijk tot het voorschrijven van de in de artikelen 2en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01) bedoelde middelen wegens het niet naleven van een krachtens dit artikel gegeven voorschrift bij herhaling is veroordeeld, kan Onze Minister, gehoord de door Ons aangewezen hoofdinspecteurs van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid, bepalen dat het tweede onderscheidenlijk derde lid voor die persoon niet meer geldt.
6. Een beschikking als bedoeld in het vijfde lid, geldt voor een termijn van ten hoogste vier jaren. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan degenen die bevoegd zijn tot afleveren van de in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01) bedoelde middelen.
1. Onverminderd de bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorschriften ter zake van de aflevering van Opiumwetmiddelen op recept, is een verbod als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder B, C en D, en in [artikel 3, eerste lid, onder B, C en D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13), niet van toepassing voor zover Onze Minister schriftelijk verlof heeft gegeven tot het verrichten van een in die bepalingen bedoelde handeling. Voor een verlof kan een jaarlijkse vergoeding worden geheven volgens een tarief dat overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels wordt bepaald.
2. Een verbod als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder B en C, en in [artikel 3, eerste lid, onder B en C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13), is tevens niet van toepassing:
- a. ten aanzien van gevestigde apothekers en apotheekhoudende artsen, indien zij krachtens [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=4&z=2002-07-13&g=2002-07-13), aangewezen middelen voor geneeskundige doeleinden bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben en deze werkzaamheden geschieden binnen de normale beroepsuitoefening;
- b. ten aanzien van dierenartsen, indien zij krachtens [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=4&z=2002-07-13&g=2002-07-13), aangewezen middelen voor diergeneeskundige doeleinden verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben.
3. Onverlet de bij algemene maatregel van bestuur gegeven voorschriften, zijn de verboden, voor zoveel betreft het verstrekken en het vervoeren, gesteld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13), B, en in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13), B, en de verboden, gesteld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13), C, en in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13), C, mede niet van toepassing op bij vorenbedoelde maatregel aangewezen instellingen en op hen die aantonen dat zij de in dat artikel bedoelde middelen in de bevonden hoeveelheid tot uitoefening van de geneeskunst, de tandheelkunst, of van de diergeneeskunst dan wel voor eigen geneeskundig gebruik behoeven of krachtens wettelijk voorschrift in voorraad moeten hebben en langs wettige weg verkregen hebben.
4. De in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13) gestelde verboden met betrekking tot het vervoeren en het aanwezig hebben zijn mede niet van toepassing op hen die aantonen dat zij de middelen vervoeren in opdracht van een daartoe bevoegde.
5. Indien een persoon bevoegd tot het afleveren onderscheidenlijk tot het voorschrijven van de in de artikelen 2en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13) bedoelde middelen wegens het niet naleven van een krachtens dit artikel gegeven voorschrift bij herhaling is veroordeeld, kan Onze Minister, gehoord de door Ons aangewezen hoofdinspecteurs van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid, bepalen dat het tweede onderscheidenlijk derde lid voor die persoon niet meer geldt.
6. Een beschikking als bedoeld in het vijfde lid, geldt voor een termijn van ten hoogste vier jaren. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan degenen die bevoegd zijn tot afleveren van de in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13) bedoelde middelen.
##### Artikel 7
1. Onze Minister kan een verlof als bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=6&z=2002-03-01&g=2002-03-01), slechts verlenen:
1. Onze Minister kan een verlof als bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=6&z=2002-07-13&g=2002-07-13), slechts verlenen:
- a. aan personen of instellingen die ten genoegen van Onze Minister aantonen dat zij het verlof nodig hebben voor wetenschappelijke of instructieve doeleinden;
@@ -132,7 +132,7 @@
- 1°. aan hen die in het bezit zijn van een uitsluitend tot het afleveren van geneesmiddelen verleende vergunning als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder **d**, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002290&artikel=2);
- 2°. aan hen die in het bezit zijn van een vergunning tot het bereiden van geneesmiddelen en het afleveren daarvan als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder **d**, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002290&artikel=2) en ten genoegen van Onze Minister aantonen dat zij de in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01) bedoelde middelen zullen vervaardigen in uitsluitend daartoe aangewezen en nauwkeurig omschreven lokaliteiten;
- 2°. aan hen die in het bezit zijn van een vergunning tot het bereiden van geneesmiddelen en het afleveren daarvan als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder **d**, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002290&artikel=2) en ten genoegen van Onze Minister aantonen dat zij de in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13) bedoelde middelen zullen vervaardigen in uitsluitend daartoe aangewezen en nauwkeurig omschreven lokaliteiten;
- 3°. aan anderen, ten behoeve van de Staat, in geval van oorlog, oorlogsgevaar, daaraan verwante of daarmee verband houdende buitengewone omstandigheden.
@@ -160,7 +160,7 @@
1. De opsporingsambtenaren hebben, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is, toegang:
- a. tot de vervoermiddelen, met inbegrip van woongedeelten, waarvan hun bekend is, of waarvan redelijkerwijze door hen kan worden vermoed, dat daarmede ingevoerd of vervoerd worden of dat daarin, daarop of daaraan bewaard worden of aanwezig zijn middelen, bedoeld in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01) of [3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01);
- a. tot de vervoermiddelen, met inbegrip van woongedeelten, waarvan hun bekend is, of waarvan redelijkerwijze door hen kan worden vermoed, dat daarmede ingevoerd of vervoerd worden of dat daarin, daarop of daaraan bewaard worden of aanwezig zijn middelen, bedoeld in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13) of [3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13);
- b. tot de plaatsen, waar een overtreding van deze wet gepleegd wordt of waar redelijkerwijze vermoed kan worden, dat zodanige overtreding gepleegd wordt.
@@ -168,31 +168,31 @@
3. Zij zijn te allen tijde bevoegd tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen.
4. De officier van justitie of de hulpofficier van justitie voor wie de verdachte wordt geleid of die zelf de verdachte heeft aangehouden is bevoegd een persoon die zojuist binnen het grondgebied van Nederland is binnengekomen of die op het punt staat dit grondgebied te verlaten, en die is aangehouden terzake van een bij deze wet als misdrijf strafbaar gesteld feit, een vordering te geven tot medewerking aan een urineonderzoek, gericht op het aantonen van de aanwezigheid in het lichaam van middelen als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01) of 3, eerste lid.
4. De officier van justitie of de hulpofficier van justitie voor wie de verdachte wordt geleid of die zelf de verdachte heeft aangehouden is bevoegd een persoon die zojuist binnen het grondgebied van Nederland is binnengekomen of die op het punt staat dit grondgebied te verlaten, en die is aangehouden terzake van een bij deze wet als misdrijf strafbaar gesteld feit, een vordering te geven tot medewerking aan een urineonderzoek, gericht op het aantonen van de aanwezigheid in het lichaam van middelen als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13) of 3, eerste lid.
##### Artikel 10
1. Hij die handelt in strijd met:
- a. een in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01), het in [artikel 3**b**, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3b&z=2002-03-01&g=2002-03-01), of een in [artikel 4, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=4&z=2002-03-01&g=2002-03-01), gegeven verbod;
- b. een der krachtens [artikel 3**a**, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3a&z=2002-03-01&g=2002-03-01), [artikel 4, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=4&z=2002-03-01&g=2002-03-01), [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=5&z=2002-03-01&g=2002-03-01), of [artikel 6, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=6&z=2002-03-01&g=2002-03-01), gegeven voorschriften;
- c. een der voorschriften verbonden aan een verlof als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=6&z=2002-03-01&g=2002-03-01) of gesteld bij de beschikking tot intrekking als bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=7&z=2002-03-01&g=2002-03-01),
- a. een in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13), het in [artikel 3**b**, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3b&z=2002-07-13&g=2002-07-13), of een in [artikel 4, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=4&z=2002-07-13&g=2002-07-13), gegeven verbod;
- b. een der krachtens [artikel 3**a**, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3a&z=2002-07-13&g=2002-07-13), [artikel 4, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=4&z=2002-07-13&g=2002-07-13), [artikel 5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=5&z=2002-07-13&g=2002-07-13), of [artikel 6, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=6&z=2002-07-13&g=2002-07-13), gegeven voorschriften;
- c. een der voorschriften verbonden aan een verlof als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=6&z=2002-07-13&g=2002-07-13) of gesteld bij de beschikking tot intrekking als bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=7&z=2002-07-13&g=2002-07-13),
wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie.
2. Hij die opzettelijk handelt in strijd met het in [artikel 2, eerste lid, onder C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01), het in [artikel 3**b**, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3b&z=2002-03-01&g=2002-03-01), of het in [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=4&z=2002-03-01&g=2002-03-01), gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
3. Hij die opzettelijk handelt in strijd met het in [artikel 2, eerste lid, onder B of D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01), gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.
4. Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in [artikel 2, eerste lid, onder A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01), gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.
2. Hij die opzettelijk handelt in strijd met het in [artikel 2, eerste lid, onder C](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13), het in [artikel 3**b**, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3b&z=2002-07-13&g=2002-07-13), of het in [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=4&z=2002-07-13&g=2002-07-13), gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
3. Hij die opzettelijk handelt in strijd met het in [artikel 2, eerste lid, onder B of D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13), gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.
4. Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in [artikel 2, eerste lid, onder A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13), gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.
5. Indien het feit, bedoeld in het tweede onderscheidenlijk het vierde lid, betrekking heeft op een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik, wordt gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie opgelegd.
##### Artikel 10a
1. Hij die om een feit, bedoeld in het [derde of vierde lid van artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=10&z=2002-03-01&g=2002-03-01), voor te bereiden of te bevorderen:
1. Hij die om een feit, bedoeld in het [derde of vierde lid van artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=10&z=2002-07-13&g=2002-07-13), voor te bereiden of te bevorderen:
- 1°. een ander tracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,
@@ -206,44 +206,46 @@
##### Artikel 11
1. Hij die handelt in strijd met een in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01) gegeven verbod, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
2. Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in [artikel 3, eerste lid onder B, C of D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01), gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
3. Hij die in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelt in strijd met een in [artikel 3, eerste lid, onder B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01), gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
4. Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in [artikel 3, eerste lid onder A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01), gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
5. Het tweede lid is niet van toepassing, indien het feit betrekking heeft op een hoeveelheid van de in onderdeel b van de in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01), bedoelde lijst vermelde middelen van ten hoogste 30 gram.
6. Het tweede en vierde lid zijn niet van toepassing, indien het feit betrekking heeft op een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik, van de in onderdeel a van de in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01), bedoelde lijst vermelde middelen.
1. Hij die handelt in strijd met een in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13) gegeven verbod, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
2. Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in [artikel 3, eerste lid onder B, C of D](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13), gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
3. Hij die in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelt in strijd met een in [artikel 3, eerste lid, onder B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13), gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
4. Hij die opzettelijk handelt in strijd met een in [artikel 3, eerste lid onder A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13), gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
5. Het tweede lid is niet van toepassing, indien het feit betrekking heeft op een hoeveelheid van de in onderdeel b van de in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13), bedoelde lijst vermelde middelen van ten hoogste 30 gram.
6. Het tweede en vierde lid zijn niet van toepassing, indien het feit betrekking heeft op een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik, van de in onderdeel a van de in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13), bedoelde lijst vermelde middelen.
##### Artikel 12
Indien de waarde der zaken, waarmee of met betrekking tot welke de feiten, strafbaar gesteld in de [artikelen 10, eerste, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=10&z=2002-03-01&g=2002-03-01), [10a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=10a&z=2002-03-01&g=2002-03-01), en [11, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=11&z=2002-03-01&g=2002-03-01), zijn begaan, of die geheel of gedeeltelijk door middel van die feiten zijn verkregen, hoger is dan het vierde gedeelte van het maximum der geldboete op die feiten gesteld, kan, ook indien het feit door een natuurlijke persoon is begaan, een geldboete van de naast hogere categorie worden opgelegd.
Indien de waarde der zaken, waarmee of met betrekking tot welke de feiten, strafbaar gesteld in de [artikelen 10, eerste, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=10&z=2002-07-13&g=2002-07-13), [10a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=10a&z=2002-07-13&g=2002-07-13), en [11, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=11&z=2002-07-13&g=2002-07-13), zijn begaan, of die geheel of gedeeltelijk door middel van die feiten zijn verkregen, hoger is dan het vierde gedeelte van het maximum der geldboete op die feiten gesteld, kan, ook indien het feit door een natuurlijke persoon is begaan, een geldboete van de naast hogere categorie worden opgelegd.
##### Artikel 13
1. De in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=10&z=2002-03-01&g=2002-03-01), en [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=11&z=2002-03-01&g=2002-03-01), strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
1. De in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=10&z=2002-07-13&g=2002-07-13), en [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=11&z=2002-07-13&g=2002-07-13), strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
2. De in artikel 10, tweede, derde, vierde en vijfde lid, in artikel 10**a**, eerste lid, en in artikel 11, tweede, derde en vierde lid, strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.
3. De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder die zich buiten Nederland schuldig maakt aan:
- a. een der in [artikel 10**a**, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=10a&z=2002-03-01&g=2002-03-01), strafbaar gestelde feiten voorzover die zijn gepleegd om het in [artikel 10, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=10&z=2002-03-01&g=2002-03-01), strafbaar gestelde feit voor te bereiden of te bevorderen, dan wel
- b. poging tot of deelneming aan het in [artikel 10, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=10&z=2002-03-01&g=2002-03-01), strafbaar gestelde feit.
- a. een der in [artikel 10**a**, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=10a&z=2002-07-13&g=2002-07-13), strafbaar gestelde feiten voorzover die zijn gepleegd om het in [artikel 10, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=10&z=2002-07-13&g=2002-07-13), strafbaar gestelde feit voor te bereiden of te bevorderen, dan wel
- b. poging tot of deelneming aan het in [artikel 10, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=10&z=2002-07-13&g=2002-07-13), strafbaar gestelde feit.
##### Artikel 13a
Onverminderd het bepaalde in de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=33) tot en met [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=35) en [36**b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=36b) tot en met [36**d** van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=36d) worden de in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-03-01&g=2002-03-01) bedoelde middelen verbeurd of aan het verkeer onttrokken verklaard.
Onverminderd het bepaalde in de [artikelen 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=33) tot en met [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=35) en [36**b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=36b) tot en met [36**d** van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=36d) worden de in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=3&z=2002-07-13&g=2002-07-13) bedoelde middelen verbeurd of aan het verkeer onttrokken verklaard.
##### Artikel 13b
1. De burgemeester is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang indien in voor het publiek toegankelijke lokalen en daarbij behorende erven een middel als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-03-01&g=2002-03-01) of 3 wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
1. De burgemeester is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang indien in voor het publiek toegankelijke lokalen en daarbij behorende erven een middel als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001941&artikel=2&z=2002-07-13&g=2002-07-13) of 3 wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de desbetreffende lokalen gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen en dierenartsen.
3. Indien de burgemeester op grond van het eerste lid een besluit tot sluiting van het desbetreffende lokaal of erf heeft genomen, doet hij het besluit zo spoedig mogelijk inschrijven in de openbare registers, bedoeld in [artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=16). [Artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=24) van dat boek is niet van toepassing.
##### Artikel 14
Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Opiumwet".
@@ -282,6 +284,30 @@
Anileridine
Acetorphine
Acetyl-alpha-methylfentanyl
Acetylmethadol
Alfentanil
Allylprodine
Alphacetylmethadol
Alphameprodine
Alphamethadol
Alpha-methylfentanyl
Alpha-methylthiofentanyl
Alphaprodine
Anileridine
Benzethidine
Benzylmorphine
@@ -450,294 +476,374 @@
Racemoramide
### B. Substanties, voorkomende op de Lijst II bedoeld in artikel 2, tweede lid van het Enkelvoudig Verdrag
Sufentanil
Thebacon
Thebaïne
Thiofentanyl
Tilidine
Trimeperidine
De isomeren van vorengenoemde substanties in alle gevallen waarin deze isomeren kunnen bestaan overeenkomstig de specifieke chemische aanduiding, met uitzondering van Dextromethorphan en Dextrorphan.
De esters en ethers van vorengenoemde substanties.
De zouten van vorengenoemde substanties met inbegrip van de zouten van de esters, ethers en isomeren ervan.
Preparaten die één of meer van vorengenoemde substanties of hun zouten, esters, ethers of isomeren bevatten.
Elk preparaat, dat hennephars bevat, met uitzondering van vaste mengsels, omschreven op lijst II, onderdeel B.
De zouten van vorengenoemde substanties met inbegrip van de isomeren.
Acetyldihydrocodeïne
### C. Substanties, voorkomende op de Lijst I behorend bij het Psychotrope Stoffen Verdrag
Dextropropoxyfeen
Dihydrocodeïne
Ethylmorphine
Nicocodine
Nicodicodine
Norcodeïne
Pholcodine
Propiram
De isomeren van vorengenoemde substanties in alle gevallen waarin deze isomeren kunnen bestaan overeenkomstig de specifieke chemische aanduiding.
De zouten van vorengenoemde substanties met inbegrip van de isomeren.
Preparaten die één of meer van vorengenoemde substanties of hun zouten bevatten.
Mescaline
Brolamfetamine
Cathinon
DET
DMA
DMHP
DMT
DOET
Eticyclidine
Lyserginezuuramide4Met inbegrip van de mono- en di-alkylamide-, de pyrrolidine- en morfolinederivaten en de daarvan verkregen middelen verkregen door invoering van methyl-, acetyl- of halogeengroepen.
MDA (tenamfetamine)
MDMA
Mescaline
4-methylaminorex
MMDA
### D. Substanties, voorkomende op de Lijst II van het Psychotrope Stoffen Verdrag
N-hydroxy MDA
Parahexyl
PMA
Psilocine
Psilocybine
Rolicyclidine
STP (DOM)
Tenocyclidine (TCP)
Tetrahydrocannabinol 5Met inbegrip van de (stereo)-isomeren.
TMA
Preparaten die één of meer van vorengenoemde substanties bevatten.
Phenmetrazine
Amfetamine
Dexamfetamine
## Lijst II. behorende bij de Opiumwet
### Onderdeel a
### 1. Substanties, voorkomende op de Lijst III van het Psychotrope Stoffen Verdrag
Mecloqualon
Metamfetamine
Metamfetamine racemaat
Methaqualon
Methylphenidaat
Phencyclidine
Phenmetrazine
Secobarbital
Preparaten, die één of meer van vorengenoemde substanties bevatten.
Preparaten, die één of meer van vorengenoemde substanties bevatten.
### Onderdeel a
Allobarbital
Amobarbital
Buprenorphine
Butalbital
Cathine
Cyclobarbital
Flunitrazepam
Gluthethimide
Pentazocine
Pentobarbital
Preparaten, die één of meer van vorengenoemde substanties bevatten.
Clobazam
Allobarbital
Alprazolam
Amfepramon
Aminorex
Barbital
Benzfetamine
Bromazepam
Brotizolam
Butobarbital
Camazepam
Chlordiazepoxide
Clobazam
Clonazepam
Clorazepaat
Clotiazepam
Cloxazolam
Delorazepam
Diazepam
Estazolam
Ethchlorvynol
Ethinamaat
Ethylloflazepaat
Etilamfetamine
Fencamfamine
Fenproporex
Fludiazepam
Flurazepam
Halazepam
Haloxazolam
Ketazolam
Lefetamine
Loprazolam
Lorazepam
Lormetazepam
Mazindol
Medazepam
Mefenorex
Meprobamaat
Mesocarb
Methylphenobarbital
Methyprylon
Midazolam
Nimetazepam
Nitrazepam
Nordazepam
Oxazepam
Oxazolam
Pemoline
Phendimetrazine
Phenobarbital
### Onderdeel b
Pinazepam
Pipradrol
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 3c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 8a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 8b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 8c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 8d
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 8e
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 8f
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 8g
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 8h
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 8i
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 8j
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 8k
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Lijst I. behorende bij de Opiumwet
### A. Substanties, voorkomende op de Lijst I bedoeld in artikel 2, eerste lid van het enkelvoudig Verdrag
Racemorphan
Sufentanil
Thebacon
Thebaïne
Thiofentanyl
Tilidine
Trimeperidine
De isomeren van vorengenoemde substanties in alle gevallen waarin deze isomeren kunnen bestaan overeenkomstig de specifieke chemische aanduiding, met uitzondering van Dextromethorphan en Dextrorphan.
De esters en ethers van vorengenoemde substanties.
De zouten van vorengenoemde substanties met inbegrip van de zouten van de esters, ethers en isomeren ervan.
Preparaten die één of meer van vorengenoemde substanties of hun zouten, esters, ethers of isomeren bevatten.
Elk preparaat, dat hennephars bevat, met uitzondering van vaste mengsels, omschreven op lijst II, onderdeel B.
### B. Substanties, voorkomende op de Lijst II bedoeld in artikel 2, tweede lid van het Enkelvoudig Verdrag
Acetyldihydrocodeïne
Codeïne
Dextropropoxyfeen
Dihydrocodeïne
Ethylmorphine
Nicocodine
Nicodicodine
Norcodeïne
Pholcodine
Propiram
De isomeren van vorengenoemde substanties in alle gevallen waarin deze isomeren kunnen bestaan overeenkomstig de specifieke chemische aanduiding.
De zouten van vorengenoemde substanties met inbegrip van de isomeren.
Preparaten die één of meer van vorengenoemde substanties of hun zouten bevatten.
### C. Substanties, voorkomende op de Lijst I behorend bij het Psychotrope Stoffen Verdrag
Brolamfetamine
Cathinon
DET
DMA
DMHP
DMT
DOET
Eticyclidine
Lyserginezuuramide4Met inbegrip van de mono- en di-alkylamide-, de pyrrolidine- en morfolinederivaten en de daarvan verkregen middelen verkregen door invoering van methyl-, acetyl- of halogeengroepen.
MDA (tenamfetamine)
MDMA
Mescaline
4-methylaminorex
MMDA
N-ethyl MDA
N-hydroxy MDA
Parahexyl
PMA
Psilocine
Psilocybine
Rolicyclidine
STP (DOM)
Tenocyclidine (TCP)
Tetrahydrocannabinol 5Met inbegrip van de (stereo)-isomeren.
TMA
Preparaten die één of meer van vorengenoemde substanties bevatten.
### D. Substanties, voorkomende op de Lijst II van het Psychotrope Stoffen Verdrag
Amfetamine
Dexamfetamine
Fenetylline
Levamfetamine
Levomethamfetamine
Mecloqualon
Metamfetamine
Metamfetamine racemaat
Methaqualon
Methylphenidaat
Phencyclidine
Phenmetrazine
Secobarbital
## Lijst II. behorende bij de Opiumwet
### 1. Substanties, voorkomende op de Lijst III van het Psychotrope Stoffen Verdrag
### 2. Substanties, voorkomende op de Lijst IV van het Psychotrope Stoffen Verdrag
Phentermine
Prazepam
Propylhexedrine
Pyrovaleron
Secbutabarbital
Temazepam
Tetrazepam
Triazolam
Vinylbital
Preparaten, die één of meer van vorengenoemde substanties bevatten.
## Lijst II. behorende bij de Opiumwet
### Onderdeel a
### 1. Substanties, voorkomende op de Lijst III van het Psychotrope Stoffen Verdrag
Amobarbital
Buprenorphine
Butalbital
Cathine
Cyclobarbital
Flunitrazepam
Gluthethimide
Pentazocine
Pentobarbital
Preparaten, die één of meer van vorengenoemde substanties bevatten.
### 2. Substanties, voorkomende op de Lijst IV van het Psychotrope Stoffen Verdrag
Allobarbital
Alprazolam
Amfepramon
Aminorex
Barbital
Benzfetamine
Bromazepam
Brotizolam
Butobarbital
Camazepam
Chlordiazepoxide
Clobazam
Clonazepam
Clorazepaat
Clotiazepam
Cloxazolam
Delorazepam
Diazepam
Estazolam
Ethchlorvynol
Ethinamaat
Ethylloflazepaat
Etilamfetamine
Fencamfamine
Fenproporex
Fludiazepam
Flurazepam
Halazepam
Haloxazolam
Ketazolam
Lefetamine
Loprazolam
Lorazepam
Lormetazepam
Mazindol
Medazepam
Mefenorex
Meprobamaat
Mesocarb
Methylphenobarbital
Methyprylon
Midazolam
Nimetazepam
Nitrazepam
Nordazepam
Oxazepam
Oxazolam
Pemoline
Phendimetrazine
Phenobarbital
Phentermine
Pinazepam
Pipradrol
Prazepam
Propylhexedrine
Pyrovaleron
Secbutabarbital
Temazepam
Tetrazepam
Triazolam
Vinylbital
Preparaten, die één of meer van vorengenoemde substanties bevatten.
### Onderdeel b
Hennep, waaronder wordt begrepen elk deel van de plant van het geslacht Cannabis, waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden.
2002-03-01
Opiumwet — art. 15
2002-03-01
Opiumwet
original version
Tekst op deze datum