Wet van 11 december 1947, tot invoering van een buitengewoon pensioen voor zeelieden-oorlogsslachtoffers, alsmede voor hun nagelaten betrekkingen

Type Wet
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 95
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
4.

De aanpassing, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.

5.

Het aangepaste buitengewoon pensioen of de aangepaste garantietoeslag, bedoeld in het vierde lid, wordt betaald bij de eerstvolgende betaling nadat de aanpassing heeft plaatsgevonden.

Artikel 28b

1.

Indien artikel 28a toepassing heeft gevonden worden bedoeld met:

  • a. pensioenbedragen: de krachtens dat artikel verhoogde of verlaagde bedragen;
  • b. grondslagen, welke voor de toepassing van artikel 11, tweede lid, gelden voor de verrekening van inkomsten met het buitengewoon pensioen: de in artikel 28, onder b, bedoelde grondslagen, welke, overeenkomstig het in artikel 28a voor de pensioenbedragen bepaalde, fictief zijn herzien;
2.

De pensioenbedragen alsmede de bedragen van de grondslagen en de maxima, bedoeld in het eerste lid, worden naar boven afgerond tot hele euro’s.

Artikel 28c

Vervallen

Artikel 28d

Vervallen

Hoofdstuk 6A. De garantietoeslag

Artikel 28e

1.

Indien het maandinkomen van

  • a. een zeeman die recht heeft op een buitengewoon pensioen,
  • c. de weduwnaar, genoemd in artikel 14, derde lid, onder a, die recht heeft op een buitengewoon pensioen, lager is dan het op grond van artikel 28f van toepassing zijnde normbedrag, wordt aan die buitengewoon gepensioneerde een garantietoeslag verleend, gelijk aan het verschil tussen zijn of haar maandinkomen en het van toepassing zijnde normbedrag.
2.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het inkomen, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 28f

Het van toepassing zijnde normbedrag bedraagt:

Artikel 28g

De garantietoeslag gaat in op de eerste dag van de maand, waarin het recht op de garantietoeslag is ontstaan.

hoofdstuk Zevende. Bijzondere bepalingen aan alle buitengewone pensioenen en garantietoeslagen gemeen

Artikel 28h

1.

Indien de pensioengerechtigde over zijn buitengewoon pensioen of garantietoeslag de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 43 van de Zorgverzekeringswet, verschuldigd is, heeft hij recht op een toeslag. Deze toeslag bedraagt het percentage van het buitengewoon pensioen of de garantietoeslag dat overeenkomt met het bijdragepercentage, bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet, vermenigvuldigd met anderhalf, voorzover het pensioen of de garantietoeslag is te rekenen tot het deel van het bijdrage-inkomen, bedoeld in artikel 43, tweede lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet.

2.

Indien de pensioengerechtigde over zijn buitengewoon pensioen of garantietoeslag de bijdrage, bedoeld in artikel 68b, vijfde lid, of artikel 69, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet, verschuldigd is, heeft hij recht op een toeslag. Voor de berekening van deze toeslag is het eerste lid, tweede volzin, van overeenkomstige toepassing.

3.

Het in aanmerking te nemen bijdrage-inkomen bedraagt op jaarbasis ten hoogste het bedrag, bedoeld in artikel 43, derde lid, van de Zorgverzekeringswet.

4.

Op de toeslagen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is het zevende hoofdstuk van toepassing, met uitzondering van de artikelen 28i en 31b.

Artikel 29

1.

De buitengewone pensioenen en de garantietoeslagen worden maandelijks voldaan.

2.

De eerste termijn wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen dertien weken na de toekenning, vastgesteld en betaald.

3.

Indien de door belanghebbende verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor het vaststellen van het bedrag van de eerste termijn, verzoekt de Sociale verzekeringsbank de belanghebbende deze gegevens en bescheiden alsnog te verstrekken. De periode van dertien weken, bedoeld in het tweede lid, wordt in zodanig geval opgeschort met ingang van de dag waarop de Sociale verzekeringsbank vorenbedoeld verzoek heeft gedaan tot de dag waarop de gegevens en bescheiden zijn verstrekt.

4.

De termijnen van een buitengewoon pensioen en van een garantietoeslag, welke niet zijn ingevorderd binnen een jaar na de eerste maand, waarin de uitkering daarvan had mogen plaatshebben, worden niet meer uitbetaald, tenzij de belanghebbende ten genoege van de Sociale verzekeringsbank kan aantonen, dat het overschrijden van die termijn het gevolg is geweest van omstandigheden, van zijn wil onafhankelijk.

Artikel 30

1.

De pensioengerechtigde, die is veroordeeld tot een vrijheidsstraf van drie maanden, tot plaatsing in een Rijkswerkinrichting, tot plaatsing in een tuchtschool voor drie maanden of tot enige zwaardere straf of op bevel van de rechter ter beschikking van de Regering is gesteld, mist over de tijd gedurende welke hij zijn straf ondergaat of van Regeringswege in zijn opvoeding wordt voorzien, of gedurende welke hij zich door de vlucht aan de tenuitvoerlegging van het vonnis onttrekt, het recht op buitengewoon pensioen.

2.

De Sociale verzekeringsbank is bevoegd over het buitengewoon pensioen en over de garantietoeslag van de rechthebbende over die tijd, ten behoeve van diens echtgenote, afstammelingen in de rechte linie, die de leeftijd van eenentwintig jaren nog niet hebben bereikt en niet gehuwd zijn of gehuwd geweest zijn, of bloedverwanten in de opgaande linie, geheel of ten dele te beschikken.

3.

De Sociale verzekeringsbank is tevens bevoegd om, indien krachtens het tweede lid niet ten volle over het pensioen en de garantietoeslag is beschikt, hem, die niet voorwaardelijk uit de gevangenis, uit de Rijkswerkinrichting of uit de tuchtschool is ontslagen, of wiens opvoeding van Regeringswege is geëindigd, in het genot te stellen van een uitkering ten bedrage van ten hoogste de helft van het niet uitgekeerde bedrag tot een maximum van de helft van het jaarlijkse bedrag van het buitengewoon pensioen en de garantietoeslag.

Artikel 31

1.

Het buitengewoon pensioen wordt door de Sociale verzekeringsbank vervallen verklaard:

  • 1e. wanneer gedurende vijf achtereenvolgende jaren na de eerste dag, waarop een termijn daarvan kan worden geïnd, iedere invordering is achterwege gebleven;
  • 2e. wanneer de gepensioneerde:
  • a. van Nederlandse nationaliteit zijnde, zonder Onze toestemming zich in vreemde krijgsdienst of vreemde burgerlijke overheidsdienst begeeft;
  • b. niet van Nederlandse nationaliteit zijnde, zich in vreemde krijgsdienst of vreemde burgerlijke overheidsdienst bevindt of begeeft, bij een mogendheid, die met Nederland in oorlog is, ook al is die mogendheid zijn eigen vaderland.
2.

In bijzondere gevallen kan een op grond van dit artikel vervallen buitengewoon pensioen door de Sociale verzekeringsbank opnieuw worden toegekend. Een dergelijk besluit wordt niet genomen dan nadat daarin bij koninklijk besluit is toegestemd. Toestemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

Artikel 31a

Indien een buitengewoon pensioengerechtigde in een inrichting ter verpleging van geestesziekten of zwakzinnigen is opgenomen, of, niet opgenomen zijnde in zodanige inrichting, op grond van geestelijke gestoordheid niet in staat is kwijting te verlenen voor de uitbetaling van zijn buitengewoon pensioen en zijn garantietoeslag, is de Sociale verzekeringsbank bevoegd het buitengewoon pensioen en de garantietoeslag uit te betalen aan een door hem aan te wijzen persoon of instelling. In andere bijzondere gevallen is de Sociale verzekeringsbank eveneens bevoegd het buitengewoon pensioen en de garantietoeslag in plaats van aan de pensioengerechtigde zonder diens machtiging uit te betalen aan een door hem aan te wijzen persoon of instelling.

Artikel 31b

De Sociale verzekeringsbank is bevoegd geheel of gedeeltelijk van invordering af te zien van uit de toepassing van deze wet voortvloeiende aan het Rijk toekomende vorderingen, dan wel deze vorderingen geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden. Een dergelijk besluit wordt niet genomen dan nadat Onze Minister daarin heeft toegestemd. Toestemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

Artikel 32

Vervallen

Artikel 32a

1.

De pensioenbedragen, bedoeld in artikel 28b, de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 27a, de garantietoeslag, bedoeld in artikel 28e, en de vergoedingen zijn niet vatbaar voor vervreemding of verpanding.

2.

De overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 27a, en de vergoedingen zijn niet vatbaar voor beslag.

3.

Volmacht tot ontvangst van het buitengewoon pensioen, de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 27a, de garantietoeslag, bedoeld in artikel 28e, of van de vergoedingen is steeds herroepelijk.

4.

Elk beding, strijdig met enige bepaling van dit artikel, is nietig.

hoofdstuk Achtste. Van het indienen van een bezwaarschrift en beroep

Artikel 33

In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift dertien weken, indien de belanghebbende in het buitenland gevestigd is.

Artikel 33a

Vervallen

Artikel 33b

1.

Artikel 22b is van overeenkomstige toepassing.

2.

In afwijking van artikel 7:10, eerste, derde en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist de Raad of de Sociale verzekeringsbank binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Ingeval van bijzondere omstandigheden kan deze termijn eenmaal met ten hoogste vier weken worden verlengd. Van de verlenging doet de Raad of de Sociale verzekeringsbank schriftelijk mededeling aan de belanghebbende.

3.

Indien de belanghebbende in het buitenland gevestigd is, worden de termijnen, bedoeld in het tweede lid, ieder met acht weken verlengd.

Artikel 33c

Vervallen

Artikel 34

In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift dertien weken, indien de belanghebbende in het buitenland is gevestigd.

Artikel 34a

Vervallen

Artikel 35

Vervallen

Artikel 35a

Vervallen

Artikel 35b

Vervallen

Hoofdstuk 8A. Van herziening van gegeven beschikkingen

Artikel 35c

1.

Indien de verwonding, verminking, ziekten of gebreken, als bedoeld in artikel 3, de zeeman in een toestand brengen, die had deze op het tijdstip van de toekenning van het buitengewoon pensioen bestaan, hem recht zou hebben gegeven op een hoger buitengewoon pensioen dan verleend werd, wordt hij op een door of namens hem ingediende aanvrage alsnog in het genot gesteld van dat hogere buitengewoon pensioen.

2.

Wanneer de aanvrage tot het verkrijgen van een hoger buitengewoon pensioen als bedoeld in het eerste lid niet binnen twee jaren ná de dag, waarop het ingevolge het bepaalde in het eerste lid zou kunnen ingaan, is ontvangen, gaat het hoger buitengewoon pensioen in op de eerste dag der maand, volgende op die, waarin de aanvrage is binnengekomen.

Artikel 35d

1.

De pensioengrondslag van een zeeman, die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste drie jaren andere of meer omvattende werkzaamheden heeft verricht dan die, in verband waarmede deze grondslag is vastgesteld, wordt, indien betrokkene deze werkzaamheden op grond van een verwonding, verminking, ziekte of gebrek als bedoeld in artikel 3 of van de verergering daarvan heeft moeten beëindigen, op diens verzoek of op verzoek van zijn nagelaten betrekkingen opnieuw vastgesteld. Deze hernieuwde vaststelling geschiedt op de wijze, bepaald in artikel 7, met dien verstande, dat voor het deel van de grondslag, dat verband hield met werkzaamheden van de zeeman, bij de hernieuwde vaststelling voor dat deel van de grondslag rekening wordt gehouden met de omstandigheden in het jaar, waarin de in de vorige volzin bedoelde werkzaamheden moesten worden beëindigd of - zo dit voor de belanghebbende gunstiger zou zijn - met de omstandigheden in het jaar, voorafgaande aan dat, waarin de inkomsten uit die werkzaamheden ten gevolge van een verwonding, verminking, ziekte of gebrek als bedoeld in artikel 3 of van de verergering daarvan vermindering hebben ondergaan.

2.

Indien de pensioengrondslag opnieuw wordt vastgesteld, wordt tevens het percentage van de arbeidsongeschiktheid, als bedoeld in artikel 8, opnieuw bepaald.

3.

De nieuwe vaststelling van de pensioengrondslag en van de arbeidsongeschiktheid blijft achterwege, indien blijkt, dat deze niet zou leiden tot een hoger buitengewoon pensioen.

4.

Het op de herziene grondslag gebaseerde pensioen gaat in op de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden zijn beëindigd. Het bepaalde in artikel 23, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Jaar voor jaar wordt geen lager bedrag betaalbaar gesteld dan indien het eerste lid geen toepassing had gevonden.

5.

Ingeval een herziening, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt, wordt het jaarbedrag, waarvan de grondslag overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, derde lid, wordt afgeleid, berekend door het peiljaar-inkomen te herleiden tot een inkomen ten tijde van het inwerkingtreden van deze wet met toepassing van een op de indexcijfers der lonen gebaseerde rekenfactor. Deze rekenfactor wordt door Onze Minister per 1 januari 1978 vastgesteld en vervolgens telkens met ingang van 1 januari door hem herzien.

6.

Indien het jaarbedrag, hetwelk met toepassing van het bepaalde in artikel 35d, vijfde lid, is vastgesteld ingeval een herziening, bedoeld in artikel 35d, eerste lid, heeft plaatsgevonden, en waarvan de grondslag overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, derde lid, is afgeleid, verhoogd met het percentage, waarmede het peil der buitengewone pensioenen in de periode 1947 tot en met 31 december van het voor de vaststelling van de grondslag gediend hebbende peiljaar is gestegen, als uitkomst een bedrag oplevert, dat vijf procent of meer ten achter blijft bij de inkomsten, die de zeeman in dat peiljaar op grond van de in artikel 35d, eerste lid, bedoelde werkzaamheden heeft genoten, of zou hebben genoten, indien hij zijn werkzaamheden in verband met zijn arbeidsongeschiktheid of de verergering daarvan, in de loop van dat jaar heeft moeten beëindigen, of indien hij in de loop van dat jaar is overleden wordt de grondslag, in afwijking van het bepaalde in artikel 7, tweede lid, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, derde lid , afgeleid van het jaarbedrag dat wordt verkregen, door de inkomsten, die in het peiljaar door de zeeman zijn of zouden zijn genoten op grond van de in artikel 35d, eerste lid, bedoelde werkzaamheden, kinderbijslag of kindertoeslag daarin niet begrepen, met hantering van het percentage, waarmede het peil der buitengewone pensioenen is aangepast als rekenfactor, te herleiden tot een inkomen ten tijde van het inwerkingtreden van deze wet.

Artikel 35e

1.

De beschikking van de Raad of de Sociale verzekeringsbank kan door hem in het nadeel van de bij die beschikking betrokkene worden herzien op grond van gebleken onjuistheid van aan die beschikking ten grondslag gelegde feiten, dan wel op grond van gegevens die niet bekend waren ten tijde van het geven van die beschikking, en die, zo zij wel bekend waren geweest, tot een andersluidende beschikking zouden hebben geleid. Indien deze herziening zou leiden tot intrekking van het recht op buitengewoon pensioen, wordt de herzieningsbeschikking eerst gegeven nadat de betrokkene door de Raad of de Sociale verzekeringsbank is gehoord.

2.

Indien een ingevolge deze wet genomen beschikking in het nadeel van de belanghebbende wordt herzien, wordt hetgeen reeds was uitbetaald ingevolge die beschikking niet teruggevorderd of verrekend, tenzij in de herzieningsbeschikking is uitgesproken, dat de gebleken onjuistheid van de aan de oorspronkelijke beschikking ten grondslag gelegde feiten was te wijten aan opzet dan wel grove nalatigheid van betrokkene.

Artikel 35f

De Raad of de Sociale verzekeringsbank is bevoegd, op daartoe door of vanwege de belanghebbende gedane aanvrage, een door de Raad of de Sociale verzekeringsbank of de Centrale Raad van Beroep gegeven beschikking dan wel uitspraak in het voordeel van de bij die beschikking dan wel uitspraak betrokkene te herzien.

Artikel 35g

Op een beschikking, voortvloeiende uit de toepassing van de artikelen 35c, 35d en 35f is het vierde hoofdstuk van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 22, tweede lid, en artikel 22a.

hoofdstuk Negende. Slotbepalingen

Artikel 36

De belanghebbende is verplicht desgevraagd die inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet of krachtens deze wet vastgestelde algemene maatregelen van bestuur.

Artikel 37

Vervallen

Artikel 38

Vervallen

Artikel 38a

1.

De schoonouders, die op de dag, voorafgaande aan die, waarop artikel 396, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (nieuw) in werking treedt, recht hebben op buitengewoon pensioen krachtens artikel 15, eerste lid, onder e, juncto artikel 17, g, behouden dit recht, indien en voor zolang zij dit zouden hebben, wanneer artikel 464 van het Burgerlijk Wetboek (oud) nog van kracht zou zijn.

2.

De schoonmoeder, die op de dag, voorafgaande aan die, waarop artikel 396, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (nieuw) in werking treedt, uitzicht heeft op wedertoekenning van buitengewoon pensioen krachtens artikel 25, derde lid, behoudt dit uitzicht, indien en voor zolang zij dit zou hebben, wanneer artikel 464 van het Burgerlijk Wetboek (oud) nog van kracht zou zijn.

Artikel 39

Wij behouden Ons voor bij algemene maatregel van bestuur nadere voorschriften te geven omtrent de uitvoering van deze wet.

Artikel 40

Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers".

Artikel 41

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag volgende op die harer afkondiging.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

hoofdstuk Zevende. Bijzondere bepalingen aan alle buitengewone pensioenen en garantietoeslagen gemeen

Artikel 28h

Het buitengewoon pensioen, bedoeld in de artikelen 8, 17 en 18a, de garantietoeslag genoemd in artikel 28e, alsmede de vermeerdering, genoemd in de artikelen 9 en 10, worden naar boven afgerond tot hele euro’s.

Artikel 28i

Het buitengewoon pensioen, bedoeld in de artikelen 8, 17 en 18a, de garantietoeslag genoemd in artikel 28e, alsmede de vermeerdering, genoemd in de artikelen 9 en 10, worden naar boven afgerond tot hele euro’s.

hoofdstuk Achtste. Van het indienen van een bezwaarschrift en beroep

Hoofdstuk 8A. Van herziening van gegeven beschikkingen

hoofdstuk Negende. Slotbepalingen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

hoofdstuk Achtste. Van het indienen van een bezwaarschrift en beroep

Hoofdstuk 8A. Van herziening van gegeven beschikkingen

hoofdstuk Negende. Slotbepalingen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 35h

1.

Het buitengewoon pensioen of de garantietoeslag wordt, met uitzondering van de op grond van artikel 7 vastgestelde pensioengrondslag en het invaliditeitspercentage, bedoeld in artikel 8, opnieuw vastgesteld:

  • b. wanneer de pensioengerechtigde in het huwelijk treedt of zijn huwelijk wordt beëindigd door echtscheiding of overlijden van zijn echtgenoot;
  • c. wanneer de pensioengerechtigde duurzaam gescheiden van zijn echtgenoot gaat leven;
  • d. wanneer een kind of pleegkind van de pensioengerechtigde meerderjarig wordt;
  • e. wanneer de pensioengerechtigde aanspraak maakt op de betaling uit een nieuwe bron van inkomsten, of
  • f. wanneer de pensioengerechtigde geen aanspraak meer kan maken op de betaling uit een bron van inkomsten, tenzij hij het vervallen van die aanspraak heeft bewerkstelligd.
2.

Het eerste lid, onder e en f, is van overeenkomstige toepassing op de inkomsten van de echtgenoot van de pensioengerechtigde, voor zover die inkomsten de hoogte van het buitengewoon pensioen of de garantietoeslag mede bepalen.

3.

De beschikking, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt genomen binnen 13 weken nadat de noodzakelijke gegevens ter kennis van de Sociale verzekeringsbank zijn gebracht.

4.

Hetgeen als gevolg van een beschikking als bedoeld in het eerste of tweede lid te veel dan wel te weinig is uitbetaald, wordt door de Sociale verzekeringsbank teruggevorderd of verrekend dan wel nabetaald. De terugvordering kan in door de Sociale verzekeringsbank te bepalen termijnen plaatsvinden.

Artikel 35i

1.

Op aanvraag van de gerechtigde wordt het buitengewoon pensioen of de garantietoeslag, met uitzondering van de op grond van artikel 7 vastgestelde pensioengrondslag en het invaliditeitspercentage, bedoeld in artikel 8, opnieuw vastgesteld indien het vast te stellen pensioen of de vast te stellen garantietoeslag op de datum van deze aanvraag hoger is dan het laatst vastgestelde of aangepaste pensioen of de laatst vastgestelde of aangepaste garantietoeslag, mits dit niet uitsluitend het gevolg is van de koersomrekening van inkomsten die door de gerechtigde of zijn echtgenoot worden ontvangen.

2.

Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid gaat het opnieuw vastgestelde buitengewoon pensioen of de opnieuw vastgestelde garantietoeslag in op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend.

3.

Op een beschikking, voortvloeiende uit de toepassing van het eerste lid, is artikel 22, derde lid, van overeenkomstige toepassing.

hoofdstuk Negende. Slotbepalingen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 1b

Waar in deze wet in een artikel of artikellid sprake is van «de Raad of de Sociale verzekeringsbank» is de taakverdeling in overeenstemming met de artikelen 4 en 6 van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen.

hoofdstuk Tweede. Van het buitengewoon pensioen van de zeeman

§ 1. Van het recht op buitengewoon pensioen

§ 2. Van de voet waarop buitengewoon pensioen wordt verleend

§ 3. Van de pensioensgrondslag

§ 4. Van het pensioenbedrag

§ 5. Van het geneeskundig onderzoek

hoofdstuk Derde. Van het buitengewoon pensioen der nagelaten betrekkingen

§ 1. Van het recht op buitengewoon pensioen

§ 2. Van de berekening van het buitengewoon pensioen

Hoofdstuk 3A. Van de Raad

hoofdstuk Vierde. Van de aanvraag en de toekenning

hoofdstuk Vijfde. Van ingang en einde van het buitengewoon pensioen

hoofdstuk Zesde. Van de welvaartsvastheid der buitengewone pensioenen

Hoofdstuk 6A. De garantietoeslag

Hoofdstuk 6B. De toeslag inkomensafhankelijke premie

hoofdstuk Zevende. Bijzondere bepalingen aan alle buitengewone pensioenen en garantietoeslagen gemeen

hoofdstuk Negende. Slotbepalingen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)