Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 27 januari 1950, tot toepassing ten aanzien van het bedrijfsleven van de artikelen 80 en 152 tot en met 154 van de Grondwet
20 versions
· 2023-01-01
2023-01-01
Wet op de Sociaal-Economische Raad — arts. 3, 13, 15 y 5 más
2022-01-01
Wet op de Sociaal-Economische Raad — arts. 3, 13, 15 y 5 más
2021-07-01
Wet op de Sociaal-Economische Raad — arts. 3, 13, 15 y 5 más
2015-01-01
Wet op de Sociaal-Economische Raad — arts. 3, 13, 15 y 5 más
2014-01-25
Wet op de Sociaal-Economische Raad — arts. 3, 13, 15 y 9 más
2013-12-18
Wet op de Sociaal-Economische Raad — arts. 3, 13, 15 y 9 más
2013-01-01
Wet op de Sociaal-Economische Raad — arts. 3, 3, 13 y 21 más
2011-01-01
Wet op de Sociaal-Economische Raad — arts. 3, 13, 15 y 9 más
2010-01-01
Wet op de Sociaal-Economische Raad — arts. 3, 13, 15 y 9 más
2009-08-01
Wet op de Sociaal-Economische Raad — arts. 3, 13, 15 y 10 más
2009-07-01
Wet op de Sociaal-Economische Raad — arts. 3, 13, 15 y 10 más
2009-04-24
Wet op de Sociaal-Economische Raad
2008-07-01
Wet op de Sociaal-Economische Raad — arts. 3, 13, 15 y 11 más
2008-01-01
Wet op de Sociaal-Economische Raad — arts. 3, 13, 15 y 11 más
2007-11-28
Wet op de Sociaal-Economische Raad — arts. 3, 13, 15 y 11 más
2004-05-01
Wet op de Sociaal-Economische Raad — arts. 3, 3, 13 y 25 más
2004-04-01
Wet op de Sociaal-Economische Raad — arts. 3, 3, 13 y 25 más
2003-01-01
Wet op de Sociaal-Economische Raad — arts. 3, 3, 13 y 25 más
Wijzigingen op 2003-01-01
@@ -28,7 +28,7 @@
##### Artikel 3
De Raad heeft een voorzitter, een dagelijks bestuur, een algemeen secretaris en, bij toepassing van [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=6&artikel=19&z=1999-07-01&g=1999-07-01), een of meer commissies uit zijn midden.
De Raad heeft een voorzitter, een dagelijks bestuur, een algemeen secretaris en, bij toepassing van [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=6&artikel=19&z=2003-01-01&g=2003-01-01), een of meer commissies uit zijn midden.
#### § 2. Van de Raad
@@ -102,7 +102,7 @@
##### Artikel 13
De [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=9&z=1999-07-01&g=1999-07-01) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=1999-07-01&g=1999-07-01) zijn ten aanzien van de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitters van overeenkomstige toepassing.
De [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=9&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn ten aanzien van de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitters van overeenkomstige toepassing.
#### § 4. Van het dagelijks bestuur
@@ -116,7 +116,7 @@
##### Artikel 15
De [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=9&z=1999-07-01&g=1999-07-01) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=1999-07-01&g=1999-07-01) zijn ten aanzien van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.
De [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=9&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn ten aanzien van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.
#### § 5. Van het secretariaat
@@ -138,7 +138,7 @@
##### Artikel 18
[Artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=1999-07-01&g=1999-07-01) is ten aanzien van het personeel van het secretariaat van overeenkomstige toepassing.
[Artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is ten aanzien van het personeel van het secretariaat van overeenkomstige toepassing.
#### § 6. Van de commissies uit het midden van de Raad
@@ -146,7 +146,7 @@
1. De Raad is bevoegd voor bepaalde onderwerpen commissies uit zijn midden in te stellen.
2. De [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=9&z=1999-07-01&g=1999-07-01) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=1999-07-01&g=1999-07-01) zijn ten aanzien van deze commissies van overeenkomstige toepassing.
2. De [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=9&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn ten aanzien van deze commissies van overeenkomstige toepassing.
## Titel III. Van de werkwijze
@@ -202,7 +202,7 @@
##### Artikel 29
De [artikelen 20 tot en met 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=20&z=1999-07-01&g=1999-07-01) zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het dagelijks bestuur.
De [artikelen 20 tot en met 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=20&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het dagelijks bestuur.
##### Artikel 30
@@ -216,7 +216,7 @@
##### Artikel 32
1. De Raad maakt ten aanzien van de onderwerpen, waarvan de regeling of nadere regeling bij de wet aan hem is overgelaten, de verordeningen, die hij ter vervulling van zijn in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=I&artikel=2&z=1999-07-01&g=1999-07-01) omschreven taak nodig oordeelt.
1. De Raad maakt ten aanzien van de onderwerpen, waarvan de regeling of nadere regeling bij de wet aan hem is overgelaten, de verordeningen, die hij ter vervulling van zijn in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=I&artikel=2&z=2003-01-01&g=2003-01-01) omschreven taak nodig oordeelt.
2. Bij deze verordeningen kunnen overtredingen van het bij of krachtens haar bepaalde worden aangewezen als strafbare feiten.
@@ -230,7 +230,7 @@
##### Artikel 35
De Raad kan met betrekking tot de vervulling van zijn in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=I&artikel=2&z=1999-07-01&g=1999-07-01) omschreven taak, bij verordening zijn bevoegdheden - met uitzondering van de bevoegdheid tot het maken van verordeningen en die tot het vaststellen ingevolge [artikel 52, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=VI¶graaf=2&artikel=52&z=1999-07-01&g=1999-07-01), van het bedrag der inkomsten en uitgaven -, delegeren aan de voorzitter, het dagelijks bestuur of een commissie uit zijn midden.
De Raad kan met betrekking tot de vervulling van zijn in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=I&artikel=2&z=2003-01-01&g=2003-01-01) omschreven taak, bij verordening zijn bevoegdheden - met uitzondering van de bevoegdheid tot het maken van verordeningen en die tot het vaststellen ingevolge [artikel 52, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=VI¶graaf=2&artikel=52&z=2003-01-01&g=2003-01-01), van het bedrag der inkomsten en uitgaven -, delegeren aan de voorzitter, het dagelijks bestuur of een commissie uit zijn midden.
##### Artikel 36
@@ -256,7 +256,7 @@
##### Artikel 40
De Raad dient desgevraagd Onze krachtens [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=28&z=1999-07-01&g=1999-07-01), aangewezen Ministers van bericht over alle aangelegenheden de Raad betreffende.
De Raad dient desgevraagd Onze krachtens [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=28&z=2003-01-01&g=2003-01-01), aangewezen Ministers van bericht over alle aangelegenheden de Raad betreffende.
## Titel V. Van de adviezen van de Raad
@@ -268,7 +268,7 @@
1. De Raad kan commissies, waarin ook personen buiten de Raad zitting kunnen hebben, instellen ter voorbereiding van door hem uit te brengen adviezen.
2. De [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=9&z=1999-07-01&g=1999-07-01), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=1999-07-01&g=1999-07-01) en [28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=28&z=1999-07-01&g=1999-07-01) zijn ten aanzien van deze commissies van overeenkomstige toepassing.
2. De [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=9&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=28&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn ten aanzien van deze commissies van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 43
@@ -278,11 +278,11 @@
3. Indien Onze betrokken Ministers het advies van een zodanige commissie hebben gevraagd, brengt zij dit rechtstreeks aan hen uit. Van het advies wordt kennis gegeven aan de Raad.
4. De [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=9&z=1999-07-01&g=1999-07-01), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=1999-07-01&g=1999-07-01) en [28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=28&z=1999-07-01&g=1999-07-01) zijn ten aanzien van deze commissies van overeenkomstige toepassing.
4. De [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=9&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=28&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn ten aanzien van deze commissies van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 44
De Raad kan de commissies, bedoeld in de [artikelen 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=V&artikel=42&z=1999-07-01&g=1999-07-01) en [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=V&artikel=43&z=1999-07-01&g=1999-07-01), machtigen namens hem van advies te dienen. Zodanige machtiging wordt niet verleend voor een op verzoek van een Onzer Ministers uit te brengen advies, waarvan deze bepaaldelijk heeft verzocht, dat het door de Raad zelf wordt uitgebracht.
De Raad kan de commissies, bedoeld in de [artikelen 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=V&artikel=42&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=V&artikel=43&z=2003-01-01&g=2003-01-01), machtigen namens hem van advies te dienen. Zodanige machtiging wordt niet verleend voor een op verzoek van een Onzer Ministers uit te brengen advies, waarvan deze bepaaldelijk heeft verzocht, dat het door de Raad zelf wordt uitgebracht.
##### Artikel 45
@@ -354,7 +354,7 @@
- a. door opcenten te heffen op de bedragen, welke krachtens [artikel 32 van de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009276&artikel=32) verschuldigd zijn;
- b. door bijdragen te heffen van lichamen, als bedoeld bij [artikel 66](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=I&artikel=66&z=1999-07-01&g=1999-07-01).
- b. door bijdragen te heffen van lichamen, als bedoeld bij [artikel 66](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=I&artikel=66&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
##### Artikel 55
@@ -406,7 +406,7 @@
##### Artikel 65
De Raad brengt jaarlijks vóór 1 April aan Onze krachtens [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=28&z=1999-07-01&g=1999-07-01), aangewezen Ministers verslag uit omtrent zijn werkzaamheden en die van de commissies, bedoeld in de [artikelen 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=V&artikel=42&z=1999-07-01&g=1999-07-01) en [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=V&artikel=43&z=1999-07-01&g=1999-07-01), in het afgelopen kalenderjaar. Dit verslag bevat o.m. een uitvoerig rapport van de bevindingen van de Raad bij de uitoefening van het hem bij de zesde titel van het tweede hoofdstuk opgedragen toezicht. Dit verslag wordt, tegen betaling der kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.
De Raad brengt jaarlijks vóór 1 April aan Onze krachtens [artikel 28, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=28&z=2003-01-01&g=2003-01-01), aangewezen Ministers verslag uit omtrent zijn werkzaamheden en die van de commissies, bedoeld in de [artikelen 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=V&artikel=42&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=V&artikel=43&z=2003-01-01&g=2003-01-01), in het afgelopen kalenderjaar. Dit verslag bevat o.m. een uitvoerig rapport van de bevindingen van de Raad bij de uitoefening van het hem bij de zesde titel van het tweede hoofdstuk opgedragen toezicht. Dit verslag wordt, tegen betaling der kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.
### hoofdstuk Tweede. Van de bedrijfslichamen
@@ -438,7 +438,7 @@
##### Artikel 70
1. De opheffing van een bedrijfslichaam geschiedt, op voordracht van Onze betrokken Ministers, bij algemene maatregel van bestuur. [Artikel 68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=I&artikel=68&z=1999-07-01&g=1999-07-01) is van overeenkomstige toepassing.
1. De opheffing van een bedrijfslichaam geschiedt, op voordracht van Onze betrokken Ministers, bij algemene maatregel van bestuur. [Artikel 68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=I&artikel=68&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
2. Een algemene maatregel van bestuur, houdende opheffing van een bedrijfslichaam, houdt tevens de voorzieningen in, die in verband met de opheffing nodig zijn. Deze voorzieningen kunnen ook het vermogen van het opgeheven lichaam betreffen.
@@ -448,7 +448,7 @@
- a. welke bedrijfslichamen worden opgeheven en welke regelingen tot instelling van een bedrijfslichaam worden ingetrokken;
- b. welke verordeningen van de bestaande bedrijfslichamen dan wel van een lichaam als bedoeld in [artikel 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=V&artikel=110&z=1999-07-01&g=1999-07-01) van kracht blijven en tot welk tijdstip;
- b. welke verordeningen van de bestaande bedrijfslichamen dan wel van een lichaam als bedoeld in [artikel 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=V&artikel=110&z=2003-01-01&g=2003-01-01) van kracht blijven en tot welk tijdstip;
- c. de overgang van personeel van de bestaande bedrijfslichamen naar het nieuwe bedrijfslichaam en de rechtspositie daarvan;
@@ -472,7 +472,7 @@
##### Artikel 72
1. De bedrijfslichamen hebben een bestuur, een voorzitter en een dagelijks bestuur, alsmede, bij toepassing van [artikel 88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=II¶graaf=6&artikel=88&z=1999-07-01&g=1999-07-01), een of meer commissies uit het midden van het bestuur en, bij toepassing van [artikel 88**a,**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=II¶graaf=6&artikel=88a&z=1999-07-01&g=1999-07-01) een of meer andere organen.
1. De bedrijfslichamen hebben een bestuur, een voorzitter en een dagelijks bestuur, alsmede, bij toepassing van [artikel 88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=II¶graaf=6&artikel=88&z=2003-01-01&g=2003-01-01), een of meer commissies uit het midden van het bestuur en, bij toepassing van [artikel 88**a,**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=II¶graaf=6&artikel=88a&z=2003-01-01&g=2003-01-01) een of meer andere organen.
2. Waar in deze wet sprake is van de organen van de bedrijfslichamen, worden de in het voorgaande lid genoemde organen bedoeld.
@@ -498,7 +498,7 @@
1. Lid of plaatsvervangend lid van het bestuur van een bedrijfslichaam kunnen alleen zijn ingezetenen van Nederland, die niet van de verkiesbaarheid bij krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezingen zijn ontzet, noch van de uitoefening van het kiesrecht bij zodanige verkiezingen zijn uitgesloten.
2. De [artikelen 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=5&z=1999-07-01&g=1999-07-01), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=6&z=1999-07-01&g=1999-07-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=7&z=1999-07-01&g=1999-07-01) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=1999-07-01&g=1999-07-01) zijn ten deze van overeenkomstige toepassing.
2. De [artikelen 5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=5&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=6&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=7&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn ten deze van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 76
@@ -532,7 +532,7 @@
##### Artikel 81
De [artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=5&z=1999-07-01&g=1999-07-01), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=6&z=1999-07-01&g=1999-07-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=7&z=1999-07-01&g=1999-07-01) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=1999-07-01&g=1999-07-01) zijn ten aanzien van de voorzitter van een bedrijfslichaam en zijn plaatsvervangers van overeenkomstige toepassing.
De [artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=5&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=6&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=7&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn ten aanzien van de voorzitter van een bedrijfslichaam en zijn plaatsvervangers van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 82
@@ -554,7 +554,7 @@
##### Artikel 85
De [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=1999-07-01&g=1999-07-01) en [77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=77&z=1999-07-01&g=1999-07-01) zijn ten aanzien van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.
De [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=77&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn ten aanzien van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.
#### § 5. Van het secretariaat
@@ -568,7 +568,7 @@
##### Artikel 87
De [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=1999-07-01&g=1999-07-01) en [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=5&artikel=17&z=1999-07-01&g=1999-07-01) zijn ten aanzien van het personeel van het secretariaat van de bedrijfslichamen van overeenkomstige toepassing.
De [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=5&artikel=17&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn ten aanzien van het personeel van het secretariaat van de bedrijfslichamen van overeenkomstige toepassing.
#### § 6. Van de commissies uit het midden van het bestuur en van de andere organen, bedoeld in artikel 72, eerste lid
@@ -576,27 +576,27 @@
1. Het bestuur van een bedrijfslichaam is bevoegd voor bepaalde onderwerpen commissies uit zijn midden in te stellen.
2. De [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=1999-07-01&g=1999-07-01) en [77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=77&z=1999-07-01&g=1999-07-01) zijn ten aanzien van deze commissies van overeenkomstige toepassing.
2. De [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=77&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn ten aanzien van deze commissies van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 88a
1. Bij het instellingsbesluit kunnen ook andere organen van het lichaam worden ingesteld. Daarbij wordt tevens hun samenstelling geregeld.
2. De [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=1999-07-01&g=1999-07-01) en [77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=77&z=1999-07-01&g=1999-07-01) zijn ten aanzien van deze organen van overeenkomstige toepassing.
2. De [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [77](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=77&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn ten aanzien van deze organen van overeenkomstige toepassing.
## Titel III. Van de werkwijze der organen
##### Artikel 89
1. De [artikelen 20 tot en met 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=20&z=1999-07-01&g=1999-07-01) zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het bestuur en het dagelijks bestuur.
2. De [artikelen 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=26&z=1999-07-01&g=1999-07-01) en [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=27&z=1999-07-01&g=1999-07-01) zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het bestuur en het dagelijks bestuur, behoudens het bepaalde in [artikel 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=III&artikel=90&z=1999-07-01&g=1999-07-01).
1. De [artikelen 20 tot en met 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=20&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het bestuur en het dagelijks bestuur.
2. De [artikelen 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=26&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=27&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het bestuur en het dagelijks bestuur, behoudens het bepaalde in [artikel 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=III&artikel=90&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
3. De voorzitter heeft, indien hij niet lid van het bestuur is, in de vergaderingen van het bestuur en het dagelijks bestuur alleen een raadgevende stem.
##### Artikel 90
1. Indien het aantal leden van het bestuur van een bedrijfslichaam, benoemd door organisaties van werknemers, niet gelijk is aan dat, benoemd door organisaties van ondernemers, brengt in vergaderingen van het bestuur en van het dagelijks bestuur elk lid, behorende tot de kleinste van vorenbedoelde groepen van leden, bij stemming over besluiten als bedoeld bij de [artikelen 79, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=II¶graaf=3&artikel=79&z=1999-07-01&g=1999-07-01), [80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=II¶graaf=3&artikel=80&z=1999-07-01&g=1999-07-01) en [83](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=II¶graaf=3&artikel=83&z=1999-07-01&g=1999-07-01), de begroting en sociale aangelegenheden - de vraag, of een aangelegenheid een sociale aangelegenheid is, daaronder begrepen - een aantal stemmen uit, gelijk aan het getal der zitting hebbende leden behorende tot de andere groep, gedeeld door het getal dier leden behorende tot zijn groep.
1. Indien het aantal leden van het bestuur van een bedrijfslichaam, benoemd door organisaties van werknemers, niet gelijk is aan dat, benoemd door organisaties van ondernemers, brengt in vergaderingen van het bestuur en van het dagelijks bestuur elk lid, behorende tot de kleinste van vorenbedoelde groepen van leden, bij stemming over besluiten als bedoeld bij de [artikelen 79, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=II¶graaf=3&artikel=79&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [80](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=II¶graaf=3&artikel=80&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [83](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=II¶graaf=3&artikel=83&z=2003-01-01&g=2003-01-01), de begroting en sociale aangelegenheden - de vraag, of een aangelegenheid een sociale aangelegenheid is, daaronder begrepen - een aantal stemmen uit, gelijk aan het getal der zitting hebbende leden behorende tot de andere groep, gedeeld door het getal dier leden behorende tot zijn groep.
2. Indien bij toepassing van het voorgaande lid over de vraag, of een aangelegenheid een sociale aangelegenheid is, de stemmen staken en tevens de leden, benoemd door organisaties van ondernemers, een standpunt innemen, tegengesteld aan dat, ingenomen door de leden, benoemd door organisaties van werknemers, legt de voorzitter onverwijld het vraagpunt ter beslissing aan de Raad voor.
@@ -618,7 +618,7 @@
##### Artikel 93
1. Het bestuur van een bedrijfslichaam maakt de verordeningen die het ter vervulling van de in [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=I&artikel=71&z=1999-07-01&g=1999-07-01) omschreven taak nodig oordeelt ten aanzien van de onderwerpen, die krachtens het tweede lid door dat lichaam geregeld of nader geregeld kunnen worden.
1. Het bestuur van een bedrijfslichaam maakt de verordeningen die het ter vervulling van de in [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=I&artikel=71&z=2003-01-01&g=2003-01-01) omschreven taak nodig oordeelt ten aanzien van de onderwerpen, die krachtens het tweede lid door dat lichaam geregeld of nader geregeld kunnen worden.
2. Een bedrijfslichaam is, met inachtneming van de bij het instellingsbesluit terzake gestelde regels, bevoegd tot de regeling of nadere regeling van een of meer der volgende onderwerpen of onderdelen daarvan, voorzover
@@ -670,7 +670,7 @@
##### Artikel 97
1. Tot de van het bestuur van een bedrijfslichaam gevorderde medewerking, bedoeld in [artikel 96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=IV&artikel=96&z=1999-07-01&g=1999-07-01), kan mede behoren het stellen van nadere regelen bij verordening.
1. Tot de van het bestuur van een bedrijfslichaam gevorderde medewerking, bedoeld in [artikel 96](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=IV&artikel=96&z=2003-01-01&g=2003-01-01), kan mede behoren het stellen van nadere regelen bij verordening.
2. De verordeningen, bedoeld in het eerste lid, behoeven, tenzij anders is bepaald, indien de medewerking is gevorderd:
@@ -728,21 +728,23 @@
##### Artikel 104
1. De verordening van de Raad waarbij een bedrijfslichaam is ingesteld bepaalt, of en in hoeverre bij verordeningen van dat bedrijfslichaam overtredingen van het bij of krachtens zodanige verordeningen, met uitzondering van arbeids- en rusttijden, bepaalde kunnen worden aangewezen als strafbare feiten.
2. Verordeningen, waarbij een aanwijzing, als bedoeld bij het voorgaande lid, is geschied, behoeven de goedkeuring van Onze betrokken Ministers.
1. Tenzij het instellingsbesluit anders bepaalt, kunnen bij verordening overtredingen van die verordening worden aangewezen als
- a. feiten waarvoor een tuchtrechtelijke maatregel kan worden opgelegd, dan wel
- b. strafbare feiten, behoudens indien het betreft overtredingen van voorschriften terzake van arbeids- en rusttijden.
2. Aanwijzing als strafbaar feit kan slechts plaatsvinden, indien dat nodig is voor de bescherming van de door de betrokken bepaling beschermde belangen. Verordeningen waarbij een aanwijzing als strafbaar feit plaatsvindt behoeven de goedkeuring van Onze betrokken Ministers.
3. Met het toezicht op de naleving van een verordening zijn belast de bij besluit van het bedrijfslichaam aangewezen personen. Dat besluit behoeft de goedkeuring van Onze betrokken Ministers. Onze betrokken Ministers kunnen het bedrijfslichaam een aanwijzing geven omtrent het aanwijzen van toezichthouders en de wijze waarop het toezicht wordt uitgeoefend.
##### Artikel 105
1. De verordening van de Raad waarbij een bedrijfslichaam is ingesteld bepaalt, of en in hoeverre bij verordeningen van dat bedrijfslichaam op overtreding van zodanige verordeningen door de personen, bedoeld in artikel 102, eerste lid, tuchtrechtelijke maatregelen kunnen worden gesteld.
2. De instellingsverordening kan bepalen, dat tuchtrechtelijke maatregelen kunnen worden gesteld op overtredingen, als in het voorgaande lid bedoeld, welke als strafbare feiten zijn aangewezen. Zijn tuchtrechtelijke maatregelen op zodanige overtredingen gesteld, dan beslist de officier van justitie of een overtreding tuchtrechtelijk zal worden afgedaan. In het bevestigende geval verwijst hij de zaak naar het bevoegde tuchtgerecht.
3. Hoofdproduktschappen en produktschappen kunnen verordeningen als bedoeld in het eerste lid slechts vaststellen per groep van onder hen ressorterende ondernemingen als bedoeld in artikel 66, eerste lid.
Vervallen.
##### Artikel 106
1. Verordeningen van het bestuur van een bedrijfslichaam, welke voor personen, als bedoeld in artikel 102, bindende regelen inhouden en een verordening, als bedoeld in artikel 119, worden bekendgemaakt op de wijze, bij algemene maatregel van bestuur te bepalen. Indien zij de goedkeuring van Onze betrokken Ministers, de Raad of het bestuur van een hoofdproduktschap, een produktschap of een hoofdbedrijfschap behoeven, geschiedt de bekendmaking niet dan nadat deze is verleend. Zij treden, indien zij niet anders bepalen, in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.
1. Verordeningen van het bestuur van een bedrijfslichaam, welke voor personen, als bedoeld in artikel 102, bindende regelen inhouden, besluiten als bedoeld in artikel 104, derde lid, en een verordening, als bedoeld in artikel 119, worden bekendgemaakt op de wijze, bij algemene maatregel van bestuur te bepalen. Indien zij de goedkeuring van Onze betrokken Ministers, de Raad of het bestuur van een hoofdproduktschap, een produktschap of een hoofdbedrijfschap behoeven, geschiedt de bekendmaking niet dan nadat deze is verleend. Zij treden, indien zij niet anders bepalen, in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.
2. Het bestuur heroverweegt de bestaansgrond van een verordening als bedoeld in artikel 93, eerste lid, elke vier jaar na inwerkingtreding daarvan en brengt omtrent zijn besluit verslag uit aan Onze betrokken Ministers.
@@ -782,7 +784,7 @@
##### Artikel 112
De bevoegdheden van een lichaam, als bedoeld in [artikel 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=V&artikel=110&z=1999-07-01&g=1999-07-01), kunnen geen andere zijn dan die van de betrokken bedrijfslichamen.
De bevoegdheden van een lichaam, als bedoeld in [artikel 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=V&artikel=110&z=2003-01-01&g=2003-01-01), kunnen geen andere zijn dan die van de betrokken bedrijfslichamen.
##### Artikel 113
@@ -790,13 +792,13 @@
##### Artikel 114
1. Ten aanzien van een lichaam, als bedoeld in [artikel 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=V&artikel=110&z=1999-07-01&g=1999-07-01) zijn de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=1999-07-01&g=1999-07-01), [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=21&z=1999-07-01&g=1999-07-01) en [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=23&z=1999-07-01&g=1999-07-01) van overeenkomstige toepassing.
2. Ten aanzien van de vergaderingen van een orgaan van een lichaam, met het maken van verordeningen belast, is [artikel 91](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=III&artikel=91&z=1999-07-01&g=1999-07-01) van overeenkomstige toepassing.
1. Ten aanzien van een lichaam, als bedoeld in [artikel 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=V&artikel=110&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=II¶graaf=2&artikel=10&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=21&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=III&artikel=23&z=2003-01-01&g=2003-01-01) van overeenkomstige toepassing.
2. Ten aanzien van de vergaderingen van een orgaan van een lichaam, met het maken van verordeningen belast, is [artikel 91](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=III&artikel=91&z=2003-01-01&g=2003-01-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 115
Indien het bestuur van een bedrijfslichaam het treffen van een voorziening als bedoeld in [artikel 109, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=V&artikel=109&z=1999-07-01&g=1999-07-01), wenselijk acht en het bestuur van het bedrijfslichaam waarmee het die voorziening wil treffen zijn medewerking niet verleent, kan het eerstbedoelde bestuur de Raad verzoeken zodanige voorziening op te leggen. Het legt met het verzoek het ontwerp van een voorziening over.
Indien het bestuur van een bedrijfslichaam het treffen van een voorziening als bedoeld in [artikel 109, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=V&artikel=109&z=2003-01-01&g=2003-01-01), wenselijk acht en het bestuur van het bedrijfslichaam waarmee het die voorziening wil treffen zijn medewerking niet verleent, kan het eerstbedoelde bestuur de Raad verzoeken zodanige voorziening op te leggen. Het legt met het verzoek het ontwerp van een voorziening over.
##### Artikel 116
@@ -806,7 +808,7 @@
##### Artikel 117
Ten aanzien van een krachtens [artikel 115](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=V&artikel=115&z=1999-07-01&g=1999-07-01) opgelegde voorziening zijn de [artikelen 109 tot en met 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=V&artikel=109&z=1999-07-01&g=1999-07-01) van overeenkomstige toepassing.
Ten aanzien van een krachtens [artikel 115](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=V&artikel=115&z=2003-01-01&g=2003-01-01) opgelegde voorziening zijn de [artikelen 109 tot en met 114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=V&artikel=109&z=2003-01-01&g=2003-01-01) van overeenkomstige toepassing.
## Titel VI. Van de geldmiddelen
@@ -842,7 +844,7 @@
##### Artikel 122a
De Raad kan ten aanzien van de eerste begroting der inkomsten en uitgaven van een bedrijfslichaam regelen stellen, welke afwijken van de [artikelen 118, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VI¶graaf=1&artikel=118&z=1999-07-01&g=1999-07-01), en [120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VI¶graaf=1&artikel=120&z=1999-07-01&g=1999-07-01).
De Raad kan ten aanzien van de eerste begroting der inkomsten en uitgaven van een bedrijfslichaam regelen stellen, welke afwijken van de [artikelen 118, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VI¶graaf=1&artikel=118&z=2003-01-01&g=2003-01-01), en [120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VI¶graaf=1&artikel=120&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
#### § 2. Van het beheer en de rekening en verantwoording
@@ -870,7 +872,7 @@
##### Artikel 125a
De Raad kan ten aanzien van de eerste verantwoording en de eerste rekening der inkomsten en uitgaven van een bedrijfslichaam regelen stellen, welke afwijken van [artikel 124, eerste lid, en de eerste volzin van het tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VI¶graaf=2&artikel=124&z=1999-07-01&g=1999-07-01).
De Raad kan ten aanzien van de eerste verantwoording en de eerste rekening der inkomsten en uitgaven van een bedrijfslichaam regelen stellen, welke afwijken van [artikel 124, eerste lid, en de eerste volzin van het tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VI¶graaf=2&artikel=124&z=2003-01-01&g=2003-01-01).
#### § 3. Van de inkomsten
@@ -882,9 +884,9 @@
3. Het instellingsbesluit kan regelen stellen omtrent de op te leggen heffingen.
4. Verordeningen als bedoeld in het eerste lid behoeven tevens de goedkeuring van Onze betrokken Ministers, indien zij dienen ter afzonderlijke financiering van een specifiek, bij die verordening aangegeven doel, dan wel indien het ontwerp van de verordening niet overeenkomstig [artikel 100, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=IV&artikel=100&z=1999-07-01&g=1999-07-01), is bekendgemaakt.
5. In afwijking van het bepaalde in [artikel 89, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=III&artikel=89&z=1999-07-01&g=1999-07-01), is voor een verordening als bedoeld in het vorige lid, voorzover het betreft een verordening die geen sociale aangelegenheid betreft, zulks vastgesteld op overeenkomstige wijze als bepaald in [artikel 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=III&artikel=90&z=1999-07-01&g=1999-07-01), een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen van leden benoemd door de organisaties van werkgevers vereist.
4. Verordeningen als bedoeld in het eerste lid behoeven tevens de goedkeuring van Onze betrokken Ministers, indien zij dienen ter afzonderlijke financiering van een specifiek, bij die verordening aangegeven doel, dan wel indien het ontwerp van de verordening niet overeenkomstig [artikel 100, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=IV&artikel=100&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is bekendgemaakt.
5. In afwijking van het bepaalde in [artikel 89, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=III&artikel=89&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is voor een verordening als bedoeld in het vorige lid, voorzover het betreft een verordening die geen sociale aangelegenheid betreft, zulks vastgesteld op overeenkomstige wijze als bepaald in [artikel 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=III&artikel=90&z=2003-01-01&g=2003-01-01), een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen van leden benoemd door de organisaties van werkgevers vereist.
6. Bedrijfslichamen kunnen op heffingen als bedoeld in het eerste lid volgens bij verordening te stellen regelen aan de leden van organisaties van ondernemers welke verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid zijn, een aftrek toestaan tot een deel van het bedrag, dat zij als contributie aan deze organisaties hebben betaald. Deze aftrek kan niet meer dan de helft van de heffing bedragen.
@@ -892,7 +894,7 @@
##### Artikel 127
1. De voorzitter van een bedrijfslichaam kan de aan het lichaam krachtens [artikel 126, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VI¶graaf=3&artikel=126&z=1999-07-01&g=1999-07-01), verschuldigde bedragen, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, bij dwangbevel, invorderen.
1. De voorzitter van een bedrijfslichaam kan de aan het lichaam krachtens [artikel 126, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VI¶graaf=3&artikel=126&z=2003-01-01&g=2003-01-01), verschuldigde bedragen, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, bij dwangbevel, invorderen.
2. Geen invordering geschiedt dan nadat de schuldenaar schriftelijk is aangemaand om binnen een daarbij te stellen termijn van ten minste tien dagen alsnog aan zijn verplichting te voldoen. De aanmaning bevat de aanzegging, dat het verschuldigde bedrag, voor zover dit binnen de gestelde termijn niet wordt betaald, overeenkomstig het eerste lid van dit artikel zal worden ingevorderd.
@@ -912,7 +914,7 @@
##### Artikel 128
1. Indien een verordening of een ander besluit van een orgaan van een bedrijfslichaam de goedkeuring van Onze betrokken ministers of van de Raad behoeft, kan de goedkeuring door Onze ministers worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang en door de Raad wegens strijd met het recht of de belangen, waarvan hem bij [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=I&artikel=2&z=1999-07-01&g=1999-07-01) de behartiging is opgedragen.
1. Indien een verordening of een ander besluit van een orgaan van een bedrijfslichaam de goedkeuring van Onze betrokken ministers of van de Raad behoeft, kan de goedkeuring door Onze ministers worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang en door de Raad wegens strijd met het recht of de belangen, waarvan hem bij [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Eerste&titeldeel=I&artikel=2&z=2003-01-01&g=2003-01-01) de behartiging is opgedragen.
2. Het niet tijdig bekendmaken van een besluit omtrent goedkeuring of een besluit tot verdaging van goedkeuring heeft niet tot gevolg dat een besluit tot goedkeuring geacht wordt te zijn genomen.
@@ -930,7 +932,7 @@
##### Artikel 132
Ten aanzien van de goedkeuring, bedoeld in [artikel 97, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=IV&artikel=97&z=1999-07-01&g=1999-07-01), is [artikel 128](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VII&artikel=128&z=1999-07-01&g=1999-07-01) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de goedkeuring door het bestuur van een hoofdprodukt-, een produkt- of een hoofdbedrijfschap kan worden onthouden wegens strijd met het recht of de belangen, waarvan de behartiging hem in [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=I&artikel=71&z=1999-07-01&g=1999-07-01) is opgedragen.
Ten aanzien van de goedkeuring, bedoeld in [artikel 97, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=IV&artikel=97&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is [artikel 128](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VII&artikel=128&z=2003-01-01&g=2003-01-01) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de goedkeuring door het bestuur van een hoofdprodukt-, een produkt- of een hoofdbedrijfschap kan worden onthouden wegens strijd met het recht of de belangen, waarvan de behartiging hem in [artikel 71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=I&artikel=71&z=2003-01-01&g=2003-01-01) is opgedragen.
##### Artikel 133
@@ -948,7 +950,7 @@
##### Artikel 136
De [artikelen 128](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VII&artikel=128&z=1999-07-01&g=1999-07-01), [133](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VII&artikel=133&z=1999-07-01&g=1999-07-01) en [134](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VII&artikel=134&z=1999-07-01&g=1999-07-01) zijn ten aanzien van lichamen als bedoeld in [artikel 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=V&artikel=110&z=1999-07-01&g=1999-07-01) van overeenkomstige toepassing.
De [artikelen 128](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VII&artikel=128&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [133](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VII&artikel=133&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [134](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VII&artikel=134&z=2003-01-01&g=2003-01-01) zijn ten aanzien van lichamen als bedoeld in [artikel 110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=V&artikel=110&z=2003-01-01&g=2003-01-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 137
@@ -1060,15 +1062,15 @@
##### Artikel 164
1. Deze wet treedt met uitzondering van de [artikelen 142 tot en met 144](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Derde&artikel=142&z=1999-07-01&g=1999-07-01), [145, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Derde&artikel=145&z=1999-07-01&g=1999-07-01), en [146 tot en met 159](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Derde&artikel=146&z=1999-07-01&g=1999-07-01) in werking met ingang van de dag na die harer afkondiging.
2. De tijdstippen van inwerkingtreding van de in het voorgaande lid genoemde artikelen, dan wel van onderdelen daarvan, worden telkens door Ons bepaald, met dien verstande, dat de [artikelen 145, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Derde&artikel=145&z=1999-07-01&g=1999-07-01), [146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Derde&artikel=146&z=1999-07-01&g=1999-07-01) en [147](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Derde&artikel=147&z=1999-07-01&g=1999-07-01) niet later in werking treden dan onderscheidenlijk vier, vijf en zeven jaren na de inwerkingtreding van deze wet en dat de tijdstippen voor onderdelen der vervallende regelingen en voor delen van het bedrijfsleven verschillend kunnen zijn.
1. Deze wet treedt met uitzondering van de [artikelen 142 tot en met 144](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Derde&artikel=142&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [145, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Derde&artikel=145&z=2003-01-01&g=2003-01-01), en [146 tot en met 159](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Derde&artikel=146&z=2003-01-01&g=2003-01-01) in werking met ingang van de dag na die harer afkondiging.
2. De tijdstippen van inwerkingtreding van de in het voorgaande lid genoemde artikelen, dan wel van onderdelen daarvan, worden telkens door Ons bepaald, met dien verstande, dat de [artikelen 145, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Derde&artikel=145&z=2003-01-01&g=2003-01-01), [146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Derde&artikel=146&z=2003-01-01&g=2003-01-01) en [147](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Derde&artikel=147&z=2003-01-01&g=2003-01-01) niet later in werking treden dan onderscheidenlijk vier, vijf en zeven jaren na de inwerkingtreding van deze wet en dat de tijdstippen voor onderdelen der vervallende regelingen en voor delen van het bedrijfsleven verschillend kunnen zijn.
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 128a
1. Verordeningen of besluiten van bedrijfslichamen die op of na 1 juli 1999 maar voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel op grond van [artikel 100, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=IV&artikel=100&z=2007-11-28&g=1999-07-01), [104, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=IV&artikel=104&z=2007-11-28&g=1999-07-01), of [126, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VI¶graaf=3&artikel=126&z=2007-11-28&g=1999-07-01), zijn goedgekeurd door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onze Minister van Economische Zaken of Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, maar niet door Onze genoemde Ministers gezamenlijk dan wel door een of twee van hen mede namens de anderen, zijn in afwijking van [artikel 100, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=IV&artikel=100&z=2007-11-28&g=1999-07-01), [104, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=IV&artikel=104&z=2007-11-28&g=1999-07-01), of [126, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VI¶graaf=3&artikel=126&z=2007-11-28&g=1999-07-01), zoals deze artikelen luidden voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel, niet onverbindend op de enkele grond dat niet al Onze genoemde Ministers bij de goedkeuring zijn betrokken geweest.
1. Verordeningen of besluiten van bedrijfslichamen die op of na 1 juli 1999 maar voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel op grond van [artikel 100, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=IV&artikel=100&z=2007-11-28&g=2003-01-01), [104, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=IV&artikel=104&z=2007-11-28&g=2003-01-01), of [126, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VI¶graaf=3&artikel=126&z=2007-11-28&g=2003-01-01), zijn goedgekeurd door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onze Minister van Economische Zaken of Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, maar niet door Onze genoemde Ministers gezamenlijk dan wel door een of twee van hen mede namens de anderen, zijn in afwijking van [artikel 100, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=IV&artikel=100&z=2007-11-28&g=2003-01-01), [104, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=IV&artikel=104&z=2007-11-28&g=2003-01-01), of [126, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&hoofdstuk=Tweede&titeldeel=VI¶graaf=3&artikel=126&z=2007-11-28&g=2003-01-01), zoals deze artikelen luidden voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel, niet onverbindend op de enkele grond dat niet al Onze genoemde Ministers bij de goedkeuring zijn betrokken geweest.
2. In afwijking van het eerste lid blijven de gevolgen van een voor de datum van inwerkingtreding van dit artikel gedane onherroepelijke rechterlijke uitspraak, waarbij verordeningen of besluiten van bedrijfslichamen onverbindend zijn verklaard op de grond bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van partijen in de procedure waarop die uitspraak betrekking heeft in stand.
1999-07-01
Wet op de Sociaal-Economische Raad — arts. 1, 1, 3 y 66 más
1999-07-01
Wet op de Sociaal-Economische Raad
original version
Tekst op deze datum