Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 2 februari 1955, houdende nieuwe regeling van de organisatie en procedure van de Centrale Raad van Beroep en de raden van beroep
40 versions
· 2023-11-16
2023-11-16
Beroepswet
2023-07-01
Beroepswet — arts. 3, 4
2021-01-01
Beroepswet — art. 3
2019-01-01
Beroepswet — art. 3
2013-01-01
Beroepswet
2012-01-01
Beroepswet — art. 27
2011-07-01
Beroepswet — art. 27
2011-03-15
Beroepswet — art. 27
2011-01-01
Beroepswet — art. 27
Wijzigingen op 2011-01-01
@@ -22,33 +22,33 @@
2. De leden met rechtspraak belast, werkzaam bij de Centrale Raad van Beroep zijn:
- a. coördinerend vice-presidenten,
- b. vice-presidenten,
- c. raadsheren,
- d. raadsheren-plaatsvervangers.
- a. senior raadsheren;
- b. raadsheren;
- c. raadsheren-plaatsvervangers.
##### Artikel 3
Het bij en krachtens de [afdelingen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001830&afdeling=1), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001830&afdeling=2) en [6 van hoofdstuk 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001830&afdeling=6) bepaalde is, met uitzondering van de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001830&artikel=2), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001830&artikel=3), [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001830&artikel=9), [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001830&artikel=11), [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001830&artikel=20) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001830&artikel=21), van overeenkomstige toepassing op de Centrale Raad van Beroep, met dien verstande dat:
- a. het bestuur bestaat uit een voorzitter, een niet-rechterlijk lid en ten hoogste vier andere leden met rechtspraak belast van de Centrale Raad van Beroep als bedoeld in [artikel 2, tweede lid, onderdelen a tot en met c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002170&titeldeel=I&artikel=2&z=2010-09-01&g=2010-09-01);
- a. het bestuur bestaat uit een voorzitter, een niet-rechterlijk lid en ten hoogste vier andere leden met rechtspraak belast van de Centrale Raad van Beroep als bedoeld in [artikel 2, tweede lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002170&titeldeel=I&artikel=2&z=2011-01-01&g=2011-01-01);
- b. de voorzitter onderscheidenlijk de andere leden met rechtspraak belast, bedoeld in onderdeel a, in verband met het verrichten van de werkzaamheden als voorzitter onderscheidenlijk lid van het bestuur een toelage ontvangen op het salaris dat zij overeenkomstig de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren genieten, waarvan het bedrag gelijk is aan het verschil tussen dat salaris en de bij algemene maatregel van bestuur voor de functie van voorzitter onderscheidenlijk lid van het bestuur vast te stellen salarishoogte;
- c. bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld over de onkostenvergoeding van de voorzitter en de andere leden met rechtspraak belast, bedoeld in onderdeel a, en de bezoldiging van het niet-rechterlijk lid;
- d. een lid van het bestuur, niet zijnde voorzitter of niet-rechterlijk lid, wordt ontslagen onderscheidenlijk geschorst als lid van het bestuur indien hij als lid met rechtspraak belast wordt ontslagen onderscheidenlijk geschorst;
- e. een lid van het bestuur, niet zijnde voorzitter of niet-rechterlijk lid, op eigen verzoek wordt ontslagen;
- f. de voorzitter en de andere leden, niet zijnde niet-rechterlijk lid, tevens staatsraad of staatsraad in buitengewone dienst kunnen zijn;
- g. ten aanzien van een lid van het bestuur, niet zijnde voorzitter of niet-rechterlijk lid, de bij en krachtens de [Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365) aan het bestuur toegekende bevoegdheden worden uitgeoefend door het bestuur uitgezonderd dat lid;
- h. het bestuur bevoegd is organisatorische eenheden in te stellen die belast worden met het behandelen en beslissen van de soorten zaken die door het bestuur aan die eenheden worden opgedragen.
- c. de voorzitter onderscheidenlijk een ander lid met rechtspraak belast, bedoeld in onderdeel a, na het verstrijken van een benoemingsduur van ten minste zes aaneengesloten jaren, met ingang van de datum waarop hij zijn werkzaamheden als zodanig beëindigt, gedurende drie jaren een toelage ontvangt op het salaris dat hij overeenkomstig de [Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365) geniet, waarvan het bedrag gelijk is aan het verschil tussen dat salaris en de bij algemene maatregel van bestuur voor de functie van voorzitter onderscheidenlijk lid van het bestuur vast te stellen salarishoogte;
- d. bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld over de onkostenvergoeding van de voorzitter en de andere leden met rechtspraak belast, bedoeld in onderdeel a, en de bezoldiging van het niet-rechterlijk lid;
- e. een lid van het bestuur, niet zijnde voorzitter of niet-rechterlijk lid, wordt ontslagen onderscheidenlijk geschorst als lid van het bestuur indien hij als lid met rechtspraak belast wordt ontslagen onderscheidenlijk geschorst;
- f. een lid van het bestuur, niet zijnde voorzitter of niet-rechterlijk lid, op eigen verzoek wordt ontslagen;
- g. de voorzitter en de andere leden, niet zijnde niet-rechterlijk lid, tevens staatsraad of staatsraad in buitengewone dienst kunnen zijn;
- h. ten aanzien van een lid van het bestuur, niet zijnde voorzitter of niet-rechterlijk lid, de bij en krachtens de [Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365) aan het bestuur toegekende bevoegdheden worden uitgeoefend door het bestuur uitgezonderd dat lid;
- i. het bestuur bevoegd is organisatorische eenheden in te stellen die belast worden met het behandelen en beslissen van de soorten zaken die door het bestuur aan die eenheden worden opgedragen.
##### Artikel 4
@@ -58,7 +58,7 @@
- b. zij met betrekking tot hun benoeming en salaris worden gelijkgesteld met degenen die hetzelfde ambt vervullen bij een gerechtshof;
- c. het bestuur de lijst van aanbeveling opmaakt bij het openvallen van een plaats van coördinerend vice-president, vice-president, raadsheer of raadsheer-plaatsvervanger en de Raad voor de rechtspraak deze lijst telkens, onder medezending van een advies hierover, aan Onze Minister van Justitie doorzendt met het oog op een voordracht voor benoeming overeenkomstig [artikel 2, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=2);
- c. het bestuur de lijst van aanbeveling opmaakt bij het openvallen van een plaats van senior raadsheer, raadsheer of raadsheer-plaatsvervanger en de Raad voor de rechtspraak deze lijst telkens, onder medezending van een advies hierover, aan Onze Minister van Justitie doorzendt met het oog op een voordracht voor benoeming overeenkomstig [artikel 2, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=2);
- d. zij voor de overeenkomstige toepassing van de [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=6), [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=45) en [46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=46) worden gelijkgesteld met bij een gerechtshof of rechtbank werkzame rechterlijke ambtenaren;
@@ -68,17 +68,17 @@
- g. het lid met rechtspraak belast, dat tevens president is van de Centrale Raad van Beroep, ten aanzien van hen bevoegd is tot het opleggen van de disciplinaire maatregel van schriftelijke waarschuwing, en het doen van een verzoek aan de procureur-generaal bij de Hoge Raad, bedoeld in [artikel 46o, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=46o).
2. Op de gerechtsauditeurs is de [Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365), voor zover betrekking hebbend op gerechtsauditeurs, met uitzondering van [artikel 5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=5b), van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
2. Op de senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs is de [Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365), voor zover betrekking hebbend op gerechtsauditeurs, met uitzondering van [artikel 5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=5b), van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
- a. het bestuur wordt aangemerkt als hun functionele autoriteit;
- b. zij voor de overeenkomstige toepassing van de [artikelen 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=6), [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=45) en [46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=46) worden gelijkgesteld met rechterlijke ambtenaren die werkzaam zijn bij een gerechtshof of rechtbank;
- c. het bestuur de werkzaamheden van de gerechtsauditeurs verdeelt; en
- c. het bestuur de werkzaamheden van de senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs verdeelt; en
- d. zij voor de overeenkomstige toepassing van [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365&artikel=13) worden gelijkgesteld met rechterlijke ambtenaren van wie de eerste benoeming een ambt bij een gerechtshof of rechtbank betreft.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de overeenkomstige toepassing van het krachtens de [Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365) bepaalde ten aanzien van de in het eerste en tweede lid genoemde leden met rechtspraak belast en gerechtsauditeurs.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de overeenkomstige toepassing van het krachtens de [Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008365) bepaalde ten aanzien van de in het eerste en tweede lid genoemde leden met rechtspraak belast, senior-gerechtsauditeurs en gerechtsauditeurs.
##### Artikel 5
@@ -212,7 +212,7 @@
2. Het griffierecht bedraagt:
- a. € 111, indien door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld tegen een uitspraak inzake:
- a. € 112, indien door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld tegen een uitspraak inzake:
- 1°. een besluit, genomen op grond van een wettelijk voorschrift dat is opgenomen in de onderdelen B en C, onder 1 tot en met 25, 29 en 33, dit laatste voor zover het een besluit betreft gebaseerd op [artikel 30d van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=30d), van de bijlage die bij deze wet behoort,
@@ -220,11 +220,11 @@
- 3°. een besluit inzake een uitkering op grond van blijvende arbeidsongeschiktheid op grond van een wettelijk voorschrift waarbij de natuurlijke persoon ter zake van zijn arbeidsongeschiktheid vanwege het Rijk invaliditeitspensioen is verzekerd, of een besluit, genomen op grond van artikel P 9 van de Algemene burgerlijke pensioenwet,
- b. € 224 indien door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld tegen een uitspraak inzake een ander besluit dan een besluit als bedoeld in onderdeel **a**, tenzij bij wet anders is bepaald, en
- c. € 448 indien anders dan door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld.
3. Indien het bestuursorgaan hoger beroep heeft ingesteld en de uitspraak van de rechtbank wordt in stand gelaten, wordt van de desbetreffende rechtspersoon een griffierecht geheven van € 448.
- b. € 227 indien door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld tegen een uitspraak inzake een ander besluit dan een besluit als bedoeld in onderdeel **a**, tenzij bij wet anders is bepaald, en
- c. € 454 indien anders dan door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld.
3. Indien het bestuursorgaan hoger beroep heeft ingesteld en de uitspraak van de rechtbank wordt in stand gelaten, wordt van de desbetreffende rechtspersoon een griffierecht geheven van € 454.
4. De griffier wijst de indiener van het beroepschrift op de verschuldigdheid van het griffierecht en deelt hem mee dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van zijn mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
@@ -236,9 +236,9 @@
##### Artikel 23
1. Van de verzoeker om een voorlopige voorziening wordt door de griffier een griffierecht geheven. [Artikel 22, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002170&titeldeel=II&hoofdstuk=II&artikel=22&z=2010-09-01&g=2010-09-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 22, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002170&titeldeel=II&hoofdstuk=II&artikel=22&z=2010-09-01&g=2010-09-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden, twee weken bedraagt. De president kan een kortere termijn stellen.
1. Van de verzoeker om een voorlopige voorziening wordt door de griffier een griffierecht geheven. [Artikel 22, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002170&titeldeel=II&hoofdstuk=II&artikel=22&z=2011-01-01&g=2011-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 22, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002170&titeldeel=II&hoofdstuk=II&artikel=22&z=2011-01-01&g=2011-01-01), is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden, twee weken bedraagt. De president kan een kortere termijn stellen.
3. Indien het verzoek wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de belanghebbende tot wie het bestreden besluit is gericht, aan de president schriftelijk heeft medegedeeld de uitvoering van het bestreden besluit hangende de procedure met betrekking tot de hoofdzaak op te schorten dan wel de gevraagde voorlopige maatregelen te zullen nemen, wordt het betaalde griffierecht door de griffier terugbetaald. In de overige gevallen kan de desbetreffende rechtspersoon, indien het verzoek wordt ingetrokken, het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.
@@ -270,7 +270,7 @@
##### Artikel 27
In de gevallen, bedoeld in [artikel 26, eerste lid, onderdeel **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002170&titeldeel=II&hoofdstuk=II&artikel=26&z=2010-09-01&g=2010-09-01), kan de Centrale Raad van Beroep de zaak zonder terugwijzing afdoen, indien zij naar zijn oordeel geen nadere behandeling door de rechtbank behoeft.
In de gevallen, bedoeld in [artikel 26, eerste lid, onderdeel **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002170&titeldeel=II&hoofdstuk=II&artikel=26&z=2011-01-01&g=2011-01-01), kan de Centrale Raad van Beroep de zaak zonder terugwijzing afdoen, indien zij naar zijn oordeel geen nadere behandeling door de rechtbank behoeft.
##### Artikel 28
@@ -284,9 +284,9 @@
- a. de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen tegen een uitspraak die voor dat tijdstip is gedaan;
- b. de in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002170&titeldeel=II&hoofdstuk=II&artikel=19&z=2010-09-01&g=2010-09-01) bedoelde gevolgen van dat hoger beroep;
- c. de hoogte van het griffierecht bij hoger beroep tegen een uitspraak inzake een besluit als bedoeld in [artikel 22, tweede lid, onderdeel a, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002170&titeldeel=II&hoofdstuk=II&artikel=22&z=2010-09-01&g=2010-09-01), dat voor dat tijdstip is bekendgemaakt;
- b. de in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002170&titeldeel=II&hoofdstuk=II&artikel=19&z=2011-01-01&g=2011-01-01) bedoelde gevolgen van dat hoger beroep;
- c. de hoogte van het griffierecht bij hoger beroep tegen een uitspraak inzake een besluit als bedoeld in [artikel 22, tweede lid, onderdeel a, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002170&titeldeel=II&hoofdstuk=II&artikel=22&z=2011-01-01&g=2011-01-01), dat voor dat tijdstip is bekendgemaakt;
- d. de hoogte van het griffierecht bij beroep tegen een besluit als bedoeld in [artikel 8:41, derde lid, onderdeel a, onder 1°, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:41), dat voor dat tijdstip is bekendgemaakt.
2010-09-01
Beroepswet — art. 27
2010-07-01
Beroepswet — art. 27
2010-06-09
Beroepswet — art. 27
2010-02-01
Beroepswet — art. 27
2010-01-01
Beroepswet — art. 27
2009-10-01
Beroepswet — art. 27
2009-09-01
Beroepswet — art. 27
2009-02-01
Beroepswet — art. 27
2009-01-01
Beroepswet — art. 27
2008-02-01
Beroepswet — art. 27
2008-01-01
Beroepswet — art. 27
2007-02-01
Beroepswet — art. 27
2007-01-01
Beroepswet — art. 27
2006-12-13
Beroepswet — arts. 27, 27
2006-02-01
Beroepswet — arts. 27, 27
2006-01-01
Beroepswet — arts. 27, 27
2005-12-29
Beroepswet — art. 27
2005-09-28
Beroepswet — art. 27
2005-06-01
Beroepswet — art. 27
2005-02-01
Beroepswet — art. 27
2005-01-01
Beroepswet — art. 27
2004-09-01
Beroepswet — art. 27
2004-07-01
Beroepswet — art. 27
2004-05-01
Beroepswet — art. 27
2004-02-01
Beroepswet — art. 27
2004-01-01
Beroepswet — art. 27
2003-08-01
Beroepswet — art. 27
2003-02-01
Beroepswet — art. 27
2002-11-13
Beroepswet — art. 27
2002-04-01
Beroepswet
2002-04-01
Beroepswet
original version
Tekst op deze datum