Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 24 december 1958, houdende uitvoering van het op 1 maart 1954 te 's-Gravenhage ondertekende verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering
8 versions
· 2025-01-01
2025-01-01
Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954 — arts. 20, 21
2023-05-01
Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954 — arts. 20, 21
Wijzigingen op 2023-05-01
@@ -72,7 +72,7 @@
##### Artikel 10
Oordeelt de rechter, door wie de uitvoering der rogatoire commissie zou behoren te geschieden, dat [artikel 11, derde lid, sub 3°, van het verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002306¶graaf=B&artikel=11&z=2017-09-01&g=2017-09-01) toepasselijk is, dan zendt hij de commissie onder opgaaf van redenen aan Onze Minister van Justitie, die, zo nodig na overleg met Onze Minister van Buitenlandse Zaken, beslist.
Oordeelt de rechter, door wie de uitvoering der rogatoire commissie zou behoren te geschieden, dat [artikel 11, derde lid, sub 3°, van het verdrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002306¶graaf=B&artikel=11&z=2023-05-01&g=2023-05-01) toepasselijk is, dan zendt hij de commissie onder opgaaf van redenen aan Onze Minister van Justitie, die, zo nodig na overleg met Onze Minister van Buitenlandse Zaken, beslist.
##### Artikel 11
@@ -112,13 +112,7 @@
##### Artikel 17
Dit artikel is gewijzigd in verband met de invoering van digitaal procederen. Zie voor de procedures en gerechten waarvoor digitaal procederen geldt het Overzicht gefaseerde inwerkingtreding op www.rijksoverheid.nl/KEI.
De rechter stelt bij vonnis de dag van de volgende proceshandeling vast.
Voor overige gevallen luidt het artikel als volgt:
De rechter stelt bij zijn vonnis de dag vast, waarop de zaak weder ter rolle zal worden opgeroepen.
De rechter stelt bij zijn vonnis de dag vast, waarop de zaak weer ter rolle zal worden opgeroepen.
##### Artikel 18
@@ -142,15 +136,15 @@
- 2°. een expeditie van de uitspraak;
- 3°. een verklaring, ingevolge [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002306¶graaf=D&artikel=19&z=2017-09-01&g=2017-09-01) dezer wet afgegeven, dat de uitspraak ten aanzien der veroordeling in de kosten kracht van gewijsde zaak heeft verkregen.
- 3°. een verklaring, ingevolge [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002306¶graaf=D&artikel=19&z=2023-05-01&g=2023-05-01) dezer wet afgegeven, dat de uitspraak ten aanzien der veroordeling in de kosten kracht van gewijsde zaak heeft verkregen.
2. De stukken in het voorgaande lid, sub 1° en 3° genoemd, zijn ieder vergezeld van een vertaling in een der talen, bedoeld in [artikel 19, tweede lid, sub 3°, van het verdrag](onbekend); van de uitspraak wordt een zodanige vertaling nopens het gedeelte, dat de beslissing bevat, overgelegd. De vertalingen moeten voor overeenstemmend verklaard zijn door een beëdigd vertaler in het land, waar de uitvoerbaarverklaring verlangd wordt, of door een beëdigd vertaler in Nederland.
##### Artikel 21
1. Onze Minister van Justitie zendt de stukken, in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002306¶graaf=D&artikel=20&z=2017-09-01&g=2017-09-01) dezer wet genoemd, langs de weg, in [artikel 18 van het verdrag](onbekend) vermeld, aan de bevoegde autoriteit van de Staat waar de uitvoerbaarverklaring verlangd wordt, onder bijvoeging van een bevestiging, overeenkomstig [artikel 19, derde lid, van het verdrag](onbekend), en een vertaling daarvan in een der talen, in [artikel 19, tweede lid, sub 3°, van het verdrag](onbekend). Deze vertaling is voor overeenstemmend verklaard door een beëdigd vertaler in het land, waar de uitvoerbaarverklaring verlangd wordt, of door een beëdigd vertaler in Nederland.
2. Indien niet voldaan is aan [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002306¶graaf=D&artikel=20&z=2017-09-01&g=2017-09-01) van deze wet, weigert hij de doorzending der stukken, echter niet, dan na getracht te hebben de naleving van dat artikel zoveel mogelijk te bevorderen.
1. Onze Minister van Justitie zendt de stukken, in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002306¶graaf=D&artikel=20&z=2023-05-01&g=2023-05-01) dezer wet genoemd, langs de weg, in [artikel 18 van het verdrag](onbekend) vermeld, aan de bevoegde autoriteit van de Staat waar de uitvoerbaarverklaring verlangd wordt, onder bijvoeging van een bevestiging, overeenkomstig [artikel 19, derde lid, van het verdrag](onbekend), en een vertaling daarvan in een der talen, in [artikel 19, tweede lid, sub 3°, van het verdrag](onbekend). Deze vertaling is voor overeenstemmend verklaard door een beëdigd vertaler in het land, waar de uitvoerbaarverklaring verlangd wordt, of door een beëdigd vertaler in Nederland.
2. Indien niet voldaan is aan [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002306¶graaf=D&artikel=20&z=2023-05-01&g=2023-05-01) van deze wet, weigert hij de doorzending der stukken, echter niet, dan na getracht te hebben de naleving van dat artikel zoveel mogelijk te bevorderen.
##### Artikel 22
2017-09-01
Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954 — arts. 20, 21
2013-01-01
Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954 — arts. 20, 21
2008-12-01
Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954
2008-09-01
Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954 — arts. 9, 10, 20, 21
2002-01-01
Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954 — arts. 1, 2, 5 y 18 más
2002-01-01
Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954
original version
Tekst op deze datum