Wet van 21 februari 1963, houdende regelen met betrekking tot de vrijmaking van kernenergie en de aanwending van radioactieve stoffen en ioniserende stralen uitzendende toestellen

Type Wet
Publication 2024-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 130
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

De voorzitter van de veiligheidsregio deelt de voorschriften of maatregelen die hij krachtens het eerste lid heeft vastgesteld of getroffen, onmiddellijk mee aan Onze Minister, Onze Minister wie het aangaat, de commissaris van de Koning en de Autoriteit.

3.

De voorzitter van de veiligheidsregio trekt de door hem vastgestelde voorschriften in en beëindigt de door hem getroffen maatregelen, zodra Onze Minister wie het aangaat, overeenkomstige regels stelt of overeenkomstige maatregelen treft krachtens artikel 46, eerste lid, of aan de voorzitter van de veiligheidsregio meedeelt dat de door deze vastgestelde voorschriften moeten worden ingetrokken of de door hem getroffen maatregelen moeten worden beëindigd. Onze Minister wie het aangaat, handelt hierbij voor zover mogelijk in overleg met de voorzitter van de veiligheidsregio.

4.

Artikel 49a is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 49c

De burgemeester deelt de bevelen en algemeen verbindende voorschriften die hij op grond van artikel 175 onderscheidenlijk 176 van de Gemeentewet bij een ongeval met een categorie B-object heeft gegeven, onmiddellijk mee aan Onze Minister, Onze Minister wie het aangaat, de commissaris van de Koning en de Autoriteit.

Artikel 49d

1.

Indien zich een ongeval voordoet met een categorie B-object, treft de beheerder van het oppervlaktewater maatregelen, zonodig met behulp van de sterke arm, die naar zijn oordeel nodig zijn om de gevolgen voor het oppervlaktewater zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.

2.

De in het eerste lid bedoelde maatregelen kunnen in ieder geval betrekking hebben op:

3.

De artikelen 49a, 49b, derde lid, en 49c zijn van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 5. Schadevergoeding

Artikel 49e

1.

Het in het derde lid aangewezen bestuursorgaan kan regels stellen, waarbij wordt bepaald dat een vergoeding kan worden toegekend indien de vaststelling vooraf of zich uit de toepassing van artikel 46, 49b of 49d of uit de toepassing van artikel 175 of 176 van de Gemeentewet bij een ongeval met een categorie B-object al dan niet schade voordoet, zou leiden tot onredelijke vertraging in de behandeling van de aanvraag van schadevergoeding op grond van artikel 4:126 van de Algemene wet bestuursrecht of tot kosten ten aanzien waarvan in redelijkheid niet kan worden gevergd dat de belanghebbende deze draagt.

2.

Een vergoeding krachtens het eerste lid kan alleen aan de belanghebbende worden toegekend onder de voorwaarde dat hij voor het toegekende bedrag de rechten die hij terzake van de door hem geleden schade tegenover derden heeft, overdraagt aan het bestuursorgaan dat de vergoeding toekent.

3.

Regels als bedoeld in het eerste lid worden gesteld door:

Hoofdstuk VII. Beroep

Artikel 50

Vervallen

Artikel 51

Vervallen

Artikel 52

Vervallen

Artikel 53

Vervallen

Artikel 54

Vervallen

Artikel 55

Vervallen

Artikel 56

Vervallen

Artikel 57

Vervallen

Hoofdstuk VIII. Ambtelijke bevoegdheden

Artikel 58

1.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast:

2.

Onze Ministers van Infrastructuur en Milieu en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wijzen, in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, ambtenaren aan belast met het meten van doses ioniserende straling en het bepalen van radioactieve besmetting, alsmede met de in artikel 37 bedoelde registratie daarvan.

3.

Met de uitoefening van de in het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid bedoelde taken zijn mede belast de door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport daartoe aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder a, van de Warenwet.

4.

Onze betrokken Ministers stellen regelen betreffende de taakvervulling van de krachtens het eerste lid, onderdeel b, en het tweede en derde lid aangewezen ambtenaren.

5.

Van een besluit als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 59

1.

De artikelen 5:13 en 5:15 tot en met 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in artikel 58, tweede en derde lid, bedoelde ambtenaren bij de uitoefening van de in artikel 58, tweede lid, bedoelde taken.

2.

De in artikel 58, eerste, tweede en derde lid, bedoelde ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner.

Artikel 60

Vervallen

Artikel 61

Vervallen

Artikel 62

Vervallen

Artikel 63

Vervallen

Artikel 64

Vervallen

Artikel 65

1.

De Autoriteit kan personen, die zijn aangewezen om de naleving van internationale overeenkomsten en door volkenrechtelijke organisaties genomen besluiten, geheel of gedeeltelijk betrekking hebbende op het gebied van de kernenergie of van de ioniserende straling, te controleren, toelaten deze taak te vervullen.

2.

De artikelen 5:13 en 5:15 tot en met 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde personen.

3.

De in het eerste lid bedoelde personen zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner, met dien verstande dat bedoelde personen daarbij vergezeld zijn van een ambtenaar als bedoeld in artikel 58.

4.

Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 66

Het bevoegd gezag is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht ter handhaving van de artikelen 59, eerste lid, en 65, tweede lid, voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan een krachtens artikel 58, tweede en derde lid, aangewezen ambtenaar of een krachtens artikel 65 toegelaten persoon.

Hoofdstuk IX. Algemene bepalingen

Artikel 67

1.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ter uitvoering van internationale overeenkomsten en door volkenrechtelijke organisaties genomen besluiten, geheel of gedeeltelijk betrekking hebbende op het gebied van de kernenergie of van de ioniserende straling.

2.

Hiertoe kunnen behoren:

3.

In geval van toepassing van het tweede lid, onder a, is artikel 16 van overeenkomstige toepassing.

4.

Aan een vergunning als in het tweede lid, onder a, bedoeld kunnen voorschriften worden verbonden.

5.

Zodanige voorschriften kunnen, voor zover bij de maatregel niet anders is bepaald, de verplichting inhouden te voldoen aan door bestuursorganen, die bij het voorschrift zijn aangewezen, gestelde nadere eisen. Bij het stellen van zodanige eis wordt tevens het tijdstip bepaald, waarop ten aanzien van die eis de verplichting ingaat.

6.

Een vergunning als bedoeld in het tweede lid, onder a, kan te allen tijde worden ingetrokken op grond van gewichtige redenen aan het algemeen belang ontleend. De aan een vergunning verbonden voorschriften kunnen te allen tijde worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.

Artikel 68

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ter verzekering van de geheimhouding van:

Artikel 69

1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke taken worden verricht door een deskundige en worden regels gesteld met betrekking tot de vaardigheden en bekwaamheden, waaraan deskundigen moeten voldoen.

2.

Bij de maatregel kan worden bepaald dat daarbij aangewezen taken slechts mogen worden verricht door een persoon die met het oog op de uitvoering van die taken is ingeschreven in een door de Autoriteit beheerd register.

3.

De Autoriteit beslist op de aanvraag voor inschrijving in een register als bedoeld in het tweede lid. Zij is bevoegd de inschrijving door te halen.

4.

Een inschrijving in een register geldt voor een bepaalde tijd. Aan een inschrijving kunnen voorschriften worden verbonden.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de eisen met betrekking tot vaardigheden en bekwaamheden waaraan een persoon moet voldoen om als deskundige in een register te kunnen worden ingeschreven.

6.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de inschrijving in een register, die in ieder geval betrekking kunnen hebben op:

Artikel 69a

Vervallen

Artikel 69b

Vervallen

Artikel 69c

Vervallen

Artikel 69d

Vervallen

Artikel 70

1.

Een krachtens deze wet verleende vergunning is persoonlijk.

2.

Na het overlijden van een vergunninghouder blijft de vergunning gedurende vier weken van kracht ten behoeve van diens rechtverkrijgenden, die het bedrijf voortzetten, mits door of namens hen binnen een week na dit overlijden daarvan aan de Autoriteit kennis wordt gegeven onder opgaaf van de namen van hen, die het bedrijf voortzetten. Wanneer binnen deze vier weken een aanvraag om een nieuwe vergunning is ingediend, blijft eerstbedoelde vergunning verder van kracht totdat op die aanvraag onherroepelijk is beslist. Gedurende het van kracht blijven van de vergunning kan zij overeenkomstig de artikelen 19 tot en met 20a worden gewijzigd of ingetrokken.

3.

De vergunninghouder kan de vergunning geheel of gedeeltelijk aan een ander overdragen, indien daarvoor toestemming is gegeven door de Autoriteit. Aan de toestemming kunnen voorschriften worden verbonden.

Artikel 71

Vervallen

Artikel 72

1.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bij of krachtens andere wetten gestelde regelen geheel of gedeeltelijk buiten toepassing worden verklaard, voor zover de belangen, welke die regelen beogen te beschermen, naar Ons oordeel in voldoende mate door toepassing van deze wet kunnen worden beschermd.

2.

Indien Wij niet binnen twaalf weken na het in werking treden van een algemene maatregel van bestuur, waarbij bepalingen van een andere wet geheel of gedeeltelijk buiten toepassing zijn verklaard, aan de Staten-Generaal een voorstel van wet tot wijziging van die wet of tot afwijking daarvan hebben doen toekomen of indien zodanig voorstel wordt ingetrokken of verworpen, trekken Wij de maatregel onverwijld in.

Artikel 73

Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur.

Artikel 74

De bij de toepassing van deze wet betrokken personen zijn verplicht in bij algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen en overeenkomstig daarbij gestelde regelen bij de maatregel vastgestelde bedragen aan de staat te betalen als bijdrage in de aan de uitvoering van deze wet verbonden kosten.

Artikel 75

1.

Wij kunnen ten behoeve van instellingen van wetenschap of in het belang van de landsverdediging van de in de artikelen 15 en 29 vervatte verboden:

2.

Aan een vrijstelling of ontheffing worden de voorschriften verbonden, welke naar Ons oordeel nodig zijn met het oog op de bij of krachtens artikel 15b aangewezen belangen.

Artikel 76

1.

Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 4, 14, 15c, 15f, 16, 17, 17a, 18a, 21, 29, 32, 34, 37, 38a, 67, 68, 73 of 75 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis te brengen van Onze Ministers van Infrastructuur en Milieu, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en, behoudens ingeval het een maatregel krachtens artikel 21 betreft, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

2.

Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst.

3.

Ten aanzien van bij een algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens artikel 67, geregelde onderwerpen kunnen Onze betrokken Ministers nadere regelen stellen.

4.

Hetgeen ingevolge deze wet bij algemene maatregel van bestuur kan worden geregeld, kan in afwijking daarvan bij ministeriële regeling worden geregeld, indien de regels uitsluitend strekken ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, tenzij voor een juiste uitvoering wijziging van een algemene maatregel van bestuur of de wet noodzakelijk is. Op de vaststelling van een ministeriële regeling zijn de artikelen 26 en 35 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 76a

Een gedraging in strijd met een voorschrift dat is verbonden aan een krachtens deze wet verleende vergunning, is verboden.

Hoofdstuk X. Handhaving

Artikel 77

Vervallen

Artikel 78

Vervallen

Artikel 79

Vervallen

Artikel 80

1.

Indien van het opzettelijk handelen in strijd met het bij of krachtens de artikelen 15, 21, 26, of 76a, voor zover betrekking hebbend op een vergunning als bedoeld in artikel 15, bepaalde gevaar voor ernstig lichamelijk letsel voor een ander of aanzienlijke schade aan goederen of het milieu te duchten is, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.

2.

Indien van het opzettelijk handelen in strijd met het bij of krachtens de artikelen 15, 21, 26 of 76a, voor zover betrekking hebbend op een vergunning als bedoeld in artikel 15, bepaalde levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.

3.

De samenspanning tot de in het eerste en tweede lid omschreven misdrijven, te begaan met een terroristisch oogmerk als bedoeld in artikel 83a van het Wetboek van Strafrecht, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie. Artikel 96, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 80a

In geval van vervolging wegens een strafbaar feit, vallende onder de omschrijvingen van artikel 7, eerste lid, onder a en d, van het op 3 maart 1980 te Wenen/New York tot stand gekomen Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal (Trb. 1981, 7), zoals gewijzigd bij de op 8 juli 2005 te Wenen tot stand gekomen Wijziging van dat verdrag (Trb. 2006, 81), op grond van een der bevoegdheidsregels, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b, of artikel 8, tweede lid, van dat Verdrag, wordt bij de toepassing van deze wet

Artikel 81

De in de artikelen 79 en 80 strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.

Artikel 82

Vervallen

Artikel 83

1.

Met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de in artikel 58 bedoelde ambtenaren, voor zover zij bij besluit van Onze Minister van Veiligheid en Justitie zijn aangewezen. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.

2.

Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 83a

Met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn de artikelen 18.418.4a, en 18.10 van de Omgevingswet van toepassing.

Artikel 83b

1.

De artikelen 5:13 en 5:15 tot en met 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in artikel 83 bedoelde ambtenaren bij de uitoefening van de in dat artikel bedoelde taken.

2.

De in artikel 83 bedoelde ambtenaren zijn bij de uitoefening van de in dat artikel bedoelde taken bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner.

Hoofdstuk XI. Slotbepalingen

Artikel 84

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 85

Krachtens de Hinderwet voor inrichtingen als in artikel 15, onder b, bedoeld verleende vergunningen worden geacht te zijn verleend op grond van deze wet.

Artikel 86

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 87

De Röntgenstralenwet (Stb. 1931, 299) wordt ingetrokken.

Artikel 88

Deze wet kan worden aangehaald als: Kernenergiewet.

Artikel 89

1.

Hoofdstuk II van deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin zij wordt geplaatst.

2.

Haar onderscheidene overige bepalingen treden in werking op door Ons te bepalen tijdstippen. De voordrachten hiertoe worden Ons gedaan door Onze Ministers, wie het aangaat, de Centrale Raad gehoord.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 79

Degene die:

met een terroristisch oogmerk als bedoeld in artikel 83a van het Wetboek van Strafrecht, dan wel met het oogmerk om een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 83 van dat wetboek voor te bereiden of gemakkelijk te maken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 15f

1.

De houder van een vergunning als bedoeld in artikel 15, onder b, voor het in werking brengen, in werking houden, buiten gebruik stellen of ontmantelen van een inrichting waarin kernenergie kan, onderscheidenlijk kon worden vrijgemaakt, stelt op een door Onze Ministers van Infrastructuur en Milieu en van Financiën goedgekeurde wijze financiële zekerheid ter dekking van de kosten die voortvloeien uit het buiten gebruik stellen en de ontmanteling van de inrichting.

2.

De financiële zekerheid wordt in stand gehouden tot het tijdstip waarop Onze genoemde Ministers schriftelijk hebben verklaard dat de ontmanteling is voltooid.

3.

De financiële zekerheid wordt gesteld in een of meer van de volgende vormen:

4.

De aanvraag om goedkeuring vermeldt het bedrag en de termijn waarvoor en het tijdstip en de wijze waarop de zekerheid wordt gesteld. Tevens bevat de aanvraag een onderbouwing van de omvang van de te stellen financiële zekerheid. Indien de aanvraag betrekking heeft op een wijziging van bij een eerdere aanvraag verstrekte gegevens, wordt de aanvraag uiterlijk vier weken voor de wijziging ingediend.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de aanvraag om goedkeuring.

6.

Aan de goedkeuring kunnen voorschriften worden verbonden. Daartoe kan in ieder geval behoren een voorschrift dat de houder van de vergunning het bedrag van de gestelde zekerheid aanpast, indien dat naar het oordeel van Onze genoemde Ministers nodig is met het oog op wijziging van bij het voorschrift aangegeven omstandigheden.

7.

Onze genoemde Ministers beslissen binnen zes maanden na de ontvangst van een aanvraag om goedkeuring op die aanvraag.

8.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, worden aangewezen, waarop het eerste tot en met zevende lid van overeenkomstige toepassing zijn.

9.

Afdeling 3. Inbezitneming van splijtstoffen en ertsen

Afdeling 3. Inbezitneming van splijtstoffen en ertsen

Hoofdstuk IV. Radioactieve stoffen en toestellen

Afdeling 1. Radioactieve stoffen

Afdeling 2. Toestellen

Afdeling 3. Algemeen

Hoofdstuk V. Maatregelen met betrekking tot werkzaamheden of verblijf in ruimten

Hoofdstuk Va. Metingen radioactiviteit en bedrijfsvoering

Hoofdstuk Va. Metingen radioactiviteit en bedrijfsvoering

Afdeling 1. Inleidende bepalingen

Afdeling 1. Inleidende bepalingen

Afdeling 2. Organisatie en coördinatie

Afdeling 3. Informatieverstrekking

Afdeling 5. Schadevergoeding

Hoofdstuk VII. Beroep

Hoofdstuk VIII. Ambtelijke bevoegdheden

Hoofdstuk IX. Algemene bepalingen

Artikel 70a

Op een overeenkomst, gesloten door de eigenaar van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, waarin kernenergie kan worden vrijgemaakt, met de Staat der Nederlanden, die verband houdt met die inrichting, is artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de in dat artikel bedoelde rechtsgevolgen mede zullen gelden voor verplichtingen van eerstgenoemde partij om ten aanzien van die inrichting iets te doen.

Hoofdstuk X. Handhaving

Artikel 82

Vervallen

Hoofdstuk XI. Slotbepalingen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 82

Ingeval bij of krachtens deze wet regels worden gesteld met gebruikmaking van door het Internationaal Atoomenergieagentschap vastgestelde veiligheidsnormen, kan overtreding van die regels ook als strafbaar feit worden aangemerkt dan wel worden bestraft met een bestuurlijke sanctie indien deze regels in de Engelse taal zijn gesteld en bekend gemaakt.

Artikel 12a

In afwijking van artikel 21, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandig bestuursorganen kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu geen beleidsregels vaststellen met betrekking tot de taakuitoefening door de Autoriteit.

Artikel 12b

1.

De Autoriteit stelt een bestuursreglement vast.

2.

Het bestuursreglement behoeft goedkeuring van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

3.

Het bestuursreglement bevat alleen regels over de wijze van besluitvorming, het financiële beheer, de administratieve organisatie, vervanging van leden, vertegenwoordigingsbevoegdheid en procedures met het oog op een goede en zorgvuldige uitoefening van de taken.

4.

De Autoriteit maakt het bestuursreglement na de goedkeuring bekend in de Staatscourant.

Artikel 12c

1.

In afwijking van artikel 22, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu een besluit van de Autoriteit uitsluitend vernietigen wegens strijd met het recht.

2.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt beide kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis van een besluit tot vernietiging van een besluit van de Autoriteit.

Artikel 12d

Indien de Autoriteit haar taak ernstig verwaarloost, kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu na overleg met Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport die de taakverwaarlozing aangaat of aangaan de noodzakelijke voorzieningen treffen.

Artikel 12e

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt het verslag, bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, op na overleg met Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Hoofdstuk III. Splijtstoffen, ertsen en inrichtingen

Afdeling 1. Registratie van splijtstoffen en ertsen

Afdeling 2. Vergunningen

Afdeling 5. Algemeen

Hoofdstuk IV. Radioactieve stoffen en toestellen

Afdeling 1. Radioactieve stoffen

Afdeling 2. Toestellen

Afdeling 3. Algemeen

Hoofdstuk V. Maatregelen met betrekking tot werkzaamheden of verblijf in ruimten

Hoofdstuk VI. Bepalingen met betrekking tot interventie bij ongevallen of langdurige blootstellingen alsmede de voorbereiding daarop

Artikel 43b

1.

De Autoriteit draagt er zorg voor dat de Nederlandse bevolking op passende wijze, in ieder geval langs elektronische weg op een algemeen toegankelijke wijze, informatie wordt verstrekt over ongewone gebeurtenissen binnen inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, en, voor zover daarover informatie beschikbaar is, over ongewone gebeurtenissen binnen vergelijkbare buitenlandse inrichtingen in de nabijheid van Nederland.

2.

De Autoriteit bericht Onze Minister jaarlijks vóór 1 juli over de ongewone gebeurtenissen die in het voorgaande jaar hebben plaatsgevonden.

3.

Bij de informatieverstrekking en het bericht wordt in ieder geval ingegaan op de oorzaak, omvang en gevolgen van de ongewone gebeurtenissen, alsmede op de bij de ongewone gebeurtenissen genomen maatregelen.

Afdeling 4. Regels en maatregelen bij een ongeval met een categorie A- of een categorie B-object

Afdeling 5. Schadevergoeding

Hoofdstuk VII. Beroep

Hoofdstuk VIII. Ambtelijke bevoegdheden

Hoofdstuk IX. Algemene bepalingen

Hoofdstuk X. Handhaving

Hoofdstuk XI. Slotbepalingen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 83c

De Autoriteit is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen, voor zover het het werkterrein van de Autoriteit betreft en voor zover die bevoegdheid niet al voortvloeit uit andere voorschriften van deze wet.

Hoofdstuk XI. Slotbepalingen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 80b

Bij veroordeling wegens een der misdrijven omschreven in de artikelen 79 en 80, derde lid, alsmede bij veroordeling wegens een der misdrijven omschreven in artikel 80, tweede lid, begaan met een terroristisch oogmerk als bedoeld in artikel 83a van het Wetboek van Strafrecht, kan ontzetting van het in artikel 28, eerste lid, onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht vermelde recht worden uitgesproken.

Hoofdstuk XI. Slotbepalingen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 17b

Het bestuursorgaan dat zorg draagt voor het beheer van het zuiveringtechnisch werk of het oppervlaktewaterlichaam waarop afvalwater vanuit een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater wordt gebracht, is adviseur met betrekking tot een aanvraag om een vergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 15, onder b, voor zover die aanvraag betrekking heeft op het brengen van afvalwater of andere afvalstoffen in die voorziening.

Afdeling 5. Algemeen

Hoofdstuk IV. Radioactieve stoffen en toestellen

Afdeling 1. Radioactieve stoffen

Afdeling 2. Toestellen

Afdeling 3. Algemeen

Hoofdstuk Va. Metingen radioactiviteit en bedrijfsvoering

Hoofdstuk VI. Bepalingen met betrekking tot interventie bij ongevallen of langdurige blootstellingen alsmede de voorbereiding daarop

Afdeling 1. Inleidende bepalingen

Afdeling 2. Organisatie en coördinatie

Afdeling 4. Regels en maatregelen bij een ongeval met een categorie A- of een categorie B-object

Afdeling 5. Schadevergoeding

Hoofdstuk VII. Beroep

Hoofdstuk VIII. Ambtelijke bevoegdheden

Hoofdstuk IX. Algemene bepalingen

Hoofdstuk X. Handhaving

Hoofdstuk XI. Slotbepalingen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)