Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 28 juni 1968, houdende vervanging van de bestaande omzetbelasting door een omzetbelasting volgens het stelsel van heffing over de toegevoegde waarde
53 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968
2025-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968
2024-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968
2023-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968
2022-07-08
Wet op de omzetbelasting 1968 — art. 37
Wijzigingen op 2022-07-08
@@ -22,17 +22,17 @@
##### Artikel 1a
1. [Artikel 1, aanhef en onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-01&g=2022-07-01), is niet van toepassing wanneer het verworven goed:
1. [Artikel 1, aanhef en onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-08&g=2022-07-08), is niet van toepassing wanneer het verworven goed:
- a. is geleverd door een ondernemer op wie de in de artikelen 282 tot en met 292 van de BTW-richtlijn 2006 bedoelde vrijstellingsregeling van toepassing is;
- b. is geleverd in de zin van [artikel 3, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3&z=2022-07-01&g=2022-07-01);
- c. is geleverd met toepassing van [artikel 5a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5a&z=2022-07-01&g=2022-07-01); of
- b. is geleverd in de zin van [artikel 3, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3&z=2022-07-08&g=2022-07-08);
- c. is geleverd met toepassing van [artikel 5a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5a&z=2022-07-08&g=2022-07-08); of
- d. is geleverd met toepassing van een van de in de artikelen 312 tot en met 325 en 333 tot en met 340 van de BTW-richtlijn 2006 bedoelde bijzondere regelingen.
2. [Artikel 1, aanhef en onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-01&g=2022-07-01), is voorts niet van toepassing op intracommunautaire verwervingen van goederen, andere dan nieuwe vervoermiddelen en accijnsgoederen, door:
2. [Artikel 1, aanhef en onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-08&g=2022-07-08), is voorts niet van toepassing op intracommunautaire verwervingen van goederen, andere dan nieuwe vervoermiddelen en accijnsgoederen, door:
- a. ondernemers die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verrichten waarvoor geen recht op aftrek van belasting bestaat; en
@@ -64,7 +64,7 @@
- e. accijnsgoederen: bier, wijn, tussenprodukten, overige alcoholhoudende produkten, minerale oliën en tabaksprodukten als bedoeld in [artikel 1 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=1), kolen als bedoeld in [artikel 32, onderdeel a, van de Wet belastingen op milieugrondslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=32), alsmede aardgas als bedoeld in [artikel 47, eerste lid, onderdeel m, van de Wet belastingen op milieugrondslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=47) in verbinding met [artikel 48, tweede lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168&artikel=48), maar met uitzondering van gas dat wordt geleverd via een op het grondgebied van de Unie gesitueerd aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net;
- f. nieuwe vervoermiddelen: voor het personen- of goederenvervoer bestemde schepen met een lengte van meer dan 7,5 m, luchtvaartuigen met een totaal opstijggewicht van meer dan 1550 kg en landvoertuigen die zijn uitgerust met een motor van meer dan 48 cc cilinderinhoud of met een vermogen van meer dan 7,2 kW, met uitzondering van schepen en luchtvaartuigen als bedoeld in de bij deze wet behorende [tabel II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-01&g=2022-07-01), onderdeel a, post 3, onder a, onderscheidenlijk e, wanneer op het tijdstip van de levering:
- f. nieuwe vervoermiddelen: voor het personen- of goederenvervoer bestemde schepen met een lengte van meer dan 7,5 m, luchtvaartuigen met een totaal opstijggewicht van meer dan 1550 kg en landvoertuigen die zijn uitgerust met een motor van meer dan 48 cc cilinderinhoud of met een vermogen van meer dan 7,2 kW, met uitzondering van schepen en luchtvaartuigen als bedoeld in de bij deze wet behorende [tabel II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-08&g=2022-07-08), onderdeel a, post 3, onder a, onderscheidenlijk e, wanneer op het tijdstip van de levering:
- 1°. na het tijdstip van eerste ingebruikneming van het landvoertuig niet meer dan zes maanden, dan wel van het schip of luchtvaartuig niet meer dan drie maanden, zijn verstreken; of
@@ -112,13 +112,13 @@
- w. **intracommunautaire afstandsverkopen van goederen:** de leveringen van goederen die worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier, ook wanneer de leverancier indirect tussenkomt bij het vervoer of de verzending van de goederen, vanuit een andere lidstaat dan die van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- 1°. de levering van goederen wordt verricht aan een ondernemer of aan een rechtspersoon, andere dan ondernemer, van wie de intracommunautaire verwervingen van goederen krachtens [artikel 1a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), niet aan de belasting zijn onderworpen, of aan enige andere niet-ondernemer;
- 1°. de levering van goederen wordt verricht aan een ondernemer of aan een rechtspersoon, andere dan ondernemer, van wie de intracommunautaire verwervingen van goederen krachtens [artikel 1a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), niet aan de belasting zijn onderworpen, of aan enige andere niet-ondernemer;
- 2°. de geleverde goederen zijn geen nieuwe vervoermiddelen, noch goederen, geleverd na montage of installatie, door of voor rekening van de leverancier, met of zonder beproeven van de geïnstalleerde of gemonteerde goederen;
- x. **afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde-land ingevoerde goederen:** de leveringen van goederen die worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier, met inbegrip van gevallen waarin de leverancier indirect tussenkomt bij het vervoer of de verzending van de goederen, vanuit een derdelandsgebied of een derde-land naar een afnemer in een lidstaat, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- 1°. de levering van goederen wordt verricht aan een ondernemer of aan een rechtspersoon, andere dan ondernemer, van wie de intracommunautaire verwervingen van goederen krachtens [artikel 1a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), niet aan de belasting zijn onderworpen, of aan enige andere niet-ondernemer;
- 1°. de levering van goederen wordt verricht aan een ondernemer of aan een rechtspersoon, andere dan ondernemer, van wie de intracommunautaire verwervingen van goederen krachtens [artikel 1a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), niet aan de belasting zijn onderworpen, of aan enige andere niet-ondernemer;
- 2°. de geleverde goederen zijn geen nieuwe vervoermiddelen, noch goederen, geleverd na montage of installatie, door of voor rekening van de leverancier, met of zonder beproeven van de geïnstalleerde of gemonteerde goederen.
@@ -136,7 +136,7 @@
- b. de afgifte van goederen ingevolge een overeenkomst van huurkoop;
- c. de oplevering van onroerende zaken door degene die de zaken heeft vervaardigd, met uitzondering van andere onbebouwde terreinen dan bouwterreinen als bedoeld in [artikel 11, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=11&z=2022-07-01&g=2022-07-01);
- c. de oplevering van onroerende zaken door degene die de zaken heeft vervaardigd, met uitzondering van andere onbebouwde terreinen dan bouwterreinen als bedoeld in [artikel 11, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=11&z=2022-07-08&g=2022-07-08);
- d. de rechtsovergang van goederen tegen betaling van een vergoeding ingevolge een vordering door of namens de overheid;
@@ -146,7 +146,7 @@
2. Als levering van goederen wordt mede aangemerkt de vestiging, overdracht, wijziging, afstand en opzegging van rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen, met uitzondering van hypotheek en grondrente, tenzij de vergoeding, vermeerderd met de omzetbelasting, minder bedraagt dan de waarde in het economische verkeer van die rechten. De waarde in het economische verkeer bedraagt ten minste de kostprijs, met inbegrip van de omzetbelasting, van de onroerende zaak waarop het recht betrekking heeft, zoals die zou ontstaan bij de voortbrenging door een onafhankelijke derde op het tijdstip van de handeling.
3. Met een levering onder bezwarende titel als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-01&g=2022-07-01), worden gelijkgesteld:
3. Met een levering onder bezwarende titel als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-08&g=2022-07-08), worden gelijkgesteld:
- a. het door een ondernemer aan zijn bedrijf onttrekken van een goed dat hij voor eigen privé-doeleinden of voor privé-doeleinden van zijn personeel bestemt, dat hij om niet verstrekt of, meer in het algemeen, dat hij voor andere dan bedrijfsdoeleinden bestemt, ingeval met betrekking tot dat goed of de bestanddelen daarvan recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan;
@@ -166,15 +166,15 @@
##### Artikel 3a
1. Met een levering van een goed onder bezwarende titel als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-01&g=2022-07-01), wordt gelijkgesteld de overbrenging door een ondernemer van een eigen goed van zijn bedrijf naar een andere lidstaat.
1. Met een levering van een goed onder bezwarende titel als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-08&g=2022-07-08), wordt gelijkgesteld de overbrenging door een ondernemer van een eigen goed van zijn bedrijf naar een andere lidstaat.
2. Overbrenging van een goed naar een andere lidstaat is het verzenden of vervoeren van het goed voor bedrijfsdoeleinden, door of voor rekening van de ondernemer, voor zover het goed niet:
- a. door de ondernemer wordt geleverd in de zin van [artikel 3, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3&z=2022-07-01&g=2022-07-01), of wordt geleverd met toepassing van [artikel 5a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5a&z=2022-07-01&g=2022-07-01);
- b. door de ondernemer wordt geleverd met toepassing van [artikel 5, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5&z=2022-07-01&g=2022-07-01);
- c. door de ondernemer wordt geleverd met toepassing van [artikel 9, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=9&z=2022-07-01&g=2022-07-01);
- a. door de ondernemer wordt geleverd in de zin van [artikel 3, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3&z=2022-07-08&g=2022-07-08), of wordt geleverd met toepassing van [artikel 5a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5a&z=2022-07-08&g=2022-07-08);
- b. door de ondernemer wordt geleverd met toepassing van [artikel 5, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5&z=2022-07-08&g=2022-07-08);
- c. door de ondernemer wordt geleverd met toepassing van [artikel 9, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=9&z=2022-07-08&g=2022-07-08);
- d. vervallen;
@@ -184,21 +184,21 @@
- g. voor een periode van ten hoogste 24 maanden wordt gebruikt in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer, wanneer de invoer van hetzelfde goed uit een derde-land met het oog op tijdelijk gebruik in aanmerking zou komen voor de regeling voor tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van rechten bij invoer; of
- h. bestaat in gas dat via een op het grondgebied van de Unie gesitueerd aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net wordt geleverd onder de voorwaarden van [artikel 5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5b&z=2022-07-01&g=2022-07-01), in warmte of koude dat via warmte- of koudenetten onder die voorwaarden wordt geleverd dan wel in elektriciteit die wordt geleverd onder die voorwaarden.
- h. bestaat in gas dat via een op het grondgebied van de Unie gesitueerd aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net wordt geleverd onder de voorwaarden van [artikel 5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5b&z=2022-07-08&g=2022-07-08), in warmte of koude dat via warmte- of koudenetten onder die voorwaarden wordt geleverd dan wel in elektriciteit die wordt geleverd onder die voorwaarden.
3. In geval ten aanzien van een goed als bedoeld in het tweede lid, aanhef, en onderdelen a tot en met h, op enig tijdstip niet meer wordt voldaan aan de in het van toepassing zijnde onderdeel gestelde voorwaarden, wordt het goed geacht op dat tijdstip te zijn overgebracht naar een andere lidstaat.
##### Artikel 4
1. Diensten zijn alle prestaties, niet zijnde leveringen van goederen in de zin van [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
2. Met een dienst verricht onder bezwarende titel als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-01&g=2022-07-01), worden gelijkgesteld:
1. Diensten zijn alle prestaties, niet zijnde leveringen van goederen in de zin van [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
2. Met een dienst verricht onder bezwarende titel als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-08&g=2022-07-08), worden gelijkgesteld:
- a. het gebruiken van een tot het bedrijf behorend goed voor privé-doeleinden van de ondernemer of van zijn personeel, of, meer in het algemeen, voor andere dan bedrijfsdoeleinden, wanneer voor dit goed recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan;
- b. het om niet verrichten van diensten door de ondernemer voor eigen privé-doeleinden of voor privé-doeleinden van zijn personeel, of, meer in het algemeen, voor andere dan bedrijfsdoeleinden.
3. Ter voorkoming van ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen worden voorts met een dienst verricht onder bezwarende titel als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-01&g=2022-07-01), gelijkgesteld de bij ministeriële regeling aan te wijzen verrichtingen door ondernemers binnen hun bedrijf, in gevallen waarin die ondernemers, indien zij die verrichtingen door andere ondernemers zouden laten doen, de belasting niet of niet geheel in aftrek zouden kunnen brengen.
3. Ter voorkoming van ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen worden voorts met een dienst verricht onder bezwarende titel als bedoeld in [artikel 1, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-08&g=2022-07-08), gelijkgesteld de bij ministeriële regeling aan te wijzen verrichtingen door ondernemers binnen hun bedrijf, in gevallen waarin die ondernemers, indien zij die verrichtingen door andere ondernemers zouden laten doen, de belasting niet of niet geheel in aftrek zouden kunnen brengen.
4. Diensten welke worden verleend door tussenkomst van een commissionair of dergelijke ondernemer die overeenkomsten sluit op eigen naam maar op order en voor rekening van een ander, worden geacht aan en vervolgens door die ondernemer te zijn verleend.
@@ -206,7 +206,7 @@
1. De plaats waar een levering wordt verricht, is:
- a. ingeval het goed in verband met de levering, anders dan in de zin van [artikel 3, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3&z=2022-07-01&g=2022-07-01), wordt verzonden of vervoerd, de plaats waar de verzending of het vervoer aanvangt;
- a. ingeval het goed in verband met de levering, anders dan in de zin van [artikel 3, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3&z=2022-07-08&g=2022-07-08), wordt verzonden of vervoerd, de plaats waar de verzending of het vervoer aanvangt;
- b. in andere gevallen de plaats waar het goed zich bevindt op het tijdstip van de levering;
@@ -216,13 +216,13 @@
##### Artikel 5a
1. In afwijking van [artikel 5, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5&z=2022-07-01&g=2022-07-01), wordt de plaats van levering:
1. In afwijking van [artikel 5, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5&z=2022-07-08&g=2022-07-08), wordt de plaats van levering:
- a. van intracommunautaire afstandsverkopen van goederen geacht de plaats te zijn waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer;
- b. van afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde-land ingevoerde goederen geacht de plaats te zijn waar de goederen zich bevinden op het tijdstip van aankomst van de verzending of het vervoer naar de afnemer, indien de invoer plaatsvindt in een andere lidstaat dan die van aankomst van de verzending of het vervoer naar de afnemer;
- c. van afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde-land ingevoerde goederen geacht zich in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer in die lidstaat te bevinden, indien de invoer in die lidstaat plaatsvindt, mits de belasting op deze goederen moet worden aangegeven in het kader van de invoerregeling, bedoeld in [hoofdstuk V, afdeling 7, paragraaf 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=4&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
- c. van afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde-land ingevoerde goederen geacht zich in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer in die lidstaat te bevinden, indien de invoer in die lidstaat plaatsvindt, mits de belasting op deze goederen moet worden aangegeven in het kader van de invoerregeling, bedoeld in [hoofdstuk V, afdeling 7, paragraaf 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=4&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de leveringen van gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die aan de btw zijn onderworpen overeenkomstig de toepasselijke bijzondere regelingen van BTW-richtlijn 2006.
@@ -254,7 +254,7 @@
4. Natuurlijke personen en lichamen in de zin van de [Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320), die op grond van het bepaalde in dit artikel ondernemer zijn en die in Nederland wonen of zijn gevestigd dan wel aldaar een vaste inrichting hebben en die in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zodanig zijn verweven, dat zij een eenheid vormen, worden, al dan niet op verzoek van één of meer van deze natuurlijke personen of lichamen, bij voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur als één ondernemer aangemerkt en wel met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die waarin de inspecteur die beschikking heeft afgegeven. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter zake van de vorming, wijziging en beëindiging van de fiscale eenheid.
5. Onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden kunnen lichamen in de zin van de [Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320) die, anders dan als ondernemer, prestaties verrichten ten behoeve van ondernemers, die krachtens [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-01&g=2022-07-01) ter zake belasting in aftrek zouden hebben kunnen brengen, indien die prestaties ten behoeve van hen door een ondernemer zouden zijn verricht, met betrekking tot die prestaties als ondernemer worden aangemerkt.
5. Onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden kunnen lichamen in de zin van de [Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320) die, anders dan als ondernemer, prestaties verrichten ten behoeve van ondernemers, die krachtens [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-08&g=2022-07-08) ter zake belasting in aftrek zouden hebben kunnen brengen, indien die prestaties ten behoeve van hen door een ondernemer zouden zijn verricht, met betrekking tot die prestaties als ondernemer worden aangemerkt.
6. Degene die, anders dan als ondernemer, een nieuw vervoermiddel levert welk vervoermiddel wordt verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat, wordt met betrekking tot die levering als ondernemer aangemerkt.
@@ -272,13 +272,13 @@
2. De vergoeding is het totale bedrag dat - of voor zover de tegenprestatie niet in een geldsom bestaat, de totale waarde van de tegenprestatie welke - ter zake van de levering of de dienst in rekening wordt gebracht, de omzetbelasting niet daaronder begrepen. Ingeval ter zake van de levering of de dienst meer wordt voldaan dan hetgeen in rekening is gebracht, komt in plaats daarvan in aanmerking hetgeen is voldaan.
3. Ten aanzien van de handelingen, bedoeld in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3&z=2022-07-01&g=2022-07-01), en [artikel 3a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), wordt de vergoeding gesteld op de aankoopprijs van de goederen of van soortgelijke goederen of, indien er geen aankoopprijs is, de kostprijs, berekend op het tijdstip waarop deze handelingen worden uitgevoerd.
3. Ten aanzien van de handelingen, bedoeld in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3&z=2022-07-08&g=2022-07-08), en [artikel 3a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), wordt de vergoeding gesteld op de aankoopprijs van de goederen of van soortgelijke goederen of, indien er geen aankoopprijs is, de kostprijs, berekend op het tijdstip waarop deze handelingen worden uitgevoerd.
4. De vergoeding wordt gesteld op de normale waarde van de dienst indien:
- a. een auto tegen een lagere vergoeding dan de normale waarde voor andere dan bedrijfsdoeleinden in gebruik wordt gegeven aan een verbonden afnemer die geen volledig recht op aftrek heeft uit hoofde van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-01&g=2022-07-01);
- b. het gaat om handelingen als bedoeld in [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=4&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
- a. een auto tegen een lagere vergoeding dan de normale waarde voor andere dan bedrijfsdoeleinden in gebruik wordt gegeven aan een verbonden afnemer die geen volledig recht op aftrek heeft uit hoofde van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-08&g=2022-07-08);
- b. het gaat om handelingen als bedoeld in [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=4&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
Voor de toepassing van de eerste alinea, onderdeel a, wordt onder een verbonden afnemer verstaan een werknemer, een afnemer die een bestuurlijke verhouding met de ondernemer heeft en een afnemer waarmee de ondernemer een familiale band heeft.
@@ -290,11 +290,11 @@
- c. bij eigendom, bezwaard met een recht van erfpacht, opstal, erfdienstbaarheid of beklemming, de vergoeding wordt verminderd met de aan die rechten verbonden lasten;
- d. bij levering anders dan met toepassing van [artikel 28b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-01&g=2022-07-01) of [28d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28d&z=2022-07-01&g=2022-07-01), van gebruikte personenauto's, gebruikte motorrijwielen en gebruikte bestelauto's in de zin van [artikel 10 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005806&artikel=10), de vergoeding wordt verminderd met de op de voet van die wet geheven belasting. Voor het vaststellen van het bedrag van die vermindering worden regels gesteld met inachtneming van de bepalingen van of ingevolge [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005806).
- d. bij levering anders dan met toepassing van [artikel 28b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-08&g=2022-07-08) of [28d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28d&z=2022-07-08&g=2022-07-08), van gebruikte personenauto's, gebruikte motorrijwielen en gebruikte bestelauto's in de zin van [artikel 10 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005806&artikel=10), de vergoeding wordt verminderd met de op de voet van die wet geheven belasting. Voor het vaststellen van het bedrag van die vermindering worden regels gesteld met inachtneming van de bepalingen van of ingevolge [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005806).
6. Indien gegevens voor het bepalen van de vergoeding zijn uitgedrukt in een andere munteenheid dan de euro, wordt de wisselkoers vastgesteld overeenkomstig de laatst genoteerde verkoopkoers op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt. In plaats van het hiervoor bedoelde wisselkoersmechanisme mag ook gebruik gemaakt worden van de wisselkoers die, op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt, door de Europese Centrale Bank laatstelijk was bekendgemaakt.
7. Ten aanzien van de handelingen, bedoeld in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=4&z=2022-07-01&g=2022-07-01), wordt de vergoeding gesteld op de door de ondernemer voor het verrichten van de diensten gemaakte uitgaven. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de door de ondernemer voor het verrichten van deze diensten gemaakte uitgaven.
7. Ten aanzien van de handelingen, bedoeld in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=4&z=2022-07-08&g=2022-07-08), wordt de vergoeding gesteld op de door de ondernemer voor het verrichten van de diensten gemaakte uitgaven. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de door de ondernemer voor het verrichten van deze diensten gemaakte uitgaven.
##### Artikel 9
@@ -302,9 +302,9 @@
2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting:
- a. 9 percent voor leveringen van goederen en diensten, genoemd in de bij deze wet behorende [tabel I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=I&z=2022-07-01&g=2022-07-01);
- b. nihil voor leveringen van goederen en diensten, genoemd in de bij deze wet behorende [tabel II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-01&g=2022-07-01), mits is voldaan aan bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorwaarden.
- a. 9 percent voor leveringen van goederen en diensten, genoemd in de bij deze wet behorende [tabel I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=I&z=2022-07-08&g=2022-07-08);
- b. nihil voor leveringen van goederen en diensten, genoemd in de bij deze wet behorende [tabel II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-08&g=2022-07-08), mits is voldaan aan bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorwaarden.
##### Artikel 10
@@ -320,7 +320,7 @@
- 1°. de levering van een gebouw of een gedeelte van een gebouw en het erbij behorend terrein vóór, op of uiterlijk twee jaren na het tijdstip van eerste ingebruikneming, alsmede de levering van een bouwterrein;
- 2°. leveringen, andere dan die bedoeld onder 1°, aan personen die de onroerende zaak gebruiken voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van belasting op de voet van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-01&g=2022-07-01) bestaat, mits de ondernemer die de levering verricht en degene aan wie wordt geleverd, blijkens de notariële akte van levering daarvoor hebben gekozen of in andere gevallen gezamenlijk een verzoek daartoe aan de inspecteur hebben gedaan en overigens voldoen aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden;
- 2°. leveringen, andere dan die bedoeld onder 1°, aan personen die de onroerende zaak gebruiken voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van belasting op de voet van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-08&g=2022-07-08) bestaat, mits de ondernemer die de levering verricht en degene aan wie wordt geleverd, blijkens de notariële akte van levering daarvoor hebben gekozen of in andere gevallen gezamenlijk een verzoek daartoe aan de inspecteur hebben gedaan en overigens voldoen aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden;
- b. de verhuur (de verpachting daaronder begrepen) van onroerende zaken, met uitzondering van: onder verhuur van onroerende zaken wordt mede verstaan iedere andere vorm waarin onroerende zaken voor gebruik, anders dan als levering, ter beschikking worden gesteld;
@@ -332,7 +332,7 @@
- 4°. de verhuur van safeloketten;
- 5°. de verhuur van onroerende zaken, andere dan gebouwen en gedeelten daarvan welke als woning worden gebruikt, door een verhuurder, die niet de vrijstelling, bedoeld in [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=25&z=2022-07-01&g=2022-07-01), toepast, aan personen die de onroerende zaak gebruiken voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van de belasting op de voet van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-01&g=2022-07-01) bestaat mits de verhuurder en de huurder blijkens de schriftelijke huurovereenkomst daarvoor hebben gekozen of in andere gevallen gezamenlijk een verzoek daartoe aan de inspecteur hebben gedaan en overigens voldoen aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden;
- 5°. de verhuur van onroerende zaken, andere dan gebouwen en gedeelten daarvan welke als woning worden gebruikt, door een verhuurder, die niet de vrijstelling, bedoeld in [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=25&z=2022-07-08&g=2022-07-08), toepast, aan personen die de onroerende zaak gebruiken voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van de belasting op de voet van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-08&g=2022-07-08) bestaat mits de verhuurder en de huurder blijkens de schriftelijke huurovereenkomst daarvoor hebben gekozen of in andere gevallen gezamenlijk een verzoek daartoe aan de inspecteur hebben gedaan en overigens voldoen aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden;
- c. het verzorgen en het verplegen van in een inrichting opgenomen personen, alsmede de handelingen die daarmee nauw samenhangen, waaronder begrepen het verstrekken van spijzen en dranken, geneesmiddelen en verbandmiddelen aan die personen;
@@ -400,7 +400,7 @@
- q. de diensten door componisten, schrijvers en journalisten;
- r. de levering van een roerende zaak die in het bedrijf van de ondernemer uitsluitend is gebruikt ten behoeve van vrijgestelde prestaties of voor doeleinden als zijn bedoeld in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=16&z=2022-07-01&g=2022-07-01), ingeval ter zake van de voorafgaande levering van die zaak geen belasting in aftrek is gebracht;
- r. de levering van een roerende zaak die in het bedrijf van de ondernemer uitsluitend is gebruikt ten behoeve van vrijgestelde prestaties of voor doeleinden als zijn bedoeld in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=16&z=2022-07-08&g=2022-07-08), ingeval ter zake van de voorafgaande levering van die zaak geen belasting in aftrek is gebracht;
- s. de levering van menselijke organen, menselijk bloed en moedermelk;
@@ -436,7 +436,7 @@
6. Onder een bouwterrein als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, wordt verstaan onbebouwde grond die kennelijk bestemd is om te worden bebouwd met een of meer gebouwen.
7. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen a, onder 2°, en b, onder 5°, worden onder het gebruiken voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van belasting op de voet van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-01&g=2022-07-01) bestaat, niet begrepen de handelingen, bedoeld in de [artikelen 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3&z=2022-07-01&g=2022-07-01), en [4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=4&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
7. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen a, onder 2°, en b, onder 5°, worden onder het gebruiken voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van belasting op de voet van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-08&g=2022-07-08) bestaat, niet begrepen de handelingen, bedoeld in de [artikelen 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3&z=2022-07-08&g=2022-07-08), en [4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=4&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
8. Tot de leveringen of diensten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen f, g, onder 2° en onder 3°, t, u of v, behoren niet de bij ministeriële regeling, in verband met het voorkomen van een verstoring van concurrentieverhoudingen, aan te wijzen leveringen of diensten.
@@ -446,7 +446,7 @@
1. De belasting wordt geheven van de ondernemer die de levering of de dienst verricht.
2. Ingeval de ondernemer die een levering als bedoeld in [artikel 5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5b&z=2022-07-01&g=2022-07-01) of een dienst als bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b¶graaf=1&artikel=6&z=2022-07-01&g=2022-07-01), verricht, niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft van waaruit de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend, en aan degene aan wie de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend een btw-identificatienummer in Nederland is toegekend, wordt de belasting geheven van degene aan wie de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend.
2. Ingeval de ondernemer die een levering als bedoeld in [artikel 5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5b&z=2022-07-08&g=2022-07-08) of een dienst als bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b¶graaf=1&artikel=6&z=2022-07-08&g=2022-07-08), verricht, niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft van waaruit de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend, en aan degene aan wie de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend een btw-identificatienummer in Nederland is toegekend, wordt de belasting geheven van degene aan wie de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend.
3. Ingeval de ondernemer die de levering, niet zijnde een levering waarop de bij deze wet behorende tabel II, onderdeel **a**, post 6, van toepassing is, of een dienst, andere dan bedoeld in het tweede lid, verricht, niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft van waaruit de levering of de dienst wordt verricht, en degene aan wie de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend, een ondernemer is die in Nederland woont of is gevestigd dan wel aldaar een vaste inrichting heeft, of een in Nederland gevestigd lichaam in de zin van de [Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320) is, wordt de belasting geheven van degene aan wie de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend.
@@ -466,19 +466,19 @@
1. De belasting wordt verschuldigd:
- a. in gevallen waarin ingevolge de [artikelen 34b tot en met 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=35&z=2022-07-01&g=2022-07-01) een factuur moet worden uitgereikt, op het tijdstip van de uitreiking of, indien deze niet tijdig plaatsvindt, het tijdstip waarop zij uiterlijk had moeten geschieden tenzij sprake is van een dienst waarover de belasting op grond van [artikel 12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=12&z=2022-07-01&g=2022-07-01), verschuldigd is door de afnemer van deze dienst, in welk geval de belasting verschuldigd wordt op het tijdstip waarop de dienst wordt verricht;
- a. in gevallen waarin ingevolge de [artikelen 34b tot en met 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=35&z=2022-07-08&g=2022-07-08) een factuur moet worden uitgereikt, op het tijdstip van de uitreiking of, indien deze niet tijdig plaatsvindt, het tijdstip waarop zij uiterlijk had moeten geschieden tenzij sprake is van een dienst waarover de belasting op grond van [artikel 12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=12&z=2022-07-08&g=2022-07-08), verschuldigd is door de afnemer van deze dienst, in welk geval de belasting verschuldigd wordt op het tijdstip waarop de dienst wordt verricht;
- b. in andere gevallen op het tijdstip waarop de levering of de dienst wordt verricht.
2. In afwijking in zover van het eerste lid wordt de belasting of het desbetreffende gedeelte daarvan uiterlijk verschuldigd op het tijdstip waarop de vergoeding geheel of gedeeltelijk wordt ontvangen.
3. Bij een levering of overbrenging voor bedrijfsdoeleinden van goederen met toepassing van de bij deze wet behorende [tabel II, onderdeel a, post 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-01&g=2022-07-01), wordt de belasting, in afwijking van het eerste en tweede lid, verschuldigd op het tijdstip van uitreiking van de factuur, of op het tijdstip van het verstrijken van de in [artikel 34g, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34g&z=2022-07-01&g=2022-07-01), bedoelde termijn indien er vóór die datum geen factuur is uitgereikt.
4. In afwijking in zoverre van het eerste lid, onderdeel b, wordt de belasting ter zake van diensten als bedoeld in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=4&z=2022-07-01&g=2022-07-01), verschuldigd op de laatste dag van het boekjaar waarin die diensten worden verricht. Diensten die op die dag nog niet zijn voltooid, worden geacht op die dag te zijn voltooid voorzover zij betrekking hebben op dat boekjaar. Indien het boekjaar langer is dan een jaar wordt de belasting verschuldigd op de laatste dag van het kalenderjaar waarin de diensten worden verricht met overeenkomstige toepassing van de tweede volzin.
5. Voor de toepassing van het eerste lid worden de diensten waarvan de belasting op grond van [artikel 12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=12&z=2022-07-01&g=2022-07-01), verschuldigd is door de afnemer van deze diensten en die doorlopend worden verricht gedurende een periode langer dan één jaar geacht bij de afloop van elk kalenderjaar te zijn voltooid zolang de dienstverrichting doorloopt en die geen aanleiding geven tot afrekeningen of betalingen in die periode.
6. De goederenleveringen die doorlopend worden verricht gedurende een periode langer dan een kalendermaand, waarbij de goederen onder de voorwaarden van de bij deze wet behorende [tabel II, onderdeel a, post 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-01&g=2022-07-01), worden vervoerd naar een andere lidstaat, worden geacht bij de afloop van elke kalendermaand te zijn voltooid zolang de goederenlevering doorloopt.
3. Bij een levering of overbrenging voor bedrijfsdoeleinden van goederen met toepassing van de bij deze wet behorende [tabel II, onderdeel a, post 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-08&g=2022-07-08), wordt de belasting, in afwijking van het eerste en tweede lid, verschuldigd op het tijdstip van uitreiking van de factuur, of op het tijdstip van het verstrijken van de in [artikel 34g, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34g&z=2022-07-08&g=2022-07-08), bedoelde termijn indien er vóór die datum geen factuur is uitgereikt.
4. In afwijking in zoverre van het eerste lid, onderdeel b, wordt de belasting ter zake van diensten als bedoeld in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=4&z=2022-07-08&g=2022-07-08), verschuldigd op de laatste dag van het boekjaar waarin die diensten worden verricht. Diensten die op die dag nog niet zijn voltooid, worden geacht op die dag te zijn voltooid voorzover zij betrekking hebben op dat boekjaar. Indien het boekjaar langer is dan een jaar wordt de belasting verschuldigd op de laatste dag van het kalenderjaar waarin de diensten worden verricht met overeenkomstige toepassing van de tweede volzin.
5. Voor de toepassing van het eerste lid worden de diensten waarvan de belasting op grond van [artikel 12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=12&z=2022-07-08&g=2022-07-08), verschuldigd is door de afnemer van deze diensten en die doorlopend worden verricht gedurende een periode langer dan één jaar geacht bij de afloop van elk kalenderjaar te zijn voltooid zolang de dienstverrichting doorloopt en die geen aanleiding geven tot afrekeningen of betalingen in die periode.
6. De goederenleveringen die doorlopend worden verricht gedurende een periode langer dan een kalendermaand, waarbij de goederen onder de voorwaarden van de bij deze wet behorende [tabel II, onderdeel a, post 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-08&g=2022-07-08), worden vervoerd naar een andere lidstaat, worden geacht bij de afloop van elke kalendermaand te zijn voltooid zolang de goederenlevering doorloopt.
7. Goederenleveringen en diensten, andere dan die bedoeld in het vierde, vijfde en zesde lid, die gedurende een zekere periode doorlopend worden verricht, worden geacht ten minste eenmaal per jaar te zijn voltooid.
@@ -486,35 +486,35 @@
1. De in een tijdvak verschuldigd geworden belasting moet op aangifte worden voldaan.
2. In afwijking in zover van het eerste lid wordt de belasting die verschuldigd is geworden door ondernemers als bedoeld in [artikel 7, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1c&artikel=7&z=2022-07-01&g=2022-07-01), niet voldaan over een tijdvak.
2. In afwijking in zover van het eerste lid wordt de belasting die verschuldigd is geworden door ondernemers als bedoeld in [artikel 7, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1c&artikel=7&z=2022-07-08&g=2022-07-08), niet voldaan over een tijdvak.
##### Artikel 15
1. De in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2022-07-01&g=2022-07-01) bedoelde belasting welke de ondernemer in aftrek brengt, is:
1. De in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2022-07-08&g=2022-07-08) bedoelde belasting welke de ondernemer in aftrek brengt, is:
- a. de belasting welke in het tijdvak van aangifte door andere ondernemers ter zake van door hen aan de ondernemer verrichte leveringen en verleende diensten in rekening is gebracht op een op de voorgeschreven wijze opgemaakte factuur;
- b. de belasting welke in het tijdvak van aangifte is verschuldigd geworden ter zake van door de ondernemer verrichte intracommunautaire verwervingen als bedoeld in [artikel 17a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=IIA&afdeling=1&artikel=17a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), mits de ondernemer in het bezit is van een op de voorgeschreven wijze opgemaakte factuur;
- b. de belasting welke in het tijdvak van aangifte is verschuldigd geworden ter zake van door de ondernemer verrichte intracommunautaire verwervingen als bedoeld in [artikel 17a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=IIA&afdeling=1&artikel=17a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), mits de ondernemer in het bezit is van een op de voorgeschreven wijze opgemaakte factuur;
- c. de belasting welke in het tijdvak van aangifte is verschuldigd geworden:
- 1°. ter zake van invoer van voor de ondernemer bestemde goederen, mits is voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden;
- 2°. op grond van [artikel 12, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=12&z=2022-07-01&g=2022-07-01), ter zake van aan de ondernemer verrichte leveringen en verleende diensten;
- 3°. ter zake van verrichtingen als bedoeld in [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=4&z=2022-07-01&g=2022-07-01);
- 4°. ter zake van handelingen en situaties als bedoeld in [artikel 17a, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=IIA&afdeling=1&artikel=17a&z=2022-07-01&g=2022-07-01);
- 2°. op grond van [artikel 12, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=12&z=2022-07-08&g=2022-07-08), ter zake van aan de ondernemer verrichte leveringen en verleende diensten;
- 3°. ter zake van verrichtingen als bedoeld in [artikel 4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=4&z=2022-07-08&g=2022-07-08);
- 4°. ter zake van handelingen en situaties als bedoeld in [artikel 17a, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=IIA&afdeling=1&artikel=17a&z=2022-07-08&g=2022-07-08);
- d. de belasting die is begrepen in de aankoopprijs van een nieuw vervoermiddel dat met toepassing van onderdeel **a**, post 6, van de bij deze wet behorende tabel II, wordt geleverd door:
- 1°. een in [artikel 7, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1c&artikel=7&z=2022-07-01&g=2022-07-01), bedoelde ondernemer; of
- 1°. een in [artikel 7, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1c&artikel=7&z=2022-07-08&g=2022-07-08), bedoelde ondernemer; of
- 2°. een wederverkoper;
een en ander voor zover de goederen en de diensten door de ondernemer worden gebruikt voor belaste handelingen.
Indien een verzoek om teruggaaf van belasting kan worden gedaan op de voet van [artikel 30, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=1&artikel=30&z=2022-07-01&g=2022-07-01), kan die belasting door de ondernemer niet in aftrek worden gebracht. Indien een onroerende zaak deel uitmaakt van het vermogen van het bedrijf van een ondernemer en door de ondernemer zowel voor de activiteiten van het bedrijf als voor zijn privégebruik of voor het privégebruik van zijn personeel, of, meer in het algemeen, voor andere dan bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt, is de belasting over de uitgaven in verband met deze onroerende zaak slechts aftrekbaar, overeenkomstig de in dit artikel vervatte beginselen, naar evenredigheid van het gebruik ervan voor de bedrijfsactiviteiten van de ondernemer. Voor het gebruik van de onroerende zaak voor privédoeleinden van de ondernemer of van zijn personeel, of meer in het algemeen voor andere dan bedrijfsdoeleinden is [artikel 4, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=4&z=2022-07-01&g=2022-07-01), niet van toepassing.
Indien een verzoek om teruggaaf van belasting kan worden gedaan op de voet van [artikel 30, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=1&artikel=30&z=2022-07-08&g=2022-07-08), kan die belasting door de ondernemer niet in aftrek worden gebracht. Indien een onroerende zaak deel uitmaakt van het vermogen van het bedrijf van een ondernemer en door de ondernemer zowel voor de activiteiten van het bedrijf als voor zijn privégebruik of voor het privégebruik van zijn personeel, of, meer in het algemeen, voor andere dan bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt, is de belasting over de uitgaven in verband met deze onroerende zaak slechts aftrekbaar, overeenkomstig de in dit artikel vervatte beginselen, naar evenredigheid van het gebruik ervan voor de bedrijfsactiviteiten van de ondernemer. Voor het gebruik van de onroerende zaak voor privédoeleinden van de ondernemer of van zijn personeel, of meer in het algemeen voor andere dan bedrijfsdoeleinden is [artikel 4, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=4&z=2022-07-08&g=2022-07-08), niet van toepassing.
2. De ondernemer brengt eveneens in aftrek de belasting, bedoeld in het eerste lid, voorzover de goederen en diensten door de ondernemer worden gebruikt voor:
@@ -522,11 +522,11 @@
- b. handelingen die overeenkomstig de artikelen 143, onder f, g, g bis, h of i, 144 en 146 tot en met 153 van de BTW-richtlijn 2006 zijn vrijgesteld;
- c. handelingen als bedoeld in de [artikelen 11, eerste lid, onderdelen i, j en k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=11&z=2022-07-01&g=2022-07-01), mits de ontvanger buiten de Unie gevestigd is of wanneer de handelingen rechtstreeks samenhangen met goederen die bestemd zijn om te worden uitgevoerd uit de Unie.
- c. handelingen als bedoeld in de [artikelen 11, eerste lid, onderdelen i, j en k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=11&z=2022-07-08&g=2022-07-08), mits de ontvanger buiten de Unie gevestigd is of wanneer de handelingen rechtstreeks samenhangen met goederen die bestemd zijn om te worden uitgevoerd uit de Unie.
3. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt bij levering van een nieuw vervoermiddel door een in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde ondernemer de in het eerste lid bedoelde aftrek beperkt tot de belasting die in de aankoopprijs is begrepen of die verschuldigd is geworden ter zake van de intracommunautaire verwerving of de invoer van het vervoermiddel. De aftrek bedraagt ten hoogste het bedrag van de belasting dat verschuldigd zou zijn indien op die levering het tarief van nihil niet van toepassing zou zijn. Het recht op aftrek ontstaat op het tijdstip waarop het vervoermiddel wordt geleverd. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld inzake de toepassing van dit lid en van het eerste lid, onderdeel d.
4. De aftrek van belasting vindt plaats overeenkomstig de bestemming van de goederen en diensten op het tijdstip waarop de belasting aan de ondernemer in rekening wordt gebracht dan wel op het tijdstip waarop de belasting wordt verschuldigd. Indien op het tijdstip waarop de ondernemer goederen en diensten gaat gebruiken, blijkt, dat de belasting ter zake voor een groter of kleiner gedeelte in aftrek is gebracht dan waartoe de ondernemer op grond van het gebruik is gerechtigd, wordt hij de te veel afgetrokken belasting op dat tijdstip verschuldigd. De verschuldigd geworden belasting wordt op de voet van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=14&z=2022-07-01&g=2022-07-01) voldaan. De te weinig afgetrokken belasting wordt aan hem op zijn verzoek teruggegeven.
4. De aftrek van belasting vindt plaats overeenkomstig de bestemming van de goederen en diensten op het tijdstip waarop de belasting aan de ondernemer in rekening wordt gebracht dan wel op het tijdstip waarop de belasting wordt verschuldigd. Indien op het tijdstip waarop de ondernemer goederen en diensten gaat gebruiken, blijkt, dat de belasting ter zake voor een groter of kleiner gedeelte in aftrek is gebracht dan waartoe de ondernemer op grond van het gebruik is gerechtigd, wordt hij de te veel afgetrokken belasting op dat tijdstip verschuldigd. De verschuldigd geworden belasting wordt op de voet van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=14&z=2022-07-08&g=2022-07-08) voldaan. De te weinig afgetrokken belasting wordt aan hem op zijn verzoek teruggegeven.
5. Geen aftrek vindt plaats van belasting welke in rekening is gebracht ter zake van het verstrekken van spijzen en dranken voor gebruik ter plaatse binnen het kader van het hotel-, café-, restaurant-, pension- en aanverwant bedrijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden.
@@ -536,11 +536,11 @@
- a. in geval van naar behoren bewezen en aangetoonde vernietiging, verlies of diefstal van goederen;
- b. in geval van onttrekkingen van goederen voor het verstrekken van geschenken van geringe waarde en van monsters, als bedoeld in [artikel 3, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
- b. in geval van onttrekkingen van goederen voor het verstrekken van geschenken van geringe waarde en van monsters, als bedoeld in [artikel 3, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
##### Artikel 16
1. Bij koninklijk besluit kan de in [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-01&g=2022-07-01), bedoelde aftrek in bepaalde gevallen geheel of gedeeltelijk worden uitgesloten, zulks ten einde te voorkomen, dat op goederen en diensten, welke worden gebruikt voor het voeren van een zekere staat, voor het bevredigen van behoeften van anderen dan ondernemers of ten behoeve van prestaties als zijn bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=11&z=2022-07-01&g=2022-07-01), de belasting geheel of gedeeltelijk niet drukt.
1. Bij koninklijk besluit kan de in [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-08&g=2022-07-08), bedoelde aftrek in bepaalde gevallen geheel of gedeeltelijk worden uitgesloten, zulks ten einde te voorkomen, dat op goederen en diensten, welke worden gebruikt voor het voeren van een zekere staat, voor het bevredigen van behoeften van anderen dan ondernemers of ten behoeve van prestaties als zijn bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=11&z=2022-07-08&g=2022-07-08), de belasting geheel of gedeeltelijk niet drukt.
2. Na het tot stand komen van een besluit, door Ons krachtens het eerste lid genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet tot goedkeuring van dat besluit aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden.
@@ -560,9 +560,9 @@
2. Wanneer door rechtspersonen, andere dan ondernemers, verworven goederen worden verzonden of vervoerd uit een derdelandsgebied of derde-land en door deze rechtspersonen worden ingevoerd in een andere lidstaat dan die van aankomst van de verzending of het vervoer, worden deze goederen geacht te zijn verzonden of vervoerd vanuit de lidstaat van invoer van de goederen.
3. Met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel als bedoeld in [artikel 1, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-01&g=2022-07-01), wordt gelijkgesteld het beschikken voor bedrijfsdoeleinden over een goed dat door of voor rekening van de ondernemer wordt verzonden of vervoerd uit een andere lidstaat waar het goed is vervaardigd, gewonnen, bewerkt, gekocht, onderworpen aan heffing van belasting ter zake van intracommunautaire verwerving, of door hem is ingevoerd.
4. Met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel als bedoeld in [artikel 1, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-01&g=2022-07-01), wordt gelijkgesteld het komen binnen Nederland van goederen die zijn verzonden of vervoerd vanuit een andere lidstaat, zonder dat deze goederen aldaar onderworpen waren aan heffing van belasting, omdat zij aldaar ter beschikking hebben gestaan voor het gebruik in het kader van:
3. Met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel als bedoeld in [artikel 1, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-08&g=2022-07-08), wordt gelijkgesteld het beschikken voor bedrijfsdoeleinden over een goed dat door of voor rekening van de ondernemer wordt verzonden of vervoerd uit een andere lidstaat waar het goed is vervaardigd, gewonnen, bewerkt, gekocht, onderworpen aan heffing van belasting ter zake van intracommunautaire verwerving, of door hem is ingevoerd.
4. Met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel als bedoeld in [artikel 1, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-08&g=2022-07-08), wordt gelijkgesteld het komen binnen Nederland van goederen die zijn verzonden of vervoerd vanuit een andere lidstaat, zonder dat deze goederen aldaar onderworpen waren aan heffing van belasting, omdat zij aldaar ter beschikking hebben gestaan voor het gebruik in het kader van:
- a. een defensie-inspanning ter uitvoering van een Unieoptreden in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, bedoeld titel V, hoofdstuk 2, afdeling 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie;
@@ -580,7 +580,7 @@
- a. de afnemer aantoont de verwerving te hebben verricht met het oog op een daaropvolgende levering binnen het grondgebied van de overeenkomstig het eerste lid bepaalde lidstaat, waarvoor degene voor wie deze levering bestemd is, overeenkomstig artikel 197 van BTW-richtlijn 2006 is aangewezen als de tot voldoening van de belasting gehouden persoon; en
- b. de afnemer heeft voldaan aan het bepaalde in [artikel 37a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=37a&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
- b. de afnemer heeft voldaan aan het bepaalde in [artikel 37a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=37a&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
### Afdeling 1. Belastbaar feit
@@ -588,9 +588,9 @@
1. De belasting wordt berekend over de vergoeding.
2. Met betrekking tot intracommunautaire verwervingen waarbij de ondernemer die de goederen levert verplicht is ter zake van die levering een factuur uit te reiken is [artikel 8, tweede, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2022-07-01&g=2022-07-01), van overeenkomstige toepassing.
3. Met betrekking tot hetgeen op de voet van [artikel 17a, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=IIA&afdeling=1&artikel=17a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), wordt gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel als bedoeld in [artikel 1, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-01&g=2022-07-01), is [artikel 8, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2022-07-01&g=2022-07-01), van overeenkomstige toepassing.
2. Met betrekking tot intracommunautaire verwervingen waarbij de ondernemer die de goederen levert verplicht is ter zake van die levering een factuur uit te reiken is [artikel 8, tweede, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2022-07-08&g=2022-07-08), van overeenkomstige toepassing.
3. Met betrekking tot hetgeen op de voet van [artikel 17a, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=IIA&afdeling=1&artikel=17a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), wordt gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel als bedoeld in [artikel 1, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-08&g=2022-07-08), is [artikel 8, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2022-07-08&g=2022-07-08), van overeenkomstige toepassing.
4. In afwijking van het eerste lid wordt met betrekking tot de intracommunautaire verwervingen van accijnsgoederen waarbij de voor die goederen in Nederland verschuldigde of voldane accijns niet in de vergoeding is begrepen, de belasting berekend over de vergoeding vermeerderd met die voor de goederen verschuldigde of voldane accijns.
@@ -598,7 +598,7 @@
##### Artikel 17d
[Artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=9&z=2022-07-01&g=2022-07-01) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het tarief van nihil alleen toepassing kan vinden ten aanzien van intracommunautaire verwervingen van goederen, genoemd in de bij deze wet behorende tabel II, onderdeel **a**, posten 1, 3, 4 en 5.
[Artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=9&z=2022-07-08&g=2022-07-08) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het tarief van nihil alleen toepassing kan vinden ten aanzien van intracommunautaire verwervingen van goederen, genoemd in de bij deze wet behorende tabel II, onderdeel **a**, posten 1, 3, 4 en 5.
### Afdeling 2. Maatstaf en tarief van heffing
@@ -620,7 +620,7 @@
##### Artikel 17g
1. De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip van uitreiking van de factuur, of bij het verstrijken van de in [artikel 34g, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34g&z=2022-07-01&g=2022-07-01), bedoelde termijn indien er vóór die datum geen factuur is uitgereikt.
1. De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip van uitreiking van de factuur, of bij het verstrijken van de in [artikel 34g, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34g&z=2022-07-08&g=2022-07-08), bedoelde termijn indien er vóór die datum geen factuur is uitgereikt.
2. Een intracommunautaire verwerving van een goed wordt verricht op het tijdstip waarop de aan de verwerving ten grondslag liggende levering van dat goed wordt verricht.
@@ -686,9 +686,9 @@
2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting:
- a. 9 percent voor de invoer van goederen, genoemd in de bij deze wet behorende [tabel I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=I&z=2022-07-01&g=2022-07-01), onderdeel **a**;
- b. nihil voor de invoer van goederen, genoemd in de bij deze wet behorende [tabel II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-01&g=2022-07-01), onderdeel **a**, posten 3, 4 en 5, mits is voldaan aan bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorwaarden;
- a. 9 percent voor de invoer van goederen, genoemd in de bij deze wet behorende [tabel I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=I&z=2022-07-08&g=2022-07-08), onderdeel **a**;
- b. nihil voor de invoer van goederen, genoemd in de bij deze wet behorende [tabel II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-08&g=2022-07-08), onderdeel **a**, posten 3, 4 en 5, mits is voldaan aan bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorwaarden;
- c. nihil voor de invoer van gas via een aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net, van gas dat van een gastransportschip in een aardgassysteem of een upstreampijpleidingnet wordt ingebracht, van warmte of koude via warmte- of koudenetten of van elektriciteit, mits de toepasselijkheid van dat tarief uit boeken en bescheiden blijkt.
@@ -700,13 +700,13 @@
- a. de invoer van goederen waarvoor aanspraak op vrijstelling van douanerechten bestaat, met uitzondering van goederen die worden aangemerkt als afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde-land ingevoerde goederen;
- b. de invoer van goederen in de zin van [artikel 18, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=18&z=2022-07-01&g=2022-07-01), indien aanspraak op vrijstelling van rechten bij invoer zou bestaan indien de goederen zouden zijn ingevoerd in de zin van [artikel 18, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=18&z=2022-07-01&g=2022-07-01);
- b. de invoer van goederen in de zin van [artikel 18, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=18&z=2022-07-08&g=2022-07-08), indien aanspraak op vrijstelling van rechten bij invoer zou bestaan indien de goederen zouden zijn ingevoerd in de zin van [artikel 18, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=18&z=2022-07-08&g=2022-07-08);
- c. de invoer van goederen waarvan de levering in Nederland in elk geval is vrijgesteld;
- d. de invoer van goederen die worden verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat wanneer degene die de goederen heeft ingevoerd deze levert met toepassing van de bij deze wet behorende [tabel II, onderdeel a, post 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-01&g=2022-07-01);
- e. de invoer van goederen wanneer de btw moet worden aangegeven in het kader van de bijzondere regeling, bedoeld in [hoofdstuk V, afdeling 7, paragraaf 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=4&z=2022-07-01&g=2022-07-01), en wanneer uiterlijk bij de indiening van de invoeraangifte het individuele btw-identificatienummer, bedoeld in [artikel 28tf](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=4&artikel=28tf&z=2022-07-01&g=2022-07-01), aan het bevoegde douanekantoor in de lidstaat van invoer is verstrekt.
- d. de invoer van goederen die worden verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat wanneer degene die de goederen heeft ingevoerd deze levert met toepassing van de bij deze wet behorende [tabel II, onderdeel a, post 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-08&g=2022-07-08);
- e. de invoer van goederen wanneer de btw moet worden aangegeven in het kader van de bijzondere regeling, bedoeld in [hoofdstuk V, afdeling 7, paragraaf 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=4&z=2022-07-08&g=2022-07-08), en wanneer uiterlijk bij de indiening van de invoeraangifte het individuele btw-identificatienummer, bedoeld in [artikel 28tf](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=4&artikel=28tf&z=2022-07-08&g=2022-07-08), aan het bevoegde douanekantoor in de lidstaat van invoer is verstrekt.
### Afdeling 2. Maatstaf en tarief van heffing
@@ -716,19 +716,19 @@
2. Bij ministeriële regeling kan, onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen, kwijtschelding of teruggaaf van bij invoer verschuldigde belasting worden verleend in de gevallen waarin aanspraak op kwijtschelding of terugbetaling van rechten bij invoer bestaat of zou bestaan indien de goederen in het douanegebied van de Unie, bedoeld in artikel 4 van het Douanewetboek van de Unie zouden zijn ingevoerd of, in andere gevallen, om redenen van billijkheid.
3. Belasting waarvan krachtens het tweede lid kwijtschelding of teruggaaf wordt verleend, komt niet voor aftrek op de voet van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-01&g=2022-07-01) in aanmerking. Heeft de aftrek reeds plaatsgevonden, dan wordt de ondernemer die de aftrek heeft genoten het in aftrek gebrachte bedrag als belasting verschuldigd.
3. Belasting waarvan krachtens het tweede lid kwijtschelding of teruggaaf wordt verleend, komt niet voor aftrek op de voet van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-08&g=2022-07-08) in aanmerking. Heeft de aftrek reeds plaatsgevonden, dan wordt de ondernemer die de aftrek heeft genoten het in aftrek gebrachte bedrag als belasting verschuldigd.
##### Artikel 22a
1. Op goederen als bedoeld in [artikel 18, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=18&z=2022-07-01&g=2022-07-01) , die Nederland binnenkomen uit een derdelandsgebied dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Unie, bedoeld in artikel 4 van het Douanewetboek van de Unie zijn de volgende bepalingen van toepassing:
1. Op goederen als bedoeld in [artikel 18, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=18&z=2022-07-08&g=2022-07-08) , die Nederland binnenkomen uit een derdelandsgebied dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Unie, bedoeld in artikel 4 van het Douanewetboek van de Unie zijn de volgende bepalingen van toepassing:
- a. de formaliteiten betreffende het in Nederland brengen zijn dezelfde als zijn voorzien in de wettelijke bepalingen, bedoeld in [artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023746&artikel=1:1), ten aanzien van goederen die in het vrije verkeer worden gebracht in de zin van die wettelijke bepalingen;
- b. indien de plaats van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen zich buiten de lidstaat van binnenkomen in de Unie bevindt, zijn de goederen binnen de Unie in het verkeer onder de regeling intern douanevervoer als bedoeld in [artikel 18, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=18&z=2022-07-01&g=2022-07-01), indien de goederen bij het binnenkomen in de Unie onder die regeling zijn gebracht;
- c. indien op de goederen op het tijdstip van binnenkomen in de Unie een van de douaneregimes als bedoeld in [artikel 18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=18&z=2022-07-01&g=2022-07-01), zou kunnen worden toegepast indien zij zouden zijn ingevoerd in de zin van [artikel 18, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=18&z=2022-07-01&g=2022-07-01), kan dit douaneregime ook op deze goederen worden toegepast.
2. Op goederen, andere dan bedoeld in [artikel 18, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=18&z=2022-07-01&g=2022-07-01) , die worden verzonden of vervoerd uit de Unie naar een derdelandsgebied dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Unie als bedoeld in het eerste lid, aanhef, zijn de volgende bepalingen van toepassing:
- b. indien de plaats van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen zich buiten de lidstaat van binnenkomen in de Unie bevindt, zijn de goederen binnen de Unie in het verkeer onder de regeling intern douanevervoer als bedoeld in [artikel 18, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=18&z=2022-07-08&g=2022-07-08), indien de goederen bij het binnenkomen in de Unie onder die regeling zijn gebracht;
- c. indien op de goederen op het tijdstip van binnenkomen in de Unie een van de douaneregimes als bedoeld in [artikel 18, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=18&z=2022-07-08&g=2022-07-08), zou kunnen worden toegepast indien zij zouden zijn ingevoerd in de zin van [artikel 18, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=18&z=2022-07-08&g=2022-07-08), kan dit douaneregime ook op deze goederen worden toegepast.
2. Op goederen, andere dan bedoeld in [artikel 18, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=18&z=2022-07-08&g=2022-07-08) , die worden verzonden of vervoerd uit de Unie naar een derdelandsgebied dat deel uitmaakt van het douanegebied van de Unie als bedoeld in het eerste lid, aanhef, zijn de volgende bepalingen van toepassing:
- a. de formaliteiten betreffende de verzending of het vervoer naar een derdelandsgebied zijn dezelfde als zijn voorzien in de wettelijke bepalingen, bedoeld in [artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023746&artikel=1:1), ten aanzien van goederen die worden uitgevoerd in de zin van die wettelijke bepalingen;
@@ -736,7 +736,7 @@
##### Artikel 23
1. In afwijking van [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=4&artikel=22&z=2022-07-01&g=2022-07-01) wordt de belasting ter zake van de invoer van goederen, bestemd voor aangewezen ondernemers en lichamen in de zin van de [Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320), andere dan ondernemers, geheven van die ondernemers en lichamen. Bij ministeriële regeling worden onder daarbij te stellen voorwaarden regels gesteld omtrent de aanwijzing. Daarbij kan worden bepaald dat op verzoek een aanwijzing kan geschieden door de inspecteur.
1. In afwijking van [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=4&artikel=22&z=2022-07-08&g=2022-07-08) wordt de belasting ter zake van de invoer van goederen, bestemd voor aangewezen ondernemers en lichamen in de zin van de [Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320), andere dan ondernemers, geheven van die ondernemers en lichamen. Bij ministeriële regeling worden onder daarbij te stellen voorwaarden regels gesteld omtrent de aanwijzing. Daarbij kan worden bepaald dat op verzoek een aanwijzing kan geschieden door de inspecteur.
2. De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de goederen worden ingevoerd.
@@ -744,7 +744,7 @@
4. [Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537¶graaf=4.1.3.3) is van toepassing op verzoeken tot aanwijzing op grond van bepalingen krachtens het eerste lid.
5. Dit artikel is niet van toepassing voor ondernemers die de vrijstelling van belasting bedoeld in [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=25&z=2022-07-01&g=2022-07-01), toepassen.
5. Dit artikel is niet van toepassing voor ondernemers die de vrijstelling van belasting bedoeld in [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=25&z=2022-07-08&g=2022-07-08), toepassen.
### Hoofdstuk IV. Uitvoer van goederen
@@ -766,9 +766,9 @@
- a. voor zover deze zonder toepassing van het eerste lid belast zouden zijn in Nederland;
- b. die in Nederland zijn vrijgesteld bij of krachtens [artikel 11, eerste lid, onderdelen a, b, i en j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=11&z=2022-07-01&g=2022-07-01), en verzekeringsdiensten, tenzij die leveringen van goederen en diensten met andere handelingen samenhangende handelingen zijn;
- c. waarvoor aan de afnemer teruggaaf of ontheffing wordt verleend op de voet van [artikel 24, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=IV&artikel=24&z=2022-07-01&g=2022-07-01); of
- b. die in Nederland zijn vrijgesteld bij of krachtens [artikel 11, eerste lid, onderdelen a, b, i en j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=11&z=2022-07-08&g=2022-07-08), en verzekeringsdiensten, tenzij die leveringen van goederen en diensten met andere handelingen samenhangende handelingen zijn;
- c. waarvoor aan de afnemer teruggaaf of ontheffing wordt verleend op de voet van [artikel 24, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=IV&artikel=24&z=2022-07-08&g=2022-07-08); of
- d. waarvoor bij of krachtens [artikel 39 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=39) aan de afnemer vrijstelling van omzetbelasting wordt verleend.
@@ -778,13 +778,13 @@
- b. roerende zaken waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft of waarop hij zou kunnen afschrijven indien hij aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen.
4. De ondernemer die de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, toepast, heeft geen recht op aftrek van belasting als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2022-07-01&g=2022-07-01) en mag op de factuur op geen enkele wijze melding maken van omzetbelasting.
5. De ondernemer die de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, toepast, is ontheven van verplichtingen, opgelegd bij of krachtens de [artikelen 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34&z=2022-07-01&g=2022-07-01), [34c tot en met 35b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=35&z=2022-07-01&g=2022-07-01) en [37a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=37a&z=2022-07-01&g=2022-07-01). De ontheffing geldt niet met betrekking tot de aan deze ondernemer verrichte leveringen van goederen en diensten, bedoeld in:
- a. [artikel 12, tweede, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=12&z=2022-07-01&g=2022-07-01); en
- b. [artikel 17f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=IIA&afdeling=4&artikel=17f&z=2022-07-01&g=2022-07-01), tenzij het een verworven goed betreft als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1a&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
4. De ondernemer die de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, toepast, heeft geen recht op aftrek van belasting als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2022-07-08&g=2022-07-08) en mag op de factuur op geen enkele wijze melding maken van omzetbelasting.
5. De ondernemer die de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, toepast, is ontheven van verplichtingen, opgelegd bij of krachtens de [artikelen 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34&z=2022-07-08&g=2022-07-08), [34c tot en met 35b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=35&z=2022-07-08&g=2022-07-08) en [37a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=37a&z=2022-07-08&g=2022-07-08). De ontheffing geldt niet met betrekking tot de aan deze ondernemer verrichte leveringen van goederen en diensten, bedoeld in:
- a. [artikel 12, tweede, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=12&z=2022-07-08&g=2022-07-08); en
- b. [artikel 17f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=IIA&afdeling=4&artikel=17f&z=2022-07-08&g=2022-07-08), tenzij het een verworven goed betreft als bedoeld in [artikel 1a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1a&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
6. Indien de ondernemer kiest voor de toepassing van de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, dient deze ondernemer hiervan melding te doen uiterlijk vier weken voorafgaand aan het belastingtijdvak waarin de vrijstelling toepassing vindt op een door de inspecteur voorgeschreven wijze. De inspecteur kan bij voor bezwaar vatbare beschikking beslissen dat de ondernemer niet in aanmerking komt voor toepassing van de vrijstelling, indien aannemelijk is dat niet zal worden voldaan aan de gestelde voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling.
@@ -814,21 +814,21 @@
##### Artikel 28a
De heffing van omzetbelasting ter zake van de intracommunautaire verwerving van accijnsgoederen, andere dan tabaksprodukten, geschiedt met overeenkomstige toepassing van de voor de accijns geldende regels, indien de verwerving wordt verricht door ondernemers of rechtspersonen, andere dan ondernemers, waarvoor [artikel 1**a**, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), toepassing vindt ter zake van intracommunautaire verwervingen van goederen, andere dan nieuwe vervoermiddelen en accijnsgoederen.
De heffing van omzetbelasting ter zake van de intracommunautaire verwerving van accijnsgoederen, andere dan tabaksprodukten, geschiedt met overeenkomstige toepassing van de voor de accijns geldende regels, indien de verwerving wordt verricht door ondernemers of rechtspersonen, andere dan ondernemers, waarvoor [artikel 1**a**, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), toepassing vindt ter zake van intracommunautaire verwervingen van goederen, andere dan nieuwe vervoermiddelen en accijnsgoederen.
### Afdeling 3. Landbouwregeling
##### Artikel 28b
1. Ingeval een wederverkoper gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten levert, wordt, in afwijking van [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2022-07-01&g=2022-07-01), de belasting berekend over de winstmarge. De winstmarge is het verschil tussen de vergoeding en hetgeen ter zake van de levering van een dergelijk goed aan de wederverkoper door hem is of moet worden voldaan.
1. Ingeval een wederverkoper gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten levert, wordt, in afwijking van [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2022-07-08&g=2022-07-08), de belasting berekend over de winstmarge. De winstmarge is het verschil tussen de vergoeding en hetgeen ter zake van de levering van een dergelijk goed aan de wederverkoper door hem is of moet worden voldaan.
2. Het eerste lid is slechts van toepassing indien het goed aan de wederverkoper is geleverd door:
- a. een ander dan een ondernemer;
- b. een ondernemer, met toepassing van [artikel 11, eerste lid, onderdeel r](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=11&z=2022-07-01&g=2022-07-01);
- c. een ondernemer die de vrijstelling, bedoeld in [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=25&z=2022-07-01&g=2022-07-01), toepast, mits het een in zijn bedrijf gebruikte roerende zaak betreft waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft of waarop hij zou kunnen afschrijven indien hij aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen;
- b. een ondernemer, met toepassing van [artikel 11, eerste lid, onderdeel r](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=11&z=2022-07-08&g=2022-07-08);
- c. een ondernemer die de vrijstelling, bedoeld in [artikel 25, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=25&z=2022-07-08&g=2022-07-08), toepast, mits het een in zijn bedrijf gebruikte roerende zaak betreft waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft of waarop hij zou kunnen afschrijven indien hij aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen;
- d. een andere wederverkoper, met toepassing van het eerste lid; of
@@ -836,9 +836,9 @@
##### Artikel 28c
1. Op verzoek van de wederverkoper is [artikel 28b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-01&g=2022-07-01), van overeenkomstige toepassing op de leveringen van:
- a. kunstvoorwerpen die hem zijn geleverd met toepassing van de bij deze wet behorende [tabel I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=I&z=2022-07-01&g=2022-07-01), onderdeel **a**, post 29, onderdeel b;
1. Op verzoek van de wederverkoper is [artikel 28b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-08&g=2022-07-08), van overeenkomstige toepassing op de leveringen van:
- a. kunstvoorwerpen die hem zijn geleverd met toepassing van de bij deze wet behorende [tabel I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=I&z=2022-07-08&g=2022-07-08), onderdeel **a**, post 29, onderdeel b;
- b. kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die hij zelf heeft ingevoerd, met dien verstande dat alsdan de winstmarge het verschil is tussen de vergoeding en de douanewaarde vermeerderd met de ter zake van de invoer in Nederland verschuldigde omzetbelasting.
@@ -846,35 +846,35 @@
##### Artikel 28d
1. In bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen wordt, in afwijking in zoverre van de [artikelen 28b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-01&g=2022-07-01) en [28c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-01&g=2022-07-01), ter zake van leveringen van goederen waarop een zelfde tarief wordt toegepast, de belasting berekend over de winstmarge per tijdvak van aangifte. Deze winstmarge is het verschil tussen de som van de vergoedingen ter zake van die leveringen in dat tijdvak en de som van hetgeen in dat tijdvak door de wederverkoper is of moet worden voldaan ter zake van in [artikel 28b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-01&g=2022-07-01), en [28c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-01&g=2022-07-01), bedoelde leveringen of invoer van dergelijke goederen.
1. In bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen wordt, in afwijking in zoverre van de [artikelen 28b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-08&g=2022-07-08) en [28c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-08&g=2022-07-08), ter zake van leveringen van goederen waarop een zelfde tarief wordt toegepast, de belasting berekend over de winstmarge per tijdvak van aangifte. Deze winstmarge is het verschil tussen de som van de vergoedingen ter zake van die leveringen in dat tijdvak en de som van hetgeen in dat tijdvak door de wederverkoper is of moet worden voldaan ter zake van in [artikel 28b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-08&g=2022-07-08), en [28c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-08&g=2022-07-08), bedoelde leveringen of invoer van dergelijke goederen.
2. [Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537¶graaf=4.1.3.3) is van toepassing op verzoeken op grond van bepalingen krachtens het eerste lid.
##### Artikel 28e
In afwijking van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-01&g=2022-07-01) vindt geen aftrek plaats:
- a. ingeval de [artikelen 28b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-01&g=2022-07-01), [28c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-01&g=2022-07-01) of [28d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28d&z=2022-07-01&g=2022-07-01) toepassing vinden, van de belasting welke begrepen is in het door de wederverkoper in rekening gebrachte bedrag; en
- b. ingeval [artikel 28c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-01&g=2022-07-01) toepassing vindt, van de belasting welke aan de wederverkoper in rekening is gebracht ter zake van de aan hem verrichte levering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel **a**, van dat artikel, of van de belasting welke de wederverkoper verschuldigd is geworden ter zake van de invoer als bedoeld in het eerste lid, onderdeel **b**, van dat artikel.
In afwijking van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-08&g=2022-07-08) vindt geen aftrek plaats:
- a. ingeval de [artikelen 28b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-08&g=2022-07-08), [28c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-08&g=2022-07-08) of [28d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28d&z=2022-07-08&g=2022-07-08) toepassing vinden, van de belasting welke begrepen is in het door de wederverkoper in rekening gebrachte bedrag; en
- b. ingeval [artikel 28c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-08&g=2022-07-08) toepassing vindt, van de belasting welke aan de wederverkoper in rekening is gebracht ter zake van de aan hem verrichte levering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel **a**, van dat artikel, of van de belasting welke de wederverkoper verschuldigd is geworden ter zake van de invoer als bedoeld in het eerste lid, onderdeel **b**, van dat artikel.
##### Artikel 28f
1. In afwijking van de [artikelen 28b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-01&g=2022-07-01) en [28c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-01&g=2022-07-01) is de wederverkoper ter zake van elk van zijn leveringen die voor toepassing van die artikelen in aanmerking komen, gerechtigd de belasting te berekenen overeenkomstig [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
2. Ingeval het eerste lid toepassing vindt, vindt aftrek plaats van de belasting die ingevolge [artikel 28e, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28e&z=2022-07-01&g=2022-07-01), niet in aftrek is gebracht. Het recht op aftrek ontstaat op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt ter zake van de levering door de wederverkoper.
1. In afwijking van de [artikelen 28b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-08&g=2022-07-08) en [28c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-08&g=2022-07-08) is de wederverkoper ter zake van elk van zijn leveringen die voor toepassing van die artikelen in aanmerking komen, gerechtigd de belasting te berekenen overeenkomstig [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
2. Ingeval het eerste lid toepassing vindt, vindt aftrek plaats van de belasting die ingevolge [artikel 28e, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28e&z=2022-07-08&g=2022-07-08), niet in aftrek is gebracht. Het recht op aftrek ontstaat op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt ter zake van de levering door de wederverkoper.
##### Artikel 28g
[Artikel 12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=12&z=2022-07-01&g=2022-07-01), is niet van toepassing ten aanzien van een wederverkoper die niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft, die goederen levert met toepassing van [artikel 28b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-01&g=2022-07-01), [28c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-01&g=2022-07-01) of [28d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28d&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
[Artikel 12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=12&z=2022-07-08&g=2022-07-08), is niet van toepassing ten aanzien van een wederverkoper die niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft, die goederen levert met toepassing van [artikel 28b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-08&g=2022-07-08), [28c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-08&g=2022-07-08) of [28d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28d&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
##### Artikel 28h
1. Ingeval de wederverkoper goederen levert met toepassing van [artikel 28b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-01&g=2022-07-01), [28c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-01&g=2022-07-01) of [28d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28d&z=2022-07-01&g=2022-07-01), wordt voor de toepassing van [artikel 35a, eerste lid, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=35a&z=2022-07-01&g=2022-07-01) , de omzetbelasting begrepen onder de vergoeding.
2. Het is de wederverkoper die goederen levert met toepassing van [artikel 28b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-01&g=2022-07-01), [28c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-01&g=2022-07-01) of [28d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28d&z=2022-07-01&g=2022-07-01) niet toegestaan om de belasting afzonderlijk te vermelden op de ter zake van die levering uit te reiken factuur.
3. [Artikel 35a, eerste lid, onderdeel j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=35a&z=2022-07-01&g=2022-07-01) , is niet van toepassing ter zake van leveringen door wederverkopers met toepassing van [de artikelen 28b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-01&g=2022-07-01), [28c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-01&g=2022-07-01) of [28d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28d&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
1. Ingeval de wederverkoper goederen levert met toepassing van [artikel 28b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-08&g=2022-07-08), [28c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-08&g=2022-07-08) of [28d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28d&z=2022-07-08&g=2022-07-08), wordt voor de toepassing van [artikel 35a, eerste lid, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=35a&z=2022-07-08&g=2022-07-08) , de omzetbelasting begrepen onder de vergoeding.
2. Het is de wederverkoper die goederen levert met toepassing van [artikel 28b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-08&g=2022-07-08), [28c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-08&g=2022-07-08) of [28d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28d&z=2022-07-08&g=2022-07-08) niet toegestaan om de belasting afzonderlijk te vermelden op de ter zake van die levering uit te reiken factuur.
3. [Artikel 35a, eerste lid, onderdeel j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=35a&z=2022-07-08&g=2022-07-08) , is niet van toepassing ter zake van leveringen door wederverkopers met toepassing van [de artikelen 28b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-08&g=2022-07-08), [28c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-08&g=2022-07-08) of [28d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28d&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
##### Artikel 28i
@@ -912,17 +912,17 @@
##### Artikel 28l
1. De ondernemer die beleggingsgoud produceert of goud omzet in beleggingsgoud kan ervoor kiezen [artikel 28k, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=6&artikel=28k&z=2022-07-01&g=2022-07-01), op hem niet van toepassing te doen zijn met betrekking tot leveringen van beleggingsgoud aan een andere ondernemer.
2. De ondernemer die in het kader van zijn onderneming normaliter goud levert voor industriële doeleinden, kan ervoor kiezen [artikel 28k, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=6&artikel=28k&z=2022-07-01&g=2022-07-01), op hem niet van toepassing te doen zijn met betrekking tot leveringen van beleggingsgoud als bedoeld in [artikel 28j, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=6&artikel=28j&z=2022-07-01&g=2022-07-01), aan een andere ondernemer.
3. Indien de leverancier het recht om overeenkomstig het eerste of het tweede lid voor belastingheffing te kiezen heeft uitgeoefend, kan de tussenpersoon ervoor kiezen [artikel 28k, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=6&artikel=28k&z=2022-07-01&g=2022-07-01), op hem niet van toepassing te doen zijn met betrekking tot de in dat onderdeel vermelde diensten.
1. De ondernemer die beleggingsgoud produceert of goud omzet in beleggingsgoud kan ervoor kiezen [artikel 28k, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=6&artikel=28k&z=2022-07-08&g=2022-07-08), op hem niet van toepassing te doen zijn met betrekking tot leveringen van beleggingsgoud aan een andere ondernemer.
2. De ondernemer die in het kader van zijn onderneming normaliter goud levert voor industriële doeleinden, kan ervoor kiezen [artikel 28k, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=6&artikel=28k&z=2022-07-08&g=2022-07-08), op hem niet van toepassing te doen zijn met betrekking tot leveringen van beleggingsgoud als bedoeld in [artikel 28j, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=6&artikel=28j&z=2022-07-08&g=2022-07-08), aan een andere ondernemer.
3. Indien de leverancier het recht om overeenkomstig het eerste of het tweede lid voor belastingheffing te kiezen heeft uitgeoefend, kan de tussenpersoon ervoor kiezen [artikel 28k, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=6&artikel=28k&z=2022-07-08&g=2022-07-08), op hem niet van toepassing te doen zijn met betrekking tot de in dat onderdeel vermelde diensten.
##### Artikel 28m
1. In afwijking in zoverre van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-01&g=2022-07-01) heeft de ondernemer een recht op aftrek van de belasting die in rekening is gebracht of verschuldigd is geworden met betrekking tot:
- a. beleggingsgoud dat hem is geleverd door een ondernemer die een in [artikel 28l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=6&artikel=28l&z=2022-07-01&g=2022-07-01) bedoeld keuzerecht heeft uitgeoefend;
1. In afwijking in zoverre van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-08&g=2022-07-08) heeft de ondernemer een recht op aftrek van de belasting die in rekening is gebracht of verschuldigd is geworden met betrekking tot:
- a. beleggingsgoud dat hem is geleverd door een ondernemer die een in [artikel 28l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=6&artikel=28l&z=2022-07-08&g=2022-07-08) bedoeld keuzerecht heeft uitgeoefend;
- b. de levering aan hem of de intracommunautaire verwerving of de invoer door hem van ander goud dan beleggingsgoud dat vervolgens door hem of namens hem wordt omgezet in beleggingsgoud;
@@ -930,15 +930,15 @@
indien de latere levering door hem van dat goud ingevolge deze afdeling is vrijgesteld.
2. In afwijking in zoverre van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-01&g=2022-07-01) heeft de ondernemer die beleggingsgoud produceert of goud in beleggingsgoud omzet een recht op aftrek van de belasting die hem in rekening is gebracht of door hem verschuldigd is geworden met betrekking tot de levering dan wel de intracommunautaire verwerving of de invoer van goederen of diensten die met de productie of de omzetting van dat goud verband houden alsof de latere levering door hem van het ingevolge deze afdeling vrijgestelde goud aan de heffing van belasting was onderworpen.
2. In afwijking in zoverre van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-08&g=2022-07-08) heeft de ondernemer die beleggingsgoud produceert of goud in beleggingsgoud omzet een recht op aftrek van de belasting die hem in rekening is gebracht of door hem verschuldigd is geworden met betrekking tot de levering dan wel de intracommunautaire verwerving of de invoer van goederen of diensten die met de productie of de omzetting van dat goud verband houden alsof de latere levering door hem van het ingevolge deze afdeling vrijgestelde goud aan de heffing van belasting was onderworpen.
##### Artikel 28n
De ondernemer die handelt in beleggingsgoud dient, met overeenkomstige toepassing van [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34&z=2022-07-01&g=2022-07-01), aantekening te houden van alle handelingen betreffende beleggingsgoud waarvoor de vergoeding meer dan € 10 000 bedraagt en de documenten te bewaren aan de hand waarvan de identiteit van de cliënt bij dergelijke handelingen kan worden vastgesteld.
De ondernemer die handelt in beleggingsgoud dient, met overeenkomstige toepassing van [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34&z=2022-07-08&g=2022-07-08), aantekening te houden van alle handelingen betreffende beleggingsgoud waarvoor de vergoeding meer dan € 10 000 bedraagt en de documenten te bewaren aan de hand waarvan de identiteit van de cliënt bij dergelijke handelingen kan worden vastgesteld.
##### Artikel 28o
In geval een ondernemer een levering of een dienst verricht die een verwerking omvat van aan een ander toebehorend beleggingsgoud, waardoor het goud niet langer als beleggingsgoud is aan te merken, wordt, in afwijking in zoverre van [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2022-07-01&g=2022-07-01), de belasting berekend over het door de ondernemer voor die levering of dienst in rekening gebrachte bedrag – de omzetbelasting niet daaronder begrepen – vermeerderd met de normale waarde van het goud dat in het tot stand gekomen goed voorkomt.
In geval een ondernemer een levering of een dienst verricht die een verwerking omvat van aan een ander toebehorend beleggingsgoud, waardoor het goud niet langer als beleggingsgoud is aan te merken, wordt, in afwijking in zoverre van [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2022-07-08&g=2022-07-08), de belasting berekend over het door de ondernemer voor die levering of dienst in rekening gebrachte bedrag – de omzetbelasting niet daaronder begrepen – vermeerderd met de normale waarde van het goud dat in het tot stand gekomen goed voorkomt.
##### Artikel 28p
@@ -956,17 +956,17 @@
4. Het bedrag van de teruggaaf wordt in mindering gebracht in de aangifte voor het tijdvak waarin het recht op teruggaaf is ontstaan.
5. Voor zover de vergoeding in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, alsnog geheel of gedeeltelijk wordt ontvangen nadat het recht op teruggaaf is ontstaan, wordt de ondernemer de belasting ter zake van de alsnog ontvangen vergoeding verschuldigd op het tijdstip waarop die vergoeding wordt ontvangen. [Artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=14&z=2022-07-01&g=2022-07-01), is van overeenkomstige toepassing.
5. Voor zover de vergoeding in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, alsnog geheel of gedeeltelijk wordt ontvangen nadat het recht op teruggaaf is ontstaan, wordt de ondernemer de belasting ter zake van de alsnog ontvangen vergoeding verschuldigd op het tijdstip waarop die vergoeding wordt ontvangen. [Artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=14&z=2022-07-08&g=2022-07-08), is van overeenkomstige toepassing.
6. Ingeval een ondernemer zijn vordering ter zake van de levering van goederen of diensten geheel of gedeeltelijk overdraagt aan een andere ondernemer, treedt deze andere ondernemer met betrekking tot die vordering of het overgedragen gedeelte daarvan voor de toepassing van het eerste, tweede, en derde lid op het tijdstip van die overdracht in de plaats van de ondernemer die de vordering overdraagt. Wanneer de andere ondernemer ter zake van de overgenomen vordering een recht op teruggaaf verkrijgt, wordt de teruggaaf in afwijking van het vierde lid op verzoek verleend. Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing.
7. De ondernemer die ingevolge [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-01&g=2022-07-01) belasting in aftrek heeft gebracht ter zake van aan hem verrichte leveringen van goederen en diensten, wordt het afgetrokken bedrag naar evenredigheid als belasting verschuldigd op het tijdstip waarop komt vast te staan dat hij de vergoeding waarop dat bedrag betrekking heeft, niet of niet geheel zal betalen dan wel geheel of gedeeltelijk heeft terugontvangen. De belasting wordt in ieder geval verschuldigd één jaar na het opeisbaar worden van de vergoeding voor zover deze op dat tijdstip nog niet is betaald. [Artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=14&z=2022-07-01&g=2022-07-01), is van overeenkomstige toepassing.
8. Ingeval de ondernemer, bedoeld in het zevende lid, nadat hij de belasting, bedoeld in dat lid, heeft voldaan alsnog de vergoeding geheel of gedeeltelijk betaalt, ontstaat voor hem op dat tijdstip opnieuw recht op aftrek van de ter zake alsnog voldane belasting als ware het belasting bedoeld in [artikel 15, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-01&g=2022-07-01). Artikel 15 is van overeenkomstige toepassing, waarbij voor de toepassing van artikel 15, vierde lid, eerste volzin, de aftrek plaatsvindt overeenkomstig de bestemming van de goederen en diensten op het tijdstip waarop de belasting ter zake van de levering daarvan in rekening is gebracht. Een eventuele herziening van de aftrek ter zake van de belastingtijdvakken tussen het tijdstip waarop het recht op aftrek aanvankelijk en het tijdstip waarop dat opnieuw ontstond, geschiedt in het tijdvak waarin het recht op aftrek opnieuw ontstaat. De toepassing van de tweede en derde volzin geschiedt overeenkomstig de in de desbetreffende tijdvakken geldende wettelijke bepalingen.
7. De ondernemer die ingevolge [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-08&g=2022-07-08) belasting in aftrek heeft gebracht ter zake van aan hem verrichte leveringen van goederen en diensten, wordt het afgetrokken bedrag naar evenredigheid als belasting verschuldigd op het tijdstip waarop komt vast te staan dat hij de vergoeding waarop dat bedrag betrekking heeft, niet of niet geheel zal betalen dan wel geheel of gedeeltelijk heeft terugontvangen. De belasting wordt in ieder geval verschuldigd één jaar na het opeisbaar worden van de vergoeding voor zover deze op dat tijdstip nog niet is betaald. [Artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=14&z=2022-07-08&g=2022-07-08), is van overeenkomstige toepassing.
8. Ingeval de ondernemer, bedoeld in het zevende lid, nadat hij de belasting, bedoeld in dat lid, heeft voldaan alsnog de vergoeding geheel of gedeeltelijk betaalt, ontstaat voor hem op dat tijdstip opnieuw recht op aftrek van de ter zake alsnog voldane belasting als ware het belasting bedoeld in [artikel 15, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-08&g=2022-07-08). Artikel 15 is van overeenkomstige toepassing, waarbij voor de toepassing van artikel 15, vierde lid, eerste volzin, de aftrek plaatsvindt overeenkomstig de bestemming van de goederen en diensten op het tijdstip waarop de belasting ter zake van de levering daarvan in rekening is gebracht. Een eventuele herziening van de aftrek ter zake van de belastingtijdvakken tussen het tijdstip waarop het recht op aftrek aanvankelijk en het tijdstip waarop dat opnieuw ontstond, geschiedt in het tijdvak waarin het recht op aftrek opnieuw ontstaat. De toepassing van de tweede en derde volzin geschiedt overeenkomstig de in de desbetreffende tijdvakken geldende wettelijke bepalingen.
9. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld waarin het eerste tot en met het vijfde, zevende en achtste lid niet van toepassing worden verklaard op bedragen die niet zijn ontvangen onderscheidenlijk betaald ten gevolge van een korting voor contante betaling.
10. Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in het zesde lid, wordt, in afwijking van [artikel 31, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=1&artikel=31&z=2022-07-01&g=2022-07-01), ter zake van elke vordering afzonderlijk ingediend bij de inspecteur. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de vorm en de inhoud van het verzoek en de wijze waarop het verzoek wordt ingediend. Artikel 31, achtste en negende lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
10. Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in het zesde lid, wordt, in afwijking van [artikel 31, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=1&artikel=31&z=2022-07-08&g=2022-07-08), ter zake van elke vordering afzonderlijk ingediend bij de inspecteur. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de vorm en de inhoud van het verzoek en de wijze waarop het verzoek wordt ingediend. Artikel 31, achtste en negende lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 29a
@@ -976,7 +976,7 @@
##### Artikel 30
1. Op verzoek wordt teruggaaf verleend van de belasting ter zake van intracommunautaire verwerving van goederen in de gevallen waarin de belasting is geheven met toepassing van [artikel 17b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=IIA&afdeling=1&artikel=17b&z=2022-07-01&g=2022-07-01), en door belanghebbende wordt aangetoond dat ter zake van dezelfde verwerving belasting is geheven in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer.
1. Op verzoek wordt teruggaaf verleend van de belasting ter zake van intracommunautaire verwerving van goederen in de gevallen waarin de belasting is geheven met toepassing van [artikel 17b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=IIA&afdeling=1&artikel=17b&z=2022-07-08&g=2022-07-08), en door belanghebbende wordt aangetoond dat ter zake van dezelfde verwerving belasting is geheven in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer.
2. Op verzoek wordt naar evenredigheid teruggaaf verleend van de belasting ter zake van intracommunautaire verwerving van accijnsgoederen in de gevallen waarin na het tijdstip waarop die intracommunautaire verwerving van accijnsgoederen is verricht de in de lidstaat van vertrek van de verzending of het vervoer van die goederen voldane accijns door de afnemer is terugontvangen.
@@ -996,17 +996,17 @@
1. Een verzoek om teruggaaf van belasting geschiedt bij de aangifte over het tijdvak waarin het recht op teruggaaf is ontstaan.
2. In gevallen waarin geen aangifte op de voet van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=14&z=2022-07-01&g=2022-07-01) moet worden ingediend, geschiedt een verzoek om teruggaaf door het doen van aangifte.
3. Indien een verzoek om teruggaaf als bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan door een ondernemer die niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft van waaruit zakelijke handelingen worden verricht, maar die is gevestigd in een andere lidstaat, is het bepaalde in [afdeling 2, paragrafen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=1&z=2022-07-01&g=2022-07-01) en [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&z=2022-07-01&g=2022-07-01) mede van toepassing.
2. In gevallen waarin geen aangifte op de voet van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=14&z=2022-07-08&g=2022-07-08) moet worden ingediend, geschiedt een verzoek om teruggaaf door het doen van aangifte.
3. Indien een verzoek om teruggaaf als bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan door een ondernemer die niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft van waaruit zakelijke handelingen worden verricht, maar die is gevestigd in een andere lidstaat, is het bepaalde in [afdeling 2, paragrafen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=1&z=2022-07-08&g=2022-07-08) en [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&z=2022-07-08&g=2022-07-08) mede van toepassing.
4. Indien een verzoek om teruggaaf als bedoeld in het tweede lid, wordt ingediend door een ondernemer die niet in Nederland en niet in de Unie woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft, dient het verzoek betrekking te hebben op belasting waarvoor het recht op teruggaaf is ontstaan in een tijdvak van ten minste drie maanden en ten hoogste een kalenderjaar. Het tijdvak mag evenwel korter zijn dan drie maanden indien deze periode het resterende deel van een kalenderjaar betreft. De verzoeken kunnen mede belasting betreffen waarvoor het recht op teruggaaf is ontstaan in een ander tijdvak van hetzelfde kalenderjaar, maar waarvoor eerder geen verzoek om teruggaaf werd ingediend. Het verzoek moet worden ingediend binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin het recht op teruggaaf is ontstaan.
5. Indien een verzoek om teruggaaf als bedoeld in het tweede lid, wordt ingediend door een ander dan een ondernemer genoemd in het derde lid of vierde lid, dient het verzoek betrekking te hebben op belasting waarvoor het recht op teruggaaf is ontstaan in een kwartaal en moet het verzoek worden ingediend binnen drie maanden na afloop van dat kwartaal.
6. In gevallen als bedoeld in het vierde lid, wordt in afwijking van [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=17&z=2022-07-01&g=2022-07-01) geen teruggaaf verleend indien het verzoek betrekking heeft op een bedrag aan belasting van minder dan € 400. Betreft een verzoek om teruggaaf als is bedoeld in het vierde lid evenwel een kalenderjaar of het resterende gedeelte daarvan, dan moet het bedrag aan belasting waarop het verzoek betrekking heeft ten minste € 50 belopen.
7. Een ondernemer die niet in de Unie woont of is gevestigd en in Nederland geen vaste inrichting heeft, behoeft bij een verzoek om teruggaaf, in afwijking van [artikel 57 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=57), geen domicilie in Nederland te kiezen. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop deze ondernemers moeten aantonen, dat zij ondernemer zijn in de zin van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1c&artikel=7&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
6. In gevallen als bedoeld in het vierde lid, wordt in afwijking van [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=17&z=2022-07-08&g=2022-07-08) geen teruggaaf verleend indien het verzoek betrekking heeft op een bedrag aan belasting van minder dan € 400. Betreft een verzoek om teruggaaf als is bedoeld in het vierde lid evenwel een kalenderjaar of het resterende gedeelte daarvan, dan moet het bedrag aan belasting waarop het verzoek betrekking heeft ten minste € 50 belopen.
7. Een ondernemer die niet in de Unie woont of is gevestigd en in Nederland geen vaste inrichting heeft, behoeft bij een verzoek om teruggaaf, in afwijking van [artikel 57 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=57), geen domicilie in Nederland te kiezen. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop deze ondernemers moeten aantonen, dat zij ondernemer zijn in de zin van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1c&artikel=7&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
8. De inspecteur beslist op het verzoek om teruggaaf bij voor bezwaar vatbare beschikking.
@@ -1016,7 +1016,7 @@
Voor de toepassing van deze afdeling en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:
- a. niet in de lidstaat van teruggaaf gevestigde ondernemer: iedere ondernemer in de zin van [artikel 7, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1c&artikel=7&z=2022-07-01&g=2022-07-01), die niet in de lidstaat van teruggaaf, maar in een andere lidstaat gevestigd is;
- a. niet in de lidstaat van teruggaaf gevestigde ondernemer: iedere ondernemer in de zin van [artikel 7, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1c&artikel=7&z=2022-07-08&g=2022-07-08), die niet in de lidstaat van teruggaaf, maar in een andere lidstaat gevestigd is;
- b. lidstaat van teruggaaf: de lidstaat waar de belasting aan de niet in de lidstaat van teruggaaf gevestigde ondernemer in rekening werd gebracht ter zake van de voor genoemde ondernemer door andere ondernemers in deze lidstaat verrichte diensten of goederenleveringen, dan wel ter zake van de invoer van goederen in deze lidstaat;
@@ -1052,19 +1052,19 @@
2. De ondernemer is tevens, met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels, gehouden:
- a. een register bij te houden van de goederen die door hem of voor zijn rekening zijn verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat om aldaar te worden gebruikt voor de in [artikel 3a, tweede lid, onderdelen e, f en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), bedoelde doeleinden;
- b. afzonderlijk aantekening te houden van de goederen die vanuit een andere lidstaat naar hem zijn verzonden of vervoerd door of voor rekening van een ondernemer aan wie een btw-identificatienummer is toegekend in een andere lidstaat, ten behoeve van een dienst als bedoeld in [artikel 6e, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b¶graaf=2&artikel=6e&z=2022-07-01&g=2022-07-01);
- c. een register bij te houden van de goederen die hij in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep, bedoeld in [artikel 3b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3b&z=2022-07-01&g=2022-07-01), al dan niet door een derde partij verzendt of vervoert, en welk register de inspecteur in staat stelt de correcte toepassing van dat artikel te controleren;
- d. een register bij te houden van de goederen die aan hem in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep, bedoeld in [artikel 3b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3b&z=2022-07-01&g=2022-07-01), zijn geleverd.
- a. een register bij te houden van de goederen die door hem of voor zijn rekening zijn verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat om aldaar te worden gebruikt voor de in [artikel 3a, tweede lid, onderdelen e, f en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), bedoelde doeleinden;
- b. afzonderlijk aantekening te houden van de goederen die vanuit een andere lidstaat naar hem zijn verzonden of vervoerd door of voor rekening van een ondernemer aan wie een btw-identificatienummer is toegekend in een andere lidstaat, ten behoeve van een dienst als bedoeld in [artikel 6e, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b¶graaf=2&artikel=6e&z=2022-07-08&g=2022-07-08);
- c. een register bij te houden van de goederen die hij in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep, bedoeld in [artikel 3b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3b&z=2022-07-08&g=2022-07-08), al dan niet door een derde partij verzendt of vervoert, en welk register de inspecteur in staat stelt de correcte toepassing van dat artikel te controleren;
- d. een register bij te houden van de goederen die aan hem in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep, bedoeld in [artikel 3b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3b&z=2022-07-08&g=2022-07-08), zijn geleverd.
3. De rechtspersoon, andere dan ondernemer, is gehouden, met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels, aantekening te houden van de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen.
4. De ondernemer die goederen levert met toepassing van [artikel 28b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-01&g=2022-07-01), [28c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-01&g=2022-07-01) of [28d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28d&z=2022-07-01&g=2022-07-01), is tevens gehouden, met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels, afzonderlijk aantekening te houden van de met toepassing van de onderscheiden artikelen geleverde goederen, alsmede van de invoer en van de leveringen daarvan aan hem.
5. Indien een ondernemer, via het gebruik van een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, de levering van goederen of diensten aan een andere dan ondernemer binnen de Unie, overeenkomstig de bepalingen van [hoofdstuk II, afdelingen 1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&z=2022-07-01&g=2022-07-01) en [1b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b&z=2022-07-01&g=2022-07-01), faciliteert, wordt de ondernemer die de levering faciliteert, verplicht een boekhouding van die leveringen bij te houden. Deze boekhouding bevat voldoende gegevens om de belastingautoriteiten van de lidstaat waarin deze goederenleveringen of diensten belastbaar zijn, in staat te stellen de juistheid van de aangifte te bepalen.
4. De ondernemer die goederen levert met toepassing van [artikel 28b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28b&z=2022-07-08&g=2022-07-08), [28c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28c&z=2022-07-08&g=2022-07-08) of [28d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=5&artikel=28d&z=2022-07-08&g=2022-07-08), is tevens gehouden, met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels, afzonderlijk aantekening te houden van de met toepassing van de onderscheiden artikelen geleverde goederen, alsmede van de invoer en van de leveringen daarvan aan hem.
5. Indien een ondernemer, via het gebruik van een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, de levering van goederen of diensten aan een andere dan ondernemer binnen de Unie, overeenkomstig de bepalingen van [hoofdstuk II, afdelingen 1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&z=2022-07-08&g=2022-07-08) en [1b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b&z=2022-07-08&g=2022-07-08), faciliteert, wordt de ondernemer die de levering faciliteert, verplicht een boekhouding van die leveringen bij te houden. Deze boekhouding bevat voldoende gegevens om de belastingautoriteiten van de lidstaat waarin deze goederenleveringen of diensten belastbaar zijn, in staat te stellen de juistheid van de aangifte te bepalen.
6. Op verzoek moet de boekhouding, bedoeld in het vijfde lid, langs elektronische weg aan de betrokken lidstaten beschikbaar worden gesteld.
@@ -1082,23 +1082,23 @@
##### Artikel 36
De [artikelen 25, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=25), en [27e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=27) vinden overeenkomstige toepassing, ingeval niet volledig is voldaan aan de verplichtingen welke zijn opgelegd bij of krachtens de [artikelen 28n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=6&artikel=28n&z=2022-07-01&g=2022-07-01), [34 tot en met 35c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34&z=2022-07-01&g=2022-07-01) en [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=5&artikel=39&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
De [artikelen 25, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=25), en [27e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=27) vinden overeenkomstige toepassing, ingeval niet volledig is voldaan aan de verplichtingen welke zijn opgelegd bij of krachtens de [artikelen 28n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=6&artikel=28n&z=2022-07-08&g=2022-07-08), [34 tot en met 35c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34&z=2022-07-08&g=2022-07-08) en [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=5&artikel=39&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
##### Artikel 37
Hij die op een factuur op enigerlei wijze melding maakt van omzetbelasting welke hij, anders dan op grond van dit artikel, niet verschuldigd is geworden, wordt die belasting verschuldigd op het tijdstip waarop hij die factuur heeft uitgereikt; hij is gehouden deze belasting op de voet van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=14&z=2022-07-01&g=2022-07-01) te voldoen.
Hij die op een factuur op enigerlei wijze melding maakt van omzetbelasting welke hij, anders dan op grond van dit artikel, niet verschuldigd is geworden, wordt die belasting verschuldigd op het tijdstip waarop hij die factuur heeft uitgereikt; hij is gehouden deze belasting op de voet van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=14&z=2022-07-08&g=2022-07-08) te voldoen.
##### Artikel 37a
1. De ondernemer, uitgezonderd die bedoeld in [artikel 7, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1c&artikel=7&z=2022-07-01&g=2022-07-01), of [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=25&z=2022-07-01&g=2022-07-01), is verplicht uiterlijk de laatste dag van de maand volgend op een kalendermaand bij de inspecteur op de daartoe opengestelde wijze een formulier langs elektronische weg in te dienen met een lijst voor dat tijdvak waarop zijn vermeld de afnemers:
- a. aan wie goederen zijn geleverd met toepassing van de bij deze wet behorende [Tabel II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-01&g=2022-07-01), onderdeel a, post 6;
- b. aan wie in een andere lidstaat goederen zijn geleverd in aansluiting op de ingevolge [artikel 17b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=IIA&afdeling=1&artikel=17b&z=2022-07-01&g=2022-07-01), in die lidstaat door de ondernemer verrichte intracommunautaire verwervingen;
1. De ondernemer, uitgezonderd die bedoeld in [artikel 7, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1c&artikel=7&z=2022-07-08&g=2022-07-08), of [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=25&z=2022-07-08&g=2022-07-08), is verplicht uiterlijk de laatste dag van de maand volgend op een kalendermaand bij de inspecteur op de daartoe opengestelde wijze een formulier langs elektronische weg in te dienen met een lijst voor dat tijdvak waarop zijn vermeld de afnemers:
- a. aan wie goederen zijn geleverd met toepassing van de bij deze wet behorende [Tabel II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-08&g=2022-07-08), onderdeel a, post 6;
- b. aan wie in een andere lidstaat goederen zijn geleverd in aansluiting op de ingevolge [artikel 17b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=IIA&afdeling=1&artikel=17b&z=2022-07-08&g=2022-07-08), in die lidstaat door de ondernemer verrichte intracommunautaire verwervingen;
- c. voor wie hij diensten heeft verricht die met toepassing van artikel 6, eerste lid, niet belastbaar zijn in Nederland en waarover de belasting ingevolge artikel 196 van BTW-richtlijn 2006 in de lidstaat van de afnemer wordt geheven van de afnemer, tenzij het verrichten van die dienst in die lidstaat is vrijgesteld;
- d. voor wie, met inbegrip van diens btw-identificatienummer, de goederen zijn bestemd die in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep, bedoeld in [artikel 3b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3b&z=2022-07-01&g=2022-07-01), worden verzonden of vervoerd en geeft hij kennis van iedere wijziging in de ingediende informatie.
- d. voor wie, met inbegrip van diens btw-identificatienummer, de goederen zijn bestemd die in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep, bedoeld in [artikel 3b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3b&z=2022-07-08&g=2022-07-08), worden verzonden of vervoerd en geeft hij kennis van iedere wijziging in de ingediende informatie.
2. In de lijst wordt opgave verlangd van de gegevens, bedoeld in de artikelen 264 en 265 van de BTW-richtlijn 2006.
@@ -1112,7 +1112,7 @@
##### Artikel 37b
Degene die ter zake van de intracommunautaire verwerving van goederen valt onder de toepassing van [artikel 1a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), wordt niettemin de belasting verschuldigd ter zake van die intracommunautaire verwerving wanneer in de lidstaat waar de goederen worden geleverd, belastingheffing plaatsvindt alsof [artikel 1, aanhef en onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-01&g=2022-07-01), van toepassing zou zijn.
Degene die ter zake van de intracommunautaire verwerving van goederen valt onder de toepassing van [artikel 1a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), wordt niettemin de belasting verschuldigd ter zake van die intracommunautaire verwerving wanneer in de lidstaat waar de goederen worden geleverd, belastingheffing plaatsvindt alsof [artikel 1, aanhef en onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-08&g=2022-07-08), van toepassing zou zijn.
##### Artikel 38
@@ -1130,9 +1130,9 @@
##### Artikel 40
1. Indien de ondernemer een btw-melding als bedoeld in [artikel 28q](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=1&artikel=28q&z=2022-07-01&g=2022-07-01) die hij in Nederland moet doen of de lijst, bedoeld in [artikel 37a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=37a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), niet of niet tijdig heeft ingediend, dan wel een onvolledige of onjuiste btw-melding of lijst heeft ingediend, vormt dat een verzuim ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 5.514 kan opleggen.
2. De bevoegdheid tot het opleggen van de in het eerste lid bedoelde boete vervalt, in afwijking van [artikel 5:45, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:45), door het verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de in [artikel 28q](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=1&artikel=28q&z=2022-07-01&g=2022-07-01) of [artikel 37a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=37a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), genoemde verplichting is ontstaan.
1. Indien de ondernemer een btw-melding als bedoeld in [artikel 28q](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=1&artikel=28q&z=2022-07-08&g=2022-07-08) die hij in Nederland moet doen of de lijst, bedoeld in [artikel 37a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=37a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), niet of niet tijdig heeft ingediend, dan wel een onvolledige of onjuiste btw-melding of lijst heeft ingediend, vormt dat een verzuim ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 5.514 kan opleggen.
2. De bevoegdheid tot het opleggen van de in het eerste lid bedoelde boete vervalt, in afwijking van [artikel 5:45, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:45), door het verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de in [artikel 28q](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=1&artikel=28q&z=2022-07-08&g=2022-07-08) of [artikel 37a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=37a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), genoemde verplichting is ontstaan.
3. [Artikel 67cb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=67cb) is van overeenkomstige toepassing op het bedrag van de boete, genoemd in het eerste lid.
@@ -1180,7 +1180,7 @@
##### Artikel 42
Hij die het in [artikel 38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=5&artikel=38&z=2022-07-01&g=2022-07-01) vervatte verbod overtreedt, wordt gestraft met een geldboete van de derde categorie.
Hij die het in [artikel 38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=5&artikel=38&z=2022-07-08&g=2022-07-08) vervatte verbod overtreedt, wordt gestraft met een geldboete van de derde categorie.
### Hoofdstuk VII. Bestuurlijke boete
@@ -1190,7 +1190,7 @@
2. Onze Minister geeft omtrent de teruggaaf nadere regelen, waarbij zij naar algemene maatstaven kan worden vastgesteld.
3. De teruggaaf wordt slechts verleend, voor zover de ondernemer bij levering aan hem van de goederen na 31 december 1968 de ter zake in rekening gebrachte belasting op de voet van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-01&g=2022-07-01) in aftrek zou kunnen brengen.
3. De teruggaaf wordt slechts verleend, voor zover de ondernemer bij levering aan hem van de goederen na 31 december 1968 de ter zake in rekening gebrachte belasting op de voet van [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-08&g=2022-07-08) in aftrek zou kunnen brengen.
4. De aanspraak op teruggaaf ontstaat:
@@ -1202,7 +1202,7 @@
6. De omzetbelasting, waarvan de teruggaaf op grond van het vierde lid, letter **b**, plaatsvindt na het einde van het vierde kwartaal van het jaar 1970, wordt met 6 percent verhoogd als vergoeding voor renteverlies.
7. Tegen een ingevolge [artikel 25 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=25) gedane uitspraak van de inspecteur betreffende de toepassing van de vorige leden staat, in afwijking in zoverre van [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=26&z=2022-07-01&g=2022-07-01), van genoemde wet, uitsluitend beroep open bij de Tariefcommissie.
7. Tegen een ingevolge [artikel 25 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=25) gedane uitspraak van de inspecteur betreffende de toepassing van de vorige leden staat, in afwijking in zoverre van [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=26&z=2022-07-08&g=2022-07-08), van genoemde wet, uitsluitend beroep open bij de Tariefcommissie.
##### Artikel 44
@@ -1212,7 +1212,7 @@
##### Artikel 45
1. Met afwijking in zoverre van de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2022-07-01&g=2022-07-01) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-01&g=2022-07-01) is, met betrekking tot goederen welke zijn bestemd om door de ondernemer als bedrijfsmiddel te worden gebruikt, aftrek slechts toegestaan van:
1. Met afwijking in zoverre van de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2022-07-08&g=2022-07-08) en [15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-08&g=2022-07-08) is, met betrekking tot goederen welke zijn bestemd om door de ondernemer als bedrijfsmiddel te worden gebruikt, aftrek slechts toegestaan van:
- a. 30 percent van de belasting, ingeval de levering of de invoer plaatsvindt in 1969 of 1970;
@@ -1236,7 +1236,7 @@
##### Artikel 46
Gedurende de jaren 1969 tot en met 1979 bedraagt de belasting ter zake van leveringen en invoer van dagbladen en nieuwsbladen (niet dagelijks verschijnende kranten), krachtens abonnement, in afwijking van de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=9&z=2022-07-01&g=2022-07-01) en [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=2&artikel=20&z=2022-07-01&g=2022-07-01), nihil.
Gedurende de jaren 1969 tot en met 1979 bedraagt de belasting ter zake van leveringen en invoer van dagbladen en nieuwsbladen (niet dagelijks verschijnende kranten), krachtens abonnement, in afwijking van de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=9&z=2022-07-08&g=2022-07-08) en [20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=2&artikel=20&z=2022-07-08&g=2022-07-08), nihil.
##### Artikel 47
@@ -1546,7 +1546,7 @@
- b. **lidstaat van identificatie:** de lidstaat waar de niet in de Unie gevestigde ondernemer verkiest opgave te doen van het begin van zijn activiteit als ondernemer op het grondgebied van de Unie overeenkomstig deze paragraaf;
- c. **lidstaat van verbruik:** de lidstaat waar de dienst overeenkomstig [hoofdstuk II, afdeling 1b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b&z=2022-07-01&g=2022-07-01), wordt geacht te zijn verricht;
- c. **lidstaat van verbruik:** de lidstaat waar de dienst overeenkomstig [hoofdstuk II, afdeling 1b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b&z=2022-07-08&g=2022-07-08), wordt geacht te zijn verricht;
- d. **niet-Unieregeling:** de bijzondere regeling, bedoeld in deze paragraaf.
@@ -1568,11 +1568,11 @@
- c. **lidstaat van verbruik:**
- 1°. in het geval van de verrichting van een dienst: de lidstaat waar de dienst overeenkomstig [hoofdstuk II, afdeling 1b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b&z=2022-07-01&g=2022-07-01), wordt geacht te zijn verricht; of
- 1°. in het geval van de verrichting van een dienst: de lidstaat waar de dienst overeenkomstig [hoofdstuk II, afdeling 1b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b&z=2022-07-08&g=2022-07-08), wordt geacht te zijn verricht; of
- 2°. in het geval van een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen: de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer; of
- 3°. in het geval van de levering van goederen door een ondernemer die deze levering faciliteert overeenkomstig [artikel 3c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3c&z=2022-07-01&g=2022-07-01), indien de verzending of het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt: deze lidstaat;
- 3°. in het geval van de levering van goederen door een ondernemer die deze levering faciliteert overeenkomstig [artikel 3c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3c&z=2022-07-08&g=2022-07-08), indien de verzending of het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt: deze lidstaat;
- d. **Unieregeling:** de bijzondere regeling, bedoeld in deze paragraaf.
@@ -1852,13 +1852,13 @@
- c. het btw-identificatienummer waaronder de ondernemer de goederenleveringen of de diensten heeft verricht;
- d. het btw-identificatienummer van de afnemer waaronder hij een goederenlevering of een dienst heeft afgenomen waarvoor hij tot voldoening van de belasting is gehouden of waaronder hij een goederenlevering als bedoeld in de bij deze wet behorende [tabel II, onderdeel a, post 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-01&g=2022-07-01), heeft afgenomen;
- d. het btw-identificatienummer van de afnemer waaronder hij een goederenlevering of een dienst heeft afgenomen waarvoor hij tot voldoening van de belasting is gehouden of waaronder hij een goederenlevering als bedoeld in de bij deze wet behorende [tabel II, onderdeel a, post 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-08&g=2022-07-08), heeft afgenomen;
- e. de volledige naam en het volledige adres van de ondernemer en zijn afnemer;
- f. de hoeveelheid en de aard van de geleverde goederen of de omvang en de aard van de verrichte diensten;
- g. de datum waarop de goederenlevering of de dienst heeft plaatsgevonden of voltooid is of de datum waarop de in [artikel 34c, eerste lid, onderdelen d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34c&z=2022-07-01&g=2022-07-01), bedoelde vooruitbetaling is gedaan, voor zover die datum vastgesteld is en verschilt van de uitreikingsdatum van de factuur;
- g. de datum waarop de goederenlevering of de dienst heeft plaatsgevonden of voltooid is of de datum waarop de in [artikel 34c, eerste lid, onderdelen d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34c&z=2022-07-08&g=2022-07-08), bedoelde vooruitbetaling is gedaan, voor zover die datum vastgesteld is en verschilt van de uitreikingsdatum van de factuur;
- h. de vergoeding voor elk tarief of elke vrijstelling, de eenheidsprijs, belasting niet inbegrepen, evenals de eventuele vooruitbetalingskortingen, prijskortingen en -rabatten indien die niet in de eenheidsprijs zijn begrepen;
@@ -1890,7 +1890,7 @@
- d. het te betalen bedrag van de belasting of de gegevens aan de hand waarvan dat bedrag kan worden berekend;
- e. wanneer de uitgereikte factuur een document of bericht is dat overeenkomstig [artikel 34f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34f&z=2022-07-01&g=2022-07-01) als factuur geldt, een specifieke en ondubbelzinnige verwijzing naar de oorspronkelijke factuur, met specifieke vermelding van de aangebrachte wijzigingen.
- e. wanneer de uitgereikte factuur een document of bericht is dat overeenkomstig [artikel 34f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34f&z=2022-07-08&g=2022-07-08) als factuur geldt, een specifieke en ondubbelzinnige verwijzing naar de oorspronkelijke factuur, met specifieke vermelding van de aangebrachte wijzigingen.
3. Wanneer de factuur wordt uitgereikt door een ondernemer die niet gevestigd is in de lidstaat waar de belasting verschuldigd is of van wie geen inrichting in die lidstaat bij het verrichten van de goederenlevering of de dienst is betrokken in de zin van artikel 192bis van BTW-richtlijn 2006 en die goederenleveringen of diensten verricht voor een afnemer die tot voldoening van de belasting is gehouden, kan de ondernemer de in het eerste lid, onderdelen h, i en j, bedoelde vermeldingen weglaten en in plaats daarvan, door de hoeveelheid of de omvang alsook de aard van de geleverde goederen of verrichte diensten te specificeren, de vergoeding voor die goederen of diensten vermelden.
@@ -2322,11 +2322,11 @@
##### Artikel 5b
1. Ingeval de levering van gas via een op het grondgebied van de Unie gesitueerd aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net, van warmte of koude via warmte- of koudenetten of van elektriciteit wordt verricht aan een ondernemer die wederverkoper is, wordt die levering, in afwijking van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5&z=2022-07-01&g=2022-07-01), verricht op de plaats waar deze ondernemer is gevestigd of een vaste inrichting heeft waarvoor de goederen worden geleverd, dan wel, bij het ontbreken hiervan, op de plaats waar zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats is.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt, in afwijking van [artikel 2a, eerste lid, onderdeel k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=2a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), onder een wederverkoper verstaan een ondernemer wiens hoofdactiviteit op het gebied van de aankoop van gas, warmte of koude of elektriciteit bestaat in het opnieuw verkopen van die producten en wiens eigen verbruik van die producten verwaarloosbaar is.
3. In afwijking van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5&z=2022-07-01&g=2022-07-01) wordt de levering van gas via een op het grondgebied van de Unie gesitueerd aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net, van warmte of koude via warmte- of koudenetten of van elektriciteit in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid verricht op de plaats waar de afnemer het werkelijke gebruik en verbruik van de goederen heeft. Ingeval het gas, de warmte, de koude of de elektriciteit geheel of ten dele niet daadwerkelijk door de afnemer wordt verbruikt, worden deze niet-verbruikte goederen geacht te zijn gebruikt en verbruikt op de plaats waar hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de goederen worden geleverd. Bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting wordt de afnemer geacht de goederen te hebben gebruikt en verbruikt in zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats.
1. Ingeval de levering van gas via een op het grondgebied van de Unie gesitueerd aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net, van warmte of koude via warmte- of koudenetten of van elektriciteit wordt verricht aan een ondernemer die wederverkoper is, wordt die levering, in afwijking van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5&z=2022-07-08&g=2022-07-08), verricht op de plaats waar deze ondernemer is gevestigd of een vaste inrichting heeft waarvoor de goederen worden geleverd, dan wel, bij het ontbreken hiervan, op de plaats waar zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats is.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt, in afwijking van [artikel 2a, eerste lid, onderdeel k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=2a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), onder een wederverkoper verstaan een ondernemer wiens hoofdactiviteit op het gebied van de aankoop van gas, warmte of koude of elektriciteit bestaat in het opnieuw verkopen van die producten en wiens eigen verbruik van die producten verwaarloosbaar is.
3. In afwijking van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5&z=2022-07-08&g=2022-07-08) wordt de levering van gas via een op het grondgebied van de Unie gesitueerd aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net, van warmte of koude via warmte- of koudenetten of van elektriciteit in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid verricht op de plaats waar de afnemer het werkelijke gebruik en verbruik van de goederen heeft. Ingeval het gas, de warmte, de koude of de elektriciteit geheel of ten dele niet daadwerkelijk door de afnemer wordt verbruikt, worden deze niet-verbruikte goederen geacht te zijn gebruikt en verbruikt op de plaats waar hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de goederen worden geleverd. Bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting wordt de afnemer geacht de goederen te hebben gebruikt en verbruikt in zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats.
### Afdeling 2. Maatstaf en tarief van heffing
@@ -2576,7 +2576,7 @@
##### Artikel 16a
Ter zake van prestaties als bedoeld in [artikel 3, derde lid, onderdelen a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3&z=2022-07-01&g=2022-07-01), en [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=4&z=2022-07-01&g=2022-07-01), wordt de belasting niet verschuldigd indien het prestaties betreft als bedoeld in het op [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=16&z=2022-07-01&g=2022-07-01), gebaseerde koninklijk besluit.
Ter zake van prestaties als bedoeld in [artikel 3, derde lid, onderdelen a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3&z=2022-07-08&g=2022-07-08), en [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=4&z=2022-07-08&g=2022-07-08), wordt de belasting niet verschuldigd indien het prestaties betreft als bedoeld in het op [artikel 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=16&z=2022-07-08&g=2022-07-08), gebaseerde koninklijk besluit.
### Hoofdstuk IIA. Heffing ter zake van intracommunautaire verwervingen
@@ -2610,7 +2610,7 @@
##### Artikel 47
Met betrekking tot de in [artikel 4, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=4&z=2022-07-01&g=2022-07-01), bedoelde handelingen blijft de heffing van belasting achterwege indien, met het oog op die handelingen, de voorbelasting ter zake van het in dat onderdeel bedoelde goed vóór de inwerkingtreding van die bepaling niet in aftrek is gebracht ingevolge het bepaalde in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-01&g=2022-07-01) dan wel geheel of gedeeltelijk is uitgesloten ingevolge het bepaalde in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=16&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
Met betrekking tot de in [artikel 4, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=4&z=2022-07-08&g=2022-07-08), bedoelde handelingen blijft de heffing van belasting achterwege indien, met het oog op die handelingen, de voorbelasting ter zake van het in dat onderdeel bedoelde goed vóór de inwerkingtreding van die bepaling niet in aftrek is gebracht ingevolge het bepaalde in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-08&g=2022-07-08) dan wel geheel of gedeeltelijk is uitgesloten ingevolge het bepaalde in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=16&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
## Tabel I. behorende bij de Wet op de omzetbelasting 1968
@@ -2894,7 +2894,7 @@
##### Artikel 21a
Voor de toepassing van [artikel 21b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=21b&z=2022-07-01&g=2022-07-01) wordt verstaan onder:
Voor de toepassing van [artikel 21b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=21b&z=2022-07-08&g=2022-07-08) wordt verstaan onder:
- a. persoonlijke bagage van reizigers: bagage die de reiziger kan aangeven bij de douaneautoriteiten, alsmede de bagage die hij later aangeeft, mits hij aannemelijk kan maken dat deze bij zijn vertrek als begeleide bagage is ingeschreven bij de maatschappij die zijn vervoer heeft verzorgd, met dien verstande dat brandstof, andere dan die zich in het normale reservoir van een voertuig bevindt of andere dan een maximale hoeveelheid van tien liter per voertuig in een draagbaar reservoir, geen persoonlijke bagage is;
@@ -3226,7 +3226,7 @@
##### Artikel 28u
Indien voor de invoer van goederen, met uitzondering van accijnsgoederen, in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan € 150 geen gebruik wordt gemaakt van de invoerregeling, bedoeld in [afdeling 7, paragraaf 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=4&z=2022-07-01&g=2022-07-01), kan de persoon die voor de goederen voor het plaatsen onder de regeling in het vrije verkeer brengen in Nederland een douaneaangifte doet voor rekening van de persoon voor wie de goederen bestemd zijn, gebruikmaken van de regeling post- en koeriersdiensten met betrekking tot goederen waarvan de verzending of het vervoer in Nederland wordt beëindigd.
Indien voor de invoer van goederen, met uitzondering van accijnsgoederen, in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan € 150 geen gebruik wordt gemaakt van de invoerregeling, bedoeld in [afdeling 7, paragraaf 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=4&z=2022-07-08&g=2022-07-08), kan de persoon die voor de goederen voor het plaatsen onder de regeling in het vrije verkeer brengen in Nederland een douaneaangifte doet voor rekening van de persoon voor wie de goederen bestemd zijn, gebruikmaken van de regeling post- en koeriersdiensten met betrekking tot goederen waarvan de verzending of het vervoer in Nederland wordt beëindigd.
### Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen
@@ -3574,7 +3574,7 @@
- a. diensten, bestaande in de verhuur van vervoermiddelen, die worden verricht voor andere dan ondernemers die in Nederland wonen of zijn gevestigd dan wel aldaar een vaste inrichting hebben waarvoor de diensten worden verricht;
- b. diensten als bedoeld in [artikel 6i, onderdelen a tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b¶graaf=2&artikel=6i&z=2022-07-01&g=2022-07-01), die worden verricht voor in Nederland gevestigde lichamen in de zin van de [Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320), andere dan ondernemers.
- b. diensten als bedoeld in [artikel 6i, onderdelen a tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b¶graaf=2&artikel=6i&z=2022-07-08&g=2022-07-08), die worden verricht voor in Nederland gevestigde lichamen in de zin van de [Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320), andere dan ondernemers.
### Afdeling 1c. Ondernemer
@@ -3616,9 +3616,9 @@
- b. tijdens het tijdvak van teruggaaf heeft hij geen goederenleveringen of diensten verricht waarvan de plaats geacht wordt in Nederland te zijn gelegen, met uitzondering van de volgende handelingen:
- 1°. vervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten die vrijgesteld zijn krachtens [artikel 39 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=39) dan wel vallen onder het tarief van nihil krachtens [artikel 9, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=9&z=2022-07-01&g=2022-07-01), en de bij deze wet behorende [tabel II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-01&g=2022-07-01), onderdeel b, post 1, 2, 4 of 5;
- 2°. goederenleveringen of dienstverrichtingen waarvan de afnemer krachtens [artikel 12, tweede, derde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=12&z=2022-07-01&g=2022-07-01), de belasting verschuldigd is.
- 1°. vervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten die vrijgesteld zijn krachtens [artikel 39 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=39) dan wel vallen onder het tarief van nihil krachtens [artikel 9, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=9&z=2022-07-08&g=2022-07-08), en de bij deze wet behorende [tabel II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-08&g=2022-07-08), onderdeel b, post 1, 2, 4 of 5;
- 2°. goederenleveringen of dienstverrichtingen waarvan de afnemer krachtens [artikel 12, tweede, derde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=12&z=2022-07-08&g=2022-07-08), de belasting verschuldigd is.
##### Artikel 32c
@@ -3626,25 +3626,25 @@
- a. ingevolge deze wet incorrect gefactureerde belastingbedragen;
- b. gefactureerde belastingbedragen voor goederenleveringen die krachtens [artikel 9, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=9&z=2022-07-01&g=2022-07-01), en de bij deze wet behorende [tabel II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-01&g=2022-07-01), onderdeel a, post 6, onder het tarief van nihil vallen;
- c. gefactureerde belastingbedragen voor leveringen van goederen die door of voor rekening van een niet in Nederland gevestigde afnemer worden verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de Unie, welke leveringen krachtens [artikel 9, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=9&z=2022-07-01&g=2022-07-01), en de bij deze wet behorende [bijlage II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-01&g=2022-07-01), onderdeel a, post 2, onder het tarief van nihil vallen.
- b. gefactureerde belastingbedragen voor goederenleveringen die krachtens [artikel 9, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=9&z=2022-07-08&g=2022-07-08), en de bij deze wet behorende [tabel II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-08&g=2022-07-08), onderdeel a, post 6, onder het tarief van nihil vallen;
- c. gefactureerde belastingbedragen voor leveringen van goederen die door of voor rekening van een niet in Nederland gevestigde afnemer worden verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de Unie, welke leveringen krachtens [artikel 9, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=9&z=2022-07-08&g=2022-07-08), en de bij deze wet behorende [bijlage II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-08&g=2022-07-08), onderdeel a, post 2, onder het tarief van nihil vallen.
##### Artikel 32d
1. De niet in Nederland gevestigde ondernemer wordt op verzoek teruggaaf verleend van de belasting die werd geheven ter zake van de aan hem door andere ondernemers in Nederland verrichte goederenleveringen of diensten, of ter zake van de invoer van goederen in Nederland, voor zover deze goederen of diensten worden gebruikt voor de volgende handelingen:
- a. de handelingen bedoeld in [artikel 15, tweede lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-01&g=2022-07-01);
- b. handelingen, waarvan de afnemer overeenkomstig [artikel 12, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=12&z=2022-07-01&g=2022-07-01), tot voldoening van de belasting is gehouden.
2. Onverminderd het bepaalde in [artikel 32e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32e&z=2022-07-01&g=2022-07-01) wordt voor de toepassing van deze afdeling het recht op teruggaaf van voorbelasting bepaald overeenkomstig de daarvoor geldende bepalingen van deze wet.
- a. de handelingen bedoeld in [artikel 15, tweede lid, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=15&z=2022-07-08&g=2022-07-08);
- b. handelingen, waarvan de afnemer overeenkomstig [artikel 12, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=12&z=2022-07-08&g=2022-07-08), tot voldoening van de belasting is gehouden.
2. Onverminderd het bepaalde in [artikel 32e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32e&z=2022-07-08&g=2022-07-08) wordt voor de toepassing van deze afdeling het recht op teruggaaf van voorbelasting bepaald overeenkomstig de daarvoor geldende bepalingen van deze wet.
##### Artikel 32e
1. Om in Nederland recht te hebben op teruggaaf verricht een niet in Nederland gevestigde ondernemer handelingen die in de lidstaat van vestiging een recht op aftrek doen ontstaan.
2. Wanneer een niet in Nederland gevestigde ondernemer in de lidstaat waar hij gevestigd is, zowel handelingen verricht die in die lidstaat een recht op aftrek doen ontstaan, als handelingen die in die lidstaat geen recht op aftrek doen ontstaan, kan van het overeenkomstig [artikel 32d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32d&z=2022-07-01&g=2022-07-01) voor teruggaaf in aanmerking komende bedrag slechts dat gedeelte van de belasting door Nederland worden teruggegeven dat overeenkomstig artikel 173 van BTW-richtlijn 2006, zoals toegepast door de lidstaat van vestiging, aan eerstgenoemde handelingen kan worden toegerekend.
2. Wanneer een niet in Nederland gevestigde ondernemer in de lidstaat waar hij gevestigd is, zowel handelingen verricht die in die lidstaat een recht op aftrek doen ontstaan, als handelingen die in die lidstaat geen recht op aftrek doen ontstaan, kan van het overeenkomstig [artikel 32d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32d&z=2022-07-08&g=2022-07-08) voor teruggaaf in aanmerking komende bedrag slechts dat gedeelte van de belasting door Nederland worden teruggegeven dat overeenkomstig artikel 173 van BTW-richtlijn 2006, zoals toegepast door de lidstaat van vestiging, aan eerstgenoemde handelingen kan worden toegerekend.
##### Artikel 32f
@@ -3658,7 +3658,7 @@
##### Artikel 32g
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de aanvrager, onverminderd de krachtens [artikel 32n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32n&z=2022-07-01&g=2022-07-01) verlangde gegevens, tezamen met het teruggaafverzoek langs elektronische weg een afschrift van de factuur of het invoerdocument overlegt, wanneer de maatstaf van heffing op de factuur of het invoerdocument 1000 euro of meer beloopt. Indien de factuur betrekking heeft op brandstof, is dit drempelbedrag 250 euro.
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de aanvrager, onverminderd de krachtens [artikel 32n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32n&z=2022-07-08&g=2022-07-08) verlangde gegevens, tezamen met het teruggaafverzoek langs elektronische weg een afschrift van de factuur of het invoerdocument overlegt, wanneer de maatstaf van heffing op de factuur of het invoerdocument 1000 euro of meer beloopt. Indien de factuur betrekking heeft op brandstof, is dit drempelbedrag 250 euro.
##### Artikel 32h
@@ -3696,37 +3696,37 @@
##### Artikel 32n
1. Ingeval de inspecteur meent niet alle dienstige informatie te hebben ontvangen om met betrekking tot het geheel of een deel van het teruggaafverzoek een beschikking te kunnen nemen, kan hij binnen de in [artikel 32m, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32m&z=2022-07-01&g=2022-07-01), genoemde termijn van vier maanden, langs elektronische weg in het bijzonder de aanvrager of de lidstaat van vestiging om aanvullende gegevens verzoeken.
1. Ingeval de inspecteur meent niet alle dienstige informatie te hebben ontvangen om met betrekking tot het geheel of een deel van het teruggaafverzoek een beschikking te kunnen nemen, kan hij binnen de in [artikel 32m, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32m&z=2022-07-08&g=2022-07-08), genoemde termijn van vier maanden, langs elektronische weg in het bijzonder de aanvrager of de lidstaat van vestiging om aanvullende gegevens verzoeken.
2. Indien de aanvullende gegevens worden opgevraagd bij een andere persoon dan de aanvrager of de bevoegde autoriteiten van een lidstaat kan de inspecteur alleen langs elektronische weg om gegevens verzoeken indien de bestemmeling van het verzoek over de desbetreffende apparatuur beschikt.
3. Zo nodig kan de inspecteur om verdere aanvullende gegevens verzoeken.
4. De overeenkomstig de eerste tot en met vierde lid verlangde gegevens kunnen het overleggen van het origineel of een afschrift van de factuur of het invoerdocument omvatten wanneer de inspecteur op goede gronden het bestaan van een bepaalde vordering betwijfelt. In dat geval zijn de drempelnormen van [artikel 32g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32g&z=2022-07-01&g=2022-07-01) niet van toepassing.
4. De overeenkomstig de eerste tot en met vierde lid verlangde gegevens kunnen het overleggen van het origineel of een afschrift van de factuur of het invoerdocument omvatten wanneer de inspecteur op goede gronden het bestaan van een bepaalde vordering betwijfelt. In dat geval zijn de drempelnormen van [artikel 32g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32g&z=2022-07-08&g=2022-07-08) niet van toepassing.
5. De krachtens de vorige leden gevraagde gegevens moeten binnen een maand na ontvangst van het verzoek om informatie door de bestemmeling van het verzoek aan de inspecteur worden verstrekt.
##### Artikel 32o
1. Indien de inspecteur om aanvullende gegevens heeft verzocht, deelt hij zijn beslissing om het teruggaafverzoek in te willigen of af te wijzen bij voor bezwaar vatbare beschikking mee aan de aanvrager binnen twee maanden na ontvangst van de gevraagde gegevens of, indien niet op zijn verzoek gereageerd is, binnen twee maanden na het verstrijken van de in [artikel 32n, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32n&z=2022-07-01&g=2022-07-01), genoemde termijn. De termijn waarover de inspecteur vanaf de ontvangst van het teruggaafverzoek beschikt om over een volledige of gedeeltelijke teruggaaf een beslissing te nemen, beloopt in ieder geval ten minste zes maanden.
1. Indien de inspecteur om aanvullende gegevens heeft verzocht, deelt hij zijn beslissing om het teruggaafverzoek in te willigen of af te wijzen bij voor bezwaar vatbare beschikking mee aan de aanvrager binnen twee maanden na ontvangst van de gevraagde gegevens of, indien niet op zijn verzoek gereageerd is, binnen twee maanden na het verstrijken van de in [artikel 32n, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32n&z=2022-07-08&g=2022-07-08), genoemde termijn. De termijn waarover de inspecteur vanaf de ontvangst van het teruggaafverzoek beschikt om over een volledige of gedeeltelijke teruggaaf een beslissing te nemen, beloopt in ieder geval ten minste zes maanden.
2. Wanneer de inspecteur verdere aanvullende gegevens verlangt, stelt hij binnen acht maanden nadat het teruggaafverzoek door hem is ontvangen, de aanvrager bij voor bezwaar vatbare beschikking in kennis van zijn beslissing over een gehele of gedeeltelijke teruggaaf.
##### Artikel 32p
1. Indien de inspecteur het teruggaafverzoek inwilligt, wordt het goedgekeurde teruggaafbedrag betaald uiterlijk binnen tien werkdagen na het verstrijken van de in [artikel 32m, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32m&z=2022-07-01&g=2022-07-01), genoemde termijn, of, indien om aanvullende of verdere aanvullende gegevens is verzocht, na het verstrijken van de overeenkomstige termijnen in [artikel 32o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32o&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
1. Indien de inspecteur het teruggaafverzoek inwilligt, wordt het goedgekeurde teruggaafbedrag betaald uiterlijk binnen tien werkdagen na het verstrijken van de in [artikel 32m, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32m&z=2022-07-08&g=2022-07-08), genoemde termijn, of, indien om aanvullende of verdere aanvullende gegevens is verzocht, na het verstrijken van de overeenkomstige termijnen in [artikel 32o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32o&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
2. De betaling vindt plaats in Nederland, of, indien de aanvrager daarom verzoekt, in een andere lidstaat. In het laatste geval worden de bankkosten voor het overmaken in mindering gebracht op het aan de aanvrager te betalen bedrag.
##### Artikel 32q
1. Indien de correctie, bedoeld in [artikel 32j, tweede lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32j&z=2022-07-01&g=2022-07-01), na verrekening in het aldaar bedoelde nieuwe teruggaafverzoek leidt tot:
1. Indien de correctie, bedoeld in [artikel 32j, tweede lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32j&z=2022-07-08&g=2022-07-08), na verrekening in het aldaar bedoelde nieuwe teruggaafverzoek leidt tot:
- a. een bedrag van nihil of een teruggaaf, beslist de inspecteur bij een voor bezwaar vatbare beschikking;
- b. een te betalen bedrag, legt de inspecteur hiervoor een naheffingsaanslag op.
2. Indien de correctie, bedoeld in [artikel 32j, tweede lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32j&z=2022-07-01&g=2022-07-01), leidt tot:
2. Indien de correctie, bedoeld in [artikel 32j, tweede lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32j&z=2022-07-08&g=2022-07-08), leidt tot:
- a. een teruggaaf, beslist de inspecteur bij een voor bezwaar vatbare beschikking;
@@ -3734,13 +3734,13 @@
##### Artikel 32r
1. Indien de betaling plaatsvindt na de laatste datum van betaling overeenkomstig [artikel 32p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32p&z=2022-07-01&g=2022-07-01), wordt aan de aanvrager rente betaald over het aan de aanvrager terug te geven bedrag. De bepalingen van de [artikelen 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=29) en [30 van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=30) zijn ter zake van overeenkomstige toepassing als ware de rente invorderingsrente.
2. Het eerste lid, eerste volzin, is niet van toepassing indien de aanvrager de gevraagde aanvullende of verdere aanvullende gegevens niet binnen de voorgeschreven termijn aan de inspecteur heeft verstrekt. Het eerste lid, eerste volzin, is evenmin van toepassing zolang de inspecteur de krachtens [artikel 32g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32g&z=2022-07-01&g=2022-07-01) langs elektronische weg toe te zenden documenten niet heeft ontvangen.
1. Indien de betaling plaatsvindt na de laatste datum van betaling overeenkomstig [artikel 32p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32p&z=2022-07-08&g=2022-07-08), wordt aan de aanvrager rente betaald over het aan de aanvrager terug te geven bedrag. De bepalingen van de [artikelen 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=29) en [30 van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=30) zijn ter zake van overeenkomstige toepassing als ware de rente invorderingsrente.
2. Het eerste lid, eerste volzin, is niet van toepassing indien de aanvrager de gevraagde aanvullende of verdere aanvullende gegevens niet binnen de voorgeschreven termijn aan de inspecteur heeft verstrekt. Het eerste lid, eerste volzin, is evenmin van toepassing zolang de inspecteur de krachtens [artikel 32g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32g&z=2022-07-08&g=2022-07-08) langs elektronische weg toe te zenden documenten niet heeft ontvangen.
##### Artikel 32s
De rente wordt berekend vanaf de dag volgende op de laatste dag waarop de teruggaaf volgens [artikel 32p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32p&z=2022-07-01&g=2022-07-01), uiterlijk had moeten plaatsvinden tot de dag waarop de teruggaaf daadwerkelijk plaatsvindt.
De rente wordt berekend vanaf de dag volgende op de laatste dag waarop de teruggaaf volgens [artikel 32p, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=2&artikel=32p&z=2022-07-08&g=2022-07-08), uiterlijk had moeten plaatsvinden tot de dag waarop de teruggaaf daadwerkelijk plaatsvindt.
#### Paragraaf 4. Bijzondere regeling voor afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen (invoerregeling)
@@ -3748,7 +3748,7 @@
1. Om in de lidstaat van teruggaaf recht te hebben op teruggaaf verricht de in Nederland gevestigde ondernemer handelingen die in Nederland een recht op aftrek doen ontstaan.
2. Wanneer de niet in de lidstaat van teruggaaf gevestigde ondernemer in Nederland gevestigd is, en zowel handelingen verricht die in Nederland een recht op aftrek doen ontstaan, als handelingen die in Nederland geen recht op aftrek doen ontstaan, kan van het overeenkomstig [artikel 33a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=3&artikel=33a&z=2022-07-01&g=2022-07-01) voor teruggaaf in aanmerking komende bedrag slechts dat gedeelte van de belasting door de lidstaat van teruggaaf in aanmerking worden genomen dat overeenkomstig artikel 173 van BTW-richtlijn 2006, zoals toegepast door Nederland, aan eerstgenoemde handelingen kan worden toegerekend.
2. Wanneer de niet in de lidstaat van teruggaaf gevestigde ondernemer in Nederland gevestigd is, en zowel handelingen verricht die in Nederland een recht op aftrek doen ontstaan, als handelingen die in Nederland geen recht op aftrek doen ontstaan, kan van het overeenkomstig [artikel 33a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=3&artikel=33a&z=2022-07-08&g=2022-07-08) voor teruggaaf in aanmerking komende bedrag slechts dat gedeelte van de belasting door de lidstaat van teruggaaf in aanmerking worden genomen dat overeenkomstig artikel 173 van BTW-richtlijn 2006, zoals toegepast door Nederland, aan eerstgenoemde handelingen kan worden toegerekend.
##### Artikel 33c
@@ -3764,7 +3764,7 @@
- d. het teruggaaftijdvak waarop het verzoek betrekking heeft;
- e. een verklaring van de aanvrager dat hij gedurende het teruggaaftijdvak geen goederenleveringen of diensten heeft verricht waarvan de plaats geacht wordt in de lidstaat van teruggaaf te zijn gelegen, met uitzondering van de handelingen bedoeld in [artikel 33, onderdeel b, onder 1° en 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=3&artikel=33&z=2022-07-01&g=2022-07-01);
- e. een verklaring van de aanvrager dat hij gedurende het teruggaaftijdvak geen goederenleveringen of diensten heeft verricht waarvan de plaats geacht wordt in de lidstaat van teruggaaf te zijn gelegen, met uitzondering van de handelingen bedoeld in [artikel 33, onderdeel b, onder 1° en 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=3&artikel=33&z=2022-07-08&g=2022-07-08);
- f. het btw-identificatienummer of het fiscaal registratienummer van de aanvrager;
@@ -3782,11 +3782,11 @@
- e. de maatstaf van heffing en het bedrag aan btw, uitgedrukt in de munteenheid van de lidstaat van teruggaaf;
- f. het overeenkomstig [artikel 33a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=3&artikel=33a&z=2022-07-01&g=2022-07-01) en [artikel 33b, tweede alinea](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=3&artikel=33b&z=2022-07-01&g=2022-07-01), berekende bedrag van de aftrekbare belasting, uitgedrukt in de munteenheid van de lidstaat van teruggaaf;
- g. indien van toepassing, het overeenkomstig [artikel 33b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=3&artikel=33b&z=2022-07-01&g=2022-07-01) berekende pro rata, uitgedrukt in procenten;
- h. de aard van de afgenomen goederen en diensten, aangegeven door middel van de codes als bepaald in [artikel 33d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=3&artikel=33d&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
- f. het overeenkomstig [artikel 33a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=3&artikel=33a&z=2022-07-08&g=2022-07-08) en [artikel 33b, tweede alinea](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=3&artikel=33b&z=2022-07-08&g=2022-07-08), berekende bedrag van de aftrekbare belasting, uitgedrukt in de munteenheid van de lidstaat van teruggaaf;
- g. indien van toepassing, het overeenkomstig [artikel 33b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=3&artikel=33b&z=2022-07-08&g=2022-07-08) berekende pro rata, uitgedrukt in procenten;
- h. de aard van de afgenomen goederen en diensten, aangegeven door middel van de codes als bepaald in [artikel 33d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=3&artikel=33d&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
##### Artikel 33d
@@ -3820,7 +3820,7 @@
##### Artikel 33e
1. Het teruggaafverzoek moet uiterlijk 30 september van het kalenderjaar volgend op het teruggaaftijdvak bij de door de inspecteur ingestelde portaalsite worden ingediend. Het teruggaafverzoek geldt alleen als ingediend indien de aanvrager alle in de [artikelen 33c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=3&artikel=33c&z=2022-07-01&g=2022-07-01) en [33d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=3&artikel=33d&z=2022-07-01&g=2022-07-01) verlangde gegevens verstrekt heeft.
1. Het teruggaafverzoek moet uiterlijk 30 september van het kalenderjaar volgend op het teruggaaftijdvak bij de door de inspecteur ingestelde portaalsite worden ingediend. Het teruggaafverzoek geldt alleen als ingediend indien de aanvrager alle in de [artikelen 33c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=3&artikel=33c&z=2022-07-08&g=2022-07-08) en [33d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=2¶graaf=3&artikel=33d&z=2022-07-08&g=2022-07-08) verlangde gegevens verstrekt heeft.
2. De inspecteur stuurt de aanvrager onverwijld langs elektronische weg een bevestiging van ontvangst.
@@ -3830,9 +3830,9 @@
- a. niet aan belasting onderworpen is;
- b. slechts goederenleveringen of diensten verricht die uit hoofde van [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=11&z=2022-07-01&g=2022-07-01) van belasting vrijgesteld zijn;
- c. valt onder de in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=25&z=2022-07-01&g=2022-07-01) opgenomen regeling voor kleine ondernemers.
- b. slechts goederenleveringen of diensten verricht die uit hoofde van [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=11&z=2022-07-08&g=2022-07-08) van belasting vrijgesteld zijn;
- c. valt onder de in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=25&z=2022-07-08&g=2022-07-08) opgenomen regeling voor kleine ondernemers.
2. De inspecteur stelt de aanvrager langs elektronische weg in kennis van zijn beslissing uit hoofde van het eerste lid bij voor bezwaar vatbare beschikking.
@@ -3840,7 +3840,7 @@
##### Artikel 33g
1. De ondernemer die niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft, kan in Nederland een fiscaal vertegenwoordiger aanstellen ter zake van zijn leveringen en diensten waarvoor hij de belasting verschuldigd is en ter zake van zijn intracommunautaire verwervingen en invoer. De fiscaal vertegenwoordiger treedt op namens de ondernemer en treedt in zijn plaats met betrekking tot alle rechten en verplichtingen die hij heeft inzake de aangifte en de betaling van de belasting, alsmede de verplichtingen bedoeld in [artikel 37a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=37a&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
1. De ondernemer die niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft, kan in Nederland een fiscaal vertegenwoordiger aanstellen ter zake van zijn leveringen en diensten waarvoor hij de belasting verschuldigd is en ter zake van zijn intracommunautaire verwervingen en invoer. De fiscaal vertegenwoordiger treedt op namens de ondernemer en treedt in zijn plaats met betrekking tot alle rechten en verplichtingen die hij heeft inzake de aangifte en de betaling van de belasting, alsmede de verplichtingen bedoeld in [artikel 37a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=37a&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
2. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen een ondernemer als bedoeld in het eerste lid verplicht is een fiscaal vertegenwoordiger aan te stellen.
@@ -3858,7 +3858,7 @@
##### Artikel 37c
In afwijking van [artikel 1, aanhef en onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-01&g=2022-07-01), wordt ter zake van intracommunautaire verwervingen van goederen die op grond van [artikel 17b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=IIA&afdeling=1&artikel=17b&z=2022-07-01&g=2022-07-01), in Nederland worden verricht geen belasting geheven, voor zover:
In afwijking van [artikel 1, aanhef en onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2022-07-08&g=2022-07-08), wordt ter zake van intracommunautaire verwervingen van goederen die op grond van [artikel 17b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=IIA&afdeling=1&artikel=17b&z=2022-07-08&g=2022-07-08), in Nederland worden verricht geen belasting geheven, voor zover:
- a. de goederen zijn verworven door een ondernemer die niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft en aan wie een btw-identificatienummer is toegekend in een andere lidstaat;
@@ -4138,7 +4138,7 @@
##### Artikel 28za
De onder de voorwaarden van [artikel 28z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=10&artikel=28z&z=2022-07-01&g=2022-07-01) verrichte handelingen van het reisbureau met het oog op de totstandkoming van de reis, worden beschouwd als één enkele dienst die het reisbureau voor de reiziger verricht (reisdienst). De plaats van deze dienst is de plaats waar het reisbureau de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit het de dienst heeft verricht.
De onder de voorwaarden van [artikel 28z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=10&artikel=28z&z=2022-07-08&g=2022-07-08) verrichte handelingen van het reisbureau met het oog op de totstandkoming van de reis, worden beschouwd als één enkele dienst die het reisbureau voor de reiziger verricht (reisdienst). De plaats van deze dienst is de plaats waar het reisbureau de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit het de dienst heeft verricht.
##### Artikel 28zb
@@ -4156,7 +4156,7 @@
##### Artikel 28zc
Indien de handelingen waarvoor het reisbureau een beroep doet op andere ondernemers, door laatstgenoemden buiten de Unie worden verricht, wordt de dienst van het reisbureau gelijkgesteld met de in de bij deze wet behorende [tabel II, onderdeel b, post 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-01&g=2022-07-01), genoemde handeling van een tussenpersoon. Indien de in de eerste volzin bedoelde handelingen zowel binnen als buiten de Unie worden verricht, mag alleen het gedeelte van de dienst van het reisbureau betreffende de buiten de Unie verrichte handelingen als zodanig gelijkgesteld worden beschouwd.
Indien de handelingen waarvoor het reisbureau een beroep doet op andere ondernemers, door laatstgenoemden buiten de Unie worden verricht, wordt de dienst van het reisbureau gelijkgesteld met de in de bij deze wet behorende [tabel II, onderdeel b, post 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-08&g=2022-07-08), genoemde handeling van een tussenpersoon. Indien de in de eerste volzin bedoelde handelingen zowel binnen als buiten de Unie worden verricht, mag alleen het gedeelte van de dienst van het reisbureau betreffende de buiten de Unie verrichte handelingen als zodanig gelijkgesteld worden beschouwd.
##### Artikel 28zd
@@ -4168,15 +4168,15 @@
##### Artikel 28ze
De belasting die aan het reisbureau in rekening wordt gebracht door andere ondernemers voor de in [artikel 28z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=10&artikel=28z&z=2022-07-01&g=2022-07-01), eerste lid, bedoelde handelingen welke de reiziger rechtstreeks ten goede komen, komt niet voor aftrek of teruggaaf in aanmerking.
De belasting die aan het reisbureau in rekening wordt gebracht door andere ondernemers voor de in [artikel 28z](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=10&artikel=28z&z=2022-07-08&g=2022-07-08), eerste lid, bedoelde handelingen welke de reiziger rechtstreeks ten goede komen, komt niet voor aftrek of teruggaaf in aanmerking.
##### Artikel 28zf
1. Ter zake van de reisdiensten wordt voor de toepassing van [artikel 35a, eerste lid, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=35a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), de omzetbelasting begrepen onder de vergoeding.
1. Ter zake van de reisdiensten wordt voor de toepassing van [artikel 35a, eerste lid, onderdeel h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=35a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), de omzetbelasting begrepen onder de vergoeding.
2. Het is het reisbureau niet toegestaan om de belasting afzonderlijk te vermelden op de ter zake van de reisdienst uit te reiken factuur.
3. [Artikel 35a, eerste lid, onderdeel j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=35a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), is niet van toepassing ter zake van reisdiensten.
3. [Artikel 35a, eerste lid, onderdeel j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=35a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), is niet van toepassing ter zake van reisdiensten.
##### Artikel 28zg
@@ -4464,19 +4464,19 @@
##### Artikel 34b
1. Voor facturering gelden de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de goederenlevering of de dienst geacht wordt te zijn verricht, zoals deze plaats van verrichting is vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in [hoofdstuk II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&z=2022-07-01&g=2022-07-01) van deze wet.
1. Voor facturering gelden de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de goederenlevering of de dienst geacht wordt te zijn verricht, zoals deze plaats van verrichting is vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in [hoofdstuk II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&z=2022-07-08&g=2022-07-08) van deze wet.
2. In afwijking van het eerste lid gelden voor facturering:
- a. de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de leverancier of dienstverrichter de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de goederenlevering of de dienst verricht, of, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, in de lidstaat waar hij zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer:
- 1°. de leverancier of dienstverrichter die niet gevestigd is in de lidstaat waar de goederenlevering of de dienst overeenkomstig het bepaalde in [hoofdstuk II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&z=2022-07-01&g=2022-07-01) van deze wet geacht wordt te zijn verricht, of zijn inrichting in die lidstaat niet betrokken is bij het verrichten van de goederenlevering of de dienst in de zin van artikel 192bis, onder b, van de BTW-richtlijn 2006, en de tot voldoening van de belasting gehouden persoon degene is voor wie de goederenlevering of de dienst wordt verricht, tenzij de afnemer zelf de factuur uitreikt («self-billing»);
- 2°. de goederenlevering of de dienst overeenkomstig het bepaalde in [hoofdstuk II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&z=2022-07-01&g=2022-07-01) van deze wet, niet geacht wordt in de Unie te zijn verricht; of
- b. de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de leverancier of de dienstverrichter die gebruikmaakt van een van de regelingen, bedoeld in [hoofdstuk V, afdeling 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7&z=2022-07-01&g=2022-07-01), is geïdentificeerd.
3. Het eerste en het tweede lid zijn van toepassing onverminderd het bepaalde in [artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=52) en [artikel 35c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=35c&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
- 1°. de leverancier of dienstverrichter die niet gevestigd is in de lidstaat waar de goederenlevering of de dienst overeenkomstig het bepaalde in [hoofdstuk II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&z=2022-07-08&g=2022-07-08) van deze wet geacht wordt te zijn verricht, of zijn inrichting in die lidstaat niet betrokken is bij het verrichten van de goederenlevering of de dienst in de zin van artikel 192bis, onder b, van de BTW-richtlijn 2006, en de tot voldoening van de belasting gehouden persoon degene is voor wie de goederenlevering of de dienst wordt verricht, tenzij de afnemer zelf de factuur uitreikt («self-billing»);
- 2°. de goederenlevering of de dienst overeenkomstig het bepaalde in [hoofdstuk II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&z=2022-07-08&g=2022-07-08) van deze wet, niet geacht wordt in de Unie te zijn verricht; of
- b. de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de leverancier of de dienstverrichter die gebruikmaakt van een van de regelingen, bedoeld in [hoofdstuk V, afdeling 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7&z=2022-07-08&g=2022-07-08), is geïdentificeerd.
3. Het eerste en het tweede lid zijn van toepassing onverminderd het bepaalde in [artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=52) en [artikel 35c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=35c&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
##### Artikel 34c
@@ -4484,9 +4484,9 @@
- a. de goederenleveringen of diensten die hij heeft verricht voor een andere ondernemer of een rechtspersoon, andere dan ondernemer;
- b. de goederenleveringen, bedoeld in [artikel 5a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), behalve wanneer een ondernemer gebruik maakt van de Unieregeling, bedoeld in [hoofdstuk V, afdeling 7, paragraaf 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=3&z=2022-07-01&g=2022-07-01);
- c. de goederenleveringen, bedoeld in de bij deze wet behorende [tabel II, onderdeel a, post 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-01&g=2022-07-01);
- b. de goederenleveringen, bedoeld in [artikel 5a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), behalve wanneer een ondernemer gebruik maakt van de Unieregeling, bedoeld in [hoofdstuk V, afdeling 7, paragraaf 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=3&z=2022-07-08&g=2022-07-08);
- c. de goederenleveringen, bedoeld in de bij deze wet behorende [tabel II, onderdeel a, post 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&bijlage=II&z=2022-07-08&g=2022-07-08);
- d. de vooruitbetalingen die aan hem worden gedaan voordat een van de in de onderdelen a en b bedoelde goederenleveringen is verricht;
@@ -4500,13 +4500,13 @@
- a. wanneer het bedrag van de factuur niet hoger is dan € 100;
- b. wanneer de uitgereikte factuur een document of bericht is dat overeenkomstig [artikel 34f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34f&z=2022-07-01&g=2022-07-01) als factuur geldt.
2. Een vereenvoudigde factuur wordt niet uitgereikt indien de factuur moet worden uitgereikt overeenkomstig [artikel 34c, eerste lid, onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34c&z=2022-07-01&g=2022-07-01), of indien de belastbare goederenlevering of de belastbare dienst wordt verricht door een ondernemer die niet is gevestigd in de lidstaat waar de belasting verschuldigd is of van wie geen inrichting op het grondgebied van die lidstaat bij het verrichten van de goederenlevering of de dienst is betrokken in de zin van artikel 192bis van de BTW-richtlijn 2006, en de tot de voldoening van de belasting gehouden persoon degene is voor wie de goederenlevering of dienst wordt verricht.
- b. wanneer de uitgereikte factuur een document of bericht is dat overeenkomstig [artikel 34f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34f&z=2022-07-08&g=2022-07-08) als factuur geldt.
2. Een vereenvoudigde factuur wordt niet uitgereikt indien de factuur moet worden uitgereikt overeenkomstig [artikel 34c, eerste lid, onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34c&z=2022-07-08&g=2022-07-08), of indien de belastbare goederenlevering of de belastbare dienst wordt verricht door een ondernemer die niet is gevestigd in de lidstaat waar de belasting verschuldigd is of van wie geen inrichting op het grondgebied van die lidstaat bij het verrichten van de goederenlevering of de dienst is betrokken in de zin van artikel 192bis van de BTW-richtlijn 2006, en de tot de voldoening van de belasting gehouden persoon degene is voor wie de goederenlevering of dienst wordt verricht.
##### Artikel 34e
In afwijking van [artikel 34c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34c&z=2022-07-01&g=2022-07-01), draagt een ondernemer die doorgaans levert aan andere ondernemers, er zorg voor dat een factuur wordt uitgereikt ter zake van al zijn leveringen. De vorige volzin is alleen van toepassing ten aanzien van ondernemers of groepen van ondernemers die daartoe bij ministeriële regeling zijn aangewezen.
In afwijking van [artikel 34c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34c&z=2022-07-08&g=2022-07-08), draagt een ondernemer die doorgaans levert aan andere ondernemers, er zorg voor dat een factuur wordt uitgereikt ter zake van al zijn leveringen. De vorige volzin is alleen van toepassing ten aanzien van ondernemers of groepen van ondernemers die daartoe bij ministeriële regeling zijn aangewezen.
##### Artikel 34f
@@ -4514,7 +4514,7 @@
##### Artikel 34g
De factuur wordt uitgereikt uiterlijk op de vijftiende dag van de maand volgende op die waarin de goederenlevering of de dienst is verricht. In geval van vooruitbetalingen als bedoeld in [artikel 34c, eerste lid, onderdelen d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34c&z=2022-07-01&g=2022-07-01), moet de factuur telkens worden uitgereikt vóór het tijdstip van de opeisbaarheid daarvan.
De factuur wordt uitgereikt uiterlijk op de vijftiende dag van de maand volgende op die waarin de goederenlevering of de dienst is verricht. In geval van vooruitbetalingen als bedoeld in [artikel 34c, eerste lid, onderdelen d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34c&z=2022-07-08&g=2022-07-08), moet de factuur telkens worden uitgereikt vóór het tijdstip van de opeisbaarheid daarvan.
### Afdeling 5. Bijzondere bepalingen
@@ -4784,7 +4784,7 @@
##### Artikel 28v
1. Voor de toepassing van de regeling post- en koeriersdiensten wordt de belasting bij invoer overeenkomstig [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=4&artikel=22&z=2022-07-01&g=2022-07-01), geheven van de persoon die de douaneaangifte doet voor het plaatsen van de goederen onder de regeling in het vrije verkeer brengen in Nederland, met dien verstande dat voor de toepassing van deze regeling geen zekerheid behoeft te worden gesteld voor de verschuldigde omzetbelasting wanneer uitstel van betaling als bedoeld in artikel 110 van het Douanewetboek van de Unie wordt verleend.
1. Voor de toepassing van de regeling post- en koeriersdiensten wordt de belasting bij invoer overeenkomstig [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=III&afdeling=4&artikel=22&z=2022-07-08&g=2022-07-08), geheven van de persoon die de douaneaangifte doet voor het plaatsen van de goederen onder de regeling in het vrije verkeer brengen in Nederland, met dien verstande dat voor de toepassing van deze regeling geen zekerheid behoeft te worden gesteld voor de verschuldigde omzetbelasting wanneer uitstel van betaling als bedoeld in artikel 110 van het Douanewetboek van de Unie wordt verleend.
2. De persoon voor wie de goederen bestemd zijn, is gehouden tot betaling van de omzetbelasting die de persoon, bedoeld in het eerste lid, bij hem in rekening brengt, voor zover deze belasting door die laatste is verschuldigd ingevolge dat eerste lid. Deze persoon neemt passende maatregelen om te garanderen dat het juiste bedrag aan belastingen wordt betaald.
@@ -4976,7 +4976,7 @@
##### Artikel 28zj
Onverminderd het bepaalde in [artikel 8, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2022-07-01&g=2022-07-01), is de maatstaf van heffing voor de met betrekking tot een voucher voor meervoudig gebruik verrichte goederenlevering of dienst gelijk aan de tegenprestatie die betaald is voor de voucher of, bij ontstentenis van informatie over die tegenprestatie, de op de voucher voor meervoudig gebruik zelf of in de bijbehorende documentatie vermelde monetaire waarde, verminderd met het belastingbedrag over de geleverde goederen of de verrichte diensten.
Onverminderd het bepaalde in [artikel 8, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2022-07-08&g=2022-07-08), is de maatstaf van heffing voor de met betrekking tot een voucher voor meervoudig gebruik verrichte goederenlevering of dienst gelijk aan de tegenprestatie die betaald is voor de voucher of, bij ontstentenis van informatie over die tegenprestatie, de op de voucher voor meervoudig gebruik zelf of in de bijbehorende documentatie vermelde monetaire waarde, verminderd met het belastingbedrag over de geleverde goederen of de verrichte diensten.
### Afdeling 1. Teruggaaf van belasting
@@ -5086,7 +5086,7 @@
##### Artikel 3b
1. In afwijking van [artikel 3a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), wordt de overbrenging door een ondernemer van goederen die deel uitmaken van zijn bedrijfsvermogen naar een andere lidstaat in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep niet gelijkgesteld met een levering van goederen onder bezwarende titel.
1. In afwijking van [artikel 3a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), wordt de overbrenging door een ondernemer van goederen die deel uitmaken van zijn bedrijfsvermogen naar een andere lidstaat in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep niet gelijkgesteld met een levering van goederen onder bezwarende titel.
2. Voor de toepassing van dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt geacht sprake te zijn van de regeling inzake voorraad op afroep wanneer:
@@ -5096,7 +5096,7 @@
- c. de ondernemer voor wie de te leveren goederen zijn bestemd, voor btw-doeleinden is geïdentificeerd in de lidstaat waarnaar de goederen worden verzonden of vervoerd, en zowel zijn identiteit als het btw-identificatienummer dat door die lidstaat aan hem is toegekend, bij de ondernemer, bedoeld in onderdeel b, bekend zijn op het tijdstip waarop de verzending of het vervoer aanvangt; en
- d. de ondernemer die de goederen verzendt of vervoert of dit voor zijn rekening door een derde laat doen, het vervoer van de goederen opneemt in het register, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34&z=2022-07-01&g=2022-07-01), en, overeenkomstig [artikel 37a, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=37a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), in de lijst de identiteit vermeldt van de ondernemer die de goederen afneemt, evenals het btw-identificatienummer dat aan deze is toegekend door de lidstaat waarnaar de goederen worden verzonden of vervoerd.
- d. de ondernemer die de goederen verzendt of vervoert of dit voor zijn rekening door een derde laat doen, het vervoer van de goederen opneemt in het register, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34&z=2022-07-08&g=2022-07-08), en, overeenkomstig [artikel 37a, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=37a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), in de lijst de identiteit vermeldt van de ondernemer die de goederen afneemt, evenals het btw-identificatienummer dat aan deze is toegekend door de lidstaat waarnaar de goederen worden verzonden of vervoerd.
3. Wanneer aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, en de periode, genoemd in het vierde lid, is voldaan, zijn op het tijdstip van overdracht van de macht aan de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, om als eigenaar over de goederen te beschikken, de volgende regels van toepassing:
@@ -5104,21 +5104,21 @@
- b. een intracommunautaire verwerving van goederen wordt geacht te zijn verricht door de ondernemer aan wie deze goederen worden geleverd in de lidstaat waarnaar de goederen werden verzonden of vervoerd.
4. Indien de goederen niet binnen twaalf maanden na aankomst in de lidstaat waarnaar zij zijn verzonden of vervoerd, zijn geleverd aan de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, of het zesde lid, en geen van de situaties, genoemd in het zevende lid, zich heeft voorgedaan, wordt een overbrenging als bedoeld in [artikel 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3a&z=2022-07-01&g=2022-07-01) geacht te zijn verricht op de dag na het verstrijken van de periode van twaalf maanden.
5. In afwijking van het vierde lid wordt geen overbrenging als bedoeld in [artikel 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3a&z=2022-07-01&g=2022-07-01) geacht te zijn verricht indien:
4. Indien de goederen niet binnen twaalf maanden na aankomst in de lidstaat waarnaar zij zijn verzonden of vervoerd, zijn geleverd aan de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, of het zesde lid, en geen van de situaties, genoemd in het zevende lid, zich heeft voorgedaan, wordt een overbrenging als bedoeld in [artikel 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3a&z=2022-07-08&g=2022-07-08) geacht te zijn verricht op de dag na het verstrijken van de periode van twaalf maanden.
5. In afwijking van het vierde lid wordt geen overbrenging als bedoeld in [artikel 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3a&z=2022-07-08&g=2022-07-08) geacht te zijn verricht indien:
- a. de macht om als eigenaar te beschikken over de goederen niet is overgedragen en die goederen worden teruggezonden naar de lidstaat vanwaar zij zijn verzonden of vervoerd binnen de periode, genoemd in het vierde lid; en
- b. de ondernemer die de goederen heeft verzonden of vervoerd, de retour ontvangen goederen opneemt in het register, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
6. Indien de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, binnen de periode, genoemd in het vierde lid, wordt vervangen door een andere ondernemer, wordt op het tijdstip van de vervanging geen overbrenging als bedoeld in [artikel 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3a&z=2022-07-01&g=2022-07-01) geacht te zijn verricht, op voorwaarde dat:
- b. de ondernemer die de goederen heeft verzonden of vervoerd, de retour ontvangen goederen opneemt in het register, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
6. Indien de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, binnen de periode, genoemd in het vierde lid, wordt vervangen door een andere ondernemer, wordt op het tijdstip van de vervanging geen overbrenging als bedoeld in [artikel 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3a&z=2022-07-08&g=2022-07-08) geacht te zijn verricht, op voorwaarde dat:
- a. alle andere voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, zijn vervuld; en
- b. de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, de vervanging opneemt in het register, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
7. Indien ten minste één van de voorwaarden, bedoeld in het tweede of zesde lid, binnen de periode, genoemd in het vierde lid, niet langer is vervuld, wordt een overbrenging van goederen in de zin van [artikel 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3a&z=2022-07-01&g=2022-07-01) geacht te zijn verricht op het tijdstip dat de desbetreffende voorwaarde niet langer is vervuld. Dit tijdstip is, afhankelijk van de niet-vervulde voorwaarden, bepaald op de volgende momenten:
- b. de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, de vervanging opneemt in het register, bedoeld in [artikel 34, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=VI&afdeling=4&artikel=34&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
7. Indien ten minste één van de voorwaarden, bedoeld in het tweede of zesde lid, binnen de periode, genoemd in het vierde lid, niet langer is vervuld, wordt een overbrenging van goederen in de zin van [artikel 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3a&z=2022-07-08&g=2022-07-08) geacht te zijn verricht op het tijdstip dat de desbetreffende voorwaarde niet langer is vervuld. Dit tijdstip is, afhankelijk van de niet-vervulde voorwaarden, bepaald op de volgende momenten:
- a. indien de goederen worden geleverd aan een andere persoon dan de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, of in het zesde lid: onmiddellijk vóór een dergelijke levering;
@@ -5266,7 +5266,7 @@
##### Artikel 5d
Indien een ondernemer geacht wordt goederen te hebben ontvangen en geleverd als bedoeld in [artikel 3c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3c&z=2022-07-01&g=2022-07-01) wordt de verzending of het vervoer van de goederen toegerekend aan de levering die door die ondernemer is verricht.
Indien een ondernemer geacht wordt goederen te hebben ontvangen en geleverd als bedoeld in [artikel 3c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3c&z=2022-07-08&g=2022-07-08) wordt de verzending of het vervoer van de goederen toegerekend aan de levering die door die ondernemer is verricht.
### Afdeling 1b. Plaats van een dienst
@@ -5274,11 +5274,11 @@
#### Paragraaf 3. Voorkoming van niet-heffing
#### Paragraaf 4. Drempel voor ondernemers die onder [artikel 5a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), vallende goederen leveren en onder [artikel 6h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b¶graaf=2&artikel=6h&z=2022-07-01&g=2022-07-01) vallende diensten verrichten
#### Paragraaf 4. Drempel voor ondernemers die onder [artikel 5a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), vallende goederen leveren en onder [artikel 6h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b¶graaf=2&artikel=6h&z=2022-07-08&g=2022-07-08) vallende diensten verrichten
##### Artikel 6k
1. [Artikel 5a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), en [artikel 6h, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b¶graaf=2&artikel=6h&z=2022-07-01&g=2022-07-01), zijn niet van toepassing wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1. [Artikel 5a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), en [artikel 6h, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b¶graaf=2&artikel=6h&z=2022-07-08&g=2022-07-08), zijn niet van toepassing wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- a. de leverancier of dienstverrichter is gevestigd of, bij gebreke van een vestiging, heeft zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats in slechts één lidstaat;
@@ -5286,17 +5286,17 @@
- c. het totale bedrag van de leveringen van diensten of goederen, bedoeld in onderdeel b, de belasting niet inbegrepen, is in het lopende kalenderjaar niet hoger dan € 10 000 of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid, en heeft dit bedrag ook niet overschreden in de loop van het voorafgaande kalenderjaar.
2. Wanneer de drempel, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, in de loop van een kalenderjaar wordt overschreden, zijn [artikel 5a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), en [artikel 6h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b¶graaf=2&artikel=6h&z=2022-07-01&g=2022-07-01) vanaf die datum van toepassing.
3. In afwijking van het eerste lid, zijn [artikel 5a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), en [artikel 6h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b¶graaf=2&artikel=6h&z=2022-07-01&g=2022-07-01) van toepassing wanneer de leverancier of dienstverrichter, bedoeld in het eerste lid, in de lidstaat op het grondgebied waarvan hij is gevestigd of, bij gebreke van een vestiging zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, daarvoor kiest overeenkomstig de in die lidstaat geldende regels.
4. Wanneer de lidstaat, bedoeld in het derde lid, Nederland is, meldt de leverancier of dienstverrichter die [artikel 5a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5a&z=2022-07-01&g=2022-07-01), en [artikel 6h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b¶graaf=2&artikel=6h&z=2022-07-01&g=2022-07-01) wil toepassen dit bij de inspecteur. Deze melding geldt tot wederopzegging door die ondernemer doch ten minste voor twee kalenderjaren. De melding wordt gedaan op een door de inspecteur vast te stellen wijze. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de melding.
2. Wanneer de drempel, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, in de loop van een kalenderjaar wordt overschreden, zijn [artikel 5a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), en [artikel 6h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b¶graaf=2&artikel=6h&z=2022-07-08&g=2022-07-08) vanaf die datum van toepassing.
3. In afwijking van het eerste lid, zijn [artikel 5a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), en [artikel 6h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b¶graaf=2&artikel=6h&z=2022-07-08&g=2022-07-08) van toepassing wanneer de leverancier of dienstverrichter, bedoeld in het eerste lid, in de lidstaat op het grondgebied waarvan hij is gevestigd of, bij gebreke van een vestiging zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, daarvoor kiest overeenkomstig de in die lidstaat geldende regels.
4. Wanneer de lidstaat, bedoeld in het derde lid, Nederland is, meldt de leverancier of dienstverrichter die [artikel 5a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1a&artikel=5a&z=2022-07-08&g=2022-07-08), en [artikel 6h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1b¶graaf=2&artikel=6h&z=2022-07-08&g=2022-07-08) wil toepassen dit bij de inspecteur. Deze melding geldt tot wederopzegging door die ondernemer doch ten minste voor twee kalenderjaren. De melding wordt gedaan op een door de inspecteur vast te stellen wijze. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de melding.
5. De tegenwaarde in de nationale munteenheid van het bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, wordt berekend volgens de wisselkoers die op 5 december 2017 door de Europese Centrale Bank bekend is gemaakt.
##### Artikel 13a
In afwijking in zoverre van [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=13&z=2022-07-01&g=2022-07-01) vindt het belastbare feit van de levering van goederen door een ondernemer die geacht wordt die goederen te hebben ontvangen en geleverd overeenkomstig [artikel 3c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3c&z=2022-07-01&g=2022-07-01) en van de levering van goederen aan die ondernemer, plaats, en wordt de belasting verschuldigd, op het tijdstip waarop de betaling is aanvaard.
In afwijking in zoverre van [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=13&z=2022-07-08&g=2022-07-08) vindt het belastbare feit van de levering van goederen door een ondernemer die geacht wordt die goederen te hebben ontvangen en geleverd overeenkomstig [artikel 3c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3c&z=2022-07-08&g=2022-07-08) en van de levering van goederen aan die ondernemer, plaats, en wordt de belasting verschuldigd, op het tijdstip waarop de betaling is aanvaard.
### Hoofdstuk IIA. Heffing ter zake van intracommunautaire verwervingen
@@ -5382,7 +5382,7 @@
1. De btw-melding bevat het individueel btw-identificatienummer voor de toepassing van de niet-Unieregeling en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totale bedrag, de btw niet inbegrepen, van de gedurende het belastingtijdvak verrichte diensten die onder de niet-Unieregeling vallen, en het totale bedrag van de belasting daarover, uitgesplitst naar belastingtarieven. De geldende btw-tarieven en de totale verschuldigde belasting worden eveneens op de btw-melding vermeld.
2. Indien een reeds ingediende btw-melding naderhand moet worden gewijzigd, worden deze wijzigingen in een volgende btw-melding opgenomen, uiterlijk drie jaren na de datum waarop de oorspronkelijke btw-melding moest worden ingediend overeenkomstig [artikel 28rf](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=2&artikel=28rf&z=2022-07-01&g=2022-07-01). In die volgende btw-melding staan de betrokken lidstaat van verbruik, het belastingtijdvak en het btw-bedrag waarvoor wijzigingen nodig zijn, vermeld.
2. Indien een reeds ingediende btw-melding naderhand moet worden gewijzigd, worden deze wijzigingen in een volgende btw-melding opgenomen, uiterlijk drie jaren na de datum waarop de oorspronkelijke btw-melding moest worden ingediend overeenkomstig [artikel 28rf](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=2&artikel=28rf&z=2022-07-08&g=2022-07-08). In die volgende btw-melding staan de betrokken lidstaat van verbruik, het belastingtijdvak en het btw-bedrag waarvoor wijzigingen nodig zijn, vermeld.
3. Met betrekking tot de in Nederland ingediende btw-melding is [Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V) van overeenkomstige toepassing als ware de betaalde belasting op aangifte voldaan.
@@ -5390,7 +5390,7 @@
1. De btw-melding wordt in euro verricht.
2. Indien de vergoeding voor diensten is uitgedrukt in een andere munteenheid dan de euro hanteert de niet in de Unie gevestigde ondernemer, in afwijking van [artikel 8, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2022-07-01&g=2022-07-01), bij de invulling van de btw-melding de wisselkoers die gold op de laatste dag van het belastingtijdvak. De omwisseling geschiedt volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die dag bekend heeft gemaakt of, wanneer die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de eerstvolgende dag van bekendmaking.
2. Indien de vergoeding voor diensten is uitgedrukt in een andere munteenheid dan de euro hanteert de niet in de Unie gevestigde ondernemer, in afwijking van [artikel 8, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2022-07-08&g=2022-07-08), bij de invulling van de btw-melding de wisselkoers die gold op de laatste dag van het belastingtijdvak. De omwisseling geschiedt volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die dag bekend heeft gemaakt of, wanneer die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de eerstvolgende dag van bekendmaking.
##### Artikel 28ri
@@ -5426,7 +5426,7 @@
- a. een ondernemer die intracommunautaire afstandsverkopen van goederen verricht;
- b. een ondernemer die de levering van goederen faciliteert overeenkomstig [artikel 3c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3c&z=2022-07-01&g=2022-07-01), indien het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt;
- b. een ondernemer die de levering van goederen faciliteert overeenkomstig [artikel 3c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3c&z=2022-07-08&g=2022-07-08), indien het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt;
- c. een niet in de lidstaat van verbruik gevestigde ondernemer die diensten verricht voor andere dan ondernemers.
@@ -5468,7 +5468,7 @@
- a. intracommunautaire afstandsverkopen van goederen;
- b. goederenleveringen overeenkomstig [artikel 3c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3c&z=2022-07-01&g=2022-07-01), indien de verzending of het vervoer van die goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt;
- b. goederenleveringen overeenkomstig [artikel 3c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3c&z=2022-07-08&g=2022-07-08), indien de verzending of het vervoer van die goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt;
- c. diensten.
@@ -5484,9 +5484,9 @@
- d. de totale verschuldigde belasting over de volgende leveringen die onder de Unieregeling vallen, voor elke lidstaat waaruit die goederen zijn verzonden of vervoerd:
- i. intracommunautaire afstandsverkopen van goederen die niet via een ondernemer verlopen overeenkomstig [artikel 3c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3c&z=2022-07-01&g=2022-07-01);
- ii. intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en goederenleveringen door een ondernemer overeenkomstig [artikel 3c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3c&z=2022-07-01&g=2022-07-01), indien de verzending of het vervoer van de goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt.
- i. intracommunautaire afstandsverkopen van goederen die niet via een ondernemer verlopen overeenkomstig [artikel 3c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3c&z=2022-07-08&g=2022-07-08);
- ii. intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en goederenleveringen door een ondernemer overeenkomstig [artikel 3c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3c&z=2022-07-08&g=2022-07-08), indien de verzending of het vervoer van de goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt.
4. Met betrekking tot de leveringen, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, onder i, bevat de btw-melding ook het individuele btw-identificatienummer of het fiscale registratienummer dat door elk van de desbetreffende lidstaten is toegekend.
@@ -5504,7 +5504,7 @@
- d. het individueel btw-identificatienummer of het fiscaal registratienummer van de inrichting.
8. Indien een reeds ingediende btw-melding naderhand moet worden gewijzigd, worden deze wijzigingen in een volgende btw-melding opgenomen uiterlijk drie jaar na de datum waarop de oorspronkelijke melding moest worden ingediend overeenkomstig [artikel 28sd](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=3&artikel=28sd&z=2022-07-01&g=2022-07-01). In die volgende btw-melding staan de betrokken lidstaat van verbruik, het kalenderkwartaal en het btw-bedrag waarvoor de wijzigingen nodig zijn, vermeld.
8. Indien een reeds ingediende btw-melding naderhand moet worden gewijzigd, worden deze wijzigingen in een volgende btw-melding opgenomen uiterlijk drie jaar na de datum waarop de oorspronkelijke melding moest worden ingediend overeenkomstig [artikel 28sd](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=3&artikel=28sd&z=2022-07-08&g=2022-07-08). In die volgende btw-melding staan de betrokken lidstaat van verbruik, het kalenderkwartaal en het btw-bedrag waarvoor de wijzigingen nodig zijn, vermeld.
9. Met betrekking tot de in Nederland ingediende btw-melding is [Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V) van overeenkomstige toepassing als ware de betaalde belasting op aangifte voldaan.
@@ -5630,7 +5630,7 @@
- d. het btw-identificatienummer of nationaal belastingnummer;
- e. het individuele identificatienummer, bedoeld in [artikel 28tf, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=4&artikel=28tf&z=2022-07-01&g=2022-07-01).
- e. het individuele identificatienummer, bedoeld in [artikel 28tf, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=4&artikel=28tf&z=2022-07-08&g=2022-07-08).
4. Een ondernemer die van de invoerregeling gebruikmaakt of, in voorkomend geval, zijn tussenpersoon doet de lidstaat van identificatie mededeling van alle wijzigingen in de verstrekte informatie. Voor Nederland als lidstaat van identificatie wordt deze mededeling gedaan aan de inspecteur.
@@ -5690,7 +5690,7 @@
##### Artikel 28ti
1. De btw-melding bevat het btw-identificatienummer, bedoeld in [artikel 28tf](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=4&artikel=28tf&z=2022-07-01&g=2022-07-01), van de ondernemer en in voorkomend geval van zijn tussenpersoon en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is:
1. De btw-melding bevat het btw-identificatienummer, bedoeld in [artikel 28tf](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=4&artikel=28tf&z=2022-07-08&g=2022-07-08), van de ondernemer en in voorkomend geval van zijn tussenpersoon en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is:
- a. het totale bedrag, de btw niet inbegrepen, van de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde-landen ingevoerde goederen waarvoor de btw gedurende het belastingtijdvak verschuldigd is geworden;
@@ -5698,7 +5698,7 @@
- c. de geldende btw-tarieven en de totale verschuldigde belasting.
2. Indien een reeds ingediende btw-melding naderhand moet worden gewijzigd, worden deze wijzigingen uiterlijk drie jaren na de datum waarop de oorspronkelijke btw-melding overeenkomstig [artikel 28th](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=4&artikel=28th&z=2022-07-01&g=2022-07-01) moest worden ingediend in een volgende btw-melding opgenomen. In die volgende btw-melding staan de betrokken lidstaat van verbruik, het belastingtijdvak en het btw-bedrag waarvoor wijzigingen nodig zijn, vermeld.
2. Indien een reeds ingediende btw-melding naderhand moet worden gewijzigd, worden deze wijzigingen uiterlijk drie jaren na de datum waarop de oorspronkelijke btw-melding overeenkomstig [artikel 28th](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=V&afdeling=7¶graaf=4&artikel=28th&z=2022-07-08&g=2022-07-08) moest worden ingediend in een volgende btw-melding opgenomen. In die volgende btw-melding staan de betrokken lidstaat van verbruik, het belastingtijdvak en het btw-bedrag waarvoor wijzigingen nodig zijn, vermeld.
3. Met betrekking tot de in Nederland ingediende btw-melding is [Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V) van overeenkomstige toepassing als ware de betaalde belasting op aangifte voldaan.
@@ -5826,7 +5826,7 @@
- b. bij ministeriële regeling aan te wijzen goederen of soorten van goederen die zich bevinden in een ander entrepot dan een douane-entrepot als bedoeld in artikel 157, lid 1, onder a en b, van de BTW-richtlijn 2006 dat plaatsgebonden is, niet zijnde een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën;
- 9. goederen die de ondernemer op grond van [artikel 3c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3c&z=2022-07-01&g=2022-07-01), geacht wordt te hebben ontvangen en geleverd, de levering van die goederen aan die ondernemer.
- 9. goederen die de ondernemer op grond van [artikel 3c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=3c&z=2022-07-08&g=2022-07-08), geacht wordt te hebben ontvangen en geleverd, de levering van die goederen aan die ondernemer.
- b.
2022-07-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — arts. 37, 37
2022-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — art. 37
2021-07-01
Wet op de omzetbelasting 1968
2020-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968
2019-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968
2018-10-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — art. 37
2018-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — art. 37
2017-03-10
Wet op de omzetbelasting 1968 — art. 37
2017-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — art. 37
2016-05-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — art. 37
2016-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968
2015-07-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — art. 37
2015-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968
2014-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — arts. 37, 37
2013-10-10
Wet op de omzetbelasting 1968 — arts. 37, 37, 37
2013-07-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — arts. 37, 37, 37
2013-03-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — arts. 37, 37, 37
2013-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968
2012-10-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — arts. 37, 37
2012-07-18
Wet op de omzetbelasting 1968 — arts. 37, 37
2012-07-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — arts. 37, 37, 37
2012-04-01
Wet op de omzetbelasting 1968
2012-02-08
Wet op de omzetbelasting 1968 — arts. 37, 37
2012-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — arts. 37, 37
2011-07-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — arts. 37, 37, 37
2011-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — arts. 37, 37, 37
2010-10-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — arts. 37, 37, 37
2010-08-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — arts. 37, 37, 37
2010-04-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — arts. 37, 37, 37
2010-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968
2009-07-02
Wet op de omzetbelasting 1968 — arts. 37, 37
2009-07-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — arts. 37, 37
2009-04-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — art. 37
2008-12-30
Wet op de omzetbelasting 1968
2008-12-01
Wet op de omzetbelasting 1968
2008-08-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — art. 37
2008-07-11
Wet op de omzetbelasting 1968 — art. 37
2008-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — art. 8
2007-07-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — art. 37
2007-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968
2006-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — art. 37
2005-07-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — art. 37
2005-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968
2004-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968
2003-10-08
Wet op de omzetbelasting 1968
2003-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — art. 37
2002-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968 — arts. 1, 1, 3 y 20 más
2002-01-01
Wet op de omzetbelasting 1968
original version
Tekst op deze datum