Besluit van 4 september 1969, tot uitvoering van de artikelen 16, 19, eerste lid, 21, 29, 30, tweede lid, 31 en 32 van de Kernenergiewet

Type AMvB
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 91
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk III. Het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen en doen brengen

§ 1. Splijtstoffen en ertsen

§ 2. Radioactieve stoffen

Hoofdstuk IV. Inrichtingen, waarin splijtstoffen worden opgeslagen in verband met het vervoer

Hoofdstuk IV. Inrichtingen, waarin splijtstoffen worden opgeslagen in verband met het vervoer

Onze Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van Verkeer en Waterstaat zijn belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

§ 3. Uitvoering Verordening (Euratom) nr. 1493/93

Artikel 32b

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, 5 en 6 van Verordening (Euratom) nr. 1493/93 van de Raad van 8 juni 1993 betreffende de overbrenging van radioactieve stoffen tussen Lid-Staten van de Europese Gemeenschap (PbEG 1993 L148).

Hoofdstuk V. Slotbepalingen

Onze Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van Verkeer en Waterstaat zijn belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 27a

Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod om zonder vergunning van de Autoriteit radioactieve stoffen binnen of buiten Nederlands grondgebied te brengen geldt voorts voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen van een hoogactieve bron.

§ 3. Uitvoering Verordening (Euratom) nr. 1493/93

Hoofdstuk IV. Inrichtingen, waarin splijtstoffen worden opgeslagen in verband met het vervoer

Hoofdstuk V. Slotbepalingen

Onze Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van Verkeer en Waterstaat zijn belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 1e

1.

De vervoerder beschikt over een beveiligingsplan met een beschrijving van de wijze waarop het categorie I-, II- of III-materiaal wordt beveiligd. Dit betreft ten minste een omschrijving van de beveiligingsmaatregelen die worden getroffen door de vervoerder om te voldoen aan artikel 1d en een verwijzing naar de krachtens dit besluit verleende vergunning of vergunningen.

2.

Voorafgaand aan het vervoer stelt de vervoerder een nucleair draaiboek op met de voor dit vervoer specifieke uitwerking van de in artikel 1d bedoelde maatregelen.

3.

Voorafgaand aan het vervoer vergewist de vervoerder zich ervan dat alle beveiligingsmaatregelen conform het beveiligingsplan en het nucleaire draaiboek getroffen zijn. De vervoerder vergewist zich eveneens voorafgaand aan het vervoer ervan dat geen ongewenste veranderingen zijn aangebracht aan het collo en aan het vervoermiddel.

4.

Bij verordening van de Autoriteit kunnen met het oog op een goede uitvoering nadere regels worden gesteld met betrekking tot het beveiligingsplan, het nucleaire draaiboek of andere verplichtingen van de vervoerder.

5.

Het beveiligingsplan, bedoeld in het eerste lid, en wijzigingen daarvan die negatieve effecten hebben of kunnen hebben op het beveiligingsniveau van het transport, behoeven de goedkeuring van de Autoriteit.

6.

De Autoriteit kan aan de goedkeuring voorschriften verbinden.

7.

De Autoriteit kan de goedkeuring of de daaraan verbonden voorschriften intrekken of wijzigen.

Artikel 1f

1.

De vervoerder wijzigt het beveiligingsplan, bedoeld in artikel 1e, eerste lid, wanneer de Autoriteit dit nodig acht en dit schriftelijk heeft kenbaar gemaakt aan de vervoerder, waarbij de kennisgeving is voorzien van de aard van de aan te brengen wijzigingen.

2.

De vervoerder dient binnen een jaar nadat de Autoriteit kenbaar heeft gemaakt wijziging van het beveiligingsplan nodig te achten een aanvraag om goedkeuring van het in overeenstemming met de kennisgeving van de Autoriteit gewijzigde beveiligingsplan in.

3.

De termijn, bedoeld in het tweede lid, kan door de Autoriteit worden gewijzigd indien:

4.

De vervoerder beoordeelt het beveiligingsplan jaarlijks op doeltreffendheid. De vervoerder meldt binnen een maand na die beoordeling de resultaten ervan aan de Autoriteit.

5.

De vervoerder wijzigt het beveiligingsplan voor zover de resultaten van de in het vierde lid bedoelde beoordeling daartoe aanleiding geven. Hij biedt de wijziging binnen een jaar na het ontstaan van de aanleiding tot wijziging ter goedkeuring aan de Autoriteit aan.

6.

Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1g

1.

De vervoerder handelt overeenkomstig het laatst goedgekeurde beveiligingsplan, bedoeld in artikel 1e, eerste lid.

2.

Het Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet is van toepassing op het beveiligingsplan, bedoeld in artikel 1e, eerste lid, op het nucleaire draaiboek, bedoeld in artikel 1e, tweede lid, en de overige op de beveiliging van het vervoer betrekking hebbende documenten en gegevens.

§ 2. Beveiliging van het vervoer van radioactieve stoffen

Artikel 1h

De Autoriteit kan bij verordening regels stellen ten aanzien van de beveiliging van het vervoer, de opslag in verband met het vervoer en het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van de in artikel 4.7 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming bedoelde radioactieve stoffen.

Hoofdstuk II. Het vervoeren en het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer

Afdeling 1. Algemene bepalingen

§ 1. Splijtstoffen en ertsen

§ 2. Radioactieve stoffen

Afdeling 3. Vervoer over land, anders dan over de spoorweg

§ 2. Radioactieve stoffen

Afdeling 5. Vervoer in een luchtvaartuig

§ 1. Splijtstoffen en ertsen

§ 2. Radioactieve stoffen

Hoofdstuk III. Het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen en doen brengen

§ 1. Splijtstoffen en ertsen

§ 2. Radioactieve stoffen

§ 3. Uitvoering Verordening (Euratom) nr. 1493/93

Hoofdstuk IV. Inrichtingen, waarin splijtstoffen worden opgeslagen in verband met het vervoer

Hoofdstuk V. Slotbepalingen

Onze Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van Verkeer en Waterstaat zijn belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)