Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 8 oktober 1969, tot uitvoering van de artikelen 13 en 14 van de Kernenergiewet

5 versions · 2017-08-01
2017-08-01
Besluit registratie splijtstoffen en ertsen — art. 11
2014-01-01
Besluit registratie splijtstoffen en ertsen — art. 11
2010-11-16
Besluit registratie splijtstoffen en ertsen — art. 11

Wijzigingen op 2010-11-16

@@ -16,7 +16,7 @@
1. Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder:
wet: [Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402); register: register als bedoeld in [artikel 13, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=13); Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken; hoofd: hoofd van de Belastingdienst/Douane centrale dienst voor in- en uitvoer; gehalte: hetgeen daaronder wordt verstaan in [artikel 1, eerste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002667&artikel=1); verrijkingsgraad: hetgeen daaronder wordt verstaan in [artikel 1, eerste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002667&artikel=1).
wet: [Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402); register: register als bedoeld in [artikel 13, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=13); Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; hoofd: hoofd van de Belastingdienst/Douane centrale dienst voor in- en uitvoer; gehalte: hetgeen daaronder wordt verstaan in [artikel 1, eerste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002667&artikel=1); verrijkingsgraad: hetgeen daaronder wordt verstaan in [artikel 1, eerste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002667&artikel=1).
2. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder:
@@ -62,7 +62,7 @@
##### Artikel 6
Hij, die buiten de in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002673&paragraaf=4&artikel=5&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelde gevallen krachtens een hem op grond van [artikel 15 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15) verleende vergunning splijtstoffen voorhanden heeft, anders dan bij opslag in verband met het vervoer, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van ieder kalenderkwartaal bij het hoofd schriftelijk aangifte te doen van:
Hij, die buiten de in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002673&paragraaf=4&artikel=5&z=2010-11-16&g=2010-11-16) bedoelde gevallen krachtens een hem op grond van [artikel 15 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15) verleende vergunning splijtstoffen voorhanden heeft, anders dan bij opslag in verband met het vervoer, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van ieder kalenderkwartaal bij het hoofd schriftelijk aangifte te doen van:
- a. de hoeveelheid, de chemische en fysische toestand, de vorm, het gehalte en de verrijkingsgraad, alsmede de herkomst van de splijtstoffen, die hij in dat kalenderkwartaal heeft ontvangen, met vermelding van de doeleinden, waarvoor zij zijn bestemd;
@@ -82,7 +82,7 @@
##### Artikel 8
Hij, die buiten het in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002673&paragraaf=5&artikel=7&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelde geval krachtens een hem op grond van [artikel 15 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15) verleende vergunning ertsen voorhanden heeft, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van ieder kalenderkwartaal bij het hoofd schriftelijk aangifte te doen van:
Hij, die buiten het in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002673&paragraaf=5&artikel=7&z=2010-11-16&g=2010-11-16) bedoelde geval krachtens een hem op grond van [artikel 15 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=15) verleende vergunning ertsen voorhanden heeft, is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag na afloop van ieder kalenderkwartaal bij het hoofd schriftelijk aangifte te doen van:
- a. de aard en hoeveelheid en het gemiddelde uranium- of thoriumgehalte, alsmede de herkomst van de ertsen, die hij in de loop van dat kalenderkwartaal heeft ontvangen, met vermelding van de doeleinden, waarvoor zij zijn bestemd;
@@ -100,11 +100,11 @@
##### Artikel 10
Onze Minister stelt nadere regelen ten aanzien van de wijze waarop de in de [artikelen 5-8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002673&paragraaf=4&artikel=5&z=2003-01-01&g=2003-01-01) bedoelde aangiften dienen te geschieden.
Onze Minister stelt nadere regelen ten aanzien van de wijze waarop de in de [artikelen 5-8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002673&paragraaf=4&artikel=5&z=2010-11-16&g=2010-11-16) bedoelde aangiften dienen te geschieden.
##### Artikel 11
Het niet nakomen van [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002673&paragraaf=3&artikel=4&z=2003-01-01&g=2003-01-01), is een strafbaar feit.
Het niet nakomen van [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002673&paragraaf=3&artikel=4&z=2010-11-16&g=2010-11-16), is een strafbaar feit.
#### § 7. Slotbepalingen
2003-01-01
Besluit registratie splijtstoffen en ertsen — art. 11
1997-07-16
Besluit registratie splijtstoffen en ertsen
original version Tekst op deze datum