Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 29 april 1970, houdende vaststelling van het Besluit beleggingsinstellingen
5 versions
· 2020-01-01
2020-01-01
Besluit beleggingsinstellingen — art. 5
2019-01-01
Besluit beleggingsinstellingen — art. 5
Wijzigingen op 2019-01-01
@@ -16,25 +16,29 @@
##### Artikel 1a
Indien een beleggingsinstelling heeft gekozen voor het vormen van een herbeleggingsreserve als bedoeld in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002705&artikel=4&z=2015-01-01&g=2015-01-01), wordt in afwijking van artikel 8 van de wet, niet tot de winst gerekend het in het [tweede lid van artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002705&artikel=4&z=2015-01-01&g=2015-01-01) bedoelde bedrag.
Indien een beleggingsinstelling heeft gekozen voor het vormen van een herbeleggingsreserve als bedoeld in [artikel 4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002705&artikel=4&z=2019-01-01&g=2019-01-01), wordt in afwijking van artikel 8 van de wet, niet tot de winst gerekend het in het [tweede lid van artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002705&artikel=4&z=2019-01-01&g=2019-01-01) bedoelde bedrag.
##### Artikel 2
1. Het in artikel 28, tweede lid, onderdeel **b,** van de wet bedoelde gedeelte van de winst is de voor uitdeling beschikbare winst verminderd met de te verrekenen uitdelingstekorten.
1. Het in [artikel 28, tweede lid, onderdeel **b,** van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=28) bedoelde gedeelte van de winst is de voor uitdeling beschikbare winst verminderd met de te verrekenen uitdelingstekorten.
2. Als voor uitdeling beschikbare winst wordt aangemerkt het positieve bedrag van de in het jaar genoten belastbare winst verminderd met een evenredig gedeelte van:
- a. de aan commissarissen toegekende beloningen voor zover deze op grond van artikel 11, eerste lid, van de wet niet aftrekbaar zijn;
- a. de aan commissarissen toegekende beloningen voor zover deze op grond van [artikel 11, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=11) niet aftrekbaar zijn;
- b. de giften voor zover deze op grond van artikel 16, eerste lid, van de wet niet aftrekbaar zijn;
- b. de voordelen uit hoofde van een gecontroleerd lichaam die op grond van [artikel 13ab van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=13ab) bij het bepalen van de winst in aanmerking worden genomen;
- c. de belasting die buiten Nederland in enige vorm naar de winst wordt geheven over voordelen uit niet in Nederland gelegen onroerende zaken, indien voor de beleggingsinstelling te dier zake een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is;
- c. het saldo aan renten ter zake van geldleningen dat op grond van [artikel 15b van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=15b) bij het bepalen van de in een jaar genoten winst niet in aftrek komt;
- d. de kosten en lasten voorzover deze op grond van artikel 8 van de wet in verbinding met [artikel 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.14) en [3.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.15) niet aftrekbaar zijn;
- d. de giften voor zover deze op grond van [artikel 16, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=16) niet aftrekbaar zijn;
- e. de belasting die wordt geheven op grond van [Artikel IV, onderdeel B, van Hoofdstuk 2 van de Invoeringswet Inkomstenbelasting 2001](onbekend).
- e. de belasting die buiten Nederland in enige vorm naar de winst wordt geheven over voordelen uit niet in Nederland gelegen onroerende zaken, indien voor de beleggingsinstelling te dier zake een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is;
3. Als uitdelingstekort wordt aangemerkt hetzij het verlies van een jaar vermeerderd met de in het tweede lid onder de onderdelen a, b, c, d en e bedoelde bedragen, hetzij het negatieve bedrag waartoe de in dat lid bedoelde verminderingen van de belastbare winst mochten leiden.
- f. de kosten en lasten voorzover deze op grond van [artikel 8 van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=8) in verbinding met [artikel 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.14) en [3.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.15) niet aftrekbaar zijn;
- g. de belasting die wordt geheven op grond van [Artikel IV, onderdeel B, van Hoofdstuk 2 van de Invoeringswet Inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011354&artikel=IV).
3. Als uitdelingstekort wordt aangemerkt hetzij het verlies van een jaar vermeerderd met de bedragen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a tot en met g, hetzij het negatieve bedrag waartoe de in dat lid bedoelde verminderingen van de belastbare winst mochten leiden.
4. Een uitdelingstekort wordt verrekend met de voor uitdeling beschikbare winst van de acht volgende jaren. De verrekening geschiedt in de volgorde waarin de uitdelingstekorten zijn ontstaan en de voor uitdeling beschikbare winsten zijn gemaakt.
@@ -50,9 +54,9 @@
1. Beleggingsinstellingen die daarvoor kiezen, kunnen een herbeleggingsreserve vormen. Deze keuze geldt ook voor volgende jaren.
2. In de reserve wordt opgenomen een bedrag gelijk aan de som van het in het jaar volgens goed koopmansgebruik berekende saldo van koerswinsten en koersverliezen op effecten, het saldo van winsten en verliezen ter zake van de vervreemding van overige beleggingen en het ingevolge [artikel 10, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002705&artikel=10&z=2015-01-01&g=2015-01-01), berekende saldo van herwaarderingswinsten en herwaarderingsverliezen verminderd met een evenredig gedeelte van de kosten die met het beheer van de beleggingen verband houden.
2. In de reserve wordt opgenomen een bedrag gelijk aan de som van het in het jaar volgens goed koopmansgebruik berekende saldo van koerswinsten en koersverliezen op effecten, het saldo van winsten en verliezen ter zake van de vervreemding van overige beleggingen en het ingevolge [artikel 10, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002705&artikel=10&z=2019-01-01&g=2019-01-01), berekende saldo van herwaarderingswinsten en herwaarderingsverliezen verminderd met een evenredig gedeelte van de kosten die met het beheer van de beleggingen verband houden.
3. Op de herbeleggingsreserve wordt in mindering gebracht een evenredig gedeelte van het totaal van de bedragen, bedoeld in [artikel 2, tweede lid, onderdelen a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002705&artikel=2&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
3. Op de herbeleggingsreserve wordt in mindering gebracht een evenredig gedeelte van het totaal van de bedragen, bedoeld in [artikel 2, tweede lid, onderdelen a tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002705&artikel=2&z=2019-01-01&g=2019-01-01).
4. Indien de toepassing van het tweede en derde lid zou leiden tot een vermindering van de reserve die groter is dan de herbeleggingsreserve aan het begin van het jaar, blijft de vermindering beperkt tot de omvang van de reserve aan het begin van het jaar, en wordt het nog niet in mindering gebrachte deel aangemerkt als een verlies ter zake van vervreemding van beleggingen in het volgende jaar. De inspecteur stelt het naar het volgende jaar over te brengen verlies vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
@@ -70,7 +74,7 @@
1. Beleggingsinstellingen kunnen een afrondingsreserve vormen.
2. De reserve bedraagt, behoudens het bepaalde in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002705&artikel=7&z=2015-01-01&g=2015-01-01), ten hoogste één percent van hetgeen is gestort op de bij het einde van het jaar in omloop zijnde aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid. Indien en voor zover de berekening van de belastbare winst tot een negatief bedrag zou leiden, wordt de reserve aan de winst toegevoegd.
2. De reserve bedraagt, behoudens het bepaalde in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002705&artikel=7&z=2019-01-01&g=2019-01-01), ten hoogste één percent van hetgeen is gestort op de bij het einde van het jaar in omloop zijnde aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid. Indien en voor zover de berekening van de belastbare winst tot een negatief bedrag zou leiden, wordt de reserve aan de winst toegevoegd.
##### Artikel 6
@@ -78,7 +82,7 @@
##### Artikel 7
1. Indien het over een jaar berekende belastbare bedrag van een beleggingsinstelling in afwijking van de aangifte op een hoger bedrag zou moeten worden vastgesteld wordt, in plaats van het gedeelte van die verhoging dat overeenkomt met het bedrag waarmede de op de voet van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002705&artikel=2&z=2015-01-01&g=2015-01-01) te verrichten uitdelingen de over het jaar verrichte uitdelingen te boven gaat, een bedrag gelijk aan dat gedeelte toegevoegd aan de afrondingsreserve. Het in de vorige volzin laatstgenoemde bedrag wordt in het jaar waarin de in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002705&artikel=8&z=2015-01-01&g=2015-01-01), bedoelde beschikking onherroepelijk is komen vast te staan, uit de afrondingsreserve aan de winst van de beleggingsinstelling toegevoegd.
1. Indien het over een jaar berekende belastbare bedrag van een beleggingsinstelling in afwijking van de aangifte op een hoger bedrag zou moeten worden vastgesteld wordt, in plaats van het gedeelte van die verhoging dat overeenkomt met het bedrag waarmede de op de voet van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002705&artikel=2&z=2019-01-01&g=2019-01-01) te verrichten uitdelingen de over het jaar verrichte uitdelingen te boven gaat, een bedrag gelijk aan dat gedeelte toegevoegd aan de afrondingsreserve. Het in de vorige volzin laatstgenoemde bedrag wordt in het jaar waarin de in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002705&artikel=8&z=2019-01-01&g=2019-01-01), bedoelde beschikking onherroepelijk is komen vast te staan, uit de afrondingsreserve aan de winst van de beleggingsinstelling toegevoegd.
2. Indien het over een jaar berekende belastbare bedrag van een beleggingsinstelling in afwijking van de aangifte op een lager bedrag zou moeten worden vastgesteld wordt, voor zover mogelijk, in plaats daarvan tot het bedrag van de verlaging een bedrag aan de winst van dat jaar toegevoegd uit de afrondingsreserve.
@@ -102,9 +106,13 @@
- b. de reserves als bedoeld zijn in [artikel 3.53, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.53), opgenomen in de winst.
3. Ingeval een beleggingsinstelling in de loop van een jaar niet langer voldoet aan het bepaalde in artikel 28, tweede lid, van de wet wordt het lichaam reeds met ingang van dat jaar niet meer als beleggingsinstelling aangemerkt, met dien verstande dat ingeval niet wordt voldaan aan het bepaalde in het tweede lid, onderdeel **b,** van dat artikel het lichaam niet meer als beleggingsinstelling wordt aangemerkt met ingang van het jaar waarop de voor uitdeling beschikbare winst betrekking heeft. De bij het begin van het jaar, met ingang waarvan het lichaam niet meer als beleggingsinstelling wordt aangemerkt, aanwezige afrondingsreserve wordt opgenomen in de winst van dat jaar.
3. Ingeval een beleggingsinstelling in de loop van een jaar niet langer voldoet aan het bepaalde in [artikel 28, tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=28) wordt het lichaam reeds met ingang van dat jaar niet meer als beleggingsinstelling aangemerkt, met dien verstande dat ingeval niet wordt voldaan aan het bepaalde in het tweede lid, onderdeel **b,** van dat artikel het lichaam niet meer als beleggingsinstelling wordt aangemerkt met ingang van het jaar waarop de voor uitdeling beschikbare winst betrekking heeft. De bij het begin van het jaar, met ingang waarvan het lichaam niet meer als beleggingsinstelling wordt aangemerkt, aanwezige afrondingsreserve wordt opgenomen in de winst van dat jaar.
4. Aan het einde van het jaar, voorafgaande aan dat met ingang waarvan een lichaam niet langer als beleggingsinstelling wordt aangemerkt, worden de beleggingen te boek gesteld voor de waarde welke daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend.
4. Het negatieve saldo aan besmette voordelen, bedoeld in [artikel 13ab, zevende lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=13ab), dat is ontstaan in een periode waarin een belastingplichtige als beleggingsinstelling is aangemerkt (statusperiode), vermeerdert niet een positief saldo van besmette voordelen als bedoeld in artikel 13ab, eerste en tweede lid, van de wet buiten de statusperiode.
5. Het op de voet van [artikel 15b, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=15b) voortgewentelde saldo aan renten dat is ontstaan in de statusperiode, komt niet in aftrek bij het bepalen van de winst buiten de statusperiode. Het op de voet van artikel 15b, vijfde lid, van de wet voortgewentelde saldo aan renten dat buiten de statusperiode is ontstaan, komt niet in aftrek bij het bepalen van de winst binnen de statusperiode.
6. Aan het einde van het jaar, voorafgaande aan dat met ingang waarvan een lichaam niet langer als beleggingsinstelling wordt aangemerkt, worden de beleggingen te boek gesteld voor de waarde welke daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend.
##### Artikel 11
2015-01-01
Besluit beleggingsinstellingen — art. 5
2008-01-01
Besluit beleggingsinstellingen — art. 5
2001-01-01
Besluit beleggingsinstellingen
original version
Tekst op deze datum