Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 23 januari 1973, ter uitvoering van artikel 1637s, tweede lid, onder c en d, Burgerlijk Wetboek

5 versions · 2017-09-23
2017-09-23
Besluit fondsen en spaarregelingen — arts. 3, 16

Wijzigingen op 2017-09-23

@@ -18,27 +18,39 @@
##### Artikel 1
Een fonds als bedoeld in [artikel 631, derde lid, onder c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=631) moet een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zijn. Indien het een fonds betreft ter behartiging van algemene belangen van bedrijfsgenoten in een bedrijfstak gezamenlijk, dienen statuten en reglementen te voldoen aan de voorschriften gesteld in [titel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=I&titeldeel=2&z=2017-01-01&g=2017-01-01). Betreft het een ander fonds, dan moeten de statuten en reglementen voldoen aan de voorschriften gesteld in [titel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=I&titeldeel=3&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
## Titel 2. Fondsen ter behartiging van algemene belangen van bedrijfsgenoten in een bedrijfstak gezamenlijk
1. Een fonds als bedoeld in [artikel 631, derde lid, onder c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=631) is een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid.
2. Indien het een fonds betreft ter behartiging van algemene belangen van werknemers of werkgevers in een bedrijfstak gezamenlijk, voldoen de statuten en reglementen aan de voorschriften gesteld in [titel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=I&titeldeel=2&z=2017-09-23&g=2017-09-23).
3. Indien het een overkoepelend fonds betreft ter behartiging van algemene belangen van werknemers of werkgevers in een of meer bedrijfstakken of in een of meer ondernemingen gezamenlijk, voldoen de statuten en reglementen aan de voorschriften gesteld in [titel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=I&titeldeel=2&z=2017-09-23&g=2017-09-23), met dien verstande dat in de [artikelen 1c tot en met 1g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1c&z=2017-09-23&g=2017-09-23) in plaats van «het fonds» telkens wordt gelezen: het overkoepelende fonds.
4. Betreft het een ander fonds dan bedoeld in het tweede of derde lid, dan voldoen de statuten en reglementen aan de voorschriften gesteld in [titel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=I&titeldeel=3&z=2017-09-23&g=2017-09-23).
## Titel 2. Fondsen ter behartiging van algemene belangen van werknemers of werkgevers
##### Artikel 1a
1. De statuten of reglementen moeten bepalen dat aan de verplichting van de werknemers tot het bijdragen aan het fonds ten grondslag moet liggen:
1. De statuten of reglementen moeten bepalen dat aan de verplichting van de werknemers tot het bijdragen aan een fonds als bedoeld in artikel 1, tweede of derde lid, ten grondslag moet liggen:
hetzij een bepaling in een collectieve arbeidsovereenkomst;
hetzij een algemeen verbindend verklaarde bepaling van een collectieve arbeidsovereenkomst;
hetzij een regeling krachtens [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002698&artikel=5) of [artikel 6 van de Wet op de loonvorming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002698&artikel=6) (**Stb.** 1970, 69);
hetzij een verordening van een bedrijf of een hoofdbedrijfschap.
2. Uit de in het eerste lid bedoelde bepaling moet tevens blijken, welk bedrag ten behoeve van het fonds door de werkgever op het loon van de werknemers mag worden ingehouden.
hetzij een regeling krachtens [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002698&artikel=5) of [artikel 6 van de Wet op de loonvorming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002698&artikel=6) (**Stb.** 1970, 69).
2. Uit de in het eerste lid bedoelde bepaling blijkt tevens:
- a. welk bedrag ten behoeve van een fonds als bedoeld in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1&z=2017-09-23&g=2017-09-23), door de werkgever op het loon van de werknemers mag worden ingehouden; of
- b. welk percentage maximaal ten behoeve van een overkoepelend fonds als bedoeld in [artikel 1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1&z=2017-09-23&g=2017-09-23), door de werkgever op het loon van de werknemers mag worden ingehouden.
3. Het bestuur van een overkoepelend fonds informeert de werkgever telkens vóór 1 november van het lopende jaar over het besluit inzake het voor het daarop volgende jaar vastgestelde percentage, bedoeld in het tweede lid, onder b. De werkgever meldt dit percentage vóór 1 december van het lopende jaar schriftelijk of elektronisch aan de werknemers. Bij die mededeling wordt het besluit van het bestuur gevoegd.
4. Nieuwe werknemers ontvangen de in het derde lid genoemde informatie uiterlijk op de dag van indiensttreding schriftelijk of elektronisch.
##### Artikel 1b
De statuten of reglementen van het fonds moeten de doelstelling inhouden, met een nauwkeurige aanduiding van de belangen die het fonds behartigt en de bedrijfstak waarin het werkt.
De statuten of reglementen van een fonds als bedoeld in [artikel 1, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1&z=2017-09-23&g=2017-09-23), houden de doelstellingen in, met een nauwkeurige aanduiding van de belangen die het fonds behartigt en de deelnemende bedrijfstak of bedrijfstakken dan wel de deelnemende onderneming of ondernemingen.
##### Artikel 1c
@@ -100,7 +112,7 @@
- c. de vaststelling en de wijze van verrekening van de kosten van het beheer.
3. Uit de statuten van het fonds moet, tenzij krachtens [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=I&titeldeel=3&artikel=10&z=2017-01-01&g=2017-01-01) ontheffing is verleend, verder blijken, dat het vermogen van het fonds voor niet meer dan twintig ten honderd mag bestaan uit schuldvorderingen op dan wel aandelen in het vermogen van de werkgever of één van de werkgevers bij wie deelnemers in dienst zijn.
3. Uit de statuten van het fonds moet, tenzij krachtens [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=I&titeldeel=3&artikel=10&z=2017-09-23&g=2017-09-23) ontheffing is verleend, verder blijken, dat het vermogen van het fonds voor niet meer dan twintig ten honderd mag bestaan uit schuldvorderingen op dan wel aandelen in het vermogen van de werkgever of één van de werkgevers bij wie deelnemers in dienst zijn.
4. Onder schuldvorderingen en aandelen als bedoeld in het vorige lid, worden begrepen schuldvorderingen op een natuurlijke persoon of een rechtspersoon en aandelen in een rechtspersoon, wanneer die natuurlijke persoon of die rechtspersoon rechtstreeks of middellijk de meerderheid bezit van de aandelen in het vermogen van de werkgever of één van de werkgevers bij wie deelnemers in dienst zijn; tevens worden onder schuldvorderingen en aandelen begrepen schuldvorderingen op en aandelen in een rechtspersoon, waarvan de aandelen in meerderheid rechtstreeks of middellijk in het bezit zijn van de werkgever of van één van de werkgevers bij wie deelnemers in dienst zijn.
@@ -166,13 +178,13 @@
##### Artikel 10
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan op verzoek van een fonds ontheffing verlenen van het in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=I&titeldeel=3&artikel=3&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bepaalde. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden; zij kan voorts worden gewijzigd en ingetrokken. De ontheffing wordt verleend voor bepaalde of onbepaalde tijd.
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan op verzoek van een fonds ontheffing verlenen van het in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=I&titeldeel=3&artikel=3&z=2017-09-23&g=2017-09-23) bepaalde. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden; zij kan voorts worden gewijzigd en ingetrokken. De ontheffing wordt verleend voor bepaalde of onbepaalde tijd.
### Hoofdstuk II. Regelingen tot sparen anders dan door fondsvorming
##### Artikel 11
Een regeling tot sparen als bedoeld in [artikel 631, derde lid, onder d, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=631) moet schriftelijk worden vastgesteld en mede voldoen aan de voorschriften, gesteld in de [artikelen 12-14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=II&artikel=12&z=2017-01-01&g=2017-01-01).
Een regeling tot sparen als bedoeld in [artikel 631, derde lid, onder d, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=631) moet schriftelijk worden vastgesteld en mede voldoen aan de voorschriften, gesteld in de [artikelen 12-14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=II&artikel=12&z=2017-09-23&g=2017-09-23).
##### Artikel 12
@@ -180,7 +192,7 @@
2. Als instelling, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden aangewezen gemeentelijke spaarbanken en banken waaraan het ingevolge de [Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368) is toegestaan in Nederland hun bedrijf uit te oefenen, niet zijnde banken als bedoeld in [artikel 2:13 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=2:13) die in hoofdzaak hun bedrijf maken van het verlenen van beleggingsdiensten of het verrichten van beleggingsactiviteiten.
3. De regeling mag, tenzij krachtens [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=II&artikel=15&z=2017-01-01&g=2017-01-01) ontheffing is verleend, geen bepalingen inhouden welke de deelnemers verplichten de te hunnen name geadministreerde tegoeden hetzij tijdens, hetzij na afloop van de spaartermijn op een bepaalde wijze te besteden. Toegelaten is de bepaling, dat tegoeden moeten worden omgezet in schuldvorderingen op of aandelen in het vermogen van de werkgever of één van de werkgevers bij wie deelnemers in dienst zijn, waarbij echter het totaal van de schuldvorderingen en aandelen ten name van iedere deelnemer niet meer mag bedragen dan twintig ten honderd van het tegoed.
3. De regeling mag, tenzij krachtens [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=II&artikel=15&z=2017-09-23&g=2017-09-23) ontheffing is verleend, geen bepalingen inhouden welke de deelnemers verplichten de te hunnen name geadministreerde tegoeden hetzij tijdens, hetzij na afloop van de spaartermijn op een bepaalde wijze te besteden. Toegelaten is de bepaling, dat tegoeden moeten worden omgezet in schuldvorderingen op of aandelen in het vermogen van de werkgever of één van de werkgevers bij wie deelnemers in dienst zijn, waarbij echter het totaal van de schuldvorderingen en aandelen ten name van iedere deelnemer niet meer mag bedragen dan twintig ten honderd van het tegoed.
4. Onder schuldvorderingen en aandelen als bedoeld in het derde lid worden begrepen schuldvorderingen op een natuurlijke persoon of een rechtspersoon en aandelen in een rechtspersoon, wanneer die natuurlijke persoon of die rechtspersoon rechtstreeks of middellijk de meerderheid bezit van de aandelen in het vermogen van de werkgever of één van de werkgevers bij wie deelnemers in dienst zijn; tevens worden onder schuldvorderingen en aandelen begrepen schuldvorderingen op en aandelen in een rechtspersoon, waarvan de aandelen in meerderheid rechtstreeks of middellijk in het bezit zijn van de werkgever of van een van de werkgevers bij wie deelnemers in dienst zijn.
@@ -202,7 +214,7 @@
- 3e. hij de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt;
- 4e. de werkgever bij wie de deelnemer in dienst was zijn onderneming heeft gestaakt en deze werkgever tevens degene is die krachtens een ontheffing als bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=II&artikel=15&z=2017-01-01&g=2017-01-01) het tegoed beheert;
- 4e. de werkgever bij wie de deelnemer in dienst was zijn onderneming heeft gestaakt en deze werkgever tevens degene is die krachtens een ontheffing als bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=II&artikel=15&z=2017-09-23&g=2017-09-23) het tegoed beheert;
- b. door zijn rechtverkrijgenden na het overlijden van de deelnemer.
@@ -216,13 +228,13 @@
##### Artikel 15
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan op verzoek van de betrokken werkgever of werkgevers ontheffing verlenen van het in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=II&artikel=12&z=2017-01-01&g=2017-01-01) bepaalde. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden; zij kan voorts worden gewijzigd en ingetrokken. De ontheffing wordt verleend voor bepaalde of onbepaalde tijd.
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan op verzoek van de betrokken werkgever of werkgevers ontheffing verlenen van het in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=II&artikel=12&z=2017-09-23&g=2017-09-23) bepaalde. De ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden; zij kan voorts worden gewijzigd en ingetrokken. De ontheffing wordt verleend voor bepaalde of onbepaalde tijd.
### Hoofdstuk III. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 16
Een bij de inwerkingtreding van dit besluit bestaand fonds als bedoeld in [artikel 1637**s**, tweede lid, onder **c**, van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006000&artikel=1637s), dat voldoet aan de voorwaarden gesteld bij het Koninklijk besluit van 31 maart 1908, **Stb.** 94, doch niet aan [hoofdstuk I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=I&z=2017-01-01&g=2017-01-01) van dit besluit, wordt niettemin tot 1 januari 1974 geacht aan dit hoofdstuk te voldoen.
Een bij de inwerkingtreding van dit besluit bestaand fonds als bedoeld in [artikel 1637**s**, tweede lid, onder **c**, van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006000&artikel=1637s), dat voldoet aan de voorwaarden gesteld bij het Koninklijk besluit van 31 maart 1908, **Stb.** 94, doch niet aan [hoofdstuk I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002868&hoofdstuk=I&z=2017-09-23&g=2017-09-23) van dit besluit, wordt niettemin tot 1 januari 1974 geacht aan dit hoofdstuk te voldoen.
##### Artikel 17
2017-01-01
Besluit fondsen en spaarregelingen — arts. 3, 16
2009-01-01
Besluit fondsen en spaarregelingen — arts. 3, 11, 16
2007-01-01
Besluit fondsen en spaarregelingen — arts. 3, 3, 11 y 3 más
2002-01-01
Besluit fondsen en spaarregelingen
original version Tekst op deze datum