Wet van 13 juni 1979, houdende regelen met betrekking tot een aantal algemene onderwerpen op het gebied van de milieuhygiëne
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.
Voorschrift 2.1
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 2.2
§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
Voorschrift 2.4
Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voorschrift 2.3
Voorschrift 3.1
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
§ 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 3.1
Voorschrift 4.2
§ 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 1.1
Voorschrift 5.1
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
Voorschrift 4.4
Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voorschrift 2.1
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 1.2
Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
§ 2.5. EU-milieukeur
Hoofdstuk 4. Plannen
§ 4.7. Het gemeentelijke milieuprogramma
§ 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan
Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen
Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen
§ 5.2.1. Algemene bepalingen
§ 5.2.4. Uitoefening van bevoegdheden of toepassing van wettelijke voorschriften
Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage
§ 7.2. Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapport verplicht is
§ 7.6. Besluiten ten aanzien waarvan moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt
§ 7.7. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
§ 7.7. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
§ 7.10. Het besluit
Paragraaf 8.2
Paragraaf 8.3
Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
§ 9.7.2. Jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer
§ 9.8.3. Hernieuwbare brandstofeenheden
Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
Artikel 10.16b
Vervallen
Artikel 10.16c
Vervallen
Artikel 10.44d
Vervallen
Artikel 10.44a
Vervallen
§ 11.3.3.1. Algemeen
§ 11.3.3.4. Verdere bepalingen omtrent vaststelling en wijziging van geluidproductieplafonds
§ 11.3.4.1. Het tot stand komen van de geluidproductieplafonds
Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
Titel 12.4. Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer
§ 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
§ 15.2.2. Belastingplichtigen
§ 15.2.4. Teruggaafregeling
Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
Afdeling 16.2.2A. Levering van brandstoffen aan de gebouwensector, de wegvervoerssector en overige sectoren
Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
Titel 16b.1. Algemeen
Titel 16b.2. Industriële jaarvracht
Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
Titel 16b.1. Algemeen
Afdeling 16b.3.1. Het register dispensatierechten industrie
Afdeling 16.3.2. Vergunning
Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
Hoofdstuk 16a. De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking
Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
Titel 16b.3. De dispensatierechten
Titel 16b.3. De dispensatierechten
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
§ 20.1. Algemeen
§ 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voorschrift 2.1a
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
§ 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
Voorschrift 2.4
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
Voorschrift 4.6
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 1.2
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
Voorschrift 4.7
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voorschrift 1.3
§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2.51
Onze Minister wijst een instantie aan als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de EG-verordening EU-milieukeur.
Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden.
Artikel 2.52
Onze Minister kan subsidie verstrekken aan de instantie voor de taken die voortvloeien uit de EG-verordening EU-milieukeur.
Op deze subsidieverstrekking is afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 2.53
De instantie, bedoeld in artikel 2.51, eerste lid, voert haar taken uit overeenkomstig het door haar vastgestelde reglement.
Artikel 2.54
Het is verboden in strijd te handelen met de volgende bepalingen van EG-verordening EU-milieukeur: de artikelen 9, tweede, zesde, negende en dertiende lid, en 10, eerste lid.
Het is verboden in strijd te handelen met de volgende bepaling van de EU-verordening markttoezicht: artikel 7.
Hoofdstuk 3. Internationale zaken
Hoofdstuk 4. Plannen
§ 4.1. Algemeen
§ 4.5b. Het regionale milieuprogramma
§ 4.7. Het gemeentelijke milieuprogramma
§ 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan
Hoofdstuk 5. Milieukwaliteitseisen
Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen
Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen
Hoofdstuk 6. Milieuzonering
Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage
§ 7.2. Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapport verplicht is
§ 7.9. De uitgebreide voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
§ 7.10. Het besluit
Hoofdstuk 8. Milieubelastende activiteiten, gesloten stortplaatsen en gesloten afvalvoorzieningen
Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
Paragraaf 9.2.3. Verpakking en aanduiding
§ 9.7.2. Jaarverplichting hernieuwbare energie
§ 9.7.3. Hernieuwbare brandstofeenheden
§ 9.7.5. Register hernieuwbare energie
§ 9.8.3a. Inboeken brandstof en energie
Artikel 10.16a
Vervallen
Artikel 10.16b
Vervallen
Artikel 10.16c
Vervallen
§ 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Artikel 10.44b
Vervallen
Artikel 10.44c
Vervallen
Artikel 10.44d
Vervallen
Artikel 10.44e
Vervallen
Hoofdstuk 11. Geluid
Afdeling 11.3.2. Naleving en registratie van geluidproductieplafonds
§ 11.3.2.2. Het geluidregister
§ 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
§ 11.3.3.3. De binnenwaarde
Hoofdstuk 11a. Andere handelingen
Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
§ 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen
Hoofdstuk 14. Coördinatie
§ 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
§ 15.2.2. Belastingplichtigen
§ 15.2.5. Tarief
Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
Titel 15.9A. Rechten
Titel 15.10. Afvalbeheerbijdragen
Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
Titel 16.1. Algemeen
Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
Paragraaf 16.2.2.3a. Compensatievereisten CORSIA eenheden
Afdeling 16.2.2A. Levering van brandstoffen aan de gebouwensector, de wegvervoerssector en overige sectoren
Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
Hoofdstuk 16a. De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking
Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
Titel 16b.3. De dispensatierechten
Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
Titel 16b.1. Algemeen
Titel 16b.3. De dispensatierechten
Titel 16c.1. Overgangsperiode
Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
Hoofdstuk 18. Handhaving
Artikel 18.5b
Het is verboden te handelen in strijd met artikel 3, eerste, tweede en derde lid, van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau.
Artikel 18.5c
Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, 3, 4 en 5 van de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van wereldwijde luchtvaartemissies.
Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
§ 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 1.2
Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 16a.1
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- elektriciteitsemissieverslag: verslag betreffende de emissies in een kalenderjaar als gevolg van elektriciteitsopwekking;
- elektriciteitsmonitoringsplan: plan betreffende de bepaling en registratie van de emissies als gevolg van elektriciteitsopwekking;
- elektriciteitsjaarvracht: het aantal ton kooldioxide-equivalent dat is veroorzaakt als gevolg van het opwekken van elektriciteit in de betreffende broeikasgasinstallatie in het betreffende kalenderjaar, waarbij een gedeelte van een ton rekenkundig wordt afgerond op een hele ton;
- noodstroomaggregaat:t echnische eenheid die uitsluitend wordt gebruikt om elektriciteit op te wekken indien de gebruikelijke primaire elektriciteitsvoorziening uitvalt en niet meer dan 50 uren per jaar in werking is;
- Restgassen: afgas als bedoeld in artikel 2, elfde lid, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten;
- warmtekrachtkoppeling: gelijktijdige opwekking in een proces van thermische energie en elektrische of mechanische energie.
Artikel 16.1, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16a.2
Dit hoofdstuk is van toepassing op broeikasgasinstallaties als bedoeld in de artikelen 16.2, eerste lid, en 16.3, waarin door brandstofverbruik of grondstofgebruik elektriciteit wordt opgewekt, met uitzondering van broeikasgasinstallaties waarin uitsluitend elektriciteit wordt opgewekt door middel van een noodstroomaggregaat.
Artikel 16.2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16a.3
De exploitant van een broeikasgasinstallatie, monitort de emissie van broeikasgas als gevolg van de opwekking van elektriciteit op basis van een elektriciteitsmonitoringsplan, tenzij het tarief, bedoeld in artikel 71f, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag, nihil is.
Het elektriciteitsmonitoringsplan of een wijziging daarvan behoeft goedkeuring van het bestuur van de emissieautoriteit.
De artikelen 16.6, eerste en derde lid, 16.7, 16.9, 16.11, 16.12, 16.18 en 16.19, eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat telkens:
- a. voor «vergunning» wordt gelezen «goedkeuring van een elektriciteitsmonitoringsplan»;
- b. voor «vergunninghouder» wordt gelezen «de exploitant van een broeikasgasinstallatie»;
- c. voor «monitoringsplan» wordt gelezen «elektriciteitsmonitoringsplan»;
- d. voor «emissieverslag» wordt gelezen «elektriciteitsemissieverslag»;
- e. voor «Verordening monitoring en rapportage emissiehandel» wordt gelezen «de regels gesteld bij of krachtens hoofdstuk 16a».
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. het melden van een wijziging of een tijdelijke afwijking van het elektriciteitsmonitoringsplan aan het bestuur van de emissieautoriteit;
- b. het goedkeuren van een wijziging van het elektriciteitsmonitoringsplan.
Artikel 16a.4
Het bestuur van de emissieautoriteit weigert de goedkeuring van een elektriciteitsmonitoringsplan indien het elektriciteitsmonitoringsplan niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn bij of krachtens dit hoofdstuk of het bestuur van de emissieautoriteit van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de aanvrager in staat is het elektriciteitsmonitoringsplan naar behoren uit te voeren.
Artikel 16a.5
De exploitant van een broeikasgasinstallatie wijzigt het elektriciteitsmonitoringsplan zo spoedig mogelijk, indien:
- a. de regels gesteld bij of krachtens hoofdstuk 16a daartoe aanleiding geven;
- b. het bestuur van de emissieautoriteit daarom verzoekt.
De exploitant van een broeikasgasinstallatie legt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit de meest actuele versie van het elektriciteitsmonitoringsplan over.
Artikel 16a.6
De exploitant van een broeikasgasinstallatie dient elk jaar een elektriciteitsemissieverslag in bij de emissieautoriteit gelijktijdig met het emissieverslag, bedoeld in artikel 16.1, derde lid, tenzij het tarief, bedoeld in artikel 71f, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag, nihil is.
Het elektriciteitsemissieverslag bevat de elektriciteitsjaarvracht.
Artikel 16a.7
Het bestuur van de emissieautoriteit kan uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar waarin het elektriciteitsemissieverslag moet worden ingediend, vaststellen dat dit verslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de beslissing voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt voor het in de eerste volzin genoemde tijdstip schriftelijk mededeling gedaan aan degene die het elektriciteitsemissieverslag heeft ingediend. De mededeling omvat de reden voor de verdaging.
Het bestuur van de emissieautoriteit kan na het tijdstip, genoemd in het eerste lid, onderscheidenlijk, indien toepassing is gegeven aan de tweede volzin van dat lid, na het tijdstip dat met toepassing van die volzin is vastgesteld alsnog vaststellen dat het elektriciteitsemissieverslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld, indien:
- a. degene bij het bestuur van de emissieautoriteit een elektriciteitsemissieverslag heeft ingediend, in dat verslag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en verstrekking van juiste of volledige gegevens zou hebben geleid tot de vaststelling van een andere elektriciteitsjaarvracht;
- b. het betrokken elektriciteitsemissieverslag anderszins onjuist was en de betrokken persoon dit wist of behoorde te weten.
De bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, vervalt tien jaren na afloop van het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 16a.8
Bij de opwekking van elektriciteit zonder een warmtekrachtkoppeling, bepaalt en registreert de exploitant van een broeikasgasinstallatie zijn elektriciteitsjaarvracht op basis van het brandstofverbruik en het grondstofverbruik overeenkomstig het goedgekeurde elektriciteitsmonitoringsplan.
Bij de opwekking van elektriciteit met een warmtekrachtkoppeling, bepaalt en registreert de exploitant van een broeikasgasinstallatie zijn elektriciteitsjaarvracht op basis van het brandstofverbruik, de elektriciteitsopwekking en de warmteopwekking overeenkomstig het goedgekeurde elektriciteitsmonitoringsplan.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels gesteld worden met betrekking tot:
- a. de bepaling en registratie van de elektriciteitsjaarvracht, bedoeld in het eerste en tweede lid;
- b. de bepaling en registratie van de elektriciteitsjaarvracht bij de opwekking van elektriciteit door middel van restgassen.
Het bestuur van de emissieautoriteit kan de elektriciteitsjaarvracht van een inrichting op basis van een conservatieve schatting ambtshalve vaststellen indien:
- a. het elektriciteitsemissieverslag niet of niet tijdig bij de emissieautoriteit is ingediend;
- b. het bestuur van de emissieautoriteit ingevolge artikel 16a.7, eerste of tweede lid, heeft verklaard dat het elektriciteitsemissieverslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld.
Artikel 16a.9
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot broeikasgasinstallaties als bedoeld in artikel 16a.2, eerste lid, regels worden gesteld die nodig zijn in het belang van de goede werking van het monitoren van emissie als gevolg van elektriciteitsopwekking. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de verificatie van het elektriciteitsemissieverslag.
Titel 16b.1. Algemeen
Afdeling 16.3.2. Vergunning
Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
Titel 16b.3. De dispensatierechten
Afdeling 16b.3.3. Overdracht van dispensatierechten
Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
§ 20.1. Algemeen
§ 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voorschrift 2.1
25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.
Voorschrift 3.1
Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voorschrift 2.3
Voorschrift 4.2
In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 9.3.4
Het is verboden te handelen in strijd met de volgende bepaling van de EU-verordening markttoezicht: artikel 7.
Artikel 9.4.9
Het is een marktdeelnemer die betrokken is of betrokken is geweest bij het op de markt aanbieden of in de handel brengen van een energiegerelateerd product dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie of tot een categorie aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste, derde en vierde lid, en 7, eerste lid, van de EU-verordening markttoezicht.
Het is een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij die betrokken is of is geweest bij het op de markt aanbieden of in de handel brengen van een energiegerelateerd product dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie of tot een categorie aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, verboden in strijd te handelen met artikel 7, tweede lid, van de EU-verordening markttoezicht.
Het is een gemachtigde als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van de EU-verordening markttoezicht, die betrokken is of betrokken is geweest bij het op de markt aanbieden of in de handel brengen van een energiegerelateerd product dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie of tot een categorie aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, verboden te handelen in strijd met artikel 5, tweede lid, tweede volzin, van de EU-verordening markttoezicht.
§ 9.7.3. Hernieuwbare brandstofeenheden
Artikel 10.16a
Vervallen
Artikel 10.16b
Vervallen
§ 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Artikel 10.44c
Vervallen
Artikel 10.44d
Vervallen
Hoofdstuk 11. Geluid
§ 11.3.2.2. Het geluidregister
§ 11.3.3.3. De binnenwaarde
Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
Hoofdstuk 14. Coördinatie
§ 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
§ 15.2.2. Belastingplichtigen
§ 15.2.1. Grondslag en maatstaf
Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau
Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw
Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
Paragraaf 16.2.2.3a. Compensatievereisten CORSIA eenheden
Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
Afdeling 16.3.1. Algemeen
Hoofdstuk 16a. De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking
Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
Titel 16b.2. Industriële jaarvracht
Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
Titel 16b.3. De dispensatierechten
Afdeling 16b.3.2. Het ontstaan van dispensatierechten
Afdeling 16b.2.2. Industrieel monitoringsplan
Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
Titel 16b.2. Industriële jaarvracht
Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen
Hoofdstuk 18. Handhaving
Artikel 18.20
De artikelen 18.20 tot en met 18.22 hebben, in verband met de uitvoering van de EU-verordening markttoezicht, betrekking op de handhaving van het bepaalde bij of krachtens:
- a. de titels 9.3, 9.3a en 9.4,
- b. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen,
- c. de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels,
- d. de EG-verordening EU-milieukeur of
- e. de titels 2.5, 9.2 en 9.5, voor zover daarbij uitvoering wordt gegeven aan een internationale verplichting.
In verband met de uitvoering van het eerste lid, zijn bevoegd om, onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot hun identiteit en hoedanigheid, stoffen, mengsels of producten te verkrijgen ten behoeve van het controleren van de kenmerken van deze stoffen, mengsels of producten en de verificatie van de betreffende documenten en de hieraan gerelateerde handelingen te verrichten voor zover dat voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is:
- i. krachtens artikel 18.6 van de Omgevingswet juncto artikel 18.1a, eerste lid, aangewezen toezichthouders,
- ii. Onze Minister voor zover de op grond van artikel 18.2b, eerste lid, bedoelde zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving bij hem berust, en
- iii. Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat, Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, voor zover deze de zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving ingevolge artikel 18.2b, tweede lid, tot taak heeft. Artikel 5.12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
Degene die gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, maakt daarvan een schriftelijk verslag op, waarin vermeld wordt:
- a. zijn naam of nummer en hoedanigheid;
- b. de motivering van de noodzaak tot uitoefening van de bevoegdheid;
- c. de voorschriften op de naleving waarvan wordt toegezien;
- d. het adres, waaronder indien van toepassing, het elektronische adres waar de stof, het mengsel of het product, is verkregen en, voor zover bekend, de omschrijving van de betrokken marktdeelnemer, bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van de EU-verordening markttoezicht;
- e. de onjuiste of onvolledige gegevens die zijn verstrekt bij de verkrijging van de stof, het mengsel of het product;
- f. de wijze waarop en het tijdvak waarin de handelingen hebben plaatsgevonden;
- g. wat de uitkomst is van het onderzoek van de verkregen stof, het verkregen mengsel of het verkregen product.
Artikel 18.21
In verband met de uitvoering van artikel 18.20, eerste lid, kan Onze ingevolge artikel 18.20, tweede lid, onderdelen ii en iii, bevoegde Minister, indien er geen andere doeltreffende middelen voorhanden zijn om een ernstig risico als bedoeld in artikel 3, onderdeel 20, van de EU-verordening markttoezicht, gevormd door een stof, mengsel of product, weg te nemen, een zelfstandige last opleggen aan degene die daartoe in staat is, om inhoud te verwijderen van of de toegang te beperken tot een online interface als bedoeld in artikel 3, onderdeel 15, van de EU-verordening markttoezicht of opdracht te geven tot de duidelijke weergave van een waarschuwing voor eindgebruikers, bedoeld in artikel 3, onderdeel 21, van de EU-verordening markttoezicht, wanneer zij zich toegang verschaffen tot een online interface.
Indien niet binnen de daarvoor gestelde termijn aan een last als bedoeld in het eerste lid is voldaan, kan Onze Minister een zelfstandige last opleggen aan een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij, als bedoeld in artikel 3, onderdeel 14, van de EU-verordening markttoezicht om alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de toegang tot een online interface te beperken, onder meer door een daarvoor in aanmerking komende derde te verzoeken dergelijke maatregelen uit te voeren.
Degene tot wie een zelfstandige last als bedoeld in het eerste of het tweede lid is gericht, handelt overeenkomstig die last.
Op grond van het eerste of tweede lid kan geen zelfstandige last worden opgelegd die leidt tot het blokkeren of filteren van internetverkeer.
Voor een zelfstandige last als bedoeld in het eerste of tweede lid is voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het vijfde lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister, binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht.
Onze Minister maakt de machtiging van de rechter-commissaris gelijktijdig met de zelfstandige last, bedoeld in het eerste of tweede lid, bekend.
Artikel 18.22
Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing voor zover de krachtens artikel 18.6 van de Omgevingswet juncto artikel 18.1a, eerste lid, aangewezen toezichthouders, bijstand verlenen aan een markttoezichtautoriteit als bedoeld in artikel 3, onderdeel 4, van de EU-verordening markttoezicht, uit een andere lidstaat van de Europese Unie op grond van artikel 22 of artikel 23 van die verordening.
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
§ 20.1. Algemeen
§ 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voorschrift 2.1a
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
§ 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
Voorschrift 2.4
Voorschrift 4.3
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
Voorschrift 3.1
Voorschrift 4.4
De gevallen, bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, zijn:
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 9.5.8
Er is een pyro-passregister, waarin controledocumenten zijn opgenomen waarmee het bewijs wordt geleverd dat een persoon gemachtigd is bepaalde pyrotechnische artikelen te hanteren of te gebruiken in het bijzonder in een grensoverschrijdende context. In het pyro-passregister kunnen hiertoe persoonsgegevens worden verwerkt.
Onze Minister draagt zorgt voor de inrichting, instandhouding, werking, toegankelijkheid en beveiliging van het pyro-passregister en voor het beheer van de daarin opgenomen gegevens en bescheiden en treft de nodige voorzieningen voor de elektronische uitwisseling van gegevens en bescheiden. Onze Minister wordt aangemerkt als verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens in het pyro-passregister.
De gegevens en bescheiden die in het pyro-passregister zijn opgenomen, zijn langs elektronische weg toegankelijk voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen, bedrijven en personen, met dien verstande dat de aangewezen bedrijven en personen slechts toegang hebben voor zover dat noodzakelijk is om te verifiëren of het controledocument in het pyro-passregister geldig is.
Bij algemene maatregel van bestuur worden de gegevens en bescheiden aangewezen die in het pyro-passregister worden opgenomen en worden regels gesteld met betrekking tot de toegankelijkheid van het systeem en de periode gedurende welke de gegevens en bescheiden worden bewaard. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van het systeem en het beheer van de gegevens en bescheiden die daarin zijn opgenomen. Bij ministeriële regeling kunnen met het oog op een goede uitvoering nadere regels worden gesteld.
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat voor de aanvraag om opgenomen te worden in het pyro-passregister een vergoeding verschuldigd is. In dat geval worden bij die regeling tevens nadere regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de vergoeding en de wijze waarop deze moet worden betaald.
Alvorens pyrotechnische artikelen te verstrekken die uitsluitend op de markt mogen worden aangeboden aan personen met gespecialiseerde kennis, stellen marktdeelnemers voor personen die in België, Nederland of Luxemburg als persoon met gespecialiseerde kennis zijn aangewezen aan de hand van de pyro-pass, raadpleging van het pyro-passregister en een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht vast of deze gemachtigd zijn betreffende pyrotechnische artikelen te hanteren of te gebruiken. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld.
§ 9.7.1. Algemeen
Artikel 10.44e
Vervallen
Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
§ 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
§ 15.2.3. Vrijstelling
§ 15.2.1. Grondslag en maatstaf
§ 15.2.5. Tarief
§ 15.2.6. Heffing en invordering
Titel 15.9A. Rechten
Titel 15.10. Afvalbeheerbijdragen
Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties
Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning
Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten
Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten
Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten
Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging
Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.1. Algemeen
Afdeling 16.3.2. Vergunning
Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden
Hoofdstuk 16a. De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking
Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie
Titel 16b.2. Industriële jaarvracht
Afdeling 16b.2.2. Industrieel monitoringsplan
Titel 16b.3. De dispensatierechten
Afdeling 16b.3.1. Het register dispensatierechten industrie
Afdeling 16b.3.2. Het ontstaan van dispensatierechten
Afdeling 16b.3.3. Overdracht van dispensatierechten
Titel 16b.3. De dispensatierechten
Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving
Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
Hoofdstuk 18. Handhaving
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming
§ 20.1. Algemeen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)