Wet van 13 juni 1979, houdende regelen met betrekking tot een aantal algemene onderwerpen op het gebied van de milieuhygiëne

Type Wet
Publication 2026-08-01
Laatst bijgewerkt 2026-08-13
State In force
Source BWB
artikelen 1977
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:

§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

Voorschrift 1.1

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

in 2008, 25 microgram per m3, verhoogd met 20%, welk percentage op de daaropvolgende eerste januari en vervolgens iedere 12 maanden met gelijke jaarlijkse percentages wordt verminderd tot 0% op 1 januari 2015.

Voorschrift 2.1

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 2.2

§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide

Voorschrift 2.1

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:

Voorschrift 2.4

Voorschrift 2.2

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

Voorschrift 2.3

Voorschrift 3.1

Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.

§ 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)

Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 3.1

Voorschrift 4.2

§ 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)

Voorschrift 4.1

Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 4.2

In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 1.1

Voorschrift 5.1

25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.

Voorschrift 4.4

Voorschrift 1.3

Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide

Voorschrift 2.1

Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.

§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

Voorschrift 1.1

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 1.2

Voorschrift 1.3

Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

§ 2.5. EU-milieukeur

Hoofdstuk 4. Plannen

§ 4.7. Het gemeentelijke milieuprogramma

§ 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan

Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen

Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen

§ 5.2.1. Algemene bepalingen

§ 5.2.4. Uitoefening van bevoegdheden of toepassing van wettelijke voorschriften

Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage

§ 7.2. Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapport verplicht is

§ 7.6. Besluiten ten aanzien waarvan moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt

§ 7.7. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit

§ 7.7. Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit

§ 7.10. Het besluit

Paragraaf 8.2

Paragraaf 8.3

Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten

§ 9.7.2. Jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer

§ 9.8.3. Hernieuwbare brandstofeenheden

Hoofdstuk 10. Afvalstoffen

Artikel 10.16b

Vervallen

Artikel 10.16c

Vervallen

Artikel 10.44d

Vervallen

Artikel 10.44a

Vervallen

§ 11.3.3.1. Algemeen

§ 11.3.3.4. Verdere bepalingen omtrent vaststelling en wijziging van geluidproductieplafonds

§ 11.3.4.1. Het tot stand komen van de geluidproductieplafonds

Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren

Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen

Titel 12.1. Registers beschermde gebieden

Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen

Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol

Titel 12.4. Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer

§ 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport

Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen

§ 15.2.2. Belastingplichtigen

§ 15.2.4. Teruggaafregeling

Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging

Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies

Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw

Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten

Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties

Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen

Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten

Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten

Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten

Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar

Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten

Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen

Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging

Paragraaf 16.2.1.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar

Paragraaf 16.2.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar

Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden

Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten

Afdeling 16.2.2A. Levering van brandstoffen aan de gebouwensector, de wegvervoerssector en overige sectoren

Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten

Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten

Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen

Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie

Titel 16b.1. Algemeen

Titel 16b.2. Industriële jaarvracht

Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden

Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten

Titel 16b.1. Algemeen

Afdeling 16b.3.1. Het register dispensatierechten industrie

Afdeling 16.3.2. Vergunning

Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten

Hoofdstuk 16a. De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking

Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval

Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen

Titel 16b.3. De dispensatierechten

Titel 16b.3. De dispensatierechten

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming

§ 20.1. Algemeen

§ 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer

Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming

Hoofdstuk 22. Slotbepalingen

Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Drinkwaterwet

Luchtvaartwet

Wet luchtvaart

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Kernenergiewet

Ontgrondingenwet

Wet geluidhinder

Wet inzake de luchtverontreiniging

Interimwet bodemsanering

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Wet inrichting landelijk gebied

Wet bodembescherming

Meststoffenwet

Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)

Tracéwet

Wegenverkeerswet 1994

Waterwet

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Wet natuurbescherming

Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.

Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide

Voorschrift 1.2

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

Voorschrift 2.1a

Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

§ 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:

Voorschrift 2.4

Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.

Voorschrift 4.6

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 1.2

Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.

Voorschrift 4.7

Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.

§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 1.2

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:

Voorschrift 1.3

§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide

Voor benzeen gelden de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2.51
1.

Onze Minister wijst een instantie aan als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de EG-verordening EU-milieukeur.

2.

Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden.

Artikel 2.52
1.

Onze Minister kan subsidie verstrekken aan de instantie voor de taken die voortvloeien uit de EG-verordening EU-milieukeur.

2.

Op deze subsidieverstrekking is afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Artikel 2.53

De instantie, bedoeld in artikel 2.51, eerste lid, voert haar taken uit overeenkomstig het door haar vastgestelde reglement.

Artikel 2.54
1.

Het is verboden in strijd te handelen met de volgende bepalingen van EG-verordening EU-milieukeur: de artikelen 9, tweede, zesde, negende en dertiende lid, en 10, eerste lid.

2.

Het is verboden in strijd te handelen met de volgende bepaling van de EU-verordening markttoezicht: artikel 7.

Hoofdstuk 3. Internationale zaken

Hoofdstuk 4. Plannen

§ 4.1. Algemeen

§ 4.5b. Het regionale milieuprogramma

§ 4.7. Het gemeentelijke milieuprogramma

§ 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan

Hoofdstuk 5. Milieukwaliteitseisen

Titel 5.1. Algemene bepalingen ten aanzien van milieukwaliteitseisen

Titel 5.2. Luchtkwaliteitseisen

Hoofdstuk 6. Milieuzonering

Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage

§ 7.2. Plannen en besluiten ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapport verplicht is

§ 7.9. De uitgebreide voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit

§ 7.10. Het besluit

Hoofdstuk 8. Milieubelastende activiteiten, gesloten stortplaatsen en gesloten afvalvoorzieningen

Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten

Paragraaf 9.2.3. Verpakking en aanduiding

§ 9.7.2. Jaarverplichting hernieuwbare energie

§ 9.7.3. Hernieuwbare brandstofeenheden

§ 9.7.5. Register hernieuwbare energie

§ 9.8.3a. Inboeken brandstof en energie

Artikel 10.16a

Vervallen

Artikel 10.16b

Vervallen

Artikel 10.16c

Vervallen

§ 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen

Artikel 10.44b

Vervallen

Artikel 10.44c

Vervallen

Artikel 10.44d

Vervallen

Artikel 10.44e

Vervallen

Hoofdstuk 11. Geluid

Afdeling 11.3.2. Naleving en registratie van geluidproductieplafonds

§ 11.3.2.2. Het geluidregister

§ 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds

§ 11.3.3.3. De binnenwaarde

Hoofdstuk 11a. Andere handelingen

Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren

Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen

§ 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen

Hoofdstuk 14. Coördinatie

§ 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport

§ 15.2.2. Belastingplichtigen

§ 15.2.5. Tarief

Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen

Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies

Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau

Titel 15.9A. Rechten

Titel 15.10. Afvalbeheerbijdragen

Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen

Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen

Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw

Titel 16.1. Algemeen

Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen

Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties

Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten

Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten

Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen

Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen

Paragraaf 16.2.2.3a. Compensatievereisten CORSIA eenheden

Afdeling 16.2.2A. Levering van brandstoffen aan de gebouwensector, de wegvervoerssector en overige sectoren

Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten

Afdeling 16.3.5. De overgang van NOx-emissierechten

Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen

Hoofdstuk 16a. De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking

Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten

Titel 16b.3. De dispensatierechten

Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen

Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen

Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden

Titel 16b.1. Algemeen

Titel 16b.3. De dispensatierechten

Titel 16c.1. Overgangsperiode

Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen

Hoofdstuk 18. Handhaving

Artikel 18.5b

Het is verboden te handelen in strijd met artikel 3, eerste, tweede en derde lid, van de Verordening aanpassingen kosteloze toewijzing door verandering activiteitsniveau.

Artikel 18.5c

Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, 3, 4 en 5 van de Verordening monitoring, rapportage en verificatie van wereldwijde luchtvaartemissies.

Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming

§ 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer

Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen

Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen

Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Drinkwaterwet

Luchtvaartwet

Wet luchtvaart

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Kernenergiewet

Ontgrondingenwet

Wet geluidhinder

Wet inzake de luchtverontreiniging

Interimwet bodemsanering

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Wet inrichting landelijk gebied

Wet bodembescherming

Meststoffenwet

Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)

Tracéwet

Wegenverkeerswet 1994

Waterwet

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Wet natuurbescherming

Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer

Voorschrift 1.3

Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.

In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.

§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:

§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

Voorschrift 1.1

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 1.2

Voorschrift 2.3

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 16a.1
1.

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

2.

Artikel 16.1, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16a.2
1.

Dit hoofdstuk is van toepassing op broeikasgasinstallaties als bedoeld in de artikelen 16.2, eerste lid, en 16.3, waarin door brandstofverbruik of grondstofgebruik elektriciteit wordt opgewekt, met uitzondering van broeikasgasinstallaties waarin uitsluitend elektriciteit wordt opgewekt door middel van een noodstroomaggregaat.

2.

Artikel 16.2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16a.3
1.

De exploitant van een broeikasgasinstallatie, monitort de emissie van broeikasgas als gevolg van de opwekking van elektriciteit op basis van een elektriciteitsmonitoringsplan, tenzij het tarief, bedoeld in artikel 71f, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag, nihil is.

2.

Het elektriciteitsmonitoringsplan of een wijziging daarvan behoeft goedkeuring van het bestuur van de emissieautoriteit.

3.

De artikelen 16.6, eerste en derde lid, 16.7, 16.9, 16.11, 16.12, 16.18 en 16.19, eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat telkens:

4.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:

Artikel 16a.4

Het bestuur van de emissieautoriteit weigert de goedkeuring van een elektriciteitsmonitoringsplan indien het elektriciteitsmonitoringsplan niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn bij of krachtens dit hoofdstuk of het bestuur van de emissieautoriteit van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de aanvrager in staat is het elektriciteitsmonitoringsplan naar behoren uit te voeren.

Artikel 16a.5
1.

De exploitant van een broeikasgasinstallatie wijzigt het elektriciteitsmonitoringsplan zo spoedig mogelijk, indien:

2.

De exploitant van een broeikasgasinstallatie legt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit de meest actuele versie van het elektriciteitsmonitoringsplan over.

Artikel 16a.6
1.

De exploitant van een broeikasgasinstallatie dient elk jaar een elektriciteitsemissieverslag in bij de emissieautoriteit gelijktijdig met het emissieverslag, bedoeld in artikel 16.1, derde lid, tenzij het tarief, bedoeld in artikel 71f, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag, nihil is.

2.

Het elektriciteitsemissieverslag bevat de elektriciteitsjaarvracht.

Artikel 16a.7
1.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar waarin het elektriciteitsemissieverslag moet worden ingediend, vaststellen dat dit verslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de beslissing voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt voor het in de eerste volzin genoemde tijdstip schriftelijk mededeling gedaan aan degene die het elektriciteitsemissieverslag heeft ingediend. De mededeling omvat de reden voor de verdaging.

2.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan na het tijdstip, genoemd in het eerste lid, onderscheidenlijk, indien toepassing is gegeven aan de tweede volzin van dat lid, na het tijdstip dat met toepassing van die volzin is vastgesteld alsnog vaststellen dat het elektriciteitsemissieverslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld, indien:

3.

De bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, vervalt tien jaren na afloop van het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 16a.8
1.

Bij de opwekking van elektriciteit zonder een warmtekrachtkoppeling, bepaalt en registreert de exploitant van een broeikasgasinstallatie zijn elektriciteitsjaarvracht op basis van het brandstofverbruik en het grondstofverbruik overeenkomstig het goedgekeurde elektriciteitsmonitoringsplan.

2.

Bij de opwekking van elektriciteit met een warmtekrachtkoppeling, bepaalt en registreert de exploitant van een broeikasgasinstallatie zijn elektriciteitsjaarvracht op basis van het brandstofverbruik, de elektriciteitsopwekking en de warmteopwekking overeenkomstig het goedgekeurde elektriciteitsmonitoringsplan.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels gesteld worden met betrekking tot:

4.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan de elektriciteitsjaarvracht van een inrichting op basis van een conservatieve schatting ambtshalve vaststellen indien:

Artikel 16a.9
1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot broeikasgasinstallaties als bedoeld in artikel 16a.2, eerste lid, regels worden gesteld die nodig zijn in het belang van de goede werking van het monitoren van emissie als gevolg van elektriciteitsopwekking. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de verificatie van het elektriciteitsemissieverslag.

Titel 16b.1. Algemeen

Afdeling 16.3.2. Vergunning

Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten

Titel 16b.3. De dispensatierechten

Afdeling 16b.3.3. Overdracht van dispensatierechten

Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden

Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval

Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen

Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen

Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming

§ 20.1. Algemeen

§ 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer

Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen

Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Drinkwaterwet

Luchtvaartwet

Wet luchtvaart

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Kernenergiewet

Ontgrondingenwet

Wet geluidhinder

Wet inzake de luchtverontreiniging

Interimwet bodemsanering

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Wet inrichting landelijk gebied

Wet bodembescherming

Meststoffenwet

Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)

Tracéwet

Wegenverkeerswet 1994

Waterwet

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Wet natuurbescherming

Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer

Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:

Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide

Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.

Voorschrift 2.2

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

Voorschrift 1.3

Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide

Voorschrift 2.1

25 microgram per m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie.

Voorschrift 3.1

Voorschrift 2.2

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

Voorschrift 2.3

Voorschrift 4.2

In afwijking van voorschrift 4.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor vrijstelling krachtens artikel 22, tweede lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 11 juni 2011, voor zwevende deeltjes (PM10) de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 9.3.4

Het is verboden te handelen in strijd met de volgende bepaling van de EU-verordening markttoezicht: artikel 7.

Artikel 9.4.9
1.

Het is een marktdeelnemer die betrokken is of betrokken is geweest bij het op de markt aanbieden of in de handel brengen van een energiegerelateerd product dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie of tot een categorie aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste, derde en vierde lid, en 7, eerste lid, van de EU-verordening markttoezicht.

2.

Het is een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij die betrokken is of is geweest bij het op de markt aanbieden of in de handel brengen van een energiegerelateerd product dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie of tot een categorie aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, verboden in strijd te handelen met artikel 7, tweede lid, van de EU-verordening markttoezicht.

3.

Het is een gemachtigde als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van de EU-verordening markttoezicht, die betrokken is of betrokken is geweest bij het op de markt aanbieden of in de handel brengen van een energiegerelateerd product dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie of tot een categorie aangewezen in een uitvoeringsmaatregel die in de vorm van een verordening is gesteld, verboden te handelen in strijd met artikel 5, tweede lid, tweede volzin, van de EU-verordening markttoezicht.

§ 9.7.3. Hernieuwbare brandstofeenheden

Artikel 10.16a

Vervallen

Artikel 10.16b

Vervallen

§ 10.6.1. De afgifte en ontvangst van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen

Artikel 10.44c

Vervallen

Artikel 10.44d

Vervallen

Hoofdstuk 11. Geluid

§ 11.3.2.2. Het geluidregister

§ 11.3.3.3. De binnenwaarde

Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren

Hoofdstuk 14. Coördinatie

§ 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport

§ 15.2.2. Belastingplichtigen

§ 15.2.1. Grondslag en maatstaf

Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies

Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen

Titel 15.9. Heffingen op gemeentelijk en provinciaal niveau

Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen

Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw

Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten

Titel 15.13. Kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw

Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties

Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning

Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten

Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten

Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen

Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten

Paragraaf 16.2.2.3a. Compensatievereisten CORSIA eenheden

Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten

Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten

Afdeling 16.3.1. Algemeen

Hoofdstuk 16a. De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking

Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie

Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Titel 16b.2. Industriële jaarvracht

Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten

Titel 16b.3. De dispensatierechten

Afdeling 16b.3.2. Het ontstaan van dispensatierechten

Afdeling 16b.2.2. Industrieel monitoringsplan

Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden

Titel 16b.2. Industriële jaarvracht

Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen

Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan

Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen

Hoofdstuk 18. Handhaving

Artikel 18.20
1.

De artikelen 18.20 tot en met 18.22 hebben, in verband met de uitvoering van de EU-verordening markttoezicht, betrekking op de handhaving van het bepaalde bij of krachtens:

2.

In verband met de uitvoering van het eerste lid, zijn bevoegd om, onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot hun identiteit en hoedanigheid, stoffen, mengsels of producten te verkrijgen ten behoeve van het controleren van de kenmerken van deze stoffen, mengsels of producten en de verificatie van de betreffende documenten en de hieraan gerelateerde handelingen te verrichten voor zover dat voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is:

3.

Degene die gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, maakt daarvan een schriftelijk verslag op, waarin vermeld wordt:

Artikel 18.21
1.

In verband met de uitvoering van artikel 18.20, eerste lid, kan Onze ingevolge artikel 18.20, tweede lid, onderdelen ii en iii, bevoegde Minister, indien er geen andere doeltreffende middelen voorhanden zijn om een ernstig risico als bedoeld in artikel 3, onderdeel 20, van de EU-verordening markttoezicht, gevormd door een stof, mengsel of product, weg te nemen, een zelfstandige last opleggen aan degene die daartoe in staat is, om inhoud te verwijderen van of de toegang te beperken tot een online interface als bedoeld in artikel 3, onderdeel 15, van de EU-verordening markttoezicht of opdracht te geven tot de duidelijke weergave van een waarschuwing voor eindgebruikers, bedoeld in artikel 3, onderdeel 21, van de EU-verordening markttoezicht, wanneer zij zich toegang verschaffen tot een online interface.

2.

Indien niet binnen de daarvoor gestelde termijn aan een last als bedoeld in het eerste lid is voldaan, kan Onze Minister een zelfstandige last opleggen aan een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij, als bedoeld in artikel 3, onderdeel 14, van de EU-verordening markttoezicht om alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de toegang tot een online interface te beperken, onder meer door een daarvoor in aanmerking komende derde te verzoeken dergelijke maatregelen uit te voeren.

3.

Degene tot wie een zelfstandige last als bedoeld in het eerste of het tweede lid is gericht, handelt overeenkomstig die last.

4.

Op grond van het eerste of tweede lid kan geen zelfstandige last worden opgelegd die leidt tot het blokkeren of filteren van internetverkeer.

5.

Voor een zelfstandige last als bedoeld in het eerste of tweede lid is voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.

6.

Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het vijfde lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister, binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht.

7.

Onze Minister maakt de machtiging van de rechter-commissaris gelijktijdig met de zelfstandige last, bedoeld in het eerste of tweede lid, bekend.

Artikel 18.22

Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing voor zover de krachtens artikel 18.6 van de Omgevingswet juncto artikel 18.1a, eerste lid, aangewezen toezichthouders, bijstand verlenen aan een markttoezichtautoriteit als bedoeld in artikel 3, onderdeel 4, van de EU-verordening markttoezicht, uit een andere lidstaat van de Europese Unie op grond van artikel 22 of artikel 23 van die verordening.

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming

§ 20.1. Algemeen

§ 20.2. Advisering inzake beroepen milieubeheer

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Drinkwaterwet

Luchtvaartwet

Wet luchtvaart

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Kernenergiewet

Ontgrondingenwet

Wet geluidhinder

Wet inzake de luchtverontreiniging

Interimwet bodemsanering

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Wet inrichting landelijk gebied

Wet bodembescherming

Meststoffenwet

Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)

Tracéwet

Wegenverkeerswet 1994

Waterwet

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Wet natuurbescherming

Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Drinkwaterwet

Luchtvaartwet

Wet luchtvaart

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Kernenergiewet

Ontgrondingenwet

Wet geluidhinder

Wet inzake de luchtverontreiniging

Interimwet bodemsanering

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Wet inrichting landelijk gebied

Wet bodembescherming

Meststoffenwet

Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)

Tracéwet

Wegenverkeerswet 1994

Waterwet

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Wet natuurbescherming

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:

Voorschrift 2.4

Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

Voorschrift 2.1a

Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.

§ 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:

Voorschrift 2.4

Voorschrift 4.3

Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:

Voorschrift 3.1

Voorschrift 4.4

De gevallen, bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, zijn:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 9.5.8
1.

Er is een pyro-passregister, waarin controledocumenten zijn opgenomen waarmee het bewijs wordt geleverd dat een persoon gemachtigd is bepaalde pyrotechnische artikelen te hanteren of te gebruiken in het bijzonder in een grensoverschrijdende context. In het pyro-passregister kunnen hiertoe persoonsgegevens worden verwerkt.

2.

Onze Minister draagt zorgt voor de inrichting, instandhouding, werking, toegankelijkheid en beveiliging van het pyro-passregister en voor het beheer van de daarin opgenomen gegevens en bescheiden en treft de nodige voorzieningen voor de elektronische uitwisseling van gegevens en bescheiden. Onze Minister wordt aangemerkt als verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens in het pyro-passregister.

3.

De gegevens en bescheiden die in het pyro-passregister zijn opgenomen, zijn langs elektronische weg toegankelijk voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen, bedrijven en personen, met dien verstande dat de aangewezen bedrijven en personen slechts toegang hebben voor zover dat noodzakelijk is om te verifiëren of het controledocument in het pyro-passregister geldig is.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur worden de gegevens en bescheiden aangewezen die in het pyro-passregister worden opgenomen en worden regels gesteld met betrekking tot de toegankelijkheid van het systeem en de periode gedurende welke de gegevens en bescheiden worden bewaard. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van het systeem en het beheer van de gegevens en bescheiden die daarin zijn opgenomen. Bij ministeriële regeling kunnen met het oog op een goede uitvoering nadere regels worden gesteld.

5.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat voor de aanvraag om opgenomen te worden in het pyro-passregister een vergoeding verschuldigd is. In dat geval worden bij die regeling tevens nadere regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de vergoeding en de wijze waarop deze moet worden betaald.

6.

Alvorens pyrotechnische artikelen te verstrekken die uitsluitend op de markt mogen worden aangeboden aan personen met gespecialiseerde kennis, stellen marktdeelnemers voor personen die in België, Nederland of Luxemburg als persoon met gespecialiseerde kennis zijn aangewezen aan de hand van de pyro-pass, raadpleging van het pyro-passregister en een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht vast of deze gemachtigd zijn betreffende pyrotechnische artikelen te hanteren of te gebruiken. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld.

§ 9.7.1. Algemeen

Artikel 10.44e

Vervallen

Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren

Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen

Titel 12.1. Registers beschermde gebieden

§ 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport

§ 15.2.3. Vrijstelling

§ 15.2.1. Grondslag en maatstaf

§ 15.2.5. Tarief

§ 15.2.6. Heffing en invordering

Titel 15.9A. Rechten

Titel 15.10. Afvalbeheerbijdragen

Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten

Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten

Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen

Afdeling 16.2.1. Broeikasgasinstallaties

Paragraaf 16.2.1.2. Vergunning

Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten

Subparagraaf 16.2.1.3.1. Het veilen en kosteloos toewijzen van broeikasgasemissierechten

Subparagraaf 16.2.1.3.2. Wijziging van toewijzingsbesluiten

Subparagraaf 16.2.1.3.3. Het verlenen van broeikasgasemissierechten

Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging

Paragraaf 16.2.2.2. Monitoring en verslaglegging

Paragraaf 16.2.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten

Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden

Afdeling 16.2.4. Registratie van broeikasgasemissierechten en andere eenheden

Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Afdeling 16.3.1. Algemeen

Afdeling 16.3.2. Vergunning

Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten en andere eenheden

Hoofdstuk 16a. De emissie van broeikasgas bij elektriciteitsopwekking

Hoofdstuk 16b. Emissie van broeikasgas door de industrie

Titel 16b.2. Industriële jaarvracht

Afdeling 16b.2.2. Industrieel monitoringsplan

Titel 16b.3. De dispensatierechten

Afdeling 16b.3.1. Het register dispensatierechten industrie

Afdeling 16b.3.2. Het ontstaan van dispensatierechten

Afdeling 16b.3.3. Overdracht van dispensatierechten

Titel 16b.3. De dispensatierechten

Titel 17.1B. Maatregelen in geval van niet-naleving

Titel 17.2. Maatregelen bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan

Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval

Hoofdstuk 18. Handhaving

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Hoofdstuk 20. Inwerkingtreding en rechtsbescherming

§ 20.1. Algemeen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)