Wet van 13 juni 1979, houdende regelen met betrekking tot een aantal algemene onderwerpen op het gebied van de milieuhygiëne
- 2°. een natuurverschijnsel dat uitzonderlijk, onontkoombaar en onafwendbaar is;
- 3°. een gebeurtenis waarvoor de aansprakelijkheid of schadevergoeding binnen de werkingssfeer valt van een van de in bijlage IV bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid genoemde verdragen, waaraan Nederland gebonden is;
- 4°. nucleaire risico’s of een activiteit waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing is;
- 5°. een activiteit of gebeurtenis waarvoor de aansprakelijkheid of schadevergoeding binnen de werkingssfeer valt van een van de in bijlage V bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid genoemde verdragen;
- 6°. een activiteit die hoofdzakelijk de landsverdediging of de internationale veiligheid dient, of
- 7°. een activiteit die uitsluitend tot doel heeft bescherming te bieden tegen natuurrampen;
- b. milieuschade aan beschermde soorten of natuurlijke habitats bestaande uit de vooraf vastgestelde negatieve effecten van activiteiten waarvoor door het bevoegd gezag vergunning is verleend:
- 1°. in overeenstemming met bepalingen ter uitvoering van artikel 6, derde en vierde lid, of artikel 16 van richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, artikel 9 van richtlijn nr. 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand, of,
- 2°. in het geval van niet onder het Gemeenschapsrecht vallende soorten, in overeenstemming met het bepaalde krachtens artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet;
- c. milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan veroorzaakt door een emissie of gebeurtenis:
- 1°. die voor 30 april 2007 heeft plaatsgevonden,
- 2°. die na 30 april 2007 heeft plaatsgevonden, indien de schade het gevolg is van een specifieke activiteit die heeft plaatsgevonden en is beëindigd voor die datum, of
- 3°. die meer dan 30 jaar geleden heeft plaatsgevonden.
Artikel 17.9
Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan waarbij op grond van artikel 18.2 van de Omgevingswet de bestuursrechtelijke handhavingstaak berust voor de activiteit waardoor de milieuschade of onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt.
In afwijking van het eerste lid is het bevoegd gezag, indien de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan geheel of in hoofdzaak betrekking heeft op wateren, het bestuursorgaan waarbij de betrokken wateren in beheer zijn.
Indien de activiteit waardoor de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, wordt verricht buiten een inrichting is het bevoegd gezag voor zover de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan betrekking heeft op:
- a. de bodem: het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 18.2 van de Omgevingswet;
- b. beschermde soorten: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 18.2, van de Omgevingswet;
- c. natuurlijke habitats: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 18.2, van de Omgevingswet;
- d. wateren: het bestuursorgaan, waarbij de betrokken wateren in beheer zijn.
In afwijking van het eerste tot en met het derde lid is Onze Minister het bevoegd gezag, indien de activiteit waardoor de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, betrekking heeft op genetisch gemodificeerde organismen.
Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan meer dan een bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen, of bij of krachtens deze of een andere wet aan een ander bestuursorgaan bevoegdheden zijn toegekend, wordt tussen deze bestuursorganen tijdig overleg gevoerd, teneinde een zo goed mogelijke afstemming tussen de te nemen besluiten of de te treffen maatregelen te bevorderen. De bestuursorganen stemmen onderling af welk orgaan zich met de coördinatie belast.
Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan meer dan een bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen, wordt een verzoek als bedoeld in artikel 17.13, zesde lid, of artikel 17.15, eerste lid, gecoördineerd behandeld. Bij de beslissing op een dergelijk verzoek wordt rekening gehouden met de onderlinge samenhang tussen de beschikkingen die op dit verzoek worden gegeven.
Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan bij of krachtens deze of een andere wet aan het bevoegd gezag bevoegdheden zijn toegekend, geeft het bevoegd gezag onverminderd die bevoegdheden toepassing aan deze titel en draagt het er zorg voor dat, voor zover het ook uitvoering geeft aan bedoelde bevoegdheden, er geen strijd ontstaat met het bepaalde bij of krachtens deze titel.
Artikel 17.10
Het bevoegd gezag kan degene die een activiteit verricht, waardoor zich milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan voordoet:
- a. verplichten informatie te verstrekken over een onmiddellijke dreiging van milieuschade of in gevallen waarin een dergelijke dreiging vermoed wordt;
- b. verplichten aanvullende gegevens te verstrekken over elke milieuschade die zich heeft voorgedaan;
- c. verplichten de nodige preventieve of herstelmaatregelen te treffen;
- d. instructies geven met betrekking tot de maatregelen, bedoeld onder c.
Het bevoegd gezag kan zelf elke maatregel als bedoeld in artikel 17.13, eerste lid, alsmede de nodige preventieve of herstelmaatregelen treffen of de uitvoering daarvan opdragen aan derden.
Een beslissing als bedoeld in het eerste lid, onder c, of tweede lid, wordt op schrift gesteld. De schriftelijke beslissing is een beschikking. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 19.3, eerste lid, van de Omgevingswet.
Artikel 17.11
Vervallen
Artikel 17.12
Indien door een activiteit een onmiddellijke dreiging van milieuschade ontstaat, treft degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige preventieve maatregelen.
Hij informeert zo spoedig mogelijk het bevoegd gezag over alle relevante aspecten van de situatie. Artikel 17.2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Het bevoegd gezag informeert onverwijld de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 19.3, eerste lid, van de Omgevingswet.
Het bevoegd gezag verplicht degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige maatregelen te treffen.
Het bevoegd gezag stelt belanghebbenden, respectievelijk de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 19.3, eerste lid, van de Omgevingswet, in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen, respectievelijk advies uit te brengen over het ontwerp van het te nemen besluit, bedoeld in het vierde lid, tenzij de situatie zo spoedeisend is dat een zienswijze of advies niet kan worden afgewacht.
Het bevoegd gezag betrekt bij de beslissing, bedoeld in het vierde lid, de naar voren gebrachte zienswijzen en houdt bij die beslissing rekening met de uitgebrachte adviezen. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 19.3, eerste lid, van de Omgevingswet.
Artikel 17.13
Indien door een activiteit milieuschade ontstaat, treft degene die de activiteit verricht elke haalbare maatregel om de betrokken verontreinigende stoffen of andere schadefactoren onmiddellijk onder controle te houden, in te perken, te verwijderen of anderszins te beheersen, teneinde verdere milieuschade en negatieve effecten op de menselijke gezondheid of verdere aantasting van functies te voorkomen of te beperken.
Hij informeert zo spoedig mogelijk het bevoegd gezag over alle relevante aspecten van de situatie.
Het bevoegd gezag informeert onverwijld de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 19.3, eerste lid, van de Omgevingswet, alsmede in het geval de milieuschade zich voordoet of kan voordoen buiten de grenzen van Nederland Onze Minister.
Onze Minister informeert na ontvangst van de informatie als bedoeld in het derde lid de regering van het betrokken land of een door die regering aan te wijzen autoriteit of instantie.
Het bevoegd gezag verplicht degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige maatregelen te treffen. Artikel 17.12, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Degene die de activiteit verricht, stelt in overeenstemming met bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid potentiële herstelmaatregelen vast en legt die aan het bevoegd gezag ter instemming voor.
Artikel 17.14
Het bevoegd gezag stelt vast wie de activiteit verricht waardoor milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, alsmede de omvang van de milieuschade. Artikel 17.13, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Indien niet kan worden vastgesteld wie de activiteit verricht waardoor de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, beslist het bevoegd gezag of het krachtens het bepaalde in deze titel maatregelen treft. Artikel 17.10, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Het bevoegd gezag beslist op een verzoek tot instemming als bedoeld in artikel 17.13, zesde lid, welke herstelmaatregelen in overeenstemming met bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid door degene die de activiteit verricht worden getroffen. Het bevoegd gezag kan verlangen dat bij of ter aanvulling op dit verzoek een beoordeling van de omvang van de schade wordt verstrekt.
Indien zich meerdere gevallen van milieuschade voordoen en de nodige herstelmaatregelen niet gelijktijdig kunnen worden getroffen, beslist het bevoegd gezag welke schade het eerst wordt hersteld.
Het bevoegd gezag houdt bij het besluit, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, in ieder geval rekening met de aard, de omvang en de ernst van de milieuschade, en met de mogelijkheid van gevaar voor de menselijke gezondheid en van natuurlijke regeneratie. Op dit besluit is artikel 17.12, vijfde en zesde lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17.15
Belanghebbenden, alsmede degenen die milieuschade dreigen te lijden, kunnen in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan, het bevoegd gezag verzoeken een beschikking te geven tot het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 17.10, derde lid, artikel 17.12, vierde lid, of artikel 17.13, vijfde lid.
Onze Minister kan, indien dat in het belang van de bescherming van het milieu geboden is en indien ter zake van een geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan het dagelijks bestuur van een waterschap het bevoegd gezag is, vorderen dat dit bestuursorgaan binnen een door hem te stellen termijn toepassing geeft aan artikel 17.12, vierde lid, artikel 17.13, vijfde lid, of artikel 17.14, eerste, tweede en derde lid. De artikelen 121 tot en met 121f van de Provinciewet zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17.16
Degene die de activiteit verricht waardoor milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, draagt de kosten voor de getroffen preventieve of herstelmaatregelen, tenzij hij bewijst dat de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan:
- a. ondanks door hem getroffen passende veiligheidsmaatregelen door een derde is veroorzaakt, of
- b. het gevolg is van de opvolging van een dwingende opdracht of instructie van een bestuursorgaan, niet zijnde een opdracht of instructie naar aanleiding van een emissie of gebeurtenis die door hemzelf is veroorzaakt.
In het geval het bevoegd gezag zelf maatregelen treft of de uitvoering daarvan opdraagt aan derden, verhaalt het de kosten op degene die de activiteit verricht. Het bevoegd gezag stelt de hoogte van de verschuldigde kosten bij beschikking vast. Het bevoegd gezag kan de kosten invorderen bij dwangbevel.
Het bevoegd gezag kan afzien van kostenverhaal indien:
- a. de verhaalkosten groter zijn dan het terug te vorderen bedrag, of
- b. niet kan worden vastgesteld wie de activiteit verricht.
Terzake van herstelmaatregelen die uit hoofde van deze titel zijn genomen, kan het bevoegd gezag geheel of gedeeltelijk afzien van kostenverhaal, voor zover deze kosten redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van degene die de activiteit verricht behoren te komen, indien degene die de activiteit verricht, bewijst dat
- a. hij niet in gebreke of nalatig is geweest, en
- b. de schade is veroorzaakt door een activiteit, emissie of gebeurtenis, die op het tijdstip dat deze plaatsvond:
- 1°. uitdrukkelijk was toegestaan op grond van en geheel in overeenstemming was met de aan een vergunning verbonden voorschriften, of
- 2°. op grond van de stand van de wetenschappelijke en technologische kennis niet als schadelijk werd beschouwd.
Artikel 17.17
De bevoegdheid tot kostenverhaal met betrekking tot de uit hoofde van deze titel genomen maatregelen vervalt vijf jaren na de dag waarop die maatregelen geheel zijn voltooid of na de dag waarop degene die de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan veroorzaakt is geïdentificeerd, indien deze dag later valt.
Artikel 17.18
Het bevoegd gezag verstrekt Onze Minister de informatie over de tenuitvoerlegging nodig ter uitvoering van artikel 18 van de EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid. Bij ministeriële regeling kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld.
Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
Artikel 17.19
Indien stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen, dan wel handelingen daarmee, naar het oordeel van Onze Minister onduldbaar gevaar opleveren voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, kan hij, zo nodig met behulp van de sterke arm, alle maatregelen nemen die hij in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu noodzakelijk acht.
Tot de in het eerste lid bedoelde maatregelen kunnen behoren:
- a. het geheel of gedeeltelijk stopzetten van het vervaardigen of in Nederland invoeren van stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen of producten die deze bevatten;
- b. het in beslag nemen en, zo nodig, vernietigen van stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen of producten die deze bevatten;
- c. het beletten dat bepaalde gebieden zonder toestemming van Onze Minister worden betreden of dat dieren, planten of goederen zonder zodanige toestemming daarbinnen of daarbuiten worden gebracht;
- d. het verwijderen van personen, dieren, planten of goederen uit bepaalde gebieden.
Onze Minister neemt een maatregel krachtens het eerste lid in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, tenzij de vereiste spoed zich naar zijn oordeel daartegen verzet. In laatstgenoemd geval onderwerpt Onze Minister de maatregel zo spoedig mogelijk aan het oordeel van de Raad van Ministers. Indien deze met de maatregel niet instemt, trekt Onze Minister hem terstond in.
Onze Minister maakt een maatregel krachtens het eerste lid en de intrekking daarvan bekend in de Staatscourant. Daarnaast bevordert hij dat de maatregel, onderscheidenlijk de intrekking daarvan, zo spoedig mogelijk ter kennis van de betrokkenen komt.
Een gedraging in strijd met een krachtens het eerste lid genomen maatregel is verboden.
Hoofdstuk 18. Handhaving
Artikel 18.2g
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 12.3 en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid, als bevoegde instantie zijn aangewezen.
Hoofdstuk 18. Handhaving
Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen
§ 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht
§ 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Artikel 21.4
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bepalingen van deze wet die betrekking hebben op stoffen, van toepassing worden verklaard op micro-organismen, niet zijnde genetisch gemodificeerde organismen.
Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet energiebesparing toestellen
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet energiebesparing toestellen
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voorschrift 2.1
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voorschrift 2.1a
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
§ 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.
Voorschrift 3.1
Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 1.1
Voorschrift 4.5
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:
Voorschrift 1.1
Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voorschrift 2.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 15.50
Onze Minister kan uitkeringen verlenen aan personen bij wie ten gevolge van blootstelling aan asbest maligne mesothelioom of asbestose is vastgesteld en die niet in aanmerking kunnen komen voor een daarmee verband houdende uitkering op grond van de Kaderwet SZW-subsidies.
Onze Minister stelt nadere regels ter uitvoering van het eerste lid.
Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren
Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
Afdeling 11.3.5. Overschrijding van de maximale waarde
Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol
Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten
Afdeling 16.3.2. Vergunning
Afdeling 16.3.1. Algemeen
Afdeling 16.3.2. Vergunning
Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten
Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
Titel 15.1
Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
Artikel 18.2g
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 12.3 en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid, als bevoegde instantie zijn aangewezen.
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
§ 20.1. Algemeen
§ 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht
Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
Voorschrift 2.4
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
§ 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
Voorschrift 4.6
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.
§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:
Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 2.1a
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 2.1a
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 5.12a
Vervallen
Artikel 5.24
Vervallen
Hoofdstuk 7. Milieu-effectrapportage
§ 5.2.6. Handhaving en internationale samenwerking
§ 7.3. Procedurevoorschriften met betrekking tot besluiten die zijn aangewezen krachtens artikel 7.2, vierde lid
§ 7.4. De voorbereiding van een milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan
§ 7.6. Besluiten ten aanzien waarvan moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt
§ 7.8. De beperkte voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit
§ 7.7. Het besluit
§ 7.8. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
Hoofdstuk 8. Inrichtingen
Titel 8.1. Vergunningen
Afdeling 8.1.1. Algemeen
Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen
Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen
§ 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd
Artikel 8.43
Vervallen
Titel 8.4. Regels met betrekking tot plaatsing van stortplaatsen op een lijst
Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
Paragraaf 8.3
§ 9.2.2. Maatregelen
§ 9.2.3. Verpakking, aanduiding en aanbeveling
Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
Artikel 10.16a
Vervallen
Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
Titel 10.1. Algemeen
Artikel 12.10
Onze Minister, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, provinciale besturen, gemeentebesturen alsmede kwaliteitsbeheerders en kwantiteitsbeheerders als bedoeld in de Wet op de waterhuishouding, dragen er zorg voor dat overeenkomstig artikel 6 van de kaderrichtlijn water één of meer registers worden bijgehouden van de in bijlage IV van de kaderrichtlijn water bedoelde beschermde gebieden, voor zover die gebieden onder hun beheer vallen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aangaande de registers. Daarbij kan, in afwijking van het eerste lid, worden voorzien in de mogelijkheid dat de registratie van beschermde gebieden wordt gedaan door provinciale besturen dan wel Onze in het eerste lid genoemde ministers, mede als het gaat om gebieden die in beheer zijn bij andere bestuursorganen.
Artikel 12.20a
Vervallen
Artikel 12.20b
Vervallen
Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
Afdeling 13.1. Algemeen
Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
§ 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
§ 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport
§ 11.3.2.2. Het geluidregister
§ 11.2.1. Algemeen
Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
Titel 11.1. Algemeen
Titel 11.3. Wegen en spoorwegen met geluidproductieplafonds
Titel 11.3. Wegen en spoorwegen met geluidproductieplafonds
Titel 15.7. Keuringen
Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
Hoofdstuk 11a. Andere handelingen
Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
§ 12.3.3. PRTR
Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar
Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen
Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten
Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen
Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval
Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade
Hoofdstuk 18. Handhaving
Artikel 18.2g
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 12.3 en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid, als bevoegde instantie zijn aangewezen.
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
§ 20.1. Algemeen
Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet energiebesparing toestellen
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
Wet verontreiniging oppervlaktewateren
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet energiebesparing toestellen
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voorschrift 1.1
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 12.28a
Vervallen
Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
Afdeling 13.1. Algemeen
Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
Afdeling 13.1. Algemeen
§ 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
§ 11.3.3.1. Algemeen
Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen
Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
Titel 12.1. Registers beschermde gebieden
Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
§ 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan
Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
Afdeling 13.1. Algemeen
Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen
Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
Artikel 18.2g
Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 12.3 en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid, als bevoegde instantie zijn aangewezen.
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
§ 20.1. Algemeen
§ 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen
Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
Voorschrift 1.3
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 18.2i
Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 17.9, eerste, tweede, derde of vierde lid, draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 17.2 gestelde verplichtingen.
Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.
Voorschrift 2.1a
§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide
Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.
Voorschrift 2.1a
Voorschrift 1.2
Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:
Voorschrift 1.3
Voorschrift 2.3
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:
Voorschrift 2.1
Voorschrift 2.1a
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 9.3a.1
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wijst bij ministeriële regeling het orgaan aan dat belast is met de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels. In de ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van uitvoeren van die taak.
Artikel 9.3a.2
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is de bevoegde instantie, bedoeld in artikel 43 van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, voor zover het betreft het doen van voorstellen voor een geharmoniseerde indeling en etikettering van stoffen en mengsels.
Artikel 9.3a.3
Het is verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels: de artikelen 4, eerste tot en met vierde lid, zevende lid, achtste lid en tiende lid, 7, eerste tot en met derde lid, 13, 15, vierde lid, 17, eerste en tweede lid, 18, eerste tot en met derde lid, 19, eerste en tweede lid, 20, eerste en derde lid, 21, eerste en derde lid, 22, eerste en vierde lid, 23, 25, eerste, tweede en vierde tot en met achtste lid, 28, tweede en derde lid, 29, eerste en derde lid, 30, eerste lid, 31, eerste tot en met vijfde lid, 32, eerste tot en met vierde en zesde lid, 33, eerste tot en met derde lid, 35, eerste en tweede lid, en 48, eerste en tweede lid.
Het is eveneens verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels: de artikelen 16, eerste lid, 26, eerste en tweede lid, 27, 28, eerste lid, 30, tweede en derde lid, 40, eerste tot en met derde lid, en 49, eerste en tweede lid.
Het is verboden handelingen te verrichten of na te laten in strijd met andere bepalingen van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels dan genoemd in het eerste of tweede lid, voor zover die bepalingen ter uitvoering van artikel 47 van die verordening bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen.
Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het derde lid vervalt een jaar nadat hij in werking is getreden, dan wel, indien binnen die termijn een voorstel van wet tot wijziging van het eerste of tweede lid bij de Staten-Generaal is ingediend, op het tijdstip waarop dat voorstel is verworpen of, na tot wet te zijn verheven, in werking is getreden.
Artikel 9.3a.4
Het is verboden te handelen in strijd met de volgende bepaling van de EU-verordening markttoezicht: artikel 7.
Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen
Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
Titel 9.7. Hernieuwbare energie vervoer
Artikel 10.16b
Vervallen
Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater
§ 9.7.6. Overgangsbepalingen hernieuwbare energie vervoer
Artikel 10.44c
Vervallen
Artikel 10.44a
Vervallen
Artikel 10.44b
Vervallen
Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap
Titel 10.1. Algemeen
Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
Titel 11.2. Geluidsbelastingkaarten en actieplannen
§ 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
Afdeling 11.3.3. Vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds
Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
Hoofdstuk 14. Coördinatie
§ 11.2.1. Algemeen
§ 15.2.3. Vrijstelling
§ 11.2.1. Algemeen
Titel 15.7. Keuringen
Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies
Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten
Afdeling 11.3.7. Overige bepalingen
Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen
Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter
Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten
Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
Hoofdstuk 22. Slotbepalingen
Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer
Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Wet inzake de luchtverontreiniging
Interimwet bodemsanering
Wet voorkoming verontreiniging door schepen
Wet inrichting landelijk gebied
Wet energiebesparing toestellen
Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)
Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 1.1
In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Voorschrift 2.2
Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide
Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.
§ 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden
Voorschrift 2.2
Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:
Voorschrift 2.3
Voorschrift 4.1
Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 8.47a
Het bevoegd gezag stelt Onze Minister zo spoedig mogelijk op de hoogte van een verklaring als bedoeld in artikel 8.47, derde lid.
Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten
§ 9.2.1. Algemeen
§ 9.2.2. Maatregelen
Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten
Hoofdstuk 10. Afvalstoffen
Titel 9.6. De EG-richtlijn ter bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen
Titel 10.3. Hergebruik, preventie en recycling en andere nuttige toepassing
Artikel 10.16b
Vervallen
Artikel 10.16c
Vervallen
Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Artikel 10.40a
De in artikel 10.38 gestelde verplichting de afgifte van afvalstoffen te registreren of te melden, geldt niet voor degene die zich ontdoet van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen afvalstoffen afkomstig van schepen.
Degene die bij algemene maatregel van bestuur aangewezen afvalstoffen afkomstig van schepen in ontvangst neemt, bevestigt deze ontvangst op een bij algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze op een formulier.
§ 9.8.1. Algemeen
Artikel 10.44d
Vervallen
Artikel 10.44e
Vervallen
Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen
Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen
§ 11.3.2.2. Het geluidregister
Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen
Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
Hoofdstuk 14. Coördinatie
§ 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen
Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen
§ 11.2.2. Geluidsbelastingkaarten
§ 11.2.2. Geluidsbelastingkaarten
Titel 11.3. Wegen en spoorwegen met geluidproductieplafonds
Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen
Afdeling 11.3.4. Geluidproductieplafonds voor op 1 juli 2012 bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen
Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties
§ 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten
Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen
Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten
Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen
Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten
Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen
Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies
Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging
Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten
Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen
§ 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer
Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)