Wet van 13 juni 1979, houdende regelen met betrekking tot een aantal algemene onderwerpen op het gebied van de milieuhygiëne

Type Wet
Publication 2026-08-01
Laatst bijgewerkt 2026-08-13
State In force
Source BWB
artikelen 1977
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 17.9
1.

Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan waarbij op grond van artikel 18.2 van de Omgevingswet de bestuursrechtelijke handhavingstaak berust voor de activiteit waardoor de milieuschade of onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt.

2.

In afwijking van het eerste lid is het bevoegd gezag, indien de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan geheel of in hoofdzaak betrekking heeft op wateren, het bestuursorgaan waarbij de betrokken wateren in beheer zijn.

3.

Indien de activiteit waardoor de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, wordt verricht buiten een inrichting is het bevoegd gezag voor zover de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan betrekking heeft op:

4.

In afwijking van het eerste tot en met het derde lid is Onze Minister het bevoegd gezag, indien de activiteit waardoor de milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, betrekking heeft op genetisch gemodificeerde organismen.

5.

Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan meer dan een bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen, of bij of krachtens deze of een andere wet aan een ander bestuursorgaan bevoegdheden zijn toegekend, wordt tussen deze bestuursorganen tijdig overleg gevoerd, teneinde een zo goed mogelijke afstemming tussen de te nemen besluiten of de te treffen maatregelen te bevorderen. De bestuursorganen stemmen onderling af welk orgaan zich met de coördinatie belast.

6.

Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan meer dan een bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen, wordt een verzoek als bedoeld in artikel 17.13, zesde lid, of artikel 17.15, eerste lid, gecoördineerd behandeld. Bij de beslissing op een dergelijk verzoek wordt rekening gehouden met de onderlinge samenhang tussen de beschikkingen die op dit verzoek worden gegeven.

7.

Indien in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan bij of krachtens deze of een andere wet aan het bevoegd gezag bevoegdheden zijn toegekend, geeft het bevoegd gezag onverminderd die bevoegdheden toepassing aan deze titel en draagt het er zorg voor dat, voor zover het ook uitvoering geeft aan bedoelde bevoegdheden, er geen strijd ontstaat met het bepaalde bij of krachtens deze titel.

Artikel 17.10
1.

Het bevoegd gezag kan degene die een activiteit verricht, waardoor zich milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan voordoet:

2.

Het bevoegd gezag kan zelf elke maatregel als bedoeld in artikel 17.13, eerste lid, alsmede de nodige preventieve of herstelmaatregelen treffen of de uitvoering daarvan opdragen aan derden.

3.

Een beslissing als bedoeld in het eerste lid, onder c, of tweede lid, wordt op schrift gesteld. De schriftelijke beslissing is een beschikking. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 19.3, eerste lid, van de Omgevingswet.

Artikel 17.11

Vervallen

Artikel 17.12
1.

Indien door een activiteit een onmiddellijke dreiging van milieuschade ontstaat, treft degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige preventieve maatregelen.

2.

Hij informeert zo spoedig mogelijk het bevoegd gezag over alle relevante aspecten van de situatie. Artikel 17.2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

3.

Het bevoegd gezag informeert onverwijld de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 19.3, eerste lid, van de Omgevingswet.

4.

Het bevoegd gezag verplicht degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige maatregelen te treffen.

5.

Het bevoegd gezag stelt belanghebbenden, respectievelijk de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 19.3, eerste lid, van de Omgevingswet, in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen, respectievelijk advies uit te brengen over het ontwerp van het te nemen besluit, bedoeld in het vierde lid, tenzij de situatie zo spoedeisend is dat een zienswijze of advies niet kan worden afgewacht.

6.

Het bevoegd gezag betrekt bij de beslissing, bedoeld in het vierde lid, de naar voren gebrachte zienswijzen en houdt bij die beslissing rekening met de uitgebrachte adviezen. Van de beschikking wordt mededeling gedaan aan de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 19.3, eerste lid, van de Omgevingswet.

Artikel 17.13
1.

Indien door een activiteit milieuschade ontstaat, treft degene die de activiteit verricht elke haalbare maatregel om de betrokken verontreinigende stoffen of andere schadefactoren onmiddellijk onder controle te houden, in te perken, te verwijderen of anderszins te beheersen, teneinde verdere milieuschade en negatieve effecten op de menselijke gezondheid of verdere aantasting van functies te voorkomen of te beperken.

2.

Hij informeert zo spoedig mogelijk het bevoegd gezag over alle relevante aspecten van de situatie.

3.

Het bevoegd gezag informeert onverwijld de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 19.3, eerste lid, van de Omgevingswet, alsmede in het geval de milieuschade zich voordoet of kan voordoen buiten de grenzen van Nederland Onze Minister.

4.

Onze Minister informeert na ontvangst van de informatie als bedoeld in het derde lid de regering van het betrokken land of een door die regering aan te wijzen autoriteit of instantie.

5.

Het bevoegd gezag verplicht degene die de activiteit verricht onmiddellijk de nodige maatregelen te treffen. Artikel 17.12, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

6.

Degene die de activiteit verricht, stelt in overeenstemming met bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid potentiële herstelmaatregelen vast en legt die aan het bevoegd gezag ter instemming voor.

Artikel 17.14
1.

Het bevoegd gezag stelt vast wie de activiteit verricht waardoor milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, alsmede de omvang van de milieuschade. Artikel 17.13, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

2.

Indien niet kan worden vastgesteld wie de activiteit verricht waardoor de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, beslist het bevoegd gezag of het krachtens het bepaalde in deze titel maatregelen treft. Artikel 17.10, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

3.

Het bevoegd gezag beslist op een verzoek tot instemming als bedoeld in artikel 17.13, zesde lid, welke herstelmaatregelen in overeenstemming met bijlage II bij EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid door degene die de activiteit verricht worden getroffen. Het bevoegd gezag kan verlangen dat bij of ter aanvulling op dit verzoek een beoordeling van de omvang van de schade wordt verstrekt.

4.

Indien zich meerdere gevallen van milieuschade voordoen en de nodige herstelmaatregelen niet gelijktijdig kunnen worden getroffen, beslist het bevoegd gezag welke schade het eerst wordt hersteld.

5.

Het bevoegd gezag houdt bij het besluit, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, in ieder geval rekening met de aard, de omvang en de ernst van de milieuschade, en met de mogelijkheid van gevaar voor de menselijke gezondheid en van natuurlijke regeneratie. Op dit besluit is artikel 17.12, vijfde en zesde lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 17.15
1.

Belanghebbenden, alsmede degenen die milieuschade dreigen te lijden, kunnen in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan, het bevoegd gezag verzoeken een beschikking te geven tot het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 17.10, derde lid, artikel 17.12, vierde lid, of artikel 17.13, vijfde lid.

2.

Onze Minister kan, indien dat in het belang van de bescherming van het milieu geboden is en indien ter zake van een geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan het dagelijks bestuur van een waterschap het bevoegd gezag is, vorderen dat dit bestuursorgaan binnen een door hem te stellen termijn toepassing geeft aan artikel 17.12, vierde lid, artikel 17.13, vijfde lid, of artikel 17.14, eerste, tweede en derde lid. De artikelen 121 tot en met 121f van de Provinciewet zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 17.16
1.

Degene die de activiteit verricht waardoor milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan wordt veroorzaakt, draagt de kosten voor de getroffen preventieve of herstelmaatregelen, tenzij hij bewijst dat de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan:

2.

In het geval het bevoegd gezag zelf maatregelen treft of de uitvoering daarvan opdraagt aan derden, verhaalt het de kosten op degene die de activiteit verricht. Het bevoegd gezag stelt de hoogte van de verschuldigde kosten bij beschikking vast. Het bevoegd gezag kan de kosten invorderen bij dwangbevel.

3.

Het bevoegd gezag kan afzien van kostenverhaal indien:

4.

Terzake van herstelmaatregelen die uit hoofde van deze titel zijn genomen, kan het bevoegd gezag geheel of gedeeltelijk afzien van kostenverhaal, voor zover deze kosten redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van degene die de activiteit verricht behoren te komen, indien degene die de activiteit verricht, bewijst dat

Artikel 17.17

De bevoegdheid tot kostenverhaal met betrekking tot de uit hoofde van deze titel genomen maatregelen vervalt vijf jaren na de dag waarop die maatregelen geheel zijn voltooid of na de dag waarop degene die de milieuschade of de onmiddellijke dreiging daarvan veroorzaakt is geïdentificeerd, indien deze dag later valt.

Artikel 17.18

Het bevoegd gezag verstrekt Onze Minister de informatie over de tenuitvoerlegging nodig ter uitvoering van artikel 18 van de EG-richtlijn milieuaansprakelijkheid. Bij ministeriële regeling kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld.

Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies

Artikel 17.19
1.

Indien stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen, dan wel handelingen daarmee, naar het oordeel van Onze Minister onduldbaar gevaar opleveren voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, kan hij, zo nodig met behulp van de sterke arm, alle maatregelen nemen die hij in het belang van de bescherming van de gezondheid van de mens en van het milieu noodzakelijk acht.

2.

Tot de in het eerste lid bedoelde maatregelen kunnen behoren:

3.

Onze Minister neemt een maatregel krachtens het eerste lid in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, tenzij de vereiste spoed zich naar zijn oordeel daartegen verzet. In laatstgenoemd geval onderwerpt Onze Minister de maatregel zo spoedig mogelijk aan het oordeel van de Raad van Ministers. Indien deze met de maatregel niet instemt, trekt Onze Minister hem terstond in.

4.

Onze Minister maakt een maatregel krachtens het eerste lid en de intrekking daarvan bekend in de Staatscourant. Daarnaast bevordert hij dat de maatregel, onderscheidenlijk de intrekking daarvan, zo spoedig mogelijk ter kennis van de betrokkenen komt.

5.

Een gedraging in strijd met een krachtens het eerste lid genomen maatregel is verboden.

Hoofdstuk 18. Handhaving

Artikel 18.2g

Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 12.3 en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid, als bevoegde instantie zijn aangewezen.

Hoofdstuk 18. Handhaving

Paragraaf 16.2.2.1. Algemeen

§ 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht

§ 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Artikel 21.4

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bepalingen van deze wet die betrekking hebben op stoffen, van toepassing worden verklaard op micro-organismen, niet zijnde genetisch gemodificeerde organismen.

Hoofdstuk 22. Slotbepalingen

Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Waterleidingwet

Luchtvaartwet

Wet luchtvaart

Boswet

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Kernenergiewet

Ontgrondingenwet

Wet geluidhinder

Wet inzake de luchtverontreiniging

Wet verontreiniging oppervlaktewateren

Grondwaterwet

Wet verontreiniging zeewater

Interimwet bodemsanering

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Wet inrichting landelijk gebied

Wet bodembescherming

Meststoffenwet

Wet energiebesparing toestellen

Wet op de waterhuishouding

Natuurbeschermingswet 1998

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)

Tracéwet

Wegenverkeerswet 1994

Flora- en faunawet

Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Waterleidingwet

Luchtvaartwet

Wet luchtvaart

Boswet

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Kernenergiewet

Ontgrondingenwet

Wet geluidhinder

Wet inzake de luchtverontreiniging

Wet verontreiniging oppervlaktewateren

Grondwaterwet

Wet verontreiniging zeewater

Interimwet bodemsanering

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Wet inrichting landelijk gebied

Wet bodembescherming

Meststoffenwet

Wet energiebesparing toestellen

Wet op de waterhuishouding

Natuurbeschermingswet 1998

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)

Tracéwet

Wegenverkeerswet 1994

Flora- en faunawet

Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

Voorschrift 1.2

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:

Voorschrift 2.1

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

Voorschrift 2.1a

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

§ 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden

Voor lood geldt 0,5 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens.

Voorschrift 3.1

Voorschrift 4.1

Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

Voorschrift 1.1

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 1.1

Voorschrift 4.5

Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt tot 1 januari 2015 de volgende plandrempel voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie:

Voorschrift 1.1

Voorschrift 1.3

Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide

Voorschrift 2.1

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:

§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

Voorschrift 1.1

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 1.1

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 15.50
1.

Onze Minister kan uitkeringen verlenen aan personen bij wie ten gevolge van blootstelling aan asbest maligne mesothelioom of asbestose is vastgesteld en die niet in aanmerking kunnen komen voor een daarmee verband houdende uitkering op grond van de Kaderwet SZW-subsidies.

2.

Onze Minister stelt nadere regels ter uitvoering van het eerste lid.

Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren

Titel 11a.1. Kwaliteit van werkzaamheden en integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren

Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen

Afdeling 11.3.5. Overschrijding van de maximale waarde

Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten

Titel 12.3. De EG-verordening PRTR en het PRTR-protocol

Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen

Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten

Afdeling 16.2.2. Luchtvaartactiviteiten

Afdeling 16.3.2. Vergunning

Afdeling 16.3.1. Algemeen

Afdeling 16.3.2. Vergunning

Afdeling 16.3.6. Registratie van NOx-emissierechten

Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen

Titel 15.1

Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen

Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen

Artikel 18.2g

Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 12.3 en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid, als bevoegde instantie zijn aangewezen.

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

§ 20.1. Algemeen

§ 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht

Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:

Voorschrift 2.4

Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

§ 4. Grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10); plandrempel, richtwaarden, grenswaarde en blootstellingsconcentratieverplichting voor zwevende deeltjes (PM2,5)

Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:

Voorschrift 4.6

Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt met ingang van 1 januari 2015 een blootstellingsconcentratieverplichting van ten hoogste 20 microgram per m3, gedefinieerd als gemiddelde blootstellingsindex.

§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

Voor zwevende deeltjes (PM2,5) geldt de volgende richtwaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens, die met ingang van 1 januari 2010 voor zover mogelijk moet worden bereikt:

Voorschrift 1.2

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:

Voorschrift 1.1

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 2.1a

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 2.1a

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 5.12a

Vervallen

Artikel 5.24

Vervallen

Hoofdstuk 7. Milieu-effectrapportage

§ 5.2.6. Handhaving en internationale samenwerking

§ 7.3. Procedurevoorschriften met betrekking tot besluiten die zijn aangewezen krachtens artikel 7.2, vierde lid

§ 7.4. De voorbereiding van een milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan

§ 7.6. Besluiten ten aanzien waarvan moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt

§ 7.8. De beperkte voorbereiding inzake het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een besluit

§ 7.7. Het besluit

§ 7.8. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen

Hoofdstuk 8. Inrichtingen

Titel 8.1. Vergunningen

Afdeling 8.1.1. Algemeen

Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen

Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen

§ 8.1.3.3. Gevallen waarin afvalstoffen op een bepaalde wijze nuttig worden toegepast of worden verwijderd

Artikel 8.43

Vervallen

Titel 8.4. Regels met betrekking tot plaatsing van stortplaatsen op een lijst

Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten

Paragraaf 8.3

§ 9.2.2. Maatregelen

§ 9.2.3. Verpakking, aanduiding en aanbeveling

Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen

Hoofdstuk 10. Afvalstoffen

Artikel 10.16a

Vervallen

Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen

Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater

Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater

Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap

Titel 10.1. Algemeen

Artikel 12.10
1.

Onze Minister, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, provinciale besturen, gemeentebesturen alsmede kwaliteitsbeheerders en kwantiteitsbeheerders als bedoeld in de Wet op de waterhuishouding, dragen er zorg voor dat overeenkomstig artikel 6 van de kaderrichtlijn water één of meer registers worden bijgehouden van de in bijlage IV van de kaderrichtlijn water bedoelde beschermde gebieden, voor zover die gebieden onder hun beheer vallen.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aangaande de registers. Daarbij kan, in afwijking van het eerste lid, worden voorzien in de mogelijkheid dat de registratie van beschermde gebieden wordt gedaan door provinciale besturen dan wel Onze in het eerste lid genoemde ministers, mede als het gaat om gebieden die in beheer zijn bij andere bestuursorganen.

Artikel 12.20a

Vervallen

Artikel 12.20b

Vervallen

Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen

Afdeling 13.1. Algemeen

Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen

Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen

§ 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen

Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen

Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen

§ 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport

§ 11.3.2.2. Het geluidregister

§ 11.2.1. Algemeen

Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap

Titel 11.1. Algemeen

Titel 11.3. Wegen en spoorwegen met geluidproductieplafonds

Titel 11.3. Wegen en spoorwegen met geluidproductieplafonds

Titel 15.7. Keuringen

Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen

Hoofdstuk 11a. Andere handelingen

Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen

Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen

§ 12.3.3. PRTR

Afdeling 16.2.4. De geldigheid van broeikasgasemissierechten, het inleveren van broeikasgasemissierechten, emissie-reductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties, het annuleren van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar

Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen

Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NOx-emissierechten

Afdeling 16.3.4. De inlevering van NOx-emissierechten, het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar en de geldigheid van NOx-emissierechten

Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen

Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden

Titel 15.2. Verbruiksbelastingen van brandstoffen

Titel 17.1. Maatregelen bij een ongewoon voorval

Titel 15.4. Vergoeding van kosten en schade

Hoofdstuk 18. Handhaving

Artikel 18.2g

Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 12.3 en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid, als bevoegde instantie zijn aangewezen.

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter

§ 20.1. Algemeen

Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen

Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten

Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter

Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Waterleidingwet

Luchtvaartwet

Wet luchtvaart

Boswet

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Kernenergiewet

Ontgrondingenwet

Wet geluidhinder

Wet inzake de luchtverontreiniging

Wet verontreiniging oppervlaktewateren

Grondwaterwet

Wet verontreiniging zeewater

Interimwet bodemsanering

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Wet inrichting landelijk gebied

Wet bodembescherming

Meststoffenwet

Wet energiebesparing toestellen

Wet op de waterhuishouding

Natuurbeschermingswet 1998

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)

Tracéwet

Wegenverkeerswet 1994

Flora- en faunawet

Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Waterleidingwet

Luchtvaartwet

Wet luchtvaart

Boswet

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Kernenergiewet

Ontgrondingenwet

Wet geluidhinder

Wet inzake de luchtverontreiniging

Wet verontreiniging oppervlaktewateren

Grondwaterwet

Wet verontreiniging zeewater

Interimwet bodemsanering

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Wet inrichting landelijk gebied

Wet bodembescherming

Meststoffenwet

Wet energiebesparing toestellen

Wet op de waterhuishouding

Natuurbeschermingswet 1998

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)

Tracéwet

Wegenverkeerswet 1994

Flora- en faunawet

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen of van autosnelwegen, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

Voorschrift 1.1

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 1.2

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 12.28a

Vervallen

Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen

Afdeling 13.1. Algemeen

Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen

Afdeling 13.1. Algemeen

§ 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen

§ 11.3.3.1. Algemeen

Titel 15.6. Regulerende verbruiksbelastingen

Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen

Titel 12.1. Registers beschermde gebieden

Titel 12.1. Registers beschermde gebieden

Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties

§ 16.2.3.1. Het nationale toewijzingsplan

Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Afdeling 16.2.7. Instemming met deelname aan projectactiviteiten

Afdeling 13.1. Algemeen

Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen

Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen

Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten

Artikel 18.2g

Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 12.3 en de EG-verordening PRTR gestelde verplichtingen, voor zover zij ingevolge artikel 12.21, eerste onderscheidenlijk tweede lid, als bevoegde instantie zijn aangewezen.

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter

§ 20.1. Algemeen

§ 20.2. Beroep tegen besluiten die zijn voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen

Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer

Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.

Voorschrift 1.3

Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 18.2i

Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 17.9, eerste, tweede, derde of vierde lid, draagt zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens titel 17.2 gestelde verplichtingen.

Voor stikstofoxiden geldt 30 microgram per m3 als jaargemiddelde concentratie als grenswaarde voor de bescherming van vegetatie, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar de vegetatie naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft.

Voorschrift 2.1a

§ 1. Grenswaarden en alarmdrempel voor zwaveldioxide

Voor ozon geldt een informatiedrempel van 180 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie.

Voorschrift 2.1a

Voorschrift 1.2

Voor zwaveldioxide gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van ecosystemen, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 1000 km2 die gelegen zijn op een afstand van ten minste 20 km van agglomeraties of op een afstand van ten minste 5 km van andere gebieden met bebouwing, van inrichtingen, van autosnelwegen of hoofdwegen waarvan per dag meer dan 50 000 motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 gebruik maken, waar het ecosysteem naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan bijzondere bescherming behoeft:

Voorschrift 1.3

Voorschrift 2.3

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties bij de wegen, bedoeld in voorschrift 2.1, tweede lid, de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als uurgemiddelde concentraties waarbij geldt dat deze maximaal achttien maal per kalenderjaar mogen worden overschreden:

Voorschrift 2.1

Voorschrift 2.1a

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 9.3a.1

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wijst bij ministeriële regeling het orgaan aan dat belast is met de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels. In de ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van uitvoeren van die taak.

Artikel 9.3a.2

Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is de bevoegde instantie, bedoeld in artikel 43 van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, voor zover het betreft het doen van voorstellen voor een geharmoniseerde indeling en etikettering van stoffen en mengsels.

Artikel 9.3a.3
1.

Het is verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels: de artikelen 4, eerste tot en met vierde lid, zevende lid, achtste lid en tiende lid, 7, eerste tot en met derde lid, 13, 15, vierde lid, 17, eerste en tweede lid, 18, eerste tot en met derde lid, 19, eerste en tweede lid, 20, eerste en derde lid, 21, eerste en derde lid, 22, eerste en vierde lid, 23, 25, eerste, tweede en vierde tot en met achtste lid, 28, tweede en derde lid, 29, eerste en derde lid, 30, eerste lid, 31, eerste tot en met vijfde lid, 32, eerste tot en met vierde en zesde lid, 33, eerste tot en met derde lid, 35, eerste en tweede lid, en 48, eerste en tweede lid.

2.

Het is eveneens verboden te handelen in strijd met de volgende bepalingen van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels: de artikelen 16, eerste lid, 26, eerste en tweede lid, 27, 28, eerste lid, 30, tweede en derde lid, 40, eerste tot en met derde lid, en 49, eerste en tweede lid.

3.

Het is verboden handelingen te verrichten of na te laten in strijd met andere bepalingen van de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels dan genoemd in het eerste of tweede lid, voor zover die bepalingen ter uitvoering van artikel 47 van die verordening bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen.

4.

Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het derde lid vervalt een jaar nadat hij in werking is getreden, dan wel, indien binnen die termijn een voorstel van wet tot wijziging van het eerste of tweede lid bij de Staten-Generaal is ingediend, op het tijdstip waarop dat voorstel is verworpen of, na tot wet te zijn verheven, in werking is getreden.

Artikel 9.3a.4

Het is verboden te handelen in strijd met de volgende bepaling van de EU-verordening markttoezicht: artikel 7.

Titel 9.3. De EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen

Hoofdstuk 10. Afvalstoffen

Titel 9.7. Hernieuwbare energie vervoer

Artikel 10.16b

Vervallen

Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater

§ 9.7.6. Overgangsbepalingen hernieuwbare energie vervoer

Artikel 10.44c

Vervallen

Artikel 10.44a

Vervallen

Artikel 10.44b

Vervallen

Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap

Titel 10.1. Algemeen

Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen

Titel 11.2. Geluidsbelastingkaarten en actieplannen

§ 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen

Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen

Afdeling 11.3.3. Vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds

Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen

Hoofdstuk 14. Coördinatie

§ 11.2.1. Algemeen

§ 15.2.3. Vrijstelling

§ 11.2.1. Algemeen

Titel 15.7. Keuringen

Titel 15.8. Statiegeld, retourpremies

Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten

Titel 16.2. Broeikasgassen en broeikasgasemissierechten

Afdeling 11.3.7. Overige bepalingen

Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties

Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties

Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Afdeling 16.2.3. De overgang van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties

Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen

Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden

Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen

Titel 17.3. Maatregelen bij gevaar door stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen

Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter

Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten

Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen

Hoofdstuk 22. Slotbepalingen

Bijlage 1. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Waterleidingwet

Luchtvaartwet

Wet luchtvaart

Boswet

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Kernenergiewet

Ontgrondingenwet

Wet geluidhinder

Wet inzake de luchtverontreiniging

Interimwet bodemsanering

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Wet inrichting landelijk gebied

Wet bodembescherming

Meststoffenwet

Wet energiebesparing toestellen

Natuurbeschermingswet 1998

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)

Tracéwet

Wegenverkeerswet 1994

Flora- en faunawet

Waterwet

Bijlage 2. bij de Wet milieubeheer

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 1.1

In afwijking van voorschrift 2.1 gelden voor een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen zones of agglomeraties of een gedeelte daarvan, waarvoor uitstel krachtens artikel 22, eerste lid, juncto vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit van toepassing is, tot een bij die maatregel genoemd tijdstip, doch uiterlijk tot 1 januari 2015, voor stikstofdioxide de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Voorschrift 2.2

Voor zwaveldioxide geldt 500 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

§ 2. Grenswaarden, plandrempels en alarmdrempel voor stikstofdioxide

Voor stikstofdioxide geldt 400 microgram per m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren, in gebieden met een oppervlakte van ten minste 100 km2, als alarmdrempel.

§ 3. Grenswaarde voor stikstofoxiden

Voorschrift 2.2

Voor stikstofdioxide gelden buiten de krachtens voorschrift 2.1a aangewezen zones en agglomeraties de volgende plandrempels voor de bescherming van de gezondheid van de mens, gedefinieerd als jaargemiddelde concentraties:

Voorschrift 2.3

Voorschrift 4.1

Voor zwevende deeltjes (PM10) gelden de volgende grenswaarden voor de bescherming van de gezondheid van de mens:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 8.47a

Het bevoegd gezag stelt Onze Minister zo spoedig mogelijk op de hoogte van een verklaring als bedoeld in artikel 8.47, derde lid.

Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten

§ 9.2.1. Algemeen

§ 9.2.2. Maatregelen

Titel 9.4. De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energieverbruikende producten

Hoofdstuk 10. Afvalstoffen

Titel 9.6. De EG-richtlijn ter bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen

Titel 10.3. Hergebruik, preventie en recycling en andere nuttige toepassing

Artikel 10.16b

Vervallen

Artikel 10.16c

Vervallen

Titel 10.6. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen

Artikel 10.40a
1.

De in artikel 10.38 gestelde verplichting de afgifte van afvalstoffen te registreren of te melden, geldt niet voor degene die zich ontdoet van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen afvalstoffen afkomstig van schepen.

2.

Degene die bij algemene maatregel van bestuur aangewezen afvalstoffen afkomstig van schepen in ontvangst neemt, bevestigt deze ontvangst op een bij algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze op een formulier.

§ 9.8.1. Algemeen

Artikel 10.44d

Vervallen

Artikel 10.44e

Vervallen

Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen

Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen

Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen

§ 11.3.2.2. Het geluidregister

Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen

Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen

Hoofdstuk 14. Coördinatie

§ 10.6.2. Het vervoer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen

Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen

§ 11.2.2. Geluidsbelastingkaarten

§ 11.2.2. Geluidsbelastingkaarten

Titel 11.3. Wegen en spoorwegen met geluidproductieplafonds

Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten

Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen

Titel 15.12. Financiële tegemoetkomingen

Afdeling 11.3.4. Geluidproductieplafonds voor op 1 juli 2012 bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen

Paragraaf 16.2.1.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties

§ 16.2.3.2. Het nationale toewijzingsbesluit, overige toewijzingsbesluiten en de verlening van broeikasgasemissierechten

Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen

Titel 16.3. Stikstofoxiden en NOx-emissierechten

Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen

Afdeling 16.2.5. Instemming met deelname aan projectactiviteiten

Titel 15.11. Financiering van de zorg voor gesloten stortplaatsen

Titel 15.3. Voorschriften omtrent het verstrekken van subsidies

Titel 15.5. Fonds Luchtverontreiniging

Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten

Paragraaf 16.2.1.1. Algemeen

§ 20.3. Advisering inzake beroepen milieubeheer

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)