Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 15 februari 1980, tot het treffen van sancties tegen bepaalde staten of gebieden
22 versions
· 2025-03-01
2025-03-01
Sanctiewet 1977
2025-02-04
Sanctiewet 1977 — art. 8
2023-07-01
Sanctiewet 1977 — art. 8
2020-05-21
Sanctiewet 1977 — art. 8
2019-01-01
Sanctiewet 1977 — art. 8
2015-01-01
Sanctiewet 1977
2013-07-01
Sanctiewet 1977 — arts. 1, 8
2013-01-01
Sanctiewet 1977 — arts. 1, 8
2012-07-01
Sanctiewet 1977 — arts. 1, 8
2012-01-01
Sanctiewet 1977 — arts. 1, 8
2010-10-10
Sanctiewet 1977
2009-11-01
Sanctiewet 1977 — art. 14
2009-08-01
Sanctiewet 1977 — art. 14
2009-07-01
Sanctiewet 1977 — art. 14
2008-08-01
Sanctiewet 1977 — art. 14
2008-03-03
Sanctiewet 1977 — art. 14
Wijzigingen op 2008-03-03
@@ -10,9 +10,9 @@
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
- a. sanctiebesluit: een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01);
- b. sanctieregeling: een regeling als bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), of [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=3&artikel=7&z=2007-01-01&g=2007-01-01);
- a. sanctiebesluit: een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=2&z=2008-03-03&g=2008-03-03);
- b. sanctieregeling: een regeling als bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=2&z=2008-03-03&g=2008-03-03), of [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=3&artikel=7&z=2008-03-03&g=2008-03-03);
- c. Onze Minister: Onze Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat;
@@ -20,23 +20,23 @@
##### Artikel 2
1. Ter voldoening aan verdragen, besluiten of aanbevelingen van organen van volkenrechtelijke organisaties, dan wel aan internationale afspraken, met betrekking tot de handhaving of het herstel van de internationale vrede en veiligheid of de bevordering van de internationale rechtsorde dan wel de bestrijding van terrorisme, kunnen bij algemene maatregel van bestuur ten aanzien van de in de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01) en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=4&z=2007-01-01&g=2007-01-01) bedoelde onderwerpen regels worden vastgesteld.
1. Ter voldoening aan verdragen, besluiten of aanbevelingen van organen van volkenrechtelijke organisaties, dan wel aan internationale afspraken, met betrekking tot de handhaving of het herstel van de internationale vrede en veiligheid of de bevordering van de internationale rechtsorde dan wel de bestrijding van terrorisme, kunnen bij algemene maatregel van bestuur ten aanzien van de in de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=3&z=2008-03-03&g=2008-03-03) en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=4&z=2008-03-03&g=2008-03-03) bedoelde onderwerpen regels worden vastgesteld.
2. Indien de te stellen regels uitsluitend strekken ter uitvoering van verplichtingen die voortvloeien uit verdragen of uit bindende besluiten van volkenrechtelijke organisaties kan Onze Minister deze vaststellen.
##### Artikel 3
1. De in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01) bedoelde regels kunnen betreffen het goederen-, diensten- en financieel verkeer, de scheepvaart, de luchtvaart, het wegverkeer, de post en de telecommunicatie en al hetgeen overigens is vereist ter voldoening aan de verdragen, besluiten, aanbevelingen dan wel internationale afspraken, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01).
1. De in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=2&z=2008-03-03&g=2008-03-03) bedoelde regels kunnen betreffen het goederen-, diensten- en financieel verkeer, de scheepvaart, de luchtvaart, het wegverkeer, de post en de telecommunicatie en al hetgeen overigens is vereist ter voldoening aan de verdragen, besluiten, aanbevelingen dan wel internationale afspraken, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=2&z=2008-03-03&g=2008-03-03).
2. Onder het in het eerste lid genoemde verkeer wordt begrepen iedere handeling, die kennelijk rechtstreeks is gericht op het bewerkstelligen van zulk verkeer.
3. De in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01) bedoelde regels kunnen mede voorschriften inhouden betreffende de in het verband van de onderwerpen, aangeduid in het eerste lid, gebruikelijke documenten.
3. De in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=2&z=2008-03-03&g=2008-03-03) bedoelde regels kunnen mede voorschriften inhouden betreffende de in het verband van de onderwerpen, aangeduid in het eerste lid, gebruikelijke documenten.
4. Deze wet laat de bevoegdheden krachtens de [In- en uitvoerwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002376) onverlet.
##### Artikel 4
De in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01) bedoelde regels kunnen tevens de toegang en het verblijf van vreemdelingen betreffen, in die zin dat voor zover nodig in afwijking van de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) en [12 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=12) de toegang en het verblijf aan in de regels aangeduide vreemdelingen kunnen worden geweigerd en dat Onze Minister van Justitie verblijfsvergunningen als bedoeld in de [artikelen 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=14) en [20 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=20) van de bedoelde vreemdelingen kan intrekken. Een intrekking op grond van dit artikel geldt als een intrekking op grond van [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=19) respectievelijk [artikel 22 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=22).
De in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=2&z=2008-03-03&g=2008-03-03) bedoelde regels kunnen tevens de toegang en het verblijf van vreemdelingen betreffen, in die zin dat voor zover nodig in afwijking van de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=3) en [12 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=12) de toegang en het verblijf aan in de regels aangeduide vreemdelingen kunnen worden geweigerd en dat Onze Minister van Justitie verblijfsvergunningen als bedoeld in de [artikelen 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=14) en [20 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=20) van de bedoelde vreemdelingen kan intrekken. Een intrekking op grond van dit artikel geldt als een intrekking op grond van [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=19) respectievelijk [artikel 22 van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=22).
##### Artikel 5
@@ -58,17 +58,11 @@
##### Artikel 8
Een sanctieregeling op grond van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=3&artikel=7&z=2007-01-01&g=2007-01-01) blijft, behoudens eerdere intrekking van kracht totdat een krachtens [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01) vastgesteld besluit, dat hetzelfde onderwerp betreft, in werking treedt, doch uiterlijk tot tien maanden na het in werking treden van de regeling.
Een sanctieregeling op grond van [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=3&artikel=7&z=2008-03-03&g=2008-03-03) blijft, behoudens eerdere intrekking van kracht totdat een krachtens [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=2&z=2008-03-03&g=2008-03-03) vastgesteld besluit, dat hetzelfde onderwerp betreft, in werking treedt, doch uiterlijk tot tien maanden na het in werking treden van de regeling.
##### Artikel 9
1. Van voorschriften in regels op grond van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01) of [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=3&artikel=7&z=2007-01-01&g=2007-01-01) gesteld ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=3&z=2007-01-01&g=2007-01-01), kan Onze in het sanctiebesluit of in de sanctieregeling aangewezen Minister vrijstelling en, op daartoe strekkend verzoek, ontheffing verlenen.
2. Een vrijstelling of ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen verplichtingen worden verbonden.
3. Onze in het eerste lid bedoelde Minister kan een ontheffing intrekken indien de ter verkrijging daarvan verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvrage een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest.
4. Onze in het eerste lid bedoelde Minister kan de ontheffingen behorende tot een door hem aangewezen groep, intrekken, indien een gewichtige reden dit naar zijn oordeel noodzakelijk maakt. De bekendmaking van een krachtens het eerste lid vastgesteld besluit geschiedt door plaatsing in de **Staatscourant**.
Vervallen
##### Artikel 10
@@ -98,7 +92,7 @@
##### Artikel 11
1. Onze Minister kan bevoegdheden die hem ingevolge een sanctiebesluit of een sanctieregeling dan wel ingevolge [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=4&artikel=9&z=2007-01-01&g=2007-01-01) toekomen, delegeren aan het bestuur van een bedrijfslichaam of het bestuur van een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in [artikel 110 van de Wet op de bedrijfsorganisatie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&artikel=110), tenzij het bepaalde bij of krachtens deze wet zich daartegen verzet. Onze Minister kan aan een delegatie op grond van de eerste volzin beperkingen verbinden.
1. Onze Minister kan bevoegdheden die hem ingevolge een sanctiebesluit of een sanctieregeling dan wel ingevolge [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=4&artikel=9&z=2008-03-03&g=2008-03-03) toekomen, delegeren aan het bestuur van een bedrijfslichaam of het bestuur van een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in [artikel 110 van de Wet op de bedrijfsorganisatie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002058&artikel=110), tenzij het bepaalde bij of krachtens deze wet zich daartegen verzet. Onze Minister kan aan een delegatie op grond van de eerste volzin beperkingen verbinden.
2. Besluiten van algemene strekking, vastgesteld met het oog op de uitoefening van een op grond van het eerste lid gedelegeerde bevoegdheid, behoeven de goedkeuring van Onze Minister. Goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
@@ -114,7 +108,7 @@
##### Artikel 14
Tegen een besluit op grond van[artikel 9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=4&artikel=9&z=2007-01-01&g=2007-01-01), kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Tegen een besluit op grond van[artikel 9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=4&artikel=9&z=2008-03-03&g=2008-03-03), kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
##### Artikel 15
@@ -140,53 +134,53 @@
##### Artikel 10a
Onze Minister van Financiën kan de krachtens [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10&z=2007-01-01&g=2007-01-01), aangewezen rechtspersonen in de gelegenheid stellen hun zienswijze naar voren te brengen omtrent de beoordeling van aanvragen om een ontheffing als bedoeld in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=4&artikel=9&z=2007-01-01&g=2007-01-01), alsmede omtrent de uitvoering van de op grond van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01) dan wel [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=3&artikel=7&z=2007-01-01&g=2007-01-01) vastgestelde regels betreffende het financieel verkeer.
Onze Minister van Financiën kan de krachtens [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10&z=2008-03-03&g=2008-03-03), aangewezen rechtspersonen in de gelegenheid stellen hun zienswijze naar voren te brengen omtrent de beoordeling van aanvragen om een ontheffing als bedoeld in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=4&artikel=9&z=2008-03-03&g=2008-03-03), alsmede omtrent de uitvoering van de op grond van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=2&z=2008-03-03&g=2008-03-03) dan wel [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=3&artikel=7&z=2008-03-03&g=2008-03-03) vastgestelde regels betreffende het financieel verkeer.
##### Artikel 10b
1. Onze Minister van Financiën kan regels stellen voor de bedrijfsvoering met betrekking tot de administratieve organisatie en de interne controle van de instellingen, bedoeld in [artikel 10, tweede lid, onder a tot en met h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10&z=2007-01-01&g=2007-01-01).
2. Onze Minister van Financiën kan regels stellen omtrent het al dan niet op verzoek verstrekken van gegevens door de instellingen, bedoeld in [artikel 10, tweede lid, onder a tot en met h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10&z=2007-01-01&g=2007-01-01).
1. Onze Minister van Financiën kan regels stellen voor de bedrijfsvoering met betrekking tot de administratieve organisatie en de interne controle van de instellingen, bedoeld in [artikel 10, tweede lid, onder a tot en met h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10&z=2008-03-03&g=2008-03-03).
2. Onze Minister van Financiën kan regels stellen omtrent het al dan niet op verzoek verstrekken van gegevens door de instellingen, bedoeld in [artikel 10, tweede lid, onder a tot en met h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10&z=2008-03-03&g=2008-03-03).
3. Onze Minister van Financiën kan ontheffing of vrijstelling verlenen van de op grond van het eerste en tweede lid gestelde regels.
##### Artikel 10c
1. Onze Minister van Financiën kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van regels, gesteld krachtens [artikel 10b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10b&z=2007-01-01&g=2007-01-01). De [artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:32), en [5:33 tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:33).
1. Onze Minister van Financiën kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van regels, gesteld krachtens [artikel 10b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10b&z=2008-03-03&g=2008-03-03). De [artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:32), en [5:33 tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:33).
2. Onze Minister van Financiën kan regels stellen inzake de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin.
##### Artikel 10d
1. Onze Minister van Financiën kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van regels, gesteld krachtens [artikel 10b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10b&z=2007-01-01&g=2007-01-01).
1. Onze Minister van Financiën kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van regels, gesteld krachtens [artikel 10b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10b&z=2008-03-03&g=2008-03-03).
2. De bestuurlijke boete komt toe aan de staat.
3. Ten aanzien van de ondernemingen en instellingen, bedoeld in [artikel 10, tweede lid, onder a, b, d, f, g en h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10&z=2007-01-01&g=2007-01-01), zijn de [artikelen 1:82](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:82), [1:83](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:83), [1:84](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:84), [1:85](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:85), [1:87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:87) en [1:88 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:88) van overeenkomstige toepassing.
4. Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in [artikel 10, tweede lid, onder c,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10&z=2007-01-01&g=2007-01-01) zijn de [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013816&artikel=23), [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013816&artikel=24), [25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013816&artikel=25), [26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013816&artikel=26), [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013816&artikel=27), [29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013816&artikel=29) en [30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013816&artikel=30) en de categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage, bedoeld in [artikel 22, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013816&artikel=22) van overeenkomstige toepassing.
5. Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in [artikel 10, tweede lid, onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10&z=2007-01-01&g=2007-01-01), zijn de [artikelen 180 tot en met 184](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=180), [186](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=186), [187 van de Pensioenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=187) en de [artikelen 175 tot en met 179](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018831&artikel=175), [181](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018831&artikel=181), [182 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018831&artikel=182) en de categorie-indeling op grond van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 179 van de Pensioenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=179) en de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 174 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018831&artikel=174) van overeenkomstige toepassing.
3. Ten aanzien van de ondernemingen en instellingen, bedoeld in [artikel 10, tweede lid, onder a, b, d, f, g en h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10&z=2008-03-03&g=2008-03-03), zijn de [artikelen 1:82](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:82), [1:83](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:83), [1:84](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:84), [1:85](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:85), [1:87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:87) en [1:88 van de Wet op het financieel toezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020368&artikel=1:88) van overeenkomstige toepassing.
4. Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in [artikel 10, tweede lid, onder c,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10&z=2008-03-03&g=2008-03-03) zijn de [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013816&artikel=23), [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013816&artikel=24), [25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013816&artikel=25), [26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013816&artikel=26), [27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013816&artikel=27), [29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013816&artikel=29) en [30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013816&artikel=30) en de categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage, bedoeld in [artikel 22, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013816&artikel=22) van overeenkomstige toepassing.
5. Ten aanzien van de instellingen, bedoeld in [artikel 10, tweede lid, onder e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10&z=2008-03-03&g=2008-03-03), zijn de [artikelen 180 tot en met 184](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=180), [186](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=186), [187 van de Pensioenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=187) en de [artikelen 175 tot en met 179](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018831&artikel=175), [181](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018831&artikel=181), [182 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018831&artikel=182) en de categorie-indeling op grond van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 179 van de Pensioenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020809&artikel=179) en de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 174 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018831&artikel=174) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 10e
1. Het bedrag van de boete wordt bepaald op de wijze, voorzien in het tweede lid, met dien verstande dat het bedrag van de boete ten hoogste € 200 000 bedraagt.
2. Het bedrag van de boete wordt bepaald door vermenigvuldiging van het bedrag van € 5445 met de factor die van toepassing is op grond van de in [artikel 10d, derde, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10d&z=2007-01-01&g=2007-01-01), bedoelde categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage.
2. Het bedrag van de boete wordt bepaald door vermenigvuldiging van het bedrag van € 5445 met de factor die van toepassing is op grond van de in [artikel 10d, derde, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10d&z=2008-03-03&g=2008-03-03), bedoelde categorie-indeling in artikel 2 van de bijlage.
3. Onze Minister van Financiën kan een lagere boete opleggen dan in het eerste lid is bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is.
##### Artikel 10f
1. De bevoegdheden die Onze Minister van Financiën op grond van deze afdeling heeft, kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen die ingevolge [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10&z=2007-01-01&g=2007-01-01), zijn aangewezen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van deze afdeling jegens Onze Minister van Financiën als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon.
1. De bevoegdheden die Onze Minister van Financiën op grond van deze afdeling heeft, kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan een of meer rechtspersonen die ingevolge [artikel 10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10&z=2008-03-03&g=2008-03-03), zijn aangewezen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van deze afdeling jegens Onze Minister van Financiën als verplichtingen jegens de desbetreffende rechtspersoon.
2. Aan de overdracht, bedoeld in het eerste lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden.
##### Artikel 10g
1. Gegevens en inlichtingen die ingevolge het bij of krachtens deze afdeling bepaalde omtrent afzonderlijke ondernemingen, instellingen of personen zijn verstrekt of zijn verkregen en gegevens en inlichtingen die van een instantie als bedoeld in [artikel 10h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10h&z=2007-01-01&g=2007-01-01) zijn ontvangen, worden niet gepubliceerd en zijn geheim.
2. Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze afdeling of krachtens deze afdeling genomen besluiten enige taak vervult, verboden van gegevens of inlichtingen, ingevolge genoemde artikelen verstrekt of van een instantie als bedoeld in [artikel 10h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10h&z=2007-01-01&g=2007-01-01) ontvangen, of van gegevens of inlichtingen, bij het onderzoek van zakelijke gegevens en van bescheiden verkregen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of op grond van deze afdeling wordt geëist.
1. Gegevens en inlichtingen die ingevolge het bij of krachtens deze afdeling bepaalde omtrent afzonderlijke ondernemingen, instellingen of personen zijn verstrekt of zijn verkregen en gegevens en inlichtingen die van een instantie als bedoeld in [artikel 10h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10h&z=2008-03-03&g=2008-03-03) zijn ontvangen, worden niet gepubliceerd en zijn geheim.
2. Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze afdeling of krachtens deze afdeling genomen besluiten enige taak vervult, verboden van gegevens of inlichtingen, ingevolge genoemde artikelen verstrekt of van een instantie als bedoeld in [artikel 10h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10h&z=2008-03-03&g=2008-03-03) ontvangen, of van gegevens of inlichtingen, bij het onderzoek van zakelijke gegevens en van bescheiden verkregen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of op grond van deze afdeling wordt geëist.
3. Het eerste en tweede lid laten, ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het [Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903).
@@ -194,7 +188,7 @@
##### Artikel 10h
Onze Minister van Financiën is, onverminderd de bepalingen terzake in bindende besluiten van organen van de Europese Unie of andere volkenrechtelijke organisaties, in afwijking van [artikel 10g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10g&z=2007-01-01&g=2007-01-01), bevoegd om gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hem bij deze wet opgedragen taak, te verstrekken aan Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel aan Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op de naleving of met de uitvoering van de verdragen, besluiten, aanbevelingen en afspraken, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=2&z=2007-01-01&g=2007-01-01), op het gebied van het financieel verkeer en de daartoe krachtens dat artikel dan wel [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=3&artikel=7&z=2007-01-01&g=2007-01-01) gestelde regels, tenzij:
Onze Minister van Financiën is, onverminderd de bepalingen terzake in bindende besluiten van organen van de Europese Unie of andere volkenrechtelijke organisaties, in afwijking van [artikel 10g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=5&artikel=10g&z=2008-03-03&g=2008-03-03), bevoegd om gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hem bij deze wet opgedragen taak, te verstrekken aan Nederlandse of buitenlandse overheidsinstanties dan wel aan Nederlandse of buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die belast zijn met het toezicht op de naleving of met de uitvoering van de verdragen, besluiten, aanbevelingen en afspraken, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=2&artikel=2&z=2008-03-03&g=2008-03-03), op het gebied van het financieel verkeer en de daartoe krachtens dat artikel dan wel [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003296&afdeling=3&artikel=7&z=2008-03-03&g=2008-03-03) gestelde regels, tenzij:
- a. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt onvoldoende bepaald is;
2007-01-01
Sanctiewet 1977 — art. 14
2004-03-01
Sanctiewet 1977 — art. 14
2003-08-01
Sanctiewet 1977 — art. 14
2002-06-07
Sanctiewet 1977
2001-04-01
Sanctiewet 1977 — arts. 12, 13, 15, 16
2001-04-01
Sanctiewet 1977
original version
Tekst op deze datum