Wet van 10 maart 1984, houdende regelen inzake de verlening van uitkeringen en bijzondere voorzieningen aan burger-oorlogsslachtoffers
De uitkering, de toeslagen, bedoeld in de artikelen 19 tot en met 23, de vergoeding en de tegemoetkoming zijn niet vatbaar voor vervreemding of verpanding.
De toeslagen, bedoeld in deartikelen 19 en 22, de vergoeding en de tegemoetkoming, alsmede de op grond van onderdeel a van artikel 41, eerste lid, na overlijden doorlopende uitkering zijn niet vatbaar voor beslag.
Volmacht tot ontvangst van de uitkering, toeslag, vergoeding en tegemoetkoming, in welke vorm of onder welke benaming ook verleend, is steeds herroepelijk.
Elk beding, strijdig met enige bepaling van dit artikel, is nietig.
Hoofdstuk III. Toepassing en uitvoering
Artikel 46
Vervallen
Artikel 47
Vervallen
Artikel 48
Vervallen
Hoofdstuk IV. Verstrekken van inlichtingen
Artikel 49
De belanghebbende is verplicht desgevraagd aan de Raad of de Sociale verzekeringsbank alle inlichtingen te verstrekken die hij voor het vaststellen of het bestendigen van het recht van een burger-oorlogsslachtoffer of diens nabestaanden op een uitkering, toeslag, vergoeding of tegemoetkoming noodzakelijk acht.
Indien de belanghebbende niet voldoet aan het bepaalde in het eerste lid, wijst de Raad of de Sociale verzekeringsbank de aanvraag af, dan wel herziet hij de eerder gegeven beschikking in het nadeel van de betrokkene.
Artikel 50
De belanghebbende is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank die gegevens te verstrekken, welke voor de uitvoering van de beschikkingen van die Raad noodzakelijk zijn.
Zolang de belanghebbende niet voldoet aan het bepaalde in het eerste lid, wordt de beschikking niet uitgevoerd of wordt de uitvoering ervan geschorst. De Sociale verzekeringsbank doet hem hiervan mededeling.
Indien de belanghebbende eerst na twee jaar, nadat het recht op een uitkering, een vergoeding of een tegemoetkoming is vastgesteld de in het tweede lid bedoelde gegevens verstrekt, beslist de Sociale verzekeringsbank of, gelet op alle omstandigheden, de in de beschikking genoemde ingangsdatum kan worden gehandhaafd. Zo nodig stelt de Sociale verzekeringsbank, in afwijking van het bepaalde in artikel 40, eerste lid, een nieuwe ingangsdatum vast.
Indien de belanghebbende eerst na twee jaar, nadat de uitvoering van de beschikking werd geschorst, de in het eerste lid bedoelde gegevens verstrekt, beslist de Sociale verzekeringsbank, rekening houdende met alle omstandigheden, of en zo ja in hoeverre, de uitvoering van deze beschikking, voor zover deze betrekking heeft op de periode gedurende welke de uitvoering van de beschikking was geschorst, alsnog kan plaatsvinden.
Artikel 51
De belanghebbende, diens wettelijke vertegenwoordiger en de persoon aan wie de uitkering, toeslag, vergoeding of tegemoetkoming wordt uitbetaald, zijn gehouden onverwijld aan de Sociale verzekeringsbank mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden, die tot intrekking of verlaging van de uitkering, toeslag, vergoeding of tegemoetkoming aanleiding zouden kunnen geven.
Het bepaalde in artikel 50, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 52
Alle ambtenaren, tot afgifte van uittreksels uit registers van de burgerlijke stand bevoegd, zijn gehouden aan de Raad of de Sociale verzekeringsbank de door hem gevraagde uittreksels uit de registers kosteloos te verstrekken.
De gemeentebesturen zijn gehouden aan de Raad of de Sociale verzekeringsbank de door hem gevraagde inlichtingen uit de basisregistratie personen kosteloos te verstrekken.
Artikel 53
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 49, 50 en 51, doet de belanghebbende aan wie een uitkering of tegemoetkoming wordt uitbetaald, al dan niet door tussenkomst van zijn wettelijke vertegenwoordiger, op een door de Sociale verzekeringsbank te bepalen tijdstip en wijze, opgave van alle door hem, anders dan uit vermogen genoten inkomsten, en indien zulks door de Sociale verzekeringsbank wordt verlangd, van de hoogte en samenstelling van zijn vermogen.
De Raad of de Sociale verzekeringsbank kan, voor zover zulks naar zijn oordeel nodig is, de financiële gegevens, die bij een aanvraag om een uitkering of tegemoetkoming zijn overgelegd, alsmede die welke op grond van het eerste lid zijn verstrekt, ter controle aan de Belastingdienst voorleggen. De Raad of de Sociale verzekeringsbank is gehouden de belanghebbende van deze mogelijkheid in kennis te stellen.
Hoofdstuk V. Voorzieningen tegen de beschikking
§ 1. Bezwaar
Artikel 54
In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift dertien weken, indien de belanghebbende in het buitenland gevestigd is.
Artikel 54a
Vervallen
Artikel 55
Artikel 39a is van overeenkomstige toepassing.
In afwijking van artikel 7:10, eerste, derde en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist de Raad of de Sociale verzekeringsbank binnen dertien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Ingeval van bijzondere omstandigheden kan deze termijn eenmaal met ten hoogste vier weken worden verlengd. Van de verlenging doet de Raad of de Sociale verzekeringsbank schriftelijk mededeling aan de belanghebbende.
Indien de belanghebbende in het buitenland gevestigd is, worden de termijnen, bedoeld in het tweede lid, ieder met acht weken verlengd.
Artikel 55a
Vervallen
§ 2. Beroep
Artikel 56
In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift dertien weken, indien de belanghebbende in het buitenland is gevestigd.
Artikel 56a
Vervallen
Artikel 57
Vervallen
Artikel 58
Vervallen
Hoofdstuk VI. Voorlopige en definitieve vaststelling
Artikel 59
De periodieke uitkering of de garantie-uitkering wordt, met uitzondering van de op grond van artikel 10 vastgestelde grondslag, opnieuw vastgesteld:
- a. wanneer de uitkeringsgerechtigde of zijn echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, bereikt;
- b. wanneer de uitkeringsgerechtigde in het huwelijk treedt of zijn huwelijk wordt beëindigd door echtscheiding of overlijden van zijn echtgenoot;
- c. wanneer de uitkeringsgerechtigde duurzaam gescheiden van zijn echtgenoot gaat leven;
- d. wanneer een kind of pleegkind van de uitkeringsgerechtigde meerderjarig wordt;
- e. wanneer toepassing wordt gegeven aan artikel 18, eerste lid;
- f. wanneer er sprake is van bedrijfsbeëindiging door de uitkeringsgerechtigde of zijn echtgenoot;
- g. wanneer de uitkeringsgerechtigde aanspraak maakt op de betaling uit een nieuwe bron van inkomsten, of
- h. wanneer de uitkeringsgerechtigde geen aanspraak meer kan maken op de betaling uit een bron van inkomsten, tenzij hij het vervallen van die aanspraak heeft bewerkstelligd.
Het eerste lid, onder g en h, is van overeenkomstige toepassing op de inkomsten van de echtgenoot van de uitkeringsgerechtigde, voor zover die inkomsten de hoogte van de periodieke uitkering of de garantie-uitkering, bedoeld in artikel 8, mede bepalen.
De beschikking, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt genomen binnen 13 weken nadat de noodzakelijke gegevens ter kennis van de Sociale verzekeringsbank zijn gebracht.
Hetgeen als gevolg van een beschikking als bedoeld in het eerste of tweede lid te veel dan wel te weinig is uitbetaald, wordt door de Sociale verzekeringsbank teruggevorderd of verrekend dan wel nabetaald. De terugvordering kan in door de Sociale verzekeringsbank te bepalen termijnen plaatsvinden.
Artikel 60
Op aanvraag van de uitkeringsgerechtigde wordt de periodieke uitkering of de garantie-uitkering, met uitzondering van de op grond van artikel 10 vastgestelde grondslag, opnieuw vastgesteld:
- a. indien de vast te stellen periodieke uitkering of de garantie-uitkering op de datum van deze aanvraag hoger is dan de laatst vastgestelde of aangepaste periodieke uitkering of garantie-uitkering, mits dit niet uitsluitend het gevolg is van de koersomrekening van inkomsten die door de uitkeringsgerechtigde of zijn echtgenoot worden ontvangen, of;
- b. indien het vermogen van de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot door oorzaken gelegen in factoren waarop de uitkeringsgerechtigde geen invloed heeft kunnen uitoefenen, zodanig is verminderd, dat het niet herzien van de laatst vastgestelde inkomsten uit vermogen, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder c, tot een klaarblijkelijke hardheid zou leiden. Bij de beoordeling hiervan wordt rekening gehouden met de totale vermogens- en inkomstenpositie van de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot.
Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, gaat de opnieuw vastgestelde periodieke uitkering of de garantie-uitkering in op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend.
Op een besluit, voortvloeiende uit de toepassing van het eerste lid, is artikel 38, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk VI. Voorlopige en definitieve vaststelling
Artikel 61
De Raad of de Sociale verzekeringsbank is bevoegd een eenmaal gegeven beschikking in het nadeel van betrokkene te herzien, indien hem alsnog blijkt of na kennisneming van enig feit, gegeven of omstandigheid op zich zelf of in samenhang met andere feiten, gegevens of omstandigheden, duidelijk wordt, dat de gronden waarop die beschikking was gebaseerd dermate onjuist of onvolledig waren, dat de beschikking op die gronden niet kan worden gehandhaafd en de bekend geworden feiten, gegevens of omstandigheden onvoldoende grond bieden om de oorspronkelijke beschikking te dragen.
Indien, naar het oordeel van de Sociale verzekeringsbank, door de herzieningsbeschikking het recht op elke voorziening van deze wet zal moeten worden ontzegd, stelt de Sociale verzekeringsbank, alvorens tot herziening over te gaan, de betrokkene in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.
De Raad of de Sociale verzekeringsbank is bevoegd, op daartoe door of vanwege de belanghebbende gedane aanvraag, een door de Raad of de Sociale verzekeringsbank of door de Centrale Raad van Beroep gegeven beschikking dan wel uitspraak in het voordeel van de bij die beschikking dan wel uitspraak betrokkene te herzien.
Op een beschikking, voortvloeiende uit de toepassing van het derde lid, is paragraaf 10 van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 38, tweede, derde en vierde lid, en artikel 39.
Artikel 62
Indien met terugwerkende kracht een voorziening wordt getroffen voor hetzelfde doel als waarvoor reeds ingevolge deze wet een vergoeding of tegemoetkoming werd verleend, herziet de Sociale verzekeringsbank de oorspronkelijke beschikking.
Hoofdstuk VII. Herziening
Artikel 63
Indien een ingevolge deze wet gegeven beschikking in het nadeel van betrokkene wordt herzien, wordt hetgeen te veel was uitbetaald, niet teruggevorderd of verrekend, tenzij:
- a. tenzij toepassing is gegeven aan artikel 59, dan wel
- b. toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel 62, dan wel
- c. in de herzieningsbeschikking gemotiveerd is aangegeven dat van de feiten, gegevens en omstandigheden, bedoeld in artikel 61, eerste lid, niet kon worden kennisgenomen als gevolg van opzet of grove nalatigheid van betrokkene, dan wel
- d. betrokkene redelijkerwijs had moeten begrijpen dat hem te veel werd uitbetaald.
Artikel 64
Indien aan de uitkeringsgerechtigde, in afwachting van de toekenning van een uitkering, vergoeding of tegemoetkoming ingevolge deze wet, door burgemeester en wethouders een uitkering is verleend ingevolge de Participatiewet, wordt de uitkering, vergoeding of tegemoetkoming ingevolge deze wet verminderd met de kosten van bijstand welke voor overeenkomstige voorzieningen zijn gemaakt over dezelfde periode waarover de uitkering, vergoeding of tegemoetkoming wordt verleend, terwijl de som welke in mindering wordt gebracht, wordt uitbetaald aan de betrokken gemeente.
Hoofdstuk VIII. Terugvordering en verrekening
Artikel 65
Vervallen
Artikel 66
Vervallen
Hoofdstuk IX. Bekostiging en toezicht
Artikel 67
Vervallen
Artikel 68
Vervallen
Artikel 69
Vervallen
Artikel 70
Vervallen
Artikel 71
Vervallen
Artikel 72
Vervallen
Artikel 73
Vervallen
Artikel 74
Vervallen
Artikel 75
Vervallen
Artikel 76
Vervallen
Artikel 77
Vervallen
Artikel 78
In het belang van een goede uitvoering van deze wet kan Onze Minister nadere regelen stellen.
Artikel 79
Vervallen
Artikel 80
Vervallen
Artikel 81
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel 82
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel 83
Deze wet kan worden aangehaald als Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
Artikel 84
Deze wet treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt, met uitzondering van artikel 82, terug tot 1 juli 1981.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 27a
De op grond van de artikelen 20, eerste en tweede lid, en 21, eerste en tweede lid bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde bedragen worden door Onze Minister herzien naar evenredigheid van de ontwikkeling van de standaardpremie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag.
§ 7. Verrekening van inkomsten
§ 8. Bijzondere voorzieningen
§ 9. Aanvraag om erkenning
§ 9. Aanvraag om erkenning
§ 11. Ingang en einde van de uitkering, toeslagen en bijzondere voorzieningen
§ 12. Bepalingen aan elke uitkering, toeslag, vergoeding en tegemoetkoming gemeen
Hoofdstuk III. Toepassing en uitvoering
Hoofdstuk IV. Verstrekken van inlichtingen
Hoofdstuk V. Voorzieningen tegen de beschikking
§ 1. Bezwaar
§ 2. Beroep
Hoofdstuk VI. Voorlopige en definitieve vaststelling
Hoofdstuk VII. Herziening
Hoofdstuk VIII. Terugvordering en verrekening
Hoofdstuk IX. Bekostiging en toezicht
Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 23a
Indien de uitkeringsgerechtigde over zijn periodieke uitkering of garantie-uitkering de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 43 van de Zorgverzekeringswet, verschuldigd is, heeft hij recht op een toeslag. Deze toeslag bedraagt het percentage van de periodieke uitkering of garantie-uitkering dat overeenkomt met het bijdragepercentage, bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet, vermenigvuldigd met anderhalf, voorzover de uitkering of garantie-uitkering is te rekenen tot het deel van het bijdrage-inkomen, bedoeld in artikel 43, tweede lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet.
Indien de uitkeringsgerechtigde over zijn periodieke uitkering of garantie-uitkering de bijdrage, bedoeld in artikel 68b, vijfde lid, of artikel 69, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet, verschuldigd is, heeft hij recht op een toeslag. Voor de berekening van deze toeslag is het eerste lid, tweede volzin, van overeenkomstige toepassing.
Het in aanmerking te nemen bijdrage-inkomen bedraagt op jaarbasis ten hoogste het bedrag, bedoeld in artikel 43, derde lid, van de Zorgverzekeringswet.
§ 5. De garantie-uitkering
§ 6. Aanpassing van grondslagen en bedragen
§ 7. Verrekening van inkomsten
§ 8. Bijzondere voorzieningen
§ 10. Aanvraag en toekenning van uitkering en bijzondere voorzieningen
§ 11. Ingang en einde van de uitkering, toeslagen en bijzondere voorzieningen
§ 12. Bepalingen aan elke uitkering, toeslag, vergoeding en tegemoetkoming gemeen
Hoofdstuk III. Toepassing en uitvoering
Hoofdstuk IV. Verstrekken van inlichtingen
Hoofdstuk V. Voorzieningen tegen de beschikking
§ 1. Bezwaar
§ 2. Beroep
Hoofdstuk VI. Voorlopige en definitieve vaststelling
Hoofdstuk VII. Herziening
Hoofdstuk VIII. Terugvordering en verrekening
Hoofdstuk IX. Bekostiging en toezicht
Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2b
Waar in deze wet in een artikel of artikellid sprake is van «de Raad of de Sociale verzekeringsbank» is de taakverdeling in overeenstemming met de artikelen 4 en 6 van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen.
Hoofdstuk II. Uitkering en bijzondere voorzieningen
§ 1. Het recht op een uitkering
§ 2. De grondslag
§ 3. De periodieke uitkering
§ 4. Toeslagen
§ 6. Aanpassing van grondslagen en bedragen
§ 7. Verrekening van inkomsten
§ 8. Bijzondere voorzieningen
§ 10. Aanvraag en toekenning van uitkering en bijzondere voorzieningen
§ 11. Ingang en einde van de uitkering, toeslagen en bijzondere voorzieningen
§ 12. Bepalingen aan elke uitkering, toeslag, vergoeding en tegemoetkoming gemeen
Hoofdstuk III. Toepassing en uitvoering
Hoofdstuk IV. Verstrekken van inlichtingen
Hoofdstuk V. Voorzieningen tegen de beschikking
§ 1. Bezwaar
§ 2. Beroep
Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)