Wet van 27 november 1986, houdende regelen inzake het verhandelen van meststoffen en de afvoer van mestoverschotten
| Diersoorten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e | Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten | Nummer diercategorie | Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen stikstof in het jaar 2002 | Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen stikstof in de jaren 2003 e.v |
|---|---|---|---|---|
| I Rundvee | Fok- en gebruiksvee | |||
| • Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten minste één maal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) | 100 | 101,8 | 107,4 | |
| • Vrouwelijk jongvee (alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden; ook drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd): | ||||
| • jonger dan 1 jaar | 101 | 34,2 | 36,1 | |
| • 1 jaar en ouder | 102 | 69,9 | 73,8 | |
| • Stieren voor de fokkerij (stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee): | ||||
| • jonger dan 1 jaar | 103 | 28,3 | 29,8 | |
| • 1 jaar en ouder | 104 | 54,0 | 57,0 | |
| Witvleesproductie | ||||
| • Vleeskalveren (doorgaans binnen 6 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met melkproducten afgemest): | ||||
| • startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 2 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 2 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 110 | 4,5 | 4,8 | |
| • van startkalf tot vleeskalf, van ca. 2 tot ca. 6 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 2 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 6 maanden) | 111 | 11,2 | 11,8 | |
| • vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 6 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 6 maanden) | 112 | 8,8 | 9,3 | |
| Rosévleesproductie | ||||
| • Vleeskalveren voor de productie van rosévlees (doorgaans binnen 8 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met ruwvoer en krachtvoer afgemest): | ||||
| • startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 110B | 9,8 | 10,4 | |
| • van startkalf tot vleeskalf, van ca. 3 tot ca. 8 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 8 maanden) | 111B | 26,6 | 28,0 | |
| • vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 8 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 8 maanden) | 112B | 19,7 | 20,8 | |
| Roodvleesproductie | ||||
| • Weide- en zoogkoeien (koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid) | 120 | 70,1 | 74,0 | |
| • Vleesstieren, alsook vrouwelijke dieren en ossen die op dezelfde wijze worden gemest (vee dat tot ca. 16 maanden wordt gemest voor roodvlees): | ||||
| • startkalf t.b.v. vleesstier, van ca. 0 tot 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 121 | 7,0 | 7,4 | |
| • van startkalf tot vleesstier, van ca. 3 tot ca. 16 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleesstier van ca. 16 maanden) | 122 | 28,8 | 30,4 | |
| • vleesstier, van ca. 0 tot ca. 16 maanden (stieren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 16 maanden) | 123 | 24,8 | 26,1 | |
| • Overig vleesvee (vee bestemd voor roodvleesproductie, dat niet behoort tot de categorieën «weidekoeien» of «vleesstieren»; ook vleesstieren, vrouwelijke dieren en ossen ouder dan ca. 16 maanden): | ||||
| • jonger dan 1 jaar | 124 | 28,0 | 29,5 | |
| • 1 jaar en ouder | 125 | 69,2 | 73,1 | |
| II Varkens | Fokkerij/vermeerdering | |||
| • Fokzeugen (ten minste éénmaal gedekt of geïnsemineerd: guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn): | ||||
| • waarvan de biggen aan een ander bedrijf worden geleverd ca. 6 weken na hun geboorte (ook fokzeugen die nog geen biggen hebben) | 400 | 14,6 | 15,4 | |
| • waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg (ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) | 401 | 18,6 | 19,7 | |
| • Opfokzeugen (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij): | ||||
| • van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (aangeleverde opfokzeugen van ca. 25 kg die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25 kg, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) | 402 | 7,2 | 7,6 | |
| •van ca. 7 maanden tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) | 403 | 11,1 | 11,7 | |
| • van ca. 25 kg tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25 kg, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact 25 kg tot de eerste dekking) | 404 | 7,5 | 7,9 | |
| • Opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 kg) | 405 | 6,8 | 7,2 | |
| • Dekberen, van ca. 7 maanden en ouder (dekrijpe beren – ook zoekberen – van ca. 7 maanden en ouder; ook aangeleverde beren van iets jonger dan 7 maanden; beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) | 406 | 14,3 | 15,1 | |
| • Biggen, aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kg (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd, die worden afgeleverd op ca. 25 kg; ook op 6 weken aangeleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehouden voor de mesterij, tot exact 25 kg) | 407 | 2,4 | 2,6 | |
| Mesterij | ||||
| • Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) | 410 | 15,4 | 16,2 | |
| • Vleesvarkens (varkens die doorgaans worden gemest vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg; ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25 kg) | 411 | 7,5 | 7,9 | |
| III Kippen | Legrassen | |||
| • Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken (opfokhennen en -hanen voor de vervanging van hennen en hanen van legrassen, inclusief (groot)ouderdieren, die worden afgeleverd op ca. 18 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 18 weken meegeteld) | 300 | 0,212 | 0,224 | |
| • Hennen en hanen van legrassen, ca. 18 weken en ouder (hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren – die zijn aangeleverd op ca. 18 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren –, vanaf exact 18 weken) | 301 | 0,449 | 0,474 | |
| Vleesrassen | ||||
| • Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken (opfokhennen en -hanen ter vervanging van (groot)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) | 310 | 0,116 | 0,123 | |
| • Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder (ouderdieren – inclusief grootouderdieren – van vleesrassen, die zijn aangeleverd op ca. 19 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder)dieren, vanaf exact 19 weken) | 311 | 0,436 | 0,460 | |
| • Vleeskuikens (kuikens die voor de slacht worden afgeleverd) | 312 | 0,351 | 0,371 | |
| IV Kalkoenen | Voor broedeieren | |||
| • Hennen en hanen voor de productie van broedeieren: | ||||
| • ca. 0 tot ca. 6 weken (hennen en hanen van ca. 0 tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) | 200 | 0,307 | 0,324 | |
| • ca. 6 tot ca. 30 weken (hennen en hanen van ca. 6 tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) | 201 | 1,233 | 1,302 | |
| • ca. 30 weken en ouder (hennen en hanen van ca. 30 weken en ouder) | 202 | 1,602 | 1,691 | |
| Vleeskalkoenen | ||||
| • Vleeskalkoenen (vanaf het opzetten bij aanvang van de mestperiode tot de aflevering voor de slacht) | 210 | 0,936 | 0,988 | |
| V Vossen | • Fokmoeren, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 700 | 1,78 | 1,88 |
| • Fokrekels | 701 | 1,40 | 1,48 | |
| • Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) | 702 | 1,26 | 1,33 | |
| VI Nertsen | • Fokteven, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 750 | 0,66 | 0,69 |
| • Fokreuen | 751 | 0,77 | 0,81 | |
| • Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) | 752 | 0,54 | 0,57 | |
| VII Geiten | • Melkgeiten, inclusief lammeren tot ca. 10 kg (alle geiten die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 600 | 7,1 | 7,5 |
| • Overige geiten (geitenlammeren en opfokgeiten zwaarder dan ca. 10 kg en bokken) | 601 | 5,1 | 5,4 | |
| VIII Eenden | • Ouderdieren van vleeseenden (opfok- en legeenden) | 800 | 0,53 | 0,56 |
| • Vleeseenden (eenden die worden gehouden voor de slacht) | 801 | 0,41 | 0,44 | |
| IX Konijnen | •Voedsters, inclusief de niet-gespeende jongen (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 900 | 1,31 | 1,39 |
| • Fokrammen (rammen bestemd voor het fokken van vleeskonijnen) | 901 | 0,79 | 0,84 | |
| • Opfokkonijnen (jonge, nog niet dekrijpe konijnen, die worden aangehouden voor de fokkerij, vanaf de leeftijd van ca. 80 dagen tot de eerste dekking) | 902 | 1,07 | 1,13 | |
| • Vleeskonijnen (jonge konijnen vanaf het spenen tot de leeftijd van ca. 80 dagen; ook opfokkonijnen tot 80 dagen) | 903 | 0,43 | 0,45 | |
| X Parelhoenders | • Vleesparelhoenders | 951 | 0,463 | 0,488 |
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 49a
Ter uitvoering van verordening (EU) 2019/1020 kan Onze Minister, indien er geen andere doeltreffende middelen voorhanden zijn om een ernstig risico als bedoeld in artikel 3, onderdeel 20, van genoemde verordening, gevormd door een meststof, weg te nemen, een zelfstandige last opleggen aan:
- a. degene die daartoe in staat is, om inhoud te verwijderen van of de toegang te beperken tot een online interface als bedoeld in artikel 3, onderdeel 15, van genoemde verordening, of opdracht te geven tot de duidelijke weergave van een waarschuwing aan eindgebruikers wanneer die zich toegang tot de online interface verschaffen, of;
- b. indien niet binnen de daarvoor gestelde termijn aan een last als bedoeld onder a is voldaan, een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 3, onderdeel 14, van genoemde verordening om alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de toegang tot een online interface te beperken, onder meer door een daarvoor in aanmerking komende derde te verzoeken dergelijke maatregelen uit te voeren.
Degene tot wie een zelfstandige last als bedoeld in het eerste lid is gericht, handelt overeenkomstig die last.
Op grond van het eerste lid kan geen zelfstandige last worden opgelegd die leidt tot het blokkeren of filteren van internetverkeer.
Voor een zelfstandige last als bedoeld in het eerste lid, is voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het vierde lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht.
Onze Minister maakt de machtiging van de rechter-commissaris gelijktijdig met de zelfstandige last, bedoeld in het eerste lid, bekend.
Titel 7. Tijdelijke uitzondering voor fosfaat in andere meststoffen
Hoofdstuk V. Regelen ter voorkoming van een onverantwoorde uitbreiding van de productie van dierlijke meststoffen
Titel 1. Algemeen
Titel 2. Stelsel van pluimveerechten
§ 1. Begripsbepalingen en andere algemene bepalingen
§ 2. Uitbreidingsverboden voor kippen en kalkoenen
§ 3. Omvang van het pluimveerecht op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet
§ 4. Bepalingen inzake de overgang van het pluimveerecht
§ 5. Overige bepalingen met betrekking tot het pluimveerecht
Titel 3. Regels inzake de mestproductie in verhouding tot de mestplaatsingsruimte
§ 1. Algemeen
§ 2. Maximum stikstofproductie per jaar
§ 3. Maximum stikstofproductie op enig moment
§ 4. Regels met betrekking tot het aangaan van een verplichting tot afname van dierlijke meststoffen
§ 5. Overige regels
Hoofdstuk VI. Overige bepalingen
Artikel 67
De ministeriële regelingen bedoeld in hoofdstuk IV, behoudens titel 6, en in artikel 59 worden vastgesteld door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Artikel 68
Onze Minister doet over de werking van deze wet telkens na twee jaren een verslag aan de beide Kamers der Staten-Generaal toekomen.
Hoofdstuk VII. Toezicht
Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Bijlage B. Behorende bij de Meststoffenwet
Artikel B2
Onder andere meststoffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, worden meststoffen, alsmede mengsels van meststoffen verstaan, die vallen onder de volgende typeaanduidingen:
Bijlage C. Behorende bij de Meststoffenwet
Enig artikel
Voor de toepassing van de tabel wordt verstaan onder:
Bijlage D. Behorende bij de Meststoffenwet
Artikel D1
Artikel D2
Artikel D4
Artikel D5
Artikel D7
De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in andere akker- en tuinbouwproducten dan het ruwvoer, opgenomen in tabel I van deze bijlage, is per hectare bouwland van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond die in het betreffende kalenderjaar is beteeld met akker- en tuinbouwgewassen: 65 kilogram fosfaat en 165 kilogram stikstof.
Tabel IV. van bijlage D: de aanvoer- en afvoerpost «dieren» en de voor de dieren van de onderscheiden diercategorieën geldende forfaitaire fosfaat- en stikstofgehaltes
Bijlage F. behorende bij de Meststoffenwet
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 56a
In zoverre in afwijking van artikel 55, eerste lid, en onverminderd artikel 55, derde lid, is het toegestaan op een bedrijf waarop een niet-gebonden mestproductierecht rust de mestproductie uit te breiden met ten hoogste 125 kilogram fosfaat per jaar per hectare waarmee de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond wordt vergroot.
Titel 2. Stelsel van pluimveerechten
§ 1. Begripsbepalingen en andere algemene bepalingen
§ 2. Uitbreidingsverboden voor kippen en kalkoenen
§ 3. Omvang van het pluimveerecht op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet
§ 4. Bepalingen inzake de overgang van het pluimveerecht
§ 5. Overige bepalingen met betrekking tot het pluimveerecht
Titel 3. Regels inzake de mestproductie in verhouding tot de mestplaatsingsruimte
§ 2. Maximum stikstofproductie per jaar
§ 3. Maximum stikstofproductie op enig moment
§ 4. Regels met betrekking tot het aangaan van een verplichting tot afname van dierlijke meststoffen
§ 5. Overige regels
Hoofdstuk VI. Overige bepalingen
Artikel 67
De ministeriële regelingen bedoeld in hoofdstuk IV, behoudens titel 5, en in artikel 59 worden vastgesteld door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Artikel 68
Onze Minister doet over de werking van deze wet telkens na twee jaren een verslag aan de beide Kamers der Staten-Generaal toekomen.
Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Bijlage B. Behorende bij de Meststoffenwet
Bijlage C. Behorende bij de Meststoffenwet
Enig artikel
Voor de toepassing van de tabel wordt verstaan onder:
Bijlage D. Behorende bij de Meststoffenwet
Artikel D5
In zoverre in afwijking van het eerste lid is de hoeveelheid stikstof, bedoeld in het eerste lid, 205 kilogram per hectare bouwland van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond die in het desbetreffende jaar meer dan een keer is beteeld met vollegrondsgroenten, die in het desbetreffende jaar aantoonbaar van het bedrijf zijn afgevoerd, dan wel aantoonbaar bestemd zijn om van het bedrijf te worden afgevoerd.
Tabel IVa. van bijlage D: de aanvoer- en afvoerpost «dieren» en de voor de dieren van de onderscheiden diercategorieën geldende forfaitaire fosfaat- en stikstofgehaltes per kilogram levend gewicht
Bijlage E. behorend bij de artikelen 58ab en 58ag van de Meststoffenwet
Forfaitaire mestproductienormen voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per dier per jaar als bedoeld in de artikelen 58ab en 58ag
| Diersoorten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e | Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten | Nummer diercategorie | Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen stikstof in het jaar 2002 | Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen stikstof in de jaren 2003 e.v |
|---|---|---|---|---|
| I Rundvee | Fok- en gebruiksvee | |||
| • Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten minste één maal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) | 100 | 101,8 | 107,4 | |
| • Vrouwelijk jongvee (alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden; ook drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd): | ||||
| • jonger dan 1 jaar | 101 | 34,2 | 36,1 | |
| • 1 jaar en ouder | 102 | 69,9 | 73,8 | |
| • Stieren voor de fokkerij (stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee): | ||||
| • jonger dan 1 jaar | 103 | 28,3 | 29,8 | |
| • 1 jaar en ouder | 104 | 54,0 | 57,0 | |
| Witvleesproductie | ||||
| • Vleeskalveren (doorgaans binnen 6 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met melkproducten afgemest): | ||||
| • startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 2 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 2 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 110 | 4,5 | 4,8 | |
| • van startkalf tot vleeskalf, van ca. 2 tot ca. 6 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 2 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 6 maanden) | 111 | 11,2 | 11,8 | |
| • vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 6 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 6 maanden) | 112 | 8,8 | 9,3 | |
| Rosévleesproductie | ||||
| • Vleeskalveren voor de productie van rosévlees (doorgaans binnen 8 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met ruwvoer en krachtvoer afgemest): | ||||
| • startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 115 | 9,8 | 10,4 | |
| • van startkalf tot vleeskalf, van ca. 3 tot ca. 8 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 8 maanden) | 116 | 26,6 | 28,0 | |
| • vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 8 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 8 maanden) | 117 | 19,7 | 20,8 | |
| Roodvleesproductie | ||||
| • Weide- en zoogkoeien (koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid) | 120 | 70,1 | 74,0 | |
| • Vleesstieren, alsook vrouwelijke dieren en ossen die op dezelfde wijze worden gemest (vee dat tot ca. 16 maanden wordt gemest voor roodvlees): | ||||
| • startkalf t.b.v. vleesstier, van ca. 0 tot 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 121 | 7,0 | 7,4 | |
| • van startkalf tot vleesstier, van ca. 3 tot ca. 16 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleesstier van ca. 16 maanden) | 122 | 28,8 | 30,4 | |
| • vleesstier, van ca. 0 tot ca. 16 maanden (stieren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 16 maanden) | 123 | 24,8 | 26,1 | |
| • Overig vleesvee (vee bestemd voor roodvleesproductie, dat niet behoort tot de categorieën «weidekoeien» of «vleesstieren»; ook vleesstieren, vrouwelijke dieren en ossen ouder dan ca. 16 maanden): | ||||
| • jonger dan 1 jaar | 124 | 28,0 | 29,5 | |
| • 1 jaar en ouder | 125 | 69,2 | 73,1 | |
| II Varkens | Fokkerij/vermeerdering | |||
| • Fokzeugen (ten minste éénmaal gedekt of geïnsemineerd: guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn): | ||||
| • waarvan de biggen aan een ander bedrijf worden geleverd ca. 6 weken na hun geboorte (ook fokzeugen die nog geen biggen hebben) | 400 | 14,6 | 15,4 | |
| • waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg (ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) | 401 | 18,6 | 19,7 | |
| • Opfokzeugen (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij): | ||||
| • van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (aangeleverde opfokzeugen van ca. 25 kg die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25 kg, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) | 402 | 7,2 | 7,6 | |
| •van ca. 7 maanden tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) | 403 | 11,1 | 11,7 | |
| • van ca. 25 kg tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25 kg, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact 25 kg tot de eerste dekking) | 404 | 7,5 | 7,9 | |
| • Opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 kg) | 405 | 6,8 | 7,2 | |
| • Dekberen, van ca. 7 maanden en ouder (dekrijpe beren – ook zoekberen – van ca. 7 maanden en ouder; ook aangeleverde beren van iets jonger dan 7 maanden; beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) | 406 | 14,3 | 15,1 | |
| • Biggen, aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kg (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd, die worden afgeleverd op ca. 25 kg; ook op 6 weken aangeleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehouden voor de mesterij, tot exact 25 kg) | 407 | 2,4 | 2,6 | |
| Mesterij | ||||
| • Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) | 410 | 15,4 | 16,2 | |
| • Vleesvarkens (varkens die doorgaans worden gemest vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg; ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25 kg) | 411 | 7,5 | 7,9 | |
| III Kippen | Legrassen | |||
| • Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken (opfokhennen en -hanen voor de vervanging van hennen en hanen van legrassen, inclusief (groot)ouderdieren, die worden afgeleverd op ca. 18 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 18 weken meegeteld) | 300 | 0,212 | 0,224 | |
| • Hennen en hanen van legrassen, ca. 18 weken en ouder (hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren – die zijn aangeleverd op ca. 18 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren –, vanaf exact 18 weken) | 301 | 0,449 | 0,474 | |
| Vleesrassen | ||||
| • Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken (opfokhennen en -hanen ter vervanging van (groot)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) | 310 | 0,116 | 0,123 | |
| • Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder (ouderdieren – inclusief grootouderdieren – van vleesrassen, die zijn aangeleverd op ca. 19 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder)dieren, vanaf exact 19 weken) | 311 | 0,436 | 0,460 | |
| • Vleeskuikens (kuikens die voor de slacht worden afgeleverd) | 312 | 0,351 | 0,371 | |
| IV Kalkoenen | Voor broedeieren | |||
| • Hennen en hanen voor de productie van broedeieren: | ||||
| • ca. 0 tot ca. 6 weken (hennen en hanen van ca. 0 tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) | 200 | 0,307 | 0,324 | |
| • ca. 6 tot ca. 30 weken (hennen en hanen van ca. 6 tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) | 201 | 1,233 | 1,302 | |
| • ca. 30 weken en ouder (hennen en hanen van ca. 30 weken en ouder) | 202 | 1,602 | 1,691 | |
| Vleeskalkoenen | ||||
| • Vleeskalkoenen (vanaf het opzetten bij aanvang van de mestperiode tot de aflevering voor de slacht) | 210 | 0,936 | 0,988 | |
| V Vossen | • Fokmoeren, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 700 | 1,78 | 1,88 |
| • Fokrekels | 701 | 1,40 | 1,48 | |
| • Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) | 702 | 1,26 | 1,33 | |
| VI Nertsen | • Fokteven, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 750 | 0,66 | 0,69 |
| • Fokreuen | 751 | 0,77 | 0,81 | |
| • Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) | 752 | 0,54 | 0,57 | |
| VII Geiten | • Melkgeiten, inclusief lammeren tot ca. 10 kg (alle geiten die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 600 | 7,1 | 7,5 |
| • Overige geiten (geitenlammeren en opfokgeiten zwaarder dan ca. 10 kg en bokken) | 601 | 5,1 | 5,4 | |
| VIII Eenden | • Ouderdieren van vleeseenden (opfok- en legeenden) | 800 | 0,53 | 0,56 |
| • Vleeseenden (eenden die worden gehouden voor de slacht) | 801 | 0,41 | 0,44 | |
| IX Konijnen | •Voedsters, inclusief de niet-gespeende jongen (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 900 | 1,31 | 1,39 |
| • Fokrammen (rammen bestemd voor het fokken van vleeskonijnen) | 901 | 0,79 | 0,84 | |
| • Opfokkonijnen (jonge, nog niet dekrijpe konijnen, die worden aangehouden voor de fokkerij, vanaf de leeftijd van ca. 80 dagen tot de eerste dekking) | 902 | 1,07 | 1,13 | |
| • Vleeskonijnen (jonge konijnen vanaf het spenen tot de leeftijd van ca. 80 dagen; ook opfokkonijnen tot 80 dagen) | 903 | 0,43 | 0,45 | |
| X Parelhoenders | • Vleesparelhoenders | 951 | 0,463 | 0,488 |
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Indien de gewassen niet aantoonbaar in het betreffende jaar van het bedrijf zijn afgevoerd, dan wel niet aantoonbaar bestemd zijn om van het bedrijf te worden afgevoerd, is de betreffende hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof per hectare nihil.
Tabel V. van bijlage D: de afvoerpost «dierlijke producten» en de voor de onderscheiden producten geldende forfaitaire fosfaat- en stikstofgehaltes
Bijlage E. behorend bij de artikelen 58ab en 58ag van de Meststoffenwet
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Indien de gewassen niet aantoonbaar in het betreffende jaar van het bedrijf zijn afgevoerd, dan wel niet aantoonbaar bestemd zijn om van het bedrijf te worden afgevoerd, is de betreffende hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof per hectare nihil.
Tabel V. van bijlage D: de afvoerpost «dierlijke producten» en de voor de onderscheiden producten geldende forfaitaire fosfaat- en stikstofgehaltes
Bijlage F. behorende bij de Meststoffenwet
| Diersoorten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e | Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten | Nummer diercategorie | Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen: | Omvang mestproductie per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar, uitgedrukt in kilogrammen: |
|---|---|---|---|---|
| fosfaat | stikstof | |||
| I. Rundvee | Fok- en gebruiksvee | |||
| . Melk- en kalfkoeien (alle koeien die ten minste één maal hebben gekalfd en die voor de melkproductie of de fokkerij worden gehouden; ook koeien die drooggezet zijn alsmede koeien die worden vetgemest en in de mesttijd worden gemolken) | 100 | 38,7 | 124,3 | |
| . Vrouwelijk jongvee (alle vrouwelijke dieren die nog nooit gekalfd hebben en die worden aangehouden voor de vervanging van de eigen veestapel of de veestapel van derden; ook drachtige dieren die niet eerder hebben gekalfd): | ||||
| – jonger dan 1 jaar | 101 | 9,6 | 40,5 | |
| – 1 jaar en ouder | 102 | 21,5 | 82,9 | |
| . Stieren voor de fokkerij (stieren bestemd voor het fokken van melk- of vleesvee): | ||||
| – jonger dan 1 jaar | 103 | 8,7 | 38,5 | |
| – 1 jaar en ouder | 104 | 11,3 | 69,2 | |
| Witvleesproductie | ||||
| . Vleeskalveren (doorgaans binnen 6 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met melkproducten afgemest): | ||||
| – startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 2 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 2 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 110 | 1,5 | 5,7 | |
| – van startkalf tot vleeskalf, van ca. 2 tot ca. 6 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 2 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 6 maanden) | 111 | 6,9 | 12,7 | |
| – vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 6 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 6 maanden) | 112 | 4,1 | 10,2 | |
| Rosévleesproductie | ||||
| . Vleeskalveren voor de productie van rosévlees (doorgaans binnen 8 maanden na de geboorte geslacht; in hoofdzaak met ruwvoer en krachtvoer afgemest): | ||||
| – startkalf t.b.v. vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 115 | 3,4 | 12,9 | |
| – van startkalf tot vleeskalf, van ca. 3 tot ca. 8 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleeskalf van ca. 8 maanden) | 116 | 11,1 | 31,9 | |
| – vleeskalf, van ca. 0 tot ca. 8 maanden (kalveren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 8 maanden) | 117 | 8,7 | 25,5 | |
| Roodvleesproductie | ||||
| . Weide- en zoogkoeien (koeien die niet meer worden gemolken, maar worden vetgeweid) | 120 | 22,4 | 86,9 | |
| . Vleesstieren, alsook vrouwelijke dieren en ossen die op dezelfde wijze worden gemest (vee dat tot ca. 16 maanden wordt gemest voor roodvlees): | ||||
| – startkalf t.b.v. vleesstier, ca. 0 tot 3 maanden (kalveren die worden opgefokt van ca. 0 tot ca. 3 maanden, waarna ze voor afmesting aan een ander bedrijf worden geleverd) | 121 | 2,7 | 10,0 | |
| – van startkalf tot vleesstier, ca. 3 tot ca. 16 maanden (kalveren die zijn aangeleverd als startkalf van ca. 3 maanden en die verder worden afgemest tot vleesstier van ca. 16 maanden) | 122 | 13,3 | 39,3 | |
| – vleesstier, ca. 0 tot ca. 16 maanden (stieren die worden gemest van ca. 0 tot ca. 16 maanden) | 123 | 10,4 | 34,0 | |
| . Overige vleesvee (vee bestemd voor roodvleesproductie, dat niet behoort tot de categorieën «weidekoeien» of «vleesstieren»; ook vleesstieren, vrouwelijke dieren en ossen ouder dan ca. 16 maanden): | ||||
| – jonger dan 1 jaar | 124 | 4,1 | 38,5 | |
| – 1 jaar en ouder | 125 | 22,4 | 86,9 | |
| II. Varkens | Fokkerij/vermeerdering | |||
| . Fokzeugen (ten minste éénmaal gedekt of geïnsemineerd: guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn): | ||||
| – waarvan de biggen aan een ander bedrijf worden geleverd ca. 6 weken na hun geboorte (ook fokzeugen die nog geen biggen hebben) | 400 | 11,0 | 21,4 | |
| – waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg (ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) | 401 | 14,4 | 28,1 | |
| . Opfokzeugen (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij): | ||||
| – van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (aangeleverde opfokzeugen van ca. 25 kg die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25 kg, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) | 402 | 5,8 | 11,4 | |
| – van ca. 7 maanden tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) | 403 | 8,4 | 16,2 | |
| – van ca. 25 kg tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25 kg, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact 25 kg tot de eerste dekking) | 404 | 6,0 | 11,8 | |
| . Opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 kg) | 405 | 5,7 | 11,0 | |
| . Dekberen, van ca. 7 maanden en ouder (dekrijpe beren – ook zoekberen – van ca. 7 maanden en ouder; ook aangeleverde beren van iets jonger dan 7 maanden; beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) | 406 | 11,2 | 21,1 | |
| . Biggen, aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kg (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd, die worden afgeleverd op ca. 25 kg; ook op 6 weken aangeleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehouden voor de mesterij, tot exact 25 kg) | 407 | 1,60 | 3,29 | |
| Mesterij | ||||
| . Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) | 410 | 11,1 | 20,9 | |
| . Vleesvarkens (varkens die doorgaans worden gemest vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg; ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25 kg) | 411 | 4,6 | 11,7 | |
| III. Kippen | Legrassen | |||
| . Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken (opfokhennen en -hanen voor de vervanging van hennen en hanen van legrassen, inclusief (groot)ouderdieren, die worden afgeleverd op ca. 18 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 18 weken meegeteld) | 300 | 0,147 | 0,325 | |
| . Hennen en hanen van legrassen, ca. 18 weken en ouder (hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren – die zijn aangeleverd op ca. 18 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren –, vanaf exact 18 weken) | 301 | 0,405 | 0,676 | |
| Vleesrassen | ||||
| . Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken (opfokhennen en- hanen ter vervanging van (groot)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) | 310 | 0,218 | 0,414 | |
| . Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder (ouderdieren – inclusief grootouderdieren – van vleesrassen, die zijn aangeleverd op ca. 19 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder)dieren, vanaf exact 19 weken) | 311 | 0,580 | 1,130 | |
| . Vleeskuikens (kuikens die voor de slacht worden afgeleverd) | 312 | 0,204 | 0,543 | |
| IV. Kalkoenen | Voor broedeieren | |||
| . Hennen en hanen voor de productie van broedeieren: | ||||
| – ca. 0 tot ca. 6 weken (hennen en hanen van ca. 0 tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) | 200 | 0,247 | 0,591 | |
| – ca. 6 tot ca. 30 weken (hennen en hanen van ca. 6 tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) | 201 | 1,287 | 2,080 | |
| – ca. 30 weken en ouder (hennen en hanen van ca. 30 weken en ouder) | 202 | 1,493 | 2,730 | |
| Vleeskalkoenen | ||||
| . Vleeskalkoenen (vanaf het opzetten bij aanvang van de mestperiode tot de aflevering voor de slacht) | 210 | 0,797 | 1,920 | |
| V. Schapen | . Fokschapen, inclusief de lammeren tot ca. 25 kg (alle ooien die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 550 | 3,2 | 13,3 |
| . Overige schapen (alle lammeren zwaarder dan 25 kg, alle fokrammen en overhouders) | 551 | 2,3 | 10,9 | |
| VI. Vossen | . Fokmoeren, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 700 | 3,29 | 4,28 |
| . Fokrekels | 701 | 2,66 | 3,46 | |
| . Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) | 702 | 2,31 | 3,00 | |
| VII. Nertsen | . Fokteven, inclusief de niet-gespeende pups (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 750 | 0,76 | 1,28 |
| . Fokreuen | 751 | 1,04 | 1,48 | |
| . Pups (alle jonge dieren tot een leeftijd van ca. 8 maanden) | 752 | 0,74 | 1,05 | |
| VIII. Geiten | . Melkgeiten, inclusief lammeren tot ca. 10 kg (alle geiten die ten minste éénmaal hebben gelammerd) | 600 | 4,1 | 14,2 |
| . Overige geiten (geitenlammeren en opfokgeiten zwaarder dan ca. 10 kg en bokken) | 601 | 2,7 | 9,4 | |
| IX. Eenden | . Ouderdieren van vleeseenden (opfok- en legeenden) | 800 | 0,680 | 1,240 |
| . Vleeseenden (eenden die worden gehouden voor de slacht) | 801 | 0,451 | 0,948 | |
| X. Konijnen | . Voedsters, inclusief de niet-gespeende jongen (alle vrouwelijke dieren die ten minste éénmaal zijn gedekt) | 900 | 1,440 | 2,560 |
| . Fokrammen (rammen bestemd voor het fokken van vleeskonijnen) | 901 | 0,880 | 1,580 | |
| . Opfokkonijnen (jonge, nog niet dekrijpe konijnen, die worden aangehouden voor de fokkerij, vanaf de leeftijd van ca. 80 dagen tot de eerste dekking) | 902 | 0,800 | 1,430 | |
| . Vleeskonijnen (jonge konijnen vanaf het spenen tot de leeftijd van ca. 80 dagen; ook opfokkonijnen tot 80 dagen) | 903 | 0,394 | 0,703 | |
| XI. Parelhoenders | Vleesparelhoenders | 951 | 0,295 | 0,664 |
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Hoofdstuk III. Gebruiksnormen
Hoofdstuk IV. Regels in het belang van een doelmatige afvoer van mestoverschotten
Hoofdstuk V. Regels inzake de productie van dierlijke meststoffen
Titel 1. Algemeen
Titel 2. Uitbreidingsverboden
Titel 3. Omvang productierecht bij aanvang
Titel 3. Omvang productierecht bij aanvang
Titel 5. Verlaging van het productierecht bij overgang
Hoofdstuk VI. Verantwoording en hoeveelheidsbepaling
Hoofdstuk VI. Verantwoording en hoeveelheidsbepaling
Hoofdstuk VI. Verantwoording en hoeveelheidsbepaling
Titel 1. Algemeen
Titel 2. Bestuurlijke boetes
§ 1. Bevoegdheid
§ 2. Hoogte bestuurlijke boete
§ 1. Bevoegdheid
§ 1. Bevoegdheid
Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Artikel 77
Hoofdstuk V, titels 1 tot en met 5, en artikel 33Ac vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
De voordracht voor het koninklijk besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp ervan aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien een der kamers der Staten-Generaal besluit niet in te stemmen met het ontwerp, wordt er geen voordracht gedaan en kan niet eerder dan zes weken na het besluit van die kamer der Staten-Generaal een nieuw ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal worden overgelegd.
Artikel 78
Deze wet wordt aangehaald als: Meststoffenwet.
Bijlage I. behorende bij de artikelen 1, eerste lid, en 26 van de Meststoffenwet
Gebied I omvat, gerekend naar de situatie op 1 januari 1997, het grondgebied van de navolgende gemeenten:
Aalten
Almelo
Ambt-Delden
Amerongen
Amersfoort
Angerlo
Apeldoorn
Baarn
Barneveld
Bathmen
Bergh
De Bilt
Borculo
Borne
Brummen
Bunschoten
Dalfsen 1)Tot het grondgebied van de gemeente Dalfsen wordt uitsluitend gerekend het deel van Lemelerveld dat voor de datum van herindeling werd gerekend tot het grondgebied van de gemeenten Ommen en Raalte.
Denekamp
Deventer
Didam
Diepenheim
Diepenveen
Dinxperlo
Doesburg
Doetinchem
Doorn
Driebergen/Rijsenburg
Duiven
Ede
Eemnes
Eibergen
Elburg
Enschede
Epe
Ermelo
Gendringen
Goor
Gorssel
Groenlo
Haaksbergen
Den Ham
Harderwijk
Hattem
Heerde
Hellendoorn
Hengelo Gld.
Hengelo Ov.
Hoevelaken
Holten
Hummelo en Keppel
Leersum
Leusden
Lichtenvoorde
Lochem
Losser
Maarn
Markelo
Millingen a/d Rijn
Neede
Nunspeet
Nijkerk
Oldenbroek
Oldenzaal
Olst
Ommen
Ootmarsum
Putten
Raalte
Renswoude
Rhenen
Ruurlo
Rijnwaarden
Rijssen
Scherpenzeel
Soest
Stad-Delden
Steenderen
Tubbergen
Ubbergen
Veenendaal
Voorst
Vorden
Vriezenveen
Warnsveld
Weerselo
Wehl
Westervoort
Wierden
Winterswijk
Wisch
Woudenberg
Wijhe
Zeist
Zelhem
Zevenaar
Zutphen
Gebied II omvat, gerekend naar de situatie op 1 januari 1997, het grondgebied van de navolgende gemeenten:
Alphen-Chaam
Ambt Montfort
Arcen en Velden
Asten
Baarle Nassau
Beesel
Belfeld
Bergen (L)
Bergeijk
Bernheze
Best
Bladel
Boekel
Boxmeer
Boxtel
Breda 1)Tot het grondgebied van de gemeente Breda wordt niet gerekend het grondgebied van de opgeheven gemeenten Prinsenbeek en Teteringen.
Broekhuizen
Budel
Cuijk
Deurne
Dongen2)Tot het grondgebied van de gemeente Dongen wordt uitsluitend gerekend het grondgebied van de opgeheven gemeente Dongen.
Echt
Eersel
Eindhoven
Geldrop
Gemert-Bakel
Gennep
Gilze en Rijen
Goirle
Grave
Grubbenvorst
Haaren
Haelen
Heel en Panheel
Heeze-Leende
Helden
Helmond
's-Hertogenbosch
Heusden 3)Tot het grondgebied van de gemeente Heusden wordt uitsluitend gerekend het grondgebied van de opgeheven gemeente Drunen.
Heythuysen
Hilvarenbeek
Horst
Hunsel
Kessel
Laarbeek
Landerd
Lith
Loon op Zand
Maasbracht
Maasbree
Maasdonk
Meerlo-Wanssum
Meyel
Mierlo
Mill en St. Hubert
Mook en Middelaar
Nederweert
Nuenen, Gerwen en Nederwetten
Oirschot
Oisterwijk
Oss
Ravenstein
Reusel-De Mierden
Roerdalen
Roermond
Roggel
Roggel en Neer
Rucphen 4)Tot het grondgebied van de gemeente Rucphen wordt uitsluitend gerekend het grondgebied van deze gemeente, zoals dat werd begrensd vóór de datum van herindeling.
Schijndel
Sevenum
Sint Anthonis
St. Michielsgestel
St. Oedenrode
Someren
Son en Breugel
Stramproy
Swalmen
Tegelen
Thorn
Tilburg
Uden
Valkenswaard
Veghel
Veldhoven
Venlo
Venray
Vierlingsbeek
Vught
Waalre
Weert
Zundert
Bijlage II. Behorende bij artikel 18 van de Meststoffenwet
| Diersoorten | Onderscheiden categorieën dieren binnen de diersoorten | Aantal varkenseenheden (ve), onderscheidenlijk pluimvee-eenheden (pe) per dier van de onderscheiden diercategorieën per jaar: |
|---|---|---|
| I. Varkens | Fokkerij/vermeerdering | |
| 1. Fokzeugen (ten minste éénmaal gedekt of geïnsemineerd: guste zeugen, gedekte maar nog niet drachtige zeugen, drachtige zeugen, zeugen met biggen, zeugen waarvan de biggen gespeend zijn): | ||
| a. waarvan de biggen aan een ander bedrijf worden geleverd ca. 6 weken na hun geboorte (ook fokzeugen die nog geen biggen hebben) | 1,97 ve | |
| b. waarvan de biggen worden gehouden tot een gewicht van ca. 25 kg (ook fokzeugen waarvan de biggen op het eigen bedrijf worden gehouden) | 2,74 ve | |
| 2. Opfokzeugen (jonge zeugen, nooit gedekt of geïnsemineerd, gehouden voor de fokkerij): | ||
| a. van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (aangeleverde opfokzeugen van ca. 25 kg die worden afgeleverd op ca. 7 maanden of iets ouder; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf van exact 25 kg, die worden afgeleverd op ca. 7 maanden) | 0,96 ve | |
| b. van ca. 7 maanden tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 7 maanden of iets jonger, tot de eerste dekking) | 1,59 ve | |
| c. van ca. 25 kg tot de eerste dekking (opfokzeugen die zijn aangeleverd op ca. 25 kg, die niet op 7 maanden worden afgeleverd, maar worden aangehouden tot de eerste dekking; ook opfokzeugen afkomstig van het eigen bedrijf die worden aangehouden van exact 25 kg tot de eerste dekking) | 1,11 ve | |
| 3. Opfokberen van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden (jonge nog niet dekrijpe beren, die worden aangehouden voor de fokkerij, van ca. 25 kg tot ca. 7 maanden of iets ouder; ook beren afkomstig van het eigen bedrijf vanaf exact 25 kg) | 1,09 ve | |
| 4. Dekberen, van ca. 7 maanden en ouder (dekrijpe beren – ook zoekberen – van ca. 7 maanden en ouder; ook aangeleverde beren van iets jonger dan 7 maanden; beren afkomstig van het eigen bedrijf te rekenen vanaf exact 7 maanden) | 1,86 ve | |
| 5. Biggen, aangeleverd op ca. 6 weken, tot ca. 25 kg (gespeende biggen die op ca. 6 weken zijn aangeleverd, die worden afgeleverd op ca. 25 kg; ook op 6 weken aangeleverde biggen die op het eigen bedrijf worden aangehouden voor de mesterij, tot exact 25 kg) | 0,36 ve | |
| Mesterij | ||
| 6. Slachtzeugen (zeugen die niet meer gebruikt worden voor de fokkerij, maar worden afgemest) | 1,59 ve | |
| 7. Vleesvarkens (varkens die doorgaans worden gemest vanaf ca. 25 kg of iets lichter tot ca. 110 kg; ook biggen afkomstig van het eigen, gesloten bedrijf vanaf exact 25 kg) | 1 ve | |
| II. Kippen | Legrassen | |
| 1. Opfokhennen en -hanen van legrassen, jonger dan ca. 18 weken (opfokhennen en -hanen voor de vervanging van hennen en hanen van legrassen, inclusief (groot)ouderdieren, die worden afgeleverd op ca. 18 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 18 weken meegeteld) | 0,4 pe | |
| 2. Hennen en hanen van legrassen, ca. 18 weken en ouder (hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren – die zijn aangeleverd op ca. 18 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige hennen en hanen – inclusief (groot)ouderdieren –, vanaf exact 18 weken) | 1 pe | |
| Vleesrassen | ||
| 3. Opfokhennen en -hanen van vleesrassen, jonger dan ca. 19 weken (opfokhennen en -hanen ter vervanging van (groot)ouderdieren van vleesrassen, die worden afgeleverd op ca. 19 weken; dieren die op het eigen bedrijf worden aangehouden worden tot exact 19 weken meegeteld) | 0,5 pe | |
| 4. Ouderdieren van vleesrassen, ca. 19 weken en ouder (ouderdieren – inclusief grootouderdieren – van vleesrassen, die zijn aangeleverd op ca. 19 weken; ook van het eigen bedrijf afkomstige (ouder)dieren, vanaf exact 19 weken) | 1,48 pe | |
| 5. Vleeskuikens (kuikens die voor de slacht worden afgeleverd) | 0,48 pe | |
| III. Kalkoenen | Voor broedeieren | |
| 1. Hennen en hanen voor de productie van broedeieren: | ||
| a. ca. 0 tot ca. 6 weken (hennen en hanen van ca. 0 tot ca. 6 weken, gehouden op een quarantainebedrijf) | 0,52 pe | |
| b. ca. 6 tot ca. 30 weken (hennen en hanen van ca. 6 tot ca. 30 weken, gehouden op een opfokbedrijf) | 2,94 pe | |
| c. ca. 30 weken en ouder (hennen en hanen van ca. 30 weken en ouder) | 4 pe | |
| Vleeskalkoenen | ||
| 2. Vleeskalkoenen (vanaf het opzetten bij aanvang van de mestperiode tot de aflevering voor de slacht) | 1,58 pe |
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen
Titel 5. Verlaging van het productierecht bij overgang
Artikel 33a
Het is een landbouwer verboden in enig kalenderjaar op zijn bedrijf dierlijke meststoffen te produceren.
Het eerste lid is niet van toepassing op een landbouwer die in het desbetreffende kalenderjaar:
- a. op zijn bedrijf geen bedrijfsoverschot produceert;
- b. een hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, minimaal gelijk aan een door Onze Minister voor het desbetreffende kalenderjaar vastgesteld percentage van het op zijn bedrijf geproduceerde bedrijfsoverschot:
- 1°. laat verwerken,
- 2°. voor zover de landbouwer behoort tot een bij regeling van Onze Minister aan te wijzen categorie landbouwers, overdraagt of laat overdragen aan een afnemer die behoort tot een bij regeling van Onze Minister aan te wijzen categorie afnemers, of
- 3°. brengt op of in de in het desbetreffende kalenderjaar bij het desbetreffende bedrijf in gebruik zijnde landbouwgrond die is gelegen in Duitsland of België op een bij regeling van Onze Minister vast te stellen afstand van de Nederlandse grens, voor zover is voldaan aan bij regeling van Onze Minister te stellen voorwaarden;
- c. op zijn bedrijf een bedrijfsoverschot produceert dat dusdanig in omvang is dat de hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, bedoeld in onderdeel b, kleiner is dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen omvang, waarbij onderscheid kan worden gemaakt naar diersoort of diercategorie;
- d. op zijn bedrijf meststoffen produceert:
- 1°. met dieren waarvan ten minste 90% behoort tot een diercategorie die bij algemene maatregel van bestuur kan worden aangewezen of is gehuisvest in een huisvestingssysteem dat bij die maatregel kan worden aangewezen, omdat hierbij overwegend meststoffen worden geproduceerd met een hoog gehalte aan organische stof in de vorm van stro, en
- 2°. die voldoen aan regels die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen worden gesteld, of
- e. het op zijn bedrijf geproduceerde bedrijfsoverschot geheel en rechtstreeks, blijkens een schriftelijke en vooraf gesloten overeenkomst, onder bij regeling van Onze Minister te stellen voorwaarden overdraagt of laat overdragen aan een hemelsbreed hoogstens twintig kilometer van de productielocatie verwijderd liggende locatie van bedrijven indien de overgedragen dierlijke meststoffen op landbouwgrond aangewend worden.
Onder het laten verwerken van dierlijke meststoffen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 1°, wordt verstaan:
- a. het overdragen of laten overdragen van op zijn bedrijf geproduceerde dierlijke meststoffen aan een verwerkende onderneming, overeenkomstig een op het desbetreffende kalenderjaar betrekking hebbende mestverwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel ee, onder 1°;
- b. het overdragen of laten overdragen van op zijn bedrijf geproduceerde dierlijke meststoffen aan een andere onderneming dan een verwerkende onderneming, op basis van een uiterlijk in het desbetreffende kalenderjaar gesloten mestverwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel ee, onder 2°, of
- c. het sluiten van een overeenkomst met een andere landbouwer waarin is bepaald dat die andere landbouwer in zijn plaats uitvoering zal geven aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, door middel van het laten verwerken, bedoeld in de onderdelen a of b.
Een ondernemer die een andere onderneming voert als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, draagt in een kalenderjaar de hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, waarvoor hij met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar mestverwerkingsovereenkomsten als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, heeft gesloten, over of laat deze overdragen aan een verwerkende onderneming.
Onverminderd het tweede lid, onderdeel b, laat de andere landbouwer, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, in een kalenderjaar een op zijn bedrijf geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, waartoe hij zich met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar bij een overeenkomst als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, heeft verplicht, verwerken als bedoeld in het derde lid, onderdeel a of b.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de mogelijkheid van het sluiten van een overeenkomst als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, tussen een landbouwer die op zijn bedrijf in overwegende mate dierlijke meststoffen produceert van één of meer diersoorten of diercategorieën en een landbouwer die op zijn bedrijf in overwegende mate dierlijke meststoffen produceert van één of meer andere diersoorten of diercategorieën.
Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld ten aanzien van een landbouwer of afnemer als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 2°.
Artikel 33b
Een mestverwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel ee, onder 2°, of een overeenkomst als bedoeld in artikel 33a, derde lid, onderdeel c, voldoet voor de toepassing van deze wet indien is voldaan aan de bij of krachtens de in het tweede tot en met vierde lid gestelde eisen.
Een mestverwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel ee, onder 2°, of een overeenkomst als bedoeld in artikel 33a, derde lid, onderdeel c:
- a. wordt uiterlijk in het kalenderjaar waarop de overeenkomst ziet schriftelijk op een duurzame gegevensdrager aangegaan en door partijen ondertekend;
- b. bevat ten minste een aanduiding van het kalenderjaar waarop de overeenkomst ziet;
- c. voldoet aan de bij regeling van Onze Minister gestelde regels.
In een mestverwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel ee, onder 2°, wordt opgenomen de hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, die de andere onderneming in het desbetreffende kalenderjaar zal afnemen en de verwerker zal afnemen met het oog op verwerking.
In een overeenkomst als bedoeld in artikel 33a, derde lid, onderdeel c, wordt opgenomen de hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, waarvoor de andere landbouwer in het desbetreffende kalenderjaar in de plaats van de landbouwer uitvoering zal geven aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 33a, tweede lid, onderdeel b.
De gegevens uit een mestverwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel ee, onder 2°, of een overeenkomst als bedoeld in artikel 33a, derde lid, onderdeel c, worden uiterlijk in het kalenderjaar waarop de overeenkomst ziet langs elektronische weg aan Onze Minister verstrekt door alle partijen bij de overeenkomst.
Artikel 33c
Bij regeling van Onze Minister wordt het percentage, bedoeld in artikel 33a, tweede lid, onderdeel b, vastgesteld, dat voor verschillende diersoorten, diercategorieën, mestsoorten en gebieden verschillend kan worden vastgesteld.
Onze Minister houdt bij het vaststellen van het verwerkingspercentage in ieder geval rekening met de verwachte productie van dierlijke meststoffen in Nederland en de beschikbare landbouwgrond in Nederland.
Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat voor landbouwers voor wie op grond van het eerste lid meerdere verwerkingspercentages van toepassing zijn, één van de verwerkingspercentages geldt.
Artikel 33d
Een verwerker verwerkt de hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, waarvoor hij met betrekking tot een kalenderjaar mestverwerkingsovereenkomsten heeft gesloten.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld inzake de termijnen waarbinnen aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, moet zijn voldaan.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat krachtens die maatregel aan te wijzen soorten dierlijke meststoffen niet meetellen voor het voldoen aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk VII. Overige bepalingen
Artikel 37a
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop de controleprogramma’s, bedoeld in artikel 5, zesde lid, van richtlijn nr. 91/676/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (PbEG L 375), worden uitgevoerd.
Het ontwerp van de ministeriële regeling, bedoeld in het vorige lid, wordt vier weken voor publicatie in de Staatscourant door Onze Minister aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
Hoofdstuk VII. Overige bepalingen
Titel 1. Algemeen
Titel 2. Bestuurlijke boetes
§ 1. Bevoegdheid
§ 2. Hoogte bestuurlijke boete
§ 3. De procedure
§ 4. Betaling
Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage I. behorende bij de artikelen 1, eerste lid, en 26 van de Meststoffenwet
Gebied I omvat, gerekend naar de situatie op 1 januari 1997, het grondgebied van de navolgende gemeenten:
Aalten
Almelo
Ambt-Delden
Amerongen
Amersfoort
Angerlo
Apeldoorn
Baarn
Barneveld
Bathmen
Bergh
De Bilt
Borculo
Borne
Brummen
Bunschoten
Dalfsen 1)Tot het grondgebied van de gemeente Dalfsen wordt uitsluitend gerekend het deel van Lemelerveld dat voor de datum van herindeling werd gerekend tot het grondgebied van de gemeenten Ommen en Raalte.
Denekamp
Deventer
Didam
Diepenheim
Diepenveen
Dinxperlo
Doesburg
Doetinchem
Doorn
Driebergen/Rijsenburg
Duiven
Ede
Eemnes
Eibergen
Elburg
Enschede
Epe
Ermelo
Gendringen
Goor
Gorssel
Groenlo
Haaksbergen
Den Ham
Harderwijk
Hattem
Heerde
Hellendoorn
Hengelo Gld.
Hengelo Ov.
Hoevelaken
Holten
Hummelo en Keppel
Leersum
Leusden
Lichtenvoorde
Lochem
Losser
Maarn
Markelo
Millingen a/d Rijn
Neede
Nunspeet
Nijkerk
Oldenbroek
Oldenzaal
Olst
Ommen
Ootmarsum
Putten
Raalte
Renswoude
Rhenen
Ruurlo
Rijnwaarden
Rijssen
Scherpenzeel
Soest
Stad-Delden
Steenderen
Tubbergen
Ubbergen
Veenendaal
Voorst
Vorden
Vriezenveen
Warnsveld
Weerselo
Wehl
Westervoort
Wierden
Winterswijk
Wisch
Woudenberg
Wijhe
Zeist
Zelhem
Zevenaar
Zutphen
Gebied II omvat, gerekend naar de situatie op 1 januari 1997, het grondgebied van de navolgende gemeenten:
Alphen-Chaam
Ambt Montfort
Arcen en Velden
Asten
Baarle Nassau
Beesel
Belfeld
Bergen (L)
Bergeijk
Bernheze
Best
Bladel
Boekel
Boxmeer
Boxtel
Breda 1)Tot het grondgebied van de gemeente Breda wordt niet gerekend het grondgebied van de opgeheven gemeenten Prinsenbeek en Teteringen.
Broekhuizen
Budel
Cuijk
Deurne
Dongen2)Tot het grondgebied van de gemeente Dongen wordt uitsluitend gerekend het grondgebied van de opgeheven gemeente Dongen.
Echt
Eersel
Eindhoven
Geldrop
Gemert-Bakel
Gennep
Gilze en Rijen
Goirle
Grave
Grubbenvorst
Haaren
Haelen
Heel en Panheel
Heeze-Leende
Helden
Helmond
's-Hertogenbosch
Heusden 3)Tot het grondgebied van de gemeente Heusden wordt uitsluitend gerekend het grondgebied van de opgeheven gemeente Drunen.
Heythuysen
Hilvarenbeek
Horst
Hunsel
Kessel
Laarbeek
Landerd
Lith
Loon op Zand
Maasbracht
Maasbree
Maasdonk
Meerlo-Wanssum
Meyel
Mierlo
Mill en St. Hubert
Mook en Middelaar
Nederweert
Nuenen, Gerwen en Nederwetten
Oirschot
Oisterwijk
Oss
Ravenstein
Reusel-De Mierden
Roerdalen
Roermond
Roggel
Roggel en Neer
Rucphen 4)Tot het grondgebied van de gemeente Rucphen wordt uitsluitend gerekend het grondgebied van deze gemeente, zoals dat werd begrensd vóór de datum van herindeling.
Schijndel
Sevenum
Sint Anthonis
St. Michielsgestel
St. Oedenrode
Someren
Son en Breugel
Stramproy
Swalmen
Tegelen
Thorn
Tilburg
Uden
Valkenswaard
Veghel
Veldhoven
Venlo
Venray
Vierlingsbeek
Vught
Waalre
Weert
Zundert
Bijlage II. Behorende bij artikel 18 van de Meststoffenwet
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)