Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 23 december 1987, houdende regelen voor de indiening en behandeling van en de beschikking op verzoekschriften om gratie

15 versions · 2021-04-01
2021-04-01
Gratiewet — arts. 10, 14, 17 y 2 más
2020-01-01
Gratiewet — arts. 10, 14, 17 y 2 más
2015-01-01
Gratiewet — arts. 10, 14, 17 y 2 más
2014-02-15
Gratiewet — arts. 10, 14, 17 y 2 más
2013-07-01
Gratiewet — arts. 10, 14, 17 y 2 más
2012-11-01
Gratiewet — arts. 10, 14, 17 y 2 más
2012-04-01
Gratiewet — arts. 10, 14, 17 y 2 más

Wijzigingen op 2010-10-10

@@ -8,16 +8,20 @@
##### Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
1. In deze wet wordt verstaan onder:
Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
openbaar ministerie: het openbaar ministerie dat is belast met de tenuitvoerlegging van de rechterlijke beslissing, waarop het verzoek om gratie betrekking heeft. Indien het verzoek betrekking heeft op een rechterlijke beslissing waarvan de tenuitvoerlegging aan een vreemde staat is overgedragen, wordt daaronder verstaan het openbaar ministerie bij het gerecht dat die beslissing heeft gegeven en indien het betrekking heeft op een buitenlandse rechterlijke beslissing waarvan de tenuitvoerlegging met toepassing van [artikel 43 van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004028&artikel=43) in Nederland is gelast, het openbaar ministerie dat met deze tenuitvoerlegging is belast;
verzoekschrift: een schriftelijk verzoek om gratie van een veroordeelde of een derde, ingediend op het formulier, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=3&z=2005-07-01&g=2005-07-01);
openbaar ministerie: het openbaar ministerie dat is belast met de tenuitvoerlegging van de rechterlijke beslissing, waarop het verzoek om gratie betrekking heeft;
verzoekschrift: een schriftelijk verzoek om gratie van een veroordeelde of een derde, ingediend op het formulier, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=3&z=2010-10-10&g=2010-10-10);
veroordeelde: degene op wie het verzoekschrift betrekking heeft.
2. In deze wet wordt mede verstaan onder: openbaar ministerie: het openbaar ministerie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba; in Nederland: in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; een Nederlandse strafrechter: een strafrechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
3. Indien het verzoek om gratie betrekking heeft op een rechterlijke beslissing waarvan de tenuitvoerlegging aan een vreemde staat is overgedragen, wordt onder het openbaar ministerie verstaan het openbaar ministerie bij het gerecht dat die beslissing heeft gegeven en indien het betrekking heeft op een buitenlandse rechterlijke beslissing waarvan de tenuitvoerlegging met toepassing van [artikel 43 van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004028&artikel=43) of artikel 593 van het Wetboek van Strafvordering BES in Nederland is gelast, het openbaar ministerie dat met deze tenuitvoerlegging is belast.
##### Artikel 2
Gratie kan worden verleend
@@ -40,7 +44,7 @@
Het verzoekschrift wordt ingediend op een bij ministeriële regeling vast te stellen formulier.
2. Indien het verzoek op grond van [artikel 560 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=560) door een derde wordt ingediend, geeft degene op wie het verzoek betrekking heeft, op het in het eerste lid bedoelde formulier tevens aan of hij met het verzoek instemt.
2. Indien het verzoek op grond van [artikel 560 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=560) of artikel 614 van het Wetboek van Strafvordering BES door een derde wordt ingediend, geeft degene op wie het verzoek betrekking heeft, op het in het eerste lid bedoelde formulier tevens aan of hij met het verzoek instemt.
3. Indien het formulier niet volledig is ingevuld, wordt de verzoeker in de gelegenheid gesteld de ontbrekende gegevens aan te vullen binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag nadat het verzoek om aanvulling van die gegevens door Onze Minister is verzonden.
@@ -54,9 +58,9 @@
- a. het gerecht dat in hoger beroep een rechterlijke beslissing ten aanzien van de oplegging van straf of van een maatregel heeft bevestigd;
- b. het gerecht dat een bezwaar, hem voorgelegd ingevolge [artikel 35 van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004028&artikel=35), ongegrond heeft verklaard.
3. Omtrent verzoekschriften om vermindering of kwijtschelding van straffen bij rechterlijke beslissing van een buitenlandse rechter opgelegd, waarvan de tenuitvoerlegging met toepassing van [artikel 43 van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004028&artikel=43) in Nederland is gelast, dan wel van gevangenisstraffen die door het Internationaal Strafhof zijn opgelegd wegens een misdrijf gericht tegen de rechtspleging van het Strafhof en waarvan de tenuitvoerlegging in Nederland geschiedt overeenkomstig [artikel 67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013796&artikel=67) of [68 van de Uitvoeringswet Internationaal Strafhof](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013796&artikel=68), wordt door Onze Minister, voordat daarop wordt beschikt, het advies ingewonnen van het in genoemd [artikel 43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004028&artikel=43) bedoelde gerecht.
- b. het gerecht dat een bezwaar, hem voorgelegd ingevolge [artikel 35 van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004028&artikel=35) of artikel 592b van het Wetboek van Strafvordering BES, ongegrond heeft verklaard.
3. Omtrent verzoekschriften om vermindering of kwijtschelding van straffen bij rechterlijke beslissing van een buitenlandse rechter opgelegd, waarvan de tenuitvoerlegging met toepassing van [artikel 43 van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004028&artikel=43) of artikel 593 van het Wetboek van Strafvordering BES in Nederland is gelast, dan wel van gevangenisstraffen die door het Internationaal Strafhof zijn opgelegd wegens een misdrijf gericht tegen de rechtspleging van het Strafhof en waarvan de tenuitvoerlegging in Nederland geschiedt overeenkomstig [artikel 67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013796&artikel=67) of [68 van de Uitvoeringswet Internationaal Strafhof](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013796&artikel=68), wordt door Onze Minister, voordat daarop wordt beschikt, het advies ingewonnen van het in genoemd artikel 43 respectievelijk artikel 593 bedoelde gerecht.
4. Het eerste, tweede en derde lid blijven buiten toepassing indien het verzoekschrift:
@@ -78,13 +82,13 @@
3. Onze Minister stelt op basis van de door de verzoeker verstrekte gegevens en de ingevolge het eerste en tweede lid ingewonnen informatie een verslag van bevindingen op.
4. In de gevallen waarin het verzoekschrift betrekking heeft op een vonnis of arrest dat is gewezen door de meervoudige kamer of waarbij het openbaar ministerie de aantekening heeft geplaatst dat het wil adviseren over te nemen besluiten inzake de verschillende vormen van te verlenen vrijheden aan de gedetineerde, zendt Onze Minister het verzoekschrift en zijn verslag van bevindingen naar het openbaar ministerie voor advies. Het openbaar ministerie legt zijn advies neer in een verslag en zendt de stukken vervolgens aan het in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=4&z=2005-07-01&g=2005-07-01) aangewezen gerecht.
5. In de overige gevallen zendt Onze Minister het verzoekschrift met zijn verslag van bevindingen rechtstreeks aan het in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=4&z=2005-07-01&g=2005-07-01) aangewezen gerecht.
4. In de gevallen waarin het verzoekschrift betrekking heeft op een vonnis of arrest dat is gewezen door de meervoudige kamer of waarbij het openbaar ministerie de aantekening heeft geplaatst dat het wil adviseren over te nemen besluiten inzake de verschillende vormen van te verlenen vrijheden aan de gedetineerde, zendt Onze Minister het verzoekschrift en zijn verslag van bevindingen naar het openbaar ministerie voor advies. Het openbaar ministerie legt zijn advies neer in een verslag en zendt de stukken vervolgens aan het in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=4&z=2010-10-10&g=2010-10-10) aangewezen gerecht.
5. In de overige gevallen zendt Onze Minister het verzoekschrift met zijn verslag van bevindingen rechtstreeks aan het in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=4&z=2010-10-10&g=2010-10-10) aangewezen gerecht.
##### Artikel 6
1. Het gerecht kan naar aanleiding van de in [artikel 5, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=5&z=2005-07-01&g=2005-07-01), ontvangen stukken inlichtingen inwinnen bij de daarvoor in aanmerking komende autoriteiten, instellingen of personen. Het gerecht zendt zijn advies, met het op grond van [artikel 5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=5&z=2005-07-01&g=2005-07-01), uitgebrachte verslag van het openbaar ministerie, aan Onze Minister.
1. Het gerecht kan naar aanleiding van de in [artikel 5, vierde of vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=5&z=2010-10-10&g=2010-10-10), ontvangen stukken inlichtingen inwinnen bij de daarvoor in aanmerking komende autoriteiten, instellingen of personen. Het gerecht zendt zijn advies, met het op grond van [artikel 5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=5&z=2010-10-10&g=2010-10-10), uitgebrachte verslag van het openbaar ministerie, aan Onze Minister.
2. Indien het uitgebrachte advies daartoe aanleiding geeft, kan Onze Minister aan het openbaar ministerie en het gerecht nader advies vragen.
@@ -98,15 +102,15 @@
##### Artikel 8
1. Verzoekschriften die met toepassing van [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=3&z=2005-07-01&g=2005-07-01), buiten behandeling zijn gelaten, worden niet aan Ons voorgelegd.
1. Verzoekschriften die met toepassing van [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=3&z=2010-10-10&g=2010-10-10), buiten behandeling zijn gelaten, worden niet aan Ons voorgelegd.
2. Tenzij Wij anders hebben bepaald, is Onze Minister gemachtigd afwijzend op een verzoekschrift om gratie te beschikken, indien hij meent dat het niet voor inwilliging in aanmerking komt en tevens
- a. het rechterlijk advies afwijzend luidt, dan wel
- b. de inwinning van het rechterlijk advies op grond van [artikel 4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=4&z=2005-07-01&g=2005-07-01), achterwege is gebleven.
3. Het tweede lid, aanhef en onder a, blijft buiten toepassing indien het verzoekschrift een of meer vrijheidsstraffen betreft met een gezamenlijke duur van zes jaar of langer dan wel indien het rechterlijk advies niet met eenparigheid van stemmen is vastgesteld. Het bepaalde in het tweede lid blijft tevens buiten toepassing indien overeenkomstig [artikel 10, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=10&z=2005-07-01&g=2005-07-01), het gevoelen van een andere Minister is ingewonnen, en deze blijk geeft van een van Onze Minister afwijkend gevoelen over de op het verzoekschrift te nemen beslissing.
- b. de inwinning van het rechterlijk advies op grond van [artikel 4, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=4&z=2010-10-10&g=2010-10-10), achterwege is gebleven.
3. Het tweede lid, aanhef en onder a, blijft buiten toepassing indien het verzoekschrift een of meer vrijheidsstraffen betreft met een gezamenlijke duur van zes jaar of langer dan wel indien het rechterlijk advies niet met eenparigheid van stemmen is vastgesteld. Het bepaalde in het tweede lid blijft tevens buiten toepassing indien overeenkomstig [artikel 10, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=10&z=2010-10-10&g=2010-10-10), het gevoelen van een andere Minister is ingewonnen, en deze blijk geeft van een van Onze Minister afwijkend gevoelen over de op het verzoekschrift te nemen beslissing.
##### Artikel 9
@@ -114,11 +118,11 @@
##### Artikel 10
Indien Wij of Onze Minister het wenselijk achten dat enige andere Minister wordt gehoord voordat op het verzoekschrift wordt beschikt, wint Onze Minister diens gevoelen in. Onverminderd het bepaalde in het [eerste lid van artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=8&z=2005-07-01&g=2005-07-01), wordt de ambtsbrief van die Minister bij de aan Ons toe te zenden stukken gevoegd ofwel wordt door Onze Minister en die Minister aan Ons een gemeenschappelijke voordracht gedaan.
Indien Wij of Onze Minister het wenselijk achten dat enige andere Minister wordt gehoord voordat op het verzoekschrift wordt beschikt, wint Onze Minister diens gevoelen in. Onverminderd het bepaalde in het [eerste lid van artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=8&z=2010-10-10&g=2010-10-10), wordt de ambtsbrief van die Minister bij de aan Ons toe te zenden stukken gevoegd ofwel wordt door Onze Minister en die Minister aan Ons een gemeenschappelijke voordracht gedaan.
##### Artikel 11
Indien Wij of Onze Minister dit wenselijk achten wordt, behalve het advies van het in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=4&z=2005-07-01&g=2005-07-01) aangewezen gerecht, ook het advies ingewonnen van de Hoge Raad der Nederlanden. Dit advies wordt bij de in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=9&z=2005-07-01&g=2005-07-01) bedoelde stukken gevoegd.
Indien Wij of Onze Minister dit wenselijk achten wordt, behalve het advies van het in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=4&z=2010-10-10&g=2010-10-10) aangewezen gerecht, ook het advies ingewonnen van de Hoge Raad der Nederlanden. Dit advies wordt bij de in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=9&z=2010-10-10&g=2010-10-10) bedoelde stukken gevoegd.
##### Artikel 12
@@ -132,19 +136,19 @@
3. Een andere voorwaarde kan zijn de betaling van een bepaalde geldsom aan de Staat. Mede kan de voorwaarde worden gesteld, dat de veroordeelde de door het strafbare feit veroorzaakte schade geheel of voor een bepaald gedeelte zal vergoeden.
4. Bij de toepassing van het derde lid bepaalt Onze Minister de plaats waar en de termijn waarbinnen de geldsom moet worden betaald, onderscheidenlijk de schade moet worden vergoed. Hij kan betaling in termijnen toestaan. Hij kan de gestelde termijn of termijnen verlengen met dien verstande dat de totale tijdsduur een tijdvak van twee jaren niet mag overschrijden. De termijn of eerste termijn vangt aan zodra de in [artikel 18, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-07-01), bedoelde betekening is geschied.
4. Bij de toepassing van het derde lid bepaalt Onze Minister de plaats waar en de termijn waarbinnen de geldsom moet worden betaald, onderscheidenlijk de schade moet worden vergoed. Hij kan betaling in termijnen toestaan. Hij kan de gestelde termijn of termijnen verlengen met dien verstande dat de totale tijdsduur een tijdvak van twee jaren niet mag overschrijden. De termijn of eerste termijn vangt aan zodra de in [artikel 18, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=18&z=2010-10-10&g=2010-10-10), bedoelde betekening is geschied.
5. Voor zover dit bij het besluit waarbij gratie is verleend is bepaald, houdt het openbaar ministerie, onderscheidenlijk - indien het vonnis is uitgesproken met toepassing van de bijzondere strafbepalingen voor jeugdige personen - de raad voor de kinderbescherming, toezicht op de naleving van de gestelde voorwaarden.
##### Artikel 14
1. Tenzij geen andere voorwaarden zijn gesteld dan die bedoeld in [artikel 13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=13&z=2005-07-01&g=2005-07-01), zijn de voorwaarden van kracht tot het tijdstip waarop een door Onze Minister te bepalen proeftijd verstrijkt. De proeftijd bedraagt ten hoogste twee jaren. Onze Minister kan deze proeftijd verkorten of verlengen.
2. De proeftijd gaat in zodra de in [artikel 18, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-07-01), bedoelde betekening is geschied. Hij loopt niet gedurende de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.
1. Tenzij geen andere voorwaarden zijn gesteld dan die bedoeld in [artikel 13, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=13&z=2010-10-10&g=2010-10-10), zijn de voorwaarden van kracht tot het tijdstip waarop een door Onze Minister te bepalen proeftijd verstrijkt. De proeftijd bedraagt ten hoogste twee jaren. Onze Minister kan deze proeftijd verkorten of verlengen.
2. De proeftijd gaat in zodra de in [artikel 18, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=18&z=2010-10-10&g=2010-10-10), bedoelde betekening is geschied. Hij loopt niet gedurende de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.
##### Artikel 15
1. Onze Minister kan aan een krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen reclasseringsinstelling dan wel aan bijzondere, door hem aangewezen ambtenaren opdracht geven de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen. Een dergelijke opdracht kan, indien de veroordeling is uitgesproken met toepassing van de bijzondere strafbepalingen voor jeugdige personen ook worden gegeven aan een stichting als bedoeld in [artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016637&artikel=1), of aan een particulier persoon.
1. Onze Minister kan aan een krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen reclasseringsinstelling dan wel aan bijzondere, door hem aangewezen ambtenaren opdracht geven de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen. Een dergelijke opdracht kan, indien de veroordeling is uitgesproken met toepassing van de bijzondere strafbepalingen voor jeugdige personen ook worden gegeven aan een stichting als bedoeld in [artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016637&artikel=1), een door Onze Minister aan te wijzen voorziening of aan een particulier persoon.
2. Indien de veroordeelde buiten Nederland verblijft, kan de opdracht ook gegeven worden aan een andere instelling of persoon die zich tot aanvaarding van die opdracht bereid heeft verklaard.
@@ -156,11 +160,11 @@
1. Indien de voorwaarden niet worden nageleefd, kan het koninklijk besluit waarbij gratie is verleend bij koninklijk besluit worden herroepen. Deze herroeping vindt niet plaats dan nadat de veroordeelde, alsmede, zo de veroordeling is uitgesproken met toepassing van de bijzondere strafbepalingen voor jeugdige personen, degenen die het gezag over hem uitoefenen, zo enigszins mogelijk door of vanwege het openbaar ministerie zijn gehoord en het van dat verhoor opgemaakte proces-verbaal aan Ons is overgelegd.
2. De verleende gratie kan worden herroepen tot uiterlijk drie maanden na het einde van de proeftijd of tot uiterlijk vier maanden na het verstrijken van de krachtens [artikel 13, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=13&z=2005-07-01&g=2005-07-01), gestelde termijn of laatste termijn.
2. De verleende gratie kan worden herroepen tot uiterlijk drie maanden na het einde van de proeftijd of tot uiterlijk vier maanden na het verstrijken van de krachtens [artikel 13, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=13&z=2010-10-10&g=2010-10-10), gestelde termijn of laatste termijn.
Niettemin kan, indien de veroordeelde terzake van een voor het einde van de proeftijd begaan strafbaar feit is vervolgd en onherroepelijk is strafbaar verklaard, alsnog terzake van het begaan van dat feit binnen drie maanden, nadat de strafbaarverklaring onherroepelijk is geworden, tot herroeping van de verleende gratie worden besloten.
3. Indien de in [artikel 13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=13&z=2005-07-01&g=2005-07-01), bedoelde voorwaarde slechts gedeeltelijk is nageleefd kan in geval van herroeping naar bevind van omstandigheden worden bepaald dat een deel van de straf zal worden tenuitvoergelegd.
3. Indien de in [artikel 13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=13&z=2010-10-10&g=2010-10-10), bedoelde voorwaarde slechts gedeeltelijk is nageleefd kan in geval van herroeping naar bevind van omstandigheden worden bepaald dat een deel van de straf zal worden tenuitvoergelegd.
4. In geval van herroeping wordt de geldsom teruggegeven, die ter voldoening aan een bij het herroepen besluit gestelde voorwaarde aan de Staat was betaald. Indien gedeeltelijke betaling heeft plaats gehad, kan nochtans bij de herroeping worden bepaald dat het gestorte bedrag niet wordt teruggeven, onder vermindering van de duur van de te ondergane vrijheidsstraf naar evenredigheid.
@@ -170,7 +174,7 @@
2. Wanneer het verzoek wordt afgewezen stelt Onze Minister degene aan wie de straf of maatregel werd opgelegd en de verzoeker, zo deze een ander is, daarvan onder opgaaf van redenen in kennis.
3. Wanneer gratie is verleend onder voorwaarden, wordt de inhoud van die voorwaarden aan de veroordeelde in persoon betekend en aan degene die met het verlenen van hulp en steun is belast schriftelijk medegedeeld. De inhoud van voorwaarden, gesteld ingevolge [artikel 13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=13&z=2005-07-01&g=2005-07-01), wordt tevens schriftelijk medegedeeld aan degene die zorg draagt voor de begeleiding van de tewerkgestelde veroordeelde.
3. Wanneer gratie is verleend onder voorwaarden, wordt de inhoud van die voorwaarden aan de veroordeelde in persoon betekend en aan degene die met het verlenen van hulp en steun is belast schriftelijk medegedeeld. De inhoud van voorwaarden, gesteld ingevolge [artikel 13, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=13&z=2010-10-10&g=2010-10-10), wordt tevens schriftelijk medegedeeld aan degene die zorg draagt voor de begeleiding van de tewerkgestelde veroordeelde.
Indien de voorwaardelijke gratieverlening een veroordeling betreft welke is uitgesproken met toepassing van de bijzondere strafbepalingen voor jeugdige personen, wordt de inhoud van de voorwaarden tevens ter kennis gebracht van degenen die het gezag over de veroordeelde uitoefenen alsmede van de raad voor de kinderbescherming. Van iedere aanvulling, wijziging of opheffing van de voorwaarden, dan wel van de herroeping van een koninklijk besluit waarbij gratie is verleend, wordt eveneens op deze wijze kennis gegeven.
@@ -186,13 +190,13 @@
##### Artikel 19
1. Indien bijzondere omstandigheden Onze Minister aanleiding geven om, zonder dat een daartoe strekkend verzoekschrift is ingediend, een voorstel tot gratieverlening in overweging te nemen, wordt het advies ingewonnen van het in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=4&z=2005-07-01&g=2005-07-01) aangewezen gerecht. Tenzij, met Onze machtiging, Onze Minister anders bepaalt, zijn de [artikelen 559a van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=559a) en [5 tot en met 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=5&z=2005-07-01&g=2005-07-01) en [9 tot en met 11 van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=9&z=2005-07-01&g=2005-07-01) van overeenkomstige toepassing.
2. Wanneer in zodanig geval gratie wordt verleend, zijn de [artikelen 13 tot en met 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=13&z=2005-07-01&g=2005-07-01) en [18, eerste, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=18&z=2005-07-01&g=2005-07-01), van toepassing.
1. Indien bijzondere omstandigheden Onze Minister aanleiding geven om, zonder dat een daartoe strekkend verzoekschrift is ingediend, een voorstel tot gratieverlening in overweging te nemen, wordt het advies ingewonnen van het in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=4&z=2010-10-10&g=2010-10-10) aangewezen gerecht. Tenzij, met Onze machtiging, Onze Minister anders bepaalt, zijn de [artikelen 559a van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=559a) en [5 tot en met 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=5&z=2010-10-10&g=2010-10-10) en [9 tot en met 11 van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=9&z=2010-10-10&g=2010-10-10) van overeenkomstige toepassing.
2. Wanneer in zodanig geval gratie wordt verleend, zijn de [artikelen 13 tot en met 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=13&z=2010-10-10&g=2010-10-10) en [18, eerste, derde, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=18&z=2010-10-10&g=2010-10-10), van toepassing.
##### Artikel 20
De [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=2&z=2005-07-01&g=2005-07-01) tot en met [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=19&z=2005-07-01&g=2005-07-01) blijven van toepassing, indien een straf of maatregel bij wege van gratie is verminderd of veranderd en daarvan alsnog vermindering of kwijtschelding wordt verzocht.
De [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=2&z=2010-10-10&g=2010-10-10) tot en met [19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004257&artikel=19&z=2010-10-10&g=2010-10-10) blijven van toepassing, indien een straf of maatregel bij wege van gratie is verminderd of veranderd en daarvan alsnog vermindering of kwijtschelding wordt verzocht.
##### Artikel 21
@@ -225,3 +229,9 @@
Deze Wet kan worden aangehaald als "Gratiewet".
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 26a
Een verzoekschrift om gratie dat voor het tijdstip van transitie, bedoeld in [artikel 1, onder a, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028063&artikel=1), is ingediend bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en waarover op dat tijdstip nog niet is beslist, wordt geacht te zijn ingediend bij het Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en wordt met inachtneming van de bepalingen van deze wet afgehandeld.
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2005-07-01
Gratiewet — arts. 10, 14, 17 y 2 más
2005-01-01
Gratiewet — arts. 10, 14, 17 y 2 más
2004-05-01
Gratiewet — arts. 10, 14, 17 y 2 más
2003-06-01
Gratiewet — arts. 10, 14, 17 y 2 más
2002-08-08
Gratiewet — arts. 8, 10, 11 y 6 más
2001-09-01
Gratiewet — arts. 1, 2, 5 y 20 más
2001-09-01
Gratiewet
original version Tekst op deze datum