Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 4 juli 1990, houdende regels met betrekkking tot het consumentenkrediet
18 versions
· 2019-01-01
2019-01-01
Wet op het consumentenkrediet — art. 48
2017-01-01
Wet op het consumentenkrediet — art. 48
2015-01-01
Wet op het consumentenkrediet — arts. 35, 36, 42, 46
Wijzigingen op 2015-01-01
@@ -56,7 +56,7 @@
1. Onverminderd de bepalingen van [titel 2A van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&titeldeel=2a) gelden voor de daar geregelde kredietovereenkomsten de volgende bepalingen.
2. Onverminderd de bepalingen van [titel 2A van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&titeldeel=2a) gelden, in afwijking van het eerste lid, voor krediettransacties waarbij de betalingen van de kredietnemer plaatsvinden binnen drie maanden nadat de geldsom ter beschikking is gesteld, onderscheidenlijk nadat met het verschaffen van het genot van de zaak of het verlenen van de dienst een aanvang is gemaakt, uitsluitend de [artikelen 34 tot en met 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=34&z=2014-04-01&g=2014-04-01).
2. Onverminderd de bepalingen van [titel 2A van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&titeldeel=2a) gelden, in afwijking van het eerste lid, voor krediettransacties waarbij de betalingen van de kredietnemer plaatsvinden binnen drie maanden nadat de geldsom ter beschikking is gesteld, onderscheidenlijk nadat met het verschaffen van het genot van de zaak of het verlenen van de dienst een aanvang is gemaakt, uitsluitend de [artikelen 34 tot en met 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=34&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
3. In afwijking van het eerste lid, gelden de volgende bepalingen niet voor de overeenkomst betreffende effectenkrediet, bedoeld in [artikel 57 lid 1, onderdeel o, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=57).
@@ -72,15 +72,15 @@
##### Artikel 5
De [artikelen 33, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=33&z=2014-04-01&g=2014-04-01), en [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=4&artikel=40&z=2014-04-01&g=2014-04-01) gelden niet voor kredietverlening door een gemeentelijke kredietbank:
De [artikelen 33, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=33&z=2015-01-01&g=2015-01-01), en [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=4&artikel=40&z=2015-01-01&g=2015-01-01) gelden niet voor kredietverlening door een gemeentelijke kredietbank:
- a. waaraan als kredietnemer deelneemt: dan wel
- 1°. echtgenoten of geregistreerde partners als bedoeld in [artikel 3 van de Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=3), van wie het gezamenlijk netto maandinkomen niet hoger is dan de norm genoemd in [artikel 21, onderdeel c, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=21);
- 2°. een alleenstaande ouder als bedoeld in [artikel 4, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=4), van wie het netto maandinkomen niet hoger is dan negentig procent van de norm bedoeld onder 1°;
- 3°. een alleenstaande als bedoeld in [artikel 4, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=4), van wie het netto maandinkomen niet hoger is dan zeventig procent van de norm bedoeld onder 1°;
- 1°. echtgenoten of geregistreerde partners als bedoeld in [artikel 3 van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=3), van wie het gezamenlijk netto maandinkomen niet hoger is dan de norm genoemd in [artikel 21, onderdeel b, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=21);
- 2°. een alleenstaande ouder als bedoeld in [artikel 4, onderdeel b, van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=4), van wie het netto maandinkomen niet hoger is dan negentig procent van de norm bedoeld onder 1°;
- 3°. een alleenstaande als bedoeld in [artikel 4, onderdeel a, van de Participatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0015703&artikel=4), van wie het netto maandinkomen niet hoger is dan zeventig procent van de norm bedoeld onder 1°;
- b. in het kader van een regeling met betrekking tot de bestaande schuldenlast van een kredietnemer (saneringskrediet).
@@ -228,7 +228,7 @@
Nietig is een overeenkomst als bedoeld in [artikel 61 lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=61), voor zover daarbij:
- a. de kredietgever of leverancier de bevoegdheid wordt verleend, anders dan bij wijze van een verhoging van de kredietvergoeding welke is toegelaten ingevolge het bepaalde krachtens [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=35&z=2014-04-01&g=2014-04-01), eenzijdig de kredietvergoeding te verhogen of anderszins de verplichtingen van de kredietnemer te verzwaren;
- a. de kredietgever of leverancier de bevoegdheid wordt verleend, anders dan bij wijze van een verhoging van de kredietvergoeding welke is toegelaten ingevolge het bepaalde krachtens [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=35&z=2015-01-01&g=2015-01-01), eenzijdig de kredietvergoeding te verhogen of anderszins de verplichtingen van de kredietnemer te verzwaren;
- b. de kredietnemer zich verplicht tot het aangaan van een andere overeenkomst, anders dan ingeval:
@@ -252,7 +252,7 @@
- d. de kredietnemer enig recht op arbeidsloon, salaris, pensioen, andere inkomsten uit arbeid of uitkering ingevolge een sociale verzekeringswet, dan wel levensonderhoud, verschuldigd ingevolge Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, ter zake van een krediettransactie op enigerlei wijze overdraagt, vervreemdt of bezwaart, dan wel tot invordering daarvan een onherroepelijke volmacht, in welke vorm of onder welke benaming ook, verleent;
- e. wordt afgeweken van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 34 tot en met 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=34&z=2014-04-01&g=2014-04-01), met uitzondering van een afwijking als bedoeld in [artikel 42, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=4&artikel=42&z=2014-04-01&g=2014-04-01).
- e. wordt afgeweken van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 34 tot en met 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=34&z=2015-01-01&g=2015-01-01), met uitzondering van een afwijking als bedoeld in [artikel 42, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=4&artikel=42&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
### Afdeling 3. Kredietvergoeding en betalingen
@@ -270,13 +270,13 @@
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, ten einde het aanvaarden door kredietgevers van te grote risico’s tegen te gaan, de ten hoogste toegelaten kredietvergoeding vastgesteld en worden regels gegeven betreffende de tijdstippen waarop de kredietvergoeding in rekening wordt gebracht.
2. De ten hoogste toegelaten kredietvergoeding wordt uitgedrukt in een geldsom, een percentage of in enige andere vorm. Deze kan verschillen naar gelang van de hoogte van de kredietsom, de looptijd van de transactie, mede in verband met de termijnen van aflossing, de vorm van de kredietvergoeding bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=34&z=2014-04-01&g=2014-04-01), en het al dan niet variabel zijn van de kredietvergoeding.
3. Bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald dat ter zake van krediettransacties, waarbij de kredietvergoeding variabel is, geen vergoeding als bedoeld in [artikel 34, onder **c**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=34&z=2014-04-01&g=2014-04-01), is toegelaten.
2. De ten hoogste toegelaten kredietvergoeding wordt uitgedrukt in een geldsom, een percentage of in enige andere vorm. Deze kan verschillen naar gelang van de hoogte van de kredietsom, de looptijd van de transactie, mede in verband met de termijnen van aflossing, de vorm van de kredietvergoeding bedoeld in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=34&z=2015-01-01&g=2015-01-01), en het al dan niet variabel zijn van de kredietvergoeding.
3. Bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald dat ter zake van krediettransacties, waarbij de kredietvergoeding variabel is, geen vergoeding als bedoeld in [artikel 34, onder **c**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=34&z=2015-01-01&g=2015-01-01), is toegelaten.
##### Artikel 36
Het is de kredietgever en de leverancier verboden een hogere kredietvergoeding in rekening te brengen, te bedingen of te aanvaarden, dan wel kredietvergoeding op een ander tijdstip in rekening te brengen, dan is toegelaten ingevolge [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=35&z=2014-04-01&g=2014-04-01).
Het is de kredietgever en de leverancier verboden een hogere kredietvergoeding in rekening te brengen, te bedingen of te aanvaarden, dan wel kredietvergoeding op een ander tijdstip in rekening te brengen, dan is toegelaten ingevolge [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=35&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
##### Artikel 37
@@ -302,7 +302,7 @@
##### Artikel 41
1. Afgifte van een zaak, waarop een pandrecht als bedoeld in [artikel 237 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=237) is gevestigd of waarvan de eigendom is voorbehouden in het kader van een krediettransactie, kan slechts worden gevorderd in de gevallen, bedoeld in [artikel 33, onder **c**, 1° tot en met 6°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=33&z=2014-04-01&g=2014-04-01). [Artikel 496, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=496) is niet van toepassing.
1. Afgifte van een zaak, waarop een pandrecht als bedoeld in [artikel 237 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=237) is gevestigd of waarvan de eigendom is voorbehouden in het kader van een krediettransactie, kan slechts worden gevorderd in de gevallen, bedoeld in [artikel 33, onder **c**, 1° tot en met 6°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=2&artikel=33&z=2015-01-01&g=2015-01-01). [Artikel 496, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=496) is niet van toepassing.
2. Afgifte van een zaak als bedoeld in het eerste lid kan niet meer worden gevorderd indien meer dan drie vierde deel van de kredietsom is afgelost. De vorige volzin vindt geen toepassing met betrekking tot doorlopende krediettransacties.
@@ -312,11 +312,11 @@
##### Artikel 42
1. Indien de kredietnemer binnen veertien dagen nadat hij de zaak heeft afgegeven het totale op het tijdstip van inlossing achterstallige bedrag, benevens de vergoeding, bedoeld in [artikel 34, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=34&z=2014-04-01&g=2014-04-01), betaalt, wordt de zaak door de kredietgever teruggegeven.
1. Indien de kredietnemer binnen veertien dagen nadat hij de zaak heeft afgegeven het totale op het tijdstip van inlossing achterstallige bedrag, benevens de vergoeding, bedoeld in [artikel 34, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=34&z=2015-01-01&g=2015-01-01), betaalt, wordt de zaak door de kredietgever teruggegeven.
2. Door de in het eerste lid bedoelde betaling wordt de ontbinding van de tot de krediettransactie behorende overeenkomsten ongedaan gemaakt.
3. Bij herhaalde afgifte van de zaak behoeft deze door de kredietgever slechts te worden teruggegeven na betaling door de kredietnemer van het in het eerste lid bedoelde bedrag, benevens het restant van de kredietsom, alsmede de bedongen kredietvergoeding, voor zover toegelaten ingevolge [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=35&z=2014-04-01&g=2014-04-01), met dien verstande, dat bij een doorlopende krediettransactie in plaats van het restant van de kredietsom het restant van de in [artikel 40, tweede lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=4&artikel=40&z=2014-04-01&g=2014-04-01), bedoelde aflossingen moet worden betaald; de tweede volzin van dat lid vindt overeenkomstige toepassing.
3. Bij herhaalde afgifte van de zaak behoeft deze door de kredietgever slechts te worden teruggegeven na betaling door de kredietnemer van het in het eerste lid bedoelde bedrag, benevens het restant van de kredietsom, alsmede de bedongen kredietvergoeding, voor zover toegelaten ingevolge [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=35&z=2015-01-01&g=2015-01-01), met dien verstande, dat bij een doorlopende krediettransactie in plaats van het restant van de kredietsom het restant van de in [artikel 40, tweede lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=4&artikel=40&z=2015-01-01&g=2015-01-01), bedoelde aflossingen moet worden betaald; de tweede volzin van dat lid vindt overeenkomstige toepassing.
4. Indien de kredietgever een redelijk belang heeft bij weigering van de teruggave, kan de rechter bepalen dat het eerste lid buiten toepassing blijft.
@@ -324,7 +324,7 @@
##### Artikel 43
1. In afwijking van [artikel 229 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=229) ontstaat een pandrecht op een vordering tot vergoeding die in de plaats treedt van een zaak als bedoeld in [artikel 40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=4&artikel=40&z=2014-04-01&g=2014-04-01), slechts voor het geval die zaak geheel teniet gaat.
1. In afwijking van [artikel 229 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=229) ontstaat een pandrecht op een vordering tot vergoeding die in de plaats treedt van een zaak als bedoeld in [artikel 40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=4&artikel=40&z=2015-01-01&g=2015-01-01), slechts voor het geval die zaak geheel teniet gaat.
2. Een pandrecht als bedoeld in het eerste lid eindigt van rechtswege:
@@ -334,13 +334,13 @@
3. De kredietgever, onderscheidenlijk de leverancier, die tot inning van de in het eerste lid bedoelde verpande vordering overgaat, stelt de kredietnemer daarvan terstond schriftelijk in kennis. Daarbij deelt hij de kredietnemer mee dat deze in de gelegenheid is om gelijkwaardige vervangende zekerheid te stellen. [Artikel 40, eerste lid](onbekend), is niet van toepassing ten aanzien van de door de kredietnemer gestelde vervangende zekerheid.
4. [Artikel 229 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=229) en het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing bij een eigendomsvoorbehoud ten aanzien van een zaak als bedoeld in [artikel 40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=4&artikel=40&z=2014-04-01&g=2014-04-01).
4. [Artikel 229 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=229) en het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing bij een eigendomsvoorbehoud ten aanzien van een zaak als bedoeld in [artikel 40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=4&artikel=40&z=2015-01-01&g=2015-01-01).
### Afdeling 5. Overige bepalingen
##### Artikel 44
1. Een overeenkomst als bedoeld in [artikel 61 lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=61), kan slechts door rechterlijke tussenkomst worden ontbonden, behoudens het bepaalde in [artikel 41, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=4&artikel=41&z=2014-04-01&g=2014-04-01), van deze wet en de [artikelen 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&artikel=37) en [38a van de Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&artikel=38a) (**Stb.** 1893, 140).
1. Een overeenkomst als bedoeld in [artikel 61 lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&artikel=61), kan slechts door rechterlijke tussenkomst worden ontbonden, behoudens het bepaalde in [artikel 41, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=4&artikel=41&z=2015-01-01&g=2015-01-01), van deze wet en de [artikelen 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&artikel=37) en [38a van de Faillissementswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001860&artikel=38a) (**Stb.** 1893, 140).
2. Indien bij ontbinding van zodanige overeenkomst een der partijen in een betere vermogenstoestand zou geraken dan bij het in stand blijven van die overeenkomst en afwikkeling overeenkomstig de betalingsregeling, vindt volledige verrekening plaats.
@@ -350,7 +350,7 @@
##### Artikel 46
De bepalingen van dit hoofdstuk omtrent nietigheid en vernietigbaarheid zijn mede van toepassing op overeenkomsten als bedoeld in [artikel 30, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=30&z=2014-04-01&g=2014-04-01), die buiten Nederland worden gesloten door een buiten Nederland gevestigde kredietgever of leverancier met een kredietnemer die zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft en die het krediet in Nederland heeft aangevraagd.
De bepalingen van dit hoofdstuk omtrent nietigheid en vernietigbaarheid zijn mede van toepassing op overeenkomsten als bedoeld in [artikel 30, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=1&artikel=30&z=2015-01-01&g=2015-01-01), die buiten Nederland worden gesloten door een buiten Nederland gevestigde kredietgever of leverancier met een kredietnemer die zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft en die het krediet in Nederland heeft aangevraagd.
### Hoofdstuk V. Schuldbemiddeling
@@ -362,7 +362,7 @@
##### Artikel 48
1. Het in [artikel 47, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=V&artikel=47&z=2014-04-01&g=2014-04-01), bedoelde verbod is niet van toepassing op schuldbemiddeling:
1. Het in [artikel 47, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=V&artikel=47&z=2015-01-01&g=2015-01-01), bedoelde verbod is niet van toepassing op schuldbemiddeling:
- a. om niet;
@@ -468,7 +468,7 @@
##### Artikel 69
Overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de [artikelen 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=34&z=2014-04-01&g=2014-04-01), [36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=36&z=2014-04-01&g=2014-04-01) en [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=38&z=2014-04-01&g=2014-04-01) is slechts strafbaar voor zover deze van toepassing zijn op een leverancier.
Overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de [artikelen 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=34&z=2015-01-01&g=2015-01-01), [36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=36&z=2015-01-01&g=2015-01-01) en [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004815&hoofdstuk=IV&afdeling=3&artikel=38&z=2015-01-01&g=2015-01-01) is slechts strafbaar voor zover deze van toepassing zijn op een leverancier.
##### Artikel 70
2014-04-01
Wet op het consumentenkrediet — arts. 35, 36, 42, 46
2012-07-18
Wet op het consumentenkrediet — arts. 35, 36, 42, 46
2012-02-08
Wet op het consumentenkrediet — arts. 35, 35, 36 y 5 más
2012-01-01
Wet op het consumentenkrediet — arts. 35, 35, 36 y 5 más
2011-05-25
Wet op het consumentenkrediet — arts. 35, 36, 42, 46
2009-10-01
Wet op het consumentenkrediet — arts. 35, 36, 42 y 2 más
2009-01-01
Wet op het consumentenkrediet — arts. 35, 36, 42 y 2 más
2008-09-01
Wet op het consumentenkrediet — arts. 35, 36, 42 y 2 más
2008-04-01
Wet op het consumentenkrediet
2008-01-01
Wet op het consumentenkrediet — arts. 35, 36, 42 y 2 más
2006-01-01
Wet op het consumentenkrediet — arts. 35, 36, 42 y 3 más
2004-01-01
Wet op het consumentenkrediet — arts. 7, 14, 19 y 9 más
2003-08-01
Wet op het consumentenkrediet — arts. 7, 14, 19 y 9 más
2002-03-08
Wet op het consumentenkrediet — arts. 1, 2, 2 y 39 más
2002-03-08
Wet op het consumentenkrediet
original version
Tekst op deze datum