Reglement rechtstoestand tewerkgestelden

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-09-04
State In force
Source BWB
artikelen 71
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • a. De eventueel aan de overledene teveel betaalde en nog niet terugbetaalde zakgeldbedragen;
  • b. De eventueel aan de overledene opgelegde en nog openstaande geldboetes, als bedoeld in artikel 31 van de Wet;
  • c. De eventueel aan de overledene ingevolge artikel 31 van de regeling verleende en nog niet terugbetaalde voorschotten.
Artikel 56. Uitkering bij overlijden gewezen tewerkgestelde
1.

Na het overlijden van hem die op de dag van het overlijden in het genot was van een uitkering als bedoeld in artikel 54, wordt een bedrag uitgekeerd gelijk aan de uitkering die de overledene op de dag van zijn overlijden genoot, berekend over een tijdvak van drie maanden:

  • a. aan zijn levenspartner, tenzij zij duurzaam gescheiden leefden;
  • b. bij ontstentenis van de onder a) bedoelde levenspartner: ten behoeve van de minderjarige wettelijke of natuurlijke kinderen van overledene, of minderjarige kinderen, waarvoor de overledene ten tijde van het overlijden de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind, als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor;
  • c. bij ontstentenis van de onder a en b bedoelde betrekkingen: ten behoeve van ouders, broers, zusters of meerderjarige kinderen van de overledene, voor wie hij kostwinner was.
2.

Indien de overledene geen betrekkingen als bedoeld in het eerste lid nalaat, kan de minister het bedrag geheel of gedeeltelijk doen aanwenden voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, indien zijn nalatenschap voor de betaling van die kosten ontoereikend is.

3.

Op de uitkering worden de eventueel aan de overledene ingevolge artikel 31 verleende voorschotten die nog niet zijn terugbetaald, ingehouden.

Artikel 7. Hoofdstuk 7 Andere rechten en verplichtingen

Paragraaf 1. Detachering, indeling in een andere functie en overplaatsing

Artikel 57. Detachering, indeling in een andere functie en overplaatsing binnen de dienst

Het hoofd van dienst kan de tewerkgestelde niet detacheren, indelen in een andere functie bij hetzelfde onderdeel van de dienst, of overplaatsen naar een ander onderdeel van de dienst, al dan niet in dezelfde functie, dan na overleg met de tewerkgestelde en met instemming van de minister.

Paragraaf 2. Beëindiging van de tewerkstelling door het hoofd van dienst

Artikel 58. Algemeen

De tewerkstelling van een tewerkgestelde bij een dienst kan door het hoofd van dienst slechts worden beëindigd met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 59 tot en met 61.

Artikel 59. Beëindiging tewerkstelling algemeen
1.

Indien het hoofd van dienst voornemens is een tewerkstelling te beëindigen, deelt hij dit voornemen onder opgaaf van redenen schriftelijk mede aan de tewerkgestelde en de directie TEGMD.

2.

Nadat de directie TEGMD een schriftelijke mededeling als bedoeld in het eerste lid heeft ontvangen, stelt deze directie onverwijld een onderzoek in, waarbij zowel de tewerkgestelde als het hoofd van dienst wordt gehoord. De tewerkgestelde kan zich in elk stadium van het onderzoek doen bijstaan door een vertrouwenspersoon.

3.

Indien de minister na onderzoek van oordeel is, dat de voorgenomen beëindiging op redelijke gronden berust, deelt hij dit schriftelijk mede aan het hoofd van dienst en aan de tewerkgestelde. De tewerkstelling kan dan worden beëindigd door het hoofd van dienst onder gelijktijdige schriftelijke mededeling van die beëindiging aan de tewerkgestelde en aan de directie TEGMD en wel binnen twee weken na de datum waarop hij van het oordeel van de minister in kennis is gesteld.

4.

Indien de minister na onderzoek van oordeel is, dat de voorgenomen beëindiging niet op redelijke gronden berust, deelt hij dit schriftelijk mede aan het hoofd van dienst en aan de tewerkgestelde. De tewerkstelling wordt dan niet beëindigd.

Artikel 60. Beëindiging tewerkstelling binnen twee maanden na aanvang
1.

In afwijking van artikel 59 kan een tewerkstelling binnen twee maanden na aanvang van die tewerkstelling terstond zonder voorafgaand onderzoek van de minister door het hoofd van dienst worden beëindigd.

2.

Een beëindiging als bedoeld in het eerste lid kan slechts plaatsvinden onder gelijktijdige, schriftelijke of mondelinge mededeling van die beëindiging aan de tewerkgestelde en aan de directie TEGMD onder opgaaf van redenen. Een mondelinge mededeling wordt door het hoofd van dienst onverwijld schriftelijk aan de tewerkgestelde en aan de directie TEGMD bevestigd.

3.

Nadat de directie TEGMD een schriftelijke mededeling als bedoeld in het tweede lid heeft ontvangen stelt deze directie onverwijld een onderzoek in, waarbij zowel de tewerkgestelde als het hoofd van dienst wordt gehoord. De tewerkgestelde kan zich in elk stadium van het onderzoek doen bijstaan door een vertrouwenspersoon.

4.

Indien de minister na onderzoek van oordeel is, dat de beëindiging op redelijke gronden berust, deelt hij dit schriftelijk mede aan het hoofd van dienst en aan de tewerkgestelde. De beëindiging van de tewerkstelling blijft dan gehandhaafd.

5.

Indien de minister na onderzoek van oordeel is, dat de beëindiging niet op redelijke gronden berust, deelt hij dit schriftelijk mede aan het hoofd van dienst en aan de tewerkgestelde. De betrokken dienst draagt in dat geval zorg voor hervatting van de tewerkstelling.

Artikel 61. Beëindiging tewerkstelling wegens dringende redenen

Artikel 60 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beëindiging van de tewerkstelling op grond van dringende redenen.

Paragraaf 3. Maatregelen bij ongeval

Artikel 62
1.

De tewerkgestelde is verplicht de Directie TEGMD onverwijld mededeling te doen of te laten doen van elk ongeval dat hem is overkomen indien:

  • a. bij dat ongeval een derde is betrokken;
  • b. hij zich ten gevolge van dat ongeval ziek meldt als bedoeld in artikel 49.
2.

Onverminderd het in het eerste lid bepaalde doet het hoofd van dienst van elk ongeval dat de tewerkgestelde tijdens het vervullen van de aan hem opgedragen werkzaamheden overkomt, onverwijld mededeling aan de Directie TEGMD. Hij maakt voorts van elk ongeval zo spoedig mogelijk proces-verbaal op, dat hij in tweevoud aan de Directie TEGMD zendt. Dit proces-verbaal bevat:

  • a. de plaats waar en het tijdstip waarop het ongeval heeft plaatsgevonden;
  • b. een beschrijving van het ongeval en de omstandigheden waaronder het heeft plaatsgevonden;
  • c. een verklaring van hen die bij het ongeval aanwezig zijn geweest;
  • d. indien de tewerkgestelde ten gevolge van het ongeval een medische behandeling ondergaat: een verklaring van de arts die de behandeling verricht, omtrent de gevolgen die het ongeval voor de tewerkgestelde heeft.

Paragraaf 4. Beloningen en getuigschrift

Artikel 63. Beloningen
1.

De minister kan een tewerkgestelde, die zich in het kader van de tewerkstelling heeft onderscheiden door buitengewone toewijding of bijzonder loffelijke verrichtingen, belonen.

2.

De beloning bestaat uit één of meer van de volgende vormen:

  • a. een schriftelijke tevredenheidsbetuiging;
  • b. een andere schriftelijke blijk van waardering;
  • c. extra verlof van minimaal één dag en maximaal 5 dagen;
  • d. een gratificatie of geschenk ter waarde van minimaal € 45 en maximaal € 908.
3.

Indien de beloning (mede) bestaat uit extra verlof, bepaalt het hoofd van dienst op welke dag of dagen het extra verlof zal worden genoten. Daarbij houdt hij zoveel mogelijk rekening met de wensen van de tewerkgestelde.

Artikel 64. Getuigschrift
1.

Het hoofd van dienst is gehouden de tewerkgestelde die bij de dienst ten minste negen maanden tewerkgesteld is geweest, op verzoek, bij het verlaten van de dienst een getuigschrift uit te reiken.

2.

Het getuigschrift vermeldt de duur van de periode, gedurende welke de tewerkgestelde bij de dienst tewerkgesteld is geweest, de aard van de verrichte werkzaamheden, alsmede, doch alleen op verzoek, de wijze waarop hij die werkzaamheden heeft verricht.

Paragraaf 5. Klachtrecht

Artikel 65
1.

Het hoofd van dienst is verplicht een door de tewerkgestelde ingediende klacht, die verband houdt met zijn arbeidssituatie, binnen redelijke tijd, met redenen omkleed, te beantwoorden.

2.

De tewerkgestelde kan zich bij de indiening en behandeling van zijn klacht laten bijstaan door een vertrouwenspersoon.

3.

Het hoofd van dienst draagt er zorg voor, dat de tewerkgestelde, die een klacht heeft ingediend, of de vertrouwenspersoon niet wordt benadeeld in zijn positie wegens de indiening van de klacht of de bijstandverlening.

Hoofdstuk 8. Groot verlof

Artikel 66

De tewerkgestelde aan wie groot verlof wordt verleend, wordt in het bezit gesteld van een groot verlofbewijs. Dit groot verlofbewijs vermeldt de datum waarop het groot verlof ingaat, de reden waarom het is verleend, alsmede, indien dat mogelijk is, het tijdstip waarop het groot verlof eindigt.

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 67. Intrekkingsbepaling
1.

De Beschikking gewetensbezwaren militaire dienst (Besluit van de minister van Sociale Zaken van 8 februari 1978, no. 247/101, Stcrt. 38) wordt ingetrokken.

2.

De Interim-regeling openbaar vervoerkaart tewerkgestelden (ministeriële regeling van 24 april 1989, Stcrt. 86) wordt ingetrokken.

Artikel 68. Overgangsbepaling
1.

Ten aanzien van de tewerkgestelde, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling onregelmatige diensten verricht, blijft van toepassing artikel 17 van de Beschikking gewetensbezwaren militaire dienst.

2.

Ten aanzien van de tewerkgestelde, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling in het genot is van klein verlof voor zaken of oogstverlof, blijven van toepassing de artikelen 14 en 15 van de Beschikking gewetensbezwaren militaire dienst.

3.

Ten aanzien van de tewerkgestelde, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling afwezig is ten gevolge van een ziekte of een hem overkomen ongeval, blijft artikel 49, tiende tot en met veertiende lid, buiten toepassing.

4.

Ten aanzien van hem aan wie groot verlof is verleend, dan wel die ingevolge artikel 28 van de wet is ontslagen van zijn verplichtingen uit de vervangende dienst, voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, blijft artikel 54 buiten toepassing.

Artikel 69. Datum inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant, waarin zij met de daarbij behorende toelichting wordt geplaatst.

Artikel 70. Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Reglement rechtstoestand tewerkgestelden’.

Bijlage. bij ministeriële regeling, nr. TEGMD/92/0057, 27 april 1992

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Directie Tewerkstelling Erkende

Gewetensbezwaarden Militaire Dienst

Verklaring omtrent het bestaan van een relatie

1.

Ondergetekende

Naam:

Voornamen:

Registratienummer:

Tewerkstelling bij:

Sedert:

Woonplaats:

Handtekening

verklaart

  • a. dat hij met zijn levenspartner met ingang van … samenwoont op bovenstaand adres;
  • b. dat hij beëindiging van zijn samenwoningsrelatie met medeondergetekende terstond schriftelijk ter kennis zal brengen aan Directie Tewerkstelling Erkende Gewetensbezwaarden Militaire Dienst;
  • c. dat hij ook andere in dit kader van belang zijnde wijzigingen schriftelijk aan de Directie Tewerkstelling Erkende Gewetensbezwaarden Militaire Dienst ter kennis zal brengen.
2.

Mede-ondergetekende

Naam:

Voornamen:

Geboortedatum:

bevestigt dat de ondergetekende zijn/haar levenspartner is.

Handtekening

Aantekening van de Directie Tewerkstelling Erkende Gewetensbezwaarden Militaire Dienst

Verklaring ontvangen op:

Handtekening:

Naam:

Functie:

N.B.

    1. Voor de toepassing van deze verklaring wordt onder levenspartner niet verstaan de echtgenote.
    1. Voor de tewerkgestelde kan tegelijkertijd slechts één persoon als levenspartner worden aangemerkt.
    1. Deze verklaring is uitsluitend bestemd voor de toepassing van rechtspositionele regelingen.
    1. Deze verklaring dient in tweevoud te worden opgemaakt. Het le ex, is bestemd voor Directie Tewerkstelling Erkende Gewetensbezwaarden Militaire Dienst. Het 2e ex, is bestemd voor de tewerkgestelde.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)