Wet van 4 juni 1992, houdende algemene regels van bestuursrecht (Algemene wet bestuursrecht)

Type Wet
Publication 2026-08-15
State In force
Source BWB
artikelen 645
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Wet hersteloperatie toeslagen: Artikelen 3.6, 3.7, 3.8, 3.10 met uitzondering van kwijtschelding die ziet op vorderingen die verband houden met de inning van de eigen bijdrage als bedoeld in artikel 3.2.5 van de Wet langdurige zorg en artikel 3.12 voor zover kwijtschelding betrekking heeft op vorderingen die verband houden met de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Wet inburgering 2021

Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen

Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

Wet inkomensvoorziening oudere werklozen

Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen: een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 2.3

Wet langdurige zorg, met uitzondering van een besluit van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

Wet op de rechtsbijstand: een besluit van de Raad voor rechtsbijstand, indien het beroep dan wel hoger beroep wordt ingesteld door een rechtzoekende als bedoeld in artikel 1, eerste lid

Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek: artikel 7.64, eerste lid

Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen

Wet pensioenvoorzieningen K.N.I.L.

Wet sociale werkvoorziening

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

Wet studiefinanciering 2000

Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen

Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945

Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945

Wet van 21 december 1951, houdende een onderstandsregeling ingevolge artikel 2 Garantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel Indonesië (Stb. 1951, 592)

Wet van 16 juli 2001 tot het stellen van nadere regels in verband met de introductie van een toeslagregeling ter compensatie van het gemis aan overhevelingstoeslag per 1 januari 2001 ten aanzien van de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956 en enkele andere overzeese pensioenwetten alsmede het actualiseren van die wetten in verband met de inwerkingtreding van de Algemene nabestaandenwet (Stb. 2001, 377)

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

Ziektewet

Zorgverzekeringswet: de artikelen 9b, 9c, 18f, 18g, 68b, 69, 70 en 118a

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Afdeling 2.3. Verkeer langs elektronische weg

Paragraaf 2.3.1. Algemeen

Paragraaf 2.3.2. Verzending door een bestuursorgaan

Paragraaf 2.3.3. Verzending aan een bestuursorgaan

Artikel 2:18
1.

Aan het vereiste van ondertekening is voldaan door een elektronische handtekening, indien de methode die daarbij voor ondertekening is gebruikt, voldoende betrouwbaar is, gelet op de aard en inhoud van het elektronische bericht en het doel waarvoor het is gebruikt.

2.

Indien de veiligheid en de betrouwbaarheid van het elektronische bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt dit noodzakelijk maken, kan bij wettelijk voorschrift het gebruik worden voorgeschreven van een bepaald type elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, onder 10, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 (PbEU 2014, L 257). Daarbij kunnen aanvullende eisen worden gesteld, tenzij het gaat om een geavanceerde elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, onder 11, of een gekwalificeerde elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, onder 12, van die verordening.

Paragraaf 2.3.4. Tijdstip van verzending en ontvangst

Artikel 2:19

Als tijdstip waarop een bericht door een bestuursorgaan elektronisch is verzonden, geldt:

  • a. het tijdstip waarop het bericht een systeem voor gegevensverwerking bereikt waarvoor het bestuursorgaan of een ander bestuursorgaan geen verantwoordelijkheid draagt;
  • b. indien het bestuursorgaan gebruikmaakt van een systeem voor gegevensverwerking waarin de geadresseerde toegang heeft tot het bericht: het tijdstip waarop het bericht toegankelijk wordt voor de geadresseerde;
  • c. indien het bestuursorgaan gebruikmaakt van zowel een voorziening voor elektronisch berichtenverkeer en informatieverschaffing als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder f, van de Wet digitale overheid als een andere voorziening: het tijdstip waarop het bericht toegankelijk is geworden via de eerstgenoemde voorziening.
Artikel 2:20

Als tijdstip waarop een bericht door een bestuursorgaan elektronisch is ontvangen, geldt het tijdstip waarop het bericht zijn systeem voor gegevensverwerking of een ander daartoe aangewezen systeem heeft bereikt of het tijdstip waarop het bericht op andere wijze elektronisch toegankelijk wordt voor het bestuursorgaan.

Paragraaf 2.3.5. Wettelijke termijnen

Artikel 2:21
1.

Het bestuursorgaan kan een wettelijke termijn voor de indiening van een bericht verlengen wegens een verminderde elektronische bereikbaarheid van het bestuursorgaan.

2.

Het bestuursorgaan doet van de in het eerste lid bedoelde verlenging zo spoedig mogelijk mededeling op een zodanige wijze dat degenen die gebruikmaken van de desbetreffende wijze van elektronische verzending hiervan tijdig kennis kunnen nemen.

3.

Indien voor de indiening van een bericht bij een bestuursorgaan een termijn is gesteld, en het bestuursorgaan in een periode voorafgaand aan het einde van die termijn enige tijd niet bereikbaar is via de met toepassing van artikel 2:13, tweede lid, voor dat bericht aangewezen wijze van elektronische verzending, wordt de verzender de overschrijding van die termijn niet tegengeworpen indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de verzender in verzuim is geweest. De verzender wordt in ieder geval niet geoordeeld in verzuim te zijn geweest voor de duur van de in de vorige zin bedoelde periode.

4.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de verschoonbaarheid van termijnoverschrijdingen wegens verminderde elektronische bereikbaarheid van het bestuursorgaan.

Artikel 2:22
1.

Indien een kennisgeving als bedoeld in artikel 2:10 niet is verzonden, wordt de overschrijding van een termijn die is aangevangen met de verzending van het bericht waarop deze kennisgeving betrekking heeft, niet aan de geadresseerde tegengeworpen, tenzij de geadresseerde heeft laten weten deze kennisgeving niet te willen ontvangen.

2.

De overschrijding van een termijn wordt de geadresseerde evenmin tegengeworpen indien hij de kennisgeving, bedoeld in artikel 2:10, niet heeft ontvangen en redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is geweest.

Artikel 2:23

Indien de indiening van een bericht als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, aan een termijn is gebonden en de verzender redelijkerwijs kon menen dat hij het bericht kon indienen zoals hij heeft gedaan, wordt deze termijn verlengd met het tijdsverloop tussen de ontvangst van het bericht en de in artikel 2:16, eerste lid, bedoelde reactie, doch met ten minste één werkdag.

Artikel 2:24

Indien een bericht met toepassing van artikel 2:16, eerste lid, onder a, wordt behandeld, vangt een bij wettelijk voorschrift bepaalde behandeltermijn aan op het tijdstip van interne doorgeleiding, mits het bestuursorgaan de afzender onverwijld mededeling doet van de doorgeleiding en het tijdstip waarop de termijn aanvangt.

Paragraaf 2.3.6. Bewijslast

Artikel 2:25

Indien het bestuursorgaan gebruikmaakt van een systeem voor gegevensverwerking waarin de geadresseerde toegang heeft tot het bericht, rust op het bestuursorgaan de bewijslast inzake de ontvangst van aan het bestuursorgaan gezonden berichten en de verzending van aan de geadresseerde gezonden berichten, alsmede inzake gegevens over de kennisneming van deze berichten door de geadresseerde. De afzender of de geadresseerde wordt desgevraagd afschrift van deze gegevens verstrekt.

Paragraaf 2.3.7. Tijdelijke afwijking van deze afdeling

Artikel 2:26
1.

Bij algemene maatregel van bestuur kan tijdelijk worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens deze afdeling, voor zover dat nodig is wegens nieuwe technische ontwikkelingen. Indien daarbij wordt afgeweken van in deze afdeling geboden waarborgen, wordt een gelijkwaardig alternatief opgenomen.

2.

Bij toepassing van het eerste lid wordt in ieder geval geregeld van welke bepaling of bepalingen, door welke bestuursorganen of belanghebbenden, op welke wijze en gedurende welke periode wordt afgeweken.

3.

De voordracht voor de algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

4.

Onze Minister zendt ten minste twaalf maanden voor het einde van de werkingsduur van de algemene maatregel van bestuur aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de toepassing van de nieuwe ontwikkelingen in relatie tot elektronisch bestuurlijk verkeer, alsmede een standpunt inzake de voortzetting anders dan bij algemene maatregel van bestuur.

Paragraaf 2.3.8. Regels over bewaren en vernietigen

Artikel 2:27

Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen regels worden gesteld over het bewaren en vernietigen van berichten die zijn verzonden via een voorziening voor elektronisch berichtenverkeer en informatieverschaffing als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder f, van de Wet digitale overheid, waaronder regels inzake de termijn waarbinnen berichten ten minste en ten hoogste worden bewaard.

Hoofdstuk 3. Algemene bepalingen over besluiten

Afdeling 3.1. Inleidende bepalingen

Afdeling 3.2. Zorgvuldigheid en belangenafweging

Afdeling 3.3. Advisering

Afdeling 3.4. Uniforme openbare voorbereidingsprocedure

Afdeling 3.4a. Informatie over samenhangende besluiten

Afdeling 3.5. Coördinatie van samenhangende besluiten

Afdeling 3.6. Bekendmaking en mededeling

Hoofdstuk 4. Bijzondere bepalingen over besluiten

Titel 4.1. Beschikkingen

Afdeling 4.1.1. De aanvraag

Afdeling 4.1.2. De voorbereiding

§ 4.1.3.1. Beslistermijn

§ 4.1.3.2. Dwangsom bij niet tijdig beslissen

§ 4.1.3.3. Positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen

Titel 4.2. Subsidies

Afdeling 4.2.1. Inleidende bepalingen

Afdeling 4.2.2. Het subsidieplafond

Afdeling 4.2.5. De subsidievaststelling

Afdeling 4.2.6. Intrekking en wijziging

Afdeling 4.2.7. Betaling en terugvordering

Afdeling 4.2.8. Per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen

Paragraaf 4.2.8.1. Inleidende bepalingen

Paragraaf 4.2.8.3. De subsidieverlening

Paragraaf 4.2.8.4. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Paragraaf 4.2.8.5. De subsidievaststelling

Titel 4.3. Beleidsregels

Titel 4.4. Bestuursrechtelijke geldschulden

Paragraaf 4.4.4.1. De aanmaning

Paragraaf 4.4.4.2. Invordering bij dwangbevel

Afdeling 4.4.5. Bezwaar en beroep

Hoofdstuk 5. Handhaving

Titel 5.2. Toezicht op de naleving

Titel 5.3. Herstelsancties

Titel 5.4. Bestuurlijke boete

Afdeling 5.4.2. De procedure

Hoofdstuk 6. Algemene bepalingen over bezwaar en beroep

Afdeling 6.2. Overige algemene bepalingen

Afdeling 7.1. Bezwaarschrift voorafgaand aan beroep bij de bestuursrechter

Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter

Titel 8.1. Algemene bepalingen over het beroep in eerste aanleg

Titel 8.2. Behandeling van het beroep in eerste aanleg

Afdeling 8.2.2a. Bestuurlijke lus

Titel 8.4. Schadevergoeding

Titel 8.5. Hoger beroep

Hoofdstuk 9. Klachtbehandeling

Titel 9.1. Klachtbehandeling door een bestuursorgaan

Titel 9.2. Klachtbehandeling door een ombudsman

Afdeling 9.2.2. Bevoegdheid

Afdeling 9.2.3. Procedure

Hoofdstuk 10. Bepalingen over bestuursorganen

Titel 10.2. Toezicht op bestuursorganen

Afdeling 10.2.1. Goedkeuring

Afdeling 10.2.2. Vernietiging

Afdeling 10.2.3. Schorsing

Hoofdstuk 11. Slotbepalingen

Bijlage 1. Regeling rechtstreeks beroep (artikel 7:1, eerste lid, onderdeel g)

Tegen een besluit, genomen op grond van een in deze regeling genoemd voorschrift dan wel anderszins in deze regeling omschreven, kan geen bezwaar worden gemaakt.

Archiefwet 1995: artikel 38, indien overeenkomstige toepassing is gegeven aan de artikelen 124, 124a en hoofdstuk XVII van de Gemeentewet

Bekendmakingswet: artikel 21, indien overeenkomstige toepassing is gegeven aan artikel 121 van de Provinciewet

Energiewet: de artikelen 5.4 en 5.5

Gemeentewet:

  • b. een beschikking tot ophouding als bedoeld in artikel 154a

Kaderwet dienstplicht: artikel 13

Kieswet:

Landbouwkwaliteitswet: een besluit van een tuchtgerecht of een centraal tuchtgerecht, ingesteld door een controle-instelling als bedoeld in artikel 13

Mededingingswet: de artikelen 37, eerste lid, 44, eerste lid, en 47, eerste lid

Omgevingswet:

  • a. artikel 2.32, voor zover het betreft de weigering om een ontheffing te verlenen van een regel die is gesteld over een besluit waartegen geen bezwaar kan worden gemaakt

Postwet 2009: hoofdstuk 3A en artikel 58

Provinciewet:

Spoorwegwet: hoofdstuk 5, paragraaf 2, en artikel 71, tweede lid

Telecommunicatiewet, voor zover het betreft een besluit van de Autoriteit Consument en Markt, genomen op grond van:

Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten: de artikelen 5 tot en met 10

Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding: de artikelen 2 tot en met 4

Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening: artikel 7, voor zover het betreft een besluit van de Autoriteit Consument en Markt

Uitvoeringswet verordening Europees burgerinitiatief: artikel 2, aanhef en onder c

Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk bankenafwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2014, L 225): de artikelen 16, 18 en 21

Verordening (EU) nr. 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (PbEU 2017, L 168): de artikelen 20, eerste en vijfde lid, en 23, eerste lid

Verordening (EU) 2021/23 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1095/2010, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 806/2014 en (EU) 2015/2365, en de Richtlijnen 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2007/36/EG, 2014/59/EU en (EU) 2017/1132 (PbEU 2021, L 22): de artikelen 21 tot en met 58

Vreemdelingenwet 2000:

  • e. de opheffing of tijdelijke opheffing van een inreisverbod

Waterschapswet: de artikelen 31, derde lid, 33, vierde lid, en 41, vijfde lid

Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften: artikel 32

Wet gemeenschappelijke regelingen:

Wet luchtvaart: de artikelen 8.25ea, vierde lid, 8.25f, tweede, vierde en vijfde lid, 8.40f, vierde lid, en 8.40g, tweede, vierde en vijfde lid

Wet marktordening gezondheidszorg: artikel 49e, zevende lid

Wet milieubeheer:

Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten: de artikelen 2, eerste lid, 3 en 5

Wet op het financieel toezicht:

Wet politiegegevens: artikelen 25 en 28

Wet tijdelijk huisverbod

Hoofdstuk 1. Van beroep uitgezonderde besluiten (artikel 8:5)

Hoofdstuk 2. Beroep in eerste aanleg bij een bijzondere bestuursrechter (artikelen 8:4, tweede lid, en 8:6)

Hoofdstuk 3. Beroep in eerste aanleg bij een andere rechtbank (artikel 8:7, derde lid)

Hoofdstuk 4. Hoger beroep (artikelen 8:105 en 8:106, eerste lid, onder a)

Artikel 11. Hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter omtrent een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven, kan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Aanbestedingswet 2012, artikel 4.21

Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied, artikel 3.8

Algemene wet bestuursrecht: artikel 4:126, voor zover het besluit betrekking heeft op schade, veroorzaakt door een besluit op grond van een ander voorschrift, genoemd in artikel 11 van deze Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak, of door een handeling ter uitvoering van een zodanig besluit

Bankwet 1998: artikel 9c, eerste en tweede lid

Burgerlijk Wetboek: de artikelen 63d, tweede lid, 156 en 266 van Boek 2

Drinkwaterwet: artikel 50, derde lid, in samenhang met artikel 70a van de Mededingingswet

Energiewet: de artikelen 3.33, tweede lid, onderdeel e, 5.19, en 5.21

Handelsregisterwet 2007: de artikelen 47a en 47b

Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies: de artikelen 22 en 23

Instellingswet Autoriteit Consument en Markt, met uitzondering van een besluit als bedoeld in artikel 12w waartegen beroep kan worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven

Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet

Loodsenwet, met uitzondering van de artikelen 21, derde lid, 27b, vierde lid, 27d, 27f, 27h en 27l

Mededingingswet

Meststoffenwet: artikel 51

Muntwet 2002: artikel 11, eerste en tweede lid

Overgangswet elektriciteitsproductiesector

Pensioenwet

Plantgezondheidswet: artikel 26

Postwet 2009, met uitzondering van hoofdstuk 3A en artikel 58

Sanctiewet 1977: de artikelen 10ba tot en met 10d

Spoorwegwet, met uitzondering van de artikelen 19, 21 en hoofdstuk 5, paragraaf 2, en artikel 71, tweede lid

Tabaks- en rookwarenwet

Telecommunicatiewet, met inbegrip van de verordeningen genoemd in artikel 18.2a, met uitzondering van:

  • b. alsmede, voor zover het betreft een besluit van de Autoriteit Consument en Markt:

Uitvoeringswet cyberbeveiligingsverordening

Uitvoeringswet datagovernanceverordening: artikel 8

Uitvoeringswet dataverordening: artikelen 2, 5, eerste lid, en 8, eerste lid

Uitvoeringswet digitaledienstenverordening: paragraaf 2.2

Uitvoeringswet digitalemarktenverordening

Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening: artikel 9, eerste lid

Verordening (EU) 2022/1925 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2022 over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector, en tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2019/1937 en (EU) 2020/1828 (digitalemarktenverordening) (PbEU 2022, L 265)

Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk bankenafwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2014, L 225), met uitzondering van de artikelen 16, 18 en 21

Verordening (EU) 2021/23 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1095/2010, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 806/2014 en (EU) 2015/2365, en de Richtlijnen 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2007/36/EG, 2014/59/EU en (EU) 2017/1132 (PbEU 2021, L 22), met uitzondering van de artikelen de artikelen 21 tot en met 58

Verordening (EU) nr. 2022/868 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende Europese datagovernance en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 2018/1724 (Datagovernanceverordening) (PbEU 2022, L 152): artikel 28

Waarborgwet 2019: artikel 38

Warenwet

Warmtewet: artikel 18

Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie: hoofdstuk 3

Wet bekostiging financieel toezicht

Wet bestrijding maritieme ongevallen

Wet bestuurlijke boete meldingsplichten door ministers verstrekte subsidies, voor zover de boete is opgelegd ter zake van het niet voldoen aan een bijzondere meldingsplicht die is verbonden aan een krachtens de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies verstrekte subsidie

Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen, voor zover het een besluit betreft dat betrekking heeft op een aanbieder van een essentiële dienst in de sectoren energie, digitale infrastructuur, bankwezen, infrastructuur voor de financiële markt en spoor of op een digitaledienstverlener

Wet dieren: artikel 8.7

Wet financiële betrekkingen buitenland 1994

Wet geneesmiddelenprijzen: artikel 11

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden: artikel 90

Wet handhaving consumentenbescherming

Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie: de artikelen 21 en 22

Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken

Wet inkomstenbelasting 2001: een boetebesluit als bedoeld in artikel 3.52a, elfde lid, en een daarmee samenhangende correctie-RDA-beschikking als bedoeld in het tweede lid van dit artikel

Wet inzake de geldtransactiekantoren,voor zover die wet nog van toepassing is op grond van artikel IX van de Wijzigingswet financiële markten 2012

Wet lokaal spoor, met uitzondering van artikel 12

Wet luchtvaart: artikel 11.24

Wet marktordening gezondheidszorg, voor zover het betreft een besluit van de Nederlandse Zorgautoriteit als bedoeld in hoofdstuk 6, paragraaf 4

Wet oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen: artikel 9

Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017: artikel 53, zevende lid

Wet op het financieel toezicht, met uitzondering van:

Wet op het notarisambt, voor zover het de toepassing of overeenkomstige toepassing van de Wet verplichte beroepspensioenregeling betreft op grond van artikel 113c

Wet personenvervoer 2000: de artikelen 56, eerste lid, 59, eerste lid, 94, eerste lid, en 96, eerste lid

Wet privatisering APB, voor zover het de overeenkomstige toepassing van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 betreft op grond van artikel 21, vierde lid

Wet publiek toezicht en handhaving verordening bevordering billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten

Wet schadefonds olietankschepen

Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme

Wet toezicht accountantsorganisaties

Wet toezicht financiële verslaggeving

Wet toezicht trustkantoren 2018

Wet van 23 november 2006 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet in verband met nadere regels omtrent een onafhankelijk netbeheer ( Stb. 2006, 614 )

Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames

Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen: een besluit genomen door een van de in artikel 30, eerste lid, genoemde bestuursorganen, waarin toepassing of mede toepassing is gegeven aan artikel 26

Wet verplichte beroepspensioenregeling

Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000

Artikel 12. Hoger beroep bij een gerechtshof

Tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter omtrent een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven, kan hoger beroep worden ingesteld bij een gerechtshof.

Algemene douanewet: artikel 8:2, tweede lid

Algemene wet bestuursrecht: artikel 4:126, voor zover het besluit betrekking heeft op schade, veroorzaakt door een besluit op grond van een ander voorschrift, genoemd in artikel 12 van deze Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak, of door een handeling ter uitvoering van een zodanig besluit

Algemene wet inzake rijksbelastingen: artikel 26

Mijnbouwwet: de afdelingen 5.1.1, 5.1.2, 5.3, 5.4 en 5.5

Wet strategische diensten: artikel 18, derde lid

Bijlage 3. Regeling verlaagd griffierecht (artikelen 8:41 en 8:109)

Artikel 1

Het tarief, genoemd in artikel 8:41, tweede lid, onderdeel a, dan wel genoemd in artikel 8:109, eerste lid, onderdeel a, geldt indien het beroep, dan wel hoger beroep, betreft:

  • a. een besluit inzake een uitkering bij werkloosheid of ziekte, genomen ten aanzien van een persoon met betrekking tot diens in artikel 3 van de Ambtenarenwet 2017 bedoelde hoedanigheid;
  • b. een besluit inzake een uitkering op grond van blijvende arbeidsongeschiktheid op grond van een wettelijk voorschrift waarbij de natuurlijke persoon ter zake van zijn arbeidsongeschiktheid vanwege het Rijk invaliditeitspensioen is verzekerd, of een besluit, genomen op grond van artikel P9 van de Algemene burgerlijke pensioenwet;
  • c. een bestuurlijke boete van ten hoogste € 340;
  • d. een besluit waarbij de kosten van bestuursdwang op ten hoogste € 340 zijn vastgesteld.
Artikel 2

Het tarief, genoemd in artikel 8:41, tweede lid, onderdeel a, dan wel genoemd in artikel 8:109, eerste lid, onderdeel a, geldt voorts indien het beroep, dan wel hoger beroep, betreft een besluit, genomen op grond van een in dit artikel genoemd voorschrift of anderszins in dit artikel omschreven.

De volgende besluiten:

  • b. een op grond van een gemeentelijke verordening of gemeenschappelijke regeling genomen besluit over een gehandicaptenparkeerkaart
  • c. een besluit over een gehandicaptenparkeerplaats voor een bepaald voertuig

Algemene bijstandswet

Algemene Kinderbijslagwet

Algemene nabestaandenwet

Algemene Ouderdomswet

Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij het beroep of hoger beroep door een natuurlijke persoon is ingesteld tegen een uitspraak inzake een besluit met betrekking tot de toepassing van:

Besluit van 20 juni 1984, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur regelende de vergoeding van motorrijtuigenbelasting voor oorlogsgetroffenen (Stb. 1984, 364)

Garantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel Indonesië, met inbegrip van een besluit op grond van de Algemene oorlogsongevallenregeling

Garantiewet Militairen K.N.I.L.

Garantiewet Surinaamse pensioenen

Kaderwet SZW-subsidies, voor zover het betreft een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling op grond van artikel 9

Liquidatiewet Ongevallenwetten

Mijnbouwwet: de afdelingen 5.1.1, 5.1.2, 5.3, 5.4 en 5.5

Participatiewet, met uitzondering van de artikelen 52, 76, eerste en tweede lid, en 81 en paragraaf 6.5

Reglement eenmalige uitkering silicose-vergoeding oud-mijnwerkers, vastgesteld bij besluit van het bestuur van de Stichting Silicose Oud-Mijnwerkers van 18 april 1994

de reglementen van de Stichting Maror-gelden Overheid, de Stichting Joods Humanitair Fonds, de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma en de Stichting Het Gebaar

Samenloopregeling Indonesische pensioenen 1960

Tijdelijke vergoedingsregeling psychotherapie na-oorlogse generatie

Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria

Tijdelijke wet pilot loondispensatie

Toeslagenwet

Toeslagregeling pensioenen Suriname en Nederlandse Antillen

Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956

Uitkeringswet tegemoetkoming twee tot vijfjarige diensttijd veteranen

Werkloosheidswet

Wet arbeid en zorg: hoofdstuk 3, afdeling 2, en de artikelen 4:2b en 6:3

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen

Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

Wet buitengewoon pensioen 1940–1945

Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet

Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers

Wet educatie en beroepsonderwijs: artikel 7.5.9, eerste lid

Wet financiering sociale verzekeringen, voor zover het betreft een besluit van de Sociale verzekeringsbank of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

Wet gevolgen brutering uitkeringsregelingen

Wet hersteloperatie toeslagen: Artikelen 3.6, 3.7, 3.8, 3.10 met uitzondering van kwijtschelding die ziet op vorderingen die verband houden met de inning van de eigen bijdrage als bedoeld in artikel 3.2.5 van de Wet langdurige zorg en artikel 3.12 voor zover kwijtschelding betrekking heeft op vorderingen die verband houden met de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Wet inburgering 2021

Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen

Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

Wet inkomensvoorziening oudere werklozen

Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen: een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 2.3

Wet langdurige zorg, met uitzondering van een besluit van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

Wet op de rechtsbijstand: een besluit van de Raad voor rechtsbijstand, indien het beroep dan wel hoger beroep wordt ingesteld door een rechtzoekende als bedoeld in artikel 1, eerste lid

Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek: artikel 7.64, eerste lid

Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen

Wet pensioenvoorzieningen K.N.I.L.

Wet sociale werkvoorziening

Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

Wet studiefinanciering 2000

Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen

Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945

Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945

Wet van 21 december 1951, houdende een onderstandsregeling ingevolge artikel 2 Garantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel Indonesië (Stb. 1951, 592)

Wet van 16 juli 2001 tot het stellen van nadere regels in verband met de introductie van een toeslagregeling ter compensatie van het gemis aan overhevelingstoeslag per 1 januari 2001 ten aanzien van de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956 en enkele andere overzeese pensioenwetten alsmede het actualiseren van die wetten in verband met de inwerkingtreding van de Algemene nabestaandenwet (Stb. 2001, 377)

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

Ziektewet

Zorgverzekeringswet: de artikelen 9b, 9c, 18f, 18g, 68b, 69, 70 en 118a

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Afdeling 9.2.4. Openbaarheid

Hoofdstuk 10. Bepalingen over bestuursorganen

Titel 10.1. Mandaat, delegatie en attributie

Titel 10.2. Toezicht op bestuursorganen

Afdeling 10.2.1. Goedkeuring

Afdeling 10.2.2. Vernietiging

Afdeling 10.2.3. Schorsing

Hoofdstuk 11. Slotbepalingen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)