Wet van 4 juni 1992, houdende algemene regels van bestuursrecht (Algemene wet bestuursrecht)
Indien de hoogte van de bestuurlijke boete bij wettelijk voorschrift is vastgesteld, legt het bestuursorgaan niettemin een lagere bestuurlijke boete op indien de overtreder aannemelijk maakt dat de vastgestelde bestuurlijke boete wegens bijzondere omstandigheden te hoog is.
Artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5:47
Een bestuurlijke boete die is opgelegd wegens een gedraging die tevens een strafbaar feit is, vervalt indien het gerechtshof met toepassing van artikel 12i van het Wetboek van Strafvordering de vervolging van de overtreder voor dat feit beveelt.
Afdeling 5.4.1. Algemene bepalingen
Artikel 5:48
Het bestuursorgaan en de voor de overtreding bevoegde toezichthouder kunnen van de overtreding een rapport opmaken.
Het rapport is gedagtekend en vermeldt:
- a. de naam van de overtreder;
- b. de overtreding alsmede het overtreden voorschrift;
- c. zo nodig een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd.
Een afschrift van het rapport wordt uiterlijk bij de bekendmaking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete aan de overtreder toegezonden of uitgereikt.
Indien van de overtreding een proces-verbaal als bedoeld in artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering is opgemaakt, treedt dit voor de toepassing van deze afdeling in de plaats van het rapport.
Artikel 5:49
Het bestuursorgaan stelt de overtreder desgevraagd in de gelegenheid de gegevens waarop het opleggen van de bestuurlijke boete, dan wel het voornemen daartoe, berust, in te zien en daarvan afschriften te vervaardigen.
Voor zover blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, draagt het bestuursorgaan er zoveel mogelijk zorg voor dat deze gegevens aan de overtreder worden medegedeeld in een voor deze begrijpelijke taal.
Artikel 5:50
Indien de overtreder in de gelegenheid wordt gesteld over het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete zijn zienswijze naar voren te brengen,
- a. wordt het rapport reeds bij de uitnodiging daartoe aan de overtreder toegezonden of uitgereikt;
- b. zorgt het bestuursorgaan voor bijstand door een tolk, indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt.
Indien het bestuursorgaan nadat de overtreder zijn zienswijze naar voren heeft gebracht, beslist dat:
- a. voor de overtreding geen bestuurlijke boete zal worden opgelegd, of
- b. de overtreding alsnog aan de officier van justitie zal worden voorgelegd,
wordt dit schriftelijk aan de overtreder medegedeeld.
Artikel 5:51
Indien van de overtreding een rapport is opgemaakt, beslist het bestuursorgaan omtrent het opleggen van de bestuurlijke boete binnen dertien weken na de dagtekening van het rapport.
De beslistermijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de gedraging aan het openbaar ministerie is voorgelegd, tot de dag waarop het bestuursorgaan weer bevoegd wordt een bestuurlijke boete op te leggen.
Artikel 5:52
De beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete vermeldt:
- a. de naam van de overtreder;
- b. het bedrag van de boete.
Artikel 5:53
Dit artikel is van toepassing indien voor de overtreding een bestuurlijke boete van meer dan € 340 kan worden opgelegd, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.
In afwijking van artikel 5:48 wordt van de overtreding steeds een rapport of proces-verbaal opgemaakt.
In afwijking van afdeling 4.1.2 wordt de overtreder steeds in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
Artikel 5:54
Deze titel is van overeenkomstige toepassing op andere bestraffende sancties, voor zover dit bij wettelijk voorschrift is bepaald.
Hoofdstuk 6. Algemene bepalingen over bezwaar en beroep
Afdeling 5.4.2. De procedure
Afdeling 6.2. Overige algemene bepalingen
Hoofdstuk 7. Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep
Afdeling 7.1. Bezwaarschrift voorafgaand aan beroep bij de administratieve rechter
Afdeling 7.2. Bijzondere bepalingen over bezwaar
Afdeling 7.2. Bijzondere bepalingen over bezwaar
Hoofdstuk 7. Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep
Titel 8.1. Algemene bepalingen
Afdeling 7.3. Bijzondere bepalingen over administratief beroep
Afdeling 8.1.1. Bevoegdheid
Afdeling 8.1.2. Behandeling door een enkelvoudige en een meervoudige kamer
Afdeling 8.1.1. Bevoegdheid
Artikel 8:28a
Indien het beroep is ingesteld tegen een bestuurlijke boete is, in afwijking van de artikelen 8:27 en 8:28, de partij aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd, niet verplicht omtrent de overtreding verklaringen af te leggen.
Voor de bestuursrechter deze partij verhoort, deelt hij haar mede dat zij niet verplicht is tot antwoorden.
Afdeling 8.1.5. Partijen
Titel 8.2. Behandeling van het beroep
Afdeling 8.1.6. Getuigen, deskundigen en tolken
Afdeling 8.2.1. Griffierecht
Afdeling 8.1.6. Getuigen, deskundigen en tolken
Afdeling 8.1.5. Partijen
Afdeling 8.1.6. Getuigen, deskundigen en tolken
Artikel 8:72a
Indien de bestuursrechter een beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete vernietigt, neemt hij een beslissing omtrent het opleggen van de boete en bepaalt hij dat zijn uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde beschikking.
Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak
Titel 8.4. Herziening
Hoofdstuk 9. Klachtbehandeling
Titel 8.4. Herziening
Afdeling 8.2.4a. Beroep bij niet tijdig handelen
Afdeling 8.2.6. Uitspraak
Afdeling 8.2.6. Uitspraak
Titel 9.2. Klachtbehandeling door een ombudsman
Afdeling 8.2.7. Tussenuitspraak
Afdeling 9.2.2. Bevoegdheid
Afdeling 8.2.7. Tussenuitspraak
Hoofdstuk 10. Bepalingen over bestuursorganen
Titel 8.4. Schadevergoeding
Afdeling 9.2.1. Algemene bepalingen
Afdeling 9.2.3. Procedure
Artikel 10:21
Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing indien een bestuursorgaan zijn bevoegdheid tot het verrichten van andere handelingen dan besluiten overdraagt aan een ander die deze onder eigen verantwoordelijkheid uitoefent, met dien verstande dat artikel 10:19 van overeenkomstige toepassing is voor zover de aard van de handeling zich daartegen niet verzet.
Afdeling 10.1.3. Attributie
Artikel 10:22
Indien een bevoegdheid tot het nemen van besluiten bij wettelijk voorschrift is toegedeeld aan een persoon of college, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan, kan dit bestuursorgaan per geval of in het algemeen instructies geven ter zake van de uitoefening van de toegedeelde bevoegdheid.
Degene aan wie de bevoegdheid is toegedeeld, verschaft het bestuursorgaan op diens verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid.
Artikel 10:23
Artikel 10:22 is van overeenkomstige toepassing indien bij wettelijk voorschrift een bevoegdheid tot het verrichten van andere handelingen dan besluiten is toegedeeld aan een persoon of college, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan.
Titel 9.1. Klachtbehandeling door een bestuursorgaan
Afdeling 9.1.1. Algemene bepalingen
Afdeling 9.2.1. Algemene bepalingen
Afdeling 10.2.1. Goedkeuring
Hoofdstuk 10. Bepalingen over bestuursorganen
Bijlage. bij de Algemene wet bestuursrecht
A. Ministerie van Justitie
Artikel 7, eerste en tweede lid, en afdeling 4 van Titel 14 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede de artikelen 64, derde lid, 68, tweede lid, 125, tweede lid, 156, 175, derde lid, 179, tweede lid, 235, tweede lid, en 266 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover de aanvraag is toegewezen.
Artikel 7, eerste en tweede lid, en afdeling 4 van Titel 14 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede de artikelen 64, derde lid, 68, tweede lid, 125, tweede lid, 156, 175, derde lid, 179, tweede lid, 235, tweede lid, en 266 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover de aanvraag is toegewezen.
B. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 7, eerste en tweede lid, en afdeling 4 van Titel 14 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede de artikelen 64, derde lid, 68, tweede lid, 125, tweede lid, 156, 175, derde lid, 179, tweede lid, 235, tweede lid, en 266 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover de aanvraag is toegewezen.
C. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Artikel 7, eerste en tweede lid, en afdeling 4 van Titel 14 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede de artikelen 64, derde lid, 68, tweede lid, 125, tweede lid, 156, 175, derde lid, 179, tweede lid, 235, tweede lid, en 266 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover de aanvraag is toegewezen.
Artikel 7, eerste en tweede lid, en afdeling 4 van Titel 14 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede de artikelen 64, derde lid, 68, tweede lid, 125, tweede lid, 156, 175, derde lid, 179, tweede lid, 235, tweede lid, en 266 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover de aanvraag is toegewezen.
D. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
B. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Artikel 7, eerste en tweede lid, en afdeling 4 van Titel 14 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede de artikelen 63d, 156 en 266 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover de aanvraag is toegewezen.
B. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Wet College voor de rechten van de mens, met uitzondering van de artikelen 14 tot en met 18.
G. Ministerie van Defensie
C. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Artikel 2.1, artikel 2.2, artikel 2.3, artikel 3.7, artikel 3.30, eerste lid, aanhef, artikel 3.33, eerste lid, aanhef, artikel 3.35, eerste lid, aanhef, artikel 4.1, vijfde lid, artikel 4.2, eerste lid, voor zover niet begrepen onder artikel 8.2, eerste lid, onder f, artikel 4.2, derde lid, artikel 4.3, vierde lid, artikel 4.4, eerste lid, onder a, voor zover niet begrepen onder artikel 8.2, eerste lid, onder f, en onder b en c, artikel 4.4, derde lid, artikel 6.15, eerste lid, voor zover de herziening uitsluitend betrekking heeft op onderdelen, bedoeld in het derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening.
De bepalingen, genoemd in artikel 20.2, eerste en tweede lid, van de Wet milieubeheer.
Artikel 43 van de Wet bodembescherming, voor zover inhoudende de afwijzing van een verzoek.
E. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
De artikelen 2.27, eerste lid, 2.34, eerste lid, met uitzondering van beroep dat wordt ingesteld door het bevoegde gezag ter zake van het besluit waarop de verklaring of aanwijzing betrekking heeft, 5.7, eerste lid, 5.8, eerste lid, laatste volzin, 5.9, eerste lid, 5.9, zesde lid, voor zover het een aanwijzing betreft ter zake van de uitvoering van het bepaalde krachtens artikel 5.3 en 5.24, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
De artikelen 2.27, eerste lid, met uitzondering van beroep dat wordt ingesteld door het bevoegde gezag ter zake van het besluit waarop de verklaring betrekking heeft, en 5.8, eerste lid, laatste volzin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
De artikelen 4.1, 4.4 en 6.28 van de Waterwet.
De artikelen 4.1, 4.4 en 6.28 van de Waterwet.
D. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 7:14a
Indien door een ander dan de aanvrager bezwaar is gemaakt tegen een besluit op aanvraag, wordt de aanvrager voor de toepassing van paragraaf 4.1.3.2 gelijkgesteld met de indiener van het bezwaarschrift.
Afdeling 7.3. Bijzondere bepalingen over administratief beroep
Artikel 7:27a
Indien het beroep tegen een besluit op aanvraag is ingesteld door een ander dan de aanvrager, wordt de aanvrager voor de toepassing van paragraaf 4.1.3.2 gelijkgesteld met degene die het beroep heeft ingesteld.
Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen over beroep bij de rechtbank
Titel 8.1. Algemene bepalingen
Afdeling 7.2. Bijzondere bepalingen over bezwaar
Afdeling 8.1.2. Behandeling door een enkelvoudige en een meervoudige kamer
Afdeling 8.1.3. Verwijzing, voeging en splitsing
Afdeling 8.1.4. Wraking en verschoning van rechters
Afdeling 8.1.2a. Conclusie
Afdeling 8.1.4. Wraking en verschoning van rechters
Afdeling 8.1.2. Behandeling door een enkelvoudige, meervoudige of grote kamer
Titel 8.2. Behandeling van het beroep
Afdeling 8.1.6. Getuigen, deskundigen en tolken
Afdeling 8.2.1. Griffierecht
Afdeling 8.1.6a. Verkeer langs elektronische weg met de bestuursrechter
Afdeling 8.1.7. Verzending van stukken
Afdeling 8.2.2. Vooronderzoek
Afdeling 8.2.1. Griffierecht
Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak
Hoofdstuk 9. Klachtbehandeling
Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak
Afdeling 8.2.5. Onderzoek ter zitting
Afdeling 8.2.5. Onderzoek ter zitting
Afdeling 8.2.4a. Beroep bij niet tijdig handelen
Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak
Afdeling 8.2.7. Tussenuitspraak
Afdeling 8.2.7. Tussenuitspraak
Afdeling 8.2.6. Uitspraak
Hoofdstuk 10. Bepalingen over bestuursorganen
Titel 8.6. Herziening
Afdeling 10.1.1. Mandaat
Afdeling 10.1.2. Delegatie
Afdeling 10.1.1. Mandaat
Titel 8.6. Herziening
Afdeling 9.1.3. Aanvullende bepalingen voor een klachtadviesprocedure
Afdeling 9.1.3. Aanvullende bepalingen voor een klachtadviesprocedure
Afdeling 9.2.1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Bijlage. bij de Algemene wet bestuursrecht
A. Ministerie van Justitie
B. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
C. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
D. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
E. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
C. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid, met uitzondering van beslissingen ten aanzien van de algemeen secretaris en de medewerkers van het bureau.
C. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
D. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
D. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
D.2. De artikelen 3.4, eerste lid, onder b, voorzover het een aanwijzing betreft, 3.10 en 18.9, eerste en tweede lid, van de Telecommunicatiewet.
De artikelen 8.4 en 8.15 van de Wet luchtvaart, alsmede:
Hoofdstuk 1. Van beroep uitgezonderde besluiten (artikel 8:5)
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
§ 4.1.3.1. Beslistermijn
§ 4.1.3.2. Dwangsom bij niet tijdig beslissen
Titel 4.2. Subsidies
Afdeling 4.2.1. Inleidende bepalingen
Afdeling 4.2.1. Inleidende bepalingen
Afdeling 4.2.2. Het subsidieplafond
Afdeling 4.2.4. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
Afdeling 4.2.5. De subsidievaststelling
Afdeling 4.2.5. De subsidievaststelling
Afdeling 4.2.6. Intrekking en wijziging
Afdeling 4.2.7. Betaling en terugvordering
Paragraaf 4.2.8.1. Inleidende bepalingen
Paragraaf 4.2.8.2. De aanvraag
Paragraaf 4.2.8.2. De aanvraag
Paragraaf 4.2.8.4. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
Paragraaf 4.2.8.5. De subsidievaststelling
Titel 4.3. Beleidsregels
Titel 4.3. Beleidsregels
Afdeling 4.4.1. Vaststelling en inhoud van de verplichting tot betaling
Afdeling 4.4.2. Verzuim en wettelijke rente
Afdeling 4.4.2. Verzuim en wettelijke rente
Paragraaf 4.4.4.1. De aanmaning
Paragraaf 4.4.4.2. Invordering bij dwangbevel
Afdeling 4.4.5. Bezwaar en beroep
Hoofdstuk 5. Handhaving
Titel 5.1. Algemene bepalingen
Titel 5.2. Toezicht op de naleving
Titel 5.3. Herstelsancties
Afdeling 5.3.1. Last onder bestuursdwang
Afdeling 5.3.2. Last onder dwangsom
Titel 5.4. Bestuurlijke boete
Afdeling 5.3.2. Last onder dwangsom
Hoofdstuk 6. Algemene bepalingen over bezwaar en beroep
Afdeling 5.3.2. Last onder dwangsom
Afdeling 6.2. Overige algemene bepalingen
Hoofdstuk 7. Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep
Afdeling 7.1. Bezwaarschrift voorafgaand aan beroep bij de administratieve rechter
Afdeling 7.2. Bijzondere bepalingen over bezwaar
Afdeling 7.3. Bijzondere bepalingen over administratief beroep
Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen over beroep bij de rechtbank
Titel 8.1. Algemene bepalingen
Afdeling 8.1.1. Bevoegdheid
Afdeling 8.1.1. Bevoegdheid
Afdeling 8.1.7. Verzending van stukken
Titel 8.2. Behandeling van het beroep
Afdeling 8.1.2b. Opmerkingen door anderen dan partijen
Afdeling 8.2.1. Griffierecht
Artikel 8:55a
Vervallen
Artikel 8:55b
Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, doet de bestuursrechter binnen acht weken nadat het beroepschrift is ontvangen en aan de vereisten van artikel 6:5 is voldaan, uitspraak met toepassing van artikel 8:54, tenzij de bestuursrechter een onderzoek ter zitting nodig acht.
Indien de bestuursrechter een onderzoek ter zitting nodig acht, deelt hij dit zo spoedig mogelijk aan partijen mede.
Indien de bestuursrechter een onderzoek ter zitting nodig acht, behandelt hij het beroep zo mogelijk met toepassing van artikel 8:52. In dat geval doet de bestuursrechter zo mogelijk binnen dertien weken uitspraak.
Artikel 8:55c
Indien het beroep gegrond is, stelt de bestuursrechter desgevraagd tevens de hoogte van de ingevolge afdeling 4.1.3 verbeurde dwangsom vast. De artikelen 611c en 611g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8:55d
Indien het beroep gegrond is en nog geen besluit is bekendgemaakt, bepaalt de bestuursrechter dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekendmaakt.
De bestuursrechter verbindt aan zijn uitspraak een nadere dwangsom voor iedere dag dat het bestuursorgaan in gebreke blijft de uitspraak na te leven. De artikelen 611c en 611g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
In bijzondere gevallen of indien de naleving van andere wettelijke voorschriften daartoe noopt, kan de bestuursrechter een andere termijn bepalen of een andere voorziening treffen.
Artikel 8:55e
Indien tegen de met toepassing van artikel 8:54 gedane uitspraak verzet wordt gedaan, beslist de bestuursrechter daarover binnen zes weken.
Artikel 8:55, derde lid, is niet van toepassing.
Indien het verzet gegrond is, beslist de bestuursrechter zo spoedig mogelijk op het beroep.
Afdeling 8.2.1. Griffierecht
Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak
Titel 8.4. Herziening
Hoofdstuk 9. Klachtbehandeling
Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak
Afdeling 9.1.1. Algemene bepalingen
Afdeling 8.2.6. Uitspraak
Titel 9.2. Klachtbehandeling door een ombudsman
Afdeling 9.2.2. Bevoegdheid
Afdeling 9.2.3. Procedure
Hoofdstuk 10. Bepalingen over bestuursorganen
Titel 8.5. Hoger beroep
Afdeling 10.1.1. Mandaat
Afdeling 9.1.2. De behandeling van klaagschriften
Afdeling 9.1.2. De behandeling van klaagschriften
Titel 9.2. Klachtbehandeling door een ombudsman
Afdeling 9.2.1. Algemene bepalingen
Afdeling 9.2.2. Bevoegdheid
Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Bijlage. bij de Algemene wet bestuursrecht
A. Ministerie van Justitie
B. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
A. Ministerie van Justitie
E. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
D. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
Hoofdstuk 2. Beroep in eerste aanleg bij een bijzondere bestuursrechter (artikel 8:6)
Hoofdstuk 3. Beroep in eerste aanleg bij een andere rechtbank (artikel 8:7, vierde lid)
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
C. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
E. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Hoofdstuk 1. Van beroep uitgezonderde besluiten (artikel 8:5)
H. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Artikel 45, eerste lid, van de Algemene Bijstandswet en de artikelen 74 en 140 en hoofdstuk VII van de Algemene bijstandswet, paragraaf 6.5 van de Wet werk en bijstand en de artikelen 52 en 81 van de Wet werk en bijstand, artikel 37, artikel 57 en artikel 91, voor zover het besluiten van de voorzitter van gedeputeerde staten betreft, van de Wet investeren in jongeren en artikel 14 van de Wet werk en inkomen kunstenaars.
I. Ministerie van Financiën
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
§ 4.1.3.3. Positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen
Titel 4.2. Subsidies
Afdeling 4.2.1. Inleidende bepalingen
Afdeling 4.2.2. Het subsidieplafond
Afdeling 4.2.3. De subsidieverlening
Afdeling 4.2.4. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
Afdeling 4.2.4. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
Afdeling 4.2.3. De subsidieverlening
Afdeling 4.2.7. Betaling en terugvordering
Afdeling 4.2.8. Per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen
Paragraaf 4.2.8.1. Inleidende bepalingen
Paragraaf 4.2.8.2. De aanvraag
Paragraaf 4.2.8.3. De subsidieverlening
Paragraaf 4.2.8.4. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
Paragraaf 4.2.8.4. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
Titel 4.3. Beleidsregels
Titel 4.4. Bestuursrechtelijke geldschulden
Afdeling 4.4.1. Vaststelling en inhoud van de verplichting tot betaling
Afdeling 4.4.3. Verjaring
Afdeling 4.4.4. Aanmaning en invordering bij dwangbevel
Paragraaf 4.4.4.1. De aanmaning
Paragraaf 4.4.4.2. Invordering bij dwangbevel
Afdeling 4.4.5. Bezwaar en beroep
Hoofdstuk 5. Handhaving
Titel 5.1. Algemene bepalingen
Titel 5.1. Algemene bepalingen
Titel 5.2. Toezicht op de naleving
Afdeling 5.3.2. Last onder dwangsom
Titel 5.4. Bestuurlijke boete
Afdeling 5.4.1. Algemene bepalingen
Afdeling 5.4.1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 6. Algemene bepalingen over bezwaar en beroep
Afdeling 5.4.2. De procedure
Afdeling 5.4.2. De procedure
Hoofdstuk 7. Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep
Afdeling 7.1. Bezwaarschrift voorafgaand aan beroep bij de administratieve rechter
Afdeling 7.2. Bijzondere bepalingen over bezwaar
Afdeling 7.3. Bijzondere bepalingen over administratief beroep
Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen over beroep bij de rechtbank
Titel 8.1. Algemene bepalingen
Afdeling 8.1.1. Bevoegdheid
Afdeling 7.3. Bijzondere bepalingen over administratief beroep
Artikel 8:13a
Vervallen
Afdeling 8.1.4. Wraking en verschoning van rechters
Afdeling 8.1.3. Verwijzing, voeging en splitsing
Afdeling 8.1.7. Verzending van stukken
Titel 8.2. Behandeling van het beroep
Afdeling 8.2.2. Vooronderzoek
Afdeling 8.1.7. Verzending van stukken
Artikel 8:55f
Tegen het niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege kan de belanghebbende beroep bij de bestuursrechter instellen.
Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing.
Afdeling 8.1.7. Verzending van stukken
Titel 8.4. Herziening
Hoofdstuk 9. Klachtbehandeling
Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak
Afdeling 8.2.4. Vereenvoudigde behandeling
Afdeling 9.1.2. De behandeling van klaagschriften
Titel 8.3. Voorlopige voorziening en onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak
Afdeling 8.2.7. Tussenuitspraak
Afdeling 9.1.3. Aanvullende bepalingen voor een klachtadviesprocedure
Afdeling 9.2.3. Procedure
Hoofdstuk 10. Bepalingen over bestuursorganen
Titel 8.5. Hoger beroep
Afdeling 9.2.3. Procedure
Afdeling 9.1.2. De behandeling van klaagschriften
Titel 10.2. Toezicht op bestuursorganen
Afdeling 9.2.3. Procedure
Afdeling 9.2.3. Procedure
Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Bijlage. bij de Algemene wet bestuursrecht
A. Ministerie van Justitie
B. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
C. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
D. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
Hoofdstuk 2. Beroep in eerste aanleg bij een bijzondere bestuursrechter (artikel 8:6)
Vervallen.
Vervallen.
H. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 4:20a
Deze paragraaf is van toepassing indien dit bij wettelijk voorschrift is bepaald.
Paragraaf 4.1.3.2 is niet van toepassing indien deze paragraaf van toepassing is.
Artikel 4:20b
Indien niet tijdig op de aanvraag tot het geven van een beschikking is beslist, is de gevraagde beschikking van rechtswege gegeven.
De verlening van rechtswege geldt als een beschikking.
In afwijking van artikel 3:40 treedt de beschikking in werking op de derde dag na afloop van de beslistermijn.
Artikel 4:20c
Het bestuursorgaan maakt de beschikking bekend binnen twee weken nadat zij van rechtswege is gegeven.
Bij de bekendmaking en mededeling van de beschikking wordt vermeld dat de beschikking van rechtswege is gegeven.
Artikel 4:20d
Indien het bestuursorgaan de beschikking niet overeenkomstig artikel 4:20c binnen twee weken heeft bekendgemaakt, verbeurt het na een daarop volgende ingebrekestelling door de aanvrager een dwangsom vanaf de dag dat twee weken zijn verstreken sinds die ingebrekestelling.
De dwangsom wordt berekend overeenkomstig artikel 4:17, eerste en tweede lid.
De artikelen 4:17, vijfde lid, onder a en b, en 4:18 tot en met 4:20 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4:20e
Indien in een wettelijk voorschrift of een beleidsregel is bepaald dat in een beschikking steeds bepaalde voorschriften worden opgenomen, dan maken deze ook deel uit van de beschikking van rechtswege.
Artikel 4:20f
Het bestuursorgaan kan aan de beschikking van rechtswege alsnog voorschriften verbinden of de beschikking intrekken voor zover dit nodig is om ernstige gevolgen voor het algemeen belang te voorkomen.
Een beschikking als bedoeld in het eerste lid kan slechts worden genomen binnen zes weken na de bekendmaking van de beschikking van rechtswege.
Het bestuursorgaan vergoedt de schade die door de wijziging of intrekking bedoeld in het eerste lid wordt veroorzaakt.
Titel 4.2. Subsidies
Afdeling 4.2.3. De subsidieverlening
Afdeling 4.2.8. Per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen
Paragraaf 4.2.8.1. Inleidende bepalingen
Paragraaf 4.2.8.3. De subsidieverlening
Paragraaf 4.2.8.2. De aanvraag
Titel 4.3. Beleidsregels
Titel 4.4. Bestuursrechtelijke geldschulden
Afdeling 4.4.1. Vaststelling en inhoud van de verplichting tot betaling
Afdeling 4.4.3. Verjaring
Paragraaf 4.4.4.1. De aanmaning
Paragraaf 4.4.4.2. Invordering bij dwangbevel
Afdeling 4.4.5. Bezwaar en beroep
Hoofdstuk 5. Handhaving
Titel 4.5. Nadeelcompensatie
Titel 5.2. Toezicht op de naleving
Titel 5.1. Algemene bepalingen
Afdeling 5.3.1. Last onder bestuursdwang
Afdeling 5.3.2. Last onder dwangsom
Titel 5.4. Bestuurlijke boete
Afdeling 5.4.1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 6. Algemene bepalingen over bezwaar en beroep
Afdeling 6.1. Inleidende bepalingen
Hoofdstuk 7. Bijzondere bepalingen over bezwaar en administratief beroep
Afdeling 7.1. Bezwaarschrift voorafgaand aan beroep bij de bestuursrechter
Afdeling 7.1. Bezwaarschrift voorafgaand aan beroep bij de bestuursrechter
Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen over beroep en hoger beroep bij de bestuursrechter
Titel 8.1. Algemene bepalingen over het beroep in eerste aanleg
Afdeling 8.1.2a. Conclusie
Titel 8.2. Behandeling van het beroep
Afdeling 8.1.6a. Verkeer langs elektronische weg met de bestuursrechter
Afdeling 8.2.2a. Bestuurlijke lus
Afdeling 8.2.1. Griffierecht
Afdeling 8.2.1. Griffierecht
Afdeling 8.2.1a. Algemene bepaling
Afdeling 8.2.4. Vereenvoudigde behandeling
Afdeling 8.2.2a. Bestuurlijke lus
Titel 8.4. Herziening
Hoofdstuk 9. Klachtbehandeling
Titel 9.1. Klachtbehandeling door een bestuursorgaan
Afdeling 8.2.7. Tussenuitspraak
Titel 9.2. Klachtbehandeling door een ombudsman
Afdeling 9.2.1. Algemene bepalingen
Afdeling 9.2.3. Procedure
Hoofdstuk 10. Bepalingen over bestuursorganen
Titel 10.1. Mandaat, delegatie en attributie
Afdeling 10.1.1. Mandaat
Afdeling 9.1.1. Algemene bepalingen
Afdeling 9.1.3. Aanvullende bepalingen voor een klachtadviesprocedure
Titel 10.2. Toezicht op bestuursorganen
Afdeling 9.2.3. Procedure
Hoofdstuk 10. Bepalingen over bestuursorganen
Bijlage. bij de Algemene wet bestuursrecht
A. Ministerie van Justitie
Hoofdstuk 1. Van beroep uitgezonderde besluiten (artikel 8:5)
Hoofdstuk 2. Beroep in eerste aanleg bij een bijzondere bestuursrechter (artikelen 8:4, tweede lid, en 8:6)
Hoofdstuk 3. Beroep in eerste aanleg bij een andere rechtbank (artikel 8:7, derde lid)
Artikel 3, vierde lid, van de Wet op de jeugdzorg, alsmede artikel 6, eerste lid, van die wet voor zover dit besluit is genomen ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van die wet of in artikel 10, eerste lid, onder c, van die wet met uitzondering van de daarin bedoelde nazorg en de daarin genoemde begeleiding, bedoeld in artikel 77hh van het Wetboek van Strafrecht, en de artikelen 29o tot en met 29r, 29t en 29v van de Wet op de jeugdzorg.
Artikel 9a van de Zorgverzekeringswet, alsmede artikel 18f, eerste lid, juncto artikel 18d of artikel 18e, van die wet, voor zover een besluit is genomen over de verschuldigdheid van de bestuursrechtelijke premie of de hoogte daarvan.
Invorderingswet 1990, met uitzondering van de artikelen 30, 49 en 62a.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)