Wet van 18 juni 1992, houdende algemene regeling met betrekking tot het luchtverkeer
Onverminderd het overigens in dit artikel bepaalde worden de heffingen ingevorderd met overeenkomstige toepassing van de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen, met dien verstande dat van de Invorderingswet 1990 buiten toepassing blijven de artikelen 9, eerste tot en met negende lid, 59 en 62. Voorts blijven bij de toepassing van artikel 66 van die wet de artikelen 76, 80, tweede, derde en vierde lid, 82, 84, 86 en 87 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen buiten toepassing.
Met betrekking tot de invordering geldt vervolgens dat:
- a. de belastingaanslagen terstond en tot het volle bedrag invorderbaar zijn;
- b. wat betreft de toepassing van artikel 8, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 uitsluitend bevoegd is de functionaris of ambtenaar bedoeld in het eerste lid. De in de artikelen 11, 12 en 15, eerste lid, onderdeel a, van de Invorderingswet 1990 bedoelde bevoegdheden komen uitsluitend toe aan de functionaris of ambtenaar, bedoeld in het eerste lid. De in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 bedoelde bevoegdheid komt uitsluitend toe aan de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aan te wijzen ambtenaar, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 26 van die wet de door Onze Minister van Financiën bij regeling gestelde regels van toepassing zijn;
- c. de overige bij de invordering van toepassing zijnde bevoegdheden, met uitzondering van die bedoeld in de artikelen 24, tweede lid, 25 en 58 van de Invorderingswet 1990, uitsluitend toekomen aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid;
- d. de bevoegdheid bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Invorderingswet 1990 zowel toekomt aan de functionaris of ambtenaar bedoeld in het eerste lid als aan de ontvanger bedoeld in het eerste lid;
- e. de bevoegdheden bedoeld in artikel 25 en artikel 58 van de Invorderingswet 1990 toekomen, indien de functionaris of ambtenaar bedoeld in het eerste lid met de invordering is belast, aan deze functionaris of ambtenaar en indien de ontvanger, bedoeld in het eerste lid, met de invordering is belast, aan de ontvanger.
In het kader van het verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel moet in artikel 17 van de Invorderingswet 1990 voor «de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd» telkens worden gelezen: de met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel belaste ontvanger.
Betaling van de heffingen dient te geschieden aan de functionaris of ambtenaar bedoeld in het eerste lid. Na de betekening van het dwangbevel dient te worden betaald aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid, die is vermeld op het dwangbevel.
Artikel 8a.41
Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen inzake de heffingen en de invordering daarvan nadere in het kader van de artikelen 8a.38 tot en met 8a.40 passende regels worden gesteld ter aanvulling van de daarin geregelde onderwerpen.
Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels gesteld inzake de afdracht van de door de functionaris als bedoeld in artikel 8a.40, eerste lid, ingevorderde heffing aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
§ 8.4.2.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
Artikel 8a.42
Met betrekking tot de financiering en de bekostiging van de kosten van de uitvoering van artikel 8.74 wordt onder de naam «geluidsheffing burgerluchtvaart» een heffing geheven. Tevens wordt een heffing geheven ter financiering van de kosten van de uitvoering van artikel 8.33.
De artikelen 8a.38, tweede tot en met vierde en zevende tot en met negende lid, en 8a.39 tot en met 8a.41 zijn van overeenkomstige toepassing.
Het tarief van de heffing per rekeneenheid geluidsproduktie bedraagt in het jaar 2004 € 27,– en wordt met ingang van elk daaropvolgend kalenderjaar verhoogd met € 1,–.
§ 8.4.2.1. Algemeen
Artikel 8a.43
Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat met betrekking tot de financiering en de bekostiging van de kosten van de uitvoering van artikel 8.56, eerste lid, onder de naam «geluidsheffing burgerluchtvaart» een heffing wordt geheven. Tevens kunnen provinciale staten bij verordening bepalen dat een heffing wordt geheven ter financiering van de kosten van de uitvoering van artikel 8.57.
De heffingen worden geheven ter zake van het landen met een burgerluchtvaartuig tot het tijdstip waarop de kosten als bedoeld in het eerste lid, zijn voldaan.
Voor de heffing en invordering zijn de artikelen 220, 220a, 221 en 227 tot en met 232h van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing.
Titel 8A.2. (Gereserveerd)
Artikel 8a.44
Vervallen
Artikel 8a.45
Vervallen
Artikel 8a.46
Vervallen
Artikel 8a.47
Vervallen
Artikel 8a.48
Vervallen
Artikel 8a.49
Vervallen
Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
Artikel 8a.50
De verbodsbepaling bedoeld in artikel 8.1a, eerste lid, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen luchtvaartuigen.
Van de in artikel 8.1a, tweede tot en met vierde lid, genoemde verboden kan vrijstelling worden verleend door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
Dit lid is nog niet in werking getreden.
Aan de vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, kunnen voorwaarden worden verbonden.
Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen regels worden gesteld omtrent het terrein niet zijnde een luchthaven waarvan de luchtvaartuigen bedoeld in het eerste lid opstijgen dan wel waarop zij landen en omtrent de wijze waarop dit terrein wordt gebruikt.
Artikel 8a.51
Gedeputeerde staten kunnen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik van een terrein ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 8.1a, eerste lid, indien het terrein wordt gebruikt door een luchtvaartuig dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie.
Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels gesteld over:
- a. het terrein;
- b. de wijze waarop het terrein wordt gebruikt;
- c. de termijn waarbinnen gedeputeerde staten een besluit nemen op de aanvraag;
- d. de wijze waarop Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en de burgemeester van de gemeente waarin het terrein ligt, worden betrokken bij het verlenen van de ontheffing en bij het gebruik van het terrein.
Artikel 8a.52
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende het gebruik van luchthavens.
Artikel 8a.53
Wanneer de aanleg, de instandhouding of het gebruik van een werk ten behoeve van de uitvoering van de militaire taak op een burgerluchthaven in strijd zou komen met een bepaling van of krachtens deze wet, kunnen Wij, op voordracht van Onze Minister van Defensie, daarvan ontheffing verlenen.
Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
Titel 8A.2. (Gereserveerd)
Titel 8A.5. Overige bepalingen burgerluchthavens
Afdeling 10.3.1. Algemeen
Artikel 10.11
Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald zijn de hoofdstukken 8 en 8a niet van toepassing op militaire luchthavens, met uitzondering van:
- b. titel 8a.1 voor zover het betreft burgermedegebruik door tussenkomst van een burgerexploitant, met dien verstande dat de regels, bedoeld in artikel 8a.1, eerste lid, voor zover het militaire luchthavens betreft worden gesteld bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, en
- c. artikel 8a.42 voor zover het betreft het gebruik van militaire luchthavens door burgerluchtvaartuigen.
Voor de toepassing ingevolge het eerste lid van titel 8a.1 op militaire luchthavens wordt als exploitant aangemerkt de burgerexploitant.
Artikel 10.12
Deze titel is van toepassing ten aanzien van de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen militaire luchthavens. Bij die maatregel worden de luchthavens aangewezen waarvoor vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist.
Bij algemene maatregel van bestuur worden voor bij die maatregel aangewezen luchthavens uniforme grenswaarden vastgesteld voor de maximaal toegelaten geluidbelasting door landende en opstijgende luchtvaartuigen. Bij die maatregel kunnen tevens uniforme grenswaarden worden vastgesteld voor het externe-veiligheidsrisico en voor lokale luchtverontreiniging en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot geluidbelasting, het externe-veiligheidsrisico, lokale luchtverontreiniging en de maximale hoogte van objecten als bedoeld in artikel 10.17, derde lid. Bij de vaststelling kan onderscheid worden gemaakt naar soorten luchtvaartuigen, aan- en uitvliegroutes, functie van locaties en perioden van het etmaal.
Bij regeling van Onze Minister van Defensie in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels vastgesteld omtrent de wijze van meten, berekenen en registreren van de in het tweede lid bedoelde geluidbelasting en kunnen dergelijke regels worden vastgesteld met betrekking tot het externe-veiligheidsrisico en luchtverontreiniging.
Artikel 10.13
Het is verboden met een burgerluchtvaartuig op te stijgen van of te landen op een militaire luchthaven, zonder of in afwijking van een voor dat opstijgen of landen door Onze Minister van Defensie verleende vergunning voor burgermedegebruik als bedoeld in artikel 10.27, vrijstelling of ontheffing.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het gebruik van militaire luchthavens door de burgerluchtvaart. Deze regels betreffen in ieder geval de gevallen waarin militair luchtverkeer voorrang heeft op burgerluchtverkeer.
Aan de in het eerste lid bedoelde vrijstelling en ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het verlenen, wijzigen en intrekken van de vrijstelling of ontheffing, alsmede omtrent de aan de behandeling van de aanvraag verbonden kosten.
Een vrijstelling of ontheffing wordt niet verleend voor burgerluchtvaart van commerciële aard op een luchthaven waar burgermedegebruik plaatsvindt door tussenkomst van een burgerexploitant.
Een vrijstelling of ontheffing kan in ieder geval door Onze Minister van Defensie worden ingetrokken of gewijzigd wanneer:
- a. een of meer redenen waarom de vrijstelling of ontheffing is verleend, zijn vervallen,
- b. een of meer van de daaraan verbonden beperkingen of voorschriften niet worden nageleefd, of
- c. na de verlening zodanige feiten of omstandigheden bekend zijn geworden dat, indien deze ten tijde van de verlening bekend waren geweest, de vrijstelling of ontheffing niet of niet in die vorm zou zijn verleend.
Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
§ 8a.3.3. Heffingen burgerluchthavens van regionale betekenis
Artikel 10.14
Deze afdeling is van toepassing op militaire luchthavens waarvoor op grond van artikel 10.12 vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist.
§ 8a.6.1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven
Artikel 10.15
Bij algemene maatregel van bestuur wordt voor een luchthaven een luchthavenbesluit vastgesteld.
In het luchthavenbesluit worden het luchthavengebied en het beperkingengebied vastgesteld.
Het luchthavengebied en het beperkingengebied overlappen elkaar niet. De gebieden kunnen bestaan uit niet aaneengesloten delen.
Artikel 8.5, vijfde lid, is van toepassing.
Artikel 10.16
Als luchthavengebied wordt de locatie vastgesteld die bestemd is voor gebruik als luchthaven.
Het luchthavenbesluit bevat voor het luchthavengebied regels omtrent de functie en het gebruik van de locatie voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op het gebruik van het gebied als luchthaven.
Artikel 10.17
Als beperkingengebied wordt het gebied vastgesteld waar met het oog op de geluidsbelasting en de veiligheid in verband met de nabijheid van de luchthaven beperkingen noodzakelijk zijn ten aanzien van de functie of het gebruik van de locatie. Het beperkingengebied omvat de gebieden die behoren bij de in het tweede lid bedoelde grenswaarden voor geluidbelasting en het externe-veiligheidsrisico, alsmede bij de in het derde lid, onderdeel b, bedoelde regels.
Het luchthavenbesluit bevat een grenswaarde voor geluidsbelasting. Het besluit kan tevens bevatten:
- a. een grenswaarde voor het externe-veiligheidsrisico;
- b. een of meer grenswaarden die noodzakelijk zijn met het oog op de lokale luchtverontreiniging.
Het luchthavenbesluit bevat voor het beperkingengebied in ieder geval regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de functie en het gebruik van de locatie voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op:
- a. de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven;
- b. de maximale hoogte van objecten op of boven de locatie, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer.
Het besluit kan voor het beperkingengebied tevens regels bevatten waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de functie en het gebruik van de locatie voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op het externe-veiligheidsrisico in verband met de nabijheid van de luchthaven.
Het luchthavenbesluit kan tevens voor het luchthavenluchtverkeer bevatten:
- a. regels met het oog op de geluidsbelasting;
- b. regels die noodzakelijk zijn met het oog op de lokale luchtverontreiniging.
Bij de regels met het oog op de geluidsbelasting en het externe-veiligheidsrisico, bedoeld in het derde lid, worden in ieder geval locaties aangewezen waar woningen of andere in het besluit aangewezen gebouwen niet zijn toegelaten.
De artikelen 8.8 tot en met 8.11 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister van Defensie in de plaats treedt van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
Bij de vaststelling van het luchthavenbesluit kan in ieder geval gebruik worden gemaakt van gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar.
Artikel 10.18
De voordracht voor een luchthavenbesluit of de wijziging daarvan wordt gedaan:
- a. na overleg met gedeputeerde staten en de colleges van burgemeester en wethouders van respectievelijk de provincies en de gemeenten binnen de grenzen waarvan het gebied of een gedeelte van het gebied ligt dat door het ontwerp wordt bestreken, en
- b. nadat het ontwerp vervolgens is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder.
Artikel 10.19
De bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens met betrekking tot de geluidsbelasting, het externe-veiligheidsrisico en de lokale luchtverontreiniging zijn niet openbaar.
§ 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
Artikel 10.20
Onze Minister van Defensie draagt er zorg voor dat het luchthavenluchtverkeer zodanig geschiedt dat de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer de grenswaarden, opgenomen in het luchthavenbesluit, niet overschrijdt.
Artikel 10.21
Zodra Onze Minister van Defensie constateert dat de in artikel 10.17 bedoelde grenswaarden zijn overschreden, schrijft hij maatregelen voor die naar zijn oordeel bijdragen aan het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden.
Onze Minister van Defensie trekt de maatregelen in of matigt deze voor zover zij naar zijn oordeel niet langer nodig zijn voor het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden.
Artikel 10.20 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorgeschreven maatregelen.
Artikel 10.22
Onze Minister van Defensie kan voor een luchthaven indien ten gevolge van groot onderhoud van een baan of door een bijzonder voorval het normale gebruik van de luchthaven naar zijn oordeel ernstig wordt belemmerd, of in verband met bijzondere redenen van nationale of bondgenootschappelijke aard:
- a. vrijstelling verlenen van een regel in het luchthavenbesluit;
- b. een in het luchthavenbesluit vastgelegde grenswaarde vervangen door een andere grenswaarde.
Het verlenen van een vrijstelling van een regel als bedoeld in artikel 10.17, vierde lid, onder a of b, geschiedt in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Een vrijstelling kan slechts worden verleend voor een bepaalde in de vrijstelling vast te stellen termijn van ten hoogste een jaar.
Aan een vrijstelling kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden met het oog op geluidsbelasting en veiligheid. Artikel 10.20 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beperkingen en voorschriften.
Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vervanging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
§ 8a.6.3. Commissie regionaal overleg luchthaven
Artikel 10.23
De gegevens omtrent het feitelijk gebruik van een luchthaven door het luchthavenluchtverkeer worden jaarlijks door Onze Minister van Defensie in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu herleid tot contouren die de actuele geluidsbelasting voor dat verkeer in dat jaar weergeven. Artikel 10.19 is van toepassing. De contourenkaarten zijn openbaar.
§ 8a.6.1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven
Artikel 10.24
De artikelen 8.31 tot en met 8.33 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister van Defensie in de plaats treedt van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
§ 8a.6.1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven
Artikel 10.25
Onze Minister van Defensie stelt voor iedere luchthaven ten behoeve van overleg en voorlichting omtrent milieuaspecten buiten een luchthaven een commissie van overleg en voorlichting milieu in.
De commissie bestaat in ieder geval uit:
- a. één vertegenwoordiger van elke provincie waarin het beperkingengebied geheel of gedeeltelijk is gelegen;
- b. twee vertegenwoordigers van elke gemeente waarin het beperkingengebied geheel of gedeeltelijk is gelegen, waarvan één vertegenwoordiger van elke gemeente een omwonende van de luchthaven is;
- c. één of twee vertegenwoordigers van de luchthaven;
- d. één of twee vertegenwoordigers van Onze Minister van Defensie.
Onverminderd het tweede lid kan de commissie ook bestaan uit vertegenwoordigers van rechtspersoonlijkheid bezittende milieuorganisaties.
De vertegenwoordiger van de provincie, dan wel één van hen indien er meer vertegenwoordigers van provincies in de commissie zitting hebben, treedt op als voorzitter van de commissie. De artikelen 8.37, tweede en derde lid, en 8.38 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister van Defensie in de plaats treedt van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
Onze Minister van Defensie voorziet in het secretariaat van de commissie.
Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
§ 8a.6.2. Financiële aspecten
Artikel 10.26
Deze afdeling is in aanvulling op de artikelen 10.15 tot en met 10.25 van toepassing op militaire luchthavens waar een vergunning voor burgermedegebruik kan worden verleend.
§ 8a.6.2. Financiële aspecten
Artikel 10.27
Onze Minister van Defensie kan aan een rechtspersoon een vergunning verlenen voor burgermedegebruik onder verantwoordelijkheid van die rechtspersoon.
Het verlenen van een vergunning voor burgermedegebruik door tussenkomst van een burgerexploitant geschiedt in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. De overige vergunningen voor burgermedegebruik worden verleend na overleg met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
De vergunning vermeldt in ieder geval:
- a. de aard van het burgerluchtverkeer waarvoor de vergunning geldt;
- b. de termijn waarvoor de vergunning wordt verleend;
- c. de voor het burgermedegebruik geldende grenswaarden, wat betreft de geluidbelasting eventueel in de vorm van een maximum aantal vliegtuigbewegingen per jaar waarvoor de vergunning geldt.
Aan de vergunning kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het verlenen, wijzigen, overdragen en intrekken van de vergunning, alsmede omtrent de aan de behandeling van de aanvraag verbonden kosten.
Een vergunning wordt niet verleend voor burgerluchtvaart van commerciële aard op een luchthaven waar reeds burgermedegebruik plaatsvindt door tussenkomst van een burgerexploitant.
Een vergunning kan in ieder geval door Onze Minister van Defensie worden ingetrokken of gewijzigd wanneer:
- a. een of meer redenen waarom de vergunning is verleend, zijn vervallen,
- b. een of meer van de aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften niet worden nageleefd,
- c. na de verlening zodanige feiten of omstandigheden bekend zijn geworden dat, indien deze ten tijde van de verlening bekend waren geweest, de vergunning niet of niet in die vorm zou zijn verleend, of
- d. van een voor onbepaalde tijd verleende vergunning gedurende twee achtereenvolgende jaren geen gebruik is gemaakt.
Met betrekking tot de intrekking en wijziging, bedoeld in het zevende lid, is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
Ingeval de vergunning is verleend aan een burgerexploitant, is artikel 8.53 van overeenkomstige toepassing.
§ 8a.6.2. Financiële aspecten
Artikel 10.28
In het luchthavenbesluit voor een militaire luchthaven waar een vergunning voor burgermedegebruik kan worden verleend, worden de in artikel 10.17, tweede en vierde lid, bedoelde grenswaarden en regels voor het militair luchtverkeer en het burgerluchtverkeer afzonderlijk vastgesteld. Voor het burgerluchtverkeer of een gedeelte daarvan kan de vaststelling van een afzonderlijke grenswaarde voor geluidbelasting geschieden in de vorm van een maximum aantal vliegtuigbewegingen per jaar.
Het luchthavenbesluit bevat ten behoeve van het burgerluchtverkeer in ieder geval regels omtrent de tijdstippen waarop van de luchthaven gebruik kan worden gemaakt.
Het luchthavenbesluit kan regels bevatten die noodzakelijk zijn met het oog op de geluidbelasting.
§ 8a.6.2. Financiële aspecten
Artikel 10.29
De houder van een vergunning voor burgermedegebruik en Onze Minister van Defensie bevorderen het goede verloop van het luchthavenluchtverkeer overeenkomstig de vergunning en het luchthavenbesluit voor zover dit betrekking heeft op het burgerluchtverkeer. Zij treffen daartoe zelf en in onderlinge samenwerking de voorzieningen die redelijkerwijs van hen kunnen worden gevergd om te bewerkstelligen dat de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer een in de vergunning voor het burgermedegebruik opgenomen grenswaarde, daaronder begrepen een voor het burgermedegebruik vastgesteld maximum aantal vliegtuigbewegingen, niet overschrijdt.
Ingeval de vergunning voor burgermedegebruik is verleend aan een burgerexploitant, is artikel 8.19 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8.21 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10.30
Zodra Onze Minister van Defensie ter zake van een vergunning voor burgermedegebruik constateert dat een grenswaarde, daaronder begrepen een vastgesteld maximum aantal vliegtuigbewegingen, ten behoeve van het vergunde burgermedegebruik is overschreden, schrijft hij maatregelen voor die naar zijn oordeel bijdragen aan het terugdringen van de belasting vanwege het verkeer ten behoeve van de burgerluchtvaart.
Onze Minister van Defensie trekt de maatregelen in of matigt deze voor zover zij naar zijn oordeel niet langer nodig zijn voor het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden, daaronder begrepen het aantal vliegtuigbewegingen voor dat verkeer.
Voordat Onze Minister van Defensie een maatregel voorschrijft, stelt hij degene tot wie de maatregel is gericht in de gelegenheid zijn zienswijze kenbaar te maken.
De artikelen 8.19 en 8.21 zijn in geval de vergunning voor burgermedegebruik is verleend aan een burgerexploitant, van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorgeschreven maatregelen.
§ 8a.6.3. Commissie regionaal overleg luchthaven
Artikel 10.31
De burgerexploitant is verplicht om in door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Defensie aangewezen gevallen burgerluchthavenluchtverkeer op de luchthaven toe te laten.
Artikel 10.32
Het is de houder van een vergunning voor burgermedegebruik verboden om zonder of in afwijking van een daarvoor door Onze Minister van Defensie verleende vergunning op de luchthaven bouwwerken of andere opstallen op te richten, te hebben of te wijzigen dan wel bomen, gewassen of planten te hebben. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het hebben van roerende zaken of het verrichten van graafwerk anders dan in verband met de exploitatie of het onderhoud van dat deel van de luchthaven. Aan de vergunning kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.
§ 10.3.3.5. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven voor burgerluchtvaart
Artikel 10.33
Een ministeriële regeling op grond van de artikelen 10.34 en 10.35 wordt vastgesteld door Onze Minister van Defensie in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
Artikel 10.34
De houder van de vergunning voor burgermedegebruik draagt zorg voor het registreren van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer ten behoeve van de burgerluchtvaart zodanig dat een vergelijking mogelijk is met de in het luchthavenbesluit opgenomen grenswaarden voor burgerluchtvaart. Hij verricht de berekeningen die voor die registratie noodzakelijk zijn. Indien voor het burgermedegebruik een maximum aantal vliegtuigbewegingen is vastgesteld, draagt de houder van de vergunning zorg voor het registreren van het aantal vliegtuigbewegingen.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent het registreren en omtrent de berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn.
Artikel 10.35
De houder van de vergunning voor burgermedegebruik verstrekt aan Onze Minister van Defensie:
- a. de op grond van artikel 10.34, eerste lid, door hem geregistreerde gegevens;
- b. gegevens over de in artikel 10.34 bedoelde berekeningen, voor zover die door hem zijn verricht.
De houder van de vergunning voor burgermedegebruik verstrekt aan Onze Minister van Defensie gegevens over de ter uitvoering van artikel 10.29 getroffen voorzieningen.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de gegevensverstrekking.
Artikel 10.36
Artikel 8.29 is ten aanzien van de veiligheidsaspecten van het luchthavenluchtverkeer ten behoeve van de burgerluchtvaart van overeenkomstige toepassing. Ten aanzien van de milieuaspecten van luchthavenluchtverkeer ten behoeve van de burgerluchtvaart is artikel 8.29 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat het in dat artikel bedoelde verslag wordt uitgebracht door Onze Minister van Defensie.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het openbaar maken van op grond van de artikelen 10.34 of 10.35 geregistreerde of verstrekte gegevens. Artikel 8.30, tweede lid, is van toepassing.
§ 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
Artikel 10.37
De in artikel 10.25 bedoelde commissie wordt in ieder geval uitgebreid met een vertegenwoordiger van degene aan wie een vergunning voor burgermedegebruik is verleend.
De in artikel 10.25 bedoelde commissie kan worden uitgebreid met vertegenwoordigers van rechtspersoonlijkheid bezittende gebruikersorganisaties.
Afdeling 10.3.4. Militaire luchthavens met luchthavenregeling
§ 10.3.2.4. Informatievoorziening
Artikel 10.38
Deze afdeling is van toepassing op militaire luchthavens waarvoor op grond van artikel 10.12 vaststelling van een luchthavenbesluit niet is vereist.
§ 10.3.2.1. Algemeen
Artikel 10.39
Bij regeling van Onze Minister van Defensie kan voor een luchthaven een luchthavenregeling worden vastgesteld.
In een luchthavenregeling wordt het luchthavengebied vastgesteld. Een luchthavenregeling kan tevens een grenswaarde voor geluidbelasting in de vorm van een maximum aantal vliegtuigbewegingen per jaar bevatten.
Op de voorbereiding of de wijziging van een luchthavenregeling is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
In een luchthavenregeling kunnen regels worden gegeven ten aanzien van:
- a. de aard en de omvang van het gebruik van de luchthaven;
- b. het toegestane luchthavenluchtverkeer voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidbelasting.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van luchthavens of categorieën luchthavens regels worden gegeven ten aanzien van:
- a. de aanleg, inrichting en uitrusting;
- b. het gebruik van de luchthaven, mede met het oog op de veiligheid.
Het luchthavengebied wordt vastgesteld met behulp van een kaart waarop de ligging van dit gebied is aangegeven. Deze kaart wordt vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op 10 000.
Artikel 10.40
Onze Minister van Defensie draagt er zorg voor dat het luchthavenluchtverkeer geschiedt overeenkomstig de luchthavenregeling.
Artikel 10.41
Zodra Onze Minister van Defensie constateert dat de in artikel 10.39, tweede lid, bedoelde grenswaarde is overschreden, schrijft hij maatregelen voor die naar zijn oordeel bijdragen aan het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de gestelde grenswaarde.
Onze Minister van Defensie trekt de maatregelen in of matigt deze voor zover de maatregelen naar zijn oordeel niet langer nodig zijn voor het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer.
Artikel 10.42
Onze Minister van Defensie kan voor een luchthaven indien ten gevolge van groot onderhoud van een baan of door een bijzonder voorval het normale gebruik van de luchthaven naar zijn oordeel ernstig wordt belemmerd, of in verband met bijzondere redenen van nationale of bondgenootschappelijke aard vrijstelling verlenen van een bepaling in de luchthavenregeling.
Een vrijstelling kan slechts worden verleend voor een bepaalde in de vrijstelling vast te stellen termijn van ten hoogste een jaar.
Aan de vrijstelling kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden met het oog op de veiligheid of de geluidbelasting.
§ 10.3.2.6. Commissie van overleg en voorlichting milieu
Artikel 10.43
Onze Minister van Defensie registreert het feitelijk gebruik van de luchthaven. Bij regeling van Onze Minister van Defensie in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels gesteld omtrent de wijze van registratie en openbaarmaking van deze gegevens.
Titel 10.1. Personeel en luchtvaartuigen
Artikel 10.44
Van het in artikel 8.1a, eerste lid, genoemde verbod kan vrijstelling worden verleend door Onze Minister van Defensie ten behoeve van de militaire luchtvaart.
Aan de vrijstelling kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.
Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
§ 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
§ 10.3.2.5. Financiële aspecten
Artikel 11.22
Onze Minister van Defensie kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van:
- a. artikel 10.29, tweede lid juncto artikel 8.19, artikel 10.29, derde lid juncto artikel 8.21, artikel 10.30, vierde lid, juncto artikel 8.19 onderscheidenlijk 8.21, artikel 10.31, artikel 10.32;
- b. een maatregel als bedoeld in artikel 10.30 voor zover de maatregel zich richt tot de houder van de medegebruikvergunning verleend op grond van artikel 10.27.
De artikelen 11.16, tweede en derde lid, en 11.20 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 11.20 Onze Minister van Defensie de plaats inneemt van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
§ 10.3.2.6. Commissie van overleg en voorlichting milieu
Artikel 11.23
Gedeputeerde staten kunnen een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van:
- a. artikel 8.44, vijfde lid, juncto de artikelen 8.19 tot en met 8.21, 8.64, zesde lid, juncto de artikelen 8.19 en 8.21, eerste en derde lid, of van een beperking of voorschrift als bedoeld in de artikelen 8.46, 8.64, zesde lid, juncto artikel 8.46 of 8a.51, tweede lid;
- b. een maatregel als bedoeld in de artikelen 8.45 of 8.64, zesde lid, juncto artikel 8.45.
De artikelen 11.16, tweede en derde lid, en 11.20 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 11.20 gedeputeerde staten de plaats innemen van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
§ 10.3.3.1. Algemeen
Artikel 11.24
Ingeval van overtreding van de artikelen 8.25d tot en met 8.25dh, de krachtens artikel 8.25di, eerste lid, gestelde regels, 8.25dj, 8.25i, vierde en vijfde lid, 8.25e, eerste tot en met negende lid en de krachtens het twaalfde lid gestelde regels, 8.25ea, tweede, derde lid of vierde lid, laatste volzin, 8.25f, eerste, tweede, vierde of zevende lid en de krachtens het achtste lid gestelde regels, artikel 8.25fa, vierde en vijfde lid en de krachtens het zevende lid gestelde regels, 8.25g, 8.25ga, 8.25h, eerste of tweede lid, 8.40c, eerste tot en met vierde lid en de krachtens het vijfde lid gestelde regels, 8.40d, 8.40e, eerste tot en met vierde of zesde lid en de krachtens het vijfde lid gestelde regels, 8.40f, 8.40g of 8.40h, is hoofdstuk 7, met uitzondering van de artikelen 58a van de Mededingingswet van overeenkomstige toepassing.
Titel 11.3. Uitzonderingen
Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 12.1
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 11.27
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu publiceert, voor zover van toepassing, uiterlijk met ingang van één maand na de inwerkingtreding van dit artikel en daarna steeds maandelijks, in de Staatscourant een lijst van instanties ten aanzien waarvan in de daaraan voorafgaande periode een beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 11.16, eerste lid, onderdeel e, of een beschikking tot toepassing van de bestuursdwang, bedoeld in artikel 11.15, onderdeel b, onder 1°, 6° en 7°, onherroepelijk is geworden.
Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Hoofdstuk 8. Luchthavens
Afdeling 8.2.1. Algemeen
Afdeling 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven
Afdeling 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven
§ 8.2.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
Afdeling 8.3. Het luchthavenluchtverkeer
Afdeling 8.4. De exploitatie van de luchthaven
§ 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
§ 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting
§ 8.5.4. Gegevensverstrekking, geluidbelastingkaart en actieplan in verband met de richtlijn inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai
Afdeling 8.6. Financiële aspecten
Afdeling 8.6. Financiële aspecten
Afdeling 8.5. Informatievoorziening
Afdeling 8.5. Informatievoorziening
§ 8.5.1. Algemeen
§ 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting
§ 8.3.2.2. Het luchthavenbesluit
§ 8.3.2.4. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven
§ 8.3.2.4. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven
§ 8.3.2.5. Informatievoorziening en gegevensverstrekking
§ 8.3.2.1. Algemeen
§ 8.3.2.2. Het luchthavenbesluit
§ 8.3.2.8. Aanwijzingen
Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling
§ 8.3.2.9. Bijzondere bepalingen in verband met gevolgen die een provinciegrens overstijgen
§ 8.3.2.7. Commissie regionaal overleg luchthaven
§ 8.3.2.1. Algemeen
§ 8.3.2.1. Algemeen
§ 8.3.2.2. Het luchthavenbesluit
Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis
Afdeling 8.4.1. Algemeen
Afdeling 8.4.2. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenbesluit
§ 8.3.3.3. Informatievoorziening
§ 8.3.2.3. Vaststellen routes in de nabijheid van de luchthaven
§ 8.3.2.3. Vaststellen routes in de nabijheid van de luchthaven
§ 8.3.2.5. Informatievoorziening en gegevensverstrekking
Afdeling 8.4.3. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenregeling
§ 8.3.2.6. Financiële aspecten
§ 8.3.2.6. Financiële aspecten
§ 8.3.2.7. Commissie regionaal overleg luchthaven
§ 8.3.2.8. Aanwijzingen
Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis
Titel 8A.2. (Gereserveerd)
§ 8.3.3.3. Informatievoorziening
§ 8.4.2.1. Algemeen
§ 8.4.2.1. Algemeen
Titel 8A.2. (Gereserveerd)
Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
Titel 8A.2. (Gereserveerd)
Titel 10.3. Luchthavens
Afdeling 10.3.1. Algemeen
Afdeling 10.3.1. Algemeen
§ 8a.6.1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven
§ 10.3.2.1. Algemeen
§ 8a.6.2. Financiële aspecten
§ 8a.6.1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven
§ 8a.6.1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven
§ 8a.6.1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven
Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
§ 10.3.2.2. Het luchthavenbesluit
§ 8a.6.2. Financiële aspecten
§ 8a.6.2. Financiële aspecten
§ 8a.6.2. Financiële aspecten
§ 10.3.2.2. Het luchthavenbesluit
§ 10.3.2.2. Het luchthavenbesluit
§ 10.3.2.6. Commissie van overleg en voorlichting milieu
Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
§ 10.3.2.4. Informatievoorziening
§ 10.3.2.1. Algemeen
§ 10.3.3.1. Algemeen
Titel 10.1. Personeel en luchtvaartuigen
Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
Titel 10.2. Vluchtuitvoering en vervoer
Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
§ 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
Artikel 11.16a
Onverminderd titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht kan de verlener van luchtvaartnavigatiediensten de verdere verlening van luchtvaartnavigatiediensten opschorten, indien de gebruiker van die diensten niet heeft voldaan aan de eis tot het onmiddellijk en volledig betalen van de vergoedingen, bedoeld in artikel 5.20, eerste lid, onderdeel b, en artikel 5.21, tweede lid.
De opschorting kan slechts plaatsvinden wanneer een gebruiker gedurende drie maanden zijn openstaande facturen voor de vergoedingen niet heeft betaald of wanneer de achterstallige schuld minimaal 10.000 euro bedraagt.
Voor de opschorting van de dienstverlening, stuurt de verlener van luchtvaartnavigatiediensten een aangetekend besluit naar de gebruiker waarin wordt aangegeven dat bij niet-betaling van de vergoedingen binnen 30 dagen de dienstverlening op kosten van de gebruiker zal worden opgeschort. Het besluit bevat de datum en het tijdstip vanaf wanneer geen dienstverlening meer zal worden gegeven.
De kosten bedoeld in het derde lid, omvatten in ieder geval:
- a. parkeerkosten voor het luchtvaartuig die de gebruiker als gevolg van de opschorting aan de betrokken luchthavenexploitant verschuldigd wordt,
- b. kosten van verleende grondafhandelingsdiensten die de gebruiker als gevolg van de opschorting aan verleners van die diensten verschuldigd wordt.
De dienstverlening blijft opgeschort zolang de achterstallige schuld vermeerderd met de in het derde lid bedoelde kosten niet is voldaan.
De desbetreffende verlener van luchtvaartnavigatiediensten stelt de volgende instanties onverwijld op de hoogte van het besluit tot opschorting van de dienstverlening:
- a. overige verleners van luchtvaartnavigatiediensten in de gebieden in en grenzend aan het vluchtinformatiegebied Amsterdam,
- b. de betrokken luchthavenexploitant,
- c. de Eurocontrol-organisatie,
- d. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan nadere regels stellen voor het opschorten van de verlening van luchtvaartnavigatiediensten.
Artikel 5.20, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de inning van vergoedingen als bedoeld in het derde lid, met dien verstande dat in onderlinge samenwerking voorzieningen worden getroffen door verleners van luchtvaartnavigatiediensten, exploitanten van luchthavens en verleners van grondafhandelingsdiensten.
De LVNL kan op verzoek van de Eurocontrol-organisatie, ook de dienstverlening opschorten voor vluchten van gebruikers die een achterstand hebben in de betaling van aan de Eurocontrol-organisatie verschuldigde vergoedingen van kosten als bedoeld in artikel 5.20, eerste lid, onderdeel a. Het tweede tot en met het zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de achterstallige schuld minimaal 50.000 euro bedraagt.
§ 10.3.2.6. Commissie van overleg en voorlichting milieu
§ 10.3.3.2. De vergunning voor burgermedegebruik
Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 7.5
Het is een vliegtuigexploitant als bedoeld in artikel 3, onder o, van richtlijn nr. 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad (PbEU L 275), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn nr. 2008/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 (PbEU 2009, L 8), verboden een vlucht uit te voeren met een luchtvaartuig zolang en voor zover de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 16, tiende lid, van eerstgenoemde richtlijn aan de betrokken vliegtuigexploitant een exploitatieverbod heeft opgelegd.
Hoofdstuk 8. Luchthavens
Titel 7.2. Slotallocatie
Afdeling 8.2.1. Algemeen
Afdeling 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven
§ 8.2.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
Afdeling 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven
Afdeling 8.3. Het luchthavenluchtverkeer
Afdeling 8.4. De exploitatie van de luchthaven
§ 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting
§ 8.5.1. Algemeen
Afdeling 8.6. Financiële aspecten
Afdeling 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol
Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis
Afdeling 8.3.1. Algemeen
§ 8.5.3. Gegevensverstrekking, verslaglegging en openbaarmaking
§ 8.3.2.2. Het luchthavenbesluit
§ 8.3.2.5. Informatievoorziening en gegevensverstrekking
§ 8.3.2.3. Vaststellen routes in de nabijheid van de luchthaven
§ 8.3.2.1. Algemeen
§ 8.3.2.5. Informatievoorziening en gegevensverstrekking
§ 8.3.2.5. Informatievoorziening en gegevensverstrekking
Afdeling 8.3.1. Algemeen
§ 8.3.2.2. Het luchthavenbesluit
Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis
Afdeling 8.4.1. Algemeen
§ 8.3.2.3. Vaststellen routes in de nabijheid van de luchthaven
§ 8.3.2.4. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven
§ 8.3.2.5. Informatievoorziening en gegevensverstrekking
Afdeling 8.4.2. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenbesluit
§ 8.3.2.8. Aanwijzingen
Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis
§ 8.3.3.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
§ 8.4.2.1. Algemeen
Titel 8A.3. Heffingen
Titel 8A.5. Overige bepalingen
Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
Titel 8A.2. (Gereserveerd)
Titel 8A.2. (Gereserveerd)
Titel 8A.4. Geluidbelastingkaarten en actieplannen in verband met EU richtlijn omgevingslawaai
Afdeling 10.3.1. Algemeen
Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
§ 10.3.2.2. Het luchthavenbesluit
§ 8a.6.2. Financiële aspecten
§ 8a.6.1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven
Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
§ 8a.6.3. Commissie regionaal overleg luchthaven
§ 10.3.2.1. Algemeen
§ 10.3.2.4. Informatievoorziening
§ 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
§ 10.3.2.2. Het luchthavenbesluit
§ 10.3.3.2. De vergunning voor burgermedegebruik
Titel 10.2. Vluchtuitvoering en vervoer
Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
Titel 10.2. Vluchtuitvoering en vervoer
Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
§ 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
§ 10.3.3.1. Algemeen
§ 10.3.3.2. De vergunning voor burgermedegebruik
Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 8a.50a
Indien ten aanzien van de burgerluchthaven Twente een vrijstelling, als bedoeld in artikel 8a.50, tweede lid, van het verbod in artikel 8.1a, derde lid, wordt verleend, is op de voorbereiding van die vrijstelling afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
Titel 8A.3. Heffingen
Titel 8A.2. (Gereserveerd)
Titel 10.3. Luchthavens
Afdeling 10.3.1. Algemeen
Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
§ 10.3.2.1. Algemeen
§ 8a.6.1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven
Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
§ 10.3.2.6. Commissie van overleg en voorlichting milieu
Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
§ 10.3.2.2. Het luchthavenbesluit
§ 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
Titel 10.2. Vluchtuitvoering en vervoer
Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
§ 10.3.2.5. Financiële aspecten
§ 10.3.3.1. Algemeen
§ 10.3.3.3. Het luchthavenbesluit in geval van een vergunning voor burgermedegebruik
Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 11.10a
Voor een overtreding of misdrijf waarop in de artikelen 11.9 en 11.10 een geldboete van de derde of vierde categorie is gesteld, kan de rechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba telkens een geldboete van ten hoogste de derde categorie, onderscheidenlijk de vierde categorie opleggen.
Handelen in strijd met de artikelen 4.1, eerste en derde lid, alsmede als strafbare feiten aangeduide overtredingen van voorschriften krachtens hoofdstuk 4 wordt in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba aangemerkt als een overtreding en wordt door de rechter gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden, een taakstraf of een geldboete van de vierde categorie.
Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
§ 10.3.2.4. Informatievoorziening
§ 10.3.3.3. Het luchthavenbesluit in geval van een vergunning voor burgermedegebruik
Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 8.25da
De exploitant van de luchthaven doet voorafgaande aan de periode waarop de in artikel 8.25d, eerste lid, bedoelde tarieven en voorwaarden betrekking hebben, mededeling ter zake van de vaststelling van de tarieven en voorwaarden aan gebruikers en representatieve organisaties.
De exploitant van de luchthaven betrekt bij de vaststelling van de in artikel 8.25d, eerste lid, bedoelde tarieven en voorwaarden, de zienswijzen van gebruikers en representatieve organisaties en geeft in de mededeling ter zake van de vaststelling van de tarieven en voorwaarden gemotiveerd aan:
- a. of, in hoeverre en op welke wijze deze zienswijzen hebben geleid tot eventuele aanpassing van de voorgestelde tarieven en voorwaarden;
- b. welke mogelijke effecten de tarieven en voorwaarden hebben op de netwerkkwaliteit.
De exploitant van de luchthaven draagt er op verzoek van een gebruiker of representatieve organisatie zorg voor dat de mededeling van de vaststelling van de tarieven geen tot die gebruiker of representatieve organisatie herleidbare informatie bevat, indien de informatie in de zienswijze door een gebruiker of representatieve organisatie als bedrijfsvertrouwelijk wordt gekwalificeerd.
De exploitant van de luchthaven doet voorafgaande aan de periode waarop de in artikel 8.25d, vierde en vijfde lid, bedoelde aangepaste tarieven betrekking hebben, mededeling van de vaststelling van de in artikel 8.25dg, bedoelde afzonderlijke verrekeningen, het saldo van de afzonderlijke verrekeningen en de daaruit volgende aangepaste tarieven aan gebruikers en representatieve organisaties. Het tweede lid, onderdeel a, en het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
De exploitant van de luchthaven doet voorafgaande aan de periode waarop de in artikel 8.25d, zesde lid, bedoelde aangepaste voorwaarden betrekking hebben, mededeling van de vaststelling aan gebruikers en representatieve organisaties. Het tweede lid, onderdeel a, en het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8.25ea
Gebruikers van de luchthaven die gebruik wensen te maken van diensten op maat of specifiek voor hen gereserveerde terminals of delen van terminals, kunnen een verzoek daartoe richten aan de exploitant.
De exploitant van de luchthaven stelt relevante, objectieve, transparante en non-discriminatoire criteria vast, op basis waarvan een verzoek van gebruikers van de luchthaven wordt beoordeeld.
Naast de criteria, bedoeld in het tweede lid, kan de exploitant van de luchthaven aanvullende criteria hanteren indien de inhoud van het verzoek daartoe noodzaakt. De aanvullende criteria voldoen aan dezelfde eisen als de criteria bedoeld in het tweede lid.
Indien binnen vier weken nadat de exploitant van de luchthaven heeft beslist op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, daartoe een aanvraag van een gebruiker is ingediend, stelt de Autoriteit Consument en Markt vast of de beslissing van de exploitant in strijd is met bij of krachtens deze wet gestelde regels. De Autoriteit Consument en Markt geeft haar oordeel binnen drie maanden. Indien de Autoriteit Consument en Markt vaststelt dat de beslissing in strijd is met bij of krachtens deze wet gestelde regels, deelt zij dit terstond mede aan de exploitant van de luchthaven. De exploitant van de luchthaven neemt binnen vier weken een nieuwe beslissing op het verzoek met inachtneming van de overwegingen van de Autoriteit Consument en Markt.
Afdeling 8.4. De exploitatie van de luchthaven
§ 8.5.3. Gegevensverstrekking, verslaglegging en openbaarmaking
§ 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting
Afdeling 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol
Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis
Afdeling 8.3.2. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenbesluit
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)