Wet van 18 juni 1992, houdende algemene regeling met betrekking tot het luchtverkeer

Type Wet
Publication 2025-12-31
State In force
Source BWB
artikelen 853
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan worden bepaald dat bij wijze van experiment wordt afgeweken van krachtens artikel 8.15 gestelde voorschriften, mits de commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in artikel 8.34 of een ander bij ministeriële regeling aan te wijzen regionaal orgaan, bij advies heeft aangegeven dat het experiment een gunstig effect kan hebben op de hinderbeleving. De afwijking kan bestaan uit:

2.

In de ministeriële regeling wordt het doel van het experiment vastgesteld, alsmede op welke wijze van welke voorschriften wordt afgeweken en op welke wijze eventuele nadelige gevolgen zo veel mogelijk worden beperkt.

3.

In de ministeriële regeling kan worden bepaald in hoeverre, op welke wijze en door wie eventuele nadelige gevolgen worden gecompenseerd. In dat geval is artikel 8.31 niet van toepassing.

4.

Tevens worden in de ministeriële regeling regels gesteld over de uitvoering en de gevolgen van het experiment, over criteria aan de hand waarvan kan worden bepaald of het experiment wordt omgezet in een structurele wettelijke regeling, en worden voorzieningen getroffen voor onvoorziene gevallen die zich gedurende het experiment kunnen voordoen.

5.

Een experiment kan slechts worden toegestaan voor een bepaalde in de ministeriële regeling vast te stellen termijn van ten hoogste een jaar. Deze termijn kan eenmaal met maximaal een jaar worden verlengd. De looptijd van een experiment sluit zoveel mogelijk aan bij een gebruiksjaar. Bij voortijdige beëindiging van het experiment stelt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu een overgangsregeling vast.

6.

Indien voor afloop van een experiment en in overeenstemming met de artikelen 8.13, 8.14 of 8.24 een ontwerp is bekendgemaakt om het experiment om te zetten in een structurele wettelijke regeling, kan bij ministeriële regeling de termijn van het experiment worden verlengd tot het tijdstip waarop het ontwerp is vastgesteld en in werking treedt.

7.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu zendt voldoende tijdig voor het einde van de werkingsduur van een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk, alsmede een standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als experiment. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu bericht de beide kamers der Staten-Generaal bij vaststelling van deze ministeriële regeling wanneer en over de wijze waarop hij verslag zal doen.

8.

Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid wordt niet eerder vastgesteld dan nadat het voorstel voor advies is voorgelegd aan de commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in artikel 8.34, in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu te brengen.

9.

De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in artikel 8.34, danwel een ander per ministeriële regeling aan te wijzen orgaan, kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verzoeken om een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid vast te stellen. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu overweegt het verzoek en deelt uiterlijk zes weken na ontvangst van het verzoek zijn overwegingen, met redenen omkleed, aan de commissie en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal mee.

§ 8.2.1. Het luchthavenindelingbesluit

Titel 8.4. De exploitatie van de luchthaven

Titel 8.5. Informatievoorziening

§ 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit

§ 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting

§ 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit

Titel 8.6. Financiële aspecten

Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden

Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden

Artikel 10.10

Artikel 7.1, eerste lid, is niet van toepassing op voorvallen die uitsluitend de militaire luchtvaart betreffen.

Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving

Titel 8.2a. Tarieven en voorwaarden voor overige luchthavens en militaire luchthavens met burgermedegebruik

Titel 11.3. Uitzonderingen

Artikel 11.25

Naar aanleiding van een onopzettelijke of uit onachtzaamheid begane overtreding van een wettelijk voorschrift stelt de Staat geen rechtsvordering in, indien van deze overtreding uitsluitend kennis is verkregen door een melding als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de verordening voorvallen, tenzij sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 16, tiende lid, van de verordening voorvallen.

Artikel 11.26

Gegevens die bij een intern bedrijfsveiligheidsonderzoek in het kader van een bij of krachtens de Wet Luchtvaart of de Luchtvaartwet gecertificeerd veiligheidsmanagementssysteem zijn verkregen, kunnen niet ten behoeve van strafrechtelijk onderzoek naar aanleiding van een melding als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de verordening voorvallen worden gevorderd dan na machtiging van de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie.

Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12.1

Vervallen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2.1a

Onverminderd de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties is hoofdstuk 2 van overeenkomstige toepassing op de erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in die wet.

TITEL 2.2. ALGEMENE GEZONDHEIDSTOESTAND; VERBOD GEBRUIK ALCOHOL, DRUGS EN PSYCHOTROPE GENEESMIDDELEN

TITEL 2.3. ADVIESCOMMISSIE ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN

Hoofdstuk 3. Luchtvaartuigen

Titel 3.1. Nationaliteitskenmerken en registratie van luchtvaartuigen

Titel 3.2. Luchtwaardigheids- en geluidseisen

§ 3.2.1. Type-certificaat, bewijs van luchtwaardigheid, geluidscertificaat, geluidsverklaring

§ 3.2.2. Erkenningen

§ 3.2.2. Erkenningen

Hoofdstuk 4. Vluchtuitvoering

Hoofdstuk 5. Luchtverkeer, luchtverkeersbeveiliging en luchtverkeersbeveiligingsorganisatie

Titel 5.1. Luchtverkeer

Titel 5.2. Bepalingen met betrekking tot de luchtverkeersdienstverlening

§ 5.2.2. Vergoedingen

Titel 5.3. De luchtverkeersbeveiligings-organisatie

§ 5.3.1. De LVNL

§ 5.2.2. Vergoedingen

§ 5.3.3. Organen, inrichting en beheer van de organisatie

§ 5.3.2. Taken van de LVNL

§ 5.3.5. Geïnstitutionaliseerd overleg met gebruikers

§ 5.3.4. Inrichting en bedrijfsvoering

§ 5.3.7. Geldmiddelen en financieel beheer

§ 5.3.4. Inrichting en bedrijfsvoering

Hoofdstuk 6. Luchtvervoer

Titel 6.5. Vervoer van gevaarlijke stoffen

Titel 6.6. Vervoer van dieren

Hoofdstuk 7. Diverse bepalingen inzake luchtvaart

Titel 7.3. Verzekering

Hoofdstuk 8. De luchthaven Schiphol

Titel 6.6. Vervoer van dieren

§ 8.2.1. Het luchthavenindelingbesluit

§ 8.2.1. Het luchthavenindelingbesluit

Titel 8.4. De exploitatie van de luchthaven

§ 8.5.1. Algemeen

§ 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit

§ 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit

§ 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit

Titel 8.6. Financiële aspecten

Titel 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven schiphol

Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden

Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving

Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving

Titel 8.2a. Tarieven en voorwaarden voor overige luchthavens en militaire luchthavens met burgermedegebruik

Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis

Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12.1

Vervallen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2.8a

Vervallen

TITEL 2.2. ALGEMENE GEZONDHEIDSTOESTAND; VERBOD GEBRUIK ALCOHOL, DRUGS EN PSYCHOTROPE GENEESMIDDELEN

TITEL 2.3. ADVIESCOMMISSIE ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN

Hoofdstuk 3. Luchtvaartuigen

Titel 3.1. Nationaliteitskenmerken en registratie van luchtvaartuigen

Titel 3.2. Luchtwaardigheids- en geluidseisen

§ 3.2.1. Type-certificaat, bewijs van luchtwaardigheid, geluidscertificaat, geluidsverklaring

§ 3.2.2. Erkenningen

§ 3.2.3. Diverse bepalingen

Hoofdstuk 4. Vluchtuitvoering

Hoofdstuk 5. Luchtverkeer, luchtverkeersbeveiliging en luchtverkeersbeveiligingsorganisatie

Titel 5.1. Luchtverkeer

Titel 5.2. Bepalingen met betrekking tot het verlenen van luchtverkeersdiensten

§ 5.2.1. Het verlenen van luchtverkeersdiensten

§ 5.2.2. Vergoedingen

Titel 5.3. De luchtverkeersbeveiligings-organisatie

§ 5.3.3. Organen, inrichting en beheer van de organisatie

§ 5.3.4. Inrichting en bedrijfsvoering

Hoofdstuk 7. Diverse bepalingen inzake luchtvaart

Titel 7.1. Melding van voorvallen

Titel 7.1. Melding van voorvallen

Hoofdstuk 8. De luchthaven Schiphol

Titel 7.1. Melding van voorvallen

§ 8.2.1. Het luchthavenindelingbesluit

Titel 8.1. Algemeen

§ 8.2.1. Het luchthavenindelingbesluit

Titel 8.4. De exploitatie van de luchthaven

§ 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit

§ 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit

Titel 8.6. Financiële aspecten

Titel 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven schiphol

Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden

Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart

Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving

Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis

Titel 8.2a. Tarieven en voorwaarden voor overige luchthavens en militaire luchthavens met burgermedegebruik

Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis

Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12.1

Vervallen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 5.14a

Indien op basis van artikel 9 bis van de luchtvaartnavigatiedienstenverordening een functioneel luchtruimblok is ingesteld, waarvan een gedeelte van of het gehele vluchtinformatiegebied Amsterdam deel uitmaakt, wijzen, in afwijking van de artikelen 5.13, 5.13a en 5.14, Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en Onze Minister van Defensie in overeenstemming met het bevoegde gezag van de betrokken staat of staten voor dat bepaalde gebied een of meer verleners van luchtverkeersdiensten en verleners van meteorologische diensten voor de luchtvaartnavigatie aan, alsmede het luchtverkeer waaraan de bedoelde instanties luchtverkeersdiensten verlenen.

Artikel 5.14b
1.

Een bij of krachtens artikel 5.13, 5.13a, 5.14 of 5.14a aangewezen instantie kan, onverminderd haar verantwoordelijkheid voor het verlenen van de diensten waartoe deze instantie is aangewezen, na schriftelijke instemming door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu luchtverkeersdiensten of meteorologische diensten voor de luchtvaartnavigatie laten verrichten door een andere verlener van luchtverkeersdiensten of meteorologische diensten voor de luchtvaartnavigatie.

2.

Ter verkrijging van de in het eerste lid bedoelde instemming dient de bij of krachtens artikel 5.13, 5.13a, 5.14 of 5.14a aangewezen instantie hiertoe een verzoek in bij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

3.

De bij of krachtens artikel 5.13, 5.14 of 5.14a aangewezen instantie verstrekt alle informatie die benodigd is voor de beoordeling van een verzoek als bedoeld in het tweede lid.

4.

Gronden waarop instemming als bedoeld in het eerste lid kan worden onthouden zijn:

Artikel 5.14c
1.

Het is verboden luchtverkeersdiensten te verlenen zonder hiertoe te zijn aangewezen bij of krachtens deze wet, dan wel zonder de hiertoe vereiste instemming, bedoeld in artikel 5.14b.

2.

Het is verboden luchtverkeersdiensten te doen verlenen zonder de hiertoe vereiste instemming, bedoeld in artikel 5.14b.

Artikel 5.14d
1.

Het is verboden luchtvaartnavigatiediensten te verlenen zonder te beschikken over een daartoe bestemd certificaat als bedoeld in artikel 7 van de luchtvaartnavigatiedienstenverordening en artikel 41 van de basisverordening.

2.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verstrekt een certificaat als bedoeld in het eerste lid, indien de aanvrager voldoet aan de in artikel 6 van de luchtvaartnavigatiedienstenverordening en artikel 40 van de basisverordening bedoelde eisen.

3.

Aan een certificaat kunnen de voorschriften en beperkingen, zoals bedoeld in Bijlage II van de luchtvaartnavigatiedienstenverordening, worden verbonden.

4.

De in het derde lid bedoelde voorschriften en beperkingen kunnen na het verstrekken van het certificaat ambtshalve worden gewijzigd of aangevuld wegens:

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de aanvraag en verlening van een certificaat.

6.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu neemt binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag voor het verlenen van een certificaat een besluit omtrent de afgifte daarvan.

7.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een certificaat geheel of gedeeltelijk opschorten of intrekken overeenkomstig hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald.

8.

Dit artikel is niet van toepassing op verleners van luchtvaartnavigatiediensten die deze diensten hoofdzakelijk aanbieden aan andere bewegingen van luchtvaartuigen dan aan het algemeen luchtverkeer als bedoeld in artikel 2.2, achtste lid.

Artikel 5.14e

Vervallen

Titel 5.3. De luchtverkeersbeveiligings-organisatie

§ 5.3.1. De LVNL

§ 5.2.2. Prestatie- en heffingsregeling

§ 5.3.3. Organen, inrichting en beheer van de organisatie

§ 5.3.5. Geïnstitutionaliseerd overleg met gebruikers

§ 5.3.7. Geldmiddelen en financieel beheer

§ 5.3.6. Personeel van de organisatie

Hoofdstuk 6. Luchtvervoer

Titel 6.5. Vervoer van gevaarlijke stoffen

Hoofdstuk 7. Diverse bepalingen inzake luchtvaart

Titel 6.6. Vervoer van dieren

Hoofdstuk 7. Diverse bepalingen inzake luchtvaart

Titel 7.3. Verzekering

§ 8.2.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit

Titel 8.2. De luchthaven Schiphol

§ 8.2.1. Het luchthavenindelingbesluit

§ 8.2.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit

Titel 8.4. De exploitatie van de luchthaven

§ 8.5.1. Algemeen

§ 8.5.1. Algemeen

Titel 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven schiphol

Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens

Artikel 9.8

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan in omstandigheden waarin maatregelen worden genomen als bedoeld in artikel 13 van de kaderverordening een of meer luchtverkeerdienstverleners ontheffing verlenen van het in artikel 5.14d bedoelde verbod, indien deze omstandigheden hiertoe noodzaken.

Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart

Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving

Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving

Artikel 11.1a
1.

Indien een natuurlijke of rechtspersoon voldoet aan de in Bijlage I van de luchtvaartnavigatiedienstenverordening genoemde eisen, verleent Onze Minister van Infrastructuur en Milieu op aanvraag een erkenning om de in artikel 2, tweede lid, van die verordening bedoelde inspecties en onderzoeken uit te voeren.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent:

3.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een erkenning geheel of gedeeltelijk schorsen, indien een ernstig vermoeden rijst dat de houder van de erkenning:

4.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een erkenning intrekken wegens de in het derde lid genoemde redenen of indien de erkenning gedurende tenminste drie maanden is geschorst.

Artikel 11.1b

Vervallen

Titel 11.3. Uitzonderingen

Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12.1

Vervallen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart

Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving

Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis

Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis

Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12.1

Vervallen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 8.1a
1.

Het is verboden met een luchtvaartuig op te stijgen of te landen, anders dan van of op een luchthaven.

2.

Het is verboden de luchthaven Schiphol in bedrijf te hebben indien voor deze luchthaven geen luchthavenindelingbesluit en luchthavenverkeerbesluit gelden en indien de exploitant van deze luchthaven niet beschikt over een geldig veiligheidscertificaat.

3.

Het is verboden een overige burgerluchthaven in bedrijf te hebben indien voor deze luchthaven geen luchthavenbesluit of luchthavenregeling geldt. Vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist indien buiten het luchthavengebied het externe-veiligheidsrisico of de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer zodanig is dat dit gevolgen heeft voor de ruimtelijke indeling van het gebied rond de luchthaven. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt de mate van externe-veiligheidsrisico of geluidbelasting buiten het luchthavengebied bepaald die vaststelling van gevolgen voor de ruimtelijke indeling van het gebied rond de luchthaven noodzakelijk maakt. Daarbij kan worden bepaald dat voor daarbij te omschrijven luchthavens in elk geval kan worden volstaan met de vaststelling van een luchthavenregeling. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

4.

Het is de exploitant van een overige burgerluchthaven waarvoor vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist, verboden die luchthaven in bedrijf te hebben indien hij niet beschikt over een geldig veiligheidscertificaat. Bij algemene maatregel van bestuur kan dit verbod van toepassing worden verklaard op burgerluchthavens waarvoor vaststelling van een luchthavenregeling mogelijk is.

5.

Voor een militaire luchthaven is een luchthavenbesluit of een luchthavenregeling van kracht.

6.

Dit lid is nog niet in werking getreden.

Afdeling 8.2.1. Algemeen

Artikel 8.1b
1.

In deze titel wordt verstaan onder:

2.

In deze titel wordt onder omgevingsplan mede verstaan een projectbesluit als bedoeld in de Omgevingswet.

Afdeling 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven

Afdeling 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven

Afdeling 8.3. Het luchthavenluchtverkeer

Afdeling 8.4. De exploitatie van de luchthaven

§ 8.5.1. Algemeen

§ 8.5.1. Algemeen

§ 8.5.3. Gegevensverstrekking, verslaglegging en openbaarmaking

Afdeling 8.6. Financiële aspecten

Afdeling 8.6. Financiële aspecten

Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis

Afdeling 8.5. Informatievoorziening

Artikel 8.41
1.

Deze titel is van toepassing op luchthavens van regionale betekenis.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, indien bovenprovinciale belangen dit vorderen, regels worden gesteld ten aanzien van de vorm van luchtvaart die in ieder geval toegang heeft tot een luchthaven van regionale betekenis. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan tevens worden bepaald welke grenswaarden voor de geluidbelasting voor dit luchthavenluchtverkeer ter beschikking moeten worden gesteld.

3.

De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Afdeling 8.5. Informatievoorziening

§ 8.5.1. Algemeen

Artikel 8.42

Deze afdeling is van toepassing op luchthavens van regionale betekenis waarvoor op grond van artikel 8.1a, derde lid, vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist.

§ 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting

Artikel 8.43
1.

Provinciale staten stellen bij verordening voor de luchthaven een luchthavenbesluit vast. Provinciale staten kunnen de bevoegdheid tot het vaststellen van deze verordening niet overdragen als bedoeld in artikel 152 van de Provinciewet.

2.

Een luchthavenbesluit bevat bepalingen omtrent:

3.

Artikel 107 van de Provinciewet is niet van toepassing.

Artikel 8.44
1.

Het luchthavenbesluit bevat ten aanzien van het luchthavenluchtverkeer:

2.

Binnen de in het eerste lid, onder a, bedoelde grenswaarden kan in ieder geval een grenswaarde exclusief worden toegewezen voor vluchten ten behoeve van:

3.

Een luchthavenbesluit kan tevens regels of grenswaarden bevatten die noodzakelijk zijn met het oog op het externe-veiligheidsrisico of de lokale luchtverontreiniging.

4.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de in luchthavenbesluiten op te nemen grenswaarden en regels. Deze maatregel stelt in ieder geval regels omtrent het opnemen van grenswaarden voor de geluidbelasting. Bij deze maatregel kan een onderscheid worden gemaakt tussen categorieën luchthavens en tussen vormen van luchtvaart die gebruik maken van luchthavens.

5.

De artikelen 8.19 tot en met 8.21 zijn van overeenkomstige toepassing.

6.

De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

7.

Bij de vaststelling van het luchthavenbesluit kan in ieder geval gebruik worden gemaakt van gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar.

Artikel 8.45
1.

Zodra gedeputeerde staten constateren dat een in het luchthavenbesluit opgenomen grenswaarde is overschreden, schrijven zij maatregelen voor die naar hun oordeel bijdragen aan het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden.

2.

Artikel 8.22, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat gedeputeerde staten in de plaats treden van de inspecteur-generaal. Artikel 8.44, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorgeschreven maatregel.

3.

Gedeputeerde staten schrijven geen maatregelen als bedoeld in het eerste lid voor met betrekking tot de overschrijding van de grenswaarde die is veroorzaakt door vluchten als bedoeld in artikel 8.44, tweede lid, indien deze overschrijding het gevolg is van uitzonderlijke omstandigheden.

Artikel 8.46
1.

Gedeputeerde staten kunnen indien ten gevolge van groot onderhoud van een baan of door een bijzonder voorval het normale gebruik van de luchthaven naar hun oordeel ernstig wordt belemmerd:

2.

Aan een vrijstelling of vervanging kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden met het oog op de geluidbelasting, het externe-veiligheidsrisico, de vliegveiligheid of de lokale luchtverontreiniging.

3.

Artikel 8.23, tweede lid, is van toepassing. Artikel 8.44, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beperkingen en voorschriften.

Artikel 8.47
1.

In het luchthavenbesluit worden ten behoeve van de ruimtelijke indeling van het gebied van en rond de luchthaven, het luchthavengebied en het beperkingengebied vastgesteld.

2.

De artikelen 8.5, derde tot en met vijfde lid, 8.6, 8.7, eerste en derde lid, en 8.8 tot en met 8.11 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de verklaring van geen bezwaar, bedoeld in artikel 8.9, tweede lid, wordt verleend door gedeputeerde staten en in het geval, bedoeld in artikel 8.8, tweede lid, toepassing kan worden gegeven aan de artikelen 2.22 en 4.16, eerste lid, van de Omgevingswet.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de in luchthavenbesluiten op te nemen regels omtrent de vaststelling van het luchthavengebied en het beperkingengebied. Deze maatregel stelt ten aanzien van het beperkingengebied in ieder geval regels ten aanzien van:

4.

De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Artikel 8.47a

Provinciale staten nemen bij de vaststelling van het luchthavenbesluit het beleid in acht dat door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu over luchthavens is vastgelegd.

Artikel 8.48

Op de voorbereiding van een luchthavenbesluit of op de voorbereiding van een wijziging van een luchthavenbesluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.

Artikel 8.49
1.

Een luchthavenbesluit of een wijziging van dit besluit treedt niet in werking dan nadat Onze Minister van Infrastructuur en Milieu heeft verklaard dat het veilig gebruik van het luchtruim door het luchthavenluchtverkeer is gewaarborgd. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu beslist binnen negen weken na indiening van de aanvraag voor deze verklaring veilig gebruik.

2.

De afgifte van de verklaring van geen bezwaar op grond van artikel 8.9, tweede lid, geschiedt niet dan nadat Onze Minister van Infrastructuur en Milieu heeft verklaard dat het veilig gebruik van het luchtruim door deze verklaring of ontheffing is gewaarborgd. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu beslist binnen vier weken na indiening van de aanvraag voor deze verklaring veilig gebruik. Hij kan die beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen.

3.

De verklaring veilig gebruik, bedoeld in het tweede lid, is van rechtswege verleend indien Onze Minister:

4.

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden voorschriften gegeven omtrent de gegevens die bij een aanvraag voor een verklaring van veilig gebruik moeten worden meegezonden.

Artikel 8.49a

Vervallen

§ 8.3.2.1. Algemeen

Artikel 8.50

Indien voor een luchthaven op grond van artikel 5.11, eerste lid, onderdeel b, luchtverkeersroutes en -procedures worden vastgesteld, geschiedt vaststelling van het deel van de luchtverkeersroutes die zijn gelegen in het plaatselijk luchtverkeersleidinggebied, en vaststelling van de luchtverkeersprocedures, in overeenstemming met gedeputeerde staten. Bij de vaststelling van deze routes en procedures wordt het advies van gedeputeerde staten gevolgd, tenzij dit niet mogelijk is met het oog op de vliegveiligheid, de indeling van het luchtruim of de capaciteit van het luchtruim.

§ 8.3.2.1. Algemeen

Artikel 8.51

Artikel 8.24a is van toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van het derde lid gedeputeerde staten in de plaats treden van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

Artikel 8.52
1.

De exploitant van een luchthaven is gerechtigd luchthavenluchtverkeer ten behoeve van burgerluchtvaart op de luchthaven afhankelijk te stellen van toestemming. De toestemming wordt alleen geweigerd om te voorkomen dat de in het luchthavenbesluit opgenomen grenswaarden worden overschreden.

2.

Indien op de luchthaven luchtverkeersdienstverlening wordt gegeven vindt afstemming plaats met de verlening van luchtverkeersdienstverlening.

3.

Indien de exploitant gebruik maakt van het recht, bedoeld in het eerste lid, kan hij bij de vaststelling van tarieven voor de luchthaven een opslagtarief vaststellen voor het geval een luchtvaartuig zonder voorafgaande toestemming start of landt.

Artikel 8.53

Indien de exploitant van een luchthaven tarieven en voorwaarden vaststelt voor het gebruik van de luchthaven zijn deze non-discriminatoir.

§ 8.3.2.4. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven

Artikel 8.54
1.

De exploitant van de luchthaven draagt zorg voor het registreren van de milieubelasting en indien van toepassing het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer. Hij verricht de berekeningen die voor die registratie noodzakelijk zijn. Het registreren wordt zodanig uitgevoerd dat een vergelijking mogelijk is met de in het luchthavenbesluit opgenomen grenswaarden.

2.

Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen omtrent de registratie en omtrent de berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de registratie van de milieubelasting en indien van toepassing het externe-veiligheidsrisico voor zover op grond van artikel 8.44, vierde lid, nadere regels zijn voorgeschreven. Hierbij worden tevens regels voorgeschreven omtrent de berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn. De voordracht voor een krachtens de eerste volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

4.

De exploitant van de luchthaven verstrekt aan gedeputeerde staten:

Artikel 8.55
1.

Gedeputeerde staten brengen ieder jaar aan provinciale staten verslag uit over de milieuaspecten en indien van toepassing de externe-veiligheidsaspecten vanwege het luchthavenluchtverkeer.

2.

De artikelen 8.29, tweede lid, en 8.30 zijn van overeenkomstige toepassing.

§ 8.3.2.6. Financiële aspecten

Artikel 8.56

De artikelen 8.31 en 8.32 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat bij de toepassing van artikel 8.31, zesde lid, gedeputeerde staten in de plaats treden van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 8.57

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen regels worden gesteld ten aanzien van het verstrekken van geldelijke steun uit de provinciale kas aan gemeenten ter bestrijding van de kosten ten gevolge van uitvoering van in overeenstemming met het luchthavenbesluit gebrachte omgevingsplannen.

§ 8.3.2.3. Vaststellen routes in de nabijheid van de luchthaven

Artikel 8.58
1.

Provinciale staten kunnen voor een luchthaven een commissie regionaal overleg luchthaven instellen.

2.

Indien provinciale staten voor een luchthaven een commissie instellen, bestaat de commissie uit een onafhankelijke voorzitter en in ieder geval uit vertegenwoordigers van:

3.

Onverminderd het tweede lid kan de commissie ook bestaan uit vertegenwoordigers van rechtspersoonlijkheidbezittende gebruikersorganisaties of milieuorganisaties.

Artikel 8.59
1.

De commissie heeft tot taak om door overleg tussen de in artikel 8.58, tweede en derde lid, bedoelde betrokkenen een gebruik van de luchthaven te bevorderen dat zoveel mogelijk recht doet aan de belangen van die betrokkenen.

2.

Provinciale staten stellen nadere regels vast omtrent de taak, de samenstelling en de werkwijze van de commissie. Daarbij wordt in ieder geval bepaald welke in artikel 8.58, tweede lid, onderdeel a, bedoelde gemeenten in de commissie vertegenwoordigd zijn.

3.

De voorzitter van de commissie wordt door provinciale staten benoemd, geschorst en ontslagen.

4.

Elk ander lid wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de voorzitter op voordracht van het orgaan of de organisatie die het lid vertegenwoordigt.

§ 8.3.2.2. Het luchthavenbesluit

Artikel 8.60

Vervallen

Artikel 8.61

Vervallen

§ 8.3.2.5. Informatievoorziening en gegevensverstrekking

Artikel 8.62

Indien een beperkingengebied als bedoeld in artikel 8.47, gedeeltelijk valt binnen de grenzen van een andere provincie dan de provincie waarin een luchthaven is gelegen, wordt het luchthavenbesluit vastgesteld in overeenstemming met provinciale staten van de andere provincie.

Afdeling 8.3.1. Algemeen

§ 8.3.2.6. Financiële aspecten

Artikel 8.63

Deze afdeling is van toepassing op luchthavens van regionale betekenis waarvoor op grond van artikel 8.1a, derde lid, vaststelling van een luchthavenbesluit niet is vereist.

§ 8.3.2.1. Algemeen

Artikel 8.64
1.

Gedeputeerde staten stellen bij besluit een luchthavenregeling vast voor een luchthaven.

2.

Een luchthavenregeling bevat regels omtrent het luchthavenluchtverkeer voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer. Een luchthavenregeling kan tevens bevatten:

3.

De in de luchthavenregeling opgenomen regels of grenswaarden bevorderen in ieder geval dat niet wordt voldaan aan het criterium op grond waarvan volgens artikel 8.1a, derde lid, vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist.

4.

In een luchthavenregeling wordt het luchthavengebied vastgesteld. Het luchthavengebied wordt vastgesteld met behulp van een kaart waarop de ligging van dit gebied is aangegeven. Deze kaart wordt vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op 10 000.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de in luchthavenregelingen op te nemen regels en grenswaarden.

6.

De artikelen 8.19, 8.45, 8.46, 8.47a tot en met 8.49 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 8.47a voor «provinciale staten» wordt gelezen «gedeputeerde staten».

§ 8.3.2.1. Algemeen

Artikel 8.65

De artikelen 8.54 en 8.55 zijn van toepassing.

§ 8.3.2.1. Algemeen

Artikel 8.66

Indien provinciale staten voor een luchthaven een commissie regionaal overleg luchthaven instellen, zijn de artikelen 8.58, tweede en derde lid, en 8.59 van toepassing.

§ 8.3.2.1. Algemeen

Artikel 8.67

Vervallen

Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling

Artikel 8.68

Deze titel is van toepassing op luchthavens die op grond van artikel 8.1, tweede lid, van nationale betekenis zijn.

Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling

§ 8.3.2.3. Vaststellen routes in de nabijheid van de luchthaven

Artikel 8.69

Deze afdeling is van toepassing op luchthavens van nationale betekenis waarvoor op grond van artikel 8.1a, derde lid, vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist.

§ 8.3.2.3. Vaststellen routes in de nabijheid van de luchthaven

Artikel 8.70
1.

Voor een luchthaven waarvan op grond van artikel 8.1, tweede lid, is bepaald dat deze van nationale betekenis is, wordt het luchthavenbesluit bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld.

2.

De artikelen 8.43, tweede lid, 8.44, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 8.45, 8.46 en 8.47, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van de artikelen 8.45, eerste en derde lid, en 8.46, eerste lid, Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in de plaats treedt van gedeputeerde staten.

3.

Het luchthavenbesluit bevat omtrent de ruimtelijke indeling van het gebied van en rond de luchthaven in ieder geval regels ten aanzien van:

4.

Bij het vaststellen van het luchthavenbesluit worden de nadere regels, bedoeld in artikel 8.44, vierde lid, en artikel 8.47, derde lid, in acht genomen.

5.

Bij de vaststelling van het luchthavenbesluit kan in ieder geval gebruik worden gemaakt van gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar.

6.

Ten aanzien van de burgerluchthaven Twente wordt het luchthavenbesluit of een wijziging daarvan, in afwijking van het eerste lid, vastgesteld bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. Artikel 8.71 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8.71

De voordracht voor een luchthavenbesluit of voor een wijziging daarvan wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Zienswijzen kunnen daarbij naar voren worden gebracht door een ieder. Gelijktijdig met de terinzagelegging in het kader van de procedure in de hiervoor bedoelde afdeling wordt het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd.

§ 8.3.2.3. Vaststellen routes in de nabijheid van de luchthaven

Artikel 8.72
1.

De artikelen 8.24a, 8.52, 8.53 en 8.54, eerste en vierde lid, zijn van toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 8.54, vierde lid, Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in de plaats treedt van gedeputeerde staten.

2.

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden nadere regels gesteld omtrent het registreren van de grenswaarden die in het luchthavenbesluit zijn opgenomen, omtrent de berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn en omtrent de gegevensverstrekking, bedoeld in artikel 8.54, vierde lid.

Artikel 8.73
1.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu maakt elk jaar een verslag over de milieuaspecten en indien van toepassing de externe-veiligheidsaspecten van het luchthavenluchtverkeer. Het verslag bevat ten minste een beschrijving van de ter uitvoering van artikel 8.45 getroffen maatregelen en van de doelmatigheid en doeltreffendheid van die maatregelen.

2.

De artikelen 8.29, tweede lid, en 8.30 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8.74

De artikelen 8.31 tot en met 8.33 zijn van overeenkomstige toepassing.

§ 8.3.2.5. Informatievoorziening en gegevensverstrekking

Artikel 8.75
1.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt voor iedere luchthaven een commissie regionaal overleg luchthaven in.

2.

De commissie bestaat uit een onafhankelijke voorzitter en in ieder geval uit vertegenwoordigers van:

3.

Onverminderd het tweede lid kan de commissie ook bestaan uit vertegenwoordigers van rechtspersoonlijkheid bezittende gebruikersorganisaties of milieuorganisaties.

4.

Artikel 8.59 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van het tweede en derde lid Onze Minister de plaats inneemt van provinciale staten.

Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling

§ 8.3.2.5. Informatievoorziening en gegevensverstrekking

Artikel 8.76

Deze afdeling is van toepassing op luchthavens van nationale betekenis waarvoor op grond van artikel 8.1a, derde lid, vaststelling van een luchthavenbesluit niet is vereist.

§ 8.3.2.6. Financiële aspecten

Artikel 8.77
1.

Voor een luchthaven die is gelegen buiten provinciegrenzen zoals bepaald bij of krachtens de Provinciewet, wordt bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu een luchthavenregeling vastgesteld.

2.

Artikel 8.64, tweede tot en met vierde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van de artikelen 8.45, eerste lid, en 8.46, eerste lid, Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in de plaats treedt van gedeputeerde staten.

§ 8.3.2.7. Commissie regionaal overleg luchthaven

Artikel 8.78

De artikelen 8.24a, derde lid, 8.54, eerste en vierde lid, 8.72, tweede lid, en 8.73, eerste en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 8.54, vierde lid, Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in de plaats treedt van gedeputeerde staten.

§ 8.3.2.7. Commissie regionaal overleg luchthaven

Artikel 8.79

Indien Onze Minister van Infrastructuur en Milieu voor een luchthaven een commissie regionaal overleg luchthaven instelt, is artikel 8.75, lid 2, 3 en 4, van toepassing.

Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens

Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis

Artikel 8a.1
1.

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen regels worden gesteld omtrent de aanleg, de inrichting, de uitrusting en het gebruik van luchthavens met het oog op de orde en de veiligheid op die luchthavens. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen categorieën luchthavens en tussen vormen van luchtvaart die gebruik maken van luchthavens.

2.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan ontheffing verlenen van de regels, bedoeld in het eerste lid. Deze ontheffing wordt slechts verleend indien:

3.

Aan de ontheffing, bedoeld in het tweede lid, kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.

4.

De kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag en de afgifte van de in het tweede lid bedoelde ontheffing of een wijziging daarvan, worden ten laste gebracht aan de aanvrager.

5.

De bedragen ter vergoeding van de kosten, bedoeld in het vierde lid, worden bij ministeriële regeling vastgesteld.

6.

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen regels worden gesteld omtrent het verrichten van grondafhandelingsdiensten op luchthavens.

Artikel 8a.2
1.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verleent of wijzigt op aanvraag van de exploitant een veiligheidscertificaat indien wordt voldaan aan de regels, bedoeld in artikel 8a.1, eerste lid, voorzover deze regels betrekking hebben op het luchtvaartgebied en artikel 8a.3, tweede lid.

2.

Een veiligheidscertificaat vermeldt het gebruik waarvoor het verleend is.

Artikel 8a.3
1.

Ten behoeve van het verkrijgen van een veiligheidscertificaat stelt de exploitant een luchthavenbedrijfshandboek op. Het luchthavenbedrijfshandboek bevat een beschrijving van de aanleg, de inrichting, de uitrusting en het veilig gebruik van het luchtvaartgebied alsmede een beschrijving van het veiligheidsmanagementsysteem van de luchthaven.

2.

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels gegeven omtrent het veiligheidscertificaat, het veiligheidsmanagementsysteem en het luchthavenbedrijfshandboek. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen categorieën luchthavens en vormen van luchtvaart die gebruik maken van luchthavens.

Artikel 8a.4
1.

Een veiligheidscertificaat wordt afgegeven voor onbepaalde tijd. Een veiligheidscertificaat is niet overdraagbaar.

2.

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden nadere regels gegeven omtrent de aanvraag tot het verlenen of het wijzigen van een veiligheidscertificaat.

3.

De kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag en de afgifte van het certificaat of een wijziging daarvan, worden ten laste gebracht van de aanvrager.

4.

De bedragen ter vergoeding van de kosten worden vastgesteld bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

Artikel 8a.5
1.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu schorst het veiligheidscertificaat geheel of gedeeltelijk indien de veiligheid van de luchthaven niet gewaarborgd is.

2.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu trekt een veiligheidscertificaat geheel of gedeeltelijk in bij gehele of gedeeltelijke beëindiging van het gebruik waarvoor het certificaat is verleend.

3.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu trekt een veiligheidscertificaat geheel of gedeeltelijk ambtshalve in indien:

Artikel 8a.6

Vervallen

Titel 8A.2. (Gereserveerd)

Titel 8A.2. (Gereserveerd)

§ 8.3.3.3. Informatievoorziening

Artikel 8a.37

Deze paragraaf is van toepassing op de luchthaven Schiphol.

Artikel 8a.38
1.

Met betrekking tot de financiering en de bekostiging van de kosten van de uitvoering van artikel 8.32 wordt onder de naam «geluidsheffing burgerluchtvaart» een heffing geheven. Naast de geluidsheffing burgerluchtvaart wordt een heffing geheven ter financiering van de kosten van de uitvoering van artikel 8.33, alsmede de kosten van het Schadeschap Luchthaven Schiphol en van zijn uitspraken voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering van artikel 9, eerste lid, tweede lid, onderdeel a, en de leden 3a, 3f en 3g, van de Gemeenschappelijke regeling Schadeschap Luchthaven Schiphol dan wel van de opvolger van dit schadeschap belast met de behandeling van en de besluitvorming inzake een aanvraag als bedoeld in artikel 8.31.

2.

De heffingen worden geheven ter zake van het landen met een burgerluchtvaartuig tot het tijdstip waarop de kosten als bedoeld in het eerste lid, zijn voldaan.

3.

De heffingen worden geheven van de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die als eigenaar of houder van een burgerluchtvaartuig dit te zijner beschikking heeft en dit onder zijn verantwoordelijkheid laat deelnemen aan het luchtverkeer. De natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in de eerste volzin, is in ieder geval belanghebbende bij een uitspraak van het Schadeschap Luchthaven Schiphol als bedoeld in het eerste lid, tweede volzin dan wel de opvolger van dit schadeschap bedoeld in het eerste lid, tweede volzin.

4.

De geluidsheffing burgerluchtvaart wordt geheven naar de geluidsproduktie van het burgerluchtvaartuig uitgedrukt in een aantal rekeneenheden. De geluidsproduktie wordt bepaald met toepassing van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen formules.

5.

Het basistarief van de heffing per rekeneenheid geluidsproductie bedraagt in het jaar 2004 € 27,–. Het tarief van de heffing per rekeneenheid geluidsproductie wordt na 2004 met ingang van elk daarop volgend kalenderjaar verhoogd met € 1,–.

6.

Het basistarief, bedoeld in het vijfde lid, wordt per rekeneenheid verhoogd met:

7.

Het tarief van de in het eerste lid, tweede volzin, bedoelde heffing bedraagt € 0,50 per ton van de maximale toegelaten startmassa van het luchtvaartuig.

8.

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan bij de toepassing van het eerste lid een deel van de kosten buiten toepassing laten indien toepassing, gelet op het belang van de burgerluchtvaart, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

9.

De eigenaar of houder van een luchtvaartuig dient de ter bepaling van de geluidsheffing noodzakelijke gegevens ter beschikking van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu te stellen overeenkomstig door hem te geven regels.

Artikel 8a.39
1.

De heffingen worden door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu geheven.

2.

Onverminderd het overigens in dit artikel bepaalde worden de heffingen geheven met overeenkomstige toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met dien verstande dat van die wet buiten toepassing blijven, de artikelen 2, vierde lid, 37, 38, 47a , 48, 52, 53, 54, 66a en 66b alsmede 68 tot en met 88.

3.

De bevoegdheden en de verplichtingen van de hierna vermelde, in de Algemene wet inzake rijksbelastingen genoemde functionarissen gelden met betrekking tot de heffingen voor de daarachter genoemde functionarissen:

4.

In afwijking van het derde lid, onderdeel b, treedt voor de toepassing van hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aan te wijzen ambtenaar in de plaats van de inspecteur. Voorts treedt voor de toepassing van artikel 28a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in de plaats van Onze Minister van Financiën.

5.

De heffingen worden geheven bij wege van aanslag. Zij worden geheven over een bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu te bepalen tijdvak.

Artikel 8a.40
1.

De heffingen worden ingevorderd door de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aan te wijzen functionaris van de exploitant van de luchthaven, door de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aan te wijzen ambtenaar van de Dienst der Domeinen en door de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)