Wijzigingsgeschiedenis
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
31 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2025-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2024-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2023-07-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2023-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2022-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2021-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2020-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2018-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2017-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2016-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2015-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2014-07-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2014-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
Wijzigingen op 2014-01-01
@@ -36,19 +36,27 @@
- b. indien het motorrijtuig is voorzien van een dubbele cabine: direct achter de achterste zitplaatsen.
9. De vaste wand die de cabine van de laadruimte scheidt dient:
- a. te zijn vervaardigd uit ondoorzichtig en vormvast materiaal, waarbij een vast raam met een hoogte van 40 cm is toegestaan;
9. In afwijking in zoverre van het achtste lid, onderdeel b, wordt, indien een deel van de cabine van een motorrijtuig met dubbele cabine bij de laadruimte wordt betrokken waardoor de vaste wand niet geheel in een hoek van 90° ten opzichte van de lengteas is geplaatst, voor het meten van de afstanden genoemd in dit artikel uitgegaan van de plaats van het meest naar achteren gelegen bevestigingspunt van de aanwezige wand.
10. De vaste wand die de cabine van de laadruimte scheidt dient:
- a. te zijn vervaardigd uit ondoorzichtig en vormvast materiaal, waarbij één of meerdere vaste ramen naast elkaar met een hoogte van maximaal 40 cm zijn toegestaan, alsmede voorzieningen ten behoeve van de veiligheid;
- b. geheel vlak te zijn;
- c. uit één geheel te bestaan, waarbij voorzieningen zijn toegestaan ten behoeve van het aan het desbetreffende motorrijtuig noodzakelijk te plegen onderhoud; en
- c. uit één geheel of uit diverse op onverbrekelijke wijze met elkaar verbonden delen te bestaan, waarbij voorzieningen zijn toegestaan ten behoeve van: mits deze voorzieningen niet groter zijn dan voor het specifieke doel noodzakelijk.
- 1°. het aan het motorrijtuig noodzakelijk te plegen onderhoud;
- 2°. het gebruik van de bestelauto; of
- 3°. de veiligheid;
- d. zoveel mogelijk rondom en op onverbrekelijke wijze rechtstreeks met de carrosserie te zijn verbonden.
10. Een laadruimte is niet voorzien van zijruiten indien de zijruiten geheel zijn verwijderd en zijn vervangen door niet uit glas bestaande panelen uit één stuk van ondoorzichtig en vormvast materiaal. De panelen dienen zoveel mogelijk rondom en op onverbrekelijke wijze rechtstreeks met de carrosserie te zijn verbonden.
11. De laadruimte dient in haar geheel te zijn voorzien van een vaste, vlakke laadvloer. De laadvloer dient zoveel mogelijk rondom en op onverbrekelijke wijze rechtstreeks met de carrosserie te zijn verbonden.
11. Een laadruimte is niet voorzien van zijruiten indien de zijruiten geheel zijn verwijderd en zijn vervangen door niet uit glas bestaande panelen uit één stuk van ondoorzichtig en vormvast materiaal. De panelen dienen zoveel mogelijk rondom en op onverbrekelijke wijze rechtstreeks met de carrosserie te zijn verbonden.
12. De laadruimte dient in haar geheel te zijn voorzien van een vaste, vlakke laadvloer. De laadvloer dient zoveel mogelijk rondom en op onverbrekelijke wijze rechtstreeks met de carrosserie te zijn verbonden.
##### Artikel 3
@@ -175,7 +183,7 @@
1. Voor de toepassing van de vermindering van de verschuldigde belasting, bedoeld in [artikel 10c, tweede of derde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005806&artikel=10c), worden bij de voldoening op aangifte van de voor het motorrijtuig verschuldigde belasting ingevolge [artikel 1, derde of zesde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005806&artikel=1), op verzoek van de inspecteur nadere gegevens overgelegd die naar zijn oordeel van belang zijn voor een juiste vaststelling van de vermindering.
2. De vermindering, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend met overeenkomstige toepassing van [artikel 8d, eerste, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005813&artikel=8d&z=2013-01-01&g=2013-01-01), met dien verstande, dat de vermindering wordt vastgesteld aan de hand van de tijdsduur die is verstreken tussen het tijdstip waarop het motorrijtuig voor het eerst in gebruik is genomen in de hoedanigheid waarin het eerder in de heffing van de belasting is betrokken, en het tijdstip waarop voor het motorrijtuig de belasting opnieuw is verschuldigd ingevolge [artikel 1, derde of zesde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005806&artikel=1).
2. De vermindering, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend met overeenkomstige toepassing van [artikel 8d, eerste, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005813&artikel=8d&z=2014-01-01&g=2014-01-01), met dien verstande, dat de vermindering wordt vastgesteld aan de hand van de tijdsduur die is verstreken tussen het tijdstip waarop het motorrijtuig voor het eerst in gebruik is genomen in de hoedanigheid waarin het eerder in de heffing van de belasting is betrokken, en het tijdstip waarop voor het motorrijtuig de belasting opnieuw is verschuldigd ingevolge [artikel 1, derde of zesde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005806&artikel=1).
3. Ingeval voor het motorrijtuig teruggaaf van de eerder betaalde belasting is verleend, wordt de vermindering alleen toegepast voor zover de eerder teruggegeven belasting op een later tijdstip alsnog als verschuldigde belasting is voldaan.
@@ -240,13 +248,13 @@
2. Indien sinds het tijdstip waarop de belasting verschuldigd is geworden minder dan drie maanden zijn verstreken, wordt de vermindering voor een nog niet verstreken maand in afwijking van het eerste lid naar tijdsgelang per dag berekend, waarbij de vermindering per dag wordt gesteld op een dertigste deel van de vermindering voor die maand ingevolge de tabel.
3. De vermindering van het belastingbedrag, bedoeld in [artikel 15a, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005806&artikel=15a), en [artikel 16, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005806&artikel=16), is een percentage van het belastingbedrag, zoals aangegeven in de tabel opgenomen in [artikel 8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005813&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
4. Indien de belasting voor een gebruikt motorrijtuig is geheven met toepassing van een andere vermindering dan de vermindering zoals deze voor motorrijtuigen van die leeftijd voortvloeit uit de tabel opgenomen in [artikel 8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005813&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01), wordt de teruggaaf aangepast. Voor de berekening van de teruggaaf wordt daartoe de som van de percentages, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk het percentage, bedoeld in het derde lid, toegepast op het resultaat van de volgende formule:
3. De vermindering van het belastingbedrag, bedoeld in [artikel 15a, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005806&artikel=15a), en [artikel 16, vijfde lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005806&artikel=16), is een percentage van het belastingbedrag, zoals aangegeven in de tabel opgenomen in [artikel 8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005813&artikel=8&z=2014-01-01&g=2014-01-01).
4. Indien de belasting voor een gebruikt motorrijtuig is geheven met toepassing van een andere vermindering dan de vermindering zoals deze voor motorrijtuigen van die leeftijd voortvloeit uit de tabel opgenomen in [artikel 8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005813&artikel=8&z=2014-01-01&g=2014-01-01), wordt de teruggaaf aangepast. Voor de berekening van de teruggaaf wordt daartoe de som van de percentages, bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk het percentage, bedoeld in het derde lid, toegepast op het resultaat van de volgende formule:
(geheven belasting × 100) / (100 – tabelpercentage)
Daarbij is geheven belasting de belasting die voor dat motorrijtuig met toepassing van die andere vermindering is geheven, en tabelpercentage het percentage dat van toepassing zou zijn geweest indien de belasting zou zijn geheven met toepassing van de vermindering ingevolge de tabel in [artikel 8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005813&artikel=8&z=2013-01-01&g=2013-01-01).
Daarbij is geheven belasting de belasting die voor dat motorrijtuig met toepassing van die andere vermindering is geheven, en tabelpercentage het percentage dat van toepassing zou zijn geweest indien de belasting zou zijn geheven met toepassing van de vermindering ingevolge de tabel in [artikel 8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005813&artikel=8&z=2014-01-01&g=2014-01-01).
5. Indien degene die om teruggaaf van belasting verzoekt op grond van [artikel 14a, eerste of tweede lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005806&artikel=14a), ondernemer is als bedoeld in [artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=7), niet zijnde een ondernemer als bedoeld in [artikel 7, zesde lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=7), kan de inspecteur goedkeuren dat bij het verzoek de overlegging van de bescheiden, bedoeld in [artikel 4a, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005807&artikel=4a), onderscheidenlijk [artikel 4b, eerste lid, onderdeel d, van het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005807&artikel=4b), achterwege blijft, onder de voorwaarde dat de ondernemer deze bescheiden bewaart in zijn administratie.
2013-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2012-07-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2012-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2011-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2010-03-18
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2010-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2009-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2008-04-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2008-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2007-02-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2007-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2005-07-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2005-06-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2005-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2004-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2003-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
2003-01-01
Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1
original version
Tekst op deze datum