← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling houdende nadere regels ten aanzien van machines

Geldende tekst a fecha 2012-01-01

Gelet op de artikelen 4, vijfde en zesde lid, 5, derde lid, 12, eerste lid, eerste zin, en 16, tweede lid, van de Wet op de gevaarlijke werktuigen, de artikelen 3 en 12, derde lid, van het Besluit machines, artikel 25, eerste lid, onderdeel a, van de Warenwet en artikel 1, tweede lid, onderdeel 3°, van het Warenwetbesluit machines;

Besluiten:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder Besluit: het Warenwetbesluit machines.

Artikel 2
1.

Als categorie mobiele kranen als bedoeld in artikel 6d, eerste lid, tweede zin, van het besluit worden aangewezen:

hijskranen voor haakbedrijf op rupsen of banden alsmede een torenvormige hijskranen voor haakbedrijf op rupsen of banden met een bedrijfslastmoment van tenminste 10 tonmeter, met uitzondering van:

2.

Als categorie torenkranen als bedoeld in artikel 6d, eerste lid, tweede zin, van het besluit worden aangewezen:

torenvormige hijskranen, die vast zijn opgesteld of die verrijdbaar zijn op rails, met een bedrijfslastmoment van ten minste 10 tonmeter.

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

De dossiers en de briefwisseling die betrekking hebben op de certificeringsprocedures, bedoeld in het besluit, worden gesteld in de Nederlandse taal, of in een andere door de aangewezen instelling of aangewezen aangemelde instelling aanvaarde taal.

Artikel 5. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Warenwetregeling machines.

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

Artikel 2a. Eisen voor aanwijzing en (blijven) functioneren als aangewezen instelling en aangewezen aangemelde instelling

Een aanwijzing als aangewezen instelling en aangewezen aangemelde instelling kan geschieden indien in geval van de overeenstemmingsbeoordeling van een machine of de beoordeling van een kwaliteitsborgingsysteem als bedoeld in artikel 5 van het besluit, dan wel de beoordeling van een voorgenomen wijziging in een machine of model machine als bedoeld in artikel 5a van het besluit, de aanvragende instelling voldoet aan de criteria, vastgelegd in het Schema voor Aanwijzing en Toezicht op de instellingen voor overeenstemmingsbeoordelingsprocedures voor het Warenwetbesluit Machines, zoals opgenomen in bijlage 1 bij de regeling.

Artikel 2b

Een certificaat van goedkeuring, bedoeld in artikel 6e, eerste lid, van het besluit wordt door een aangewezen instelling afgegeven aan de aanvrager indien tijdens de keuring, bedoeld in artikel 6d, eerste lid, tweede zin, van het besluit, is gebleken dat de mobiele kraan of torenkraan voldoet aan de eisen, omschreven in het certificatieschema identificatiecode TCVT W3-11 09-147 van de Stichting Toezicht Verticaal Transport (TCVT) te Houten.

Artikel 2c

In het jaarverslag, bedoeld in artikel 7c, tweede lid, van de Warenwet, worden door de aangewezen instelling en de aangewezen aangemelde instelling ten minste de volgende onderwerpen behandeld:

Bijlage 1. behorend bij Artikel 2a

Schema voor Aanwijzing en Toezicht op de instellingen voor overeenstemmings- beoordelingsprocedures voor het Warenwetbesluit Machines

Document: WDA&T-EU-Machines: 2011, versie 01

Onder beheer van:

Ministerie van SZW

Postbus 90801

2509 LV Den Haag

www.minszw.nl

Inhoud

1. Inleiding

Voor machines zijn er wettelijk verplichte conformiteit beoordelingsprocedures vastgesteld. De procedures zijn ontleend aan de Europese Machinerichtlijn 2006/42/EG1Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG (herschikking).. Deze Richtlijn is geïmplementeerd in het Warenwetbesluit machines. Voor elk product dat onder de richtlijn valt moet een EG-verklaring van overeenstemming worden opgesteld. Hierin verklaart de fabrikant dat zijn product voldoet aan alle essentiële veiligheids- en gezondheidseisen uit de richtlijn. Een gemachtigde persoon van de fabrikant, of de fabrikant zelf, ondertekent de verklaring en deze wordt meegestuurd met het product. Ook brengt de fabrikant de CE markering op het product aan. Voor bepaalde categorieën machines zijn er wettelijke verplichte overeenstemmingsbeoordelingsprocedures die door onafhankelijke keuringsinstellingen worden verricht. Verklaringen van EG-typeonderzoek of goedkeuringen van kwaliteitsborgingssystemen worden in dat verband verstrekt door aangewezen (aangemelde) keuringsinstellingen. Om verklaringen of goedkeuringen te mogen verstrekken dient een aangewezen (aangemelde) keuringsinstelling hiertoe te worden aangewezen door de minister van SZW. Dit gebeurt door een toetsing aan dit werkveldspecifieke document voor aanwijzing en toezicht (WDA&T). De aangewezen aangemelde keuringsinstellingen worden bij de Europese Commissie aangemeld, als zogenaamde Notified Bodies (NoBo).

In dit document is aangegeven aan welke eisen de betreffende aangewezen (aangemelde) keuringsinstellingen moeten voldoen, alvorens de aanwijzing voor een werkveld gebaseerd op het Warenwetbesluit machines kan plaatsvinden. Dit WDA&T is mede gebaseerd op het Warenwetbesluit machines. Dit WDA&T wordt beheerd door het ministerie van SZW.

2. Definities

Zie de definities in de Richtlijn 2006/42/EG, de verordening (EG) Nr. 764/20082Verordening (EG) Nr. 764/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van procedures voor de toepassing van bepaalde nationale technische voorschriften op goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, en tot intrekking van Beschikking nr. 3052/95/EG, de verordening (EG) Nr. 765/20083Verordening (EG) Nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93.en het besluit Nr. 768/2008/EG4Het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk aangenomen besluiten Besluit Nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad.van 9 juli 2008.

Binnen dit document gelden verder de volgende definities:

3. Werkveldspecifieke kenmerken

Conform de Richtlijn, het Warenwetbesluit machines en het ‘goederenpakket’.

3.1. Beschrijving document

Dit werkveldspecifieke document voor aanwijzing en toezicht binnen de werkvelden voor machines in de ontwerp- en productiefase (handelsfase) is door de minister van SZW vastgesteld. De minister van SZW kan na overleg met het veld wijzigingen aanbrengen in de vastgestelde documenten. Dit vastgestelde document vervangt eerdere versies. Op- en/of aanmerkingen over dit document kunnen worden ingediend bij het ministerie van SZW.

3.2. Risicoanalyse

De keuringsinstelling dient in alle gevallen haar werkzaamheden op integere, onpartijdige en onafhankelijke wijze uit te voeren en zal daarbij rekening houden met de mogelijke risico’s in de volgende gebieden:

Enkele voor de hand liggende risico’s voor keuringsinstellingen zijn:

4. Eisen ten behoeve van de aanwijzing

Voor de beoordeling door de Raad voor Accreditatie van keuringsinstellingen die zijn of willen worden aangewezen door de minister van SZW, hanteert de Raad voor Accreditatie de eisen uit dit schema voor aanwijzing en toezicht. Voor zover in dit schema voor aanwijzing en toezicht geen nadere invulling wordt gegeven, zijn de eisen uit de betreffende accreditatienormen, te weten:

4.1. Algemeen kader

Het beoordelen en aanwijzen van een aangewezen (aangemelde) keuringsinstelling gebeurt op grond van de volgende normstelsel:

4.2. Soorten instellingen met de aanwijzingskavels

Keurings- of certificerende instelling voor Machines volgens de Richtlijn, bijlage IV.

4.3. Eisen aan de instelling

4.3.1. Voor productcertificatie:

4.3.2. Voor systeemcertificatie:

Naast de hiervoor opgesomde eisen dienen de keuringsinstellingen in samenhang met de gekozen aanwijzingskavels de daarop van toepassing zijnde procedures van de richtlijn in hun kwaliteitssysteem op te nemen.

4.4. Functies en vakbekwaamheidseisen

Voor deze vakbekwaamheidseisen geldt in algemene zin MBO/HBO ‘of gelijkwaardig’, waarbij die gelijkwaardigheid per geval door de instelling gemotiveerd moet zijn vastgelegd en door de Raad voor Accreditatie zal worden getoetst. In zijn algemeenheid geldt dat de (kandidaat) instelling over een gedegen kennis van 'nieuwe aanpak' richtlijnen beschikt, in het bijzonder op de onderhavige Warenwet.

4.5. Aanwijzingskavels Machine Richtlijn (2006/42/EG)

4.6. Aanwijzingscriteria

De aangewezen (aangemelde) keuringsinstelling wordt in het kader van haar aanwijzing op grond van Hoofdstuk 5 van het Warenwetbesluit machines getoetst. Onderstaande aanvullende criteria komen voort uit nationale regels omdat de aangewezen aangemelde instelling als een zelfstandig bestuursorgaan wordt aangemerkt.

5. Toezicht

De aangewezen aangemelde keuringsinstelling dient de verplichtingen na te komen op grond van Hoofdstuk 5 van het Warenwetbesluit machines en artikel 2c van de Warenwetregeling machines.

In aanvulling hierop wordt ten behoeve van het toezicht op de aangewezen aangemelde keuringsinstelling geëist:

6. Maatregelen

Indien de aangewezen instelling niet meer voldoet aan de eisen in dit schema kan dit gevolgen hebben voor de aanwijzing. Zie beleidsmaatregel maatregelenbeleid certificering Arbeidsomstandighedenwet en Warenwet, Stcrt. 2010, nr. 10839 van 14 juli 2010.