← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling houdende nadere regels ten aanzien van machines

Geldende tekst a fecha 2016-07-19

Gelet op de artikelen 4, vijfde en zesde lid, 5, derde lid, 12, eerste lid, eerste zin, en 16, tweede lid, van de Wet op de gevaarlijke werktuigen, de artikelen 3 en 12, derde lid, van het Besluit machines, artikel 25, eerste lid, onderdeel a, van de Warenwet en artikel 1, tweede lid, onderdeel 3°, van het Warenwetbesluit machines;

Besluiten:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder Besluit: het Warenwetbesluit machines.

Artikel 2
1.

Als categorie mobiele kranen als bedoeld in artikel 6d, eerste lid, tweede zin, van het besluit worden aangewezen:

hijskranen voor haakbedrijf op rupsen of banden alsmede een torenvormige hijskranen voor haakbedrijf op rupsen of banden met een bedrijfslastmoment van tenminste 10 tonmeter, met uitzondering van:

2.

Als categorie torenkranen als bedoeld in artikel 6d, eerste lid, tweede zin, van het besluit worden aangewezen:

torenvormige hijskranen, die vast zijn opgesteld of die verrijdbaar zijn op rails, met een bedrijfslastmoment van ten minste 10 tonmeter.

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Warenwetregeling machines.

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

Artikel 2a. Eisen voor aanwijzing en (blijven) functioneren als aangewezen instelling en aangewezen aangemelde instelling

Vervallen

Artikel 2b

Vervallen

Artikel 2c

Vervallen

Bijlage 1. behorend bij Artikel 2a

Vervallen

Schema voor Aanwijzing en Toezicht op de instellingen voor overeenstemmings- beoordelingsprocedures voor het Warenwetbesluit Machines

Document: WDA&T-EU-Machines

Onder beheer van:

Ministerie van SZW

Postbus 90801

2509 LV Den Haag

www.minszw.nl

Inhoud

1. Inleiding

Voor machines zijn er wettelijk verplichte conformiteit beoordelingsprocedures vastgesteld. De procedures zijn ontleend aan de Europese Machinerichtlijn 2006/42/EG1Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG (herschikking).. Deze Richtlijn is geïmplementeerd in het Warenwetbesluit machines. Voor elk product dat onder de richtlijn valt moet een EG-verklaring van overeenstemming worden opgesteld. Hierin verklaart de fabrikant dat zijn product voldoet aan alle essentiële veiligheids- en gezondheidseisen uit de richtlijn. Een gemachtigde persoon van de fabrikant, of de fabrikant zelf, ondertekent de verklaring en deze wordt meegestuurd met het product. Ook brengt de fabrikant de CE markering op het product aan. Voor bepaalde categorieën machines zijn er wettelijke verplichte overeenstemmingsbeoordelingsprocedures die door onafhankelijke keuringsinstellingen worden verricht. Verklaringen van EG-typeonderzoek of goedkeuringen van kwaliteitsborgingssystemen worden in dat verband verstrekt door aangewezen (aangemelde) keuringsinstellingen. Om verklaringen of goedkeuringen te mogen verstrekken dient een aangewezen (aangemelde) keuringsinstelling hiertoe te worden aangewezen door de minister van SZW. Dit gebeurt door een toetsing aan dit werkveldspecifieke document voor aanwijzing en toezicht (WDA&T). De aangewezen aangemelde keuringsinstellingen worden bij de Europese Commissie aangemeld, als zogenaamde Notified Bodies (NoBo).

In dit document is aangegeven aan welke eisen de betreffende aangewezen (aangemelde) keuringsinstellingen moeten voldoen, alvorens de aanwijzing voor een werkveld gebaseerd op het Warenwetbesluit machines kan plaatsvinden. Dit WDA&T is mede gebaseerd op het Warenwetbesluit machines. Dit WDA&T wordt beheerd door het ministerie van SZW.

2. Definities

Zie de definities in de Richtlijn 2006/42/EG, de verordening (EG) Nr. 764/20082Verordening (EG) Nr. 764/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van procedures voor de toepassing van bepaalde nationale technische voorschriften op goederen die in een andere lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht, en tot intrekking van Beschikking nr. 3052/95/EG, de verordening (EG) Nr. 765/20083Verordening (EG) Nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93.en het besluit Nr. 768/2008/EG4Het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk aangenomen besluiten Besluit Nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad.van 9 juli 2008.

Binnen dit document gelden verder de volgende definities:

3. Werkveldspecifieke kenmerken

Conform de Richtlijn, het Warenwetbesluit machines en het ‘goederenpakket’.

3.1. Beschrijving document

Dit werkveldspecifieke document voor aanwijzing en toezicht binnen de werkvelden voor machines in de ontwerp- en productiefase (handelsfase) is door de minister van SZW vastgesteld. De minister van SZW kan na overleg met het veld wijzigingen aanbrengen in de vastgestelde documenten. Dit vastgestelde document vervangt eerdere versies. Op- en/of aanmerkingen over dit document kunnen worden ingediend bij het ministerie van SZW.

3.2. Risicoanalyse

De keuringsinstelling dient in alle gevallen haar werkzaamheden op integere, onpartijdige en onafhankelijke wijze uit te voeren en zal daarbij rekening houden met de mogelijke risico’s in de volgende gebieden:

Enkele voor de hand liggende risico’s voor keuringsinstellingen zijn:

4. Eisen ten behoeve van de aanwijzing

Voor de beoordeling door de Raad voor Accreditatie van keuringsinstellingen die zijn of willen worden aangewezen door de minister van SZW, hanteert de Raad voor Accreditatie de eisen uit dit schema voor aanwijzing en toezicht. Voor zover in dit schema voor aanwijzing en toezicht geen nadere invulling wordt gegeven, zijn de eisen uit de betreffende accreditatienormen, te weten:

4.1. Algemeen kader

Het beoordelen en aanwijzen van een aangewezen (aangemelde) keuringsinstelling gebeurt op grond van de volgende normstelsel:

4.2. Soorten instellingen met de aanwijzingskavels

Keurings- of certificerende instelling voor Machines volgens de Richtlijn, bijlage IV.

4.3. Eisen aan de instelling

4.3.1. Voor productcertificatie:

4.3.2. Voor systeemcertificatie:

Naast de hiervoor opgesomde eisen dienen de keuringsinstellingen in samenhang met de gekozen aanwijzingskavels de daarop van toepassing zijnde procedures van de richtlijn in hun kwaliteitssysteem op te nemen.

4.4. Functies en vakbekwaamheidseisen

Voor deze vakbekwaamheidseisen geldt in algemene zin MBO/HBO ‘of gelijkwaardig’, waarbij die gelijkwaardigheid per geval door de instelling gemotiveerd moet zijn vastgelegd en door de Raad voor Accreditatie zal worden getoetst. In zijn algemeenheid geldt dat de (kandidaat) instelling over een gedegen kennis van 'nieuwe aanpak' richtlijnen beschikt, in het bijzonder op de onderhavige Warenwet.

4.5. Aanwijzingskavels Machine Richtlijn (2006/42/EG)

4.6. Aanwijzingscriteria

De aangewezen (aangemelde) keuringsinstelling wordt in het kader van haar aanwijzing op grond van Hoofdstuk 5 van het Warenwetbesluit machines getoetst. Onderstaande aanvullende criteria komen voort uit nationale regels omdat de aangewezen aangemelde instelling als een zelfstandig bestuursorgaan wordt aangemerkt.

5. Toezicht

In verband met de verplichtingen in het kader van toezicht zijn de volgende artikelen van toepassing; artikelen 6g en 6i Warenwetbesluit machines en artikel 2c Warenwetregeling machines, alsmede de artikelen 1.5b en 1.5c Arbeidsomstandighedenbesluit en artikel 1.1a Arbeidsomstandighedenregeling. De CKI dient ten behoeve van de informatieverzameling kosteloos de navolgende zaken te realiseren:

In aanvulling hierop wordt ten behoeve van het toezicht op de aangewezen aangemelde keuringsinstelling geëist:

6. Maatregelen

Indien de aangewezen instelling niet meer voldoet aan de eisen in dit schema kan dit gevolgen hebben voor de aanwijzing. Zie beleidsmaatregel maatregelenbeleid certificering Arbeidsomstandighedenwet en Warenwet, Stcrt. 2010, nr. 10839 van 14 juli 2010.

Bijlage 2

Werkveldspecifiek document voor aanwijzing en toezicht (WDA&T) op de certificatie- en keuringsinstellingen die: mobiele kranen, torenkranen en/of hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en/of tijdelijke personen(bouw)liften periodiek keuren in het kader van verticaal transport

Onder beheer van:

Stichting TCVT

Postbus 154

3990 DD Houten

www.TCVT.nl

INHOUD

INHOUD

1. Inleiding

Om certificaten voor een specifiek werkveld te mogen verstrekken dient een CKI hiertoe te worden aangewezen door de minister. Dit gebeurt door een toetsing aan dit WDA&T. In dit document is aangegeven aan welke regels en procedures de betreffende CKI’s zich dienen te houden.

Om certificaten voor een specifiek werkveld te mogen verstrekken dient een CKI hiertoe te worden aangewezen door de minister. Dit gebeurt door een toetsing aan dit WDA&T. In dit document is aangegeven aan welke regels en procedures de betreffende CKI’s zich dienen te houden.

3. Werkveldspecifieke kenmerken

3.1. Beschrijving document

3.1. Beschrijving document

Dit werkveldspecifieke document voor aanwijzing en toezicht periodieke keuring van mobiele kranen, torenkranen en/of van hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en/of personen (bouw)liften is door het CCvD voorgesteld en door de minister van SZW vastgesteld. Dit vastgestelde document vervangt daarmee eerdere versies. Op- en/of aanmerkingen over dit document kunnen worden ingediend bij het CCvD.

3.2. Actieve partijen

Binnen het kader van dit document voor aanwijzing en toezicht zijn bij de opstelling betrokken geweest:

3.3. Risicoanalyse

Het verstrekken c.q. onderhouden van een certificaat op onterechte gronden wordt als de centrale gebeurtenis gedefinieerd. Om het verstrekken c.q. onderhouden van een certificaat op onterechte gronden te voorkomen is het noodzakelijk om maatregelen te nemen om zodoende de oorzaken van de optredende risico’s uit te bannen.

4.1. Productcertificatie

4.1. Productcertificatie

Het beoordelen en aanwijzen van CKI’s voor het keuren van hijskranen en/of hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en/of personen(bouw)liften vindt plaats op basis van de NEN-EN-ISO/IEC 17020: 2004 en de IAF/ILAC-A4(hierna te noemen NEN-EN-ISO/IEC 17020: 2004) en de eisen die gesteld worden aan de CKI op grond van aanwijzing (4.5). Hieronder volgt een werkveldspecifieke invulling van eventuele paragrafen uit de NEN-EN-ISO/IEC 17020: 2004.

4.1.1. Onafhankelijkheid

Aanvullend:

Aanvullend:

4.1.2. Personeel

Het personeel moet integer zijn en worden beloond, los van eventuele targets.

Keurmeester:

De keurmeester moet voldoende competent zijn voor het uitvoeren van zijn functie voor het keuren van één of meerdere type(n) mobiele kraan, torenkraan, en/of hijs- of hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en/of tijdelijke personen(bouw)liften uit dit schema. De aangewezen instelling moet dit aantoonbaar maken.

De onderstaande competentie criteria zijn opgesteld om aan deze doelstelling te voldoen voor het uitvoeren van keuringen van mobiele kraan, torenkraan en/of hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en/of personen(bouw)liften.

Keurmeester:

Keurmeester:

4.1.3. Voorzieningen en uitrustingen

De CKI moet een reglement hebben waarin wordt vastgelegd:

De CKI moet een reglement hebben waarin wordt vastgelegd:

4.1.4. Keuringsmethoden en -procedures

De CKI is gehouden te keuren aan de hand van de beoordelingsformulieren van het WSCS-VT Periodiek keuring hijskranen en/of het WSCS Opstellings- en periodiek keuring hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en/of personen(bouw)liften. In voorkomende gevallen kan informatief een nadere uitleg van een eis in een TSJ zijn vastgelegd. Van de keuringen worden protocollen opgesteld en bewaard.

4.1.5. Keuringsrapport

Bij goedkeur volgt afgifte van een uniek TCVT certificaat, waarop is aangegeven:

Bij goedkeur volgt afgifte van een uniek TCVT certificaat, waarop is aangegeven:

4.2. Aanwijzingscriteria

De CKI wordt in het kader van haar aanwijzing op grond van de artikelen 1.5a t/m 1.5d Arbobesluit op de volgende criteria getoetst:

5. Toezicht

In verband met de verplichtingen in het kader van toezicht zijn de volgende artikelen van toepassing; artikelen 6G en 6I Warenwetbesluit machines en artikel 2C Warenwetregeling machines, alsmede de artikelen 1.5b en 1.5c Arbobesluit en artikel 1.1a Arboregeling. De CKI dient ten behoeve van de informatieverzameling kosteloos de navolgende zaken te realiseren:

6. Maatregelen

Indien de aangewezen instelling niet meer voldoet aan de eisen in dit schema kan dit gevolgen hebben voor de aanwijzing. Zie beleidsmaatregel maatregelenbeleid certificering Arbeidsomstandighedenwet en Warenwet, Stcrt. 2010, nr. 10839 van 14 juli 2010.

Inleiding

Inleiding

Een actueel overzicht van de operationele certificatieschema’s en uitvoerende instellingen is beschikbaar op www.tcvt.nl. De certificatieschema’s worden gehanteerd door certificatie-instellingen, welke door de RvA zijn geaccrediteerd en in geval van verplichte certificatie door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op verzoek daartoe zijn aangewezen. De certificaten worden geleverd als een dienst aan werkgevers, werknemers, afnemers en overheid teneinde duidelijk te stellen dat men er op mag vertrouwen dat de aangeboden vakbekwaamheid, producten, materieel, systemen en diensten in het kader van verticaal transport voldoen aan de eisen conform de Arbeidsomstandighedenwet etc. Door het uitgeven van een TCVT Certificaat van Vakbekwaamheid wordt aangegeven welke personen zijn gecertificeerd in het kader van Verticaal Transport. Door het zichtbaar aanbrengen van het TCVT Goedkeuringssticker op het materieel wordt duidelijk gemaakt dat het materieel is gecertificeerd in het kader van Verticaal Transport. Met een uniek nummer op het TCVT Goedkeuringssticker in combinatie met een daaraan gerelateerde en in het beoordelingsrapport opgenomen TCVT Certificaat van (Periodieke) Goedkeuring is de registratie van de keuring en de certificatiebeslissing door de keuringsinstelling terugvindbaar.

De voorwaarden voor het gebruik van het TCVT-Certificaat van Vakbekwaamheid en Goedkeuring en het TCVT Goedkeuringssticker zijn in de volgende artikelen verwoord.

De voorwaarden voor het gebruik van het TCVT-Certificaat van Vakbekwaamheid en Goedkeuring en het TCVT Goedkeuringssticker zijn in de volgende artikelen verwoord.

1. Het TCVT Beelmerk

1. Het TCVT Beelmerk

De kleur van het beeldmerk is als volgt:

in Pantone 3415 CV (groen);

in Pantone Black (zwart).

Het beeldmerk is verkrijgbaar bij Bureau TCVT in de vorm van software.

In de desbetreffende certificatieschema’s is de positie van het schema als volgt aangegeven.

Dit wordt in het certificaat gecodeerd aangegeven met de onderstaande toevoeging aan het logo.

Dit wordt in het certificaat gecodeerd aangegeven met de onderstaande toevoeging aan het logo.

2. Het TCVT Certificaat van Goedkeuring en TCVT Goedkeuringssticker

De certificatie-instelling verleent een certificaat van goedkeuring (A-4 formaat) met een unieke identificatiecode volgens haar eigen systematiek.

In het aangegeven gebied D1 wordt het TCVT-Beeldmerk aangebracht tezamen met het certificaatnummer en de datum van uitgifte. Het TCVT Certificaat van Goedkeuring wordt opgenomen in het keuringsrapport.

In combinatie met het TCVT Certificaat van Goedkeuring wordt er op de machine een TCVT Goedkeuringssticker aangebracht. Het TCVT Goedkeuringssticker bestaat uit:

De overige gegevens dienen door de CI met een door haar te verstrekken TCVT Goedkeuringssticker te worden aangebracht.

Voor materieel en hijsmiddelen geldt dat het TCVT Goedkeuringssticker op een voor derden duidelijk zichtbare plaats is aangebracht.

Door keuringsinstelling te verzorgen.

Op de keuringslocatie handmatig invullen van datum, wettelijk verplicht (A) of vrijwillig (B), de identificatie van de machine en door aankruisen aangeven jaar/ maand van de volgende TCVT keuring wettelijk verplicht (A) of vrijwillig (B). Stickers bij Bureau TCVT te bestellen.

Op de keuringslocatie handmatig invullen van datum, wettelijk verplicht (A) of vrijwillig (B), de identificatie van de machine en door aankruisen aangeven jaar/ maand van de volgende TCVT keuring wettelijk verplicht (A) of vrijwillig (B). Stickers bij Bureau TCVT te bestellen.

3. Het TCVT-Certificaat van Vakbekwaamheid

De certificatie-instelling verleent een certificaat van vakbekwaamheid (A-4 formaat) met het certificaatnummer XX-WABB-YY.YYY waarin:

Deze gegevens zullen door Stichting TCVT opgenomen worden in het TCVT persoonsregister. Voor buitenstaanders zullen alleen de naam, geboortedatum, het certificaatnummer en de registratiecode beschikbaar zijn. Met het TCVT persoonsregister faciliteert Stichting TCVT de certificatie-instellingen, die de verplichting van een openbaar certificaatregister hebben.

Het TCVT persoonsregister is voor derden toegankelijk op www.tcvt.nl. Via een vraagvenster wordt de input verzorgd. Aan de hand van de output, welke ook op het certificaat is vermeld, kan de geldigheid worden vastgesteld.

voorbeeld:

voorbeeld:

4. Onjuist gebruik

De certificaatverlenende instelling heeft een signaleringsplicht naar de Stichting TCVT met betrekking tot het onjuiste dan wel oneigenlijk gebruik. Bij onjuist dan wel oneigenlijk gebruik van het TCVT-Beeldmerk kan Stichting TCVT tot haar daartoe beschikbare maatregelen overgaan.

De Stichting TCVT kan besluiten dit reglement te wijzigen. Van iedere wijziging van dit reglement stelt de Stichting TCVT de instellingen onverwijld schriftelijk in kennis onder mededeling van een overgangstermijn.

De Stichting TCVT kan besluiten dit reglement te wijzigen. Van iedere wijziging van dit reglement stelt de Stichting TCVT de instellingen onverwijld schriftelijk in kennis onder mededeling van een overgangstermijn.

Bijlage 3. behorend bij artikel 2b, Warenwetregeling Machines

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het productcertificaat Periodieke keuring hijskranen

Onder beheer van:

CCvD-TCVT

p/a Stichting TCVT

Postbus 154

3990 DD Houten

www.TCVT.nl

INHOUD

INHOUD

Deel I

Deel 1 van dit certificatieschema bevat algemene uitgangspunten en bepalingen voor certificatie door CKI’s en voorwaarden waar onder de afgifte van certificaten dient te gebeuren. Beschreven wordt achtereenvolgens:

1. Inleiding

Dit werkveldspecifieke certificatieschema voor producten is door BHST TCVT opgesteld. Het betreft certificatie op het gebied van de periodieke keuring van hijskranen. Door het Ministerie van SZW is het schema op vastgesteld. Dit vastgestelde schema vervangt daarmee eerdere versies. Hijskranen waarop een verklaring of certificaat wordt afgegeven betreft mobiele kranen, (mobiele) torenkranen, grondverzetmachines ingezet als hijskraan, autolaadkraan niet zijnde ladend of lossend van de eigen lading en verreikers ingezet als hijskraan. De verreiker valt voor dit schema onder de mobiele kraan. Zie verder hoofdstuk 2.

3. werkveldspecifieke kenmerken

3. werkveldspecifieke kenmerken

Om het maatschappelijke belang -veiligheid van het product- te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de veiligheid van hijskranen.

3.1. Beschrijving schema

Het werkveldspecifieke certificatieschema TCVT periodieke keuring hijskranen (09-061 versie 6) is op 1 maart 2012 door de BHST voorgesteld en door het ministerie van SZW -inclusief eventuele aanpassingen- vastgesteld. De minister van SZW kan ook op eigen initiatief wijzigingen aanbrengen in de vastgestelde documenten. Dit vastgestelde schema vervangt eerdere versies.

3.2. Actieve partijen

geweest:

geweest:

3.3. Risicoanalyse

Kranen worden intensief gebruikt en zijn onderhevig aan slijtage. Ook de opstelling en de afbouw van de kraan heeft direct gevolgen voor het gebruik. Regelmatig keuren van de kraan is de oplossing.

Kranen worden intensief gebruikt en zijn onderhevig aan slijtage. Ook de opstelling en de afbouw van de kraan heeft direct gevolgen voor het gebruik. Regelmatig keuren van de kraan is de oplossing.

4.1. Doelstelling

4.1. Doelstelling

Dit reglement omschrijft de procedures die relevant zijn voor het juist toepassen van het specifieke schema. Hierbij moet gedacht worden aan onder meer procedure van aanvraag, de condities met betrekking tot de certificatie, de afgifte van certificaten/verklaringen, procedures bij het uitvoeren van keuringen, klachtenafhandeling en het indienen van bezwaarschriften.

4.2. Certificatieprocedure

De opdrachtgever dient bij een CKI, in overeenstemming met dit certificatiereglement, een aanvraag in tot het uitvoeren van de certificatieprocedure. Vervolgens verstrekt de CKI informatie over de gang van zaken bij de afhandeling van de aanvraag.

4.3. Procedures

De CKI is door het ministerie SZW aangewezen voor het uitvoeren van de betreffende periodieke keuring hijskranen en heeft hiertoe een overeenkomst met TCVT gesloten. De CKI is verplicht de aanvrager schriftelijk te informeren over de regels, voorwaarden en procedures die verband houden met het afgeven, intrekken, etc. van het certificaat .

4.3.1. Aanvraag

De CKI registreert de aanvraag en voert deze in de keuringsplanning in.

De CKI registreert de aanvraag en voert deze in de keuringsplanning in.

4.3.2. Vaststelling tijdstip van Keuring

De CKI bevestigt de aanvraag (schriftelijk) en informeert de opdrachtgever over plaats en tijd van de keuring, met daarbij de volgende uitgangspunten:

4.3.3. Uitvoering en rapportage van de keuring

De bevindingen en de keuringsomvang van de keurmeester worden direct na de keuring in het kraanboek geregistreerd. Het certificaat wordt bij goedkeuring aansluitend opgenomen in het kraanboek.

De keurmeester is bevoegd namens de CKI het certificaat te verstrekken, met inachtneming van de voorwaarden zoals vermeld in 4.4.

In de situaties benoemd in 4.4.C wordt het certificaat in combinatie met de TCVT Goedkeuringsticker ter plaatse verstrekt. In de situatie benoemd in 4.4.A en B wordt het certificaat in combinatie met de TCVT Goedkeuringsticker niet direct verstrekt. Nadat administratief of door middel van een na controle is vastgesteld dat aan de eisen van dit schema wordt voldaan, wordt alsnog het certificaat in combinatie met de TCVT Goedkeuringsticker verstrekt.

In de situaties benoemd in 4.4.C wordt het certificaat in combinatie met de TCVT Goedkeuringsticker ter plaatse verstrekt. In de situatie benoemd in 4.4.A en B wordt het certificaat in combinatie met de TCVT Goedkeuringsticker niet direct verstrekt. Nadat administratief of door middel van een na controle is vastgesteld dat aan de eisen van dit schema wordt voldaan, wordt alsnog het certificaat in combinatie met de TCVT Goedkeuringsticker verstrekt.

4.4. Beslissing inzake het certificaat of de verklaring (bij toepassing van de iso/iec 17020)

Aan de hand van de uitkomst van zijn keuringen zal de keurmeester binnen een tussen partijen overeengekomen termijn een rapport opmaken en een advies opstellen betreffende het al dan niet afgeven van het certificaat. Dit advies wordt binnen een tussen partijen overeengekomen termijn samen met de vastgestelde resultaten van de keuring voorgelegd aan de certificatiebeslisser. Er hoeft geen separate certificatiebeslissing genomen te worden als de CKI het toezicht op de kwaliteit van het oordeel van de keurmeester op een andere wijze aantoonbaar heeft geborgd.

De keurmeester is gemachtigd het TCVT Certificaat van Goedkeuring te verlenen en in combinatie daarmee de TCVT Goedkeuringssticker op de kraan aan te brengen, mits aan de voorwaarden is voldaan.

De keurmeester is gemachtigd het TCVT Certificaat van Goedkeuring te verlenen en in combinatie daarmee de TCVT Goedkeuringssticker op de kraan aan te brengen, mits aan de voorwaarden is voldaan.

4.5. Geldigheid certificaat (bij toepassing van de iso/iec 17020)

Een tussentijdse keuring kan op gelijke wijze worden uitgevoerd.

Een tussentijdse keuring kan op gelijke wijze worden uitgevoerd.

4.6. Afhandeling bij tekortkomingoepassing van de iso/iec 17020)

Met betrekking tot de geldigheidsduur van het certificaat worden conditities gesteld. Indien niet meer voldaan wordt aan deze condities, dient dit dit consequenties te hebben voor het certificaat (bij toepassing van de ISO 17020).

4.6.1. Afhandeling bij tekortkomingen (cat A)

De opdrachtgever geeft de CKI die de keuring heeft uitgevoerd opdracht voor een nacontrole op de uitgevoerde reparaties. De CKI voert de nacontrole uit, tenzij de aard van de tekortkoming naar het oordeel van de CKI een schriftelijke afhandeling rechtvaardigt.

Indien de reparaties als adequaat worden gekwalificeerd, verstrekt de CKI aan de opdrachtgever het TCVT Certificaat van Goedkeuring in combinatie met de TCVT Goedkeuringssticker. Indien de reparatie niet als adequaat wordt gekwalificeerd, verstrekt de CKI aan de opdrachtgever geen TCVT certificaat van Goedkeuring en meldt het gebrek en de onthouding van de goedkeuring schriftelijk aan de Inspectie SZW binnen 2 maanden na de 1e keuring.

Indien de reparaties als adequaat worden gekwalificeerd, verstrekt de CKI aan de opdrachtgever het TCVT Certificaat van Goedkeuring in combinatie met de TCVT Goedkeuringssticker. Indien de reparatie niet als adequaat wordt gekwalificeerd, verstrekt de CKI aan de opdrachtgever geen TCVT certificaat van Goedkeuring en meldt het gebrek en de onthouding van de goedkeuring schriftelijk aan de Inspectie SZW binnen 2 maanden na de 1e keuring.

4.6.2. Afhandeling bij tekortkomingen (cat B)

Als de tekortkoming(en) geen direct gevaar voor de veiligheid inhoudt, verzoekt de CKI de opdrachtgever de desbetreffende tekortkomingen zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen 2 maanden na de keuringsdatum, op te heffen en daaromtrent aan de instelling schriftelijk te rapporteren. Na ontvangst van de rapportage van de opdrachtgever en de positieve beoordeling van de uitgevoerde reparaties verstrekt de CKI de opdrachtgever het TCVT Certificaat van Goedkeuring in combinatie met de TCVT Goedkeuringssticker. Waar nodig wordt een nacontrole uitgevoerd. Een en ander nader in te vullen door de CKI. Indien de afmelding niet binnen de gestelde termijn is afgewerkt dan wordt geen certificaat afgegeven voordat de keuring opnieuw volledig is uitgevoerd.

4.7. Klachtenregeling

Aan een CKI worden onder meer de volgende eisen gesteld:

Indien de CKI klachten van derden, zoals een opdrachtgever, ontvangt over het voldoen aan dit schema door het bedrijf of de persoon die een aanvraag voor het certificaat heeft ingediend of certificaathouder is, dient de CKI de klager te verwijzen naar het bedrijf of de persoon. De CKI dient de klacht te betrekken bij de eerstvolgende beoordeling bij het betreffende bedrijf of de betreffende persoon.

Echter, indien het naar de mening van de CKI een ernstige klacht betreft, dient de CKI, naast de behandeling door het bedrijf of de persoon, zelf ook direct te beoordelen of de klacht gevolgen dient te hebben voor de beslissing m.b.t. certificatie. In dat geval dient de CKI af te wegen of het gewenst is een extra beoordeling uit te voeren. De kosten van deze extra beoordeling komen in beginsel voor rekening van de certificaathouder.

In deze werkinstructie wordt de afhandeling van een klacht besproken. Voor iedere afzonderlijke klacht wordt een apart klachtenformulier ingevuld.

Wanneer iemand probeert een klacht telefonisch of mondeling te melden, wordt aan hem/haar gevraagd deze schriftelijk te verwoorden. Als een klacht schriftelijk binnenkomt wordt deze meteen naar de kwaliteitsmanager gebracht en indien de klachtafhandelaar duidelijk is krijgt hij/zij meteen een kopie van de klacht. De kwaliteitsmanager registreert de klacht op een klachtenformulier en stelt de directeur CKI op de hoogte van de klacht. De directeur van de CKI wijst de klachtafhandelaar aan. De kwaliteitsmanager vermeldt de klachtafhandelaar op het klachtenformulier en brengt de klachtafhandelaar schriftelijk op de hoogte van de klacht. De klachtafhandelaar informeert de indiener van de klacht schriftelijk over de ontvangst van de klacht.

Klachtafhandelaar stuurt klacht door naar betrokken bedrijf/persoon; stelt indiener op de hoogte legt dossier aan tbv voortgangsbewaking en meenemen afhandeling klacht door bedrijf/persoon bij eerstvolgende beoordeling.

Klachtafhandelaar beoordeelt de klacht en stelt vast of de klacht een incident betreft of dat de klacht moet leiden tot een aanpassing in de werkwijze. Indien het een incident betreft, wordt de indiener daarvan op de hoogte gesteld. De klachtafhandelaar bedenkt samen met de indiener binnen drie weken na het indienen van de klacht een oplossing voor de afhandeling en betrekt bedrijf/persoon hierbij. De oplossing zoals die met de indiener is besproken wordt vastgelegd op het klachtenformulier. Hier wordt tevens vermeld dat het gaat om een incident. Indien de klacht een aanpassing van de werkwijze vergt bedenkt de klachtafhandelaar binnen 10 dagen een verbetervoorstel en bespreekt dit met de kwaliteitsmanager en betrekt bedrijf/persoon hierbij. Het verbetervoorstel moet een structurele verbetering inhouden van de werkwijze. Het verbetervoorstel wordt ingevuld op het klachtenformulier.

De klachtafhandelaar stelt de indiener op de hoogte van de afhandeling van de klacht. De kwaliteitsmanager maakt de gewijzigde werkwijze bekend. De kwaliteitsmanager start, indien nodig, een vervolgonderzoek naar de invoering van het verbetervoorstel. De bevindingen worden vastgelegd op het klachtenformulier. Het klachtenformulier wordt gearchiveerd.

De klachtafhandelaar stelt de indiener op de hoogte van de afhandeling van de klacht. De kwaliteitsmanager maakt de gewijzigde werkwijze bekend. De kwaliteitsmanager start, indien nodig, een vervolgonderzoek naar de invoering van het verbetervoorstel. De bevindingen worden vastgelegd op het klachtenformulier. Het klachtenformulier wordt gearchiveerd.

4.8. Bezwaarprocedure

Algemeen:

Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard:

Indien de inhoud of strekking van de nieuwe beslissing de belanghebbende hiertoe aanleiding geeft, dient hij zich in voorkomend geval te wenden tot de bestuursrechter.

De CKI zal de belanghebbende in haar beslissing op bezwaar wijzen op deze mogelijkheid.

De CKI zal de belanghebbende in haar beslissing op bezwaar wijzen op deze mogelijkheid.

4.9. Norminterpretaties

Het CCvD dient te zorgen voor eenduidige norminterpretatie. Toch kan het voorkomen dat er in de operationele fase verschillende interpretaties bestaan van één of meerdere in werkveldspecifieke certificatieschema’s gehanteerde begrippen. Mocht het gebeuren dat certificaathouders, CKI’s of andere belanghebbenden uiteenlopende definities hanteren en hierover meningsverschillen bestaan, dan dienen afwijkende interpretaties te worden voorgelegd aan het CCvD.

5. Toezicht

De eigenaar van het product is onder dit certificatieregime wettelijk verplicht periodieke keuringen aan te vragen. Het doel van de periodieke controle is om de blijvende veiligheid van het product zoveel mogelijk te waarborgen. Het CCvD bepaalt in dit hoofdstuk van het certificatieschema hoe het toezicht door de CKI dient te worden ingericht

5.1. Toegang

Toegang tot de technische gegevens en/of documentatie wordt verkregen:

Toegang tot de technische gegevens en/of documentatie wordt verkregen:

5.2. Frequentie van het toezicht

Steekproefsgewijze controle door de CKI is niet van toepassing.

Steekproefsgewijze controle door de CKI is niet van toepassing.

5.3. De wijze van uitvoering van toezicht

Zie 5.2

5.4. Verslag van bevindingen

De verslaglegging bevat tenminste de onder 8.3 opgenoemde punten (voor zover van toepassing).

5.5. Maatregelen

Indien de reparatie van een A-tekortkoming (art. 4.6.1) niet als adequaat wordt gekwalificeerd, verstrekt de CKI aan de opdrachtgever geen TCVT certificaat van Goedkeuring en meldt het gebrek en de onthouding van de goedkeuring schriftelijk aan Inspectie SZW binnen 2 maanden na de 1e keuring.

Deel II

Deel 2 van dit certificatieschema bevat de normen die gelden voor een certificaat of verklaring voor producten in een werkveld. Beschreven wordt achtereenvolgens:

6. Onderwerp van verklaring of certificatie

Dit WSCS-VT Periodieke Keuring van Hijskranen is door het ministerie van SZW – inclusief eventuele aanpassingen – vastgesteld. Dit vastgestelde schema vervangt daarmee eerdere versies. Het te keuren product betreft hijskranen, zoals genoemd in artikel 2a van de Warenwetregeling machines..

7. Eisen

Dit hoofdstuk bevat de werkveldspecifieke normen waaraan een product moet voldoen.

7.1. Eisen

Hijskranen moeten conform het Warenwetbesluit machines worden gekeurd door een CKI. Voor de eerste maal dient dit te geschieden na verloop van ten hoogste 24 maanden na de eerste ingebruikneming. Vervolgens dient dit telkens na verloop van 24 maanden herhaald te worden (Warenwetbesluit machines, artikel 6d). Voor de tussenliggende jaren dient overeenkomstig artikel 6d van het Warenwetbesluit machines de hijskraan te worden gekeurd door een deskundige.

Hijskranen moeten conform het Warenwetbesluit machines worden gekeurd door een CKI. Voor de eerste maal dient dit te geschieden na verloop van ten hoogste 24 maanden na de eerste ingebruikneming. Vervolgens dient dit telkens na verloop van 24 maanden herhaald te worden (Warenwetbesluit machines, artikel 6d). Voor de tussenliggende jaren dient overeenkomstig artikel 6d van het Warenwetbesluit machines de hijskraan te worden gekeurd door een deskundige.

7.1.1. Eisen voor periodieke keuring

Zie hoofdstuk 8.

8.1. Periodieke keuring voorblad keuringsrapport

8.1. Periodieke keuring voorblad keuringsrapport

De tabel is toepasbaar op alle te keuren kranen.

Werkinstructie:

Bepaal (bereken of lees af uit de tabel) de toelaatbare hijslast, behorende bij de gemeten vlucht. bereken vervolgens de afwijking met de volgende formule:

Formule van 17: Afwijking in % Kolom (16-14) / 14*100%)

Configuraties bij uitgebreide kraansystemen

Configuraties bij uitgebreide kraansystemen

8.4. Toelichting op 8.3

Beproeven met last geschieden bij voorkeur met een vrijhangende last.

Deze dienen in de nabijheid van de kraan te zijn opgesteld en van deugdelijke bevestigingsmiddelen te zijn voorzien. De massa van de proefgewichten dient op de gewichten te zijn vermeld. Bij het toepassen van betonnen proefgewichten, containers met losse delen o.i.d., dienen de gewichten te worden gecontroleerd door middel van weging. Onderstaand volgen aanwijzingen met betrekking tot de toestand van de testplaats en opstelling van de kraan.

De kraan moet waterpas zijn opgesteld op een vlakke, voldoende draagkrachtige ondergrond. Een railkraan moet zijn opgesteld op een kraanbaan die voldoet aan de eisen, bijvoorbeeld volgens de publicatie van de Arbeidsinspectie P 127 (inmiddels ingetrokken)

Het zwenkbereik van de kraan dient zoveel mogelijk vrij te zijn van obstakels. Het manoeuvreren van lasten boven openbare wegen, spoorbanen of waterwegen is verboden.

Op de kraan moet de vereiste ballastmassa aanwezig zijn.

Voor de beproeving van de kraan moeten deugdelijke hijsgereedschappen worden gebruikt, geschikt voor het hijsen van de proeflast.

De kraan moet geheel bedrijfsklaar voor de keuring staan opgesteld.

Bij het beproeven moet rekening worden gehouden met de door de fabrikant voor de betreffende hijskraan in bedrijf toegelaten windsnelheid.

Bij het beproeven moet rekening worden gehouden met de door de fabrikant voor de betreffende hijskraan in bedrijf toegelaten windsnelheid.

9. HET CERTIFICAAT

TCVT Certificaat van Goedkeuring: (certificaat dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een sticker welke in het kraanboek geplakt wordt):

Door keuringsinstelling te verzorgen.

Voorbeeld:

Op de keuringslocatie handmatig invullen van datum, de identificatie van de machine en door aankruisen aangeven jaar/ maand van de volgende TCVT keuring.

Stickers bij TCVT te bestellen:

Stickers bij TCVT te bestellen:

Bijlage 4. behorend bij artikel van de Warenwetregeling Machines behorend bij artikel 2b, 2e lid

Werkveldspecifiek certificatieschema opstellings- en periodieke keuring hijs en –hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en tijdelijke personen (bouw) liften voor bewoners

Onder beheer van:

CCvD-TCVT

p/a Stichting TCVT

Postbus 154

3990 DD Houten

www.TCVT.nl

www.TCVT.nl

DEEL I

DEEL I

Beschreven wordt achtereenvolgens:

Beschreven wordt achtereenvolgens:

1. INLEIDING

Het te keuren product waarop een verklaring of certificaat wordt afgegeven betreft

hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en tijdelijke personen(bouw)liften voor bewoners (in dit schema worden deze werktuigen en liften aangeduid als werktuig).

Dit zijn tijdelijk opgestelde machines die bepaalde stopplaatsen bedienen, met behulp van een drager die ten opzichte van het horizontale vlak meer dan 15 graden hellend geleid beweegt of op een andere manier een vaste baan volgt, en bestemd is voor het vervoer van:

Het werkveldspecifieke document voor aanwijzing en toezicht op de CKI’s voor periodieke keuringen hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en tijdelijke personen(bouw)liften voor bewoners maakt onlosmakelijk onderdeel uit van dit certificatieschema.

Het werkveldspecifieke document voor aanwijzing en toezicht op de CKI’s voor periodieke keuringen hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en tijdelijke personen(bouw)liften voor bewoners maakt onlosmakelijk onderdeel uit van dit certificatieschema.

2. DEFINITIES

1Ministerie van BZK, De Kaderstellende visie op toezicht

3. WERKVELDSPECIFIEKE KENMERKEN

Om het maatschappelijke belang – veiligheid van het product – te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de veiligheid van de opstellings- en/of periodieke keuring van een werktuig.

3.1. Beschrijving schema

Op- en of aanmerkingen op dit certificatieschema kunnen worden ingediend bij het CCvD p/a Stichting TCVT, postbus 154 3990 DD Houten. www.tcvt.nl

Op- en of aanmerkingen op dit certificatieschema kunnen worden ingediend bij het CCvD p/a Stichting TCVT, postbus 154 3990 DD Houten. www.tcvt.nl

3.2. Actieve partijen

Binnen het kader van dit document voor aanwijzing en toezicht zijn bij de opstelling betrokken geweest:

3.3. Risicoanalyse

Het gebruik van werktuigen is een risicovolle activiteit in het verticaal transport. De machine waarmee wordt gehesen en/of geheven kunnen ieder voor zich en/of in gezamenlijkheid gevaarlijk zijn voor mens en omgeving. Borging van dit proces door onder certificaat gekeurde werktuigen is noodzakelijk en door de wetgever onderkend. Werktuigen zijn complexe installaties en hun aandeel in ernstige en dodelijke ongevallen is relatief gezien groot. De oorzaak van deze onveiligheid kan worden onderverdeeld in een aantal subgroepen:

4.1. Doelstelling

4.1. Doelstelling

Dit reglement omschrijft de procedures die relevant zijn voor het juist toepassen van het specifieke schema. Hierbij moet gedacht worden aan onder meer procedure van aanvraag, de condities met betrekking tot de certificatie, de afgifte van certificaten/verklaringen, procedures bij het uitvoeren van keuringen, klachtenafhandeling en het indienen van verzoeken om herziening.

4.2. Certificatieprocedure

De opdrachtgever dient bij een CKI (zie www.tcvt.nl), in overeenstemming met dit certificatiereglement, een aanvraag in tot het uitvoeren van de certificatieprocedure. Vervolgens verstrekt de CKI informatie over de gang van zaken bij de afhandeling van de aanvraag.

4.3. Procedures

De CKI is verplicht de aanvrager schriftelijk te informeren over de regels, voorwaarden en procedures die verband houden met het afgeven, intrekken, etc. van het certificaat .

De CKI is verplicht de aanvrager schriftelijk te informeren over de regels, voorwaarden en procedures die verband houden met het afgeven, intrekken, etc. van het certificaat .

4.3.1. Aanvraag

Door de aanvrager wordt voor een specifiek werktuig de keuring bij de CKI aangevraagd. De CKI registreert de aanvraag en voert deze in de keuringsplanning in.

4.3.2. Vaststelling tijdstip van Keuring

m.b.t. de uitvoering:

m.b.t. de te keuren werktuig:

m.b.t. door de aanvrager te verstrekken zaken (zie bijlage A 2200):

m.b.t. de procedure:

m.b.t. de procedure:

4.3.3. Uitvoering en rapportage van de keuring

De bevindingen van de keurmeester worden direct na de keuring in het lift- cq werkboek geregistreerd. Het Certificaat wordt bij goedkeur aansluitend opgenomen in het lift- cq werkboek. De keurmeester is bevoegd namens de CKI het Certificaat te verstrekken, met inachtneming van de voorwaarden zoals vermeld in dit hoofdstuk.

In de situaties benoemd in 4.4.C wordt het Certificaat in combinatie met de TCVT Goedkeuringsticker ter plaatse verstrekt.

In de situatie benoemd in 4.4.A en B wordt het Certificaat in combinatie met de TCVT Goedkeuringsticker niet direct verstrekt. Nadat administratief of door middel van een nacontrole is vastgesteld dat aan de eisen van dit schema wordt voldaan, wordt alsnog het Certificaat in combinatie met de TCVT Goedkeuringsticker verstrekt.

In de situatie benoemd in 4.4.A en B wordt het Certificaat in combinatie met de TCVT Goedkeuringsticker niet direct verstrekt. Nadat administratief of door middel van een nacontrole is vastgesteld dat aan de eisen van dit schema wordt voldaan, wordt alsnog het Certificaat in combinatie met de TCVT Goedkeuringsticker verstrekt.

4.4. Beslissing inzake het certificaat of de verklaring

De keurmeester is gemachtigd het TCVT Certificaat van Goedkeuring te verlenen en in combinatie daarmee de TCVT Goedkeuringssticker op het werktuig aan te brengen, mits aan de voorwaarden is voldaan.

De keurmeester is gemachtigd het TCVT Certificaat van Goedkeuring te verlenen en in combinatie daarmee de TCVT Goedkeuringssticker op het werktuig aan te brengen, mits aan de voorwaarden is voldaan.

4.5. Geldigheid certificaat Op het certificaat wordt de uiterste datum van de volgende keuring vermeld (bij toepassing van de ISO/IEC 17020).De maximale herkeuringstermijn is 6 maanden.

Een tussentijdse keuring kan op gelijke wijze worden uitgevoerd. Toelichting: een keuring is een momentopname en kent geen geldigheidstermijn.

4.6. Afhandeling bij tekortkoming

Met betrekking tot de geldigheidsduur van het certificaat worden condities gesteld. Indien niet meer voldaan wordt aan deze condities, kan dit consequenties hebben voor het certificaat.

4.6.1. Afhandeling bij tekortkomingen (cat A)

De CKI geeft aan dat de opdrachtgever wil hij het werktuig blijven gebruiken, verplicht is binnen 2 maanden direct de nodige voorzieningen te treffen ter opheffing van de tekortkomingen.

De opdrachtgever geeft de CKI die de keuring heeft uitgevoerd opdracht voor een nacontrole op de uitgevoerde reparaties. De CKI voert de nacontrole uit, tenzij de aard van de tekortkoming een schriftelijke afhandeling rechtvaardigt. Indien de reparaties als adequaat worden gekwalificeerd, verstrekt de CKI aan de opdrachtgever het TCVT Certificaat van Goedkeuring in combinatie met de TCVT Goedkeuringssticker.

De opdrachtgever geeft de CKI die de keuring heeft uitgevoerd opdracht voor een nacontrole op de uitgevoerde reparaties. De CKI voert de nacontrole uit, tenzij de aard van de tekortkoming een schriftelijke afhandeling rechtvaardigt. Indien de reparaties als adequaat worden gekwalificeerd, verstrekt de CKI aan de opdrachtgever het TCVT Certificaat van Goedkeuring in combinatie met de TCVT Goedkeuringssticker.

4.6.2. Afhandeling bij tekortkomingen (cat B)

Na ontvangst van de rapportage van de opdrachtgever en de positieve beoordeling van de uitgevoerde reparaties verstrekt de CKI de opdrachtgever het TCVT Certificaat van Goedkeuring in combinatie met de TCVT Goedkeuringssticker.

Waar nodig wordt een nacontrole uitgevoerd. Een en ander nader in te vullen door de CKI.

Indien de afmelding niet binnen de gestelde termijn is afgewerkt c.q. niet als adequaat wordt gekwalificeerd dan mag geen certificaat worden afgegeven voordat de keuring opnieuw is uitgevoerd. De CKI meld het gebrek en de onthouding van de goedkeuring binnen 2 maanden aan de Inspectie SZW/team certificatie.

Indien de afmelding niet binnen de gestelde termijn is afgewerkt c.q. niet als adequaat wordt gekwalificeerd dan mag geen certificaat worden afgegeven voordat de keuring opnieuw is uitgevoerd. De CKI meld het gebrek en de onthouding van de goedkeuring binnen 2 maanden aan de Inspectie SZW/team certificatie.

4.7. Klachten over de CKI

Aan een CKI worden onder meer de volgende eisen gesteld:

Aan een CKI worden onder meer de volgende eisen gesteld:

4.7.1. Klachten over het bedrijf of de persoon

Echter, indien het naar de mening van de CKI een ernstige klacht betreft, dient de CKI, naast de behandeling door het bedrijf of de persoon, zelf ook direct te beoordelen of de klacht gevolgen dient te hebben voor de beslissing m.b.t. certificatie.

In dat geval dient de CKI af te wegen of het gewenst is een extra beoordeling uit te voeren. De kosten van deze extra beoordeling komen in beginsel voor rekening van de certificaathouder.

In dat geval dient de CKI af te wegen of het gewenst is een extra beoordeling uit te voeren. De kosten van deze extra beoordeling komen in beginsel voor rekening van de certificaathouder.

4.7.2. Klachtenregeling

Wanneer iemand probeert een klacht telefonisch of mondeling te melden, wordt aan hem/haar gevraagd deze schriftelijk te verwoorden. Als een klacht schriftelijk binnenkomt wordt deze meteen naar de kwaliteitsmanager gebracht en indien de klachtafhandelaar duidelijk is krijgt hij/zij meteen een kopie van de klacht.

De kwaliteitsmanager registreert de klacht op een klachtenformulier en stelt de directeur CKI op de hoogte van de klacht. De directeur van de CKI wijst de klachtafhandelaar aan. De kwaliteitsmanager vermeldt de klachtafhandelaar op het klachtenformulier en brengt de klachtafhandelaar schriftelijk op de hoogte van de klacht. De klachtafhandelaar informeert de indiener van de klacht schriftelijk over de ontvangst van de klacht.

Klachtafhandelaar stuurt klacht door naar betrokken bedrijf/persoon; stelt indiener op de hoogte legt dossier aan tbv voortgangsbewaking en meenemen afhandeling klacht door bedrijf/persoon bij eerstvolgende beoordeling.

Klachtafhandelaar beoordeelt de klacht en stelt vast of de klacht een incident betreft of dat de klacht moet leiden tot een aanpassing in de werkwijze.

Indien het een incident betreft, wordt de indiener daarvan op de hoogte gesteld. De klachtafhandelaar bedenkt samen met de indiener binnen drie weken na het indienen van de klacht een oplossing voor de afhandeling en betrekt bedrijf/persoon hierbij.

De oplossing zoals die met de indiener is besproken wordt vastgelegd op het klachtenformulier. Hier wordt tevens vermeld dat het gaat om een incident.

Indien de klacht een aanpassing van de werkwijze vergt bedenkt de klachtafhandelaar binnen 10 dagen een verbetervoorstel en bespreekt dit met de kwaliteitsmanager en betrekt bedrijf/persoon hierbij. Het verbetervoorstel moet een structurele verbetering inhouden van de werkwijze. Het verbetervoorstel wordt ingevuld op het klachtenformulier.

De klachtafhandelaar stelt de indiener op de hoogte van de afhandeling van de klacht.

De kwaliteitsmanager maakt de gewijzigde werkwijze bekend.

De kwaliteitsmanager start, indien nodig, een vervolgonderzoek naar de invoering van het verbetervoorstel. De bevindingen worden vastgelegd op het klachtenformulier. Het klachtenformulier wordt gearchiveerd.

De kwaliteitsmanager start, indien nodig, een vervolgonderzoek naar de invoering van het verbetervoorstel. De bevindingen worden vastgelegd op het klachtenformulier. Het klachtenformulier wordt gearchiveerd.

4.8. Bezwaarprocedure

Algemeen:

Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard:

Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard:

4.9. Norminterpretaties

Mocht het gebeuren dat certificaathouders, CKI’s of andere belanghebbenden uiteenlopende definities hanteren en hierover meningsverschillen bestaan, dan dienen afwijkende interpretaties te worden voorgelegd aan het CCvD.

Het CCvD kan een dergelijke interpretatie vastleggen en openbaar maken in een TCVT Schema Journaal (TSJ).

Het CCvD kan een dergelijke interpretatie vastleggen en openbaar maken in een TCVT Schema Journaal (TSJ).

5. TOEZICHT

De eigenaar van het product is verplicht een opstelling- en/of periodieke keuring aan te vragen. Het doel van de opstelling- en/of periodieke keuring is om de blijvende veiligheid van het product zoveel mogelijk te waarborgen. Het CCvD bepaalt in dit hoofdstuk van het certificatieschema hoe het toezicht door de CKI dient te worden ingericht.

5.1. Toegang

Indien het voor het houden van toezicht noodzakelijk is dat de CKI, de nationale accreditatie-instantie en Inspectie SZW zich toegang verschaffen tot gegevens over het product en het product zelf, wordt in deze paragraaf de toegang hiertoe geregeld. Het betreft hier de techni-sche gegevens van het werktuig en de eventuele documentatie over modificaties.

5.2. Frequentie van het toezicht

De CKI voert de periodieke keuring, bij opstellingen langer dan 6 maanden op een vaste loca-tie, eenmaal per 6 maanden uit.

De CKI voert een keuring uit na een wijziging van het werktuig.

Steekproefsgewijze controle door de CKI is niet van toepassing.

Steekproefsgewijze controle door de CKI is niet van toepassing.

5.3. De wijze van uitvoering van toezicht

Zie 5.2

5.4. Verslag van bevindingen

De verslaglegging bevat tenminste de onder 8.2 (opstellingskeuring) respectievelijk 8.3 (periodieke keuring) opgenoemde punten (voor zover van toepassing).

5.5. Maatregelen

Indien de reparatie van een A-tekortkoming (art. 4.6.1.) niet als adequaat wordt gekwalificeerd, verstrekt de CKI aan de opdrachtgever geen TCVT certificaat van goedkeuring en meldt het gebrek en de onthouding van de goedkeuring schriftelijk aan Inspectie SZW/team certificatie binnen 2 maanden na de 1e keuring.

Indien de reparatie van een A-tekortkoming (art. 4.6.1.) niet als adequaat wordt gekwalificeerd, verstrekt de CKI aan de opdrachtgever geen TCVT certificaat van goedkeuring en meldt het gebrek en de onthouding van de goedkeuring schriftelijk aan Inspectie SZW/team certificatie binnen 2 maanden na de 1e keuring.

DEEL II

Deel 2 van dit certificatieschema bevat de normen die gelden voor een certificaat of verklaring voor producten in een werkveld. Beschreven wordt achtereenvolgens:

6. ONDERWERP VAN VERKLARING OF CERTIFICATIE

Het te keuren product betreft hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en tijdelijke personen(bouw)liften voor bewoners.

Het te keuren product betreft hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en tijdelijke personen(bouw)liften voor bewoners.

7. EISEN

Dit hoofdstuk bevat de werkveldspecifieke normen waaraan een product moet voldoen, alsmede de wijze waarop de toetsing daarvan plaatsvindt.

7.1. EISEN

Producten worden onderworpen aan een opstellings- en/of periodieke keuring indien te verwachten is dat deze producten tijdens gebruik onderhevig zijn aan slijtage of anderszins wat veiligheid betreft achteruit gaan.

Producten moeten conform het Warenwetbesluit machines worden gekeurd door een CKI.

Zie verder art. 5.2.

Zie verder art. 5.2.

7.1.1. Eisen in de nieuwbouwfase

Niet van toepassing.

7.1.2. Eisen voor ingebruikneming

Zie hoofdstuk 8.

7.1.3. Eisen voor periodieke keuring

Zie hoofdstuk 8.

8.1. Keuring bij nieuwbouw

8.1. Keuring bij nieuwbouw

N.v.t.

8.2. Opstellingskeuring

Zie voor het rapport onder 8.3

8.3. Periodieke keuring

OK niet OK

9. HET CERTIFICAAT

9. HET CERTIFICAAT

Door CKI te verzorgen.

Voorbeeld:

Voorbeeld:

6. Maatregelen

Indien de aangewezen instelling niet meer voldoet aan de eisen in dit schema kan dit gevolgen hebben voor de aanwijzing. Zie beleidsmaatregel maatregelenbeleid certificering Arbeidsomstandighedenwet en Warenwet, Stcrt. 2010, nr. 10839 van 14 juli 2010.

Bijlage 2

Werkveldspecifiek document voor aanwijzing en toezicht (WDA&T) op de certificatie- en keuringsinstellingen die: mobiele kranen, torenkranen en/of hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en/of tijdelijke personen(bouw)liften periodiek keuren in het kader van verticaal transport

Document: WDAT-VT-Producten

1. Inleiding

Het gebruik van mobiele kranen, torenkranen en/of het gebruik van hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en/of personen (bouw)liften , betreft een risicovol product. Om het maatschappelijke belang (veiligheid en gezondheid in verband met de arbeid) te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor het periodiek keuren van mobiele kranen, torenkranen en/of het gebruik van hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en/of personen (bouw)liften Het certificaat wordt onder deze regeling verstrekt door CKI’s.

2. Definities

Dit werkveldspecifieke document voor aanwijzing en toezicht periodieke keuring van mobiele kranen, torenkranen en/of van hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en/of personen (bouw)liften is door het CCvD voorgesteld en door de minister van SZW vastgesteld. Dit vastgestelde document vervangt daarmee eerdere versies. Op- en/of aanmerkingen over dit document kunnen worden ingediend bij het CCvD.

3.2. Actieve partijen

Binnen het kader van dit document voor aanwijzing en toezicht zijn bij de opstelling betrokken geweest:

3.3. Risicoanalyse

Het verstrekken c.q. onderhouden van een certificaat op onterechte gronden wordt als de centrale gebeurtenis gedefinieerd. Om het verstrekken c.q. onderhouden van een certificaat op onterechte gronden te voorkomen is het noodzakelijk om maatregelen te nemen om zodoende de oorzaken van de optredende risico’s uit te bannen.

4. Eisen ten behoeve van de aanwijzing

Het beoordelen en aanwijzen van CKI’s voor het keuren van hijskranen en/of hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en/of personen(bouw)liften vindt plaats op basis van de NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 en de eisen die gesteld worden aan de CKI op grond van aanwijzing (4.5). Hieronder volgt een werkveldspecifieke invulling van eventuele paragrafen uit de NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012.

4.1.1. Onafhankelijkheid

De CKI, en de door haar ingeschakelde onderaannemers, is onafhankelijk en moet voldoen aan de eisen uit annex A1 van de NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012.

4.1.2. Personeel

De CKI voldoet aan de voorwaarden voor aanwijzing door de minister van SZW als aangewezen instelling. Deze voorwaarden zijn ontleend aan het NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 ‘Algemene Criteria voor het functioneren van verschillende soorten instellingen die keuringen uitvoeren’. Het personeel van de CKI en het door haar ingeleende personeel dat belast is met het keuren moet kennis hebben van het werkveld verticaal transport. Het personeel moet vrij van commerciële druk handelen. Personen of organisaties die buiten de CKI staan, mogen geen invloed kunnen uitoefenen op de uitgevoerde keuringen. Van elk personeelslid moet een dossier aanwezig zijn waarin vermeld staat welke opleiding en training er is gevolgd binnen het werkveld. Dit dossier moet jaarlijks worden herzien.

4.1.3. Voorzieningen en uitrustingen

Het personeel van de CKI beschikt voor haar werkzaamheden tenminste over de volgende middelen:

4.1.4. Keuringsmethoden en -procedures

De CKI is gehouden te keuren aan de hand van de beoordelingsformulieren van het WSCS-VT Periodiek keuring hijskranen en/of het WSCS Opstellings- en periodiek keuring hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en/of personen(bouw)liften. In voorkomende gevallen kan informatief een nadere uitleg van een eis in een TSJ zijn vastgelegd. Van de keuringen worden protocollen opgesteld en bewaard.

4.1.5. Keuringsrapport

Van een keuring wordt een rapport opgesteld dat wordt ondertekend door de CKI.

4.2. Aanwijzingscriteria

De CKI wordt in het kader van haar aanwijzing op grond van de artikelen 1.5a t/m 1.5d Arbobesluit op de volgende criteria getoetst:

5. Toezicht

In verband met de verplichtingen in het kader van toezicht zijn de volgende artikelen van toepassing; artikelen 6G en 6I Warenwetbesluit machines en artikel 2C Warenwetregeling machines, alsmede de artikelen 1.5b en 1.5c Arbobesluit en artikel 1.1a Arboregeling. De CKI dient ten behoeve van de informatieverzameling kosteloos de navolgende zaken te realiseren:

6. Maatregelen

Indien de aangewezen instelling niet meer voldoet aan de eisen in dit schema kan dit gevolgen hebben voor de aanwijzing. Zie beleidsmaatregel maatregelenbeleid certificering Arbeidsomstandighedenwet en Warenwet, Stcrt. 2010, nr. 10839 van 14 juli 2010.

Bijlage 1 TCVT reglement voor het gebruik van tcvt beeldmerk v-800

De Stichting Toezicht Certificatie Verticaal Transport (Stichting TCVT) beheert certificatieschema’s met als werkveld Verticaal Transport. Deze zijn enerzijds verplicht gesteld In het kader van Europese regelgeving en de Arbowet en anderzijds vanwege de behoefte uit de markt. De schema’s omvatten de volgende onderwerpen:

Vormgeving en gebruik

Het TCVT Beeldmerk is geregistreerd onder nummer 0954925 in het Benelux Merkenregister.

2. Het TCVT Certificaat van Goedkeuring en TCVT Goedkeuringssticker

Het TCVT Certificaat van Goedkeuring betreft materieel voor verticaal transport conform de desbetreffende certificatieschema’s, opgesteld door de werkkamers.

3. Het TCVT-Certificaat van Vakbekwaamheid

Het TCVT-Certificaat van Vakbekwaamheid betreft de vakbekwaamheid van kraanmachinisten conform de desbetreffende certificatieschema’s, opgesteld door de Werkkamer 4: Vakbekwaamheid Machinist Verticaal Transport.

4. Onjuist gebruik

Het TCVT-Beeldmerk mag niet worden gebruikt op een wijze die zou kunnen suggereren dat de Stichting TCVT verantwoordelijk is voor de uitkomst van het onderzoek of het onderzoek zou goedkeuren.

Bijlage 3. behorend bij artikel 2b, Warenwetregeling Machines

Werkveldspecifiek certificatieschema voor het productcertificaat Periodieke keuring hijskranen

Document: WSCS-VT Periodieke Keuring Hijskranen: 2012, versie 1

Deel I

Deel 1 van dit certificatieschema bevat algemene uitgangspunten en bepalingen voor certificatie door CKI’s en voorwaarden waar onder de afgifte van certificaten dient te gebeuren. Beschreven wordt achtereenvolgens:

1. Inleiding

Dit werkveldspecifieke certificatieschema voor producten is door BHST TCVT opgesteld. Het betreft certificatie op het gebied van de periodieke keuring van hijskranen. Door het Ministerie van SZW is het schema op vastgesteld. Dit vastgestelde schema vervangt daarmee eerdere versies. Hijskranen waarop een verklaring of certificaat wordt afgegeven betreft mobiele kranen, (mobiele) torenkranen, grondverzetmachines ingezet als hijskraan, autolaadkraan niet zijnde ladend of lossend van de eigen lading en verreikers ingezet als hijskraan. De verreiker valt voor dit schema onder de mobiele kraan. Zie verder hoofdstuk 2.

2. Definities

Om het maatschappelijke belang -veiligheid van het product- te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de veiligheid van hijskranen.

3.1. Beschrijving schema

Het werkveldspecifieke certificatieschema TCVT periodieke keuring hijskranen (09-061 versie 6) is op 1 maart 2012 door de BHST voorgesteld en door het ministerie van SZW -inclusief eventuele aanpassingen- vastgesteld. De minister van SZW kan ook op eigen initiatief wijzigingen aanbrengen in de vastgestelde documenten. Dit vastgestelde schema vervangt eerdere versies.

3.2. Actieve partijen

Binnen het kader van dit WSCS-VT Periodieke Keuring Hijskranen zijn bij de opstelling betrokken

3.3. Risicoanalyse

Hijskranen zijn complexe installaties en hun aandeel in ernstige en dodelijke ongevallen is relatief gezien groot. De oorzaak van deze onveiligheid kan worden onderverdeeld in een aantal subgroepen:

4. Certificatiereglement

Dit reglement omschrijft de procedures die relevant zijn voor het juist toepassen van het specifieke schema. Hierbij moet gedacht worden aan onder meer procedure van aanvraag, de condities met betrekking tot de certificatie, de afgifte van certificaten/verklaringen, procedures bij het uitvoeren van keuringen, klachtenafhandeling en het indienen van bezwaarschriften.

4.2. Certificatieprocedure

De opdrachtgever dient bij een CKI, in overeenstemming met dit certificatiereglement, een aanvraag in tot het uitvoeren van de certificatieprocedure. Vervolgens verstrekt de CKI informatie over de gang van zaken bij de afhandeling van de aanvraag.

4.3. Procedures

De CKI is door het ministerie SZW aangewezen voor het uitvoeren van de betreffende periodieke keuring hijskranen en heeft hiertoe een overeenkomst met TCVT gesloten. De CKI is verplicht de aanvrager schriftelijk te informeren over de regels, voorwaarden en procedures die verband houden met het afgeven, intrekken, etc. van het certificaat .

4.3.1. Aanvraag

Door de aanvrager wordt voor een specifieke hijskraan de keuring bij de CKI aangevraagd.

4.3.2. Vaststelling tijdstip van Keuring

De CKI bevestigt de aanvraag (schriftelijk) en informeert de opdrachtgever over plaats en tijd van de keuring, met daarbij de volgende uitgangspunten:

4.3.3. Uitvoering en rapportage van de keuring

Bij de uitvoering van de keuring vinden de volgende handelingen plaats door de keurmeester:

4.4. Beslissing inzake het certificaat of de verklaring (bij toepassing van de iso/iec 17020)

De beslissing inzake de afgifte van het certificaat wordt genomen door een functionaris van de CKI die is gekwalificeerd en aangesteld conform het kwaliteitssysteem van de CKI en de procedures conform 4.3.

4.5. Geldigheid certificaat (bij toepassing van de iso/iec 17020)

Op het certificaat wordt de uiterste datum van de volgende keuring vermeld (bij toepassing van de ISO/IEC 17020). De maximale geldigheid is 24 maanden.

4.6. Afhandeling bij tekortkomingoepassing van de iso/iec 17020)

Met betrekking tot de geldigheidsduur van het certificaat worden conditities gesteld. Indien niet meer voldaan wordt aan deze condities, dient dit dit consequenties te hebben voor het certificaat (bij toepassing van de ISO 17020).

4.6.1. Afhandeling bij tekortkomingen (cat A)

Als de tekortkoming(en) direct gevaar voor de veiligheid inhoudt, zijn directe voorzieningen aan de kraan noodzakelijk. Vanwege de wettelijke verplichtingen van de opdrachtgever wijst de CKI direct na de keuring, in het rapport en per brief de opdrachtgever (of de door de opdrachtgever aangewezen begeleider) er schriftelijk op dat de kraan buiten bedrijf gesteld dient te worden. De CKI geeft daarbij aan dat de opdrachtgever wil hij de kraan blijven gebruiken, verplicht is direct de nodige voorzieningen te treffen ter opheffing van de tekortkomingen

4.6.2. Afhandeling bij tekortkomingen (cat B)

Als de tekortkoming(en) geen direct gevaar voor de veiligheid inhoudt, verzoekt de CKI de opdrachtgever de desbetreffende tekortkomingen zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen 2 maanden na de keuringsdatum, op te heffen en daaromtrent aan de instelling schriftelijk te rapporteren. Na ontvangst van de rapportage van de opdrachtgever en de positieve beoordeling van de uitgevoerde reparaties verstrekt de CKI de opdrachtgever het TCVT Certificaat van Goedkeuring in combinatie met de TCVT Goedkeuringssticker. Waar nodig wordt een nacontrole uitgevoerd. Een en ander nader in te vullen door de CKI. Indien de afmelding niet binnen de gestelde termijn is afgewerkt dan wordt geen certificaat afgegeven voordat de keuring opnieuw volledig is uitgevoerd.

4.7. Klachtenregeling

Een adequate behandeling van klachten is belangrijk voor het creëren van vertrouwen in certificatie en belangrijk voor de bescherming van zowel de certificaathouders als de gebruikers van certificaten.

4.8. Bezwaarprocedure

Onderstaand worden de stappen beschreven die nodig zijn voor het afhandelen van een bezwaarschrift. Een dergelijk bezwaarschrift kan bijvoorbeeld ingediend worden tegen besluiten van de CKI inzake het niet (opnieuw) verlenen, schorsen of intrekken van een certificaat.

4.9. Norminterpretaties

Het CCvD dient te zorgen voor eenduidige norminterpretatie. Toch kan het voorkomen dat er in de operationele fase verschillende interpretaties bestaan van één of meerdere in werkveldspecifieke certificatieschema’s gehanteerde begrippen. Mocht het gebeuren dat certificaathouders, CKI’s of andere belanghebbenden uiteenlopende definities hanteren en hierover meningsverschillen bestaan, dan dienen afwijkende interpretaties te worden voorgelegd aan het CCvD.

5. Toezicht

De eigenaar van het product is onder dit certificatieregime wettelijk verplicht periodieke keuringen aan te vragen. Het doel van de periodieke controle is om de blijvende veiligheid van het product zoveel mogelijk te waarborgen. Het CCvD bepaalt in dit hoofdstuk van het certificatieschema hoe het toezicht door de CKI dient te worden ingericht

5.1. Toegang

Indien het voor het houden van toezicht noodzakelijk is dat de CKI, de nationale accreditatie-instantie en Team Certificatie SZW zich toegang verschaffen tot gegevens over het product en het product zelf, wordt in deze paragraaf de toegang hiertoe geregeld. Het betreft hier de technische gegevens van de hijskraan en de eventuele documentatie over modificaties.

5.2. Frequentie van het toezicht

De CKI voert de periodieke keuring één (1) maal in de 24 maanden uit.

5.3. De wijze van uitvoering van toezicht

Zie 5.2

5.4. Verslag van bevindingen

De verslaglegging bevat tenminste de onder 8.3 opgenoemde punten (voor zover van toepassing).

5.5. Maatregelen

Indien de reparatie van een A-tekortkoming (art. 4.6.1) niet als adequaat wordt gekwalificeerd, verstrekt de CKI aan de opdrachtgever geen TCVT certificaat van Goedkeuring en meldt het gebrek en de onthouding van de goedkeuring schriftelijk aan Inspectie SZW binnen 2 maanden na de 1e keuring.

Deel II

Deel 2 van dit certificatieschema bevat de normen die gelden voor een certificaat of verklaring voor producten in een werkveld. Beschreven wordt achtereenvolgens:

6. Onderwerp van verklaring of certificatie

Dit WSCS-VT Periodieke Keuring van Hijskranen is door het ministerie van SZW – inclusief eventuele aanpassingen – vastgesteld. Dit vastgestelde schema vervangt daarmee eerdere versies. Het te keuren product betreft hijskranen, zoals genoemd in artikel 2a van de Warenwetregeling machines..

7. Eisen

Dit hoofdstuk bevat de werkveldspecifieke normen waaraan een product moet voldoen.

7.1. Eisen

Producten worden alleen in de handel gebracht en in gebruik genomen wanneer deze niet de veiligheid of gezondheid van de gebruiker of andere in de Machinerichtlijn opgenomen algemene belangen in gevaar brengen, wanneer zij op juiste wijze en voor geëigende doelen worden gefabriceerd, geïnstalleerd, gebruikt en onderhouden. Producten worden onderworpen aan een periodieke keuring indien te verwachten is dat deze producten tijdens gebruik onderhevig zijn aan slijtage of anderszins wat veiligheid betreft achteruit gaan.

7.1.1. Eisen voor periodieke keuring

Zie hoofdstuk 8.

8. Beoordelingsformulier

Toelichting bij afkeur (niet in orde) wordt vermeld onder 2300

8.4. Toelichting op 8.3

De proeflast is gelijk aan de hijslast (evt. de bedrijfslast). Beproevingen met overlast met meer dan 10% mogen niet worden uitgevoerd.

9. HET CERTIFICAAT

De eigenaar c.q. opdrachtgever dient toe te staan dat de CKI op de kraan op een voor derden duidelijk zichtbare plaats de TCVT Goedkeuringssticker conform het Reglement TCVT-Beeldmerk aanbrengt.

Bijlage 4. behorend bij artikel van de Warenwetregeling Machines behorend bij artikel 2b, 2e lid

Werkveldspecifiek certificatieschema opstellings- en periodieke keuring hijs en –hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en tijdelijke personen (bouw) liften voor bewoners

Document; TCVT/W8-01/11-017: 2012, Versie 01

INHOUDSOPGAVE

Deel 1 van dit certificatieschema bevat algemene uitgangspunten en bepalingen voor certificatie door CKI’s en voorwaarden waar onder de afgifte van certificaten dient te gebeuren.

1. INLEIDING

Dit werkveldspecifieke certificatieschema voor producten is door BHST TCVT opgesteld. Het betreft certificatie op het gebied van de opstellings- en periodieke keuring hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer (1) en tijdelijke personen(bouw)liften (2) voor bewoners. Door het Ministerie van SZW is het schema vastgesteld

2. DEFINITIES

1Ministerie van BZK, De Kaderstellende visie op toezicht

3. WERKVELDSPECIFIEKE KENMERKEN

Om het maatschappelijke belang – veiligheid van het product – te waarborgen, is door de overheid gekozen voor een wettelijk verplichte certificatieregeling voor de borging van de veiligheid van de opstellings- en/of periodieke keuring van een werktuig.

3.1. Beschrijving schema

Het werkveldspecifieke certificatieschema TCVT opstellings- en periodieke keuring hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer en tijdelijke personen(bouw)liften voor bewoners is door de BHST voorgesteld en door het ministerie van SZW – inclusief eventuele aanpassingen – vastgesteld.

3.2. Actieve partijen

Binnen het kader van dit document voor aanwijzing en toezicht zijn bij de opstelling betrokken geweest:

3.3. Risicoanalyse

Het gebruik van werktuigen is een risicovolle activiteit in het verticaal transport. De machine waarmee wordt gehesen en/of geheven kunnen ieder voor zich en/of in gezamenlijkheid gevaarlijk zijn voor mens en omgeving. Borging van dit proces door onder certificaat gekeurde werktuigen is noodzakelijk en door de wetgever onderkend. Werktuigen zijn complexe installaties en hun aandeel in ernstige en dodelijke ongevallen is relatief gezien groot. De oorzaak van deze onveiligheid kan worden onderverdeeld in een aantal subgroepen:

4. CERTIFICATIEREGLEMENT

Dit reglement omschrijft de procedures die relevant zijn voor het juist toepassen van het specifieke schema. Hierbij moet gedacht worden aan onder meer procedure van aanvraag, de condities met betrekking tot de certificatie, de afgifte van certificaten/verklaringen, procedures bij het uitvoeren van keuringen, klachtenafhandeling en het indienen van verzoeken om herziening.

4.2. Certificatieprocedure

De opdrachtgever dient bij een CKI (zie www.tcvt.nl), in overeenstemming met dit certificatiereglement, een aanvraag in tot het uitvoeren van de certificatieprocedure. Vervolgens verstrekt de CKI informatie over de gang van zaken bij de afhandeling van de aanvraag.

4.3. Procedures

De CKI is door het ministerie SZW aangewezen voor het uitvoeren van de betreffende opstelling- en periodieke keuring werktuigen en heeft hiertoe een overeenkomst met TCVT gesloten.

4.3.1. Aanvraag

Door de aanvrager wordt voor een specifiek werktuig de keuring bij de CKI aangevraagd. De CKI registreert de aanvraag en voert deze in de keuringsplanning in.

4.3.2. Vaststelling tijdstip van Keuring

De CKI bevestigt de aanvraag (schriftelijk) en informeert de opdrachtgever over plaats en tijd van de keuring, met daarbij de volgende uitgangspunten:

4.3.3. Uitvoering en rapportage van de keuring

Bij de uitvoering van de keuring vinden de volgende handelingen plaats door de keurmeester:

4.4. Beslissing inzake het certificaat of de verklaring

De beslissing inzake de afgifte van het certificaat wordt genomen door een functionaris van de CKI die is gekwalificeerd en aangesteld conform het kwaliteitssysteem van de CKI en de procedures conform 4.3. Aan de hand van de uitkomst van zijn keuringen zal de inspecteur/beoordelaar binnen een tussen partijen overeengekomen termijn een rapport opmaken en een advies opstellen betreffende het al dan niet afgeven van het certificaat. Dit advies wordt binnen een tussen partijen overeengekomen termijn samen met de vastgestelde resultaten van de keuring voorgelegd aan de certificatiebeslisser. Er hoeft geen separate certificatiebeslissing genomen te worden als de CKI het toezicht op de kwaliteit van het oordeel van de inspecteur op een andere wijze aantoonbaar heeft geborgd (ISO/IEC 17020).

4.5. Geldigheid certificaat Op het certificaat wordt de uiterste datum van de volgende keuring vermeld (bij toepassing van de ISO/IEC 17020).De maximale herkeuringstermijn is 6 maanden.

Een tussentijdse keuring kan op gelijke wijze worden uitgevoerd. Toelichting: een keuring is een momentopname en kent geen geldigheidstermijn.

4.6. Afhandeling bij tekortkoming

Met betrekking tot de geldigheidsduur van het certificaat worden condities gesteld. Indien niet meer voldaan wordt aan deze condities, kan dit consequenties hebben voor het certificaat.

4.6.1. Afhandeling bij tekortkomingen (cat A)

Als de tekortkoming(en) direct gevaar voor de veiligheid inhoudt, zijn directe voorzieningen aan de werktuigen noodzakelijk. Vanwege de wettelijke verplichtingen van de opdrachtgever wijst de CKI direct na de keu-ring, in het rapport en/of middels een brief, de opdrachtgever (de opdrachtgever of degene die namens de opdrachtgever de keuring begeleidt) er schriftelijk op dat gebruik van het werktuig uit veiligheidsoogpunt onverantwoord is en niet is toegestaan.

4.6.2. Afhandeling bij tekortkomingen (cat B)

Als de tekortkoming(en) geen direct gevaar voor de veiligheid inhoudt, verzoekt de CKI de opdrachtgever de desbetreffende tekortkomingen zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen 1 maand na de keuringsdatum, op te heffen en daaromtrent aan de instelling schriftelijk te rapporteren.

4.7. Klachten over de CKI

Een adequate behandeling van klachten is belangrijk voor het creëren van vertrouwen in certificatie en belangrijk voor de bescherming van zowel de certificaathouders als de gebruikers van certificaten.

4.7.1. Klachten over het bedrijf of de persoon

Indien de CKI klachten van derden, zoals een opdrachtgever, ontvangt over het voldoen aan dit schema door het bedrijf of de persoon die een aanvraag voor het certificaat heeft ingediend of certificaathouder is, dient de CKI de klager te verwijzen naar het bedrijf of de persoon. De CKI dient de klacht te betrekken bij de eerstvolgende beoordeling bij het betreffende bedrijf of de betreffende persoon.

4.7.2. Klachtenregeling

In deze werkinstructie wordt de afhandeling van een klacht besproken. Voor iedere afzonderlijke klacht wordt een apart klachtenformulier ingevuld.

4.8. Bezwaarprocedure

Onderstaand worden de stappen beschreven die nodig zijn voor het afhandelen van een bezwaarschrift. Een dergelijk bezwaarschrift kan bijvoorbeeld ingediend worden tegen besluiten van de CKI inzake het niet (opnieuw) verlenen, schorsen of intrekken van een certificaat.

4.9. Norminterpretaties

Het CCvD dient te zorgen voor eenduidige norminterpretatie. Toch kan het voorkomen dat er in de operationele fase verschillende interpretaties bestaan van één of meerdere in werkveldspecifieke certificatieschema’s gehanteerde begrippen.

5. TOEZICHT

De eigenaar van het product is verplicht een opstelling- en/of periodieke keuring aan te vragen. Het doel van de opstelling- en/of periodieke keuring is om de blijvende veiligheid van het product zoveel mogelijk te waarborgen. Het CCvD bepaalt in dit hoofdstuk van het certificatieschema hoe het toezicht door de CKI dient te worden ingericht.

5.1. Toegang

Indien het voor het houden van toezicht noodzakelijk is dat de CKI, de nationale accreditatie-instantie en Inspectie SZW zich toegang verschaffen tot gegevens over het product en het product zelf, wordt in deze paragraaf de toegang hiertoe geregeld. Het betreft hier de techni-sche gegevens van het werktuig en de eventuele documentatie over modificaties.

5.2. Frequentie van het toezicht

De CKI voert de opstellingskeuring uit bij elke nieuwe opstelling van het werktuig. Elke verplaatsing van het werktuig leidt tot een nieuwe opstellingskeuring.

5.3. De wijze van uitvoering van toezicht

Zie 5.2

5.4. Verslag van bevindingen

De verslaglegging bevat tenminste de onder 8.2 (opstellingskeuring) respectievelijk 8.3 (periodieke keuring) opgenoemde punten (voor zover van toepassing).

5.5. Maatregelen

Zie 4.6.

DEEL II

Deel 2 van dit certificatieschema bevat de normen die gelden voor een certificaat of verklaring voor producten in een werkveld. Beschreven wordt achtereenvolgens:

6. ONDERWERP VAN VERKLARING OF CERTIFICATIE

Het werkveldspecifieke certificatieschema TCVT opstellings- en/of periodieke keuring van werktuigen is door TCVT voorgesteld en door het ministerie van SZW – inclusief eventuele aanpassingen – vastgesteld.

7. EISEN

Dit hoofdstuk bevat de werkveldspecifieke normen waaraan een product moet voldoen, alsmede de wijze waarop de toetsing daarvan plaatsvindt.

7.1. EISEN

Producten worden alleen in gebruik genomen wanneer deze niet de veiligheid of gezondheid van de gebruiker of andere algemene belangen in gevaar brengen, wanneer zij op juiste wijze en voor geëigende doelen worden gebruikt en onderhouden. Montage geschiedt door vakbekwame personen.

7.1.1. Eisen in de nieuwbouwfase

Niet van toepassing.

7.1.2. Eisen voor ingebruikneming

Zie hoofdstuk 8.

7.1.3. Eisen voor periodieke keuring

Zie hoofdstuk 8.

8. BEOORDELINGSFORMULIER

N.v.t.

8.2. Opstellingskeuring

Zie voor het rapport onder 8.3

8.3. Periodieke keuring

OK niet OK

8.4. Toelichting op 8.1

TCVT Certificaat van Goedkeuring: (dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een sticker welke in het lift- cq werkboek geplakt wordt):

Bijlage 2

Vervallen

Bijlage 3. behorend bij artikel 2b, Warenwetregeling Machines

Vervallen

Bijlage 4. behorend bij artikel van de Warenwetregeling Machines behorend bij artikel 2b, 2e lid

Vervallen