Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 23 december 1993, houdende regelen omtrent de door de overheid gefinancierde rechtsbijstand
60 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2025-01-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2024-07-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2024-01-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2023-02-18
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2023-01-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2022-01-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2021-01-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2020-01-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2019-03-04
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2019-01-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23, 23, 23
2018-01-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2017-09-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2017-03-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2017-01-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2016-01-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2015-12-17
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2015-07-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2015-03-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2015-01-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2014-01-06
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2013-12-23
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2013-01-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2012-07-31
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2012-01-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2011-01-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2010-11-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2010-09-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 23, 23
2010-07-01
Wet op de rechtsbijstand
2010-02-01
Wet op de rechtsbijstand — art. 6
2009-12-18
Wet op de rechtsbijstand
2009-12-07
Wet op de rechtsbijstand — art. 6
2009-07-01
Wet op de rechtsbijstand
2009-03-25
Wet op de rechtsbijstand — arts. 6, 38
2009-02-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 6, 38
2009-01-01
Wet op de rechtsbijstand
2008-09-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 6, 38
2008-03-26
Wet op de rechtsbijstand — arts. 6, 38
2008-02-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 6, 38
2008-01-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 6, 38
2007-02-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 6, 38
2007-01-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 6, 38
2006-12-13
Wet op de rechtsbijstand — arts. 6, 38
2006-04-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 6, 38
2006-03-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 6, 36, 38
2006-02-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 6, 36, 38
2006-01-01
Wet op de rechtsbijstand
2005-08-01
Wet op de rechtsbijstand
2005-03-02
Wet op de rechtsbijstand
2005-02-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 6, 36, 38
2005-01-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 6, 36, 38
2004-05-01
Wet op de rechtsbijstand — arts. 6, 36, 38
Wijzigingen op 2004-05-01
@@ -14,21 +14,21 @@
- a. **Onze Minister:** Onze Minister van Justitie;
- b. **raad:** de raad voor rechtsbijstand, bedoeld in [Hoofdstuk II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=II&z=2004-02-01&g=2004-02-01);
- c. **bureau:** het aan de raad verbonden bureau rechtsbijstandvoorziening;
- b. **raad:** de raad voor rechtsbijstand, bedoeld in [Hoofdstuk II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=II&z=2004-05-01&g=2004-05-01);
- c. **bureau:** het onder de raad ressorterende bureau rechtsbijstandvoorziening;
- d. **stichting:** de door de raad gesubsidieerde stichting rechtsbijstand;
- e. **rechtsbijstand:** rechtskundige bijstand aan een rechtzoekende ter zake van een rechtsbelang dat hem rechtstreeks en individueel aangaat, voor zover in deze wet en de daarop berustende bepalingen geregeld;
- f. **rechtzoekende:** degene die op grond van onvoldoende financiële draagkracht aanspraak kan maken op rechtsbijstand, voor zover in deze wet en de daarop berustende bepalingen geregeld;
- g. **jaarplan:** het door de raad op te stellen jaarplan, bedoeld in [artikel 7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=7&z=2004-02-01&g=2004-02-01);
- h. **rechtsbijstandverlener:** de advocaat, de medewerker van de stichting, bedoeld in [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=22&z=2004-02-01&g=2004-02-01), en de personen, bedoeld in [artikel 13, eerste lid onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=13&z=2004-02-01&g=2004-02-01);
- i. **toevoeging:** de toevoeging van een rechtsbijstandverlener, bedoeld in [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=IV&artikel=24&z=2004-02-01&g=2004-02-01);
- f. **rechtzoekende:** degene die op grond van onvoldoende financiële draagkracht aanspraak kan maken op rechtsbijstand, voor zover in deze wet en de daarop berustende bepalingen geregeld, alsmede degene die met het oog op de toepassing van [artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=51a) als benadeelde partij zijn schade wil vorderen;
- g. **jaarplan:** het door de raad op te stellen jaarplan, bedoeld in [artikel 7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=7&z=2004-05-01&g=2004-05-01);
- h. **rechtsbijstandverlener:** de advocaat, de medewerker van de stichting, bedoeld in [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=22&z=2004-05-01&g=2004-05-01), en de personen, bedoeld in [artikel 13, eerste lid onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=13&z=2004-05-01&g=2004-05-01);
- i. **toevoeging:** de toevoeging van een rechtsbijstandverlener, bedoeld in [artikel 24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=IV&artikel=24&z=2004-05-01&g=2004-05-01);
- j. **inkomen:** het overeenkomstig deze wet vastgestelde netto-inkomen;
@@ -48,9 +48,9 @@
2. De raad heeft rechtspersoonlijkheid.
3. Aan de raad is verbonden een bureau rechtsbijstandvoorziening.
4. De raad subsidieert in elk arrondissement binnen zijn ressort een stichting rechtsbijstand.
3. Onder de raad ressorteert een bureau rechtsbijstandvoorziening.
4. De raad subsidieert binnen zijn ressort een of meer stichtingen rechtsbijstand.
5. Op de subsidie, die per boekjaar wordt verstrekt, is [afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=4.2.8) van toepassing.
@@ -58,7 +58,7 @@
1. De raad bestaat uit negen leden.
2. De voorzitter en de leden worden door Onze Minister benoemd. Zij worden, de raad gehoord, benoemd uit personen die over juridische, financiële, bestuurlijke of maatschappelijke deskundigheid of ervaring beschikken.
2. Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter en de overige leden van de raad. Zij worden, de raad gehoord, benoemd uit personen die over juridische, financiële, bestuurlijke of maatschappelijke deskundigheid of ervaring beschikken.
3. Ten hoogste vier leden van de raad kunnen zijn rechtsbijstandverleners in de zin van deze wet.
@@ -72,15 +72,19 @@
##### Artikel 5
Aan een lid wordt tussentijds ontslag verleend:
1. Aan een lid wordt tussentijds ontslag verleend:
- a. op eigen verzoek;
- b. indien hij naar het oordeel van de raad wegens geestelijke of lichamelijke gesteldheid moet worden geacht de geschiktheid tot het bekleden van het lidmaatschap te missen.
- b. indien hij naar het oordeel van de raad wegens geestelijke of lichamelijke gesteldheid moet worden geacht de geschiktheid tot het bekleden van het lidmaatschap te missen;
- c. om zwaarwegende redenen.
2. Schorsing vindt plaats wegens zwaarwegende redenen.
##### Artikel 6
1. De voorzitter en de secretaris, dan wel de directeur, bedoeld in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=11&z=2004-02-01&g=2004-02-01), tezamen met de voorzitter of de secretaris, vertegenwoordigen de raad in en buiten rechte.
1. De voorzitter en de secretaris, dan wel de directeur, bedoeld in [artikel 11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=11&z=2004-05-01&g=2004-05-01), tezamen met de voorzitter of de secretaris, vertegenwoordigen de raad in en buiten rechte.
2. De leden van de raad genieten voor hun werkzaamheden ten behoeve van de raad een door Onze Minister vast te stellen toelage, alsmede vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren gelden.
@@ -88,53 +92,45 @@
##### Artikel 7
1. De raad is belast met de organisatie van de verlening van rechtsbijstand in het ressort en met het toezicht op de uitvoering daarvan. De raad draagt zorg voor een zo doelmatig mogelijke besteding van de hem ter beschikking staande middelen.
2. De raad stelt voor elk kalenderjaar een jaarplan op. Van het jaarplan maken een activiteitenplan en een begroting deel uit. Het jaarplan wordt van kracht zodra Onze Minister ermee heeft ingestemd.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de inrichting van het jaarplan, het beheer en de administratie, en omtrent voorzieningen die getroffen zullen worden als niet tijdig met een jaarplan ingestemd kan worden.
1. De raad is belast met de organisatie van de verlening van rechtsbijstand in het ressort en met het toezicht op de uitvoering daarvan. De raad draagt zorg voor een zo evenwichtig mogelijke spreiding van het aanbod van de verlening van rechtsbijstand in het ressort alsmede voor een zo doelmatig mogelijke besteding van de hem ter beschikking staande middelen.
2. De raad heeft voorts tot taak:
- a. het nemen van besluiten op aanvragen om rechtsbijstand en die om verlening van toevoegingen;
- b. de vaststelling en uitbetaling van vergoedingen aan rechtsbijstandverleners;
- c. de controle op werkzaamheden van rechtsbijstandverleners, voorzover deze niet elders in deze wet aan anderen is opgedragen.
3. De raad stelt voor elk kalenderjaar een jaarplan op. Van het jaarplan maken een activiteitenplan en een begroting deel uit. Het jaarplan geeft inzicht in de regels die ten grondslag liggen aan het werkplan van de stichting, bedoeld in [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=23&z=2004-05-01&g=2004-05-01). Het jaarplan wordt van kracht zodra Onze Minister ermee heeft ingestemd.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de inrichting van het jaarplan, het beheer en de administratie, en omtrent voorzieningen die getroffen zullen worden als niet tijdig met een jaarplan ingestemd kan worden.
##### Artikel 8
De raad kan voor de uitvoering of voorbereiding van bepaalde werkzaamheden commissies instellen, waarvan ook anderen dan leden van de raad deel kunnen uitmaken. In het jaarplan wordt aangegeven hoe de samenstelling en werkwijze van deze commissies geregeld wordt.
De raad kan voor de uitvoering of voorbereiding van bepaalde werkzaamheden commissies instellen, waarvan ook anderen dan leden van de raad deel kunnen uitmaken.
##### Artikel 9
1. De raad brengt jaarlijks verslag uit aan Onze Minister. Van het verslag maken een financieel verslag en een activiteitenverslag deel uit. Het activiteitenverslag besteedt aandacht aan de ontwikkeling van de rechtsbijstandverlening in het ressort.
2. Het verslag is openbaar en wordt door de raad algemeen verkrijgbaar gesteld.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de inrichting van het verslag.
4. De raad verstrekt Onze Minister alle gewenste inlichtingen zonder dat deze tot individuele rechtzoekenden herleidbaar zijn.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de inrichting van het verslag.
3. De raad verstrekt Onze Minister alle gewenste inlichtingen zonder dat deze tot individuele rechtzoekenden herleidbaar zijn.
4. Indien de raad zijn taken, bedoeld in [artikel 7, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=7&z=2004-05-01&g=2004-05-01), naar het oordeel van Onze Minister ernstig verwaarloost, kan Onze Minister zonodig voorzieningen treffen. Onze Minister doet hiervan terstond mededeling aan de Staten-Generaal.
### Afdeling 3. Het bureau rechtsbijstandvoorziening
##### Artikel 10
Het bureau heeft tot taak:
- a. de voorbereiding en uitvoering van door de raad te behandelen en te beslissen zaken;
- b. de toetsing van verzoeken om rechtsbijstand en de afgifte van toevoegingen;
- c. de vaststelling en uitbetaling van vergoedingen aan rechtsbijstandverleners;
- d. de controle op de werkzaamheden van de rechtsbijstandverleners, voor zover deze niet elders in deze wet aan anderen is opgedragen;
- e. de uitvoering van organisatorische werkzaamheden.
Vervallen
##### Artikel 11
1. De raad benoemt een directeur en een plaatsvervangend directeur van het bureau.
2. De overige personeelsleden worden door de raad, op voordracht van de directeur, in dienst genomen en ontslagen.
3. De directeur, de plaatsvervangend directeur en de overige personeelsleden worden in dienst genomen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. De bepalingen van de [Zevende Titel A van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek](onbekend) alsmede [artikel 6 van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002014&artikel=6) zijn op deze overeenkomst van toepassing.
4. In het jaarplan worden de inrichting, de werkwijze en de personeelsformatie van het bureau geregeld.
5. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de inrichting, werkwijze en personeelsformatie van het bureau.
1. De directeur, de plaatsvervangend directeur en de overige personeelsleden van het onder de raad ressorterende bureau, worden in dienst genomen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. De bepalingen van [titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005290&titeldeel=10) alsmede [artikel 6 van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002014&artikel=6) zijn op deze overeenkomst van toepassing.
2. Onze Minister kan regels stellen omtrent de inrichting, werkwijze en personeelsformatie van het bureau.
### Hoofdstuk III. De verlening van rechtsbijstand
@@ -142,23 +138,27 @@
##### Artikel 12
1. Rechtsbijstand wordt uitsluitend verleend ter zake van in de Nederlandse rechtssfeer liggende rechtsbelangen aan natuurlijke en rechtspersonen wier financiële draagkracht de in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=34&z=2004-02-01&g=2004-02-01) genoemde bedragen niet overschrijdt.
1. Rechtsbijstand wordt uitsluitend verleend ter zake van in de Nederlandse rechtssfeer liggende rechtsbelangen aan natuurlijke en rechtspersonen wier financiële draagkracht de in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=34&z=2004-05-01&g=2004-05-01) genoemde bedragen niet overschrijdt.
2. Rechtsbijstand wordt niet verleend indien:
- a. het daartoe strekkende verzoek kennelijk van elke grond is ontbloot;
- a. de daartoe strekkende aanvraag kennelijk van elke grond is ontbloot;
- b. de aan de te verlenen rechtsbijstand verbonden kosten niet in redelijke verhouding staan tot het belang van de zaak;
- c. het daartoe strekkende verzoek betrekking heeft op een strafzaak en het op grond van de overtreden norm aannemelijk is dat een in verhouding tot het inkomen lage boete zal worden opgelegd;
- d. het daartoe strekkende verzoek wordt gedaan door een rechtspersoon die is opgericht met het doel om een gerechtelijke procedure te voeren;
- e. het rechtsbelang, waarop het verzoek betrekking heeft, de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf betreft, tenzij voortzetting van het beroep of bedrijf afhankelijk is van het resultaat van de verzochte rechtsbijstand;
- c. de daartoe strekkende aanvraag betrekking heeft op een strafzaak en het op grond van de overtreden norm aannemelijk is dat een in verhouding tot het inkomen lage boete zal worden opgelegd;
- d. de daartoe strekkende aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon die is opgericht met het doel om een gerechtelijke procedure te voeren;
- e. het rechtsbelang waarop de aanvraag betrekking heeft, de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf betreft, tenzij:
- 1º. voortzetting van het beroep of bedrijf voorzover het niet in de vorm van een rechtspersoon wordt gevoerd, afhankelijk is van het resultaat van de aangevraagde rechtsbijstand, of
- 2º. het beroep of bedrijf ten minste één jaar geleden is beëindigd, de aanvrager in eerste aanleg als verweerder bij een procedure is betrokken of betrokken is geweest en de kosten van rechtsbijstand niet op andere wijze kunnen worden vergoed.
- f. het een rechtsbelang betreft dat wordt voorgelegd aan een bij verdrag met rechtspraak belast internationaal college of een daarmee vergelijkbaar internationaal college en het college zelf in een aanspraak op vergoeding van rechtsbijstand voorziet;
- g. het een belang betreft waarvan de behartiging redelijkerwijze aan verzoeker zelf kan worden overgelaten, zo nodig met bijstand van een andere persoon of instelling van wie onderscheidenlijk waarvan de werkzaamheden niet vallen binnen de werkingssfeer van deze wet.
- g. het een belang betreft waarvan de behartiging redelijkerwijze aan de aanvrager zelf kan worden overgelaten, zo nodig met bijstand van een andere persoon of instelling van wie onderscheidenlijk waarvan de werkzaamheden niet vallen binnen de werkingssfeer van deze wet.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de overeenkomstig het tweede lid in acht te nemen criteria.
@@ -178,7 +178,7 @@
##### Artikel 14
Alle in het ressort kantoor houdende advocaten die de wens daartoe te kennen hebben gegeven, worden door de raad ingeschreven indien zij voldoen aan de in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=2&artikel=15&z=2004-02-01&g=2004-02-01) bedoelde voorwaarden.
Alle in het ressort kantoor houdende advocaten die daartoe een aanvraag hebben ingediend, worden door de raad ingeschreven indien zij voldoen aan de in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=2&artikel=15&z=2004-05-01&g=2004-05-01) bedoelde voorwaarden.
##### Artikel 15
@@ -212,15 +212,21 @@
- a. indien de advocaat niet voldaan heeft dan wel niet langer voldoet aan de voor de inschrijving gestelde voorwaarden;
- b. indien naar zijn oordeel genoegzaam is gebleken dat de rechtsbijstandverlening door de advocaat niet voldoet aan redelijkerwijs te stellen eisen van doelmatigheid;
- c. indien aan de advocaat een maatregel is opgelegd als bedoeld in [artikel 48, tweede lid, onder a tot en met c, van de Advocatenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002093&artikel=48) dan wel [artikel 60b, tweede lid, onder a tot en met c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002093&artikel=60b).
- b. indien naar zijn oordeel genoegzaam is gebleken dat de rechtsbijstandverlening door de advocaat niet voldoet aan redelijkerwijs te stellen eisen van doelmatigheid of zorgvuldigheid;
- c. indien aan de advocaat een maatregel is opgelegd als bedoeld in [artikel 48, tweede lid, onder a tot en met c, van de Advocatenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002093&artikel=48) dan wel [artikel 60b, tweede lid, onder a tot en met c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002093&artikel=60b);
- d. indien naar zijn oordeel genoegzaam is gebleken dat de advocaat herhaaldelijk onjuiste informatie heeft verstrekt ten behoeve van het vaststellen van de vergoeding;
- e. indien de advocaat niet voldoet aan de eisen gesteld aan de wijze van indiening van een aanvraag om een toevoeging;
- f. indien de advocaat niet voldoet aan de eisen gesteld aan de inrichting en de wijze van indiening van een aanvraag om vaststelling van de vergoeding.
### Afdeling 3. De stichting rechtsbijstand
##### Artikel 18
1. Er is in elk arrondissement een stichting rechtsbijstand, waarvan de statuten de instemming van de raad behoeven.
1. In elk ressort als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=2&z=2004-05-01&g=2004-05-01) zijn er één of meer stichtingen rechtsbijstand, waarvan de statuten de instemming van de raad behoeven.
2. Het bestuur van de stichting bestaat uit ten minste drie en ten hoogste vijf personen. Een minderheid van de leden van het bestuur kan rechtsbijstandverlener in de zin van deze wet zijn.
@@ -236,7 +242,7 @@
- c. het verlenen van verdergaande rechtsbijstand op basis van een toevoeging.
2. De stichting onderzoekt de draagkracht van de rechtzoekende in het geval van rechtsbijstand op basis van het eerste lid, onder **b**. Bij of krachtens de in [artikel 25, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=IV&artikel=25&z=2004-02-01&g=2004-02-01), bedoelde algemene maatregel van bestuur worden hieromtrent nadere regels gesteld.
2. De stichting onderzoekt de draagkracht van de rechtzoekende in het geval van rechtsbijstand op basis van het eerste lid, onder **b**, behalve in het geval de rechtzoekende met het oog op de toepassing van [artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=51a) als benadeelde partij zijn schade wil vorderen. Bij of krachtens de in [artikel 25, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=IV&artikel=25&z=2004-05-01&g=2004-05-01), bedoelde algemene maatregel van bestuur worden hieromtrent nadere regels gesteld.
##### Artikel 20
@@ -244,53 +250,51 @@
2. De overige personeelsleden worden door het bestuur, op voordracht van de directeur, in dienst genomen en ontslagen.
3. In het jaarplan worden de inrichting, de werkwijze en de personeelsformatie van de stichting geregeld.
4. Voor het vervullen van de taken, bedoeld in [artikel 19, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=19&z=2004-02-01&g=2004-02-01), kan de raad na overleg met de stichting overeenkomsten aangaan met ingeschreven advocaten of met personen, bedoeld in [artikel 13, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=13&z=2004-02-01&g=2004-02-01). In het jaarplan wordt vermeld welke toepassing de raad aan het bepaalde in dit lid zal geven.
3. Voor het vervullen van de taken, bedoeld in [artikel 19, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=19&z=2004-05-01&g=2004-05-01), kan de raad na overleg met de stichting overeenkomsten aangaan met ingeschreven advocaten of met personen, bedoeld in [artikel 13, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=13&z=2004-05-01&g=2004-05-01). In het jaarplan wordt vermeld welke toepassing de raad aan het bepaalde in dit lid zal geven.
##### Artikel 21
Op voorstel van de raden stelt Onze Minister voor elke stichting de personeelsformatie vast voor de medewerkers in vaste dienst die met de verlening van rechtsbijstand zijn belast. Voor alle arrondissementen gezamenlijk kan dit aantal niet meer bedragen dan tien ten honderd van het aantal door de raden ingeschreven advocaten.
Op voorstel van de raden stelt Onze Minister voor elke stichting de personeelsformatie vast voor de medewerkers in vaste dienst die met de verlening van rechtsbijstand zijn belast. Voor alle arrondissementen gezamenlijk kan dit aantal niet meer bedragen dan tien ten honderd van het aantal door de raden ingeschreven advocaten. Het jaarplan vermeldt per stichting het aantal medewerkers in vaste dienst dat met de verlening van rechtsbijstand is belast.
##### Artikel 22
1. Medewerkers van de stichting die belast zijn met de verlening van rechtsbijstand, moeten voldoen aan de eisen, genoemd in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002093&artikel=2), of [artikel 2a van de Advocatenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002093&artikel=2a).
2. De raad stelt een klachtenregeling vast, waarop een ieder die een klacht heeft over een gedraging van een medewerker van de stichting of van een persoon als bedoeld in [artikel 13, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=13&z=2004-02-01&g=2004-02-01), een beroep kan doen. Gegrondverklaring van de klacht kan ertoe leiden, dat de rechtsbijstandverlener die het betreft, al dan niet voor bepaalde tijd, van de verdere verlening van een door de raad te bepalen vorm van rechtsbijstand wordt uitgesloten.
2. De raad stelt een klachtenregeling vast, waarop een ieder die een klacht heeft over een gedraging van een medewerker van de stichting of van een persoon als bedoeld in [artikel 13, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=13&z=2004-05-01&g=2004-05-01), een beroep kan doen. Gegrondverklaring van de klacht kan ertoe leiden, dat de rechtsbijstandverlener die het betreft, al dan niet voor bepaalde tijd, van de verdere verlening van een door de raad te bepalen vorm van rechtsbijstand wordt uitgesloten.
3. De klachtenregeling behoeft de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
##### Artikel 23
1. De stichting stelt voor elk kalenderjaar een werkplan op. Van het werkplan maken een activiteitenplan en een begroting deel uit. Het werkplan wordt van kracht zodra de raad ermee heeft ingestemd. Het werkplan maakt deel uit van het jaarplan van de raad.
2. In het activiteitenplan wordt aangegeven welk beleid de stichting zal voeren met betrekking tot de toegankelijkheid voor de rechtzoekende van het aan de stichting verbonden bureau en van advocaten die een overeenkomst zijn aangegaan als bedoeld in [artikel 20, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=20&z=2004-02-01&g=2004-02-01).
1. De stichting stelt voor elk kalenderjaar een werkplan op. Van het werkplan maken een activiteitenplan en een begroting deel uit. Het werkplan wordt van kracht zodra de raad ermee heeft ingestemd.
2. In het activiteitenplan wordt aangegeven welk beleid de stichting zal voeren met betrekking tot de toegankelijkheid voor de rechtzoekende van het aan de stichting verbonden bureau en van advocaten die een overeenkomst zijn aangegaan als bedoeld in [artikel 20, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=20&z=2004-05-01&g=2004-05-01).
### Hoofdstuk IV. De toevoeging
##### Artikel 24
1. Het bureau geeft desverzocht een toevoeging af ten behoeve van:
1. De raad beslist op de aanvraag om een toevoeging ten behoeve van:
- a. rechtsbijstand door een advocaat;
- b. rechtsbijstand door een medewerker van een stichting in het geval, bedoeld in [artikel 19, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=19&z=2004-02-01&g=2004-02-01);
- c. rechtsbijstand door personen, bedoeld in [artikel 13, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=13&z=2004-02-01&g=2004-02-01).
2. Een verzoek om toevoeging wordt gericht tot het bureau in het ressort waar de rechtsbijstandverlener kantoor houdt. Het verzoek wordt gedaan op een formulier waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld.
3. Een verzoek om toevoeging bevat een genoegzame omschrijving van de feiten en omstandigheden betreffende het rechtsprobleem waarvoor rechtsbijstand wordt gevraagd, de aan te voeren gronden dan wel een aanduiding van de werkzaamheden op basis van de toevoeging die ter zake van het rechtsprobleem nodig worden geacht.
4. De rechtsbijstandverlener kan slechts met instemming van het bureau de toevoeging weigeren. Zolang de toevoeging niet is gewijzigd of ingetrokken, is hij verplicht de nodige rechtsbijstand te verlenen.
5. De toevoeging geschiedt schriftelijk en is op naam van de toegevoegde rechtsbijstandverlener gesteld. Het toevoegingsbewijs, waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld, omschrijft het rechtsbelang ter zake waarvan het is afgegeven. Het vermeldt tevens het bedrag van de eigen bijdrage die op de voet van het bepaalde in [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=35&z=2004-02-01&g=2004-02-01) verschuldigd is.
- b. rechtsbijstand door een medewerker van een stichting in het geval, bedoeld in [artikel 19, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=19&z=2004-05-01&g=2004-05-01);
- c. rechtsbijstand door personen, bedoeld in [artikel 13, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=13&z=2004-05-01&g=2004-05-01).
2. De rechtsbijstandverlener dient mede namens de rechtzoekende, een aanvraag om een toevoeging in bij de raad in het ressort waar de rechtsbijstandverlener kantoor houdt. De aanvraag wordt mede namens de rechtzoekende, ondertekend door de rechtsbijstandverlener.
3. De aanvraag om een toevoeging bevat een genoegzame omschrijving van de feiten en omstandigheden betreffende het rechtsprobleem waarvoor rechtsbijstand wordt gevraagd, de aan te voeren gronden dan wel een aanduiding van de werkzaamheden op basis van de toevoeging die ter zake van het rechtsprobleem nodig worden geacht.
4. De rechtsbijstandverlener kan slechts met instemming van de raad de toevoeging weigeren. Zolang de toevoeging niet is gewijzigd of ingetrokken, is hij verplicht de nodige rechtsbijstand te verlenen.
5. De toevoeging vermeldt een omschrijving van het rechtsbelang terzake waarvan de toevoeging is verleend. Het besluit vermeldt tevens het bedrag van de eigen bijdrage die op de voet van het bepaalde in [artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=35&z=2004-05-01&g=2004-05-01) is verschuldigd.
##### Artikel 25
1. Bij het verzoek om toevoeging wordt een door de burgemeester van de woonplaats van de rechtzoekende kosteloos af te geven verklaring overgelegd. Indien de verklaring niet kan worden afgegeven op grond van het feit dat de verzoeker overeenkomstig de bepalingen van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens niet als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven, legt deze zoveel mogelijk overeenkomstige bescheiden over.
2. Het bureau beslist over het verzoek om toevoeging. Omtrent de financiële draagkracht van de verzoeker, diens gezinsleden en de personen met wie hij een gemeenschappelijke huishouding voert kan het bureau gegevens opvragen bij:
1. Bij de aanvraag om een toevoeging wordt een door de burgemeester van de woonplaats van de rechtzoekende kosteloos af te geven verklaring overgelegd. Indien de verklaring niet kan worden afgegeven op grond van het feit dat de aanvrager overeenkomstig de bepalingen van de [Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006723) niet als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven, legt deze zoveel mogelijk overeenkomstige bescheiden over.
2. Omtrent de financiële draagkracht van de aanvrager, diens gezinsleden en de personen met wie hij een gemeenschappelijke huishouding voert kan de raad gegevens opvragen bij:
- a. de Rijksbelastingdienst;
@@ -302,69 +306,71 @@
- e. de afdelingen bevolking van de gemeenten.
3. De gegevens, bedoeld in het tweede lid, worden zo spoedig mogelijk aan het bureau verstrekt.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde verklaring en de daarbij over te leggen bewijsstukken, alsmede omtrent het bij wege van steekproef opvragen door het bureau van gegevens bij de administratie der belastingen. Deze regels kunnen inhouden dat in bepaalde gevallen met een andere dan de in het eerste lid bedoelde verklaring volstaan kan worden.
3. De gegevens, bedoeld in het tweede lid, worden zo spoedig mogelijk aan de raad verstrekt.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde verklaring en de daarbij over te leggen bewijsstukken, alsmede omtrent het bij wege van steekproef opvragen door de raad van gegevens bij de administratie der belastingen. Deze regels kunnen inhouden dat in bepaalde gevallen met een andere dan de in het eerste lid bedoelde verklaring volstaan kan worden.
##### Artikel 26
Indien de overeenkomstig [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=IV&artikel=25&z=2004-02-01&g=2004-02-01) overgelegde of opgevraagde gegevens ontoereikend zijn om de financiële draagkracht van de verzoeker vast te stellen, kan het bureau op grond van de gegevens waarover het beschikt, zelf de draagkracht bepalen.
Indien de overeenkomstig [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=IV&artikel=25&z=2004-05-01&g=2004-05-01) overgelegde of opgevraagde gegevens ontoereikend zijn om de financiële draagkracht van de aanvrager vast te stellen, kan de raad op grond van de gegevens waarover het beschikt, zelf de draagkracht bepalen.
##### Artikel 27
Het bureau kan, alvorens op het verzoek te beslissen, de rechtzoekende horen, indien het dat noodzakelijk acht voor de beoordeling van het verzoek of de financiële draagkracht van de rechtzoekende. Het kan tevens, tenzij het belang van de rechtzoekende zich daartegen verzet, de tegenpartij in de gelegenheid stellen haar standpunt uiteen te zetten.
De raad kan, alvorens op de aanvraag te beslissen, de rechtzoekende horen, indien hij dat noodzakelijk acht voor de beoordeling van de aanvraag of de financiële draagkracht van de rechtzoekende. De raad kan tevens, tenzij het belang van de rechtzoekende zich daartegen verzet, de tegenpartij in de gelegenheid stellen haar standpunt uiteen te zetten.
##### Artikel 28
1. Het bureau kan de toevoeging weigeren indien het verzoek:
- a. niet is ondertekend, onvoldoende is toegelicht of niet is voorzien van de voor de beoordeling van het verzoek van belang zijnde verklaringen of andere bewijsstukken en de verzoeker na op dat verzuim te zijn gewezen heeft nagelaten dit binnen een door het bureau gestelde termijn te herstellen;
- b. wordt ingediend nadat de rechtsbijstand reeds feitelijk is verleend;
- c. betrekking heeft op een rechtsbelang ter zake waarvan de verzoeker aanspraak kan maken op rechtsbijstand op grond van een eerder afgegeven toevoeging;
- d. een rechtsprobleem betreft dat naar het oordeel van het bureau eenvoudig afgehandeld kan worden.
2. Bij de in [artikel 12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=12&z=2004-02-01&g=2004-02-01), bedoelde algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent het in het eerste lid bepaalde nadere regels worden gesteld.
1. De raad kan de toevoeging weigeren indien de aanvraag:
- a. wordt ingediend nadat de rechtsbijstand reeds feitelijk is verleend;
- b. betrekking heeft op een rechtsbelang ter zake waarvan de aanvrager aanspraak kan maken op rechtsbijstand op grond van een eerder afgegeven toevoeging;
- c. een rechtsprobleem betreft dat naar het oordeel van de raad eenvoudig afgehandeld kan worden.
2. Bij de in [artikel 12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=12&z=2004-05-01&g=2004-05-01), bedoelde algemene maatregel van bestuur kunnen omtrent het in het eerste lid bepaalde nadere regels worden gesteld.
##### Artikel 29
Afschrift van het bewijs van toevoeging wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval voordat de einduitspraak is gedaan, overgelegd aan de rechter voor wie de zaak dient.
1. Een afschrift van het besluit tot toevoeging wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval voordat de einduitspraak is gedaan, overgelegd aan de rechter voor wie de zaak dient.
2. Indien de rechtsbijstandverlener de toevoeging niet overeenkomstig het eerste lid aan de rechter heeft overgelegd en als gevolg daarvan geen toepassing is gegeven aan [artikel 57b, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001827&artikel=57b) of [artikel 8:75, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:75), wordt op het bedrag dat als vergoeding is vastgesteld in mindering gebracht het bedrag dat de tegenpartij in een procedure na een veroordeling in de proceskosten aan de rechtzoekende moet betalen.
3. Indien op grond van de [Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) bezwaar of administratief beroep wordt ingesteld en de belanghebbende een verzoek om een kostenvergoeding doet, wordt een afschrift van het besluit tot toevoeging zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval voordat het bestuursorgaan op het bezwaar heeft beslist dan wel het beroepsorgaan op het beroep heeft beslist, overgelegd aan dat bestuurs- of beroepsorgaan.
##### Artikel 30
1. In spoedeisende gevallen geeft het bureau een voorlopige toevoeging af. Het beslist zo spoedig mogelijk daarna over definitieve toevoeging; deze beslissing treedt met terugwerkende kracht in de plaats van die tot afgifte van een voorlopige toevoeging.
2. Bij de afgifte stelt het bureau de verzoeker een termijn, waarbinnen deze de voor de beoordeling van zijn verzoek om een definitieve toevoeging van belang zijnde gegevens moet hebben overgelegd.
1. In spoedeisende gevallen verleent de raad een voorlopige toevoeging. De raad beslist zo spoedig mogelijk daarna over definitieve toevoeging; dit besluit treedt met terugwerkende kracht in de plaats van die tot verlening van een voorlopige toevoeging.
2. Bij de verlening van de voorlopige toevoeging stelt de raad de aanvrager overeenkomstig [artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:5) een termijn, waarbinnen deze de voor de beoordeling van zijn aanvraag om een definitieve toevoeging van belang zijnde gegevens moet hebben overgelegd.
##### Artikel 31
1. Het bureau geeft een voorwaardelijke toevoeging af, indien het verzoek om rechtsbijstand betrekking heeft op een aanmerkelijk financieel belang of aannemelijk is dat de kosten van rechtsbijstand verhaald kunnen worden op een derde.
2. Indien het verzoek betrekking heeft op rechtsbijstand ter zake van echtscheiding of ontbinding van het geregistreerd partnerschap als bedoeld in [artikel 80c, onder d, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=80c), wordt voorwaardelijk toegevoegd, tenzij aanstonds blijkt dat beide partijen voor een toevoeging in aanmerking komen.
3. Indien na beëindiging van de rechtsbijstand blijkt dat de financiële draagkracht van de verzoeker zodanig is toegenomen dat deze de in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=34&z=2004-02-01&g=2004-02-01) genoemde bedragen overschrijdt, of dat de rechtzoekende de kosten van rechtsbijstand kon verhalen op een derde, geeft het bureau geen definitieve toevoeging af.
1. De raad verleent een voorwaardelijke toevoeging, indien de aanvraag om verlening van rechtsbijstand betrekking heeft op een aanmerkelijk financieel belang of het aannemelijk is dat de kosten van rechtsbijstand verhaald kunnen worden op een derde.
2. Indien op het moment van beëindiging van de zaak waarvoor een voorwaardelijke toevoeging is verleend, blijkt dat de financiële draagkracht van de aanvrager zodanig is toegenomen dat deze de in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=34&z=2004-05-01&g=2004-05-01) genoemde bedragen overschrijdt, of dat de rechtzoekende de kosten van rechtsbijstand kon verhalen op een derde, verleent de raad geen definitieve toevoeging. Onder de toegenomen financiële draagkracht wordt mede verstaan de toename van de liquide middelen van de rechtzoekende.
##### Artikel 32
De toevoeging geldt uitsluitend voor het rechtsbelang ter zake waarvan zij is afgegeven en, in het geval van een procedure, voor de behandeling daarvan in één instantie, de tenuitvoerlegging van de rechterlijke uitspraak daaronder begrepen.
De toevoeging geldt uitsluitend voor het rechtsbelang ter zake waarvoor zij is verleend en, in het geval van een procedure, voor de behandeling daarvan in één instantie, de tenuitvoerlegging van de rechterlijke uitspraak daaronder begrepen.
##### Artikel 33
1. Het bureau kan de toevoeging, anders dan op verlangen van de verzoeker, wijzigen, beëindigen of intrekken, indien:
- a. deze is verleend op grond van onjuiste of onvolledige gegevens omtrent de aard of het belang van de zaak, de financiële draagkracht of de woonplaats van de verzoeker;
- b. de verzoeker de voor een goede behartiging van zijn zaak noodzakelijke medewerking weigert;
- c. de verzoeker in gebreke blijft de door hem verschuldigde eigen bijdrage en overige kosten die voor zijn rekening komen, dan wel een hem daarop gevraagd voorschot, te voldoen;
- d. de financiële draagkracht van de verzoeker voor de beëindiging van de rechtsbijstand aanzienlijk blijkt te zijn toegenomen.
2. Alvorens te beslissen wordt de verzoeker gehoord of althans behoorlijk opgeroepen. De beslissing tot wijziging, beëindiging of intrekking van de toevoeging wordt de verzoeker schriftelijk onder opgave van redenen medegedeeld.
3. De toegevoegde rechtsbijstandverlener kan zich na beëindiging of intrekking van de toevoeging aan de zaak onttrekken.
1. De raad kan de toevoeging, anders dan op verlangen van de aanvrager, wijzigen, beëindigen of intrekken, indien:
- a. deze is verleend op grond van onjuiste of onvolledige gegevens omtrent de aard of het belang van de zaak, de financiële draagkracht of de woonplaats van de aanvrager;
- b. de aanvrager de voor een goede behartiging van zijn zaak noodzakelijke medewerking weigert;
- c. de aanvrager in gebreke blijft de door hem verschuldigde eigen bijdrage en overige kosten die voor zijn rekening komen, dan wel een hem daarop gevraagd voorschot, te voldoen;
- d. de financiële draagkracht van de aanvrager voor de beëindiging van de rechtsbijstand aanzienlijk blijkt te zijn toegenomen;
- e. blijkt dat een andere toevoeging mede omvat het rechtsbelang waarvoor de toevoeging is verleend.
2. De toegevoegde rechtsbijstandverlener kan zich na beëindiging of intrekking van de toevoeging aan de zaak onttrekken.
3. Indien de toevoeging wordt beëindigd of ingetrokken op grond van een situatie als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan de raad het bedrag ter hoogte van de vergoeding, bedoeld in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=37&z=2004-05-01&g=2004-05-01), vorderen van de rechtzoekende, tenzij de verlening van de vergoeding op grond van [artikel 4:48, eerste lid, onder c of d, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:48) is ingetrokken of gewijzigd of de vergoeding op grond van [artikel 4:46, tweede lid, onder c of d, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:46) lager is vastgesteld dan wel de vaststelling van de vergoeding op grond van [artikel 4:49, eerste lid, onder b, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:49) is ingetrokken of ten nadele van de rechtsbijstandverlener is gewijzigd.
### Hoofdstuk V. Financiële bepalingen
@@ -374,7 +380,7 @@
1. Rechtsbijstand overeenkomstig de bepalingen van deze wet wordt verleend aan hen wier inkomen per maand ƒ 2 810 per 1 januari 2004: € 1.423 of minder bedraagt, indien zij alleenstaand zijn, dan wel, indien zij met een of meer anderen een gemeenschappelijke huishouding voeren, ten hoogste ƒ 4 020 per 1 januari 2004: € 2.033.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt geen rechtsbijstand verleend, indien de rechtzoekende beschikt over een eigen vermogen van ten minste f 14 000, indien hij alleenstaande is, dan wel van ten minste f 20 000 in overige gevallen.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt geen rechtsbijstand verleend, indien de rechtzoekende beschikt over een eigen vermogen van ten minste € 7300, indien hij alleenstaande is, dan wel van ten minste € 10 500 in overige gevallen.
3. Bij de vaststelling van het inkomen en het vermogen van de rechtzoekende worden, behoudens in het geval van onderling tegenstrijdige belangen, mede in aanmerking genomen het inkomen en het vermogen van:
@@ -384,9 +390,11 @@
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven voor de vaststelling van het voor de financiële draagkracht in aanmerking te nemen inkomen en vermogen.
5. Telkens na vijf jaar wordt het vermogen, bedoeld in het tweede lid, per 1 januari aangepast met het percentage, bedoeld in het [vijfde lid, onder c, van artikel 35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=35&z=2004-05-01&g=2004-05-01), met dien verstande dat de te wijzigen bedragen worden afgerond op het naastliggende veelvoud van € 100.
##### Artikel 35
1. De rechtzoekende is een bijdrage van € 13.50 verschuldigd wanneer rechtsbijstand wordt verleend op basis van [artikel 19, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=19&z=2004-02-01&g=2004-02-01).
1. De rechtzoekende is een bijdrage van € 13.50 verschuldigd wanneer rechtsbijstand wordt verleend op basis van [artikel 19, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=19&z=2004-05-01&g=2004-05-01).
2. De rechtzoekende is een eigen bijdrage waarvan de hoogte afhankelijk is van zijn inkomen, verschuldigd wanneer rechtsbijstand verleend wordt op basis van een toevoeging.
@@ -416,9 +424,9 @@
- l. voor hen wier inkomen per maand meer dan ƒ 3 485 per 1 januari 2004: € 1.761 en ten hoogste ƒ 4 020 per 1 januari 2004: € 2.033 bedraagt: € 761.
4. Indien de verzoeker alleenstaand is worden de in het derde lid genoemde inkomensgrenzen met dertig procent verlaagd.
5. De in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=34&z=2004-02-01&g=2004-02-01) en de in het derde lid van dit artikel genoemde inkomensgrenzen, met uitzondering van de bijstandsnorm, genoemd onder a en b, alsmede de in het derde lid van dit artikel genoemde eigen bijdragen worden als volgt aangepast:
4. Indien de aanvrager alleenstaand is worden de in het derde lid genoemde inkomensgrenzen met dertig procent verlaagd.
5. De in [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=34&z=2004-05-01&g=2004-05-01) en de in het derde lid van dit artikel genoemde inkomensgrenzen, met uitzondering van de bijstandsnorm, genoemd onder a en b, alsmede de in het derde lid van dit artikel genoemde eigen bijdragen worden door Onze Minister als volgt aangepast:
- a. de inkomensgrenzen worden jaarlijks per 1 januari aangepast met het percentage waarmee het indexcijfer van de lonen op 31 oktober van het voorgaande jaar afwijkt van het overeenkomstige indexcijfer op 31 oktober in het daaraan voorafgaande jaar, met dien verstande dat de te wijzigen bedragen worden afgerond op het naastliggende veelvoud van € 1;
@@ -430,33 +438,57 @@
7. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder het indexcijfer van de lonen als bedoeld in het vijfde lid wordt verstaan.
8. Bij de in [artikel 34, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=34&z=2004-02-01&g=2004-02-01), bedoelde algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de gevallen waarin het bureau bevoegd is geen of een lagere eigen bijdrage dan genoemd in het eerste en het derde lid op te leggen.
8. Bij de in [artikel 34, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=34&z=2004-05-01&g=2004-05-01), bedoelde algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de gevallen waarin het bureau bevoegd is geen of een lagere eigen bijdrage dan genoemd in het eerste en het derde lid op te leggen.
##### Artikel 36
1. Aan rechtspersonen wordt overeenkomstig de bepalingen van deze wet rechtsbijstand verleend, indien van de rechtspersoon redelijkerwijze niet verwacht kan worden dat deze de kosten van rechtsbijstand betaalt uit eigen vermogen of inkomsten, waaronder begrepen bijdragen van leden of betrokkenen, alsmede subsidies van de overheid.
2. De rechtspersoon aan wie rechtsbijstand op basis van een toevoeging wordt verleend, is een eigen bijdrage verschuldigd als genoemd in [artikel 35, derde lid, onder **l**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=35&z=2004-02-01&g=2004-02-01).
2. De rechtspersoon aan wie rechtsbijstand op basis van een toevoeging wordt verleend, is een eigen bijdrage verschuldigd als genoemd in [artikel 35, derde lid, onder **l**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=35&z=2004-05-01&g=2004-05-01).
### Afdeling 2. De kosten van de verlening van rechtsbijstand
##### Artikel 37
1. Rechtsbijstandverleners ontvangen voor de door hen op basis van een toevoeging verleende rechtsbijstand een vergoeding volgens regels te stellen bij algemene maatregel van bestuur. De hoogte van de vergoeding kan verschillen naar gelang de verleende diensten, en hoeft niet voor alle rechtsbijstandverleners gelijk te zijn.
2. De voor de rechtzoekende vastgestelde eigen bijdrage wordt op de in het eerste lid bedoelde vergoeding in mindering gebracht.
3. De vergoeding wordt vastgesteld door het bureau, en aangevraagd op een formulier waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld. Bij de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de vaststelling van de vergoeding.
4. Aan ingeschreven advocaten wordt periodiek een voorschot toegekend, waarmee de in het eerste lid bedoelde vergoedingen worden verrekend. Bij de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de toekenning van voorschotten.
5. De in het eerste lid bedoelde vergoeding is verschuldigd aan de betrokken stichting, indien de rechtsbijstand wordt verleend door medewerkers van de stichting.
1. De raad verstrekt aan een rechtsbijstandverlener een subsidie, genoemd vergoeding, voor:
- a. de door hem op basis van een toevoeging verleende rechtsbijstand;
- b. de door hem verleende rechtsbijstand in een zaak waarin een rechtsbijstandverlener rechtsbijstand heeft verleend in het kader van een door de raad getroffen regeling voor het beurtelings verlenen van rechtsbijstand in bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen zaken.
2. De vergoeding omvat mede de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen overige kosten die verband houden met de verlening van rechtsbijstand alsmede de omzetbelasting die over de vergoeding is verschuldigd.
3. De voor de rechtzoekende vastgestelde eigen bijdrage wordt op de in het eerste lid bedoelde vergoeding in mindering gebracht.
4. Aan ingeschreven advocaten wordt periodiek een voorschot toegekend.
5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden vastgesteld met betrekking tot:
- a. het bedrag van de vergoeding en de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;
- b. de aanvraag van de vergoeding en de besluitvorming daarover;
- c. de voorwaarden waaronder de vergoeding wordt verleend;
- d. de verplichtingen van de rechtsbijstandverlener;
- e. de vaststelling van de vergoeding;
- f. de wijziging van de vergoeding;
- g. de verlening van voorschotten;
- h. de betaling van de vergoeding;
- i. de naleving.
6. De in het eerste lid bedoelde vergoeding is verschuldigd aan de betrokken stichting, indien de rechtsbijstand wordt verleend door medewerkers van de stichting.
##### Artikel 38
1. De rechtzoekende is de hem opgelegde eigen bijdrage van rechtswege verschuldigd aan degene die hem de rechtsbijstand verleent. Voor het overige is hij geen vergoeding verschuldigd, behoudens voor kosten die meer in het bijzonder ten behoeve van zijn zaak zijn gemaakt, voor zover die op grond van [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=41&z=2004-02-01&g=2004-02-01) aan hem in rekening mogen worden gebracht.
2. De ingevolge [artikel 35, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=35&z=2004-02-01&g=2004-02-01), verschuldigde eigen bijdrage bedraagt niet meer dan het bedrag van de vergoeding waarop de rechtsbijstandverlener ingevolge [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=37&z=2004-02-01&g=2004-02-01) recht heeft.
1. De rechtzoekende is de hem opgelegde eigen bijdrage van rechtswege verschuldigd aan degene die hem de rechtsbijstand verleent. Voor het overige is hij geen vergoeding verschuldigd, behoudens voor kosten die meer in het bijzonder ten behoeve van zijn zaak zijn gemaakt, voor zover die op grond van [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=41&z=2004-05-01&g=2004-05-01) aan hem in rekening mogen worden gebracht.
2. De ingevolge [artikel 35, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=35&z=2004-05-01&g=2004-05-01), verschuldigde eigen bijdrage bedraagt niet meer dan het bedrag van de vergoeding waarop de rechtsbijstandverlener ingevolge [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=37&z=2004-05-01&g=2004-05-01) recht heeft.
3. De rechtsbijstandverlener licht de rechtzoekende vooraf zo goed mogelijk in over de kosten die voor hem aan de te verlenen rechtsbijstand verbonden zijn. Hij kan ter verzekering van de inning van de eigen bijdrage en de overige aan de zaak verbonden kosten die voor rekening van de rechtzoekende komen, verlangen dat de rechtzoekende een voorschot betaalt.
@@ -466,7 +498,7 @@
##### Artikel 39
Bij de in [artikel 37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=37&z=2004-02-01&g=2004-02-01), bedoelde algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de vergoedingen voor diensten die bij de verlening van rechtsbijstand zijn verricht door procureurs, deurwaarders en, in strafzaken, door tolken, alsmede omtrent betaling van krachtens wettelijk voorschrift of rechterlijk bevel in dag- of nieuwsbladen geplaatste oproepingen of aankondigingen.
Bij de in [artikel 37, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=37&z=2004-05-01&g=2004-05-01), bedoelde algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de vergoedingen voor diensten die bij de verlening van rechtsbijstand zijn verricht door procureurs, deurwaarders en, in strafzaken, door tolken, alsmede omtrent betaling van krachtens wettelijk voorschrift of rechterlijk bevel in dag- of nieuwsbladen geplaatste oproepingen of aankondigingen.
##### Artikel 40
@@ -474,9 +506,9 @@
##### Artikel 41
1. Bij de in [artikel 37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=37&z=2004-02-01&g=2004-02-01), bedoelde algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de kosten die ten behoeve van de zaak zijn gemaakt en die door de rechtsbijstandverlener in rekening mogen worden gebracht.
2. Tevens kunnen bij deze algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de gegevens die de rechtsbijstandverlener aan het bureau dient over te leggen inzake:
1. Bij de in [artikel 37, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=37&z=2004-05-01&g=2004-05-01), bedoelde algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de kosten die ten behoeve van de zaak zijn gemaakt en die door de rechtsbijstandverlener in rekening mogen worden gebracht.
2. Tevens kunnen bij deze algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de gegevens die de rechtsbijstandverlener aan de raad dient over te leggen inzake:
- a. de aan de rechtzoekende boven de eigen bijdrage in rekening gebrachte kosten;
@@ -532,9 +564,9 @@
##### Artikel 42b
1. De raad stelt regels over de verstrekking van subsidie aan de stichtingen rechtsbijstand.
2. Deze regels bevatten in ieder geval bepalingen omtrent:
1. De raad verstrekt aan een stichting rechtsbijstand een subsidie ten behoeve van de kosten benodigd voor de uitoefening van de taken, genoemd in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=19&z=2004-05-01&g=2004-05-01).
2. De raad stelt regels over de verstrekking van de subsidie, die in ieder geval bepalingen omvatten omtrent:
- a. de termijn die bij de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening in acht wordt genomen;
@@ -556,11 +588,13 @@
4. De door de raad te stellen regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
5. Voorzover noodzakelijk met het oog op het onderzoek door de accountant, bedoeld in [artikel 4:78 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:78), verstrekt de stichting persoonsgegevens van rechtzoekenden aan de accountant.
### Hoofdstuk VI. Rechtsbijstand in strafzaken
##### Artikel 43
1. Rechtsbijstand is kosteloos in de gevallen waarin krachtens enig wettelijk voorschrift in het [Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854) of het [Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903) aan de verdachte of de veroordeelde op last van de rechter een raadsman wordt toegevoegd door het bureau, onverminderd het in [artikel 49 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=49) bepaalde.
1. Rechtsbijstand is kosteloos in de gevallen waarin krachtens enig wettelijk voorschrift in het [Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854) of het [Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903) aan de verdachte of de veroordeelde op last van de rechter een raadsman wordt toegevoegd door de raad, onverminderd het in [artikel 49 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=49) bepaalde.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op rechtsbijstand bedoeld in:
@@ -580,29 +614,29 @@
##### Artikel 44
1. Aan personen die zich krachtens het [Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854) of het [Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903) door een raadsman kunnen doen bijstaan, kan het bureau een advocaat toevoegen.
2. De eigen bijdrage bedoeld in [artikel 35, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=35&z=2004-02-01&g=2004-02-01), is niet verschuldigd voor rechtsbijstand, indien deze op grond van het eerste lid wordt verleend aan een rechtzoekende wiens inkomen niet meer bedraagt dan genoemd in [artikel 35, derde lid, onder **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=35&z=2004-02-01&g=2004-02-01).
3. De eigen bijdrage is niet verschuldigd, indien een zaak eindigt zonder de toepassing van een straf of maatregel dan wel zonder toepassing van [artikel 9**a** Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=9a). De rechtsbijstandverlener restitueert de eigen bijdrage aan de rechtzoekende, tenzij deze de eigen bijdrage nog niet heeft voldaan.
4. Het bureau is bevoegd geen eigen bijdrage op te leggen bij de toevoeging van een raadsman aan hen die zich anders dan als verdachte of veroordeelde krachtens het [Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854) of [Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903) laten bijstaan.
1. Aan personen die zich krachtens het [Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854) of het [Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903) door een raadsman kunnen doen bijstaan, kan de raad een advocaat toevoegen.
2. De eigen bijdrage bedoeld in [artikel 35, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=35&z=2004-05-01&g=2004-05-01), is niet verschuldigd voor rechtsbijstand, indien deze op grond van het eerste lid wordt verleend aan een rechtzoekende wiens inkomen niet meer bedraagt dan genoemd in [artikel 35, derde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=35&z=2004-05-01&g=2004-05-01).
3. De eigen bijdrage is niet verschuldigd, indien een zaak eindigt zonder de toepassing van een straf of maatregel dan wel zonder toepassing van [artikel 9a Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=9a). De rechtsbijstandverlener restitueert de eigen bijdrage aan de rechtzoekende, tenzij deze de eigen bijdrage nog niet heeft voldaan.
4. De raad is bevoegd geen eigen bijdrage op te leggen bij de toevoeging van een raadsman aan hen die zich anders dan als verdachte of veroordeelde krachtens het [Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854) of [Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903) laten bijstaan.
### Hoofdstuk VII. Bezwaar en beroep
##### Artikel 45
1. Een belanghebbende kan tegen een besluit van het bureau administratief beroep instellen bij de raad.
2. Voor de behandeling van bezwaar- en beroepschriften stelt de raad een commissie in als bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=8&z=2004-02-01&g=2004-02-01).
Vervallen
##### Artikel 46
1. Indien beroep wordt ingesteld tegen een besluit van de raad is in afwijking van [artikel 8:7, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:7), de rechtbank bevoegd binnen het rechtsgebied waarvan de raad is gevestigd.
2. In afwijking van [artikel 8:41, derde lid, onder **b** en **c**, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:41) bedraagt het griffierecht € 37 indien door een rechtzoekende beroep wordt ingesteld tegen een besluit van de raad.
3. In afwijking van [artikel 40, tweede lid, onder **a** en **b**, van de Wet op de Raad van State](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&artikel=40) bedraagt het griffierecht € 102 indien door een rechtzoekende hoger beroep wordt ingesteld.
2. In afwijking van [artikel 8:41, derde lid, onder b en c, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:41) bedraagt het griffierecht € 37 indien door een rechtzoekende beroep wordt ingesteld tegen een besluit van de raad.
3. In afwijking van [artikel 40, tweede lid, onder a en b, van de Wet op de Raad van State](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002367&artikel=40) bedraagt het griffierecht € 102 indien door een rechtzoekende hoger beroep wordt ingesteld.
4. De in het tweede en derde lid genoemde bedragen kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd voorzover het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie daartoe aanleiding geeft.
### Hoofdstuk VIII. Toezicht op de naleving
@@ -624,7 +658,7 @@
##### Artikel 49
De voordracht voor een krachtens [artikel 12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=12&z=2004-02-01&g=2004-02-01), [artikel 19, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=19&z=2004-02-01&g=2004-02-01), [artikel 34, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=34&z=2004-02-01&g=2004-02-01), [artikel 35, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=35&z=2004-02-01&g=2004-02-01), en [artikel 37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=37&z=2004-02-01&g=2004-02-01), vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de **Staatscourant** is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
De voordracht voor een krachtens [artikel 12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=1&artikel=12&z=2004-05-01&g=2004-05-01), [artikel 19, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=19&z=2004-05-01&g=2004-05-01), [artikel 34, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=34&z=2004-05-01&g=2004-05-01), [artikel 35, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=35&z=2004-05-01&g=2004-05-01), en [artikel 37, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=37&z=2004-05-01&g=2004-05-01), vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de **Staatscourant** is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
##### Artikel 50
@@ -688,7 +722,7 @@
##### Artikel 65
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Vervallen
##### Artikel 66
@@ -704,7 +738,7 @@
##### Artikel 6a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
De raad stelt een bestuursreglement vast. Het reglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
### Afdeling 2. Taak en werkwijze van de raad
@@ -728,17 +762,39 @@
##### Artikel 37a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Indien een rechtspersoon een gehele of gedeeltelijke geldelijke bijdrage ontvangt voor de verlening van rechtskundige diensten, worden aan een advocaat die een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking heeft bij deze rechtspersoon geen vergoeding verstrekt voorzover de door hem op basis van een toevoeging verleende rechtsbijstand redelijkerwijs kan worden aangemerkt als een rechtskundige dienst waarvoor een geldelijke bijdrage is ontvangen.
##### Artikel 37b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. De raad kan aan een rechtsbijstandverlener of een samenwerkingsverband van rechtsbijstandverleners ten behoeve van de verlening van rechtsbijstand subsidie verstrekken voor bijzondere doeleinden en projecten.
2. De raad kan een subsidieplafond vaststellen voor de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt.
3. De raad stelt regels vast voor de verstrekking van subsidies als bedoeld in het eerste lid.
4. Deze regels bevatten in ieder geval:
- a. een uitwerking van de activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen;
- b. een nadere omschrijving van aan de subsidie verbonden verplichtingen;
- c. de termijn die bij de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening in acht wordt genomen;
- d. de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
- e. de termijn die bij de indiening van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie in acht moet worden genomen;
- f. de wijze waarop en de termijn waarbinnen het beschikbare bedrag wordt verdeeld.
5. De door de raad te stellen regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
### Afdeling 3. Subsidieverstrekking aan de raad en aan de stichting rechtsbijstand
##### Artikel 42c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
1. De raad kan aan een stichting rechtsbijstand met het oog op de uitvoering van de taak, bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=III&afdeling=3&artikel=19&z=2004-05-01&g=2004-05-01), subsidie verstrekken voor bijzondere doeleinden en projecten.
2. Het tweede tot en met vijfde lid van [artikel 37b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006368&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=37b&z=2004-05-01&g=2004-05-01) zijn van toepassing.
### Hoofdstuk VI. Rechtsbijstand in strafzaken
2004-02-01
Wet op de rechtsbijstand — art. 45
2004-01-23
Wet op de rechtsbijstand — art. 45
2004-01-01
Wet op de rechtsbijstand
2003-02-01
Wet op de rechtsbijstand — art. 45
2003-01-01
Wet op de rechtsbijstand — art. 45
2002-09-04
Wet op de rechtsbijstand — art. 45
2002-01-01
Wet op de rechtsbijstand — art. 45
2002-01-01
Wet op de rechtsbijstand
original version
Tekst op deze datum